Groepsfoto van militairen van de Brigade Marechaussee in Atjeh. Liggend op de voorgrond twee dwangarbeiders die als dragers worden gebruikt. Atjeh, 1904 (Defensie beeldbank)

Indo-bataljons, wat een woord. Ik kwam het tegen in de discussies over de mogelijke oprichting ervan, begin twintigste eeuw.
En ik dacht: waarom?
En daarna: wie waren dat toen, de Indo’s?

In het oude Indië is het altijd opletten met woorden en termen. Nu ook. Ik zeg nooit tegen een oude dame dat ze Indo is. Liever vraag ik voorzichtig of ze een Indische achtergrond heeft. En eigenlijk is dat ook al ongepast.

‘Indisch’ kan vroeger verschillende termen hebben, van landskinderen tot Indo en Indiër en Indo-Europeaan. Wie wat zegt, en wie door wie hoe genoemd wordt, dat heeft te maken met etniciteit, klasse en ook met het al dan niet erkend zijn door de Europese vader.

Krom praten

Die Indo-bataljons vormden een oplossing voor een probleem, vonden koloniale kringen. Dat probleem bestond wel degelijk, waar het de Indo-Europese bevolkingsgroep betrof.
Althans, een deel van deze groep. De armere mensen. Zij hadden niet of nauwelijks toegang tot Nederlandstalig onderwijs en beheersten deze taal dan ook slecht. Daar komt het zogeheten ‘krom praten’ van Indische personages in koloniale romannetjes van. En niet alleen in romannetjes. Ook in het maatschappelijke leven van alledag.
Het betekende dat deze armere Indo-Europeanen alleen de lagere kantoorfuncties konden vervullen. De taalbeheersing was onvoldoende. Dan de bespotting door anderen.
Bespot worden doet pijn.
Daardoor ontstaat wrok.
Wrok heeft een uitweg nodig.

Dat wilde het gouvernement niet. Er moest dus iets gebeuren. Maar wat?
De journalist mr. P. Brooshooft publiceerde in 1901 zijn brochure De Ethische koers in de koloniale politiek. Daarin verscheen een idee:

  • Zoo dus de Regeering kan besluiten de arme Indo’s op veel grooter schaal tot het Indische leger te trekken, bijv. door oprichting van afzonderlijke Indo-bataillons met gunstige voorwaarden van toetreding, dan zou ik dit, bij den persoonlijken moed, schuttersaanleg en bestandheid tegen ontberingen van vele Indo’s, voor beide partijen – staat en individu – uitstekend achten.

Geen negatieve context dus. Al blijft het een twijfelachtig iets, om op basis van etniciteit iemand eigenschappen toe te schrijven.
Maar het idee was er, om de toenemende onvrede onder het zogeheten Indo-proletariaat te kanaliseren. Gunstige voorwaarden, meer kennis van de Nederlandse taal, tucht en discipline – een win/win situatie.

Indisch in het leger

De Locomotief, mei 1901

Anno 1901 waren er al lang Indische officieren, onderofficieren en soldaten bij het Oost-Indische Leger. De latere generaal Van Daalen maakte juist in deze tijd furore, begin januari 1901 werd hij bevorderd tot majoor.
In mei van datzelfde jaar ontving een zekere sergeant Beer een Militaire Willems-Orde. Die was verdiend met een ‘heldendaad’, schreef de Locomotief: en de sergeant Beer was door verschillende officieren voorgedragen want, zo schreef de krant, Beer was ‘een zeer bescheiden Indo’.
Wie er wel en niet Indisch was, staat helaas niet op het stamboek. Het is een kwestie van lezen en hopen dat het genoemd wordt, van namen herkennen en soms gezichten zien en weten of twijfelen.
Maar ze waren er, zeker weten.

Indo

Alleen nu ging het om iets anders met die Indo-bataljons, en dat was eigenlijk deze groep in de ijzeren greep van controle zien te krijgen.

Na het artikel ontbrandde er dus een discussie. Met merkwaardige standpunten, ik wist niet of ik moest lachen of huilen. Enkele voorbeelden.

  • Algemeen Handelsblad, november 1901: ‘Wanneer de Staat maar blijft zorgen dat zij geenerlei reden hebben om, zich gegriefd te gevoelen door maatregelen, van Staatswege genomen, zullen zij zich niet tegen hem keeren.’ Het punt was juist, dat deze verarmde Indo’s zich terecht gegriefd voelden en dat werd eerder meer dan minder. Ook schreef de krant nog dat Indische belangen hetzelfde waren als Hollandse belangen.  Dat was niet de situatie.
  • De Indische Gids, 1902, besprak het artikel op wat sussende toon maar nam wel een ingezonden schrijven op:
  • WelEd. Heeren!
    Tegelijk met deze briefkaart zend ik u een viertal bladen van den Indischen bond, teneinde u op de hoogte te stellen van den huidigen toestand der Indiërs, en ter voorkoming van opneming van artikelen als “Indobataljons”.
  • Het gevaar dat de Regeering van onzen kant dreigt, weegt bij u niet, daarom Nederlandsch volk, wees rechtvaardig en geef ons autonomie. Voortaan zullen u bondsbladen toegezonden worden.
  • Een geminachte blauwe Indo.

Zo, autonomie. Een forse eis.
Het zou er niet van komen, de Indo-bataljons evenmin. Het vergde te veel geregel, vermoed ik, en het Oost-Indische Leger was een dermate log apparaat dat zoiets niet gemakkelijk viel te realiseren. Want het betekende onder meer reglementen aanpassen, kazernes herinrichten en lastige vraagstukken beantwoorden over kwesties als doorstijgen in de rangen.
Dat ‘Indo’ lag gevoelig. Geen wonder dat de latere luitenant-generaal Van Daalen zich nooit heeft uitgesproken over zijn Indische achtergrond, al helemaal niet toen hij eenmaal commandant van het KNIL was, in de jaren 1910-1914.

Indo-proletariaat

Dat de oprichting van Indo-bataljons zo in de aandacht kwam, zegt iets over deze tijd. Vooral over het groeiende besef bij het gouvernement dat er een Indo-proletariaat bestond dat een dreiging vormde. Zij waren Europaan, zij waren Nederlander en zij voelden, de dag is nabij dat wij niet meer wachten op het geschenk van gelijkwaardige behandeling, maar die zullen opeisen.
Het gistte en borrelde in Indië, de Indo-Europese pers stond bol van de eigen standpunten, mannen als Arnold Snackey kregen ervoor gevangenisstraf, er was iets gaande, iets dat groter zou worden.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook