
Q.M.R. Verhuell: strijd op het eiland Honimoa (1816) (Collectie Gelderland). Dit is niet het bewuste schilderij, zoals ik in het artikel uitleg.
Wat het koloniale verleden betreft, is er altijd wel iets te vinden waardoor je je gekwetst of beledigd kunt voelen, ongeacht hoe ver terug je daarvoor moet gaan. Deze week kwam ik op het voormalige Twitter een melding daarover tegen. De Telegraaf berichtte dat er in Arnhem een schilderij achter een gordijntje hing.
Om kwetsingen te voorkomen.
Het ging om ‘Nederlanders in gevecht met Ambonezen’, door Quirijn Maurits Rudolph Ver Huell, uit 1817.
Ja, dat is even geleden. Maar ik kon me toch heel goed voorstellen dat juist dit schilderij hevige aanstoot zou kunnen geven, misschien zelfs wel de aanleiding kon zijn voor een nieuwe beeldenstorm, of erger.
Want het geval wil, dat ik wat meer weet over de achtergrond ervan. Toen ik destijds onderzoek verrichtte voor Een eervol bestaan (2022), waarin ik aan de hand van fragmenten de geschiedenis van het KNIL vertelde, had ik erover gelezen.
Nu komt: eerst de achtergrond
Daarna: wie recht en reden heeft gekwetst te raken
Schilderij
De beschrijving van het schilderij is als volgt: ‘Gevecht in het water voor de kust met palmbomen, op voorgrond man met degen tussen de tanden en pistool in de rechterhand en vlag in de linkerhand. Molukken – Nederlanders in gevecht met Ambonezen. Adelborst ’t Hooft redt de vlag in een gevecht op het eiland Honimoa tussen Nederlanders en Ambonezen, 20 mei 1817.’
Google het, en u ziet het. Want wegens beeldrechten kan ik het niet laten zien.
Wat ging hieraan vooraf?
Het is 1817, en er ontbrandt een meerdaagse oorlog in de Molukken. De bevolking verzet zich tegen het handelen van de nieuwe resident van Saparoera Van den Bergh. Terecht, is mijn indruk. Hij voerde te snel belastingen in, die te zwaar drukten, had geen greep op zijn eigen ambtenaren en vernederde bovendien een aanzienlijke inwoner in het openbaar. Heerszuchtig gedrag dat het ergste voor de toekomst deed vermoeden. Deze situatie, met de bestaande weerstand tegen de Nederlanders, moest wel escaleren.
Op 17 mei is er een uitbarsting van volkswoede. De resident wordt doodgeschoten, wel nadat er een kort gebed is uitgesproken. Dat wijst toch op een vonnis.
Maar een opstand tegen het gezag, en de moord op Van den Berg, moesten gewroken worden, ook om een eventuele uitbreiding van deze geslaagde opstand te voorkomen. Hard optreden vond de koloniale overheid de enige optie.
In de Militaire Spectator (1836) staat in het artikel ‘Eene bladzijde voor de vaderlandsche historie’ wat er gebeurde, met veel melodramatische details. Ik maak er een lijstje van.
- het verzet groeit, ook op Ambon
- militair ingrijpen ‘op hooger last’ geboden
- een expeditie wordt uitgezonden, onder leiding van de majoor der genie G.J. Beetjes. De majoor is bekend met het gebied. Hij weet de expeditie te leiden naar het eiland Haroeka, waar ze na twee dagen zullen vertrekken naar Honimoa
- Op het schilderij staat de adelborst ’t Hooft. Het is een uitbeelding van dit moment, zoals beschreven in de Militaire Spectator:
‘Den adelborst ’t Hooft zich bij zijne divisie bevindende, thans onder de bevelen van den luitenant der infanterie Verbrugge, werd de Nederlandsche vlag toebetrouwd, welke bestemd was op de wallen van het kasteel Duurstede geplant te worden, wanneer deze sterkte in onze magt zoude zijn.’
Een gewelddadige confrontatie volgt. En dan:
‘De adelborst ’t Hooft, met de vlag in de eene en het zwaard in de andere vuist, stond reeds tot aan de middel in zee, zich tegen de vijanden verdedigende. Door den vurigen wensch gedreven, om de aan hem toevertrouwde banier, Nederlands roemvolle vlag, niet in de handen des vijands te leveren, slaat hij dit voor hem heilige pand om het lichaam en stuift in de golven.
De situatie wordt dreigender, ’t Hooft moet zwemmen en hij neemt een besluit. Kleren uit. En hij ‘wikkelde de vlag om zijne beide pistolen en patroontasch, en betrouwde dit zijn heiligdom aan de golven. Het zonk in de diepte; en de edele jongeling was gerust, verzekerd dat dezelve den vijand nimmer in handen kon vallen.’
Onderhandelingen
De oorlog gaat verder.
De majoor Beetjes is gesneuveld.
Er moet onderhandeld worden, en dit ontleen ik aan een groot artikel in het Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage (1890). Hier komt Thomas Matulessy in voor. Het dagblad laat hem zien als als provocerende leider van het verzet: ‘een man van rijzige gestalte en sombere gelaatstrekken, met een ontbloot breed slagzwaard in de hand’.
Hij weet hoe hij de vijand moet krenken en dat doet hij ook:
- ‘Thans verscheen hij gekleed in eenen rooden rok, die met de hoofdofficiers-epauletten van den gesneuvelden majoor Beetjes was versierd, een lange witte broek, kousen en schoenen, een driekanten hoed met een pluim van zwarte en roode vederen op het hoofd en een lange sabel in de hand.’
Kennelijk begreep Matulessy uitstekend de gevoeligheden van het Nederlandse bewind: het uniform, symbool van het gezag. Dat droeg hij nu. Uiteraard vergrootte dat niet de onderhandelingsruimte. Het geweld aan beide zijden nam toe. Schepen werden aangevallen, prauwen in brand gestoken, het verzet hield stand. Door verraad viel Matulessy pas in november 1817 in handen van de Nederlanders.
Mal gordijntje
Nu komt het. Want u weet nog wel, dat het schilderij dus achter een gordijntje hangt. Dat helpt natuurlijk niet. Nu willen we het allemaal weten en wie kan zich gekwetst voelen?
- De Indische gemeenschap, wegens het gebrek aan erkenning van de gesneuvelde majoor Beetjes, hij was een Indo-Europese man, maar zul je altijd zien, hij staat er niet bij, niet op, niet naast, nergens.
- De Molukse gemeenschap, want hier toonde Pattimura zijn karakter en hij was bereid te sterven voor zijn overtuiging; een held, een man met een stalen rug, en dat is ook het verhaal dat bij het schilderij hoort.
- Dan kunnen ook nazaten van het KNIL zich miskend voelen, want al gaat het hier om adelborsten, de indruk wordt wel weer gewekt dat het koloniale leger uit roomblanke jongens bestond en dat was niet zo. De meerderheid was multi-etnisch.
- Aansluitend op punt 3, kunnen ook nakomelingen van de Ambonese 2e luitenant M. Th. Pietersz zich gekwetst voelen, want hij was een van de eersten, zo niet de eerste inheemse militair die hier een Militaire Willems-Orde verdiende. Dat staat in het prachtige boek van Rogier Rijpkema en Jaap Cuperus: 1815-2015 Militaire Willems-orde. 200 jaar moed, beleid en trouw. Studiekring Ridderorden en onderscheidingen, 2016 (eerste dr. 2015, uitg. eigen beheer)
- En ik kan me ook wel gekwetst voelen, namens alle bezoekers van musea waaronder ook schoolkinderen vallen, over deze affaire van een mal gordijntje.
Laat ons breed kijken naar het verleden, perspectieven naast elkaar laten bestaan, licht en schaduw naast elkaar.
Het schilderij en alles eromheen verdient een tentoonstelling.
Juist hiervan, juist nu.
De discussie is gesloten.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
- lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt


“Schilderij achter gordijn” Het door u bedoelde “schilderij” – u hebt het uit de Telgraaf, waar het is afgebeeld – is geen schilderij. Het is een werk op papier in waterverf en mogelijk wat dekverf. Werken op papier zijn uiterst gevoelig voor voor licht. Langdurige blootstelling aan licht heeft een vernietigende werking. Allereerst op de pigmenten, en ook op het papier. Bij het tentoonstellen van zo’n werk is het daarom zaak om de lichtintensiteit laag te houden en het werk niet lang tentoon te stellen. Werken op papier worden daarom niet permanent tentoon gesteld. Doet men dat biedt een gordijntje een oplossing. Een frequent museumbezoeker komt die oplossing wel vaker tegen. Daar zal ook in Bronbeek voor zijn gekozen. Om daar zeker van te zijn kunt u contact opnemen met het museum.
Dank voor deze aanvullung. Mijn zorg over het tonen en niet tonen van het koloniale verleden blijft bestaan. Hopelijk neemt de Telegraaf ook een vervolgbericht op.
Weer een interessant bericht. Ik zal binnenkort als het Nederlandse gedeelte bijna klaar is, contact op nemen over het Mulukse gedeelte.
Van den Bergh doodgeschoten na een gebed? Hier is het verhaal van de geredde zoon: Mijne Moeder die het digste bij de deur was, de troep ziende, en door angst bekropen, niet wetende hoe zich te redden, vloog op de deur aan, waarschijnlijk denkende zich daar buiten op het plein te kunnen redden, doch deze in doodelijken angst beproefde daad, vervroegde haar dood, want nauwelijks in het midden der deur, tusschen de oproerlingen gekomen zijnde, of reeds zagen mijn’ Vader en ik, haar aangrijpen en was de goede Vrouw in een oogwenk onthoofd; Mijn Vader hoe weerloos ook, ziende dat Zijne Vrouw werd aangegrepen, sprong op om ter hulpe te snellen, terwijl ik ZEd als het ware uit instinct volgde: de moordenaars mijn Vader ziende, stoven dadelijk weder naar binnen op hem los, doch voor zij tot hem genaderd waren kwamen hun, Zijne drie jongste kinderen (b. 2.) tegen, die hunne Moeder hadden willen volgen, die onder onze oogen gruwelijk werden vermoord, waarna zij als wilde tijgers op mijn’ Vader losgingen, die zich nog trachte te verdedigen, doch spoedig vermand, onder de klewang houwen bezweek. Ik zag hem vallen, die goede Vader, die, zoo verwond zijnde zich toch nog verweerde, zeker om te trachten zijn eenig overgebleven kind met Zich Zelven te kunnen redden, doch met zijn val, was het gruwelstuk volbragt, waarna zij mij, het weerloos overgebleven kind, mededoogloos neersabelden, waardoor ik drie zware en drie ligtere wonden aan het hoofd kreeg, welk mij als dood; op de planken deden storten, en daar bewusteloos bleef liggen.
Ik noemde de bron waar ik me op baseerde.
Dat gordijntje is inderdaad mal.
Wat ik ook mal vind is de suggestie dat er redenen voor zouden zijn te bedenken, dat het niet terecht is als de gekoloniseerde bevolking in opstand komt tegen de onderdrukker.
Dat is een belangrijke aanvulling, dank hiervoor.
In reactie op Walter Jansen: Bij gebeurtenissen in het verlden gaat het er in eerste plaats om vast te stellen wat er gebeurd is en met welke bedoeling dat is gebeurd. Wat wij er nu van vinden – terecht of onterecht – komt daarna pas.