Waarom een geheim best 75 jaar bewaard kan worden

Soms is een geheim zo groot of zo gevoelig, dat u denkt: ik wil het wel opschrijven maar niemand hoeft het te lezen. Ja en nee tegelijkertijd en dan komt het er niet van. Ik weet een oplossing.
Archief
Eerst een stapje terug. Begin dit jaar brak de zogeheten openbaarheidsdag aan. Toen gaf het Nationaal Archief stukken ter inzage die 75 jaar gesloten waren geweest.
Ze hadden ook daarvan een inventaris gemaakt.
Ik lezen natuurlijk, maar ja, die inventaris telde 1119 pagina’s dus ik ging meteen door naar de stukken over Indië. Veel zakelijke vermeldingen waardoor je weet: ik moet erheen om te begrijpen wat het is. Maar in de NRC kwam ik een artikel tegen over wat er gebeurde in het kamp Gedangan (bij Semarang).
Beschrijving
De beschrijving bij het Nationaal Archief ziet er zo uit:
2225-2240, 2278-2280
Processen-verbaal van verhoor opgemaakt door het Netherlands War Crime Investigation Team te Singapore betreffende het optreden van Japanners in Nederlands-Indië in en buiten interneringskampen, met inhoudsopgave in elke omslag.
1946 19 omslagen
Getuigenis
In de NRC stond dus meer over wat er nu werkelijk was gebeurd. Sergeant Kimura mishandelde vrouwen. Hij sloeg, onder meer met een knuppel. Daarvan hebben de vrouwen, degenen die het overleefden, getuigenissen afgelegd. Sergeant Kimura werd ter dood veroordeeld.
Er was meer. Een keuring voor de jonge meisjes die vermoedelijk een bordeel in moesten. De vrouwen in het kamp kwamen in opstand, dusdanig dat de meisjes gered werden.
En nu komt het. Er waren vrouwen die zich opgaven voor de bordelen- om de meisjes dit lot te besparen.
Het kneep in mijn hart toen ik dat las. Wat een besluit moet dat zijn geweest, zonder zekerheid of de Japanners betrouwbaar waren.
Want, nou ja.
En dan toch die stap naar voren zetten.
Heldinnen. Vrouwen die een standbeeld verdienen.
Er is natuurlijk het monument voor vrouwen in Japanse kampen, maar ik bedoel: speciaal voor deze vrouwen.
Rust
Een tijdje terug las ik het boek van Griselda Molemans: Levenslang oorlog. De verzwegen slachtoffers van het Japanse Keizerlijk systeem van verkrachting en dwangprostitutie tussen 1932 en 1945 (2020). Alleen die woorden al schrikken af en toch, daarom wilde ik het lezen, want ook dat gebeurde in Indië.
Deze verhalen uit het Nationaal Archief zijn moeilijke verhalen, die zwaar op een mens kunnen drukken. Ook daarom zijn ze zo lang bewaard.
Schrijven hoeft dus niet meteen te betekenen dat u het verhaal gaat delen. U kunt schrijven, uw verhaal in een grote envelop doen, die dichtmaken (lekker veel plakband) en dan schrijft u op de voorkant: open in 2097. Dat is over 75 jaar.
Daarna geeft u de envelop aan een jong familielid, iemand die uw besluit respecteert en dat door zal geven aan de volgende generatie of aan een notariskantoor.
Dan blijft uw verhaal toch bewaard, en dat kan rust geven.

Zoo 1921 is voorbij, en we beginnen een nieuw jaar. We wenschen elkander: het beste. We drukken bandjes, sturen kaartjes, bevoordeelen de advertentie-exploitatie der bladen: p.f. En vinden die felicitatie-beslommering: een karwei! Maar vergeten dat we voor ons evenwicht, voor de stimuleering van onze levensblijheid, de traditioneele dagen van verteedering en de traditioneele wenschen voor den individueelen voorspoed van „vrienden en bekenden”, noodig hebben.
Ik heb eens een jong schilder gekend, die talent had, veel talent. Hij had een mooi meisje met mooie schouders, tot model, en haar gezicht was wonderschoon. Bovendien had hij de handigheid een geschikt atelier in huur te krijgen zonder drie maanden vooruit te betalen, — en dat is voor een pasbeginnend schilder een heel ding. Maar hij had één gebrek: hij kon zijn ideeën niet vasthouden, hij had geen wil. Hij besloot met den gruwelijken kant van zijn métier een poging te wagen, en schilderde het meisje als „Salome”, wat het lieve kind erg tegenstond. Maar toen kwam er een vriend op zijn atelier, en vertelde hem dat het publiek moe was van gruwelijkheid, en liever iets opbeurends wou. Hij drapeerde Salome met een japonnetje, veranderde het hoofd van Johannes de Dooper met veel vaardigheid in een bloemenmand en noemde het schilderij: „Venetiaansch bloemenmeisje”. Toen kwam er een andere vriend, en die veroordeelde het schilderij als „te zoet”, waarop de schilder het pardoes veranderde in: „Vrouw, haar dood kind liefkoozend”. En er kwam een kubist, die vond het schilderij „beestachtig theatraal”, waarop de schilder het hoekig maakte en „De zonde in zevenmijls-laarzen” doopte. Het schilderij is nooit verkocht, en de schilder is nu bediende in een toko.

bijna 100 jaar met oudjaar door mijn familie gegeten wordt. Dit zal het eerste fusiongerecht zijn geweest. Van oorsprong is het een Frans gerecht, maar in Indië hebben ze het verbeterd door de smaken van het oosten erin te verwerken.”



Ergens in de verte scheen het licht.



