Kazerne-concubinaat: het woord alleen al was genoeg om christelijke kringen schrik aan te jagen. Twee woorden, twee keer schrikken.

Concubinaat: dat was leven in zonde, want het betrof een relatie buiten het huwelijk. Seksualiteit hoorde binnen het huwelijk en nergens anders.
Kazerne: vooral in Nederland had men het vermoeden dat de kazernes in de kolonie broeinesten van ontucht waren. Dat kwam door gebrek aan kennis. Al was het natuurlijk wel zo, dat een Europese jongeman daar meer beleefde dan in Nederland.

Hoogerhand

In 1914 kwam ‘van hoogerhand’ een verbod op het kazerneconcubinaat. Die uitdrukking staat in de circulaire die de toenmalige legercommandant Van Daalen liet uitgaan. Wie en wat is dat: die ‘hoogerhand’? De gereformeerde gouverneur-generaal A.W.F. Idenburg. In 1914 wonnen dus de christelijke kringen met het verbod. Wacht even, winnen is hier naar de letter van de wet.

Het is typisch dat commandant Van Daalen die uitdrukking bezigt. Hij is correct en laat toch weten waar hij zelf staat in de kwestie. Hij deelde de bezwaren niet.

Eigenlijk hebben we nog altijd een discussie over het kazerne-concubinaat. Het gaat dan vooral over de vrouwen. Ik hoor nogal eens beschrijvingen dat ze allemaal in een ellendige situatie zaten, even samengevat.
Even een paar gedachten daarover.

  •  Machtsongelijkheid kan twee kanten op werken. De militair kon zijn concubine wegsturen, dat is zo.  Ook aan anderen uitlenen, al dan niet gedwongen, al dan niet tegen geld. Maar uit de soldatenlectuur blijkt vaak dat er een zekere emotionele afhankelijkheid bestaat: zij is het die hem huiselijkheid en gezelligheid geeft. Zij is het die de moeder van zijn kinderen is. Hij kan dus emotioneel afhankelijk van haar zijn.
  • Er is een verschil tussen het fenomeen van het kazerne-concubinaat en slechte omstandigheden in de kazerne. En ook in de beoordeling ervan. Voorbeeldje? Op de zaal was er tussen de britsen een zogeheten zedelijkheidsgordijn. Dat was bestemd om enige privacy te verschaffen bij seks. Maar ja, je wist het toch. Je hoorde alles van elkaar. Zoiets viel aan Nederland niet uit te leggen.
  • Concubinaat gaat uitstekend samen met liefde. Niet iedereen had zin om te trouwen. Daarbij was het een prijzige zaak.
  • Het is onjuist om alle vrouwen in het concubinaat tot slachtoffer te verklaren. Daarvoor kennen we hun visie, hun instelling en hun opvatting niet goed genoeg.

Tangsi

Iets van de vrouwen zelf las ik bij de Indische schrijfster Lin Scholte. Zij groeide op in de kazerne. In haar boeken vertelt ze over dat leven, waar vrouwen, mannen en kinderen op een voor hun vanzelfsprekende manier leefden. Ze vertelt over haar moeder Djemini, die als jonge vrouw haar echtgenoot verlaat. Dan wordt ze muntji, concubine en Lin Scholte schrijft:

  • Intussen dook er een Inheemse sergeant op.
  • Hij heette Radian en was ‘gelijkgesteld’; dit was mogelijk geweest door uitzonderlijke dienstprestaties.
  • Een gelijkgestelde Inheemse onderofficier genoot dezelfde privileges als zijn Europese collega.
  • Zijn bezoldiging lag aanmerkelijk hoger dan die van zijn Inheemse ranggenoot, al was deze niet dezelfde als van zijn Europese collega.
  • Radian was een aanmatigend persoon, want hij sprak Nederlands.
  • Hij maakte werk van Djemini; wachtte haar op de meest onverwachte plaatsen op en vroeg haar om met hem uit te gaan.
  • Meer dan ooit vreesde ze de tong van haar buurvrouwen.
  • Daarom weigerde ze op zijn voorstellen in te gaan.
  • Maar Radian liet zich niet afschrikken.
  • Hij zei haar tot zijn muntji te willen hebben om later in de kerk met haar te trouwen, want hij was Christen.
  • Hij beloofde haar koeien met gouden horens.

In de praktijk van het dagelijks leven is Radian jaloers en agressief. Djemini verlaat hem. Dan wordt ze de muntji van Piet Scholte – en hier hoort vioolmuziek want er begint een romantisch verhaal, waargebeurd.

Verbod

Dat verbod in 1914 was serieus maar toch: het was de letter van de wet. Geen enkele vrouw hoefde de kazerne uit. Van Daalen had het duidelijk op schrift gesteld: ‘Uiteraard zal niemand worden gedwongen een concubine weg te zenden, die hij met toestemming van de bevoegde autoriteit reeds heeft.’
Opmerkelijk dat ‘uiteraard’.
En het grootste deel van het Oost-Indische Leger, dat helemaal niet christelijk was, leefde vooralsnog min of meer gelukkig verder, zoals voorheen in zonde.
Pas in 1928 werd het verbod voor het hele leger ingesteld.

Maar ja.
De realiteit is weerbarstig.
Kijk nog eens naar die foto bovenaan. Ik neem het bijschrift over van de defensie-beeldbank:

  • Een militaire troepenchambre voor gehuurde Indonesische militairen beneden de rang van sergeant. Vrouwen en kinderen van Indonesische militairen legerden in de kazerne.
  • Doorgaans van 06:30 uur tot 13:30 uur moesten vrouwen en kinderen weg wezen. Zij verbleven in de “vrouwen-loods” (een per compagnie) voor koken en kleren wassen. Zij mochten pas terug naar de chambre op het officiële trompetsignaal genaamd “Afslag”. Daarna (circa 13:30 uur) bleven ze er tot de volgende dag circa 06:30 uur.
  • De kamertjes waren afgescheiden met gordijnen die de bijnaam hadden van “zedelijkheidsgordijnen`.
    (Foto Koninklijke Landmacht)

Meer zeg ik niet. U weet.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

gratis ebook