Het is 1938 en Arthur van Daalen (1858-1939) krijgt een jubelstuk in de Deli-Courant. Het zal met genoegen gelezen zijn want de oud-politiecommissaris is een geliefd man, en daarbij, zowel tachtig jaar worden en veertig jaar in Deli wonen, dat wekt de sympathie.
Een man van aanzien.
Het leek of hij er altijd was geweest.
De Deli-courant schreef:

  • Veertig jaar in Deli maakt je Deliaan, zoo vervolgde de gastheer, en ik betreur maar één ding: dat ik niet in staat ben om met mijn vele oude vrienden die ik nog in handel en cultures tel het groote Deli-jubileum op 5 Mei te herdenken.
  • Dat had ik graag willen doen en de geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak.
  • Maar schrijf in de krant dat het mij spijt en dat ik in gedachten mee rijsttafel en mee ga pootje baden, dan weet men toch dat ik hier alles meeleef!

Die sfeer. Van sobats onder elkaar. Terzijde memoreerde krant dat de oud-politiecommissaris een ‘halfbroer’ was van de generaal Van Daalen.
Dat terzijde viel op, voor degenen die de familiegeschiedenis kenden. Halfbroer, inderdaad. Brother from a different mother.

Indo

Eerst Arthur van Daalen. Hij is de zoon van de kapitein G.C.E. van Daalen en de inlandse vrouw Sie Koeties, zoals ze op het stamboek van Arthur vermeld staat. De vader erkent zijn zoon en stuurt hem als peuter naar Nederland.
Voor zijn opvoeding.
Maar mijn indruk is ook om hem uit de weg te hebben. Arthur werd geboren in 1858, twee jaar later trouwt Van Daalen de (Indo-)Europese Minette Weijergang. Een goede partij, er gaan ook overtuigende verhalen over adel in de familie. In 1863 krijgen ze een zoon: Frits van Daalen, de latere Atjeh-generaal over wie ik een biografie schreef (klik en lees meer). Daarin staat meer over de familieverhoudingen en ook over die andere broer, Loeloe.
Stamboek Arthur van Daalen, uitsnede.Arthur telt als voorkind niet mee. Frits geldt als de oudste zoon. Dat vindt hijzelf ook. Wanneer hij later een familiegeschiedenis laat schrijven, krijgt Arthur een minieme voetnoot toebedeeld.

Zoon zijn van een inlandse moeder of een Indo-Europese moeder, mogelijk van adel, dat is nogal een verschil in status in de koloniale maatschappij.
Indo is niet alleen afkomst, etniciteit.
Het is ook klasse, milieu, status, zeker in deze oude tijd.
Arthur werd lid van het Indo-Europees Verbond (IEV), afdeling Deli, en profileerde zich daarmee als Indo. Iedereen wist het ook, een blik op zijn uiterlijk zei voldoende.
Arthur was ‘een echte Indo-Europeaan’, zoals Het Nieuws van den dag later schreef in alweer een positief portret:

  • Hoewel hij als een echt Indo-Europeaan, met vuur en hartstocht in een persoonlijk gesprek zijn standpunt wist te verdedigen en daarbij meer op een overkokenden ketel geleek dan op een rustigen politie-commissaris, kon hij, aan den anderen kant, in zijn werk, de kalmte in persoon zijn.

Het klassieke vooroordeel over het temperament. Maar ook: zelfbeheersing en iemand over wie met respect werd gesproken. Met recht en reden, want Arthur had een leven voor zichzelf weten op te bouwen.

En zijn halfbroer Frits van Daalen?
In al zijn brieven en toespraken, nooit een woord over zijn Indische achtergrond. Anderen hadden het er wel over.
Voorbeeld. Het is 1909 en Van Daalen woont in Den Haag een hofbal bij. Ter ere van zijn aanwezigheid heeft prins Hendrik, echtgenoot van de regerende vorstin Wilhelmina, zich in het uniform van het Oost-Indisch Leger gestoken. Eervol dus. En wat komt er vervolgens in de krant? Dit:

  • Onder de aanwezigen trok zeer de aandacht de oud-Gouverneur van Atjeh, generaal van Daalen, wiens typische kop, met het breede Indoprofiel, het kleine zwarte kneveltje en de donkere oogen, trouwens wel in staat is om de aandacht te trekken.

