
Woonhuis van een kolonist te Nieuw-Guinea, 1933-1936 (KITLV 377637)
Nieuw-Guinea moest het antwoord zijn op de problemen. Anno 1930 zijn die er immers volop in de economische crisis. Betrekkingen zijn moeilijker te vinden, salarissen worden zomaar gekort, waar niets tegen te doen valt want voor jou tien anderen, dus wat moet je, helemaal als die tien anderen Indonesisch zijn en dus minder salaris krijgen.
Maar wat te doen, waarheen en wat dan?
Al in 1926 ziet de ‘Vereeniging Emigratie Nieuw-Guinea’ (V.E.N.G.) het licht, opgericht in Malang, met als voorzitter A.R. Landman. Het jaar erna kwam de nieuwe naam: ‘Vereeniging kolonisatie Nieuw-Guinea’, die de plannen meteen duidelijk maakte. Het woord kolonisatie had een opwindende klank, het ging om pionieren, in onbekende gronden een bestaan vanuit nul opbouwen, om voortrekkers, mensen die iets aandurfden. Dat er in Nieuw-Guinea Papua’s woonden, deed er nauwelijks toe.
In 1929 gaf voorzitter Landman een uitgebreide beschouwing over wat hij eerder met eigen ogen had gezien. Samengevat: Nieuw-Guinea bood kansen. Landbouwgronden konden bewerkt worden. Het was hard werken, maar het kon.
Al het jaar erna vertrokken de eerste kolonisten, leden van de vereniging die weer een andere naam had: ‘Stichting Kolonisatie Nieuw-Guinea’. (S.K.N.G.) Gezinnen, losse mannen, een enkele vader en zoon, zij stapten op de boot van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, en reisden zo naar een beter leven. Aan boord waren ook 17 Steurtjes, jongens uit het tehuis van Pa van der Steur.
Nieuwe club

Een kolonistennederzetting bij Manokwari. (Bron: Natuur en Mensch. Nieuw Guinea-nummer, augustus 1933)
Het initiatief moet hebben aangesproken. Een jaar erna, op 14 april 1931,, vond de oprichtingsvergadering plaats van het Verbond Indo-Kolonisatie in Nieuw-Guinea.’ De naam was duidelijk over de doelgroep: Indo-Europeanen. Het Verbond was een afsplitsing van de andere vereniging; kranten suggereerden een ruzie.
Nu was er dus Stichting Immigratie Kolonisatie Nieuw-Guinea, met een eigen blad zijnde De Nieuw Guineaër. En er was de Vereniging tot Kolonisatie van Nieuw-Guinea (VKNG). In kranten lees ik ook over een V.I.K.I.N.G., mogelijk een afsplitsing.
De clubs wilden hetzelfde. Een kans voor de Indo-Europeanen, een uitweg, een nieuw en goed leven. Emigratie, kolonisatie.
Het was een kwetsbaar initiatief, zo bleek al snel.
Aanvankelijk leek er weinig aan de hand. In Batavia klonken moedige woorden op de jaarvergadering van de S. I. K. N. G. Het Bataviaasch nieuwsblad berichtte er uitvoerig over en citeerde voorzitter Landman:
- De Indo zal als werknemer den concurrentiestrijd tegen den Chinees en den Inlander absoluut moeten verliezen, omdat hij niet op hetzelfde levensniveau staat.
Op Java, Sumatra, enz. kan hij geen gronden krijgen, alleen Nieuw-Guinea blijft hem over. - Een eigen bevolking namelijk is er niet op dat eiland; de Papoea’s zijn nomadenstammen.
- Daarom kan de grond van Nieuw-Guinea ook aan den Indo uitgegeven worden.
- Spr. eindigde met het uitspreken van den wensch, dat de kolonisatie-gedachte onder de Indo’s in heel Indië verbreid zal worden: „Indo, weg van Java voor het te laat is!”
Manokwari
Weg van Java, dat klonk goed. Maar van de kolonisten waren er ook mensen terug gekeerd naar Java met verhalen die aanzienlijk minder goed klonken.
Bij Manokwari was het mis gegaan. In een nederzetting van beperkte omvang moest allereerst dusdanig hard gewerkt worden, dat zelfs de Steurtjes het te bar vonden. En ten tweede was de onderlinge samenwerking ver te zoeken geweest. Alom klaagden de teruggekeerde kolonisten over
L. F. R. Denninger, een van de eerste kolonisten bij Manokwari.
Het Soerabaijasch handelsblad dook in de zaak van de ‘Gedesillusioneerde kolonisten’ en schreef onder meer over deze groep:
- Hun was dan voorgespiegeld, dat ze in de nabijheid van Manokwari, waar het kolonisatieterrein van deze vereeniging ligt, een stukje grond zouden kunnen uitzoeken ter ontginning.
- Dat ontginnen zelf zou niet veel moeite opleveren, daar de grond zich er zeer bijzonder voor leende, terwijl het terrein niet al te zwaar begroeid zou zijn.
- Maar daar er de eerste zes maanden niet op het afwerpen van vruchten kon worden gerekend, zou men deze maanden steun in een dagelijksch rantsoen rijst en in geld, zoo ongeveer ten bedrage van tien gulden per maand ontvangen.
- Vleesch zou er voldoende in voorraad zijn, aangezien men maar een schot behoefde te lossen om een varken te hebben. Men verzekerde ons, dat van al deze beloften weinig of niets is terecht gekomen.
- Niet alleen kreeg men zoo goed als geen geldelijken steun, maar ook heeft men niet voldoende voedselsteun gehad, terwijl het vooruitzicht van een vruchtbaar stuk grond aldus werd gerealiseerd, dat men als een koelie moest werken op het terreintje van den heer Denninger ten zuiden van Manokwari.
Dat was het. Werken als een koelie, als je Indo-Europeaan bent, dat kon niet, en helemaal niet koelie van een andere Indo-Europeaan.
De krant schreef kritisch:
- Het wil ons voorkomen, dat velen erheen gingen in de vaste overtuiging het daar binnen niet al te langen tijd goed te zullen krijgen en een fortuintje te verwerven. In de omgeving van Manokwari bevindt zich thans een vijftigtal kolonisten van de Stichting.
De problemen verdwenen niet, ook al bloeide het terrein van Denninger en ook al keerden er kolonisten terug naar Java terwijl anderen weer vertrokken naar Nieuw-Guinea. De conflicten namen toe. In de late jaren 1930 probeerde de regering greep te krijgen op de verenigingen, de regelingen en de kolonisten, tevergeefs natuurlijk. Weinig voorbereiding, te hard werken, de Papua’s, er waren meer problemen dan oplossingen. En toen kwam de oorlog, waarna alles ook hier anders werd.
Maar deze beginjaren hadden wel duidelijk laten zien, hoezeer de Indo-Europese bevolkingsgroep in de knel zat.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
- lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt


Ik werkte in de 60-jaren op het Ministerie van Defensie in Den Haag. Op onze gang was ook het kantoor van de heer Eibrink Jansen. Op zijn kamer hingen wat dingen die hij uit Nieuw Guinea had meegenomen. Hij was daar – naar ik mij herinner- gouverneur geweest. Ik vond het heel interessant.
Dat kan ik me voorstellen, juist in die tijd begon Nieuw-Guinea beladen te worden.