
Frits van Daalen (Familiearchief Van Daalen)
Hoe de broer van de generaal ophef en ellende veroorzaakte en waarom die generaal er zelf in alle talen over zweeg. Dit gaat over de roemruchte broers Van Daalen en wat er in 1907 en erna in de kranten kwam aan verschrikkelijke verhalen over deze familie.
Wat toch te doen met moeilijke familieleden in het verleden? Ze liggen dwars, ze vertellen de verschrikkelijkste verhalen waarvan niemand weet of er waarheid in zit, en juist die verhalen blijven hangen en worden van de ene generatie op de andere doorgegeven. Elke keer als ik een familieverhaal lees, hoop ik op een dergelijke dwarsligger. Want: die zet de zaak op scherp.
Diefstal
De zaak werd zeker op scherp gezet tussen de broers Van Daalen.
Terug naar 1907. We gaan naar Atjeh.
Luitenant-kolonel Frits van Daalen is gouverneur van Atjeh. Hij woont met vrouw en kinderen in de gouverneurswoning te Kota Radja. In een paviljoen woont zijn jongere broer Albert, ook wel Loeloe genoemd. Hij is welkom aan tafel.
Dan gebeurt het.
In het weekend van 13, 14 en 15 juli 1907 is er uit de woning van de gouverneur Van Daalen geld gestolen. Overheidsgeld. Natuurlijk schreven de kranten volop en uitvoerig en over de zaak van ‘de kasdiefstal van Kota Radja’, zoals het al snel heette. Die was aanvankelijk een raadsel, zoals een krant meldde:
- Gelijk men weet, werd tusschen 13 en 15 Juli jl. uit ’s lands kas te Kota Radja een bedrag gestolen van ƒ 321,00, bestaande hoofdzakelijk uit bankpapier.
- ’s Zaterdags was de kas geheel opgenomen en conform bevonden; Maandagochtend, bij het openen der kas werd de diefstal geconstateerd.
- De sloten van de kluis, noch van de kist met bankpapier waren geforceerd, zoodat men daaruit moest opmaken, dat de zes eerstgenoemde sloten geopend waren geworden, òf met de sleutels van den ontvanger of met nagemaakte sleutels.
Dit was dus wat anders dan een gewone diefstal. Dan waren de sloten wel geforceerd geweest, maar nu niet. Hoe kon zoiets in de gouveneurswoning gebeuren? Het raakte ook de stevigheid van het koloniale gezag, het prestige ervan, de betrouwbaarheid van de gouverneur dus zoiets was zacht gezegd uiterst ongelukkig.
Het werd erger.
Anonieme brief
Gouverneur Van Daalen ontving een anonieme brief over zijn broer waarna hij een onderzoek naar hem instelde. In augustus werd Loeloe gearresteerd.
Het wekte een gevoel van deernis voor de gouverneur. Men kende zijn karakter immers. De Nieuwe Courant:
- Ontsteltenis vooral bij hen, die weten kunnen welk een bijzonder fijn gevoel van eer, niet enkel van zijn persoon maar ook voor zijn naam en zijn familie aan Van Daalen eigen is.
- En die bevroeden kunnen, welk een foltering het voor zijn trotsch hart moet geweest zijn den broeder aan het gerecht te zien overleveren.
Iedereen begreep hoe moeilijk het op 31 augustus zou zijn, Koninginnedag, de verjaardag van Wilhelmina, de dag bij uitstek voor een feestelijke receptie in elke ambtswoning in de kolonie. Dit jaar voelde het anders: ‘De gouverneursfamilie, die uiteraard het officieel middenpunt vormt, gaat te diep gebukt onder het verdriet, haar door een naasten verwant berokkend.’
Van Daalen schreef aan aan een kameraad:
- Het is voor mij nog een raadsel hoe het mogelijk is geweest dat mijn broer tot zoiets in staat is geweest.
- Ik heb diep medelijden met hem.
- Het slechte gedeelte van het publiek verkneukelt er zich natuurlijk in, dat het mijn naam tijdelijk door het slijk kan sleuren en men heeft zelfs de indiscretie gehad van rond te vertellen, dat ik mijn ontslag zou vragen of had gevraagd.
Dat deed hij toen, ook niet toen de pers dag in, dag uit berichten bleef publiceren over zijn broer, terwijl er nauwelijks nieuws was. Deernis en leedvermaak gingen goed samen in de Indische
kranten.
En het zou nog erger worden.
Het proces
In 1909 kwam Van Daalen terug in Indië van een Europees verlof. Dit was het jaar van het proces tegen zijn broer. De pers benoemde het als ‘de zaak Van Daalen’.
Loeloe was inmiddels op stoom. Hij vertelde uitvoerig over het gezinsleven van zijn broer en hun onderlinge omgang, details die de gesloten Van Daalen nooit zou prijsgeven aan de openbaarheid. Daarbij had Loeloe tientallen getuigen laten oproepen (ook uit militaire kringen), die allemaal onder ede persoonlijke vragen over ook Van Daalen moesten beantwoorden.
Concubine
Het Bataviaasch Nieuwsblad besprak de levensstijl van Loeloe. Die was niet voorbeeldig, gemeten naar Europese normen. Hij had een inheemse concubine in de kampong wonen en hing veel rond in de sociëteit, zonder veel nuttigs uit te voeren. Een getuige verklaarde over de broederlijke verhoudingen: ‘Van beklaagde die woedend daarover was, vernam getuige, dat zijn broeder hem aan tafel in presentie van zijn schoonzuster en neefjes en mej. Zijp wegens praten over dienstaangelegenheden in de sociëteit had uitgemaakt voor “nietsdoener” en “proleet”.’ Een pijnlijke verklaring, want een broer hoorde niet op de hoogte te zijn van de dienstzaken van de gouverneur. Uitgescholden te worden in nabijheid van het gezin en personeel, de gouvernante Zijp, dat getuigde van slechte manieren voor een gouverneur.
Ook De Locomotief voelde zich niet in het minst gehinderd om over het privéleven van de inmiddels voormalige gouverneur te berichten. De lezers vernamen wat een andere getuige had verklaard:
- Beklaagde was, wanneer de gouverneur aan tafel zat, meestal stil; wel praatte hij veel met mevrouw; zijn verhouding tot den gouverneur was niet broederlijk. […]
- Als mevrouw den gouverneur iets vertelde, wat beklaagde gezegd had, dan zei de gouverneur: “Luister er maar niet naar, de man kletst, het zijn allemaal kletspraatjes.”’
Ja, en dan toch bij de broer blijven wonen, waarom was dit? Dat kwam omstandig aan de orde. Albert had geen betrekking en dus geen inkomen; zijn broer wilde hem helpen, Albert zei wel ‘op goeden voet’ te staan met zijn schoonzuster en zijn neefjes en nichtjes. Kennelijk was dat voldoende voor hem. De kwestie van dienstzaken wel of niet bespreken keerde herhaaldelijk terug. Gebeurde nooit, zei de ene getuige, de andere getuige verklaarde soms wel, een derde wist het niet.
Familieboek
Pas in 1910 werd er een vonnis geveld: een geldboete en vijf jaar gevangenisstraf. Loeloe ging in hoger beroep, tevergeefs. Van Daalen, nu Luitenant-Generaal, werd commandant van het KNIL. In het familieboek dat hij later liet maken, had deze hele affaire geen enkele plaats. In mijn biografie van Van Daalen ga ik er uitvoerig op in (klik hier voor meer informatie)
Wat Loeloe van Daalen deed was: controle houden over het verhaal. Hij had de pers mee. Zijn broer zweeg. Daardoor leek alles wat Loeloe zei geloofwaardig. De balans was zoek.
Wanneer u een familieverhaal schrijft, is een dwarsligger als Loeloe een mooie kans om diepgang in het verhaal te brengen. Een dwarsligger raakt immers plekken aan die juist voor de familie pijnlijk zijn. Een goudmijn is het, voor uw familieverhaal.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
- lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt


Leave A Comment