Wouter Muller: “Ik ben en blijf 24 uur per dag muzikant”

Moeder en vader met hun Woutertje Muller (collectie Wouter Muller)
“Er wordt nu het nodige afgezegd,” vertelt Wouter Muller. “Dat is jammer en begrijpelijk, want op de pasars en koempoelans komen veel Indische en Molukse ouderen. Kwetsbare mensen.”
Poekoel teroes: in gesprek met Indische ondernemers
Als ik aan Wouter denk, zie ik een enthousiaste man met een gitaar, iemand die zijn publiek wat te zeggen heeft. Daarbij fantaseer ik een busje, dat hem elke dag naar een andere locatie brengt om daar mensenmassa’s toe te zingen. Hoe moest dat, nu zowat alles gesloten is?
Misschien is hij wel bankroet.
“Welnee,” zegt Wouter. “Ik heb de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.” Dat scheelt alvast. En dan blijkt dar hij nog veel meer bezigheden heeft. “In Enschede ben ik lid van de Clientenraad Werk en Inkomen, wij adviseren het college van burgemeester en wethouders. Verder zit ik in een soortgelijke adviescommissie Kennisplatform Burgerschap en integratie, en ik ben bestuurslid van Humanitas in Twente, waar we op jaarbasis zo’n tweeduizend mensen helpen met ongeveer 700 vrijwilligers. Dus dat is echt mooi werk.”
Gitaar

Wouter in actie (Facebook Wouter Muller)
En eh… de muziek?
Wouter, verbaasd over de vraag: “Daarnaast ben ik dag en nacht muzikant.”
Dat begon op een zolder, toen Wouter een Woutertje was van tien jaar oud. “Ik deed toen klusjes voor een oom, een heitje voor een karweitje. Tijdens het opruimen van de zolder vond ik een heel groot voorwerp, een gitaar uit Indië. Zoiets moois had ik nog nooit gezien. Ik vroeg of ik die gitaar mocht hebben in plaats van de betaling, maar mijn oom zei: ‘nee, daar ben je te klein voor, wacht maar tot je twaalf jaar bent.’
Twee jaar later was ik het helemaal vergeten tot mijn oom op mijn verjaardag kwam, met de gitaar. Daarna heb ik veertien dagen lang dag-in, dag-uit mijn moeder en broertjes verveeld met het gepiel op de gitaar. Daarna vond ik er niks meer aan. Pas op mijn veertiende dacht ik er weer aan, toen ik een buurjongen op zijn gitaar zag spelen. Na een paar weken vormden we een buurtbandje.”
De rest is geschiedenis, zeggen we dan.
Wouter is van binnen dus altijd muzikant, maar daarbij heeft hij wel andere banen gehad. Vooral opbouwwerker, vandaar dat pensioen (hoera!). Hij maakt deel uit van een columnistengroep voor de Twentse krant Tubantia, waar hij bij toerbeurt voor schrijft.
Zonder publiek
Tot het openbare leven stil kwam te liggen, had hij wisselend vaak optredens. Alles geschrapt. Wat blijft er over voor een muzikant zonder publiek?
Simpel.
De muziek.
“Ik ben altijd bezig met ideeën voor teksten. Om een voorbeeld te geven. Nederland viert nu 75 jaar bevrijding, maar vanuit Indisch perspectief gezien is het natuurlijk een heel ander verhaal. Tijdens een van de laatste optredens in Losser, kwam ik tussen de liederen door hierover te praten. Het grootste gedeelte van het publiek keek stomverbaasd op. Ze wisten van de Japanse capitulatie, maar dat vrijwel direct erna een nieuwe oorlog in Indië uitbrak, dat was niet bekend.” Zoiets inspireert: “Je mag best 75 jaar bevrijding vieren maar voor Indische mensen zit er een andere kant aan.”
Hij klinkt even strijdbaar als betrokken, en dat is geen wonder voor wie zijn ouders heeft gekend. “Mijn vader Henry (Victor Hendrik Muller) was sergeant-majoor bij het KNIL. In mijn liedteksten heb ik beschreven dat hij niet alleen van beroep militair was, maar dit was met heel zijn hart en ziel. Ik weet nog wel dat ik hem zag in zijn kist, toen hij dood was, en dacht: daar ligt een militair, nog altijd in de houding. Hij heeft het moeilijk gehad toen duidelijk was dat er voor het KNIL geen plaats meer zou zijn. Van hem heb ik het strijdbare, het voor anderen willen opnemen, het gevoel dat in opstand komt tegen onrechtvaardigheid, voor zaken willen vechten.”
Over zijn moeder Miene (Margaretha Antoinetta) Trouerbach: “Ze vond het fijn om zorgzaam te kunnen zijn, om aandacht aan andere te schenken en een helpende hand te bieden waar die nodig is.”
Online
Het zit alletwee in Wouter en daardoor ook in zijn liedjes. Nog een vraag. Als alles nu op slot blijft, gaat hij dan online optreden? “Daar ga ik me wel in verdiepen. Maar voorlopig niet. Ik kijk wat er op mijn pad komt en reageer daarop.”
Pelan pelan, komt daar een nieuw lied an?
Wouter Muller
Website: https://www.woutermuller.com
Facebook: https://www.facebook.com/wouter.muller
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.


Pa was Johannes van der Steur (1865-1945), een zendeling uit Haarlem. Hij vertrok naar Indië om daar geestelijke en praktische bijstand te verlenen aan militairen. Dat lukte, maar al snel kwam daar een taak bij: de zorg voor kinderen. Zij hadden een Europese vader, meestal militair, die niet meer voor zijn kind wilde of kon zorgen. Pa vond dat deze kinderen niet in de kampong mochten blijven (ook al hadden ze een liefdevolle moeder of familieleden) maar een Europese opvoeding moesten krijgen. Zijn tehuis groeide snel in omvang. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog had hij honderden zogeheten Steurtjes in huis.
Pa had dus nauwelijks geld. Dus hij ging creatief denken en doen, ook met de hulp van de Indische pers die zijn tehuiswerk steunde. De kranten schreven positief over allerlei kleine en grote acties die geld opleverden.

Opa Rudy
“Normaal hebben we hier gezellige gesprekken. Nu gaat alles over corona. Ik denk wel dat de mensen graag blijven komen, zeker nu restaurants moesten sluiten. Zaterdag was de dag na de nieuwe maatregelen en ik dacht, ik blijf met veel porties zitten, dus ik kondig vast aan op Facebook dat Ap deze keer op zondag ook open is. Maar al het eten ging op. Dus toen ben ik op zondag gaan koken, maar nu voor 25 porties, dus de helft van wat ik normaal maak. En dat ging eigenlijk ook goed.”
Dus ontmoedigd is Ap Halen niet in het minst. Dat komt ook doordat hij Njonja Halen aan zijn zijde weet (ze hebben elkaar ontmoet via zijn eerste kookboek Mixtie, lief hè), hij heeft genoeg meegemaakt om te weten dat je hoe dan ook alles uit het leven moet halen en bovendien: hij lijkt steeds meer op zijn moeder Hetty (Henriette) van 89 jaar and still going strong. “Ze heeft humor en ze blijft zich ontwikkelen. Mijn moeder heeft een enorme veerkracht. Ze heeft de Jappentijd en het kamp doorstaan, haar oudste broer is door de Jap vermoord en haar vader is al vroeg overleden. Maar ze heeft nog altijd humor en ze blijft zich ontwikkelen.”
Hoe is het om een kleinkind te zijn van een beroemde kruidengeneeskundige? Oom Fred, toen een royale 70plusser, wist het. “We leerden niet te kuchen als oma ons kon horen,” vertelde hij me. Hoorde oma hem toch, dan moest hij obat drinken. Nooit lekker.


Toen het gezin van mijn ouders vanaf 1951 eenmaal via vele omzwervingen van pension naar pension, na een verblijf in Nieuw Guinea 1955-1962, uiteindelijk een eigen woning kregen in het midden van het land viel ons buitensluiting en discriminatie ten deel onder de Indische gemeenschap. Het ging om de afkomst van mijn moeder.





Na een half jaar of zo zijn wij naar de Sunario weg 11 verhuisd. Het is dezelfde buurt van de Merapiweg. Wij konden van de familie Strausz het huis overnemen, die naar Nederland zou vertrekken. Wij namen ook hun 2 honden Flip en Flap over. Zo was het toen, het was vanzelfsprekend. Het huis waar wij gewoond hebben, staat er nog steeds in oorspronkelijke vorm zoals toen! Het huis staat te koop. Het zal zeker verbouwd worden. Het huis van onze buren de familie Young staat er niet meer. Er komt een nieuw huis te staan.




