
Beeld wikimedia.org; 103735306
Het is 5 november 1931 en heel Indië leest wat Pa van der Steur besloten heeft in de krant te zetten: hij haalt zijn Steurtjes terug uit Nieuw-Guinea.
Het is daar helemaal mis gelopen.
Pa heeft twee goede redenen om dit in de krant te zetten:
1 zorg voor zijn jongens, ze moeten terug komen naar Java
2 zorg om zijn donateurs, Pa kan zich geen reputatieschade veroorloven, hij is als tehuisvader grotendeels afhankelijk van donaties
Er circuleerde al het een en ander aan geruchten over deze Steurtjes.
Terug naar het jaar ervoor. Naar 1930.
Dit is het dramatische verhaal van een groep Steurtjes, hopend op een betere toekomst.
Crisis in Indië
De crisisjaren waren voor iedereen in Europees Indië moeilijk, maar vooral voor de Indo-Europeanen. Nog steeds werden uit hun betrekking verdrongen door een inmiddels goed opgeleide Indonesiër die met minder loon tevreden was. Het Indo-Europees Verbond kon de vraag om hulp nauwelijks aan. Wat te doen?
Dit is de tijd zonder uitkeringen. Mensen waren op elkaar aangewezen en op de liefdadigheid, zo die er was.
Dan grijp je vanzelf de kansen die er zijn of die er lijken te zijn.
In de jaren 1930 ontstaan er in Indië dan ook verenigingen die zo’n kans bieden. Naar Nieuw-Guinea gaan en daar zelfvoorzienend leven. Werken. Eten. Leven, zonder zorgen, althans, dat is het beeld.
Wat moet dat voor velen aantrekkelijk zijn geweest.
Op zaterdag 15 november 1930 publiceert het Algemeen Handelsblad een artikel waarin sprake is van ‘honderden gegadigden’ voor de tocht, die opgezet is door de Vereeniging Kolonisatie Nieuw Guinea.
Slechts veertig ervan konden mee, een deel op kosten van de Vereeniging: ‘Onder de deelnemers bevinden zich zes gehuwden, zes ongetrouwde jonge vrouwen, zoodat de rest uit mannelijke werkkrachten bestaat.’
De ‘stormloop’ was veelzeggend, vond de krant: ‘Straks zullen het er zeker duizenden zijn, die hier op Java geen toekomst meer ziende, het gaarne willen probeeren in een vooralsnog onherbergzaam oord om er den strijd om het bestaan manmoedig aan te vangen.’
Wat een voorspelling. Dat zei wel iets over hoe beroerd de toestand op Java moest zijn.
De Steurtjes
Hoe onherbergzaam het bij het Sentani-meer was, stond te bezien. Grasvelden genoeg voor vee, bijvoorbeeld.
Met deze grote groep door de Vereeniging uitgezonden, ging een andere groep mee: 20 jongens, de helft afkomstig van Pa, en de andere helft afkomstig uit het Protestants Weeshuis (Semarang). Allen bereid te werken, en dat moest ook. Het idee was zelf-doen, dus ook geen Papoea’s in dienst nemen.
De groep was al met al dus groot.
De meeste aandacht ging vanzelf uit naar de Steurtjes en dat had ook alweer te maken met wat Pa in de kranten wist te krijgen. Publiciteit maken kon hij uitstekend.
Indische jongens
Dat deze trek naar Nieuw-Guinea heel wat geld kostte, begreep Pa goed. Hij had zijn elk van zijn toen jongens maar liefst 500 gulden gegeven, deels te besteden aan reiskosten, en daarbij een flink pak kleding, schoenen, matrassen, dekens en nog meer wat nodig kon zijn. Bij het vertrek doneerde hij elke maand 150 gulden aan de Vereeniging.
Pa:
Dit was mij niet gevraagd door het bestuur, doch ik deed dit eigener beweging, omdat ’t niet aangaat, anderen den last alleen te laten dragen. Ik had ruim geholpen. Niemand is gedwongen om te gaan; het was geheel eigen keuze en de moeilijke toekomst is hun door mij terdege voorgehouden.
Eind 1930 vertrek.
Begin 1931 eerste slechte berichten.
Het Bataviaasch Nieuwsblad tekende op 2 januari 1931 het verslag op van de heer C. H. Lampe, die terug was van de kolonisatie-tocht, dit wegens bittere teleurstelling. Hij noemde onder meer: ‘Indische jongens, onder wie achttien personen, die van Pa Van der Steur kwamen, of vroeger in zijn stichting waren geweest.’
En dan dit: ‘De Van der Steurtjes liepen te Makasser al op hun bloote beenen door de stad en toen ik er den leider opmerkzaam op maakte, zei hij mij, dat hij geen kindermeisje was.’
Dat was een alarmsignaal, voor de goede verstaander. De Steurtjes waren vrij van het strenge tehuistoezicht. Ze hadden de vrijheid geroken.
Een half jaar later publiceerde het Soerabaiasch Handelsblad onder de kop ‘Kolonisatie-tragedie’ een artikel met een luider alarmsignaal.
Veel ziekten, te hard werken en de Steurtjes waren compleet losgeslagen met vechtpartijen en vloeken:
- Het spijt ons te moeten melden, dat de jongens van Pa van der Steur het meeste kattekwaad uithalen, het brutaalst en het ongezeglijkst zijn.
Er was weinig meer over van het droombeeld Nieuw-Guinea. En terug naar Java? Dat moest voor eigen rekening.
In zijn tehuis te Magelang begreep Pa dat hij moest redden wat er te redden viel. Vandaar die brief in de krant
Wat Pa schreef
Pa van der Steur moest, zoals het zo mooi heet, aan damage control doen. De schade aan zijn naam beperken, zodat de donateurs geld aan zijn tehuis bleven geven. Daarbij moesten zijn jongens terug.
In de krant nam hij de verantwoordelijkheid op zich:
Ik heb de fout gemaakt te jonge en te weinig initiatief bezittende jongelui voor de kolonisatie te geven. De kolonisatie heeft de fout gemaakt deze jongens te veel zonder verband te laten werken en zonder georganiseerd plan.
Al doende leert men en met schade en schande wordt men wijs.
Met andere woorden, hij was menselijk, had ervan geleerd en de jongens konden het eigenlijk niet helpen en daarbij, de leiding was vooral in gebreke gebleven. Zijn maandelijkse donaties aan de Vereeniging Kolonisatie Nieuw Guinea hielden dan ook meteen op. Dat geld kon hij beter besteden, zoals aan de reiskosten van de Steurtjes die weer terug naar het tehuis moesten komen.
Dat tehuis zat vol met kinderen, met militairen en ook in toenemende mate met oud-Steurtjes, vanwege de crisis: ‘Waar ik momenteel door de tijdsomstandigheden altijd werklooze volwassen Indo’s in huis heb […].’
Het had zo mooi geleken. En nu waren er nieuwe problemen ontstaan. Wat moesten de Steurtjes beginnen die weer terug waren? Wat konden de achterblijvers nog voor elkaar krijgen? Daar ga ik een kennislezing over geven, met de achtergronden erbij, en zoals altijd mooi historisch beeld.
De Steurtjes in Nieuw-Guinea, 1930 (kennislezing)
Praktisch
Dag en uur: maandag 30 november 0930 uur
Online en gratis
Tijdsduur: 060 minuten
In deze kennislezing onder meer:
- Wie waren deze Steurtjes die naar Nieuw-Guinea trokken
- De voorgeschiedenis van het tehuis van Pa van der Steur
- Over de crisis van de jaren 1930 in Indië en hoe dat vooral de Indische groep raakte
- Waarom de kolonisatie van Nieuw-Guinea zo’n goed idee leek, en hoe moest het met de Papoea’s
- Meer over de Steurtjes die terug moesten en die in Nieuw-Guinea achter bleven
- Een vooruitblik naar de Deta-jongens (jaren 1950)
Inschrijven via het formulier:
Ik ben graag bij deze kennis-lezing
"*" geeft vereiste velden aan

Leave A Comment