Lijkt u op uw moeder?

“Ben jij familie van…?” Hoe ouder we worden, hoe dierbaarder het antwoord voor ons is. “Ja, want…” De familie is waar we thuis horen en waar we vandaan komen. En dat geldt zeker voor uw moeder.
Kind van uw moeder zijn
Heeft u dat ook, dat u de laatste jaren beseft dat u op uw moeder lijkt? Ik begin nu pas te begrijpen van wie ik het heb. Dat optimisme heeft zij ook. De hele tijd willen lezen. En elke avond zuchten: ‘Moet ik nou al naar bed, ik had nog zoveel willen doen.’
Kind van je moeder zijn, dat is een ontdekking.
Misschien is het ook iets om langzaam te verkennen. Hoe dat was, uw kindertijd. En hoe uw moeder was: als moeder en als vrouw. Misschien heeft u foto’s, herinneringen en kent u verhalen over haar. Weet u wat ze het liefste at, van wat voor muziek ze hield? Ja, of waarvan ze houdt natuurlijk: de gelukkigen onder ons hebben hun moeder nog.
Grijs randje
Ik hoor steeds vaker dat mensen het levensverhaal van hun moeder willen opschrijven. Gewoon, om de herinneringen te bewaren en door te geven aan volgende generaties. Alleen dat opschrijven is vaak een probleem. Hoe begin je? Wat als je al tien keer begonnen bent? Intussen gaat de tijd voorbij en u en ik krijgen af en toe zo’n envelop met een grijs randje. Ik raad elke keer verkeerd om wie het gaat, dus dan schrik ik weer. Het moedigt me aan om te doen wat ik wèrkelijk belangrijk vind.
Dat is voor mij boeken schrijven en anderen te helpen hun verhaal op te schrijven.
Gratis workshop
Daarom ga ik begin maart een gratis online workshop geven: Over mijn moeder. Haar levensverhaal op papier in vijf stappen
Na de workshop kunt u aan de slag. Het mooie is: met een beetje doorwerken bent u klaar voor Moederdag, dat is zondag 10 mei. Als u een bijzondere moeder heeft of heeft gehad, dan is dit uw kans om een klein monument voor haar op te richten. Ja, van papier, hoor.
Schrijven over uw moeder is gemakkelijker dan u denkt, als u maar weet hoe het aan te pakken. Heeft u een mooie foto van haar? Zet die op een plek in huis waar u vaak zit. Dan kunt u naar die foto kijken en kijken en kijken en dan… borrelen de herinneringen al op. U weet meer dan u denkt.
Doet u mee?
Doet u mee? Opgeven gaat via dit groene venster. Vergeet niet de datum aan te geven: zondagavond 1 maart om 20.00 uur of maandagochtend 2 maart om 0900 uur. Lukt het niet, dan stuurt u me gewoon een mail op welke datum u meedoet. Dan maak ik het verder in orde.
Meedoen gaat dus via de computer. U hoeft zich alleen op te geven en dan komen de uitleg-mails vanzelf in de digitale brievenbus.


Bij mijn bezoek, met een vriend, aan Batoe in 1995 heb ik getracht Oma’s graf te vinden op de Indonesische begraafplaats aan de voet van de Gunung Panderman. Een illusie, want het graf was onvindbaar. Ter plaatse hebben wij toen nog een slametan kunnen organiseren ter nagedachtenis aan en in respect voor deze zo geliefde, bijzondere vrouw, die zelf tijdens haar hele leven bij iedere bijzondere gelegenheid in de familie zorgde voor een uitgebreide slametan. Zij hield van ons en wij allen van haar. Nog brand ik zo nu en dan wierook en een kaarsje bij haar nog steeds niet vergeelde, prachtige, portret. Opa hangt er trouwens pontificaal naast, wel een beetje ‘vergeeld’. Hij was toen ook al zo oud.
Na de dood van Opa in 1918 – hij stierf als gevolg van de toen heersende Spaanse griep – heeft Oma zich actief getoond in de verbouw en verkoop van verse groenten uit de uitgestrekte groentetuin achter het huis. De oogst leverde zoveel op dat Oma tot verkoop van de groenten overging en er voor zorgde dat er regelmatig grobaks volgeladen hun vracht her en der in de omtrek afleverden. Graag had zij haar dochters bij de werkzaamheden van inpakken en verkoop willen betrekken, maar die gaven de voorkeur aan het vrolijke, om niet te zeggen frivole, uitgaansleven in de grote stad Soerabaja, waar zij woonden, werkten (To en Jim waren bij het onderwijs en Jep en Lien werkten op handelskantoren in Surabaja) en uiteindelijk trouwden – met uitzondering van de jongste dochter Jimmy – met respectievelijk een Hoofdadministrateur in de Suiker, een KPM employee en een Particulier Accountant, mijn vader.
Oma heb ik de eerste vijf jaar van mijn leven – in Batoe – heel goed gekend. Mijn moeder, vader en zuster Jimmy, zijn bij Oma ingetrokken enige tijd voor de Japanse invasie. Ik werd in 1940 in Malang geboren en leerde Oma kennen als een echte lieve vrouw, die weliswaar de Nederlandse taal amper sprak, niet kon schrijven noch lezen, maar dat vond ik toen, als kind, helemaal niet raar. Oma erbij was een vanzelfsprekendheid in mijn jonge leventje. Zij was er altijd en zij hoorde bij mijn kind-zijn. Nam mij in bescherming, als mijn moeder weer eens naar mij uitviel, op van de zenuwen als ze was omdat zij het gemis van mijn vader (krijgsgevangen genomen in 1942) moeilijk kon verdragen en zich constant afvroeg waar hij zou kunnen zijn en wanneer zij elkaar weer terug zouden zien. Ik had er geen vraagtekens bij, te jong nog om te beseffen wat er allemaal gaande was.
Oma, genaamd Katyem, (later werd zij Oma Schaay, maar vooral ook Oma Batoe genoemd), moet geboren zijn in Klakah op Oost Java, omstreeks 1866. Zij had enkele zusters, maar verder is er over haar achtergrond (gezin) niets bekend. Wel bezat zij een zogenoemde kris pusaka, een teken volgens zeggen, dat zij van goede komaf zou zijn en bovendien bezat zij zelf stukken grond. Zij kon lezen noch schrijven.Voordat zij Opa leerde kennen had zij ‘gediend’ bij een Engelsman – zo vertelde zij dat later aan haar kinderen.
Hij werd op 17 februari 1845 geboren in Rotterdam als zoon van Jan Hendrik Schaay (Gereformeerd Gedoopt), een commissionair in effecten. Opa wilde altijd ‘boer’ worden, maar dat paste niet in de familie. Dus besloot hij een landbouwopleiding te volgen om vervolgens in 1876 naar ‘Indiën’ te vertrekken en daar het avontuur aan te gaan als tabaks-ondernemer.
De oudste kinderen, To en Jan werden al op zeer jonge leeftijd (vanaf circa hun vijfde jaar) naar Holland gestuurd. Waarschijnlijk onder de hoede van een gouvernante, of één van de Hollandse familieleden, die Opa waren gevolgd naar Indië, vertrokken zij per boot naar Holland, om daar door familie in Rotterdam/Den Haag te worden opgevangen voor hun Europese opvoeding: lagere school, middelbare school en verdere opleiding. Dochter Jeppie moest ook al heel jong naar kostschool in Surabaja en Lien en Jim gingen ‘in de kost’ bij de dames Berg in Malang toen ze ongeveer 3 jaar waren. Er waren geen goede Nederlandse scholen in de directe nabijheid van de plantage en Opa was van mening dat de kinderen absoluut niet mochten ‘verinlandsen’.

Wilma Luyke is een Indische vrouw, tweede generatie, en ze zegt: “Pas na de dood van mijn moeder zijn alle roepia’s op hun plek gevallen.”