Dit soort publiciteit wilde de generaal Van Daalen niet. Het ging voor hem om zijn inzet. Niet om zijn etniciteit, het suggereren dat hij uit een lagere klasse van de maatschappij kwam. En toch kwamen er steeds die opmerkingen. Het moet hem gegriefd hebben.
Of hij met zijn halfbroer Arthur omging, betwijfel ik. Andere levens, andere werelden. En andere moeders, dat ook.

Delianen

Zoals gezegd had Arthur van Daalen een leven opgebouwd voor zichzelf. In Nederland zat hij in kostscholen, ging bij het Instructiebataljon in Kampen en keerde in 1877 als onderofficier terug naar Indië.
Daar werd hij in Atjeh geplaatst, onder de generaal Van der Heijden. Tegen de eeuwwisseling gaat hij over naar het civiel bestuur, met uiteindelijk tien jaren als hoofdcommissaris van de politie te Medan. Daarna gaat hij met pensioen en blijft er wonen. Getrouwd, geen kinderen.
Iedereen moet hem gekend hebben. Ik lees over zijn gemoedelijkheid, wat wijst op een sociale inslag. Over een vaste wil zijn doel te bereiken, het opkomen voor zijn mensen zelfs als daarvoor hij Delianen op hun fuif moest intomen:

  • „Jullie kunt toch wel fuiven zonder aan mijn oppassers te komen; houd je handen thuis; die menschen leggen jullie geen stroobreed in den weg; ze mogen het niét eens; het is mijn strikte order; ze mogen alleen mij of een opziener waarschuwen; en ze mogen me melden, wat ze van je gezien hebben, dat niet in den haak was; dat moeten ze zelfs; en ruk nu uit en kom hier niet meer; ik heb nog veel meer te doen vandaag.”

Arthur moet een sieraad van Deli zijn geweest.
En zijn broer?

Indische jongen

Frits van Daalen zat in een glazen huis. Zowat heel Indië keek met argusogen naar hem. Gezien zijn uitstekende militaire carrière leek het mogelijk dat hij gouverneur-generaal van Indië zou worden. Voor conservatief-koloniale kringen onwenselijk, dat deze Van Daalen met zijn specifieke achtergrond boven Hollanders zou komen te staan.
Pas na zijn dood in 1935 bleek dat Frits van Daalen wel degelijk oog had gehad voor het Indische. Het Vaderland:

  • Zelf Indische jongen, zorgde hij er voor, dat zijn Indische jongens in het leger niet te kort kwamen, mits zij flink waren en de handen uit de mouwen staken.
  • Hoe spanden zij zich in als zij onder Van Daalens commando stonden!
  • Onder zijn streng doch rechtvaardig régime zouden zij niet verguisd worden en loon naar werken ontvangen.
  • Menige Indo-borst, getooid met de Mil. Willems-Orde, heeft dit eereteeken te danken aan Van Daalen, wien niets ontging, plichtsbetrachting noch plichtsverzaking.

Maar ja: dan is het al 1935. De tijden zijn veranderd. En bovendien was de generaal dood, dat schrijft gemakkelijker.

Wat is wat

Deze twee mannen met dezelfde vader hebben zulke verschillende levens geleid, ze leken haast in niets op elkaar. Halfbroers zonder nabijheid.
Wat is dan Indo, wat is Indo-Europeaan, wat en wie is een Indische jongen? Op die vragen is geen eenduidig antwoord mogelijk. Het is etniciteit, klasse, status, het is historische context, het is afwegen wie zegt het over wie en wanneer wordt het juist niet gezegd, en wat betekent dat dan weer. Al die elementen tegen elkaar afwegen is de tijd van toen duiden en beter begrijpen.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook