Van der Heijden, kort na 1877 (KITLV 114238)

Hoe Karel van der Heijden in 1877 generaal Eenoog werd is vooral het verhaal over het gevolg ervan. Hij kreeg het aureool van een martelaar, iemand die bereid was voor volk, vaderland en de majesteit te lijden en ongetwijfeld ook te sterven. Een martelaar, een held daardoor, want hij was nog altijd militair in actieve dienst.
De bijnaam ontstond al snel.
Toen Nederland in 1881 Van der Heijden verwelkomde, maakte dat ene oog in combinatie met het uniform en de borst vol decoraties, veel indruk. Hij was de held van Samalangan, degene die de Atjeh-oorlog had gewonnen. Tenminste, dat wilde men hier geloven na de geldverslindende oorlog. Van der Heijden wist hoe het werkelijk zat.

Eerst dat oog.

In 1877 schreef de (dan nog) kolonel Van der Heijden aan gouverneur-generaal J.W. van Lansberge dat hij het verzet in Samalangan (Atjeh) wilde breken, met goede redenen: ‘Zeer zeker wordt hier het einde van den Atjeh Oorlog tegemoet gezien, daarom tracht ik in elk opzicht het succes te verzekeren.’
Begin augustus 1877 vertrok een omvangrijke expeditie uit de haven van Atjeh. Al bij de aankomst begonnen de tegenaanvallen. Samalangan gaf zich niet zo snel overwonnen als aanvankelijk gedacht werd, waarmee het optimisme over het einde van de Atjeh-oorlog aanzienlijk verminderde.
Op 10 september 1877 publiceerde het Bataviaasch handelsblad over hetgeen er op 26 augustus te Samalanga was gebeurd, en dat was precies wat de lezers wensten te lezen:

  • Een oogenblik wankelde de troep.
    De toestand was zoo kritiek, dat de koelies en dwangarbeiders gewapend werden met de geweren van de gevallenen en zieken en dapper meededen, en verder dat kolonel van der Heijden storm kommandeerde, doch dat de troep weigerde en niet tot stormen te bewegen was. De kolonel werd, terwijl bij van zijn paard gestegen de artillerie kommandeerde, door een scherf in zijn linkeroog getroffen; doch sprong, den kritieken toestand ziende, weder te paard, gaf bevel tot den aanval en rende voor de weifelende troepen uit alleen op de benting aan.
  • Dit werkte: onder daverend hoera volgde de troep haar aanvoerder en eenige oogenblikken daarna was de benting in onze macht.

Dat was een welkom verhaal, en mooi ook gezien het koloniale zelfbeeld. Maar was het werkelijk waar? Uit de brieven van Van der Heijden valt op te maken dat de troepen zeker in het nauw waren gedreven, en mogelijk zelfs een verlies – en ook van het leven – zagen aankomen. Ook werd Van der Heijden inderdaad gewond; in zijn brieven spreekt hij over een schotwond in zijn linkeroog. Vooralsnog leken de precieze feiten er niet toe te doen. De radja van Samalanga opende de onderhandelingen over onderwerping.
Samalanga was, zo besloot het gouvernement, zo goed als onderworpen.

Risico

Van der Heijden bleef te Samalanga, wetende dat hij het risico liep blind te worden. Begin september schreef hij aan Van Lansberge: “De geneesheren hier verklaren dat ik onmiddellijk naar Batavia moet gaan om daar het aangeschoten oog te [curetien], een kunstoog in te zetten om te voorkomen dat mijn gezonde oog worde aangetast.’ Op 21 september vond Van der Heijden het meevallen: “De operatie van het uitgeschoten oog is afgeloopen, langzaamerhand geneest de wonde, zoodat over een paar weken alle ontsteking zal geweken zijn. Alleen de wonde die inwendig schijnt te zijn, veroorzaakt mij nog veel pijn, aan de natuur wordt het overgelaten die verwonding te genezen.’
Geen reden dus om Samalanga te verlaten.
De kranten verheugden zich over het mooie verhaal dat bestond. Het Vaderland bewierookte Van der Heijden door in een paar zinnen het beeld te schetsen van nog meer meer verwonding, opoffering, alles voor Nederland:

  • Wij vernamen van ter zijde, dat de generaal Van der Heijden, die door ’t verlies van zijn oog ook den reuk en den smaak heeft verloren, teekenen van vermoeidheid aan ’t goede oog begon te gevoelen.
  • ’t Zou ons innig leed doen, als de wonden, in den strijd voor ’t vaderland verkregen, niet alleen door ’t uitschieten van ’t oog, maar ook door de kwetsuren aan ’t achterhoofd, waar een lanssteek hem indertijd trof, en door een schampschot bekomen, hem er toe moesten brengen, een taak op te geven, die hij voor zich als nog niet geheel voltooid beschouwde, terwijl zijn vervanging bij het prestige, dat zijn naam op Atjeh bezit, zeker zeer moeilijk zou wezen.

Eenoog

De kranten bleven publiceren over het fenomeen eenoog. Dan weer was Van der Heijden gezien met een bril met gele glazen, dan weer had hij de kogel uitgebraakt, dan weer leed hij onzegbare pijnen. Het deed zijn reputatie goed. Zijn aanzien steeg. Ook omdat er graag aan de gedachte werd vastgehouden dat de Atjehoorlog gewonnen was.
Het beslissende moment van Samalangan verscheen op een groot schilderij, dat zijn weg vond naar de Wereldtentoonstelling in Amsterdam (1883, miljoenen bezoekers) en dat in 1890 op tournee ging door Indië. In Semarang had de tokohouder Klein het schilderij aangekocht op een vendutie in Nederland, waarna hij het naar de Oost liet transporteren alwaar het publiek na het betalen van entree het doek mocht komen bezichtigen. De tokohouder had speciaal hiervoor een houten gebouw neergezet. De toeloop was uitstekend. Mogelijk is het daarna verkocht aan een zekere Porelli, die de expositie gaat uitbreiden: ‘De heer Porelli heeft thans de lichten, voor ‘s avonds beneden geplaatst, hetgeen een goed effect maakt en waardoor men de schilderij, ‘s avonds even goed kan zien als overdag.’

Bronbeek

Van der Heijden leverde hier geen commentaar op. Evenmin reageerde hij op de af en toe oplaaiende discussies over wat er nu wel op niet te Samalangan was gebeurd. Hij voelde zich senang als commandant van het Koninklijk Militair Invalidenhuis Bronbeek (Bronbeek). Dat de Atjehoorlog niet gewonnen was, bleek inmiddels genoegzaam uit de kranten. Zijn aanbevelingen van toen waren niet gevolgd.

In mijn biografie Generaal Eenoog staat meer over deze en andere kwesties uit het leven van deze merkwaardige man. Klik hier en lees meer.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook