Indische schrijfschool

De vrouwenliefde bij Melati van Java

vrouwenliefdeVrouwenliefde is een vreemd woord, dat weet ik, maar het woord ‘lesbisch’ is hier niet van toepassing. De Indische romancière Melati van Java (1853-1927) gebruikte het woord nergens in haar romans, en in haar brieven kwam ik het evenmin tegen.

Wel las ik keer op keer over het geluk dat een liefde tussen twee vrouwen kan brengen.
En ik wist, Melati – Marie Sloot – woonde zelf samen met een vrouw.
Maar toen was toen en nu is nu.
Normen veranderen, definities ook.

Top 5 liefde

Eind negentiende eeuw kon er meer in vriendschappen. Ze waren inniger, ook fysiek. Dat zie je ook in het leven van Willem Kloos; als hij met Hein Boeken woont, slapen ze in hetzelfde bed. Homo of niet, dat is een moderne vraag, en moderne vragen laten zich lastig stellen aan de oude tijden.
Dan kun je net zo goed vragen, waarom ze in 1875 niet gewoon een apje stuurden in plaats van een brief met aangekochte postzegel. Onmogelijk.
(Voor de jongeren: toen was er nog geen internet)

Maar over de vrouwenliefde valt hier wat meer te zeggen. Ik heb bijna alles van de schrijfster gelezen en veel ook herlezen en als ik een top vijf moet maken van de ideale relaties volgens Melati van Java, dan is het deze:

  1. De liefde voor God
  2. Tussen vrouw en vrouw
  3. Tussen moeder en dochter
  4. Tussen grootmoeder en dochter
  5. Anders

Onder ‘anders’ valt het heteroseksuele huwelijk. Die zitten vol ruzies en man en vrouw begrijpen elkaar niet. Geen enkele roman van de schrijfster is een reclame voor dit type huwelijk. Dat hebben overigens wel meer vrouwelijke auteurs uit die tijd, heel typisch. Een keer was ik zeer verliefd, dagdroomde over trouwen en toen las ik van Mina Kruseman Een huwelijk in Indië (1873). Hoe het verder ging? Wat zal ik zeggen. Het boek hier staat onder handbereik en ik leef gelukkig in een bovenwoning met mijn huiskater Bert.

Uit de romans

Voorbeelden uit de top 5?
Komen ze.

1 De liefde voor God: Poverella (circa 1922)

Onder het pseudoniem Max van Ravestein publiceerde Marie Sloot een aantal katholieke romans. Ze hekelt hierin vooral het Amsterdamse katholieke wereldje waar ze zelf deel van uitmaakte. Sleutelromans dus. In Poveralla beschrijft ze hoe Marcella, een jonge vrouw, de liefde van een man leert te verwerpen om nader tot God te komen. Het boek kent opmerkelijke beschrijvingen van mystieke ervaringen: eenwording met God.
Een citaat. Marcella is weer in de kerk. De man is voorgoed weg:
… en toen was het haar of al het aardsche van haar afgleed, of hemelsch licht zich uitstortte over haar ziel, of zij weer zag wat zij geloofde en of de goddelijke Liefde opnieuw vlamde en gloeide diep in haar hart…

2 Tussen vrouw en vrouw

De grootste categorie, en in de romans komen ze in alle soorten en maten, van rustige vriendinnen tot complexe verhoudingen.
Voorbeeld 1: Hermelijn (1885)
Het Hollandse meisje met deze bijnaam (wegens zeer licht van huid zijn) reist naar haar bruidegom Conrad in Indië. Dit mede door de geweldige liefdesbrieven die ze van hem kreeg. Wat ze dan niet weet, is dat zijn zuster Corona de Meyran ze schreef. Corona is intelligent, wilskrachtig, trots, gevoelig, kan een hele onderneming leiden, rijdt uitstekend paard, kortom, zij is een ideaal rolmodel voor alle Indische lezeresjes.
Lees de roman online en klik hier.  (de link is: http://www.leestrommel.nl/hermelijn/index.html )
Of zelf aanschaffen, heerlijk muffe boeken om eerst aan te ruiken. Kijk eens op de website van Boekwinkeltjes.nl.

Voorbeeld 2: De jonkvrouwe van Groenerode (1874)
Die jonkvrouwe is Eugenie de Lody, dochter van een Hollandse edelman en een Javaanse moeder. Indisch, dus. De roman kent veel verwikkelingen en net als je denkt, hoe kan dit nog goed komen, dan komt het goed.
Op het kerkhof waar haar man begraven ligt, is Eugenie met haar zoon. Daar ontmoet ze zijn zuster, die ze eigenlijk altijd al een betere versie van haar man vond. De twee vrouwen gaan samen verder, met de zoon. Een gezin, dus.
Ik citeer alleen: ‘Teeder sloot Eugenie haar in de armen.’
U smelt nu toch ook?
Lezen is hier klikken: (de link: http://www.leestrommel.nl/jonkvrouwe/index.html )

3 Tussen moeder en dochter: Colibri (1901)

Een prachtige roman over het meisje Vera dat uitstekend kan vioolspelen. Maar de lof van de wereld blijkt niet genoeg te zijn. Melati zelf verloor haar moeder toen ze in Nederland woonden, voor haar was het een diep verdriet dat haar leven tekende.
Lees dit eens en ontdek met Vera wat ware liefde is:

Vera schoof een weinig vooruit, totdat zij aan de voeten harer moeder zat; met een beweging van liefkoozing legde zij haar hoofd op Richmonda’s schoot en fluisterde:
“Moeder, zoo is het goed, laten wij elkanders leven licht maken. Ik zal u helpen in uw werk, en ik zal u geven wat ik kan van mijn talent, het beste wat in mij is. Dan nog vervul ik een mooie roeping; maar och! tracht mij lief te hebben. Ik dorst zoo naar liefde.”
En Richmonda boog zich over haar en kuste haar lang en innig, zooals zij zeker in jaren niemand ooit kuste.
“Mijn kind, mijn lieveling! Hoe zal ik God genoeg danken dat Hij je mij geschonken heeft en nu ook eindelijk Zijn gave leerde waardeeren. Ik zocht het geluk en de voldoening op allerlei zijpaden en ik zag niet hoe heerlijk het voor mij opbloeide – zoo dichtbij.”

Klik hier en lees.  (de link: http://www.leestrommel.nl/colibri/index.html)

4 Tussen grootmoeder en dochter: Fernand (1874)

Deze roman gaat niet zozeer over Fernand, maar over de Indische heldin Theodora van Vaerne. Zij heeft een edel karakter. Dus als haar baboe ziek is, gaat ze naar de kampong, ook al is dat verboden terrein voor haar als Europees meisje.
In de figuur van de baboe plaatst Melati van Java haar eigen grootmoeder Sajia. Lezeressen in Nederland konden niet begrijpen, wist ze, wat een grote plaats deze peranakan-grootmoeder in haar leven had. Theodora – Theo – wil voor haar geliefde baboe zorgen:

“Baboe,” zeide Théo zacht en zette zich op de baleh-baleh neer.
De zieke keerde zich om, een glimlach vertrok haar dorre lippen en zij antwoordde:
“Nonna, baboe sakit.”
“En wat scheelt je dan, baboe?”
“Ik weet het niet, nonna, maar ik geloof dat ik ga sterven.”
“Baboe, je bent nooit ziek geweest, en nu neem je het te zwaar op. Ik zal den dokter roepen.”
“Neen, dat hoeft niet, de doekon [Javaansche dokter] is hier geweest en heeft
mij medicijn gegeven.”
“Maar dat zal niet helpen, baboe. Je klappertandt van de kou, goeie mensch, en heb je geen deken?”
En haar fijne, blanke handen betastten de breede, vereelte voeten der oude vrouw.
“Hoe ijskoud! Ik zal je iets warms brengen, een slokje brandewijn en een wollen deken.” Zij vloog naar binnen en kwam dadelijk weer terug met een dikken doek en een dunne deken beladen; er zat een andere meid bij de zieke, die haar met de gewone behendigheid der Javaansche vrouwen wreef met een sterk riekend vocht.

Zelf lezen is hier klikken. (De link: http://www.leestrommel.nl/fernand/index.html )

5 Anders.
Dit sla ik even over. Deprimende relaties kent u vast zelf genoeg.

Modern stempel

Maar het is wel duidelijk. Van alle soorten liefdes is (na die voor God) de vrouwenliefde de beste. Volgens Melati. Ik ging dat pas zien, toen ik doorging met lezen en een patroon zag. In de ene roman na de andere kwam ik vergelijkbare liefdes tegen, steeds tussen twee vrouwen die in wat voor onderlinge verhouding ze dan ook stonden, het meeste van elkaar hielden. En daardoor het gelukkigste waren.
Daar ga ik he-le-maal geen modern stempel op plakken. Niks lesbisch. Niks LHBTIQA+ en niks non-binair.
Gaat het over vroeger, dan moeten we voorzichtig zijn met onze eigentijdse etiketten.
Want die passen nergens op.

Schrijftip
Wanneer u over de familie schrijft, kijkt u nu hopelijk anders naar de vrouwen uit vorige generaties. Mogelijk had een oudtante wel een bijzondere vriendschap, voor, tijdens of na het huwelijk. Of in plaats van. Een vrouwenliefde. Als u dat weet, kunt u haar beter begrijpen en duiden. Schrijven over het verleden is breed kijken, voorbij de vaste kaders en hokjes. Daar wordt het spannend.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt.
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt u enorm veel tijd.
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Schrijftip: Hoe begin je? (video)

Een goed begin is het halve werk, dat weten u en ik. Alleen kan soms het begin zo lastig te vinden zijn, dat het moedeloos maakt. Zo leidt uitstel…
“Ik doe het morgen wel”
vaak tot afstel…
“Dat ga ik nog wel een keerje doen.”

Hoe het lukt

En dat zou jammer zijn. Want wanneer u voelt dat u een verhaal te vertellen heeft, dan is het vaak een kwestie van weten hoe u dat aanpakt. Zoiets is immers geen aangeboren kennis. Ik heb het ook geleerd, dankzij de hulp van anderen en door te beginnen met schrijven. Iets uitproberen, experimenteren, ervaren wat werkt en wat niet werkt. En dan al doende zien: het gaat lukken.
Dat wens ik u ook toe.

Video

In deze video:

  • een voorbeeldzin
  • waarom saai goed is
  • nadoen is gemakkelijk

Heeft u een vraag, wilt u overleggen, boek dan een gratis en vrijblijvend  telefonisch overleg-gesprek. Klik hier en kijk hoe dat gaat (opent in een nieuw venster)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Koelies, contractvrouwen, Deli en de ijzeren rug van mr Rhemrev

RhemrevZeg eens: koelies. Wie ziet u voor uw geestesoog? Ik ook: mannen. In een oud rapport las ik over het fenomeen contractvrouwen. Het kwam neer op een vrouwelijke koelie. Ik las verder.

Een van de veranderingen in het nadenken over het oude Indië, is dat we nu ook andere stemmen willen horen. Wat vond de inheemse bevolking van X of Y? Dat is niet altijd haalbaar. Een tijdje terug las ik over Van Daalen in Borneo: periode eind 1904, begin 1905. Hij had hulptroepen bestaande uit Dajakkers. Ja, hoe vonden de Dajakkers om onder bevel van deze officier te staan? Onbekend. Maar met de koelies en contractvrouwen ligt dat even anders.

Rhemrev-rapport

Wat ik las was het roemruchte Rhemrev-rapport. Uit 1905. Het staat in Delpher, dat wil zeggen zonder alle bijlagen. In het Nationaal Archief heb ik die gezien: ze vormen een stapel van 20-30 centimeter hoog. Allemaal verslagen van gesprekken met koelies en contractvrouwen. Ho, wacht even, ik ga te snel. Even wat historische puntjes onder elkaar:

  • Deli, dat was Sumatra. Uitgestrekte ondernemingen. Veel tabak, grote winsten. Planters waren harde werkers en op hari besar dronken en vloekten ze en hingen ze aan kroonluchters. Niet allemaal, hoor. Maar u heeft een beeld.
  • De planters hielden hun koelies en contractvrouwen in een ijzeren greep. Want volgens de Koelieordonnantie (1880) mocht de planter zelf optreden als rechter en volgens de poenale sanctie mocht de planter zelf straffen.
    Daar kwamen zeer veel ellendige toestanden van.
  • In 1902 verscheen De millioenen uit Deli van mr J. van den Brand. Een aanklacht tegen het machtsmisbruik. Vol emotie, vol anecdotes met ellende. Daarna verscheen in 1903: Nog eens: de millioenen uit Deli.
  • Samengevat: de Indische pers ontplofte zowat.
  • De Tweede Kamer in Nederland moest wat doen en deed iets. Want zoiets klopte niet met het zelfbeeld van Nederland als humane kolonisator.

IJzeren rug

Hierrrrr komt hij. Officier van justitie mr. J.L.T. Rhemrev, een telg uit de bekende Indische familie Rhemrev waarover veel te zeggen valt, maar ook dit: een Rhemrev heeft geen slappe knieën. Wel een ijzeren rug.
Deze Rhemrev ook.
Johannes Leendert Thamerus Rhemrev (1854-1927) had in Leiden een rechtenstudie gedaan, keerde terug naar Indië en maakte daar een mooie carriere waaruit ook al bleek dat hij:

  1. met mensen kon omgaan
  2. taalkundig begaafd was: Maleis, Javaans
  3. gevoel had voor andere culturen: hij vertaalde het Wetboek van Strafrecht in het Maleis

Het rapport

Mr. J.L.T. Rhemrev was dus de juiste man om al die wantoestanden te Deli te onderzoeken. Mensen ter plekke te gaan spreken. Een accuraat verslag te schrijven. Dat werd het Rhemrev-rapport:
Rapport van de resultaten van het mij bij Gouvernements-besluit van 24 Mei 1903, no. 19 opgedragen onderzoek (1905).
Het is zakelijk proza. Precies. Lange zinnen. Maar je blijft lezen, want hier is iets wat zelden voorkomt uit de oude tijd: de inheemse bevolking aan het woord. In de bijlagen, die dus in het Nationaal Archief liggen.
Ik citeer uit het Rapport een zeer ellendige toestand, u bent bij deze gewaarschuwd.

De controleur van Serdang J.R. Stuurman heeft verklaard dat hij met de dokter djawa Renong op inspectie was bij de onderneming Damah Gloegoer Kiri, eigendom van Ch. Martin, beheerd door E.V.P. Elin. Dit is onder andere de verklaring van de controleur. Hij “heeft bevonden”, schrijft Rhemrev formeel:

  • dat de deur van het hospitaaltje der onderneming door middel van een hangslot was afgesloten;
  • dat zich aan de voorzijde van dit gebouwtje in de houten omwanding een venster-opening bevond, waarvoor een rasterwerk van ijzerdraad met groote mazen was aangebracht, terwijl een gelijksoortig rasterwerk aanwezig was voor eene opening boven de deur;
  • dat zich in dat hospitaal, dat ongeveer 4 Meter lang en breed en gelegen was aan een plantweg, aanwezig waren 5 nog jeugdige vrouwen, opgevende te heeten Ngadinea, Marrina, Sarinen, Tindil en Sina, verder een Javaan, zich noemende Mat Saleh, alle welke personen er zeer zwak, vermagerd en vervuild uitzagen, terwijl de eerstgenoemde vrouw een goeniezak, bij wijze van sarong, droeg;
  • dat op de slaaptafel, die ongeveer de helft van de inwendige ruimte van het vertrek innam, het lijk van een javaansche vrouw, volgens de andere vrouwen Siam geheeten, lag, welke vrouw, naar de mededeeling der andere zieken, den vorigen namiddag gestorven was.
  • Het hierboven omschrevene werd door den heer Stuurman waargenomen, terwyl hy voor bovenbedoelde venster-opening stond, waar een stank heerschte, afkomstig van faeces, die in dat gebouwtje op den grond lagen. Bij ondervraging der zieken door genoemden Controleur deelden dezen hem mede dat zij dagelijks tweemaal voedsel, bestaande uit gekookte rijst en gedroogde visch, kregen;
  • dat zij, bij het ontbreken van een privaat, genoodzaakt waren hun natuurlijke behoeften op den grond te doen;
  • dat de deur van het zoogenaamde hospitaal slechts twee maal per dag geopend werd, namelijk wanneer de Javaansche vrouw Amina het eten bracht, van welke gelegenheid de zieken gebruik maakten hun faeces naar buiten te werpen;
  • dat na opening van de deur van het hospitaal de zieken door den dokter-djawa Renong werden onderzocht, bij welk onderzoek bleek dat eenigen hunner niet in staat waren zich op te richten;
  • dat dienzelfden dag de zieken naar het Gouvernementshospitaal te Loeboeq Pakam vervoerd werden.

Juist door het droog noteren van de feiten is het moeilijk te bevatten. Lagen die vrouwen nu gewoon te creperen?
Ja.
Daar en elders.
En er waren verschrikkelinge mishandelingen, eerder martelingen. Verkrachtingen. Niemand kon weg, gebonden aan de planter via contracten en (vaak fictieve) schulden. Dus vaak stapelde het zich allemaal op.

Moedig

Rhemrev schreef het hele rapport in die stijl. En de bijlagen nog. Wat een moed, om al die misstanden unverfroren op het papier te zetten. Ze vormden een commentaar op het koloniale bewind.
Na ontvangst van het rapport was de Tweede Kamer aan de beurt. Die moffelde het weg want: te erg.
J.C. Breman schreef er veel over in zijn Koelies, Planters en Koloniale Politiek (1987).
Zelf lezen is het fijnste, het Rhemrev-rapport (zonder de bijlagen helaas) staat hier: klik en download (http://hdl.handle.net/1887.1/item:941257)

Dus de ellende bleef. Pas zeer laat werden de Koelie-ordonnanties afgeschaft. Mr Rhemrev maakte gelukkig nog een mooie carrière.

Verlangen

Had ik maar een biografie van mr. J.L.T. Rhemrev, wist ik maar meer van zijn leven, ik voel zo het verlangen om hem beter te leren kennen. Wat ik weet komt uit krantenberichten bij zijn vertrek hemelwaarts in 1927. Ik lees een zin als: ‘De overledene stond hekend als een eminent jurist, die behalve de moderne, zoo goed als alle Inlandsche talen kende, die door zijn groote wetenshap het physieke van den inlander begreep en daarom ook bij hen wegens zijn eerlijk en humaan optreden geliefd was; hij stond om zijn rechtschapenheid en eerlijkheid zoowel in lndie als hier te lande algemeen bekend.’

Dus heeft u familie in Deli gehad, dan kunt u via dit Rapport meer te weten komen over het leven toen en daar. Ja, er staan schaduwzijden in, en flinke ook. Maar dat is ook informatief. Daarmee gaat u verder denken. Er was dus een hospitaaltje op die onderneming. Misschien elders ook. En hoe vaak kwam de dokter djawa? En hoe was het eten als het wel goed was? Van het een komt u op het ander.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de omstandigheden bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  •  voor vrijblijvend advies over de goede bronnen
  •  voor overleg over de opzet en aanpak van uw project
  •  maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Schrijftip: Bent u onzeker over uw Nederlands? (video)

Die middag was ik op bezoek bij een Hoog Geleerde Professor. Hij had naar mijn werk gekeken. Een aardige man. Maar ook: intimiderend wegens dat geleerde.

Ik gluurde naar zijn bureau.
Ja hoor, rode strepen door mijn werk.
De moed zonk in mijn schoenen.

“Zal ik je mijn manuscript eens laten zien?”vroeg de professor. Ik zag: overal rode strepen. Hij ook, besefte ik.

Ervaring

Wat ik toen leerde, zal me mijn hele schrijvende leven bijblijven en dat is: niemand schrijft meteen volmaakt Nederlands.
En dat is helemaal niet erg.
Het gaat om het verhaal.

Maar dat ontslaat me niet van de plicht om mijn best te doen. Om aandacht te besteden aan mijn zwakke punten en die te willen verbeteren.
In mijn biografie van Van Heutsz schreef ik een krantentitel op heel veel verschillende manieren:

  • Java-Bode
  • Java-bode
  • De Java-bode
  • Weer anders

Daar zit mijn zwakke plek: consequent zijn in spelling. Ik let er zo goed mogelijk op, maar tot ik volmaakt Nederlands schrijf, is er een eindredactie nodig.

U ziet: inzet + eindredactie = mooi Nederlands.

Video

  • een bemoedigend woordje zodat u niet in zak en as zit
  • een keuze waardoor u zich meteen beter voelt
  • de praktische oplossing

Zet de stap

Heeft u dat ook? En zit er wel een verhaal in uw pen? Praat met mij. Maak een afspraak via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat. (opent in een nieuw venster)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Over de voormalige landgenoten in Indonesië

landgenoten

Deze dagen denk ik met reden aan de voormalige landgenoten in Indonesië. “Zij konden toch kiezen?” Die vraag hoorde ik het vaak toen ik aan dit boek voor HALIN werkte. Over degenen die bij en na de onafhankelijkheid in het nieuwe Indonesië bleven. Kiezen, dacht ik dan, maar hoe vrij is die keuze?

Het lijkt of het kassian met de ouderen daar in golven gaat. Soms is er een televisieprogramma en dan weten we het allemaal weer.  Er zijn meer stichtingen dan HALIN die zich om hun lot bekommeren, en al werken ze op een eigen manier, ze hebben gemeen dat er altijd geld tekort is. Dat gaat vanzelf, als je voor de ouderen daar zorgt. Er is tekort aan alles. Niet iedereen heeft kinderen die voor je kunnen zorgen.

Kiezen

Wie minderjarig was, mocht niet kiezen. Dat deden je ouders voor je. Dus wat zij wilden, gebeurden. Geen vrije keuze. Er waren mensen die de zorg hadden voor hun vader of moeder die niet weg wilde of durfde. Wat weegt zwaarder in zo’n situatie: de zorg die je voelt, of verkassen naar een ander land? Of je hebt simpelweg niet alle papieren die de Nederlandse regering eist, voordat je naar Nederland mag. Die eisen waren aanzienlijk, ook al werden ze steeds minder hoog.

Nee, echt kiezen was het niet.

Ja, voor een aantal wel. En er zijn er ook, die het uitstekend hebben gedaan als nieuwe Indonesiërs. Maar het gaat nu over die anderen. Ik lees regelmatig dat er weer een boek over de dekoloniatie is verschenen, dat er weer een toneelstuk op de planken komt van de derde of vierde generatie die op zoek gaat naar de roots. Dan denk ik aan deze ouderen. Ze zitten vol met woorden, uitdrukkingen, ervaringen – meer dan de jongere generatie zich kan voorstellen. Deze generatie noemt zich onbevangen ‘Indo’, daar zullen deze ouderen heel voorzichtig mee zijn.

Terug

Deze dagen is er het nieuws van de teruggave van onder andere de zogeheten Lombok-schat; kostbaarheden op Lombok door het KNIL mee naar Nederland genomen. Een hele discussie over eigenaarschap hoort erbij. Over zorgplicht. Over de koloniale tijd. En ik weet dat hiervan een echo klinkt in het dagelijks leven van deze ouderen. Toen ik er was, hoorde ik het zelf: als er iets moeilijks in Nederland is,  gaan deze ouderen voorzichtiger over straat. Degenen met een Nederlandse naam helemaal.

Betaaldag

landgenotenVoor mijn HALIN-boek reisde ik naar Indonesië. In Bandoeng woonde ik een zogeheten betaaldag bij. In een bijgebouw van een kerk was dat. Iedereen op stoelen aan de kant. Dan een welkomstwoord van de contactpersoon. Daarna werd iedereen bij naam genoemd. Opstaan, naar voren, het geld voor de steun van die maand in ontvangst nemen.

Toen ik de zeer oude mevrouw van de grote foto boven zag, voelde ik dat kassian weer van binnen, het kassian dat pijn doet omdat je zo graag wil dat iets anders is dan het is en je weet, het is zoals het is.

Ik vroeg naar haar leeftijd. Ze was pas ergens in de 60 jaar. Dan weet je: een moeilijk leven.

Er waren ook ouderen met kinderen en kleinkinderen. Dat stemde me tot nadenken over het doorgeven van het Indische, dat wij hier in Nederland zo belangrijk vinden. Is het dat daar ook? Minder, lijkt het. De kinderen weten wel iets van dat vader of moeder in ‘de Nederlandse tijd’ leefden, de kleinkinderen al minder. Wat ik hoorde over de kleinkinderen was dat ze zich overwegend Indonesisch voelen. Vanzelfsprekend thuis in hun eigen land, al zijn ze misschien in hun uiterlijk toch iets anders dan de anderen.  Kunnen blijven in het land waar je familie woonde, vinden zij vanzelfsprekend – maar misschien is het wel een luxe.

Levensverhalen

De verhalen van de Warna Negara’s raakten me toen en raken me nog steeds. Al die ouderen daar, er zijn er nog zo veel, en ze komen zo op leeftijd met alle gevolgen van dien. Het is zo’n belangrijke generatie, aangeraakt door oorlog en Bersiap, de ouderen daar en de ouderen hier hebben verhalen om over te huilen. Maar vooral om naar te luisteren. Ik hoop dat er ook daar een derde generatie opstaat die op zoek gaat naar de verhalen uit de familie.

Praktische schrijftip

Moeilijke herinneringen liggen meestal verborgen onder een deken van verdriet of geen-weg-mee-weten. Toch zijn het vaak juist die herinneringen, waar de volgende generaties iets aan hebben. Zij moeten begrijpen wat het onvoorstelbare is geweest. Misschien kunt u feiten noteren: wat gebeurde er wanneer. Dat is toch iets. En mogelijk kunt u later wat meer schrijven. Wilt u hier eens met mij over van gedachten wisselen? Maak dan een afspraak voor een gratis overleg-gesprek via mijn digitale kalender. Klik hier en kijk hoe dat gaat. (Opent in een nieuw venster.)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Schrijftip: Wat te doen als u iets niet weet? (video)

Wat te doen als u iets niet weet? Hoe meer u weet, hoe meer vragen er in u ontstaan. Hoe zit het met dit? Hoe zit het met dat? Wat vond X of Y daarvan? Een levensverhaal schrijven, dat is omgaan met hetgeen u weet en hetgeen u blijkt niet te weten.

En het betekent ook, dat u praktisch moet omgaan met de gaten in het levensverhaal. Want daar mag u zich niet door laten tegenhouden om te blijven schrijven. Er zijn manieren om dat praktisch en creatief te doen.

Ervaring

Bij elk boek overkomt me hetzelfde: ik zit aan mijn werktafel en denk opeens: maar dit of dat weet ik helemaal niet. Zoals nu ook, tijdens het werken aan mijn boek over Frits van Daalen. De simpelste vragen komen in me op. Waar woonde hij in 1903. Waar bleven zijn kinderen. En ik weet het niet. Wat de kinderen betreft, weet ik zeker dat ik er niet achter ga komen. Dat soort persoonlijke informatie staat niet in de officiële stukken.
Wat te doen?

Speculeren. Op basis van alles wat ik wel weet, kan ik een vermoeden noteren. Zo doe ik het eigenlijk elke keer. En als ik dat opgeschreven heb, voel ik me verbaasd, opgelucht en tevreden over het resultaat.

U ziet: kennis + speculatie = tekst.

Video

  • wat te doen als u een gat in het levensverhaal heeft
  • voorbeeldzinnen om te gebruiken
  • hoe u het leuk houdt voor uzelf en voor lezers

Heeft u een vraag, stuur me dan een berichtje via de contactpagina – klik hier. (opent in een nieuw venster)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Wie kwamen er in dat bordeel, naast de kerk?

Een bordeel spreekt tot de verbeelding, vooral de verbeelding van degenen die zeer fatsoenlijk zijn of dat hopen te wezen. In de oude Indische kranten vind ik een rijkdom aan kleine en grote berichten over het bordeel, vrijwel altijd met een toon van verontwaardiging over het onzedelijke.

Ik deel in die emotie. Maar met een andere reden.
Stap voor stap.
Daar gaan we, terug naar 1881.

Schandaal

Een paar dagen voor Kerstmis schrijft de Java-Bode in ‘Schandalen in de Benedenstad’ over het bordeel in Batavia dat inmiddels een paar maanden draait. Het bordeel staat naast de Buitenkerk en is opgericht door een familielid van Nio Hok Tjang.
Elke avond is er herrie. De Europese buren kunnen dan niet slapen. Er komt ‘allerlei slag van vrouwen’. De krant:

  • Eenige dagen geleden nu had de heer S. die er vlak naast woont, gezien dat als gewoonlijk weer een troepje Chineezen ’s avonds daar in dat huis arriveerde en een paar Indo-Europesche zoogenoemde dames met zich op sleeptouw hadden genomen.
  • De heer S. begaf zich hierop midden in den troep en vroeg die vrouwen of ze zich niet schaamden, waarop hij een harer een klap toediende, zeggende nu maar naar den Officier van Justitie te gaan.
  • Den wijkmeester, den heer vd. L. die op het erf van de kerk woont en tevens koster is, werd hiervan den volgenden dag kennis gegeven, doch deze antwoordde den heer S. dat hij aan het geval niets kon doen, aangezien het Chineezen zijn die de buurt in rep en roer brengen.
  • Onzes inziens had de heer vd. L. den Assistent Resident voor de politie van het bestaan van dat bordeel moeten kennis geven. Bovendien is zelfs die buurt niet als woonplaats voor Chineezen aangewezen.
  • En nu een bordeel, ’t is fraai!

De Java-bode besluit het artikel door te zeggen dat de politie het nu ook weet. En dat het een schandaal is. En dat het al twee maanden duurt.
De afgekapte namen moeten voor half Batavia herkenbaar zijn geweest. Want ja, de heer S. Vlakbij de kerk. En dan optreden met branie. En dan de koster, zoveel zijn er niet die v.d.L. heten.

Dat was de krant van vrijdag. Een paar dagen later kom de Java-Bode terug op het feit. Er is meer informatie.

  • Als een vervolg […] melden we hier nog dat de eigenlijke, dat wil zeggen de verantwoordelijke huurder daarvan en oprigter niemand anders is dan de 1ste wijkmeester van Pintoe Besar, wonende te Djambattan Batoe, nabij de woning van den Chineeschen schrijver van Nio Tek Soey.

Het bordeel was inmiddels dicht. De krant roeptoetert nog eens schande en schandalig, en hoe kon het, en wat heb je aan de politie.
Maar ja, dicht is dicht, en dat na twee-drie maanden bedrijfsvoering.
Dat zijn vermoedelijk heel wat klanten geweest.

Het noodzakelijk kwaad

Anno 1881 heerst nog de opvatting dat prostitutie een ‘noodzakelijk kwaad’ is, dat wil zeggen, noodzakelijk voor de Europese man. Omdat hij sex nodig had voor zijn gezondheid.
Voor vrouwen lag dat anders. Die waren van zichzelf reiner.
Zij moest als maagd het huwelijk in. Hij kon trouwen als man met ervaring.
Die ervaring kon met een prijs komen. De beste kans om een venerische ziekte op te lopen heb je in het bordeel.

Nu dat gevoel van verontwaardiging. Onder boosheid zit vaak een verdrietig gevoel en dat is bij mij zo, als ik denk aan de echtgenotes die argeloos trouwden met een ex-bordeelganger.
Die dus ook besmet raakten. En genezing was er niet.
Waar bleven ze, waar bleven de kinderen, als de ziekte een verder stadium bereikte?

  • Naar Tosari of een ander sanatorium, ver weg van de maatschappij, in een andere wereld met lieve zorg en witte bedjes, dit natuurlijk alleen als er geld voor was.
    Denkt u hoezo dan, google eens ’tertiaire syfilis’ en kijk naar de afbeeldingen, maar niet als u zit te eten of zodadelijk moet gaan slapen.
  • Van een onbehandelde syfilis kun je flink krankzinnig worden, in elk Koloniaal Verslag staan wel vrouwen die in een inrichting zijn opgenomen, het kan namelijk de hersenen infecteren.
  • Ook werden vrouwen wel naar Nederland gestuurd, “voor hun gezondheid” werd dat genoemd, nou, inderdaad.
  • Misschien namen de Ursulinen of andere kloosterordes ook patiëntes op, als er geen budget was voor verpleging.
  • Ook mogelijk: opgeborgen bij vreemde mensen in een andere stad, daar stond nog een paviljoen en toezicht was te regelen, dat bespaarde de familie de schande en het opbergen kostte helemaal niet veel geld.

Onder het dekentje

Dat zijn misschien nieuwe gedachten als u in de familie een tante had of een nichtje waar altijd half-half over gesproken is. Moeilijke verhalen liggen onder een dekentje van vergoeilijken of wegwuiven:

  •  ze was een beetje vreemd
  • ze kon niet tegen het klimaat
  •  ze aardde niet in Indië

Zoek het verhaal achter het verhaal, en soms het verhaal daar weer achter. Daar zit de waarheid.

Schrijftip
Wanneer u familieverhalen hoort, neem ze dan nooit aan voor honderd procent waarheid. Vraag u altijd af, hoe dit verhaal in de wereld is gekomen, wie het voor het eerst vertelde en ook: of het tegendeel ook waar kan zijn. Het kan heel nuttig zijn om alles wat u hoort, te testen op de werkelijke inhoud door het tegen te spreken. “Dat is niet zo, want…”. Die houding stemt u tot nadenken, tot wikken en wegen. Zo ontdekt u de verhalen achterde verhalen.
Wilt u hier eens met mij over van gedachten wisselen? Maak dan een afspraak voor een gratis overleg-gesprek via mijn digitale kalender. Klik hier en kijk hoe dat gaat. (Opent in een nieuw venster.)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Schrijftip: Geen tijd? Maak tijd! (video)

Geen tijd? U en ik kennen datzelfde liedje van verlangen. Willen schrijven, een verhaal in het hoofd hebben en de dag is voorbij met allerlei dingen. Dan is er weer dit, dan is er weer dat, er lijkt geen tijd genoeg te zijn om te schrijven.

De oplossing is voor iedereen anders. Voor mij werkt een dagelijks lijstje goed, waarop ik elke ochtend drie doelen voor die dag noteer.
De laatste weken doe ik ook iets anders. Want ik had meer tijd nodig.

Ervaring

Meer tijd, waar haal ik dat vandaan, dacht ik. Want de dag zit vol. Iets schrappen kon niet. En toch moest er meer tijd komen. Want mijn huiskater Bert was herstellend van ziekte en hij wilde meer knuffels.
Dus zette ik mijn wekker een half uur vroeger. De eerste week had ik kringen onder mijn ogen, de tweede week was ik al wat eraan gewend en nu word ik vanzelf wakker, kort voordat de wekker gaat.
Mijn motivatie is er. Elke ochtend weet ik waarvoor ik het doe. Samen met Bert op zijn matje liggen, aaien en luisteren naar zijn zachte knorren. Bertje is nu bijna bijna beter, maar ik blijf eerder opstaan. Dat vroege samenzijn is me dierbaar.

U ziet: doel + motivatie + doorzetten = resultaat.

Video


In deze video:

  • hoe ook u aan meer tijd kunt komen
  • wat u met een half uur per dag kunt doen
  • pelan pelan, dan komt er wat van

Heeft u een vraag, stuur me dan een berichtje via de contactpagina – klik hier. (opent in een nieuw venster)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

“Het Indische zit dus in onze familie”

het indischeWat Indisch is, daar valt veel over te zeggen als ik met Lody Zandbergen (1948) spreek. Aan zijn kinderen en kleinkinderen geeft hij het door, zonder het met zoveel woorden te benoemen. Evenzogoed was er een kleindochter die voor haar interview met opa een tien kreeg. Hij is filosoof, fysiotherapeut, veteraan, pensionado, en zorg-opa. Lody vertelt.

Mijn kleindochter Nadine is 12, haar broertje is 10 en haar neefjes zijn 8 en 6 jaar. Nadine hoorde ik een keer tegen haar broertje zeggen: “Ik ben meer Indisch dan jij.”
Op dat moment vond ik het grappig. Maar daarachter zat: hoe ga je nou berekenen hoe Indisch je bent?
Twee jaar geleden vroeg haar neefje Rover (nu 8 jaar): “Opa, hoe Indisch ben ik eigenlijk?” Want zijn moeder is een Indisch meisje en zijn vader, mijn zoon, heeft een Hollandse moeder.
Dat wordt lastig om uit te rekenen. Want het feit dat je gemengdbloedig bent, levert de oplossing niet. We hebben vier bloedgroepen en elk mens heeft daar één van. Dus daarmee kom je er niet. Hoe moet je dan berekenen hoe Indisch je bent? Dat is onmogelijk.
Dus dat moet je je verder niet afvragen. Dat was mijn antwoord.

  • Willen de kleinkinderen graag Indisch zijn?

Dat weet ik niet. Het komt gewoon mee in de opvoeding. Ook in de school. Een lerares in de brugklas van mijn kleindochter Nadine was een Surinaams-Indische vrouw, haar mentor is een Indische jongen. In de klas stond het boek De lange reis van de poesaka, daarin staat iets van onze familiegeschiedenis van onder andere de kris.
Die is generaties geleden gemaakt voor de voormoeder van mijn opa, door de broer van de voormoeder. Hij was moslim en wilde zijn zuster beschermen tegen de christenen, mijn opa was christen. Het was wel een beetje lastig. Maar sindsdien wordt de kris doorgegeven, via de vrouwenlijn in de familie. Dus die kris is straks voor Nadine.
Later in het schooljaar had ze als taak gekregen om iets over Indonesië te vertellen. Ze maakte een krantenartikel met een interview met mij, en onder mijn leiding maakte ze kwee lapis om uit te delen. Voor haar artikel kreeg ze een 10.

  • Je kleinkinderen zeggen Indisch en niet Indo. Ik dacht dat dat de jonge generatie altijd Indo zei.

Als ik met ze praat, gaat het over Indisch eten, Indische familie. Ik gebruik het woord Indo heel weinig. Het kan daar door komen. Haar moeder draagt wel een t-shirt met het opschrift Indo. Daar zou ik nooit mee lopen.
Wat ik vooral overdraag aan mijn kinderen en kleinkinderen is de familiegeschiedenis. Daarin zit het Indische, via mijn moeder, een meisje Varkevisser. Ze komen oorspronkelijk uit Katwijk; de allereerste Varkevisser was een kapitein van VOC. We horen tot de oudste Indische families.

  •  Ga je ze ook meer vertellen over de voormoeder?

Ik vertel van de familiegeschiedenis alleen het deel dat gaat over mijn Indische en mijn Hollandse opa en oma. Dat maakt voor mijn destijds kleine kinderen en nu voor mijn kleinkinderen het Indische en Hollandse van de familiegeschiedenis begrijpelijk.
De Hollandse tak bestaat uit die van mij en die van hun moeder. Van mijn tak kennen mijn kinderen alleen mijn vader en de Hollandse man van mijn zus. Mijn zus heeft een (1) zoon. Die is aan zijn uiterlijk herkenbaar als hun Indische neef. Van hun moeders kant kennen mijn kinderen wijlen haar vader en moeder, en haar zus en haar twee broers en diens kinderen. Dat zijn de door hun uiterlijk onmiskenbaar niet-Indische neven (4) en nicht (1).

  •  Je vader, de Hollandse jongen, heeft ook een Indische geschiedenis.

Dat klopt, hij is indertijd als oorlogsvrijwilliger naar Nederland gegaan. Hij zat bij het bataljon Friesland, ook al was hij helemaal geen Fries. Mijn vader is geboren in Stompwijk.
In Bandoeng heeft hij mijn moeder ontmoet en ze zijn door de bataljonscommandant getrouwd. Dat soort dingen vertel ik wel zo tussen neus en lippen door aan mijn kinderen, nu ze wat ouder zijn. Vroeger helemaal niet. De familiegeschiedenis heb ik wel geboekstaafd aan de hand van beide stambomen. Die komen samen in het huwelijk van mijn vader en moeder. Als mijn kinderen en/of kleinkinderen later meer van hun familiegeschiedenis willen weten, kunnen ze dat in mijn boekencollectie opzoeken.

  •  Bedoel je je kleinkinderen?

Ik vertel mijn kleinkinderen alleen dat mijn moeder in Indië is geboren. En mijn kinderen weten alleen dat de oma – mijn moeder – een beetje een merkwaardige oma was. Dat ze Indisch was met allerlei Indische eigenaardigheden. Mijn tante is altijd blijven hangen in 1920, dus op verjaardagsfuifjes ging ze dansjes organiseren met ballonnetjes aan je de benen en dan moest je die ballonnen kapot zien te trappen. De kinderen vonden dat hilarisch. Aan mijn kleinkinderen laat ik alleen de fotootjes zien.
Verder geef ik antwoord op vragen als ze die hebben of als zich iets voordoet, zoals met het werkstuk van mijn kleindochter.

  • Vertel eens iets meer over je ouders.

Mijn vader heette Adrianus Peter Zandbergen en mijn moeder heette Sonja Varkevisser. Zij in Koepan op Timor geboren en mijn vader in Stompwijk.
Kort na hun huwelijk werd mijn vader teruggestuurd naar Nederland, dat was nog voor de  Eerste Politionele Actie. Hij werd opgenomen in kamp Austerlitz met wat we nu PTSS noemen. In zijn tijd heette dat ‘zielsgebrek’. Zo staat het omschreven in zijn papieren.
Maar hij kon er niet tegen om achter prikkeldraad te zitten. Dus hebben ze hem laten tekenen dat hij zich weer net zo voelde als voordat hij het leger in kwam. Toen ging hij de maatschappij weer in.
Pas later kwam ik erachter dat hij recht had op onderscheidingen. Ik heb die voor hem aangevraagd en het Ereteken voor Orde en veiligheid, het oorlogsherinneringskruis, en het demobilisatie-insigne KL zijn hem postuum toegekend.
Dat heb ik ook voor mijn twee oud-ooms gedaan: Emile Varkevisser en Herman Victor Varkeviser. Zij zaten bij het KNIL. De een ging met de Junyo Maru ten onder en de ander is bezweken aan de Birma-Spoorweg. Dat weet ik pas sinds een jaar of twee, toen iemand me wees op hun stamboek in het Nationaal Archief.

  • Het Indische zit dus in de familie. Maar zit het ook in jou?

Ja, nee. Dat vind ik lastig. Want als je zegt ‘ik ben Indisch’, dan zeg je dat je samenvalt met het Indische. Maar dat is niet zo. Ik heb als opgroeiend jongetje in wat is indischLeidschendam wel altijd het gevoel gehad dat ik niet hetzelfde was als mijn Hollandse vriendjes. En ik groeide op met alleen maar Hollandse jongens en meisjes om me heen en ik wist gewoon dat ik Indisch was. Voor de rest vond ik dat niet vervelend, maar ik besefte altijd: ik ben niet helemaal gelijk aan wat zij zijn. Als constatering. Dus niet als negatieve ervaring, integendeel.
Later op de middelbare school had ik veel Indische vriendjes en dan zei ik altijd: ‘Ik voel me meer Hollands dan Indisch’. Dus ik heb altijd de positie van buitenstaander ingenomen, wat ik buitengewoon aangenaam vind. Dat heb ik mijn hele leven gehad. Nu zeg ik niet: ‘Ik ben Hollands, ik ben Indisch’, want ik val niet met beiden samen. Dat is niet mijn identiteit.

  • Wat ben je dan wel?

Ja, dat is het punt. Ik zou dan wel zeggen: ‘ik ben ik en ik heb diverse identiteiten’. Ik ben militair. Ik ben fysiotherapeut. Ik ben volleybaltrainer. Ik ben een vader. Ik ben oom. Et cetera. Dat zijn allemaal identiteiten die aan mijn ik hangen. Maar tegelijkertijd kan dat niet. Ik kan die identiteiten niet van elkaar afzonderen. Als ik vrienden veel Maleise woorden hoor zeggen, dan herken ik dat niet in mezelf. Maar ik weet wel dat mijn grootouders dat altijd wel zeiden. Maar als ik een Maleis woord bezig, ervaar ik een afstand tussen dat woord en mij. Maar niet bij de namen van Indische gerechten. Die afstand voel ik niet bij Hollandse woorden of uitspraken, zelfs niet bij Hollands Bargoens of plat Haags.
Dus ben ik Indisch? Daar zou ik niet een ja op kunnen zeggen. Ben ik Hollands? Kan ik ook niet ja op zeggen. Wat ben ik dan wel?

  •  Een raadsel. Ik heb nog een vraag. Hoe hou je je snorpunten zo omhoog?

Heel simpel. Met snorrenvet. Dat koop ik bij de drogist. Daar hebben ze ook snorrenkammen en dergelijke moderne apparatuur. Zover ga ik niet. ’s Avonds was ik mijn snor helemaal uit en ’s morgens breng ik hem weer in model met snorrenvet of soms alleen maar gel, zodat het lekker keihard blijft zitten. En that’s it.

Schrijftips
Wat is voor u het Indische en wat was het voor de vorige generaties in uw familie? Elke generatie heeft een andere ervaring en dus ook een andere visie. Dat is belangrijk om mee te nemen wanneer u een verhaal op papier gaat zetten. Wilt u daarover vrijblijvend met mij van gedachten wisselen, dan kan dat. Maak een afspraak voor een gratis overleg-gesprek via mijn digitale kalender. Klik hier en kijk hoe dat gaat (opent in nieuwe pagina).


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Schrijftip: Uw verhaal, de familie en de tijd van toen (video)

Wanneer u een levensverhaal schrijft, is dat nooit over één persoon. Die persoon heeft ouders, die persoon is geboren in een specifiek jaartal en dat heeft uitleg nodig. Van u. Want uw lezers willen begrijpen wie die ouders zijn en wat het jaartal betekent.
Iemand van 17 jaar kan niet goed invoelen wat het betekent in 1946 geboren te zijn, zo kort na de oorlog en in Indië er nog eigenlijk middenin. Hoe was het toen om te leven? Als u het uitlegt, dan biedt u inzicht.

Ervaring

Deze duiding gaf ik ook tijdens mijn lezing over ‘Eer en ellende’, afgelopen vrijdag in Leiden bij de Werkgroep Indische letteren.
Ik sprak over Frits van Daalen, de man over wie ik nu een biografie schrijf. Maar vooral over zijn vader en twee ooms, en de literaire rel die de roman Wijnanda (1881) in werking zette. Dan gaat het ook over de Atjeh-oorlog, waar zijn familie bij betrokken was.
Dus: persoon – familie – tijdsomstandigheden.
Het is een wisselwerking.
Wanneer u de lezing-video bekijkt, ziet u hoe ik dat aanpak.

Video

  • de opname van de lezing
  • hoe sterk de invloed van familie kan zijn
  • wat de tijdsomstandigheden met iemand doen

Heeft u een vraag, stuur me dan een berichtje via de contactpagina – klik hier. (opent in een nieuw venster)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Ga naar de bovenkant