Bodjongweg 80, Semarang.

De kruidengeneeskundige mevrouw Kloppenburg was een legende. Is een legende. Men zegt daarom altijd ‘mevrouw’, uit respect voor haar leven en kennis en kunde, ook uit respect voor al die generaties die dankzij haar boeken min of meer gezond wist te blijven.

Over deze bijzondere vrouw schreef ik destijds ‘Kijk in Kloppenburg!’- de titel naar de uitdrukking van toen. Vreemde uitslag, koorts, ongemak, aandoeningen of andere vragen en wat dan te doen? Inderdaad. In deze boeken kijken.

Ursulinen

Mevrouw Kloppenburg-Versteegh werd in 1862 geboren als Jans Versteegh op ‘Soekamangli’, een grote koffie-onderneming in het district Weliri (Midden-Java). Toen ze 7 jaar was, werd ze evenals haar zusje Lucy naar de kostschool van de Zusters Ursulinen op Batavia gestuurd. Van hen ontving ze een zogenoemde beschaafde opvoeding, die vooral op Europa gericht was.
De Ursulinen vormden rolmodellen van intelligente vrouwen die hun roeping volgden, die gelukkig waren zonder aarde bruidegom en die gebruik konden maken van de kloosterbibliotheek. Generaties jonge meisjes zagen hier dat je als vrouw ook een andere weg kon gaan dan trouwen en kinderen krijgen. Het moet ook de meisjes Kloppenburg een eye opener zijn geweest.
Voordat u het zegt: ja, ik weet dat er ook zusters waren die niet lief konden of wilden zijn. Die verhalen zijn me bekend.

Noodlot

In 1874 raakten de ouders van Jans in financiële problemen. Haar vader Carel Versteegh, die eens vanwege zijn rijkdom de ‘koffiekoning van Java’ was genoemd, kon zijn leningen niet meer aflossen. Tevergeefs had hij op een goede koffie-oogst gerekend. Nu moest een aantal van zijn ondernemingen verkocht worden. Er diende ernstig bezuinigd worden. Dure kostscholen waren er niet meer bij. Jans moest thuis komen en haar moeder helpen. Zij, Albertina van Spreeuwenburg, genas met behulp van geneeskrachtige planten en kruiden de zieken op en rond de onderneming.
Aan moeders zijde leerde Jans over de geneeskracht van planten, kruiden, wortels en dergelijke en over de omgang met zieken. Deze praktijkopleiding duurde tot zij in 1883 met Herman Kloppenburg trouwde. Nu was zij echtgenote en moeder van een groeiend kindertal.

In 1899 sloeg het noodlot toe. Haar oudste dochter Tina overleed door een verkeerde diagnose en behandeling van een westerse arts. Om haar verdriet te verwerken, stortte mevrouw Kloppenburg zich op de studie van Indische kruiden. Die resulteerde in het boek Indische planten en haar geneeskracht (1907). Een bescheiden uitgave, die in de loop der jaren vermeerderd werd. De oer-versie in het handschrift  van mevrouw zelf is verloren gegaan.

Naam en faam

Inmiddels was het op Java bekend geworden dat mevrouw Kloppenburg patiënten ontving en waar nodig bezocht. Haar echtgenoot Herman maakte carrière in het bankwezen. Hij wilde de enige kostwinner zijn en verbood zijn vrouw geld te verdienen met haar kennis. Die groeide. Haar kleinzoon Fred vertelde er later over:

  • Er groeide van alles in ’t wild en Oma scheen alles te kennen. Kijk, kinderen, deze mooie witte bloem is Belladonna.
  • Wees er erg voorzichtig mee. Vrouwen gebruiken dit om mooie ogen te krijgen.
  • De pupillen gaan hiermee helemaal open, maar dat is niet goed voor je ogen. Dus niet aanraken en dan je ogen wrijven. Wat is dit dan, Oma? En dan nam ze een blaadje of besje van zo’n struik, kneusde het en rook er aan. Dit is heel vergiftig, zei ze dan.
  • Wij probeerden dat stiekem ook te bepalen, maar hadden geen idee hoe iets vergiftigs ruikt.
  • Gedurende die wandelingen praatte Oma vaak met de oudere Javanen. Ze vroeg hoe het met de bevolking ging, of er gezondheidsproblemen waren, wat ze er tegen deden. Vaak gaf ze die mensen raad, liet hun zien welke kruiden (voor ons gewoon onkruid) er goed voor waren en hoe ze dat moesten bereiden.

Mevrouw Kloppenburg wilde graag andere vrouwen de weg wijzen om hun plaats in de maatschappij te vinden. Op basis van haar eigen ervaring en geïnspireerd door haar katholieke levensovertuiging schreef zij een handboek, getiteld Het leven van de Europeesche vrouw in Indië (1913).

Gezag

Na Hermans pensionering (circa 1914), ging het gezin Kloppenburg eerst in Nederland en daarna in België wonen. Ook hier bleef mevrouw Kloppenburg kruiden kweken en onderzoeken. Altijd werd zij gesteund door haar dochter Troel, die haar verzorgde en nu het huishouden bestuurde. Ongetwijfeld was Troel haar moeder tot hulp toen deze haar derde boek Eene nabetrachting (1940) schreef, waarin zij nogmaals het nut van geneeskrachtige kruiden benadrukte tegenover de critici die haar van kwakzalverij hadden beticht. Die waren veelal afkomstig uit de westerse medische stand; mannen die zich aangetast voelden in hun status. Het ging hier niet zozeer om het gebruik van deze kruiden, maar om het feit dat een vrouw zonder een westerse medische opleiding, en dan een Indische vrouw, werd beschouwd als een autoriteit.
Bij de koloniale weerstand kan ik me wel wat voorstellen.
Want waar het gezag van mevrouw Kloppenburg groeide, nam dat van de westerse mannelijke arts af. Eenvoudig omdat er alternatieven waren, en goede ook.

Ketjoeboeng

Een mooie voorbeeld is het gebruik van plantje nummer 13 uit de platenatlas die bij het receptenboek hoort. Het heet: ketjoeboeng.
In het ‘botanische gedeelte’ van het receptenboek staat een halve bladzijde informatie over de lelijke kanten van dit mooie plantje. Mevrouw Kloppenburg zegt dat de witte bloemen het giftigste zijn. En:

  • De rook van gedroogde bloemen of zaden werkt verdoovend.
  • Door dezen rook bijvoorbeeld met behulp van een bamboe kokertje in gesloten kamers te blazen, treedt bij hen, die zich daarin bevinden, een bedwelming op, die een vasten slaap tengevolge heeft.
  • Naar het heet, wordt dit middel wel toegepast door dieven om het operatieterrein veiliger te maken.

Het tegengif:

  • Bij ketjoeboeng vergiftiging moet men alle moeite doen, om den patiënt wakker te houden.
  • Het beste tegengif is heel sterke koffie en toevoer van verse lucht.

Ja, dan moet je wel weten waarmee je vergiftigt bent. Lig je buiten westen, dan denk je niet aan koffie. Er is ook een mooie kant aan dit plantje, de geneeskrachtige werking:

  • Verschillende soorten gezwellen verdwijnen door het gebruik van ketjoeboeng bladeren.
  • Men maakt ze warm met wat olie en legt ze er gekneusd op.
  • Ze verlichten de pijn.

Ik vat even samen.
Uitwendig: goed tegen zwellingen.
Inwendig: voor vergiftiging of bedwelming.

Zo staat er meer in het kruidenboek. Eigenlijk is het een spiegel van ziek en gezond in de oude Indische tijd. Toen ik passages over Indische spruw las, besefte ik nog nooit iemand daarover gehoord te hebben. En ik hou van geklaag over aandoeningen.

Terug naar Indië

In 1937 keerden mevrouw Kloppenburg en Troel terug naar hun geboorteland, om het met het oog op mevrouws leeftijd nog een keer te kunnen zien. Een afscheid.
Dat liep anders.
De aanvankelijke veiligheid bleek schijn. Tijdens de Japanse bezetting werden mevrouw Kloppenburg en de haren niet geïnterneerd. Wel leden de familiebezittingen veel schade. De Indonesische revolutie bracht de Kloppenburgs in een moeilijke positie. Interneringen volgden. In deze periode werd mevrouw Kloppenburg ernstig ziek. Haar oudste dochter Troel gaf alle zorg en liefde aan haar moeder. Zij regelde warme bedkruiken, gaf massages met genezende oliën en joeg op een pakje petunia-zaadjes om onder het venster uit te zaaien. schreef ze allengs droeviger brieven. In februari: “zooals Ma nu is, als ze geen pijn heeft zal ze zeker nog een tijd blijven leven.” En in juni: “Ik hoop zoo dat Ma jelui nog terug mag zien!”
Er was evenwel geen genezing te vinden; in 1948 stierf mevrouw Kloppenburg in een westers ziekenhuis te Malang.

Aan ons heeft ze haar boeken nagelaten. De oude boeken zijn het waardevolste, die zijn van en volgens haar. Het is altijd de kunst om een combinatie te vinden van de platenatlas en het receptenboek uit dezelfde editie. Maar dan heeft u ook iets.
Voordat u op zoek gaat, moet ik wel een leeswaarschuwing geven. Het is niet voor beginners, en veel van wat destijds bekend was, is hier in Nederland niet verkrijgbaar.
Ik hoop nog altijd dat er iemand is met veel kennis van ziekten en geneeskracht uit de natuur, die dit boek kan wegen en duiden. Maar misschien is dat al gebeurd, door al die mensen die het gebruikten.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
    lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook