
Inheemse soldaten uit het Nederlands-Indische leger in de kazerne, vermoedelijk te Deli, circa 1880 (KITLV 111561)
Wie sprak er eigenlijk Nederlands in de tangsi? Het was een vreemde vraag om doordeweeks aan jezelf te stellen, maar ik deed het en de oorzaak was het lezen over hoe weinig gangbaar de Nederlandse taal in Indië was rond 1900. Toen dacht ik aan de tangsi.
Daar woonden niet de officieren uit Nederland, of de officieren die via het Instructiebataljon (Kampen) of de Koninklijke Militaire Academie (Breda) hier als Nederlandstaligen arriveerde. Officieren hadden hun woning buiten de tangsi.
In de tangsi waren de soldaten en onderofficieren gelegerd.
Taal
Hoe lager de rang, hoe kleiner de kans dat de man Nederlands sprak.
Hoe hoger de rang, des te aannemelijker dat hij wel Nederlands sprak maar daarmee is nog niet gezegd dat hij bijvoorbeeld Javaans sprak.
Het is voor een leger ideaal als iedereen dezelfde taal spreekt, maar dat was voor het KNIL onhaalbaar. Al die etniciteiten, al die lokale taalvariaties. Je mag hopen dat iedereen dezelfde bevelen hanteert en begrijpt tijdens een oorlogsexpeditie of patrouille door vijandelijk gebied.
Er is niet altijd tijd of geld voor een tolk.
De oplossing leek gelegen in de inrichting van militaire korpsscholen, waar Nederlands geleerd kon worden. Handig, in de tangsi zelf. Mannen onder elkaar.
Wel bestonden er drie bezwaren:
- Het is kostbaar om een leermethode te ontwikkelen want je wil dat iedereen hetzelfde leert en dan heb je ook goede docenten nodig;
- Praktisch gezien is het zo dat een man die op school zit, niet inzetbaar is en dat is wel de basis van een leger;
- Of het lukt, is ten dele afhankelijk van persoonlijke motivatie van de leerling, daarbij, veel militairen waren analfabeet, dan is het een lastig begin.
Korpsscholen
In ‘Weg tot het Westen’, de boeiende studie van Kees Groeneboer, las ik over die Militaire Korpsscholen. Groeneboer schrijft over de afnemende deelname aan dit onderwijs:
- Naar de Militaire Korpsscholen gaan in de periode 1878-82 jaarlijks gemiddeld circa 2.000 Europeanen en 1.600 Inheemsen.
- In 1883 wordt de verplichte deelname voor bepaalde groepen militairen afgeschaft en daalt vooral het aantal Inheemsen sterk.
- In de periode 1883-86 is de jaarlijkse deelname gemiddeld circa 1.400 Europeanen en 700 Inheemsen.
- In 1887 wordt de verplichte deelname voor Europeanen afgeschaft, waardoor hun aantal sterk terugloopt.
- In de periode 1887-1900 is de deelname vrij constant en is de jaarlijkse deelname gemiddeld circa 550 Europeanen en 650 Inheemsen.

De 5e brigade 3e divisie van het corps Marechaussee te Lamnjong in Atjeh, 1898 (KITLV 53377) Uitsnede.
En:
- Op deze Militaire Korpsscholen werden voor het Europese kader cursussen gegeven in vakken van lager onderwijs, waaronder Nederlandse taal en ook Maleis en Javaans. […] Een deel der Korpsscholen was gereserveerd voor in Indië geboren Europeanen.
- Deelname was verplicht voor militairen die niet konden lezen of schrijven, en voor hen die voor een hogere rang in aanmerking wilden komen
Vol goede bedoelingen dus, maar met weinig resultaat. Niet voor het Europese kader, dat ook Duits en Frans kon zijn. Niet voor de Indo-Europese militairen die analfabeet waren.
Het tegenvallende resultaat kon haast niet anders in deze tijd, waarin overplaatsingen en expedities voorrang hadden op het onderwijs. Bevoegde docenten ontbraken. Officieren deden het ‘erbij’, naar eigen inzicht.
Dan weten we het wel.
Het leek me vooral iets voor mannen met ambitie, die wisten: als ik het Nederlands beheers, kan ik hogerop komen. Dat was ook zo. Dan werd het mogelijk om het officiersexamen af te leggen. Mogelijk, zeg ik, want decennialang woedde er achter de schermen een discussie of het wenselijk was dat er inheemse officieren kwamen.
Waarom spreken wij Maleisch?
De Militaire Korpsscholen voldeden niet. De eenheid van taal werd niet bereikt. In het Indisch Militair Tijdschrift verschenen tal van stukken waaruit vooral bleek, dat deze eenheid van taal een onoplosbaar probleem leek te zijn. In 1906 publiceerde ene S het artikel ‘Waarom spreken wij Maleisch?’ S, kennelijk een officier, stelde hardop twee vragen die hij vervolgens beantwoordde:
1e. Wanneer de Inlandsche militairen allen Hollandsch spraken, welke voor- en nadeelen zou dit voor het leger hebben?
2e. Is het mogelijk, te bereiken, dat alle afgerichte Inlandsche militairen Hollandsch spreken?
Wat betreft de eerste vraag geloof ik, dat de voordelen groot zijn, de nadeelen gering. De voordelen wil ik even in het kort aangeven.
a. Moeten Europeanen en Inlanders gezamenlijk worden toegesproken, dan behoeft men het niet meer tweemaal te doen, maar kan met één keer in het Hollandsch volstaan worden. Een vlug uitgesproken bevel, een enkel woord, den Europeanen toegeroepen, wordt nu door de Inlanders ook begrepen.
b. Het tangsi-Maleisch zal verdwijnen, wat een voordeel is, want al spreken de officieren, dank zij hun opleiding aan Academie of Hoofdcursus, hun meerdere ontwikkeling en de meerdere moeite, die zij zich geven, over het algemeen het Maleisch goed; de Europeesche onderofficieren — en nog erger de minderen — radbraken die taal op hartverscheurende wijze. Behalve dat dit laatste de gehoorzenuwen alleronaangenaamst aandoet, moet het, dunkt mij, bovendien een Inlander, wien bijvoorbeeld gelast zal worden om gaba naar den ziekenstal te brengen en die dan hoort: „kooi, bawa chabbe di stal sekèt” een kleine voldoening schenken, te hooren hoeveel slechter zijn meerdere het Maleisch uitspreekt dan hij, wat geloof ik het prestige van genoemd onderofficier niet zal verhoogen.
Daar zat de pijn: het Europees prestige. Dat moest hoog gehouden worden. Dus geen Europese officieren die tangsi-maleis spraken en dan nog slecht ook. Daar werd om gelachen. Heimelijk, maar helaas merkbaar.
Ook dit was dus een onhoudbare situatie.
Tangsi-Maleis
In 1904 verscheen ‘Het Maleisch in de kazerne’, een taalgids van M.C. van Rouveroy van Nieuwaal, gepensioneerd kapitein der Genie van het Oost-Indische Leger. Zo was de vermelding van de auteur in het boek, hij liet zich daarmee zien als autoriteit.
De kapitein wilde hiermee bijdragen aan de onderlinge verstandhoudingen in de tangsi, want als iedereen dezelfde taal sprak (en goed sprak) dan waren er minder ‘schromelijke misverstanden met zeer onaangename gevolgen”, zoals hij vond. Zijn taalgids bestond dan ook vooral uit wat hij bruikbare zinnen vond, genoteerd in het Nederlands en in het tangsi-Maleis.
Daarmee geeft hij ook een kijkje in wat er in de tangsi gebeurde. Enkele voorbeelden;
Van wie is deze kamer?
Ini kammar sapa poenja?
Dit is de kamer van sergeant Saridin.
Ini kammarnja sersan Saridin.
Waarom staat zijn naam niet op de deur?
Kenapa namanja tida ada di pintoe?
Hij heeft het wellicht vergeten.
Dia brangkali loepa.
De korporaals wonen samen met de soldaten.
Itoe kòpral-kòpral tinggal sama-sama soldadoe.
De onderofficieren krijgen eene afzonderlijke kamer.
Itoe onderopsier dapat kammar sendiri.
Al uwe goederen moeten worden opgeborgen in uw ransel, kleedingtasch of houten kist.
Kowé poenja barang semoewa misti disiempen didalăm
kowé poenja ransel, peti koelit atawa peti kajoe.
Hoeveel betaalt ge in de menage?
Brapa kowé bajar di menasie?
Tien cents per dag.
Sepoeloeh sen satoe hari.
Misschien was dit bruikbaarder dan het onderwijs aan de Militaire Korpsscholen. Ze hebben in ieder geval bestaan tot 1915, met hoe anders de tijden ook waren, steeds met dezelfde uitkomt: het resultaat viel tegen.
Het bleef zoals het was, binnen het KNIL werd nooit een en dezelfde taal gesproken.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
- lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt


Leave A Comment