Artikelen

Verenigt u! Opkomst en bloei van het Indo-Europees Verbond, 1919-1951 (Kennislezing)

Het Indo-Europees Verbond was precies dat: een verbond van Indo-Europeanen, opgericht op 13 juli 1919. Dat verbond beloofde samen sterker te staan, specifiek als Indo. Dat was nodig zo kort na de Eerste Wereldoorlog, gezien de situatie:

  1. Na en door de Ethische politiek was de inlandse bevolking zich aan het ontwikkelen. Hieruit kwam concurrentie voort op de arbeidsmarkt. Een Indo-Europeaan – Europees, immers – had een hoger salaris dan een inlander. Daarin zat dus een bedreiging.
  2. Binnen Indo-Europese kringen was geleidelijk het besef gegroeid een eigen cultuur te hebben, een eigenheid, iets van waarde dat steun en bescherming nodig had om te kunnen groeien en bloeien.
  3. Daarbij was het inmiddels duidelijk dat van de koloniale overheid weinig tot geen respect te verwachten viel voor het specifiek Indische; een ambtenaar vers uit Holland kon zomaar een betere positie krijgen dan een zoon of dochter van Indië.

Duizenden Indische Nederlanders sloten zich aan bij de Bond. Dat was bemoedigend. Want alleen samen kon er iets gedaan worden aan hetgeen bitterhard nodig was: meer en betere onderwijsmogelijkheden, in Indië wel te verstaan. Daar zou ook de armere Indo-Europeaan iets aan hebben.
Goed, degelijk en Nederlandstalig onderwijs, om hogerop te kunnen komen.

Onze stem

In 1920 verscheen Onze Stem, het officiële blad van de Bond, in een oplage van maar liefst vierduizend exemplaren. Het hoofdbestuur stond met naam vermeld:

mr A.H. van Ophuysen, voorzitter
mr A.A. Galestin, vice-voorzitter
Ch. A.E. Granpré Molière, secretaris, waarnemend penningmeester
Leden:
F.H.J Vetter
Mr K.L.J. Enthoven
H. Veen
F.H. Zeydek
F.H. Zeydek
H.F.A. van Lingen
E.F. Jansen van Raay
J.A. Monod de Froideville

Inderdaad: alleen mannen. Anders had er juffrouw of mevrouw voor de naam gestaan; zo deed men dat destijds.

Grote idealen

De vroege nummers van Onze Stem vond ik in de Universiteitsbibliotheek Leiden, de latere zitten op een spoel die in een langzaam microfilm-apparaat gaat. In de artikelen die ik las, komen steeds drie belangrijke vragen terug:

  1. Identiteit
    Wat betekent het om Indo te zijn? Hebben wij een eigen karakter, zijn er typerende eigenschappen, hoe staan wij tegenover de Hollander en hoe staan wij tegenover de Inlander? En welke woorden gebruiken we voor onszelf? Wat betekent stam-verwantschap?
  2. Opleiding en onderwijs.
    Hoe komen wij Indo’s aan een betere opleiding, wat voor scholen zijn dat, kunnen we ze zelf oprichten, wie zal dat betalen en zullen wij dan werkelijk vooruitkomen in de op Holland gerichte maatschappij?
  3. Onderlinge steun
    Belangenbehartiging, een studiefonds, armenzorg: Indo’s zorgen voor elkaar, het voelde als een morele plicht.

Het waren grote idealen, die in de kranten fraai verwoord werden, uiteraard ook door mede-oprichter Karel Zaalberg, tevens hoofdredacteur van het Bataviaasch Nieuwsblad. Daarmee zat hij in een netwerk van journalisten. Gunstig.
Maar ook waren hij en de anderen zich bewust van de Indo-Europese verenigingen die eerder ter ziele waren gegaan, of een andere weg hadden gekozen. Het Indo-Europees Verbond moest sterk zien te staan. Geen ruzies. Geen gedoe.

Successen

Tien jaar na de oprichting keek het IEV tevreden terug op de tot dan behaalde resultaten. Tijdens het congres te Batavia hield het man van het eerste uur en erelid mr A.H. van Ophuijsen een daverende toespraak waarin hij de successen opsomde.
Allereerst was er een nieuw saamhorigheidsgevoel ontstaan, juist vanwege het onder-elkaar zijn:

  • Hiermede is geen tegenstelling van rassen geschapen, want wel is voor den totok en den Inlander de toegang tot ons Verbond niet zoo gemakkelijk gemaakt als voor den Indo-Europeaan, maar de reden daarvan is niet een rassentegenstelling, maar wel dat de totok en de Inlander, als niet behoorende tot onzen kring, aan het saamhoorigheidsgevoel en de innerlijke ontwikkeling niet hetzelfde deel kunnen hebben als wij.
Zaalberg

Karel Zaalberg, 1923

Daarin werd met zoveel woorden gezegd: ze begrijpen ons toch niet. En dat kwam ook door het ontstaan van een ‘gevoel van gepaste eigenwaarde.’ Leden van het IEV hadden door de vele onderlinge contacten en het bondsblad beseft dat ze onmisbaar waren voor Europees Indië. Daarvoor was wel onderwijs nodig. Het IEV had de aanzet gegeven tot:

  • een Kweekschool met daaraan verbonden Lagere school te Bandoeng
  • een Muloschool
  • een Vakschool voor Meisjes, met daaraan verbonden internaat, eveneens te Bandoeng
  • een Handelsschool te Soerabaja (de Zaalbergschool)
  • het studiefonds dat gezien de grote omvang ‘een fonds van sociale beteekenis is geworden in Indië.’

Moeizamer was om enthousiasme op te wekken bij de achterban voor landbouw (weinigen wilden boer worden) en voor het sparen. Daarbij toonden particuliere bedrijven en ondernemers nog steeds een zekere terughoudendheid ten opzichte van de Indo-Europaan, maar: ‘Toch dringt langzamerhand het besef door, dat de Indo zeer goed te gebruiken is en in sommige opzichten zelfs beter dan anderen.’

Dergelijke zinnen laten goed zien waar de IEV-ers tegenover stonden: de discriminatie, het racisme ook. En daar bleef het niet bij.
Met de economische crisis in Indië raakte juist de Indische bevolkingsgroep in de knel. Het beroep dat op het IEV werd gedaan was te groot. Fondsen raakten uitgeput, bestuursleden werden overvraagd en in Onze Stem werd pragmatisch denken en doen belangrijker dan het verworven gevoel van eigenwaarde. Aangeraden werd om indien aanwezig banen van Inheemse mannen en vrouwen te vervullen. Dan kwam er in ieder geval geld binnen.

Warga Negara

Het IEV moest wel politiek actief worden; alleen zo konden veranderingen tot stand komen. Bestuursleden kwamen in plaatselijke politieke organen en namen ook deel aan de Volksraad.

Na de crisis, na de oorlog adviseerde het IEV de overgebleven leden om de Indonesische nationaliteit aan te nemen. Hoofdbestuursleden deden het ook; al kwamen enkelen daarvan terug. Het IEV veranderde weer, de naam werd Gabungan Indo Anak Kesatuan Indonesia, de blik was niet meer gericht op het Indische.

Maar wat bleef is dit:

  • het IEV was de grootste emancipatiebeweging van Indische Nederlanders
  • de Bond heeft Indië veranderd, ten gunste van de Indo
  • duizenden Indo’s hebben hun leven kunnen verbeteren dankzij het IEV

Het is daarom zo jammer, dat het grote IEV-archief zoek is. Misschien komt het nog eens van een zolder af. Tot dan hebben we vooral hier en daar wat jaargangen van Onze Stem, een mooie biografie van Zaalberg en enkele andere boeken die iets onthullen van deze indrukwekkende Indische vereniging.

Kennislezing Indo-Europees Verbond

Daar geef ik begin oktober een kennislezing over, voor iedereen die via de familie verbonden is met Indië en met degenen die er belangstelling voor hebben.
De kennislezing gaat onder meer over:

  • de grote Indische idealen anno 1919, gedurende de crisistijd en na de oorlog
  • in grote lijnen de ontwikkeling van het IEV 1919-1951
  • wat betekende het voor het IEV om Indo te zijn (en waarom die term ‘Indo’)
  • mochten er ook niet-Indo’s lid worden
  • de vergeten Indische verenigingen, voorgangers van het IEV, met hun doel voor Indo’s
  • de destijds beroemde Indo’s van het IEV: wie waren ze, wat zeiden ze
  • de IEV-vrouwenorganisatie (net als je denkt het is voor iedereen, ontdek je o, er was een aparte vrouwenclub)

Portret van Dick de Hoog (vooraan, tweede van rechts), met onderwijzers van de IEV-scholen (Collectie Tropenmuseum)

Praktisch
Verenigt u! Opkomst en bloei van het Indo-Europees Verbond, 1919-1951 (Kennislezing)
Wanneer: maandag 5 oktober 2026 om 0930 uur
Waar: online
Kosten: gratis
Opgeven via formulier:
(dat komt bij mij in de mailbus en dan mail ik terug]

Ik ben graag bij deze kennis-lezing

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

 

Naar de Pasar Gambir te Batavia, 1921

De stand van Ford in de avonduren op de Pasar Gambir in Batavia, 1921 ( Collectie Wereldmuseum)

Het is betoel Pasartijd, elk weekend kunnen we ergens heen en overal is muziek en eten, ik kan winkelen, alleen de afdeling boeken en lezingen is altijd wat magertjes. De drukke tijd van nu bracht mijn gedachten naar de Pasar Gambir, die in 1921 te Batavia een groot succes was, en dat na jaren van zozo.

Waar kwam dat succes vandaan?

1 Een wilskrachtige resident, te weten J.D. Hunger, hij ging wel in 1922 naar een functie elders
2 Geld, toen de resident beslist de pasar wilde, verscheen er in varia gedaanten budget
3 Op tijd beginnen met organiseren, maanden voorafgaand aan augustus waren al de eerste vergaderingen
4 Combineer het: op 31 augustus was het natuurlijk Koninginnedag, toen wel, wie denkt nou nog op die dag aan koningin Wilhelmina?
5 Een krankzinnig groot en veelzijdig programma, met een bewuste keuze om daarin alleen Batavia te promoten

Geld- budget

In het gemeenteblad van mei 1921 werd iets genoteerd om een ‘garantie’ te verlenen voor het houden van een pasar Gambir. In dezelfde maand werd er een comité gevormd, op last van de resident met als voorzitter de assistent-resident van Batavia zijnde de heer W.P.A. Kloprogge. Die kon dus het werk doen, in samenwerking met burgemeester R.A. Schotman. Het plan was twee weken, eind augustus en begin september. Ambitie die geld mocht kosten: gedacht werd aan een totaal van 45.000 gulden, anno 1921 een fortuin. Dat budget kwam deels van het gouvernement, deels van de gemeente en deels van fondsen, vooral via financiële constructies.
Het beeld was duidelijk: er moest iets groots en goeds komen, locatie Koningsplein-Zuid, openingstijden van 8 uur ’s morgens tot half twee ’s nachts, programma’s verkrijgbaar in het Hollands en in het Maleis.

De spanning liep op

Naarmate er meer bekend werd van wat de Pasar Gambir zou inhouden, liepen de spanningen natuurlijk op. Er kwamen automobielraces, schreef het Bataviaasch nieuwsblad:

  • Naar wij vernemen zullen tijdens de a.s. Pasar Gambir op 28 dezer van 10—12 v.m. en van 4–6 n.m. op de terreinen van de Pasar Gambir automobielraces voor Europeanen en inlanders worden gehouden, waarvoor kunstvoorwerpen en geldprijzen beschikbaar zullen worden gesteld.
  • Het inleggeld voor Europeanen bedraagt f 10.— ; voor inlanders is de deelname gratis.

Dat was al opwindend, maar er kwam meer, wist de krant:

  • Bij den opzet van deze Pasar Gambir heeft het doel voorgezeten deze gaandeweg meer het karakter te geven van een plaatselijke jaarmarkt, een plaats waar producten en consumenten, elkaar ontmoeten met het doel er zaken te doen.
  • Men deelde ons mede, dat het aantal aanvragen om stands van niet-Europeesche zijde de beschikbare ruimte overtreft. Ook verschillende Europeesche firma’s hebben een stand gehuurd, van deze stands is echter nog een aantal beschikbaar.

Verder werd verwacht:

  • tentoonstellingen van producten van inheemse nijverheid, van groenten en landbouwproducten
  • een bloemententoonstelling
  • een hondententoonstelling
  • een tentoonstelling van hoenders en postduiven
  • militaire muziek
  • elke voor- en na-avond openluchtbioscoop
  • verschillende wedstrijden
  • vele speciale attracties, “waarvan nog nader bekendheid zal worden gegeven.”

Daar willen we heen, dacht Europees Indië, en zo dachten ook andere bevolkingsgroepen, gezien het grote aantal standaanvragen van niet-Europeesche zijde, zoals de krant schreef. Hiervan moet een enorme administratie zijn ontstaan, van dus vooral inheemse standhouders die met naam en toenaam bij de organisatie bekend waren.
De Pasar Gambir werd groot. Niet zomaar wat stands. Het groeide uit tot een complex van gebouwen, elk met een eigen functie, en daarbij een multifunctioneel terrein.
Op zaterdag 27 augustus 1921 opende resident Hunger de pasar, diezelfde dag waren er al tienduizenden bezoekers.

Uiteraard schreef het Bataviaasch nieuwsblad over de opening, en positief ook, met een speciaal woord voor de inzendingen “der inlandsche bevolking”, zoals de goud- en zilversmeden te Soekaboemi, verder ‘fraai batikwerk’ en verschillende soorten snijwerk. Bij de Europese stands viel vooral de ‘Rolls Royce luxe-limousine’ op, met een waarde van 75.000 gulden. Wat de eerder genoemde speciale attracties waren, bleek nu ook:

  •  komedie stamboel
  •  bangsawan troep
  • cabaretgezelschap-Van Wijk
  • glijbaan en draaimolen
  • een ‘arena’ waar inlandsche gladiatoren elkaar met hellebaard en zwaard bekampten
  • voor Europeanen: het restaurant van de firma Fröscher op het midden-terrein de groote attractie
  • een krontjongconcours
  • vlieger-en postduivenwedstrijden
  • volksspelen om veldprijzen en kledingstukken
  • vuurwerk opgeluisterd door bataljonsmuziek
  • atletiekwedstrijden
  •  operette

En dan waren er nog de automobielwedstrijden. Daarover later meer.

Gelukstent van Tio Tek Hong, Bataviaasch nieuwsblad, 2 september 1921

Ook de GG kwam

Dat Batavia iets goeds en belangrijks had, vernam ook de gouverneur-generaal D. Fock. Hij kwam met gevolg naar de Pasar Gambir en liet zich een drietal uren rondleiden. Speciaal voor hem werden er driehonderd postduiven losgelaten. Hij toonde grote belangstelling voor een ‘demonstratie’ van politiehonden.
Het kon niet mooier.
Toch moet er wel degelijk iets aan de hand zijn geweest, iets, dat de krantenkolommen niet haalde. Want waarom vond de GG het nodig om complimenten te maken over het optreden van de politie? Er was sprake geweest van ‘genomen maatregelen’, zowel door de Europese als de inlandse politie. Tegen wie, waarom, dat stond er niet bij in de krant.
Mogelijk hing er toch een schaduw over de Pasar Gambir. Slechts vijf jaar later zou immers het interneringskamp Boven-Digoel worden geopend, waar onder andere nationalisten zonder vorm van proces konden worden opgeborgen. Zo argeloos vanzelfsprekend was de koloniale samenleving niet meer. Misschien dat daarom de kranten net wat harder juichten over de Pasar Gambir.

Automobielwedstrijden

Die waren er dus ook, verdeeld in klassen. Er was de klasse Europeanen (Amateurs): Ie prijs W. van Asten met Ford Omnibus. Ook de klasse Inlandsche Beroepschauffeurs: 1e prijs Kasmo met Ford. Dan waren er de ‘Achteruit en vlaggenraces’, waarvan er alleen uitslag was van de Europeanen.
Nadere informatie over het traject ontbreekt.

Al met al moet het een enorm groot en meeslepend evenement zijn geweest, en dat twee weken lang. Veel van het programma zou ik graag bijwonen, vooral het krontjongconcours. Elders is ook sprake van een voordracht door matrozen, indien in uniform, ben ik helemaal voor. Idee voor defensie. En dan al die tentoonstellingen, het uitgebreide van zo’n complex en elke dag gebeurt er iets. Ja, of iets bedreigends, zoals de woorden van de GG suggereren. Gelukkig had de organisatie de administratie nog van alle namen, iedereen die meegewerkt had, bepaald een vorm van controle, het kon zomaar van pas komen.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Waarom kreeg Van Heutsz dat standbeeld? (1935)

In 1935 was Amsterdam het middelpunt van koloniaal Nederland. Daar werd het grote Van Heutsz monument onthuld en hoe. In mijn Van Heutsz biografie Uit naam van de majesteit (2020. derde dr.) schrijf ik: ‘Daar leefde bepaald niet iedereen naar toe. De Van Heutsz-verering riep weerstand op, zowel in nationalistische en communistische kringen in Indië, als bij hun geestverwanten in Nederland. Dergelijke protesten hadden ertoe geleid dat al in 1931 een ‘tegenstandbeeld’ was opgericht voor de socialist Domela Nieuwenhuis. ‘

Evenzogoed was die Van Heutsz-verering in Nederland tot grote hoogten gestegen, mede dankzij commissies en comiteetjes die geld inzamelden en activiteiten organiseerden. Het gevoel hier was eensgezind: Van Heutsz was de grote held van Nederland, hij symboliseerde het koloniale rijk en dat rijk moest behouden blijven. Met Van Heutsz zelf had het al lang niet meer te maken. De generaal voelde afkeer van dergelijke bewieroking.
Uit mijn biografie neem ik hier een licht bewerkt fragment over. Het boek is uitverkocht, ik heb nog enkele exemplaren indien u belangstelling heeft,  klik hier.

Na de dood van Van Heutsz in 1924 begon de verering. Een dode generaal was bruikbaar voor Nederland. Hier ontstond als snelde Commissie tot Huldiging van de nagedachtenis van Generaal J.B. van Heutsz. Prins Hendrik trad op als erevoorzitter, waarmee de steun van het koninklijk huis zichtbaar was. De flinke secretaris was gevonden in de persoon van Vattier Kraane.

Grootsch

Groot, groter, groots

Al snel verdeelde zich de Commissie in een Uitvoerend Comité, een Financiële Commissie, een Ere-Comité en dan waren er nog gewone leden, die zowat dagelijks in aantal toenamen. Vissering schreef op briefpapier van zijn Nederlandsche Bank, er werd vergaderd op het ministerie van Koloniën, en de leden stonden met naam en functie op het briefpapier genoemd. Dit waren niet alleen particulieren, maar hier roerde zich een krachtig koloniaal netwerk, en uiterst succesvol. In oktober bleek de financiële commissie (bestaande uit onder andere Van Aalst, directeur Nederlandse Handelmaatschappij) maar liefst 35.000 gulden te hebben ingezameld vooral onder de eigen connecties en de Amsterdamse bevolking.

Het idee voor het standbeeld was inmiddels verdrongen door een ander idee: dat van de herbegrafenis, in Amsterdam, en dan aan Van Heutsz ‘een waardige rustplaats te bereiden met een passend grootsch monument’. Indien er geld over was, kon dat aan ‘een bestemming worden gegeven, die de herinnering aan Van Heutsz levendig houdt.’

Dat plan sloeg aan, vooral omdat de commissie in de brochure voor geldinzameling uitdrukkingen bezigde als een ‘nationalen plicht’ en de lezers nog eens herinnerde aan het Nederlandse gezag dat dankzij Van Heutsz in de kolonie was gevestigd. Met andere woorden, Nederland was een succesvolle koloniale staat en dat kon iedereen vieren met dit project.

Het leek meer op een zelf-felicitatie dan op een respectvol herdenken van een oude generaal, die, zoals de Middelburgsche Courant waagde op te merken, over dat herbegraven anders had gedacht: ‘Het is niet onmogelijk dat het stoffelijk overschot op verzoek van de Nederlandsche Regeering nog naar ons land zal worden overgebracht, niettegenstaande den wensch van den overledene, te Clarens begraven te worden.’ Zijn eigen wens deed in het geheel niet meer ter zake in een Nederland waarin de huldigings-hysterie had toegeslagen.

Voetstuk

Maar de commissie was niet meer te stoppen door welk tegengeluid dan ook. Elf jaar corresponderen en vergaderen had, naast de herbegrafenis, tot een bij voorbaat indrukwekkend resultaat geleid: het grootste monument van Nederland, dat door Wilhelmina en Juliana onthuld zou worden tijdens een omvangrijk plechtigheid op woensdag 15 juni. De kranten schreven pagina’s vol, zowel over het evenement als over het monument zelf, dat voor een waterbassin met fonteinen was geplaatst. Het monument…

  • bestaat uit twee pylonen van 13 meter hoogte, vereenigd door een stralende zon van 18 meter hoogte. Ter weerskanten strekken zich muren uit met bogen, als vleugels, tezamen 100 meter lang.
  • Voor de pylonen staat op een geweldig voetstuk een Nederlandsche maagd, naar moderne opvattingen gebeeldhouwd en ongeveer 4×4 m groot.
  • Aan de voorzijde wordt de plaquette met de beeltenis van generaal Van Heutsz aangebracht.
  • Deze plaquette is gereed, daarentegen zullen beeldhouwwerken op de beide vleugels van het enorme monument welke Indië zullen symboliseeren, niet meer voor de onthulling gereed komen.
  • De voorstellingen op het voetstuk, voorstellingen van Indische cultuur, zijn wel gereed. Aan de achterzijde van het voetstuk is op een bronzen plaat het volgende te lezen: ‘Zijn scherpe blik, zijn helder verstand, zijn krachtige wil bevestigden het gezag en bevorderden de welvaart in Nederlandsch-Indië.

Koloniale trots

De aanblik van het monument voldeed om de gewenste ervaring van nationale koloniale trots op te wekken. Dát had Nederland in Indië gedaan, was de overtuiging’, orde en welvaart gebracht. Het programma droeg aan deze zelf-felicitatie aanzienlijk bij, met een deelname van een keur aan militaire en civiele autoriteiten, ministers, verenigingen met vaandels, uiteraard was de commissie zelf aanwezig evenals twee kleindochtertjes van Van Heutsz, die aan de majesteit bloemen zouden aanbieden en dan waren er de toespraken nog, van Generaal Swart en minister-president Colijn. De muziek werd verzorgd door de koninklijke mannenzangvereeniging ‘Apollo’ en het corps van de politie. Er waren uitnodigingen verstuurd naar zeker tweeduizend mensen. Uiteraard rukte de pers massaal uit; ook deze keer werd er gefilmd.

Wilhelmina legt de krans

De opname van het evenement laat een zorgvuldig geregisseerd evenement zien, waarvan elke minuut onder controle was. Dat valt op, in de wetenschap dat er protesten waren tegen de viering van het koloniale succes via dit monument. Die moesten buiten beeld blijven.
Het spandoek met de tekst ‘Van Heutszherdenking is bloedige onderdrukking’ paste niet in deze sfeer. De muziek (‘Eer, hem dankbaar toegewijd’) zette letterlijk de toon van een plechtige, semi-ingetogen middag. Dat de majesteit en de kroonprinses witte rouw droegen, wegens het overlijden van prins Hendrik en koningin-moeder Emma het jaar ervoor, droeg bij aan de stemmigheid.

Luitenant-Generaal Swart heette iedereen welkom, sprak een dankwoord uit en maakte vervolgens ruimte voor minister-president Colijn, die lang en gedragen sprak over zijn voormalige overste.

Colijn noemde Van Heutsz een ‘een primus inter pares’ en prees hem als de man ‘die het gevoelen van militair onvermogen, dat de Regeering langen tijd beklemde, heeft doen verdwijnen.’ Een kritische noot hoorde erbij voor de geloofwaardigheid van zijn betoog: ‘Een enkele maal misschien [ging Van Heutsz] wel eens tot over de grenzen eener geoorloofde voorzichtigheid.’ Maar, wist Colijn, het resultaat veroorloofde dat: het leger was bezield met ‘door van Heutsz gewekte vernieuwde militaire waarden.’ Wat die precies inhielden, legde hij niet uit. Het gevoel van offensief optreden kreeg hier de associatie van heldhaftigheid.
Colijn richtte zich persoonlijk tot Wilhelmina met woorden, waaruit duidelijk het nationaal gevoel van die middag sprak. Hij noemde de ‘twee-eenheid Nederland-Nederlandsch-Indië’ zoals in dit monument te zien was, en zei dat via Van Heutsz ‘het volbrengen van Neerland’s roeping in Oost en West’ tot stand was gekomen, waardoor de handeling van het onthullen door de majesteit alles zei en betekende:

  • Dan is die handeling ook een symbool voor de toekomst; dan roept Uwe Majesteit ook zonder eenig gesproken woord, ons daardoor toe: bewaar dit pand van ‘grooter Nederland’ u door onze voorgeslachten toevertrouwd!
  • En dan antwoorden wij, die van de onthulling van dit gedenkteeken getuige zijn, dan antwoordt de geheele Koninklijke weermacht hier en in Indië, dan antwoordt ook het overgroote deel van Uw volk: dit pand is ons heilig: wij zullen getrouw zijn in de bewaring er van; met Godes hulpe getrouw tot in den dood!’

Groter en mooier kon niet, nu God erbij was, naast de strijdmacht, het vorstenhuis en de belangrijke autoriteiten. Met het ‘grooter Nederland’ leek de kolonie voor eeuwig ingelijfd bij Nederland, wat haaks stond op elke gedachte over autonomie. Nadat Colijn gesproken had, stond de majesteit op, drukte op een knop van een nabij tafeltje waardoor een groot doek van het monument viel. Meteen werd het Wilhelmus ingezet. De emotie van het volkslied hielp ook om een pijnlijk moment te overstemmen. Bij het vallen van het doek was zichtbaar geweest wat actievoerders voor elkaar hadden gekregen: een vrouwenfiguur uit het monument droeg een beha. Die werd haastig verwijderd.

Gejuich

Wilhelmina was de eerste de een krans legde: ‘hulde van een Vorstin aan de nagedachtenis van een Harer grootste onderdanen.’ Daarna Juliana, de regering, de familie, het Comité van Heutsz, de Koloniale Reserve, als vertegenwoordigster van het Indische leger, en tenslotte de Koninklijke Nederlandse Marine en het Nederlandse leger, waarna deputaties en verenigingen hun kransen konden neerleggen.

Pas toen kwam de officiële overdracht van het monument aan de gemeente Amsterdam, dankbaar aanvaard door burgemeester De Vlugt. Wilhelmina en Emma vertrokken wuivend in een rijtuig – ‘ver het gansche plein gejuich’ – waarmee de afloop van de onthulling inzette.

De eerstvolgende nacht werd het monument al beklad, uit protest’.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Merkwaardige toestand: de njai in het spel (1931)

Krankzinnigen te Lawang (Collectie Tropenmuseum)

Naarmate de moderne tijd vorderde, ik bedoel de jaren 1930 en jaren 1930, waarin alles gebeurde, zoals de eerste luchtoversteek Holland-Indie (1924), waarin meer auto’s een sneller verkeer mogelijk maakten, waarin telefoon opkwam, de Volksraad was een instelling waarin Indonesiërs vroegen wel om onafhankelijkheid, maar dat hoefde natuurlijk niet meteen, wist de Vaderlandsche Club. Het interneringskamp Boven-Digoel liet volgens conservatoef-koloniale kringen goed zien wat er met dat soort dwarsliggers kon gebeuren.

Gif

En toch, hoe modern het Europese leven ook was, er bleven enkele overblijfselen bestaan uit de tijd daarvoor. Sinds oudsher was er een angst om in het veilige thuis toch onveilig te zijn. Zelfs de damesromans van eind negentiende eeuw schreven over njai’s die hun toean vergiftigden, met succes ook. Wat kon je doen, als Europese man met zekere behoeften?
Niets, zei de angst.
Zoals in het klein, zo in het groot.
Zoals in het huiselijke domein, zo in de maatschappij.

Dus misschien was het juist door de moderne tijd, met die steeds luidere stemmen over onafhankelijkheid, dat de oude angst weer opdook. In maart 1931 publiceerde de Sumatra Post het artikel ‘Merkwaardige toestand: de njai in het spel’ over een Europese man, die thuis ten gronde was gericht door zijn njai.

Geld

Het artikel vermeldde dat de heer Jansen (iedereen kende wel een Jansen) in het krankzinnigengesticht te Lawang was overleden. Jaren ervoor was hij rijk geweest, een vermogen van zeker 70.000 gulden, verdiend dankzij de opkomst van het autobuswezen.
Dat kan, zullen de lezers hebben gedacht, want inderdaad: juist de afgelopen jaren was ook de autobus in Indië in ontwikkeling, met alle problemen voor de infrastructuur van dien. Daar hadden de kranten veel over geschreven.
Goed detail dus. Geloofwaardig.

Wat doet een Europees man met geld? Precies. Rentenieren in een riant huis, nabij Malang. Daar ontving hij zijn oudere broer, die op weg was naar Amerika.
Tien maanden later komt de broer weer. En hij zag dat het mis was, schreef de krant, te weten:

1 Meneer Jansen had een Javaanse njai
2 Zij was een gewezen satéverkoopster
3 De njai had meneer Jansen ertoe aangezet om ‘een Indo-Europeesch meisje van omstreeks 7 jaren in huis te nemen en als eigen kind aan te nemen’. (zij was van de buurman, heette het)
4 Meneer Jansen had een auto gekocht en een chauffeur in dienst genomen voor een salaris van 30 gulden per maand
5 Er was sprake van totale verwaarlozing: de man zelf, zijn boekhouding: “bankbiljetten lagen overal verspreid en zijne huishoudster was heer en meester over zijn schrijfbureau”.

De broer moet het met ontzetting hebben waargenomen: ‘ De heer des huizes scheen overal genoegen mede te nemen, begon vreemd te doen en moest tenslotte in het krankzinnigengesticht opgenomen worden.’

Cadillac

Cadillac V-16 Series 452A uit 1931

Wat de broer ook zag was dat de chauffeur auto’s had gekocht: een Cadillac en een Packard. Luxe auto’s, uit zowat het hoogste segment en dat op zijn salaris.
Ingrijpen was niet mogelijk. Ach, wat een ellende. Meneer Jansen dood, het meisje naar een gesticht (wel met het vooruitzicht nog 9.000 gulden te erven, wat veel geld is maar in vergelijking met 70.000 gulden opeens niet zo veel) en de huishoudster en de chauffeur bleven in het riante huis wonen.

Hoe kort ook, het was een klassiek griezelverhaal over machteloosheid die geleidelijk toeneemt. Er zaten voldoende aannemelijke elementen in. De oudere broer was een vondst, vooral zijn zorg en wanhoop, zoals de krant sober en beeldend noteerde: ‘De broer trachtte herhaalde malen in te grypen, doch tevergeefs.’

Maar ja. Zou het krankzinnigengesticht te Lawang niet een degelijk achtergrondonderzoek hebben ingesteld? En als meneer Jansen ofwel vergiftigd ofwel bewerkt was, dan zouden de artsen daar dit herkend moeten hebben. Ook lijkt het voor de hand te liggen dat de broer er een politiezaak van maakt, bewijzen van een misstand te over.
Dat alles gebeurde niet.

Wat overbleef, was een verhaal om aan elkaar te vertellen, aan de kletstafels in de soos, op de kantoren en in de toko’s. Zoiets kon zomaar gebeuren, in je eigen huis. De Indonesiër bleef toch altijd de onbetrouwbare ander. dat was sinds jaar en dag de moraal van dit verhaal.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt
gratis ebook

De capitulatie van het KNIL, 1942

Luitenant-generaal H. ter Poorten (links) tijdens de capitulatie van het KNIL te Kalidjati op 9 maart 1942. Links Lt-Gen Ter Poorten, commandant van Lt-Kol P.G. Mantel, verder Japanse militairen met Japanse opperbevelhebber de generaal Hitoschi Imamura. (Fotoafdrukken Koninklijke Landmacht)

Het KNIL capituleerde op 8 maart 1942, dat wil zeggen: bij monde van de commandant luitenant-generaal Hein ter Poorten.
Wat een verschrikkelijk iets moet dat voor hem zijn geweest. Ook al wist hij sinds zijn aantreden hoe weinig hoopgevend de situatie in Indië was. En ook al had hij nog maar twee dagen eerder beseft dat hij Bandoeng zou moeten opgeven.
Het is niet voorstelbaar hoe dit voor hem geweest moet zijn. Als ik aan hem denk, in die dagen, voel ik diep mededogen en ontzag. Om zijn stand houden. Te doen wat nog kon, in het besef dat er eigenlijk niets meer kon.

Bandoeng

Vrijdag 6 maart 1942, de hoogvlakte van Bandoeng (West-Java). Japan is verschrikkelijk nabij het KNIL: in de lucht. Op het land zijn de eerste aanvallen. Er liggen troepen. Journalist Karel C. Snijtsheuvel schreef over de nadering van Japanners, de eerste gevechten, hoe een kameraad schreeuwde en alles in hem zei erheen-erheen, maar hij wist: de Japanners staan daar klaar voor mij. Dus hij ging niet.
Bandoeng was vol mensen. Dr L. de Jong schrijft:

  • Bovendien was Bandoeng volgestroomd met vluchtelingen: duizenden vrouwen en kinderen, niet gemobiliseerde mannen ook, waren er heen getrokken, zodat de oorspronkelijke bevolking: meer dan honderdduizend inheemsen, meer dan tienduizend Chinezen en ca. twintigduizend Europeanen (hoofdzakelijk Nederlanders), aanzienlijk was toegenomen.
  • Bandoeng was een ruim gebouwde stad maar voor de gouverneur-generaal had vastgestaan dat er, werd zij uit de lucht gebombardeerd, talrijke slachtoffers zouden vallen.

Het vliegveld Kalidjati was al in Japans bezit. Bommenwerpers lagen er, die over de stad vlogen. Wat zij konden aanrichten, was gemakkelijk voorstelbaar. De gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer gaf aan Ter Poorten het bevel om een officier met een witte vlag te zenden: de vlakte zou niet verdedigd worden.
De Japanse kolonel Tosjinari Sjoji nam dit bericht in ontvangst. Nadere regelingen moesten getroffen worden. In feite was het een capitulatie van dit gebied. Dat was op zaterdag 7 maart 1942.

Capitulatie

Op zondag 8 maart zond de Japanse opperbevelhebber, generaal Hitosji Imamoera een bericht naar de GG en Ter Poorten. Zij moesten komen. Locatie Kalidjati.
Bij dr. L. de Jong lees ik een uitgebreid verslag van deze ontmoeting, gebaseerd op heel wat bronnen. Maar er is geen bron van Hein ter Poorten en juist hij komt er – misschien daardoor – minder goed af. Hopelijk worden juist zijn herinneringen nog eens teruggevonden.
De GG en de commandant zaten er met een eigen visie.
De GG in de wetenschap dat de Nederlandse regering in Londen de capitulatie had verboden, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden. De commandant in het besef van het verlies aan mensenlevens, militair en burger.
Beiden hoorden het dreigement: wanneer er geen totale capitulatie kwam, zou Bandoeng zwaar gebombardeerd worden.
Er was geen ontkomen aan de overmacht. De commandant sprak de capitulatie uit.

De dag erna zou hij via de NIROM het aan Indië bekend maken. Dat was maandagochtend 9 maart 1942. Later die dag moest Ter Poorten weer naar Kalidajti gaan.

Japanse eisen

Weer naar Kalidajti, weer naar de generaal Imamura, weer het besef van het einde aan het zijn leger en ook van zijn commando. De notulen van de bespreking zijn bewaard gebleven. ‘Clg’ staat voor commandant leger, het leger dat gecapituleerd had. De antwoorden van Imamura zijn in de notulen opgenomen:

  1.  Clg deelt mede, dat alle radioverbindingen verbroken zijn. De bevelen zijn per radio-omroep doorgegeven, terwijl door middel van plaatselijke zenders in de Buitengewesten bericht van ontvangst moet worden gegeven. (Aantekening: ontvangstberichten zijn niet binnengekomen.)
  2.  In verband met economische belangen, in hoofdzaak van de inheemse bevolking, is het dringend nodig zo spoedig mogelijk wegen en bruggen te herstellen (slaan van noodbruggen), alsmede de telefoon- en telegraafverbindingen weder in orde te brengen. Hiervoor in te zetten de genietroepen met burgerorganisaties. Noodig machtiging van het Japanse opperbevel voor genietroepen en bijbehorende officieren. Beslissing Japanse opperbevelhebber: principieel geen bezwaren, doch één en ander onder Japans commando. Tolken indelen.
  3.  Clg stelt voor troepen handhaven rust en orde (tegengaan rampokpartijen) wapening te laten behouden. Beslissing: toegestaan, accoord.
  4. Clg deelt mede niet op de hoogte te zijn van nog aanwezig marine en materieel. Stelt voor dit te Soerabaja zelf te doen nagaan. Antwoord: accoord.
  5. Clg deelt mede, dat reeds vernielingen werden uitgevoerd. Verzekert met nadruk dat de vernielingen reeds werden gestaakt vóór de onderhandelingen op 8 maart aanvingen. Sindsdien is niets meer vernield. Antwoord: goed begrepen, erkentelijk voor het stoppen van de vernielingen.
  6. Clg deelt mede dat hij geen garantie kan geven dat geen guerrillabenden zullen optreden. Antwoord: begrepen, Clg wordt verzocht mede te werken guerrillabenden op te sporen en uit te schakelen.
  7.  Clg verzoekt toestemming de lijken van Nederlands-Indische militairen die gevallen zijn tussen Lembang en Soebang te doen begraven. Antwoord: toegestaan.
  8. Clg stelt voor verplegingspersoneel in dienst te houden met het oog op de verzorging van de troep. Antwoord: accoord.
  9.  Clgt stelt voor dat de officieren tot een nader te bepalen datum hun wapening blijven dragen met het oog op handhaving van orde en rust. Antwoord: in beginsel accoord; omvang zal morgen worden bekendgemaakt. (Aantekening: nadere regeling heeft niet plaatsgevonden; officieren behalve generaals, werden ontwapend)
  10.  Clg vestigt er de aandacht op, dat troepen niet geconsigneerd kunnen blijven. Antwoord: voorlopig is vrij lopen verboden; zal nader worden geregeld.
  11.  Japansche bevelhebber verzoekt Clg medewerking in contact treden met bevelhebber Britsche troepen. Toegezegd.
  12.  Clg stelt voor landstorm, militie en reserveofficieren die bij de demobilisatie van het leger kunnen worden gemist en nodig zijn voor het bedrijfsleven onmiddellijk te demobiliseren. Antwoord: principieel accoord; zal overigens door de plaatselijke bevelhebbers worden beslist.

Wat een lijst. De dag hierna, dus op dinsdag 10 maart 1942, moest Ter Poorten akkoord gaan met een ‘Tweede groep eischen voor het militaire departement’. Japan drong dieper door in het nu voormalige Indië; alles moest uit handen gegeven worden. Het KNIL was voorbij. Indië was voorbij. Een nieuwe tijd was begonnen.

KNIL-lezingen

De geschiedenis van het KNIL 1814-1942
Lezing 1: maandag 10 augustus 2026 om 0930 uur
Gratis en online

Meer over het KNIL, 1942-1950
Lezing 2: maandag 17 augustus 2026 om 0930 uur
Gratis en online

Den Haag
Bent u niet zo digitaal? Geen probleem. Op zondagmiddag 23 augustus 2026 sta ik in een zaal van het Pianohuis in Den Haag. Daar geef ik mijn lezing over de opheffing van het KNIL en wat erna gebeurde.
Waar: Het Pianohuis, Noordeinde 64A, 2514 GK Den Haag
Wanneer: zondag 23 augustus 2026, 1600-1700 uur
Kosten: gratis

Voor elke lezing geldt: eerst opgeven: klik hier, kijk en geef u eventueel op

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Iets over het Andjing Nica Bataljon

Inf. V KNIL, het “Andjing Nica” bataljon, bezet Magelang. Geen verbinding met de “T” brigade te Djocjakarta. Voor herkenning uit de lucht wordt de (scheld)naam van het bataljon op de weg gekalkt. (Collectie: Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

Zeg Andjing Nica bataljon hardop en u ziet meteen wie er alert opkijkt. Dat zijn de nazaten van militairen die eens deel uitmaakten van het roemruchte Andjing Nica bataljon. De mannen zelf zullen er nauwelijks meer zijn.

Indisch

Ik las over het Andjing Nica bataljon twee boeken en meteen erna begon ik ze te herlezen. Het zijn andere boeken dan gewoonlijk over de oorlog in Indië.
Deze zijn diep van binnenuit geschreven. En het gaat over Indische jongens en mannen, die zich in dit bataljon aaneensloten, met andere etniciteiten. Daarbij kom ik veel wreedheden tegen van Indonesische zijde.
En toch herlees ik door, en misschien heeft u de moed en de interesse dat straks ook te doen. De boeken zie ik staan op Boekwinkeltjes.nl, daar heb ik ze zelf ook gekocht.

Lapré

S.A. (Sjoerd Albert) Lapré, ridder Militaire Willemsorde vierde klasse: Het Ándjing Nica Bataljon (KNIL) in Nederlands-Indië(1945-1950)
Uitgebracht in eigen beheer en met succes, ik heb de tweede druk.
Hij commandeerde als toenmalig eerste luitenant de eerste compagnie, periode 1946 tot en met 1949. Op basis van zijn dagboek, hulp van anderen en verzamelde documentatie schreef hij eerder een naslagwerk dan een boek om mee om te bank te gaan liggen, en hoe waardevol is dat naslagwerk. Op pagina 7 staan de zeven fasen van het bataljon als volgt:

  • Fase 1: de oprichting
  • Fase 2: december 1945 – juli 1947: periode Bandung, Tjimahi, Lembang; en omgeving
  • Fase 3: 21 juli – 5 augustus 1947: 1e politionele actie, Bandung, Tandjongsari, Tomo-bruggen, Soemedang, Cheribon, Slawi, Balapoelang, Boemiajoe, gunung (berg) Slamat, Poerwokerto, Banjoemas, Serajoe-bruggen, Kroja, Soempioeh, Gombong en de tussenliggende plaatsen
  • Fase 4: augustus 1947 – december 1948 Gombong, Soempioeh; en omgeving
  • Fase 5: 19 december – 22 december 1948: 2de politionele actie; Gombong, Karanganjar, Keboemen, Premboen, Koetoardjo, Poerworedjo, Salaman, Progobrug, Magelang en de tussenliggende plaatsen
  • Fase 6: Magelang en ongeving; onder andere Salaman, Temanggoeng, Parakan, Moentilan en de vulkanen Soembing, Soendoro, Merbaboe, Merapi
  • Fase 7: de opheffing. Vertrek uit Oost-Borneo: Balikpapan, Tarakan en omgeving; Magelang naar Semarang voor Inscheping

Met zo’n lijst is het type boek meteen duidelijk: veel details, overzichten, nog meer tijdlijnen met meer details en een enorme hoeveelheid persoonlijke ervaringen, ook van Indonesische zijde, die vooral hoffelijk van toon zijn. De vele foto’s zijn geweldig om te zien, maar ook wat te donker afgedrukt. Maar: wel veel namen erbij.
Eigenlijk is dit het ultieme boek over het bataljon, maar juist door die veelheid details komt het niet altijd dichterbij. De inhoudsopgave is heel kort en alleen een hulp voor degenen die het boek kennen. Ik verlang naar een heruitgave, met grotere foto’s en een personenregister: namen kunnen opzoeken, dat is voor velen belangrijk.

Jalhay

Wat het bataljon wel dichterbij bracht, was het persoonlijke verhaal van S.M. (Math) Jalhay: Allen zwijgen. Merdeka en Andjing Nica tot Apra
Ook eigen beheer, zonder een jaartal van uitgave, en de auteur is een Indische jongen, zoals hij zelf zegt. Het is een herinneringsverhaal in eenvoudige stijl geschreven, waardoor het helder de gebeurtenissen van toen voor ogen roept.
Waar Lapré feiten geeft, vertelt Jalhay een persoonlijk verhaal. Zo vullen ze elkaar aan. Lapré meldt dat het batalajon als Infanterie V in oorlogstijd ontstond. Jalhay schrijft dat hij zich in het Tjihapitkamp (Bandoeng) aanmeldde en dan:

  • Er waren een stuk of zeven jongens bij, die nog geen achttien waren en nooit een geweer van dichtbij hadden gezien, laat staan er mee geschoten.
  • Het waren Indische jongens, die tijdens de Japanse bezetting niet geïnterneerd waren geweest, alle ellende onder de Japanners hadden meegemaakt en toen ze dachten, dat er eindelijk bevrijding was, in een nog grotere ellende terecht kwamen.
  • Nu waren ze door de peloppors uit hun huizen verdreven en er waren jongens bij, wier familieleden reeds waren vermoord.
  • Meer om wraak te nemen dan om de goede zaak te dienen, hadden deze jongens zich vrijwillig gemeld voor militaire dienst.
  • De anderen waren net als ik afkomstig uit de Japanse interneringskampen en hadden wel militaire ervaring.

Herhaaldelijk vertelt Math Jalhay hetzelfde verhaal met andere namen en andere locaties: over het opjagen en uitmoorden van Indische familieleden, met verschrikkelijke beelden. Zijn verhaal over de meisjes in de put, alleen een flard van de jurk nog herkenbaar, blijft me bij. En ook de woede en wanhoop die Indische jongens en mannen daardoor voelden.
Wij van na de oorlog mogen de arrogantie niet bezitten om te zeggen ‘ik begrijp het’ of om een snel moreel oordeel uit te spreken. We kunnen ons alleen laten raken, bij het lezen de ogen te sluiten, en te wachten, te zuchten, om dan verder te lezen.

Het logo, zoals afgebeeld op het boek van Lapré

Aanvankelijk is het dan nog Infanterie V opgericht om orde te scheppen en om burgers te beschermen, meldt Lapré, maar dat wordt al snel anders. Dan komt die naam ook, waarvan Lapré meldt: andjing is hond, NICA verwijst naar Nederlands-Indische Civiele Administratie.
Math Jalhay maakte deel uit van de wraakactie waarbij de naam Andjing Nica ontstond. Een trein vol mensen werd even voorbij station Tjimahi onder vuur genomen:

  • ’s Avonds hoorden we via de Indonesische radio-omroep, die uitgebreid op deze massaslachting inging, dat er vijf en dertig vrouwen en kinderen in de trein waren gedood en er negentig zwaargewonden waren.
  • Bij deze gelegenheid werd ons onderdeel uitgemaakt voor ‘Andjing Nica’.
  • Als scheldwoord bedoeld, werd deze benaming door ons onderdeel tot symbool verheven. Het vijfde bataljon infanterie kreeg hierna de naam ‘Andjing Nica’ en ieder lid van dit korps droeg met trots een badge van de afbeelding van een hondekop.

KNIL

Terug naar Lapré: ‘Die tijden van weleer waren bepaald geen vriendelijke perioden en er is van beide kanten hard gevochten.’ Dat blijkt ook uit beide boeken. Geen goedpraten, geen vingerwijzen, het is over en weer oorlog.
Tot het niet meer zo is, officieel dan.
Ook het Andjing Nica Bataljon werd opgeheven, als onderdeel van het KNIL, in 1950. Gelukkig hebben we deze twee boeken nog.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Hoe Van Heutsz ontvangen werd in hotel Des Indes (1904)

Van Heutsz in het rijtuig, Den Haag (beeld Haags gemeentearchief)

Des Indes, een legendarische naam, zowel destijds in Batavia als tot op de dag van vandaag in Den Haag. Ik dacht er weer aan toen ik van het Haagse festival Jalan Jalan een uitnodiging kreeg voor de opening, in Des Indes, Den Haag.
Vermoedelijk vanwege de Indische connectie.
Heel goed.

Des Indes zelf heeft evenwel zelf een selectief geheugen, ook wat het Indische betreft. De laatste keer dat ik er was, zag ik een aantal fraaie borden met de eigen geschiedenis erop in woord en beeld. Alles even geweldig natuurlijk.
En wat anno 2026 niet meer beviel, dat was gewoon geschrapt. Tevergeefs zocht ik naar de glorieuze dagen, toen generaal Van Heutsz in 1904 zijn intrek nam in het hotel.
Hoe zat dat?

Terug naar 1904.
Van Heutsz, dan officieel nog gouverneur van Atjeh, reist naar Nederland. Hij is uitgeroepen tot de overwinnaar van de Atjeh-oorlog, hij is de pacificator. En nu komt hij hier, vermoedelijk om te vertrekken als gouverneur-generaal van Indië.
Dat alles bij elkaar zet de fine fleur van Nederland in beweging. Overal vormen zich commissies, gericht op het huldigen van de aanstaande GG en – op het behartigen van de eigen belangen.
Ook in Den Haag.

Juichen

Na een uitputtende treinreis arriveerden Van Heutsz en zijn echtgenote eindelijk in Den Haag, Hollands Spoor. De ontvangst op het treinstation overtrof alle vorige, in kwantiteit en kwaliteit. Muziek, toespraken, de gemeenteraad, de commissieleden, vertegenwoordigers van de koningin-moeder en de prins, muziekkorpsen, kinderen met vlaggetjes en massaal uitgestroomde burgers en buitenlui.
Van Heutsz werd naar Des Indes begeleid, dat wil zeggen voorafgegaan en gevolgd door rijtuigen die door de straten reden. Het volk juichte en gooide bloemen in de rijtuigen. De straten waren propvol.
In Des Indes wachtte het welkom te ervaren van het Haagse hoofdcomité voor het huldigen bestaande uit – inmiddels – 150 personen:

  • In den omtrek van het ‘Hôtel des Indes’ was ’t zwart van de menschen.
  • Bij de aankomst van den stoet daverden ook hier de hoera’s door de lucht.
  • Vooral de schooljeugd, die, voorzien van vlaggetjes, in grooten getale aanwezig was, en in de eerste gelederen had plaats genomen, juichte en jubelde om het hardst, terwijl de huzarenkapel Het Wien Neêrland’s Bloed aanhief.
  • Toen Generaal Van Heutsz, kort na aankomst, zich met Mevrouw Van Heutsz op het balkon vertoonde, brak andermaal een geestdrift vol gejuich uit.

Selfie met de generaal, gemaakt te Bronbeek.

Iedereen in de hofstad wist dus wel waar de generaal te vinden was. Degenen met connecties en zij die dat nodig hadden. De kinderen die massaal met vlaggetjes Van Heutsz toejuichten. Alle leden van het huldigingscomité zeker, want zitting daarin kunnen nemen, dat wilden de koloniaal-conservatieve kringen zeker.
Des Indes gaf volop gelegenheid tot huldigen en toejuichen en het deed zelf ook mee. Er waren volop rozen, witte bloemen en sierplanten aangebracht, in het restaurant stond een borstbeeld van de koningin met daarbij een portret van Van Heutsz, en ook een decoratie van de Nederlandse vlag. Dit zei het: een held was hij, een gunsteling van de majesteit, een dienaar van het volk.
In de receptiezaal waren talloze gezonden bloemstukken uitgestald, onder andere van de Vereeniging ter beoefening van de Krijgswetenschap en van de weduwe van generaal Eenoog, Karel van der Heijden.
Herhaaldelijk moesten Van Heutsz en zijn echtgenote op het balkon van Des Indes zich vertonen aan de mensenmassa. Zij zagen de generaal: ‘een meer energieken dan mooien gebruinden kop’, grijze stoppels en een gewone gestalte. Maar hij wàs het. Toespraken werden over en weer gehouden, waarbij de huldigende partij Van Heutsz zowat de hemel in prees als militair en staatsman, en Van Heutsz naast dankwoorden ook sprak over sneuvelen van manschappen. Een domper was dat niet. Want het was immers Van Heutsz.

Op de film

Ook op dat balkon gebeurde iets interessants. Het Algemeen Handelsblad schreef: ‘In het hotel gebruikte de generaal en zijn verwanten de lunch, nadat de generaal en mevrouw zich op het balcon hadden laten photo- en cinematographeren.’ Dus: op de film en op de foto. Waar is dat gebleven?
Onvindbaar, toen ik destijds mijn biografie over Van Heutsz schreef. Maar er verschijnen voortdurend nieuwe bronnen. Ik blijf hopen.

De Telegraaf publiceerde het verzoek van Van Heutsz om ‘voor alles te mogen bedanken”.

Wat ik wel begreep, was hoe vermoeid Van Heutsz moest zijn geweest van al dat huldigen. Hij wilde het niet. Hij had gehoopt het af te kunnen zeggen. Maar dat kon niet. Al die belangen. De schoolkinderen. Er moest en zou gehuldigd worden.
Na de ontvangst na aankomst ging het dus verder. Er was een bomvol programma georganiseerd in de grote feestzaal van de Dierentuin. Toespraken, erewijn, een lange middag met daarna een diner. Pas toen kon hij eindelijk terug naar het hotel.

Ach, wat een dagen zullen dat geweest zijn in juli 1904. Ik zal er straks aan terugdenken. En als u langs Des Indes loopt, kijk dan even omhoog naar het balkonnetje.
Daar stond Van Heutsz dus, met zijn echtgenote, samen zwaaiend naar een euforisch Den Haag die de generaal zowat aanbad.
Goed om te weten.
Vooral omdat Des Indes het niet meer wil weten.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Stoomcursus LIVE: workshop als het verhaal eindelijk af moet


Stoomcursus LIVE: online workshop. Maak een plan. Voer het uit. Presto, klaar. Uw verhaal staat op papier. Alleen: u moet wèl weten hoe dat werkt.

Dat ga ik dit jaar uitleggen in de nieuwe editie van de Stoomcursus LIVE. Op de eerste dag maak ik met u een plan voor uw schrijfproject.
En op de tweede dag zet ik u in de stand uitvoering en actie.
Denken en doen.
Actie is: weten wat u moet doen om het doel te bereiken en dat ook doen. Anders bent u wat aan het bewegen en dat is leuk voor in het pierenbadje maar niet als u naar de overkant wilt zwemmen en dat wilt u want dat is uw doel.

Ik bedoel te zeggen. Het is nu juli 2026 en u kunt uw verhaal eind volgend jaar op papier hebben staan. Dat duurt nog even. Maar u weet net zo goed als ik hoe snel de tijd gaat. Een dag is zo om. Een week, een maand, wat doen we eigenlijk met al die tijd?
Goed gebruiken hoop ik.
En na de workshop nog beter en gericht gebruiken.

Het heet Stoomcursus LIVE met twee goede redenen: ten eerste ga ik alles in stoomtempo uitleggen en ten tweede is het live, wegens ik zit dan in de workshop.

Dit is uw resultaat:

Eind volgend jaar staat uw verhaal op papier. Dat is 1 december 2027.
Dat kan zijn in boekvorm. Het kan zijn een kopietje met een nietje. Ik vind het allemaal goed, op voorwaarde dat u besluit mee te doen en u bent bereid er iets voor te doen.

Want het gaat niet vanzelf.
Het gaat ook niet met schrijfworkshops die vooral inspiratie bieden.
Het gaat evenmin met van die invulboekjes, anders was u dit niet aan het lezen.

Stel, u heeft tijd van leven. Waar bent u op 1 december 2027, wat gaat u die maand doen? Misschien is dit een boek voor de familie zodat de jongere generaties weten waar ze vandaan komen. Of uw eigen levensverhaal. Of een bundel van-alles-wat, korte verhalen, recepten, foto’s.
Dan is december een goede maand. De cadeaumaand, immers.
Maar ook en vooral een maand waarin u en ik terugdenken aan het afgelopen jaar, ons bezinnen op wat werkelijk van waarde is, en wat we betekenen voor anderen.
Als u dit boek aan de familie geeft, betekent u veel. Dat voelt u wel van binnen, denk ik. Misschien voelt u ook een ja-maar. Die hoor ik vaak: van geen-schrijver te zijn en dergelijke. En dan zeg ik altijd: niemand wordt zo geboren. Als u structuur heeft en een beetje hulp, dan komt u ook al waar u wilt wezen. Aan één Louis Couperus heeft de wereld genoeg.

Is het iets voor u?

  • Alleen als u werkelijk aan de slag wilt
  • U heeft al langer een verhaal in uw hoofd en u bent best druk, dus als u snel en goed kunt horen wat u moet doen, helemaal fijn, dit is voor u
  • Het is ook voor u wanneer u al een paar keer bent begonnen en weer bent opgehouden omdat het gewoon niet ging dus u heeft nieuwe moed en inspiratie nodig en een beetje meer weten wat u doet en waarom

De tijd gaat snel
gebruikt hem wel

Opgeven en dan?

  • Na opgave krijgt u een bevestiging uit het mailsysteem. Geen mail? Mij mailen, dan maak ik het in orde
  • U krijgt erna drie mails met een vraag van mij. Dat is een soort huiswerk, en dat kunt u aan mij opsturen. Ik kijk er serieus naar en u krijgt een reactie ook. Wilt u niets insturen, prima
  • U krijgt ook op de dag van de workshop mail met hoe u erbij kunt zijn, het is online dus u hoeft dan alleen een kijk-knop in de mail aan te klikken
  • Tijdens de workshop stel ik vragen. Die kunt u in de chat beantwoorden. Bent u daar te verlegen voor, dan hoeft het niet. Mij mailen mag ook. En de hele tijd stil blijven vind ik ook goed.

Dit gaat u leren:

Antwoord: wat u moet doen en laten zodat uw verhaal op papier staat op 1 december 2027

Dag 1: Het Plan
Maandag 31 augustus; aanvang 0930 uur.
Zomaar gaan zitten schrijven is vragen om teleurstellingen. De eerste dag lukt het, de tweede al wat minder, daarna komt er iets tussen en hopla, weer een week om. U stelt het uit naar volgende maand, na de vakantie, u tilt het over de feestdagen heen en in januari bent u er nog niet aan toe. Er is altijd wat. Zo komt er niks van terecht.
Een plan houdt u op koers.
En dan vooral een plan van aanpak. Ik leg uit hoe u begint, hoe u structuur aanbrengt, hoe u tot schrijven komt en aan het schrijven blijft, wat te doen als familieleden u onder druk gaan zetten en of u ja dan nee naar de archieven moet.
Ik bespreek met u welke mogelijkheden er zijn om er een boek van te maken, van iets alleen voor de familie tot en met uitgeven bij een echte uitgeverij.
Dus u leert een plan te maken waarmee u uw verhaal op papier kunt zetten. Het plan laat u zien: zo kunt u het realiseren (en dat gaat u doen ook).
Of u nog moet beginnen of al zes keer bent vastgelopen: wees erbij. Ik ben praktisch en gericht op resultaat. Dat begrijpt u meteen als u hoort dat ik meer dan 30 boeken heb geschreven, inclusief een proefschrift. In deze workshop vertel ik onder andere:

  • Waarom u geen discipline of inspiratie nodig heeft (ik kan ook zonder)
  • Hoe u een werkschema maakt dat u gemoedsrust en vreugde brengt
  •  Wat voor structuur u nodig heeft voor uw project

Dag 2: De Uitvoering
Dinsdag 1 september 2026; aanvang 0930 uur.
Ja, dan is het opeens al september.
Een plan bewijst zijn kracht in de uitvoering. Dat komt ten dele aan op uw inzet. En het komt ten dele aan op weten wat u moet doen en daarvoor heeft u wat techniek nodig. Die krijgt u van mij. Techniek en schrijftips, uit mijn eigen praktijk. U leert onder meer:

  • zo vermengt u historische context met het verhaal zelf (zonder dat u geschiedenisles geeft)
  • zo houdt u het verhaal interessant en boeiend voor lezers  (dat is meer dan een entoen-entoen)
  • zo schrijft u gemakkelijk en met plezier (dat u voelt, ik heb er zin in)

Van uitstel komt afstel

U weet misschien, ik werk nu aan een kroniek over de familie Snijtsheuvel, het heeft groot in Moesson gestaan. Volgend jaar op 1 september moet het af zijn. Dus ik werk door. Maar ik kijk veel te vaak op websites naar pyjama’s die ik nooit zal kopen.
Uitstelgedrag. Ik herken het bij mezelf. Steeds weer moet ik mezelf tot de orde roepen.
En dat doe ik ook.
Want we hebben niet eindeloos de tijd, ik bedoel, u en ik zijn niet onsterfelijk. Ik herinner me nog die ene uitvaart van een geliefde oom, en het geluid van het plofje zand dat op zijn kist viel. Het was voor mij een waarschuwing om goed met mijn dagen om te gaan.
Dat doe ik met mijn boeken en ook met de tijd die ik steek in de voorbereiding van deze workshop.
Dus dat vraag ik ook aan u. En daarmee bedoel ik: als u wilt meedoen aan de workshop, dan wilt u echt aan de slag. En u heeft er zin in. En u bent ook van plan ervan te genieten.
U wilt vooral weten: hoe pak ik het aan?
Daar heeft u straks mij voor.
Ik herhaal:
Dag 1: Het Plan
Dag 2: De Uitvoering

Voor wie is het niet?

  • U denkt komt tijd komt raad er is altijd een volgende dag
  • U vindt dat u moet maar u heeft eigenlijk geen zin
  • U wilt bij een grote uitgeverij en internationaal succes hebben (daar gaat meer tijd in zitten)

Dus het is aan u om af te wegen of de workshop Stoomcursus LIVE voor u belangrijk kan zijn. Ik ga in ieder geval mijn best doen en ik hoop dat u erbij wil zijn.

Stoomcursus LIVE editie 2026
Wat: Stoomcursus LIVE: online workshop
Wanneer:
Maandag 31 augustus 2026: Het Plan
Dinsdag 1 september 2026: De Uitvoering
Hoe laat: 0930-1030 uur zowel maandag en dinsdag
Waar: online, na opgave komt de technische informatie tijdig naar u toe
Kosten: gratis

Drie keer belangrijk om te weten

1 Kunt u er niet bij zijn? Geef u toch op, aks de techniek meewerkt, krijgt u de opname vanzelf in de mailbus.
2 Deze tweedelige workshop geef ik pas volgend jaar weer. Waarschijnlijk. Niet heel zeker. Dus wilt u aan de slag, schrijf u dan in.
3 Ook mogelijk: de schrijfmatinee bij de Indische boekhandel Moesson (Den Haag) op zondag 30 augustus 2026, klik hier voor meer lezen en opgeven.

Opgeven:
via het onderstaande formulier voor nader contact. Ik mail u dan terug en dan weten u en ik het komt in orde.

Ja, ik doe mee met de Stoomcursus LIVE

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Over de verbijsterende Indische opstand, Batavia 1848

Indo-Europese man te Semarang, 1865 (KITLV 179706 )

Batavia, 1848. Een roemrucht jaar, want in 1848 begon de emancipatie van de Indo-Europese bevolkingsgroep. Zo u wilt: de Indische emancipatie.
Er zijn notabelen en huisvaders, die zich verzetten tegen een nieuwe regeling uit Nederland, die vooral deze groep pijn zal doen.
Een besef van eigenwaarde ontluikt.
Een verlangen zich te uiten.
Om gelijkstelling te eisen.
Het was in zekere zin een opstand.

Je zou verwachten dat elke instelling met Indisch erfgoed hiervan schilderijen heeft hangen. Groot. Dat er toneelstukken zijn met meeslepende reconstructies.
Ik heb nog niks gezien, u wel?
Terug naar Batavia.

Zielzorger

Indo-Europese man op Java, circa 1880 (KITLV 179986)

Eerst wat aan de opstand vooraf ging. Dat was de invloed van de Hollandse dominee W. R. baron van Hoëvell, een man die in 1837 in Batavia was begonnen als zielzorger van een vooral Maleistalige gemeente, dus bestaande uit Indo-Europeanen met Maleis als voertaal. Ze spraken vermoedelijk weinig tot geen Nederlands en behoorden tot de lagere klasse in de Europese maatschappij.

De dominee-baron, dan 25 jaar, was bezield door idealen van zorg en verbetering, van een betere wereld voor de kudde waarvan hij de herder was en hij zag in dat een preek voor de eigen parochie mooi was maar niet genoeg voor hetgeen hij wilde en dat was een betere wereld in Indië.
Dus begon hij het Tijdschrift voor Neêrland’s Indië.
Een goed plan, op zich, dat van die betere wereld.

Alleen ging Van Hoëvell daarmee in tegen de bestaande verhoudingen. Waar de dominee stond, bleek al snel in zijn artikelen en preken. Helemaal in 1848.

Ambtenaar

Uit Nederland was een beleidsverandering aangekondigd. Voortaan moest het radicaal (een soort diploma) voor de hogere rangen van ambtenaarsbetrekkingen aan een instelling in Nederland worden behaald. Kinderen, jongeren, met talent en ambitie moesten dus naar Nederland. Weg van hun ouders, weg uit Indië. Dat was ook nog eens duur. Wie Indisch was, begreep het moeilijker te zullen krijgen.
Een krant formuleerde de pijn van de ouders als volgt:

  • Ten gevolge van het Koninklijk Besluit van 6 December 1842 N°. 52, opgenomen in het Indisch staatsblad van 1843 No 12, en andere daarmede in verband staande en daaruit voortgevloeide bepalingen, zijn alle ingezetenen van Nederlandsch-Indië verpligt, om, willen zij hunne kinderen niet de pas afsnijden voor eene ambtelijke loopbaan van geheel hun volgend leven, hen op zeer jeugdigen leeftijd eenige duizend mijlen ver van zich te zenden, aan de zorg van vreemden toe te vertrouwen en zich buiten staat te stellen, om zelven iets aan hunne zedelijke vorming, opvoeding en verstandsontwikkeling toe te brengen.

Onrust

Daar zat meer achter: alleen rijke ingezetenen hadden hiervoor het budget, en juist de armere Indo-Europeanen konden via een ambtelijke loopbaan hopen op een vast inkomen en ook op opklimmen in de ambtenarij. En dat gold dus voor ‘de ingezetenen van Nederlandsch-Indië’.
Dat deed pijn.
Natuurlijk.
Eens te meer werd het ongelijke gevoeld.
Er ontstond onrust en zoiets ondermijnde de koloniale rust en orde. Dan kunnen de zaken snel gaan.
Door naar Batavia, 22 mei 1848.

Op deze dag is er een bijeenkomst in sociëteit De Harmonie. Dat is niet zomaar een zaaltje natuurlijk en met de keuze voor deze locatie kreeg de bijeenkomst meteen meer gewicht.
De pers in Indië schreef er niet tot nauwelijks over, wat voldoende zei. In de Oost gold een drukpersreglement, een censuur op alles dat gezagsondermijnend kon zijn. In Nederlandse kranten (die ook gelezen werden in de Oost) verschenen wel berichten.

Indo-Europese man in Nederlands-Indië, circa 1880 (KITLV 179983)

Indisch perspectief

Terwijl de ene krant sprak ‘over eene volksvergadering’ die ook nog eens ‘zeer verward’ verliep, stond elders een steviger bericht te lezen. Het Algemeen Handelsblad had duidelijk sympathie voor de zaak en toonde begrip voor het Indische perspectief; onder hen ‘heerschte eene groote geestdrift eb uitgelaten vreugde, omdat men zich ook eindelijk eens hunne belangen zou aantrekken.’ Ook leek de krant het eens te zijn met de aanspraak op ‘staats-burgerlijke regten’, dus op een gelijke behandeling.
Op de bijeenkomst bleken ‘eenige honderd ingezetenen’ aanwezig te zijn geweest. De ‘groote zaalen’ moeten dus goed gevuld zijn geweest. Er waren notabelen aanwezig. De aanwezigen kozen de baron-dominee Van Hoëvell tot leider van de vergadering. Hij hield vervolgens een stevige toespraak, verpakt in fluwelen woorden van vaderlandsliefde en Oranje-gezindheid, zoals:

  • Even als wij de overtuiging hebben, dat de Koning bereid is de billijke en redelijke wenschen zijner onderdanen in Nederland in te willigen, evenzoo mogen wij, als getrouwe onderdanen van dienzelfden Vorst, met grond verwachten, dat ook zoodanige wenschen van ons uitgegaan niet onverhoord zullen blijven.

En redelijk en eerlijk was dit:

  • Wij wenschen, dat even als in vroeger tijd, zoo ook nu weder en voortaan ieder Nederlander, waar ook geboren en opgevoed, benoembaar zij voor elke betrekking, waartoe zijne bekwaamheden hem in staat stellen, en welke de regering dezer gewesten hem mogt willen toevertrouwen.

Het was een harde eis, om alleen op grond van bekwaamheid benoemingen te wensen. Hoe kon dat in deze koloniale maatschappij, waarin de gegoede Hollandse klasse boven alles ging? Gelijke rechten eisen was brutaal.
De dominee-baron sprak voort en liet de aanwezigen juichen voor de gouverneur-generaal en de koning. Bijna iedereen ging rustig naar huis, schreef de krant.

Het rekest

Bijna, dus niet iedereen. De blijvers maakten zich boos over andere punten: het gebrek van vrijheid aan drukpers, het gemis aan goed onderwijs, men begon zich op te winden en zich te uiten ‘somtijds zelfs in hevige uitdrukkingen’, schreef de krant, helaas zonder die te noemen. Anderen wilden een dagblad erbij, met vrijheid om alles te publiceren natuurlijk.

De resident verbood het rondzenden van verdere oproepen, helemaal nadat 218 ingezetenen (vermoedelijk het merendeel met een Indische achtergrond) een adres aan de koning hadden gestuurd. Daarin stond ook iets dat eigenlijk een dreigement was:

  • Nederlanders zijn zoo wel de ingezetenen, inboorlingen dezer gewesten als hunne landgenooten in het Vaderland, maar wanneer de laatsten voorregten bezitten boven de eersten; wanneer door het gouvernement eene scherpe lijn getrokken wordt tusschen Nederlanders, inboorlingen van dit land en hier opgevoed, en Nederlanders uit het Vaderland herwaarts overgekomen; wanneer de laatsten hunne loopbaan beginnen op een standpunt, hetwelk voor de eersten bijna het hoogste is dat zij, ook met de grootste bekwaamheden en talenten, maar hier verkregen, kunnen bereiken, dan is het te vreezen dat die lijn eene verdeeldheid zal brengen tusschen de ingezetenen, waarvan de schromelijkste gevolgen niet zijn te voorzien.

Ontslag

Die ‘gevolgen’ waren uiteraard een verdere opstand, wie weet hoe groot. Dat wilde niemand in het Vaderland. Het duurde dan ook niet lang of het kopstuk van de vergadering, de baron-dominee, met ontslag naar Nederland ging.

  • Op verzoek eervol, ontslagen, met behoud van aanspraak op pensioen:
    De predikant der eerste klasse, bij de hervormde Maleische gemeente te Batavia, W. R. Baron van Hoëvell, theol. doctor.

De zaak leek gesust. Maar Indië had hardop kritiek geleverd op de achterstelling van Indo-Europeanen, en de gezien de gestelde eis van gelijke behandeling behoort 22 mei 1848, de dag van de vergadering, tot het Indisch erfgoed.
Het was de eerste keer dat het zo openlijk uitgesproken werd. Maar niet de laatste keer.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

“Wie weet iets over mijn moeder Eveline Walter?”

Christine Butteling en ik raakten een tijdje terug voor de tweede keer in gesprek. De eerste keer was jaren geleden, toen ik ergens een lezing gaf over Beata van Helsdingen-Schoevers, dochter van een meisje Walter. Misschien familie, hoopte Christine. Ook nu spraken we over familie, en dan vooral over Eveline Walter, haar moeder.

Foto

De foto van Eveline Walter zie ik op de aanvraag voor een paspoort. Een jonge vrouw, dan ongeveer dertig jaar, geboren op 24 juli 1920 in Tanggung, dochter van Charles Otto Walter en Soemainah. In 1938 trouwde ze in Malang met François Albertus Butteling; in 1938 werd Yvonne Butteling geboren, het jaar erna André Charles Hendrikus. Later kwam Christine. Na de oorlog de scheiding, 1947, Sidoardjo.
Dat zijn feiten waarvan Christine er zo graag meer van zou bezitten. Want het leven van haar moeder is, wat haar laatste jaren betreft, een raadsel.
“Ik kan haar niet loslaten,” zegt Christine. “Ook al niet omdat ik weet dat ik zo op mammie lijk. Wat is er toch met haar gebeurd?”
Misschien dat iemand dit leest en wat meer weet. Een digitaal vlaggetje is dit artikel, wegens je kunt nooit weten.

Zoektocht

Thuis heeft Christine een map met documenten en foto’s. Die heeft ze gebruikt om haar verhaal voor de kinderen op papier te zetten. Ze koos voor de dagboekvorm, dat lag haar goed. Gelukkig waren de kinderen er blij mee. Een hele generatie jonger, opgegroeid na de oorlog, dan zie je de dingen anders dan wanneer je juist die oorlog nog in je hebt.
De kinderen willen graag dat hun moeder de zoektocht opgeeft en tevreden is met wat ze weet, en dat snap ik. Want het verdriet zit hoog, helemaal als Christine gaat vertellen.

Jappenkamp

“We zaten drie jaar in een Jappenkamp, mijn zusje en ik waren bij mijn moeder. In welk kamp, weet ik niet. Toen kwam de bevrijding. In die tijd moesten wij naar onze vader. Weg van onze moeder. Ze heeft altijd gezegd: “Je moet tien dagen tellen, dan kom ik. Nou, ik heb honderden keren tien dagen geteld. En ze kwam nooit. Nu weet ik pas dat ze het wel heeft geprobeerd. Met haar zus Nelly heeft ze een aanvraag voor een paspoort ingediend, maar het is ze nooit gelukt om naar Nederland te komen; ze moesten in Indonesië blijven, in Soerabaja.
Mijn vader is teruggekomen van de Birma/Siam Spoorweg. Daar heeft hij natuurlijk ook een tik van gehad. Dat hebben wij kinderen ondervonden.
Hij kon wel een goede vader zijn maar hij had natuurlijk een tik van de oorlog gekregen. Het was bij ons thuis net als in dat boek van Alfred Birney, hij schreef op wat hij heeft ondervonden van zijn vader.
Mijn vader was ook zo. Hij kon opeens heel driftig worden. Ik kan me nog herinneren dat hij één keer zo boos op me was, dat hij me zo’n schop gaf, dat ik een week lang niet kon lopen en fietsen.”

Brieven

Foto eigendom van Christine Butteling

“Ik was dus zes jaar toen ik naar mijn vader moest. Hij kon niet in Nederland aarden en wilde weg. Zo kwamen we terecht in Suriname. Daar heb ik met mijn moeder een correspondentie gehad en dat is doorgegaan tot 1955.
Toen stopte het. Abrupt.
Dat was nadat ik voor het eerst eerlijk had geschreven hoe het thuis toeging. Want dat wilde ik nooit, omdat zij het heel moeilijk had. En ik wilde het haar niet moeilijker maken. Maar juist die brief is terecht gekomen bij iemand en die heeft het opengemaakt en daarna doorgestuurd naar een meneer Iskandar. Dat is een naam vergelijkbaar met Jansen in Nederland. Hij schreef me terug dat hij het erg voor me vond en dat ik vragen mocht stellen als ik meer wilde weten. Dat heb ik natuurlijk onmiddellijk gedaan, maar daar heeft hij nooit meer op geantwoord.
Toen wist ik niet meer wat ik moest doen.”

Indonesische kranten

Jaren later kwam er iets van een antwoord, uit een andere richting. Een van Christiens kinderen keek op Myheritage en vond nieuwe informatie met foto. Mailverkeer volgde, maar verder kwam het niet. Alleen bleek dat niet alleen Christiens moeder verdwenen was, maar ook haar zusje Nelly.
Een ander antwoord kwam in IJmuiden: “Mijn tante stapte in de bus en toen kwam een vrouw op haar af met de opmerking: U bent toch familie van Eveline Walter? Zij (de vrouw uit de bus) was een buurvrouw van mijn moeder in Indonesië. En toen kwam het verhaal dat mijn moeder zou zijn vermoord door haar tweede man. Dat is een hele klap voor mij geweest.”
“Alle weggetjes hebben nergens toe geleid. Onderzoek naar meneer Iskander niet, een brief naar het Rode Kruis niet. Ik wist dat mijn moeder in haar tweede huwelijk een dochter had gekregen en naar haar heb ik dus gezocht. Daarvoor heb ik advertenties geplaatst in Indonesische kranten, via kennissen die naar Indonesië gingen. Dit was de oproep: ‘Bent u geboren op 4 mei 1953 in Jakarta en bent u de dochter van mevrouw Eveline Iskandar-Walter en heeft u een broer die Jeffrey heet, dan verzoek ik u dringend contact met mij op te nemen.’ Het heeft helemaal niets uitgehaald. Het heeft alleen maar geld gekost.”

Vragen

Christine was een meisje van 15 toen haar moeder opeens in het niets leek op te lossen. Zoiets is niet te verdragen, dat weten veel anderen uit Indië ook. De vragen blijven je bezig houden en daarom staan ze hier, in de hoop dat iemand een snippertje informatie heeft:

  • Wie weet er iets meer over Eveline Walter of over haar zusje Nelly?
  •  Wat kan er in 1955 gebeurd zijn?
  • Wie kent de dochter tweede huwelijk, geboren op 4 mei 1953? Een naam is helaas niet bekend.

Weet u iets, hoe vaag of klein ook? Stuur het dan in via onderstaand formulier. Het komt bij mij in de mailbus en ik stuur het door aan Christine. Een veiliger manier.

Hier mailen

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Go to Top