Schrijftip: Hoe begin je? (video)
Een goed begin is het halve werk, dat weten u en ik. Alleen kan soms het begin zo lastig te vinden zijn, dat het moedeloos maakt. Zo leidt uitstel…
“Ik doe het morgen wel”
vaak tot afstel…
“Dat ga ik nog wel een keerje doen.”
Hoe het lukt
En dat zou jammer zijn. Want wanneer u voelt dat u een verhaal te vertellen heeft, dan is het vaak een kwestie van weten hoe u dat aanpakt. Zoiets is immers geen aangeboren kennis. Ik heb het ook geleerd, dankzij de hulp van anderen en door te beginnen met schrijven. Iets uitproberen, experimenteren, ervaren wat werkt en wat niet werkt. En dan al doende zien: het gaat lukken.
Dat wens ik u ook toe.
Video
In deze video:
- een voorbeeldzin
- waarom saai goed is
- nadoen is gemakkelijk
Heeft u een vraag, wilt u overleggen, boek dan een gratis en vrijblijvend telefonisch overleg-gesprek. Klik hier en kijk hoe dat gaat. (opent in een nieuw venster)
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

Zeg eens: koelies. Wie ziet u voor uw geestesoog? Ik ook: mannen. In een oud rapport las ik over het fenomeen contractvrouwen. Het kwam neer op een vrouwelijke koelie. Ik las verder.
Voor mijn HALIN-boek reisde ik naar Indonesië. In Bandoeng woonde ik een zogeheten betaaldag bij. In een bijgebouw van een kerk was dat. Iedereen op stoelen aan de kant. Dan een welkomstwoord van de contactpersoon. Daarna werd iedereen bij naam genoemd. Opstaan, naar voren, het geld voor de steun van die maand in ontvangst nemen.
Een bordeel spreekt tot de verbeelding, vooral de verbeelding van degenen die zeer fatsoenlijk zijn of dat hopen te wezen. In de oude Indische kranten vind ik een rijkdom aan kleine en grote berichten over het bordeel, vrijwel altijd met een toon van verontwaardiging over het onzedelijke.
Wat Indisch is, daar valt veel over te zeggen als ik met Lody Zandbergen (1948) spreek. Aan zijn kinderen en kleinkinderen geeft hij het door, zonder het met zoveel woorden te benoemen. Evenzogoed was er een kleindochter die voor haar interview met opa een tien kreeg. Hij is filosoof, fysiotherapeut, veteraan, pensionado, en zorg-opa. Lody vertelt.
Leidschendam wel altijd het gevoel gehad dat ik niet hetzelfde was als mijn Hollandse vriendjes. En ik groeide op met alleen maar Hollandse jongens en meisjes om me heen en ik wist gewoon dat ik Indisch was. Voor de rest vond ik dat niet vervelend, maar ik besefte altijd: ik ben niet helemaal gelijk aan wat zij zijn. Als constatering. Dus niet als negatieve ervaring, integendeel.
Indië-veteranen waren er al voordat het woord bestond. Het is tegenwoordig net, of er pas Indië-veteranen met de dekolonisatie kwamen.