Waar en wie zijn onze oudsten?
Indo is voor veel mensen een gewoon woord. Voor anderen heeft het een scherpe betekenis: In Nederland Door Omstandigheden. Wie is de oudste van Nederland?
Paatje Phefferkorn vond ik oud: 95 jaar. Maar ik heb ook ooit een honderdplus mevrouw ontmoet, dus misschien zijn er nog veel meer honderdplussers.
Het kan best dat ze op Facebook zitten. Er zijn genoeg profielen met een leuke jeugdfoto. Je weet niet altijd wie er nu werkelijk achter zit, dat is het spannende van social media.
Het kan ook best zijn, dat de oudsten helemaal geen zin hebben in gedoe met computers. Zoiets hoor ik weleens: “Ik ben te oud om daar nog aan te beginnen.” Het klinkt als: geen zin. Wat uiteraard prima is.
Het kan natuurlijk ook zo zijn, dat ze – en dat hoop ik – ergens in Nederland wonen en best zouden willen meewerken aan een interview. Dan pak ik mijn filmcamera in en haast me naar de trein. Ik kom eraan, waar bent u?
Maar iemand zal toch de alleralleroudste zijn. Wie is dat?
Afgelopen zaterdag interviewde ik Ronald Nijboer bij boekhandel Paagman in Den Haag. Zijn boek heet: Tabé Java, tabé Indiē. Die woorden schreef zijn grootvader bij het verlaten van de kolonie. Hij was er zo’n drie jaar lang. Thuis zweeg hij vooral. Na zijn dood ging Ronald op zoek.
“Meis, ik kan je veel vertellen. Daarom noemen ze mij de levende geschiedenis en wonder. En ik mag voor mijzelve blij zijn, dat ik dit nog mag doen. Dat ik over de geschiedenis kan praten.”
“Noem mij toch Verdi,” zei Paatje Phefferkorn (95) tegen me. “En geen u.” Ik zei meteen helemaal niks meer. Paatje, ik bedoel Verdi, keek me aan. Ik keek rond. En toen zag ik dat portretje van een jongeman, voor in de twintig, schatte ik.
Maar door die foto begreep ik:
Een teen? Eéntje? Ja. Is genoeg. We zijn niet allemaal zo van plons-erin. Soms is even kijken, voelen, wachten ook een goede aanloop. Kan.
Het Tong Tong Theater zat bomvol toen Wil Overweel uitlegde wat er op de Indische foto’s te zien was: het tehuis van Pa van der Steur. Wil had daar gewoond als kleine jongen. Hij wist alles nog.
Herinneringen komen en gaan, maar ze blijven ergens. Waar? In onze hersenen, klaar voor gebruik. Dit is voor iedereen die herinneringen nodig heeft om zijn of haar verhaal te kunnen schrijven.