Waarom is er geen cultureel Indisch museum?

Rudy Hartung

Rudy, uiterst links.

Het is zomer en het leven is raar. Geen Tong Tong Fair met herinneringen, 15 augustus komt eraan en hoe gaat het toch verder met corona. Ik voel me een beetje zweven. Was er maar een mooi cultureel Indisch museum. Dan ging ik erheen.

Museum

Een paar dagen terug las ik in de nieuwsbrief van het Moluks Historisch Museum dat ze geen ruimte genoeg hebben om de collectie tentoon te stellen. “Juist nu er veel behoefte aan is”, stond er. Dat snap ik. Een museum is een eilandje in deze tijd. Je kunt weg uit de drukte van alledag en terugreiken naar wat er was en wie er waren.
Ja, we hebben hier en daar collecties uit het verleden om te gaan bekijken, maar een groot centraal museum, dat is er niet.

Collectie

Af en toe krijg ik via de mail een vraag die daarmee te maken heeft. “Waar kan ik deze boeken kwijt?” Dan is er iemand die verzamelde gaan hemelen, het huis moet worden opgeruimd en ja, het zijn bijzondere Indische boeken, dus weggooien kan niet, maar wat dan?
Ik mail dan wat suggesties. En ik weet ook, op enig moment stelt iemand die vraag over mij. Waarheen met de romans van Annie Foore en Melati van Java, waarheen met die collectie boeken over het KNIL?
Dan denk ik weer aan dat grote Indische museum. Met een opslagplaats. Met een bibliotheek waar elk geschreven levensverhaal welkom is. En romans. En naslagwerken. Waar ook een boekenverkoop is, want zestig dezelfde romans op de plank, dat hoeft nou ook weer niet. Daarvan kan een deel naar de jongere generaties.
Groot pluspunt: de collectie levensverhalen op papier. Elke stem telt immers.

Rudy

Ik dacht hier ook deze week aan, omdat ik hoorde dat Rudy Hartung naar de hemel is vertrokken. Corona. Hij was een Indische man die op latere leeftijd weer in Indonesië ging wonen. Voor de Indische Schrijfschool schreef hij mooie verhalen waarin heden en verleden zich vermengden. En hij publiceerde zijn levensverhaal, in eigen beheer. Dus er zijn wel mensen die een boek van hem bezitten, maar ik had toch ook graag gezien dat er ergens een boek van hem voor altijd bewaard werd. Want wat voor hem vanzelfsprekend was aan kennis, is een paar generaties verderop een vraag geworden. Kennis vervaagt.
Daarom was ik ook zo blij met Rudy’s verhalen, en anderen ook. We zullen je stem missen, Rudy.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken.  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Wat is de waarde van traditie? (video)

Deze week las ik over generaal Berenschot, die in 1939 het commando over het KNIL aanvaardde. En ik was bij de commando-overdracht van het Regiment van Heutsz. Traditie. Protocol. Waarom?

KNIL

Het Regiment van Heutsz bewaart de tradities van het KNIL, dat is de koninklijke opdracht die ze in 1950 kregen, na de opheffing van het KNIL in datzelfde jaar. Op de video is de vaandelwacht te zien, met hoeden uit (zo hoorde ik ) 1910. Aha, dacht ik, dat heeft generaal Van Daalen ingevoerd. Pas in de jaren 1930 kwamen die flaphoeden.

Ik was erbij en keek ernaar. En luisterde. Hoe de vaandelwacht over het grind liep, en het leek of er één man liep. Dat is samenwerken, zo kunnen lopen. Misschien dat ik daarom zo graag naar marcheren kijk: ik hoe anders iedereen is, en toch is er een eenheid.

Berenschot

Die middag  dacht ik aan het belang van traditie. Dit vaandel reist elke drie jaar van de ene commandant traditienaar de andere, en de namen wissselen, maar het vaandel blijft bestaan, gedragen door de mannen en vrouwen voor wie het van betekenis is.

Berenschot nam het commando op zich temidden van een oorlogsdreiging. Japan kwam per dag dichterbij, er was te weinig budget op goede bewapening aan te schaffen, bestellingen op de internationale wapenmarkt kwamen vaak niet aan en als er iets wel aankwam, moesten de mensen nog leren met het moderne materieel om te gaan.
Als die mensen er waren, tenminste.

In generaal Berenschot werd vertrouwen gesteld. De gouverneur-generaal mocht hem graag en hoge en lage rangen van het leger wisten dat hij hun zág.
Berenschot was de tweede Indische commandant van het KNIL.
Twee jaar na de commando-overdracht stortte zijn vliegtuig neer. Dood. Dat was 1941.
Ik vraag me weleens af, hoe het gegaan zou zijn als hij was blijven leven.
Hein ter Poorten nam het commando over. Komen en gaan, de een na de ander.

Traditie

Traditie is dus: weten dat je een schakel in een keten bent, dus:
voor jou is er iemand,
na jou ook,
rn jij telt ook mee.
Het is verbinding ervaren met de anderen, voelen wat geweest is en dat je doorgeeft vanzelf, door het schakeltje zijn in die keten.

Traditie is
a vorm: hoe doe je iets
b inhoud: het innerlijk waarom

Dat gaat op voor een overdracht van commando, voor het doorgeven van familieverhalen en gewoonten, voor alles dat dierbaar is en bewaard moet worden.

Het was een mooie middag, ik begreep iets meer van het leven.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken.  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Herdenken in drie regels voor 15 augustus

herdenken

Mail over 15 augustus en het herdenken. Op de website van de Stichting Nationale Herdenking mag iedereen een herdenking plaatsen. Omvang: drie regels.

Half-vol

Het is te weinig.
Maar ja: al biedt de stichting 300 regels aan, dan zal ook dat nog te weinig zijn. Want er is zoveel geweest om aan te denken, om te herdenken en ook om nooit meer aan te denken, wat misschien het moeilijkste is.
Dus dan is het glas half-vol: drie regels is meer dan niks.

Hieronder volgt het bericht van de Stichting, daarna geef ik een tip.

De mail

Plaats vanaf nu een herdenkingsboodschap op Indischmonument.nl
Vandaag, donderdag 15 juli lanceert Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945 het eerste online herdenkingsmonument, www.indischmonument.nl. Door een Melati te plaatsen op deze website kan iedereen iedere dag van het jaar het Indische oorlogsverhaal van hun familie delen met een korte gedachte. Deze persoonlijke gedachte wordt verbonden met alle andere verhalen en onderdeel van onze gedeelde geschiedenis.

Deze maand, voorafgaand aan de herdenking op 15 augustus, willen we zoveel mogelijk melati’s verzamelen van mensen met een Indische verbintenis. We willen u uitnodigen ook een herdenkingsboodschap toe te voegen voor een familielid of bekende en die te delen met uw achterban. Samen geven we ons Indische verleden daarmee aandacht en erkenning. Het www.indischmonument.nl is een beeldend platform om dit toegankelijk, digitaal en voor iedereen laagdrempelig te maken. Naast de persoonlijke boodschappen is er veel achtergrondinformatie voor context en verdieping.

Hoe doet u mee?

Via www.indischmonument.nl kunt u vanaf nu uw melati toevoegen. Dit is een korte boodschap van zo’n 3 zinnen. Hierin omschrijft u aan wie u denkt en waarom. U kunt deze boodschap digitaal op het monument plaatsen. U heeft geen e-mailadres nodig. U hoeft zich niet te registreren. U heeft wel na afloop de keuze om het bericht gemakkelijk met uw netwerk te delen via E-mail, WhatsApp, Facebook of Twitter.

Bekijk ook deze video voor een impressie https://www.youtube.com/watch?v=wLhQwRckpp8&t=7s

Bij vragen? Schroom niet ons te mailen. Dat kan via communicatie@15augustus1945.nl

De tip

Als u meteen weet wat u wilt zeggen, is dat goed. De vraag is: “aan wie denkt u en waarom”. Maar niet iederen weet het meteen.
Wat ik zou adviseren is: noem een naam. Dus voornaam en achternaam. Een naam noemen is hetzelfde als een steen in de vijver gooien: de rimpelingen in het water gaan steeds verder. Misschien is er ergens iemand die denkt: maar hem/haar heb ik gekend. En dan is de herinnering weer wat sterker geworden, omdat u niet de enige bent die terugdenkt. Namen noemen is het sterkste middel tegen het vergeten.
Denk hierbij vooral aan de jongere generaties. Wat doen die als ze iets willen weten? Zoeken op het internet. Vinden ze daar niks, dan denken ze dat er ook niks is. Vinden ze een naam die ze herkennen, dan kan dat een begin zijn van een gesprek.
Soms hoor ik dat de kinderen niets willen weten, en dat kan. Wat ook kan is: ze kennen de vragen niet die ze zouden kunnen stellen, ze weten niet waar ze moeten beginnen.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken.  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.