Wie kent er echte Indische iconen?

Indische iconen

Samen weten we het meeste, denk ik altijd. Dus daarom vraag ik aan u tips en adviezen, want u weet vast weet feiten en namen die ik niet ken. Het gaat hierover.

Mini-levensverhaal

Misschien heeft u het al gezien. Moesson heeft de website vernieuwd met nieuwe rubrieken. Ik heb daar een eigen stekje gekregen. Omdat ik aldoor-aldoor over Indische cultuur en geschiedenis schrijf, ga ik dat daar ook doen. Elke maand verschijnt er een mini-levensverhaal over iemand uit het Indische verleden.
Ja, niet heden. Verleden, dat heet: ‘een afgerond leven’. Bij poezen zeg ik altijd dat hij of zij ‘over de Regenboogbrug’ is gewandeld.

Deze maand schrijf ik over Ems van Soest, een schrijfster die veel meer waardering verdient dat ze nu heeft. Want kijk eens:

  •  ze schreef met De Pauw (1930) het eerste moderne Indische meisjesboek
  •  ze bouwde een bloeiende carrière op als meisjesboekenschrijfster
  •  ze wees heel vroeg in haar werk op het misbruik van vrouwen en meisjes door Japanners tijdens de oorlog
  •  ze publiceerde in Moesson prachtige verhalen vol heimwee over haar leven in Indië

Jongere generaties

Zoals Ems van Soest zijn er meer. Mannen en vrouwen met een Indische achtergrond, waarvan vooral de jongere generaties zeggen: “Wie?” En al denk ik niet dat ik de hele wereld kan veranderen, ik moet van mezelf wel mijn steentje bijdragen. Dat is immers wat ik doe: helpen om verhalen te bewaren.
Ik heb een klein lijstje Indische iconen en daar staan onder andere op: Dicky de Hoog, Karel Zaalberg, mevrouw Kloppenburg-Versteegh, de piloot Jan Engelbert van Bevervoorde. (Over Indische piloten kan ik zo langzamerhand wel een boek schrijven. Anthony Fokker was ook Indisch. Waarom zaten er toch zo veel Indische jongens bij de luchtvaart en niet bij de cavalerie?)

Mijn kleine lijstje moet groeien.

Tips zijn welkom

Dus mijn vraag is: over wie zal ik een zo’n mini-levensverhaal schrijven? Vage tips zijn ook welkom, dus als u zegt: “die naam hoorde ik vroeger altijd, en ik wist dat het bijzonder was meer niet.” Dan komt de naam op mijn lijstje en op een dag duik ik ervoor de archieven in.
Het moet iemand zijn geweest van enig belang voor de Indische cultuur. Want dan kan ik er informatie over vinden, tenminste dat hoop ik.

De vraag in het kort: welke Indische iconen van vroeger kent u?
Hoe vroegerder, hoe beter.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

We hadden nog nooit een tank gezien voordat we in Indië aankwamen

Mail van de Stichting Nationaal Indië-monument 1945-1962, alsdat de herdenking aanstaande zaterdag nog steeds sober moet zijn. Maar herdenken zullen ze. Ik dacht aan Jan Foppen, de Indie-veteraan die ik interviewde voor het blad van de VOMI. Hij heeft zich inmiddels gemeld bij de grote Overste boven, maar vergeten is hij niet. Hieronder het interviewuit 2018.

“Hier zaten we dus in,” zegt Jan Foppen (91). Hij wijst naar een piepkleine ruimte in de M3A1 Stuart tank. We zijn in het Cavaleriemuseum in Amersfoort, waar het gevaarte staat. Deze tank was één van de 44 die deelnamen aan de Politionele Acties. Jan Foppen, toen een jongen van 20, was er in 1948 bij.

In de tank

Jan Foppen kan heel goed vertellen. Duidelijk en met een gepaste dosis emotie. Toen we samen naar zijn Stuart tank keken – hij was wachtmeester tankcommandant – en hij vertelde, zag ik hem ermee rijden. Alleen niet hoe je erin kwam. “Nou, zo,” zegt Jan, en de 91-jarige stapt op de tank, en doet het voor. Hij is kwiek. Dat is deels de training van de beroepsmilitair die hij is geweest, en deels is het ook mentaal. Betrokken blijven. Weten wat er speelt. Zoals nu die discussies over Indië en de veteranen, daar zal hij nog wat over zeggen.
Maar eerst: hoe was Jan destijds als Jantje van twintig?
“Een blaag,” zegt hij. Niks van de wereld gezien. Afkomstig uit een gezin van vier kinderen. Verkering had hij al. Met zijn vader liep hij een melkwijk in Harderwijk. Toen de oproep kwam voor militaire dienst, zei mijn vader: ‘Ik kan je niet missen Jan want dan moet ik de helft van de wijk weg doen en dan heb ik minder inkomen.’
Een half jaar uitstel later kwam de tweede oproep. “We waren ingedeeld bij de cavalerie. Toen had ik geen idee wat dat was. Het bleek dat het een bijzonder wapen was, met tanks en pantserwagens. In Amersfoort kregen we een opleiding. Summier. Hier waren geen Stuart tanks waarmee we te maken zouden krijgen dus werd er aan ons een beetje een infanterie-opleiding gegeven. We hadden nog geen tank gezien voordat we in Indië aankwamen. Daar moesten we KNIL-eskadrons aflossen en die bleken later ook onze instructeurs te zijn. Zij gingen terug naar Nederland.”

Guerrilla

Met de Kota Baru voer Jan met anderen naar de Tandjong Priok, om in auto’s van zijn eskadron naar Poerwokerto te rijden. Daar zag hij eindelijk de tank. En de opleiding begon. Maar ja, wat is opleiding in oorlogstijd?
Tweeënhalf jaar bleef hij in Indië. “We trokken hiermee op met de infanterie, die hadden lichtere wapens, en we kwamen gezamenlijk in actie.” Actie betekent niet alleen het grote woord Politionele Actie, maar is eigenlijk een verzamelwoord voor alles wat een militair dan doet, in die tijd, in die omstandigheden. Jan geeft er een voorbeeld van.
“Het was een guerrilla oorlog. Je wist dus niet of iemand vriend of vijand was. Ik heb meegemaakt dat we in actie waren en we met de tank naar voren gingen, uitstapten en naar de kampong gingen waar vuur gegeven werd. We wilden weten wie de vijand was. Aan mannen die daar zitten een sigaretje te roken vragen we: “Wie heeft ons beschoten?” Op z’n half-Maleis natuurlijk. maar zodanig duidelijk dat ze wisten waar ik het over had. Ze zeiden dat ze niet geschoten hadden. Ik had ook geen bewijs, alleen wist ik dat er vanuit hier geschoten was. Het is een guerrilla oorlog dus: militairen in burger. We vroegen verder en we kwamen er niet uit, maar we wisten bijna honderd procent zeker, dat dat onze vijand is.
Als ik naar de tank ga, moet ik een einde lopen en dan ben ik met mijn rug naar de vijand toe. Dan loop je het risico dat je in je rug geschoten word van diezelfde mannen. En om dat te vermijden heb ik gezegd goed of kwaad, burger of militair, hier kwam vuur uit dus jullie hebben het gedaan. Toen hebben we onze conclusie hetrokken. Dat zij er dan maar aan moesten gaan. Want ik wilde terug naar Nederland. En valt dan onder de excessen?”

Na de oorlog

Na tweeënhalf jaar Indië kwam Jan Foppen heelhuids terug in Nederland. Hij werd beroepsmilitair, trouwde met zijn verkering en kreeg kinderen. Nu is hij senior, oud -Indië veteraan en een man die weet: “Als je de namen op de zuilen ziet staan op het Indië monument in Roermond, dan denk je bij jezelf daar had ik ook bij kunnen staan. Gelukkig ben ik er goed vanaf gekomen.”

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Wat er gebeurde op de koempoelan

koempoelan

Het was een feest, en ik was al zo lang niet geweest. Maar nu ging ik eindelijk weer naar een koempoelan en er kon niks gebeuren.

Veilig

Want, zo had de organisatie nadrukkelijk vermeld, het was corona-proof. En inderdaad:

  •  in de zaal stonden de tafeltjes uit elkaar, maar er was gezellig licht, dus de sfeer bleef
  •  de stoelen aan de tafeltjes waren ook uit elkaar gezet, wat best kon omdat de tafeltjes hoekig waren en er lagen goede kleedjes op
  •  tussen de tafels waren ruime looppaden, wat nu met corona te maken heeft maar voor mij gewoon laat zien dat het hier rollator-vriendelijk is

Er was muziek, een tenor, een rapper (Garuda) en een krontjongspeler op Youtube-filmpje.
Er waren uitstekende koekjes en lumpers.
Er was een vendutie, bijna kocht ik een dubbele Chinese wierookbrander die heel oud was, maar ik werd bang omdat ik dacht wat zit er eigenlijk diep-diep in en wanneer komt dat eruit, zeker als ik slaap, nou beter van niet. U ziet, van binnen ben ik een muis. De hutkoffers die nog uit Indië waren gekomen, bleven buiten de vendutie, die had ik wel graag gekocht.
Een mevrouw droeg gedichten voor.
En ik mocht ook wat zeggen, over het KNIL.

Heerlijk

Dat was een maandagmiddag. Tollend van indrukken liep ik naar huis en dacht als dit al op maandag gebeurt, hoe heerlijk zal dan de rest van de week worden?

Afstand

In de trein terug begon ik te piekeren.
Had ik die middag de hele tijd anderhalve meter afstand van iedereen gehouden?
Nee.
Had ik er de hele tijd aan gedacht?
Nou… er was een negentigplusser die naast me kwam zitten (minder dan een halve meter) en hij vertelde me over zijn verdriet. Geen moment om een stoel weg te schuiven. Toen hij emotioneel werd, legde hij voor de steun zijn hand over de mijne. Duw die hand maar eens weg. Ja, op dat ogenblik flitste het wel door me heen.

In de dagen erna had ik geen symptomen. Wel zag ik meer aankondigingen voor koempoelans en ik werd uitgenodigd voor een feest waarbij ik aan de ingang mijn vaccinatiebewijs moet tonen en ik geloof ook een negatieve test. Wat voor feest het precies is, ga ik nog even opzoeken.

Hoe denkt u over koempoelans en versoepelingen? Is het te vroeg? Moet het toch een beetje gemakkelijk kunnen?

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.