Indo-Europese man te Semarang, 1865 (KITLV 179706 )

Batavia, 1848. Een roemrucht jaar, want in 1848 begon de emancipatie van de Indo-Europese bevolkingsgroep. Zo u wilt: de Indische emancipatie.
Er zijn notabelen en huisvaders, die zich verzetten tegen een nieuwe regeling uit Nederland, die vooral deze groep pijn zal doen.
Een besef van eigenwaarde ontluikt.
Een verlangen zich te uiten.
Om gelijkstelling te eisen.
Het was in zekere zin een opstand.

Je zou verwachten dat elke instelling met Indisch erfgoed hiervan schilderijen heeft hangen. Groot. Dat er toneelstukken zijn met meeslepende reconstructies.
Ik heb nog niks gezien, u wel?
Terug naar Batavia.

Zielzorger

Indo-Europese man op Java, circa 1880 (KITLV 179986)

Eerst wat aan de opstand vooraf ging. Dat was de invloed van de Hollandse dominee W. R. baron van Hoëvell, een man die in 1837 in Batavia was begonnen als zielzorger van een vooral Maleistalige gemeente, dus bestaande uit Indo-Europeanen met Maleis als voertaal. Ze spraken vermoedelijk weinig tot geen Nederlands en behoorden tot de lagere klasse in de Europese maatschappij.

De dominee-baron, dan 25 jaar, was bezield door idealen van zorg en verbetering, van een betere wereld voor de kudde waarvan hij de herder was en hij zag in dat een preek voor de eigen parochie mooi was maar niet genoeg voor hetgeen hij wilde en dat was een betere wereld in Indië.
Dus begon hij het Tijdschrift voor Neêrland’s Indië.
Een goed plan, op zich, dat van die betere wereld.

Alleen ging Van Hoëvell daarmee in tegen de bestaande verhoudingen. Waar de dominee stond, bleek al snel in zijn artikelen en preken. Helemaal in 1848.

Ambtenaar

Uit Nederland was een beleidsverandering aangekondigd. Voortaan moest het radicaal (een soort diploma) voor de hogere rangen van ambtenaarsbetrekkingen aan een instelling in Nederland worden behaald. Kinderen, jongeren, met talent en ambitie moesten dus naar Nederland. Weg van hun ouders, weg uit Indië. Dat was ook nog eens duur. Wie Indisch was, begreep het moeilijker te zullen krijgen.
Een krant formuleerde de pijn van de ouders als volgt:

  • Ten gevolge van het Koninklijk Besluit van 6 December 1842 N°. 52, opgenomen in het Indisch staatsblad van 1843 No 12, en andere daarmede in verband staande en daaruit voortgevloeide bepalingen, zijn alle ingezetenen van Nederlandsch-Indië verpligt, om, willen zij hunne kinderen niet de pas afsnijden voor eene ambtelijke loopbaan van geheel hun volgend leven, hen op zeer jeugdigen leeftijd eenige duizend mijlen ver van zich te zenden, aan de zorg van vreemden toe te vertrouwen en zich buiten staat te stellen, om zelven iets aan hunne zedelijke vorming, opvoeding en verstandsontwikkeling toe te brengen.

Onrust

Daar zat meer achter: alleen rijke ingezetenen hadden hiervoor het budget, en juist de armere Indo-Europeanen konden via een ambtelijke loopbaan hopen op een vast inkomen en ook op opklimmen in de ambtenarij. En dat gold dus voor ‘de ingezetenen van Nederlandsch-Indië’.
Dat deed pijn.
Natuurlijk.
Eens te meer werd het ongelijke gevoeld.
Er ontstond onrust en zoiets ondermijnde de koloniale rust en orde. Dan kunnen de zaken snel gaan.
Door naar Batavia, 22 mei 1848.

Op deze dag is er een bijeenkomst in sociëteit De Harmonie. Dat is niet zomaar een zaaltje natuurlijk en met de keuze voor deze locatie kreeg de bijeenkomst meteen meer gewicht.
De pers in Indië schreef er niet tot nauwelijks over, wat voldoende zei. In de Oost gold een drukpersreglement, een censuur op alles dat gezagsondermijnend kon zijn. In Nederlandse kranten (die ook gelezen werden in de Oost) verschenen wel berichten.

Indo-Europese man in Nederlands-Indië, circa 1880 (KITLV 179983)

Indisch perspectief

Terwijl de ene krant sprak ‘over eene volksvergadering’ die ook nog eens ‘zeer verward’ verliep, stond elders een steviger bericht te lezen. Het Algemeen Handelsblad had duidelijk sympathie voor de zaak en toonde begrip voor het Indische perspectief; onder hen ‘heerschte eene groote geestdrift eb uitgelaten vreugde, omdat men zich ook eindelijk eens hunne belangen zou aantrekken.’ Ook leek de krant het eens te zijn met de aanspraak op ‘staats-burgerlijke regten’, dus op een gelijke behandeling.
Op de bijeenkomst bleken ‘eenige honderd ingezetenen’ aanwezig te zijn geweest. De ‘groote zaalen’ moeten dus goed gevuld zijn geweest. Er waren notabelen aanwezig. De aanwezigen kozen de baron-dominee Van Hoëvell tot leider van de vergadering. Hij hield vervolgens een stevige toespraak, verpakt in fluwelen woorden van vaderlandsliefde en Oranje-gezindheid, zoals:

  • Even als wij de overtuiging hebben, dat de Koning bereid is de billijke en redelijke wenschen zijner onderdanen in Nederland in te willigen, evenzoo mogen wij, als getrouwe onderdanen van dienzelfden Vorst, met grond verwachten, dat ook zoodanige wenschen van ons uitgegaan niet onverhoord zullen blijven.

En redelijk en eerlijk was dit:

  • Wij wenschen, dat even als in vroeger tijd, zoo ook nu weder en voortaan ieder Nederlander, waar ook geboren en opgevoed, benoembaar zij voor elke betrekking, waartoe zijne bekwaamheden hem in staat stellen, en welke de regering dezer gewesten hem mogt willen toevertrouwen.

Het was een harde eis, om alleen op grond van bekwaamheid benoemingen te wensen. Hoe kon dat in deze koloniale maatschappij, waarin de gegoede Hollandse klasse boven alles ging? Gelijke rechten eisen was brutaal.
De dominee-baron sprak voort en liet de aanwezigen juichen voor de gouverneur-generaal en de koning. Bijna iedereen ging rustig naar huis, schreef de krant.

Het rekest

Bijna, dus niet iedereen. De blijvers maakten zich boos over andere punten: het gebrek van vrijheid aan drukpers, het gemis aan goed onderwijs, men begon zich op te winden en zich te uiten ‘somtijds zelfs in hevige uitdrukkingen’, schreef de krant, helaas zonder die te noemen. Anderen wilden een dagblad erbij, met vrijheid om alles te publiceren natuurlijk.

De resident verbood het rondzenden van verdere oproepen, helemaal nadat 218 ingezetenen (vermoedelijk het merendeel met een Indische achtergrond) een adres aan de koning hadden gestuurd. Daarin stond ook iets dat eigenlijk een dreigement was:

  • Nederlanders zijn zoo wel de ingezetenen, inboorlingen dezer gewesten als hunne landgenooten in het Vaderland, maar wanneer de laatsten voorregten bezitten boven de eersten; wanneer door het gouvernement eene scherpe lijn getrokken wordt tusschen Nederlanders, inboorlingen van dit land en hier opgevoed, en Nederlanders uit het Vaderland herwaarts overgekomen; wanneer de laatsten hunne loopbaan beginnen op een standpunt, hetwelk voor de eersten bijna het hoogste is dat zij, ook met de grootste bekwaamheden en talenten, maar hier verkregen, kunnen bereiken, dan is het te vreezen dat die lijn eene verdeeldheid zal brengen tusschen de ingezetenen, waarvan de schromelijkste gevolgen niet zijn te voorzien.

Ontslag

Die ‘gevolgen’ waren uiteraard een verdere opstand, wie weet hoe groot. Dat wilde niemand in het Vaderland. Het duurde dan ook niet lang of het kopstuk van de vergadering, de baron-dominee, met ontslag naar Nederland ging.

  • Op verzoek eervol, ontslagen, met behoud van aanspraak op pensioen:
    De predikant der eerste klasse, bij de hervormde Maleische gemeente te Batavia, W. R. Baron van Hoëvell, theol. doctor.

De zaak leek gesust. Maar Indië had hardop kritiek geleverd op de achterstelling van Indo-Europeanen, en de gezien de gestelde eis van gelijke behandeling behoort 22 mei 1848, de dag van de vergadering, tot het Indisch erfgoed.
Het was de eerste keer dat het zo openlijk uitgesproken werd. Maar niet de laatste keer.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook