Inf. V KNIL, het “Andjing Nica” bataljon, bezet Magelang. Geen verbinding met de “T” brigade te Djocjakarta. Voor herkenning uit de lucht wordt de (scheld)naam van het bataljon op de weg gekalkt. (Collectie: Nederlands Instituut voor Militaire Historie)

Zeg Andjing Nica bataljon hardop en u ziet meteen wie er alert opkijkt. Dat zijn de nazaten van militairen die eens deel uitmaakten van het roemruchte Andjing Nica bataljon. De mannen zelf zullen er nauwelijks meer zijn.

Indisch

Ik las over het Andjing Nica bataljon twee boeken en meteen erna begon ik ze te herlezen. Het zijn andere boeken dan gewoonlijk over de oorlog in Indië.
Deze zijn diep van binnenuit geschreven. En het gaat over Indische jongens en mannen, die zich in dit bataljon aaneensloten, met andere etniciteiten. Daarbij kom ik veel wreedheden tegen van Indonesische zijde.
En toch herlees ik door, en misschien heeft u de moed en de interesse dat straks ook te doen. De boeken zie ik staan op Boekwinkeltjes.nl, daar heb ik ze zelf ook gekocht.

Lapré

S.A. (Sjoerd Albert) Lapré, ridder Militaire Willemsorde vierde klasse: Het Ándjing Nica Bataljon (KNIL) in Nederlands-Indië(1945-1950)
Uitgebracht in eigen beheer en met succes, ik heb de tweede druk.
Hij commandeerde als toenmalig eerste luitenant de eerste compagnie, periode 1946 tot en met 1949. Op basis van zijn dagboek, hulp van anderen en verzamelde documentatie schreef hij eerder een naslagwerk dan een boek om mee om te bank te gaan liggen, en hoe waardevol is dat naslagwerk. Op pagina 7 staan de zeven fasen van het bataljon als volgt:

  • Fase 1: de oprichting
  • Fase 2: december 1945 – juli 1947: periode Bandung, Tjimahi, Lembang; en omgeving
  • Fase 3: 21 juli – 5 augustus 1947: 1e politionele actie, Bandung, Tandjongsari, Tomo-bruggen, Soemedang, Cheribon, Slawi, Balapoelang, Boemiajoe, gunung (berg) Slamat, Poerwokerto, Banjoemas, Serajoe-bruggen, Kroja, Soempioeh, Gombong en de tussenliggende plaatsen
  • Fase 4: augustus 1947 – december 1948 Gombong, Soempioeh; en omgeving
  • Fase 5: 19 december – 22 december 1948: 2de politionele actie; Gombong, Karanganjar, Keboemen, Premboen, Koetoardjo, Poerworedjo, Salaman, Progobrug, Magelang en de tussenliggende plaatsen
  • Fase 6: Magelang en ongeving; onder andere Salaman, Temanggoeng, Parakan, Moentilan en de vulkanen Soembing, Soendoro, Merbaboe, Merapi
  • Fase 7: de opheffing. Vertrek uit Oost-Borneo: Balikpapan, Tarakan en omgeving; Magelang naar Semarang voor Inscheping

Met zo’n lijst is het type boek meteen duidelijk: veel details, overzichten, nog meer tijdlijnen met meer details en een enorme hoeveelheid persoonlijke ervaringen, ook van Indonesische zijde, die vooral hoffelijk van toon zijn. De vele foto’s zijn geweldig om te zien, maar ook wat te donker afgedrukt. Maar: wel veel namen erbij.
Eigenlijk is dit het ultieme boek over het bataljon, maar juist door die veelheid details komt het niet altijd dichterbij. De inhoudsopgave is heel kort en alleen een hulp voor degenen die het boek kennen. Ik verlang naar een heruitgave, met grotere foto’s en een personenregister: namen kunnen opzoeken, dat is voor velen belangrijk.

Jalhay

Wat het bataljon wel dichterbij bracht, was het persoonlijke verhaal van S.M. (Math) Jalhay: Allen zwijgen. Merdeka en Andjing Nica tot Apra
Ook eigen beheer, zonder een jaartal van uitgave, en de auteur is een Indische jongen, zoals hij zelf zegt. Het is een herinneringsverhaal in eenvoudige stijl geschreven, waardoor het helder de gebeurtenissen van toen voor ogen roept.
Waar Lapré feiten geeft, vertelt Jalhay een persoonlijk verhaal. Zo vullen ze elkaar aan. Lapré meldt dat het batalajon als Infanterie V in oorlogstijd ontstond. Jalhay schrijft dat hij zich in het Tjihapitkamp (Bandoeng) aanmeldde en dan:

  • Er waren een stuk of zeven jongens bij, die nog geen achttien waren en nooit een geweer van dichtbij hadden gezien, laat staan er mee geschoten.
  • Het waren Indische jongens, die tijdens de Japanse bezetting niet geïnterneerd waren geweest, alle ellende onder de Japanners hadden meegemaakt en toen ze dachten, dat er eindelijk bevrijding was, in een nog grotere ellende terecht kwamen.
  • Nu waren ze door de peloppors uit hun huizen verdreven en er waren jongens bij, wier familieleden reeds waren vermoord.
  • Meer om wraak te nemen dan om de goede zaak te dienen, hadden deze jongens zich vrijwillig gemeld voor militaire dienst.
  • De anderen waren net als ik afkomstig uit de Japanse interneringskampen en hadden wel militaire ervaring.

Herhaaldelijk vertelt Math Jalhay hetzelfde verhaal met andere namen en andere locaties: over het opjagen en uitmoorden van Indische familieleden, met verschrikkelijke beelden. Zijn verhaal over de meisjes in de put, alleen een flard van de jurk nog herkenbaar, blijft me bij. En ook de woede en wanhoop die Indische jongens en mannen daardoor voelden.
Wij van na de oorlog mogen de arrogantie niet bezitten om te zeggen ‘ik begrijp het’ of om een snel moreel oordeel uit te spreken. We kunnen ons alleen laten raken, bij het lezen de ogen te sluiten, en te wachten, te zuchten, om dan verder te lezen.

Het logo, zoals afgebeeld op het boek van Lapré

Aanvankelijk is het dan nog Infanterie V opgericht om orde te scheppen en om burgers te beschermen, meldt Lapré, maar dat wordt al snel anders. Dan komt die naam ook, waarvan Lapré meldt: andjing is hond, NICA verwijst naar Nederlands-Indische Civiele Administratie.
Math Jalhay maakte deel uit van de wraakactie waarbij de naam Andjing Nica ontstond. Een trein vol mensen werd even voorbij station Tjimahi onder vuur genomen:

  • ’s Avonds hoorden we via de Indonesische radio-omroep, die uitgebreid op deze massaslachting inging, dat er vijf en dertig vrouwen en kinderen in de trein waren gedood en er negentig zwaargewonden waren.
  • Bij deze gelegenheid werd ons onderdeel uitgemaakt voor ‘Andjing Nica’.
  • Als scheldwoord bedoeld, werd deze benaming door ons onderdeel tot symbool verheven. Het vijfde bataljon infanterie kreeg hierna de naam ‘Andjing Nica’ en ieder lid van dit korps droeg met trots een badge van de afbeelding van een hondekop.

KNIL

Terug naar Lapré: ‘Die tijden van weleer waren bepaald geen vriendelijke perioden en er is van beide kanten hard gevochten.’ Dat blijkt ook uit beide boeken. Geen goedpraten, geen vingerwijzen, het is over en weer oorlog.
Tot het niet meer zo is, officieel dan.
Ook het Andjing Nica Bataljon werd opgeheven, als onderdeel van het KNIL, in 1950. Gelukkig hebben we deze twee boeken nog.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook