
- ’t Is, meenen wij, een eenige gebeurtenis, dat mevrouw A. D. Gottschalk, wier portret wij hierbij aanbieden, eenige dagen geleden tusschen haar leerlingen en oud-leerlingen den dag mocht herdenken, waarop zij vijfentwintig jaar geleden onderwijzers werd van de Semarangsche Fröbelschool.
Aldus het Weekblad voor Indië. We zijn in 1905, dus mevrouw Gottschalk trad aan in 1880. Als een vrouw met een betaalde betrekking dus. Uitzonderlijk voor Europese vrouwen uit deze tijd. Er waren weinig vacatures en wat er was, werd matig betaald. Een vrouw werd geacht tot haar huwelijk onderhouden te worden door de familie, daarna door haar echtgenoot en bij tegenslag uiteindelijk door de kinderen. Een afhankelijke positie.
Wanneer ze economisch zelfstandig wilde zijn, dan kon dat alleen in beroepen die vrouwelijk geacht werden te zijn, dus in het verlengde van het willen-zorgen-voor-anderen, of wat ook zo vrouwelijk heet te zijn, gevoel voor kunst en schoonheid.
Bijvoorbeeld:
- gouvernante
- verpleegster, vroedvrouw
- hoofd huishouden in een zeer respectabel gezin
- gezelschapsdame (alleen bij andere dames)
- journaliste (wel columns en een vrouwenrubriek, geen oorlogsreportages)
- schrijfster (Melati van Java debuteert in 1874)
- bloemiste (vooral indien getrouwd of weduwe)
- pensionhoudster (getrouwd, idealiter weduwe)
- zangeres, actrice, declamatrice (uitzonderlijk)
Getrouwd zijn was belangrijk, dat gaf een zeker fatsoen. Een ongehuwd meisje kon natuurlijk geen pension houden en heren ontvangen. Het mooie van de oude tijd is dat bij vrouwen altijd staat juffrouw (single) of mevrouw (getrouwd of weduwe).
Dat is dus ook het geval met mevrouw Gottschalk.
Juwelen
Over mevrouw vermeldt het Weekblad interessante feiten:
- Nimmer nam mevrouw Gottschalk in dien tijd verlof, waarop zij het volste recht had kunnen doen gelden, en vol opgewektheid en liefde voor het onderwijs, vervult ze nog heden haar taak. Ze heeft er slag van, met de kinderen om te gaan, zich bemind te maken; getuige wel de vele geschenken, haar op dien gedenkwaardigen dag aangeboden.
- Door ’t damespersoneel werd haar eene keurige, in nieuwen stijl vervaardigde schrijftafel aangeboden, en waar juweeltje van een bureau, en de leerlingen zorgden, dat alles wat meubel hoort, er op was. Niets was vergeten. Op de tafel stond bovendien een met twee prachtige bloemvazen, welke door de Loge ‘La constante et fidèle’ waren aangeboden. Bloemstukken en bouquetten waren in weelderigen voorraad aanwezig.
- De kleintjes gaven twee schilderijen, terwijl de oud-leerlingen mevrouw Gottschalk verrasten met een briljanten ring, en haar door de directie der Fröbelschool een briljanten broche als duurzaam souvenir werd aangeboden.
Hier staat heel wat:
- mevrouw kreeg twee briljanten sieraden, dat is kostbaar. Ik dacht, dat is een soort pensioenvoorziening
- ze krijgt een volledig ingerichte schrijftafel, wat een erkenning is van haar kwaliteit als werkende vrouw
- ze heeft collega’s, want er is ‘damespersoneel’
- er is waardering voor haar van de Semarangse vrijmetselarij; deze loge had de school opgericht
Verderop vermeldt het Weekblad nog dat mevrouw zestien jaar werd toen ze onderwijzeres werd, wat doet nadenken over het wel of niet kunnen volgen van een opleiding. Misschien begon ze al lerend. Dat is dan heel goed gegaan, want bij het jubileum in 1905 is ze evenals mej. J. van den Bos hoofdonderwijzeres met 175 leerlingen en vermoedelijk met damespersoneel onder zich.
Rolmodel

De Locomotief, februari 1918.
Ik kon haar verder nauwelijks terugvinden in de oude kranten. Kamerverhuur, in 1918. Haar familienaam Lincklaen Arriëns in het overlijdensbericht in 1926. Al met al geeft het de indruk van een bescheiden bestaan, ware het niet dat ze vermoedelijk vele generaties kinderen heeft onderwezen en voor vrouwen en meisjes een rolmodel was. O, had ze toch maar haar herinneringen opgeschreven.
Mevrouw Gottschalk had haar tijd mee als werkende vrouw. In Nederland legt Aletta Jacobs in 1878 haar laatste artsexamen af, waarmee ze de eerste vrouwelijke arts van Nederland is. In Den Haag is in 1898 de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, waar de nadruk ligt op betaalde arbeid door vrouwen. En in 1890 werd Charlotte Jacobs (inderdaad, de zuster-van) de eerste apothecares van Indië.
Maar niet elke vrouw kon zomaar alles doen anno 1905:
- getrouwd of ongetrouwd was van belang
- etniciteit: een Europese vrouw kon bijvoorbeeld wel hoedenmaakster worden, ook modiste, maar naaister (djait) dat was meer een beroep voor de inheemse vrouw
- klasse: een vrouw uit de hogere klasse werkte niet voor geld, zij kon wel een eigen carrière maken in de wereld van de filantropie of andere idealistische verenigingen
- leeftijd: als later de grote kantoren komen, bieden die vooral werkgelegenheid aan jonge meisjes. Daar heeft Ems van Soest heel goed over geschreven in haar autobiografische roman De Pauw (1930).
Waar ik over twijfel is het beroep van tokojuffrouw. In de roman Toko Vermaas (1908) van Thérèse Hoven lees ik over de gelijknamige toko in Soerabaja. Een boekwinkel. Daar werkt de Indische Flip Soeters en hoe gaan die dingen, hij trouwt met Poppie Vermaas, zodat hij vastigheid in de toko bezit. De roman moet de lezers van toen herkenning hebben geboden. Lezers van nu struikelen over de clichés, maar… we krijgen wel een indruk van die toko. (Klik hier voor de roman ) Het lijkt me afhankelijk van het soort toko, het assortiment (boeken zijn misschien deftiger dan koekjes), de locatie en ja, als dat in orde is, dan is het misschien een beroep voor Europese vrouwen en meisjes.
Tot slot nog een vraag. Wat denkt u, is mevrouw Gottschalk Indisch?
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u de juiste informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
- maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt


Mooi verhaal weer! Het zou zomaar kunnen dat ze Indisch was. Zag op internet dat haar familienaam uit Nederland komt maar dat die voorvader al een functie had in Nederlands Indië. En dat zij n nazaten zich daar wellicht vermengden zou goed kunnen. En wat dan nog?
De vraag stelde ik omdat ik benieuwd ben naar de aanwezigheid van Indische (me)vrouwen. Ze zijn zo weinig zichtbaar.
Ik denk dat mevrouw Gottschalk inderdaad een Indische vrouw was. Op de foto heeft ze duidelijk Indische trekken. De loge La constante et fidele is inderdaad de oprichter van haar school in Semarang. De vrijmetselarij heeft in Indie heel veel scholen opgericht. Het jubileumgeschenk van deze loge, twee bloemvazen, lijkt gering tussen al die dure cadeaus. Maar deze Semarangse loge telde in 1905 slechts 55 leden.
55 leden is niet heel veel, maar.. de school viel ook onder het toezicht en mogelijk onder het budget van de loge. Dus, idealiter, kwam het allemaal uit een goed hart.
Ik had in Voorschoten ruim contact met de Indische gemeenschap al was t maar om in opdracht van mijn moeder een blok tahoe te halen bij het Indische winkeltje bij de familie Polanopatel. Heel Indo Voorschoten van mijn tiener generatie zat in bandjes. Dan vroeg je aan de deur “dag mevrouw is Joop thuis”.Dan riep ze naar boven “Mpie, mpie!!!!. Dan riep Willem van boven “Ja !! Dan riep ze : ” Ik zeg toch geen Wimpie, kzeg Jopie !
Mooi dat de naam van mevrouw nog steeds iets oproept!
In mijn tienerjaren in Voorschoten heb ik voor t eerst geblowd o.l.v. Tony Gottschalk. Er was ouders, Tony, Jimmy en Dave.Jimmy was stewart bij de KLM en stiekem homo. Dave moest door een bad trip worden opgenomen en zit daar waarschijnlijk nog steeds.