Wat gebeurde er toen veel vroeger in Indië? (video)

memorie

Het is heerlijk als iemand vertelt over wat er toen en toen in Indië gebeurde, voor de oorlog. Maar wat gebeurde er daarvoor? Dus misschien wel tijdens het leven van uw grootouders, van uw overgrootouders. Daar valt achter te komen.

Wat het is

In het Nationaal Archief bevindt zich een archief met documenten die de naam dragen: ‘Memories van Overgave’.
Wat is dat?
Pro memorie: voor de herinnering.
Overgave: een korter of langer document van de vertrekkende resident voor de komende resident van dat gebied, waarin de belangrijkste gebeurtenissen en eigenschappen van dat gebied stonden.
Dan was de nieuwe man meteen op de hoogte.
Ja, een man. Een resident was nooit een vrouw.

Een Memorie van Overgave was dus een ambtelijk stuk, dat deel uitmaakte van de koloniale bureaucratie. Daar kunnen we veel van vinden maar die burecratie was heel goed in bewaren en daar kunnen wij ons voordeel mee doen. Extra fijn: het kan online. Ik heb een uitlegvideo gemaakt.

(tekst loopt door onder video)

Het is schatgraven

Op de video heeft u gezien hoe het werkt. Als ik zelf zoiets ontdek, voel ik altijd wat ongeduld. Want moet ik echt tientallen pagina’s lezen voordat ik iets ontdek? Ja. Maar dan heb ik ook wat.
En waarom kan ik niet zoeken op trefwoord? Omdat het niet kan.
Een document als de Memorie van Overgave is eigenlijk schatgraven. Een tijdje spitten en dan opeens… iets vinden.

Klopt het?

Maar hoe enthousiast ik ook ben over deze Memories, ik moet er wel een waarschuwend woord bij zeggen. U krijgt net als de nieuwe resident van het gebied een geweldige hoeveelheid informatie van de vertrekkende resident, maar of het allemaal voor honderd procent klopt, dat staat te bezien.
Want denkt u met mij mee? Een resident is een ambtenaar, iemand die carrière wil maken. Hij zal dus een zo rooskleurig verslag leveren van wat er in zijn periode, onder zijn bestuur, is gebeurd. Belangrijke zaken weglaten kan niet, want de Indische pers is scherp en schrijft over alles. Als weglaten niet kan, is wat verzachten of verfraaiien wel mogelijk. De ambtelijke wereld is misschien nog steeds zo.
U moet dus een beetje tussen de regels door lezen. En u kunt altijd de kranten zelf raadplegen, het merendeel staat in Delpher.nl.

Dat geldt helemaal voor gouverneur H.N.A. Swart, de man die om 1918 een terugblik schreef over Sumatra- was Atjeh ooit rustig? Wat schreef hij? Lees zijn Memorie van Overgave, in de video staat hoe u dat kunt doen.

Wereld gaat open

Dus als u denkt: wat gebeurde er eigenlijk tijdens het leven van mijn grootouders? Dan zeg ik: even kijken in de Memorie van Overgave. Een wereld gaat voor u open.

Waarom een geheim best 75 jaar bewaard kan worden

Soms is een geheim zo groot of zo gevoelig, dat u denkt: ik wil het wel opschrijven maar niemand hoeft het te lezen. Ja en nee tegelijkertijd en dan komt het er niet van. Ik weet een oplossing.

Archief

Eerst een stapje terug. Begin dit jaar brak de zogeheten openbaarheidsdag aan. Toen gaf het Nationaal Archief stukken ter inzage die 75 jaar gesloten waren geweest.
Ze hadden ook daarvan een inventaris gemaakt.
Ik lezen natuurlijk, maar ja, die inventaris telde 1119 pagina’s dus ik ging meteen door naar de stukken over Indië. Veel zakelijke vermeldingen waardoor je weet: ik moet erheen om te begrijpen wat het is. Maar in de NRC kwam ik een artikel tegen over wat er gebeurde in het kamp Gedangan (bij Semarang).

Beschrijving

De beschrijving bij het Nationaal Archief ziet er zo uit:

2225-2240, 2278-2280
Processen-verbaal van verhoor opgemaakt door het Netherlands War Crime Investigation Team te Singapore betreffende het optreden van Japanners in Nederlands-Indië in en buiten interneringskampen, met inhoudsopgave in elke omslag.
1946 19 omslagen

Getuigenis

In de NRC stond dus meer over wat er nu werkelijk was gebeurd. Sergeant Kimura mishandelde vrouwen. Hij sloeg, onder meer met een knuppel. Daarvan hebben de vrouwen, degenen die het overleefden, getuigenissen afgelegd. Sergeant Kimura werd ter dood veroordeeld.
Er was meer. Een keuring voor de jonge meisjes die vermoedelijk een bordeel in moesten. De vrouwen in het kamp kwamen in opstand, dusdanig dat de meisjes gered werden.
En nu komt het. Er waren vrouwen die zich opgaven voor de bordelen- om de meisjes dit lot te besparen.
Het kneep in mijn hart toen ik dat las. Wat een besluit moet dat zijn geweest, zonder zekerheid of de Japanners betrouwbaar waren.
Want, nou ja.
En dan toch die stap naar voren zetten.
Heldinnen. Vrouwen die een standbeeld verdienen.
Er is natuurlijk het monument voor vrouwen in Japanse kampen, maar ik bedoel: speciaal voor deze vrouwen.

Rust

Een tijdje terug las ik het boek van Griselda Molemans: Levenslang oorlog. De verzwegen slachtoffers van het Japanse Keizerlijk systeem van verkrachting en dwangprostitutie tussen 1932 en 1945 (2020). Alleen die woorden al schrikken af en toch, daarom wilde ik het lezen, want ook dat gebeurde in Indië.

Deze verhalen uit het Nationaal Archief zijn moeilijke verhalen, die zwaar op een mens kunnen drukken. Ook daarom zijn ze zo lang bewaard.
Schrijven hoeft dus niet meteen te betekenen dat u het verhaal gaat delen. U kunt schrijven, uw verhaal in een grote envelop doen, die dichtmaken (lekker veel plakband) en dan schrijft u op de voorkant: open in 2097. Dat is over 75 jaar.
Daarna geeft u de envelop aan een jong familielid, iemand die uw besluit respecteert en dat door zal geven aan de volgende generatie of aan een notariskantoor.
Dan blijft uw verhaal toch bewaard, en dat kan rust geven.

Wat de Preanger-bode wist over het nieuwe jaar 1922

nieuw jaar
Op het sportterrein in Bandoeng, circa 1922

Eerlijk is eerlijk, ik had opeens genoeg van al het Nieuwsjaarsgedoe, tot ik las wat de Preanger-Bode schreef. Dat was op 1 januari 1922, inderdaad, honderd jaar geleden, maar nog steeds geldig.
In de krant publiceerde de columnist Kijker een mooi stuk over het komende jaar 1922. Kijker snapt dat mensen de nieuwjaarswensen een gedoe vinden, maar hij wist op het belang ervan. Dit zegt hij:

Zoo 1921 is voorbij, en we beginnen een nieuw jaar. We wenschen elkander: het beste. We drukken bandjes, sturen kaartjes, bevoordeelen de advertentie-exploitatie der bladen: p.f. En vinden die felicitatie-beslommering: een karwei! Maar vergeten dat we voor ons evenwicht, voor de stimuleering van onze levensblijheid, de traditioneele dagen van verteedering en de traditioneele wenschen voor den individueelen voorspoed van „vrienden en bekenden”, noodig hebben.
Een wereld waarin koude logica en onverbiddelijk cynisme den toon aangeven, zou een harde, een wreede wereld zijn, waaruit de mensch niet beter kan doen dan zoo haastig mogelijk te verdwijnen.
En daarom: een welgemeend voorspoedig Nieuwjaar aan allen die ons lezen, die onze tekortkomingen vergoelijken, en niet minder aan allen die ons niet lezen en ons misprijzen. Want ’t nieuwe jaar is aangebroken, en wij reiken de hand aan ieder die vertrouwen durft hebben in zijn medemenschen, in de toekomst, en in zichzelf.

Pranger-Bode, 1 januari 1922

Vannacht

Inderdaad: nog steeds actueel. Want durven we dat, vertrouwen te hebben in dit nieuwe jaar en in elkaar?
Vannacht lag ik wakker van het vuurwerk. Veel knallen, zware ontploffingen, geschreeuw. Mijn kater Bert kwam dicht bij me voor de steun. We waren alletwee bang.
Toen vond ik vertrouwen moeilijk.
In zijn column somt Kijker op wat er allemaal is om negatief over te zijn. Véél. Dan komt de oplossing en ik zeg het even in moderne woorden: een mens moet een eigen routekaart volgen. Kijker schrijft het zo op:

Maar we moeten, ieder voor zich, den moed erin houden en bovenal, weten wat we willen. De groote kwaal van dezen tijd is gebrek aan standvastigheid, aan doorzettingsvermogen; aan vasten wil: we wankelen en weifelen teveel, en staan te gauw klaar met groote woorden als malaise, ontwrichting, voorbestemd-tot-mislukken, enz, enz. We twijfelen aan onszelf, aan onze kansen en aan den tijd. Wij twijfelen aan alles, en dat is het domste wat we doen kunnen.

Ik heb eens een jong schilder gekend, die talent had, veel talent. Hij had een mooi meisje met mooie schouders, tot model, en haar gezicht was wonderschoon. Bovendien had hij de handigheid een geschikt atelier in huur te krijgen zonder drie maanden vooruit te betalen, — en dat is voor een pasbeginnend schilder een heel ding. Maar hij had één gebrek: hij kon zijn ideeën niet vasthouden, hij had geen wil. Hij besloot met den gruwelijken kant van zijn métier een poging te wagen, en schilderde het meisje als „Salome”, wat het lieve kind erg tegenstond. Maar toen kwam er een vriend op zijn atelier, en vertelde hem dat het publiek moe was van gruwelijkheid, en liever iets opbeurends wou. Hij drapeerde Salome met een japonnetje, veranderde het hoofd van Johannes de Dooper met veel vaardigheid in een bloemenmand en noemde het schilderij: „Venetiaansch bloemenmeisje”. Toen kwam er een andere vriend, en die veroordeelde het schilderij als „te zoet”, waarop de schilder het pardoes veranderde in: „Vrouw, haar dood kind liefkoozend”. En er kwam een kubist, die vond het schilderij „beestachtig theatraal”, waarop de schilder het hoekig maakte en „De zonde in zevenmijls-laarzen” doopte. Het schilderij is nooit verkocht, en de schilder is nu bediende in een toko.

Ja, als we nooit weten wat we willen, iedere impulsie gehoorzamen, en geen vast doel in ’t oog houden dan gaat ’t ons als de schilder, dan hebben we géén kans in 1922.

Eigen doel

Ik ben het helemaal eens met Kijker. Een eigen doel. Voor mij is dat de verschijning van het KNIL-boek, werken aan het levensverhaal van Van Daalen en zoveel mogelijk mensen helpen hun verhaal op papier te zetten.
En in de lijn van Kijker wens ik u een goed nieuw jaar, met een eigen vast doel om in het oog te houden.