Officieren en onderofficieren tijdens de 2e Atjeh expeditie, 1874 ( KITLV 87028). Wie van hen bleef geestelijk gezond?

Krankzinnig is een breed begrip, en een mens is niet altijd ja dan nee krankzinnig, het kan in golven komen, het kan in gradaties verschijnen en soms is het te genezen.
Maar hoe dan ook is het ellendig, en het ellendigste was de situatie te Atjeh, eind negentiende eeuw.

In militaire brieven kom ik termen tegen als:

  • zenuwen
  • zielsziekte
  • nerveus

Wat gebeurt er in zo’n geval? De man gaat naar het hospitaal of moet met verlof, in de hoop op herstel. Begrippen die we nu kennen als posttraumatische-stressstoornis (PTSS) en moral injury bestaan dan nog niet.

Zelfmoord

Dat er in Atjeh veel problemen zijn met de geestelijke gezondheid van Europese officieren, is vroeg duidelijk. Alleen al de cijfers van zelfmoord wezen daar bepaald op.
Dr. jr. K. Jacobs, Officier van Gezondheid 1e Klasse, publiceerde in het Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indië (1893) een artikel met onthutsende cijfers. Hij schrijft:

  • Het grootst aantal zelfmoorden hadden in Groot-Atjeh plaats in de jaren 1890 en 1891 met een cijfer van resp. 11 en 15, of 250 en 272 op de 100.000 man.
  • Gemiddeld komen hier dus viermaal zooveel zelfmoorden voor als bij het Engelsche koloniale leger.

Dit zijn dus alleen de Europese officieren, dus niet de onderofficieren en soldaten, niet de vrouwen en niet de dwangarbeiders.
En ook niet de mislukte pogingen tot zelfmoord.

De Atjeher komt

Officieren zijn leiding gevende militairen, vaak het goede voorbeeld gevend, in ieder geval zichtbaar voor de manschappen. Dat zet druk. Vooral zijn het de omstandigheden te Atjeh: de angst voor een sterke en vaak onzichtbare tegenstander.
Atjehers kenden het terrein het beste, hun guerilla-techniek was uitstekend. Daar kwam bij dat mannen vaak te lang in Atjeh moesten blijven, zonder aflossing. Er is dan de zogeheten Geconcentreerde Linie; een rij militaire posten die een gebied moeten afschermen en controleren. Maar ja: dan is een post wel heel zichtbaar voor de tegenstander.
Officieren wisten: de Atjeher komt. Maar niet wanneer en hoe. Ze waren beter met de klewang. Ze deden aan ’thuisbrengen’ van een patrouille, dus die pas bij de terugkeer aanvallen.
En dan het klimaat, de ziekten, Atjeh was alleen geschikt voor de oersterken.
Vandaar die krankzinnigheid.
En de zelfmoorden.

‘een onbestemden drang’

Het interessante is, dat de schrijvende dokter een aantal praktijkvoorbeelden geeft, waardoor de situatie wat zichtbaarder wordt. Zo schrijft hij over een mislukte poging:

  • Een der ongelukkigen, die ten einde zelfmoord te plegen, zich het halve gezicht had weggeschoten, doch er het leven afbracht, antwoordde mij op mijn vraag, wat hem aanleiding had gegeven tot de daad, dat hij thans zelf geen enkele reden zou kunnen bijbrengen, die die daad wettigde.
  • Hij had een onbestemden drang gevoeld om een einde aan zijn leven te maken, zonder meer.
  • De man had een goed strafregister, deed goed zijn dienst, dronk niet buitenmatig, leed niet aan nostalgie, en toonde even voor het plegen van de daad hoegenaamd niets opvallends in zijn doen of laten.

Dat er praktijkvoorbeelden zijn, is bijzonder, weet de dokter, want de schaamte is groot. Maar er is een geval dat hij uitvoerig beschrijft. De Europese Patiënt X. Hij is 42 jaar en nu voor de tweede keer in Atjeh. Hij is opgenomen in het hospitaal, onder behandeling van de garnizoensgeneesheer. Er is een risico op zelfmoord.
De familiegeschiedenis wordt genoteerd. De ouders waren labiele mensen ,een tante aan moederskant krankzinnig. Een oudste broer moest met ontslag uit de militaire dienst wegens ‘overspanning van het zenuwgestel’. Geen stabiele familie. Patiënt X gaat naar Indië:

  • In 1872 kwam hij in lndië, kreeg in 1873 knokkelkoorts, doch was overigens lichamelijk gezond.
  • In 1878 en 1879 was hij op Atjeh, alwaar hij veel aan koortsen en in den laatsten lijd vooral erg aan slapeloosheid leed.

Dit zijn de jaren waarin Karel van der Heijden grote en gewelddadige expedities door Atjeh leidt. Ik lees in de literatuur meldingen van hoge dodencijfers, beschrijvingen van kampongs en gronden in brand steken, en de afgedwongen overgave van degenen die nog leefden.
Je zult het maar meegemaakt hebben. Zoals Patiënt X.
Hij krijgt wanen, visioenen, waarin heel vaak vuur voorkomt.
De oplossing is: naar Nederland met verlof. Daar zwijgt hij over het verleden, uit schaamte.

Ingang van het Militair Hospitaal te Atjeh, na 1905 (KITLV 1400094) Uitsnede. Let op het stevige hekwerk.

In 1882 keert hij naar Indië terug, en ondanks optredende stemmingen, blijft hij een inzetbaar militair. Inmiddels is hij getrouwd en vader van drie kinderen. En hij wil naar Atjeh waar hij in mei 1891 aankomt. Al snel gaat het daar mis: koortsen en angsten bevangen hem met alle gevolgen van dien:

  • De angst dat hij zijn vroegere hersenkramp, zooals hij het noemt, zou terug krijgen, bracht hem tot vertwijfeling, daar hij vast besloten had, om zoodra bij dit bespeurde, zich op welke wijze dan ook van het leven te berooven. […]
  • Den volgenden morgen vertelde hij alles aan den hem behandelenden geneesheer, die het voorzichtiger vond hem naar het hospitaal te zenden, waar hij onder mijne behandeling kwam.
  • [..] Bij de geringste koortsaanvallen treedt pyrophobie zeer sterk op den voorgrond; alle kunstlicht moet dan uit zijne omgeving worden weggenomen; zelfs een rood schijnsel (ondergaan der zon, maneschijn, rood licht, ja zelfs een roode kleur) is hem dan hinderlijk en roept hem onmiddellijk zijn vroegeren ongelukkigen toestand voor den geest.
  • Hij werd met eene uitvoerige ziekte-geschiedenis naar Padang geëvacueerd, vanwaar hij naar de koele hooglanden werd gezonden, tot verder herstel.

Expeditie

Het is tragisch en fascinerend. Wat in het relaas van de arts ontbreekt, is een direct verband met de doorstane militaire ervaring. De zogenoemde ‘pyrophobie’, de angst voor vuur, moet opgedaan zijn bij de expedities die plaatsvonden voor de invoering van de Geconcentreerde Linie. Het tijdperk Van der Heijden. Kampongs neerbranden is ellendig werk. Deel van een ellendige oorlog.

Die expedities zijn voorbij als de Officier van Gezondheid zijn artikel schrijft, maar het heeft vermoedelijk wel sporen nagelaten, bij Patiënt X en anderen. En hoe moest die man verder die in Atjeh zijn halve gezcht had weggeschoten? De plastische chirurgie komt pas op tijdens en na de Eerste Wereldoorlog.

Hoge cijfers van zelfmoord en krankzinnigen te Atjeh, komt dat nog ooit goed? Jawel, weet de arts, zodra ‘wij’ hier ‘onze macht zullen hebben uitgebreid’.

U en ik weten dat het nooit is gebeurd. En u en ik bedenken nu ook: wie waren al die families die het bericht kregen van krankzinnigheid of zelfmoord, zijn er verhalen in de families van nu over de officieren van toen die in de knel raakten?

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook