Indische schrijfschool

Gratis workshop levensverhaal schrijven: 27 oktober 2019 (filmpje)

Welke stappen moet u zetten om uw levensverhaal op papier te krijgen? Wat kunt u het beste doen en wat moet u zeker laten? In de workshop levensverhaal schrijven leg ik het uit.

Deelnemen is gratis.

Hoe doet u mee met de workshop?
Simpel: ziet u dat knaloranje knopje bovenaan? Als u daarop klikt, schrijft u zich in. Daarna krijgt u een mail als bevestiging. Begint de workshop, dan stuur ik weer een mail waarin nog een keer staat op welke link u moet klikken om bij het webinar te komen.

De generatie waarvan u deel uitmaakt, heeft een belangrijk verhaal te vertellen. U heeft de grote veranderingen meegemaakt en in uw eigen leven doorvoeld. U begrijpt ook hoe het leven van uw vader of moeder was, of u wilt dat al schrijvende gaan begrijpen. Of u wilt opschrijven hoe u zich staande hield tegenover het grote verhaal van uw ouders. Dat is een goed plan. Leg het vast, nu het nog kan.

De gratis workshop levensverhaal schrijven is een voorproefje van de jaarcursus. Daarmee help ik u stap voor stap verder. Van mij krijgt u structuur. Aan het einde van de cursus staat uw levensverhaal op papier. Alles wat belangrijk is, heeft u opgeschreven. Dan is het er eindelijk van gekomen, kunt u zich voorstellen hoe dat voelt?

Wat u gaat leren in de jaarcursus:
uw levensverhaal komt op papier

Ik ga u helpen uw levensverhaal op te schrijven, volgens dezelfde methode waarmee ik zelf mijn boeken schrijf. Eerst informatie verzamelen, dan die ordenen en daarna schrijven. Hoe ik dat aanpak, leg ik uit in een les. Dat is geen technisch gedoe, hoor. Daar snap ik zelf ook niks van. Wanneer u een mail kunt openen, dan kunt u meedoen. Want de lessen komen per mail.

Elke week krijgt u van mij een les met daarbij een werkblad. Zo ontdekt u stap voor stap hoe het moet:  hoe begin je nou zoiets, wat zijn de grenzen van uw boek (niet alles hoeft erin), hoe maakt u hoofdstukken en hoe schrijft u een hoofdstuk, wat zijn goede onderwerpen voor een hoofdstuk, wat te doen als u niet alles meer weet, hoe u omgaat met onderwerpen die voor u moeilijk zijn en met privacy van anderen. En meer! En nog meer!! Wat het is wel een jaar lang!

Kan niet mis gaan!  En u kunt mij altijd mailen met vragen. Samen komen we er wel uit. 

Meer weten over de jaarcursus? klik hier en lees

Waarom elke zolder een Indische schatkamer kan zijn (filmpje)

Indische schatkamer

Foto Wikimedia commons/Tropenmuseum

Verhuizen is een crisis, maar het is ook een kans. Want er komen spullen van toen froeher tevoorschijn waarvan iedereen zegt: dat we dát nog hadden, geen idee.

Dat geldt zeker voor huizen met zolders. Huizen waar mensen al heel lang gewoon hebben, en waar spullen vroeger of later neergezet werden. Een zolder kan jaar in, jaar uit een verzamelplaats worden. “Zet maar op zolder.” En daar blijven die spullen dan staan.

Koffer

Af en toe hoor ik een verhaal over dat kleine grote wonder. Dan heeft iemand een koffer op die zolder gevonden, vol met mooie en belangrijke foto’s en papieren over de familie uit Indië. “Ik wist niet eens dat het er was,” hoor ik dan. Snap ik. Dat heb je met grote zolders. En ook wel met kelders, maar weinig huizen hebben nog een kelder. In mijn bovenwoning heb ik een berging en daarmee is hetzelfde aan de hand als met zolders: tjokvol, en een vaag idee van de inhoud.

Schatkamer

Een tijdje terug heb ik zelf het kleine grote wonder meegemaakt: een koffer vol spullen, waardoor ik leerde dat elke zolder een Indische schatkamer kan zijn. Daar vertel ik over in het filmpje:

(tekst loopt door onder het filmpje)

Zoeken

Het is dus een kwestie van zoeken, om oude Indische familiespullen te vinden. Niet iedereen snapt wat dat zijn. Het gebeurt helaas zo vaak dat er iemand naar de hemel verkast, de kinderen moeten het huis opruimen en “die oude rommel” gooien ze weg. Houdt u nou ook even uw adem in? Ik altijd even.

Lukt het u op een zolder (of in een berging) te komen, dan is het belangrijk om vrijmoedig te durven zijn. Misschien krijgt u maar één kans. Maak dus dozen open, blaas stof van oude mappen zodat u het opschrift kunt lezen, inspecteer stapeltjes en vraag vooral: “Mag ik dat in bruikleen, dan kan ik er rustiger naar kijken?”

Komt er een Nee, dan gaat u over op Plan Bee.Dan neemt u een kleine camera uit uw tas of zak, en ter plekke maakt u overal foto’s van.  Ik heb een kleine  Panasonic Lumix waarmee dat goed en snel gaat, beter dan met een smartphone. Dan kom ik thuis met mooie zware foto’s die ik op mijn laptop kan uitvergroten.

En ik blijf erbij, wat ik op het filmpje zeg: Alles van vroeger is er nog, het is alleen de vraag op welke zolder het ligt.

Ik wil mijn voormoeder een stem geven

voormoeder

Foto: Indisch4Ever/ L.X. Kok

Met een oudere Indische tante keek ik gezellig foto’s. Ze wees op meisjes met witte strikken in het donkere haar: “Kijk, mijn zusjes. Ik was de lichtste.” Meteen hieraan dacht ik terug toen ik de roman Lichter dan ik in handen kreeg. Wat een veelzeggende titel. Lichter of donkerder zijn, het is vol van betekenis.

Dichter bij elkaar

De roman is amper uit en nu al komt er een tweede druk aan. “Mooie dagen,” mailde de schrijfster me. Dido Michielsen schreef dit boek over een verre voormoeder. Dus een overoverovergrootmoeder, en dan net zoveel overs als nodig is bij iemand te komen. Maar we staan altijd dichter bij elkaar dan we denken: het kleinkind van Isah was de grootvader van Dido. Isah was, zoals het heet, haar betovergrootmoeder. Misschien bent u dat ook voor een generatie in de toekomst. Kan best. En wat dan?

Een stem geven

O, even. Het is een roman en toch ook niet helemaal. Ik vroeg aan Dido hoe dat zit. Waarom schreef ze geen biografie, een levensverhaal van haar voormoeder Isah?

Ik kwam niet genoeg over haar te weten omdat ze onvindbaar is in de archieven. Toch heeft ze bestaan want ik heb haar foto. En omdat ik altijd al een roman wilde schrijven na zes non-fictie boeken, was de keuze simpel. Bovendien kon ik geen Nederlandstalige romans vinden die helemaal vanuit het perspectief van de inheemse voormoeder zijn geschreven. Ze leefde bovendien in een interessante periode waarin er van alles veranderde in de kolonie.

Maar ja, dan moet je nog iets weten om over te schrijven. Wist je wel genoeg, vroeg ik.

Nee,veel te weinig. Van mijn vaders kant weet ik amper iets over mijn Sumatraanse grootmoeder, bij mijn moeders kant begint het een beetje bij mijn overgrootmoeders, plus wat verhalen over mijn betovergrootmoeder.

Waarom schreef je het dan toch?

Omdat er zoveel vrouwen waren als mijn betovergrootmoeder van wie de naam niet bekend is. Terwijl zij de eersten waren die gemengdbloedige Indo’s voortbrachten. Bizar genoeg zijn de namen van de Europese vaders meestal wel bekend. Ik wilde met mijn boek een monument voor de njai’s oprichten en mijn voormoeder een stem geven.

Dat heeft Dido dan ook gedaan. Woekeren met wat ze wel wist en dat was best weinig. Erg toch, eigenlijk? En wij met onze computers schrijven ook niet eens alles op, terwijl een paar generaties later er gesnakt wordt naar kennis van ons leven. Doorgeven is zo belangrijk. Het is erkennen een schakel te zijn in de keten van generaties die een familie vormen. Erkenning begint bij uzelf: zeggen dat ook uw leven belangrijk is, om alles wat er was en is. Elke generatie heeft immers een uniek verhaal.
Weet u, soms benijd ik mensen die kinderen hebben. Je plaats in de familie is dan zo duidelijk. Dan voel ik me een los draadje, dat zomaar ergens uitpiept. Op andere momenten voel ik weer, dat ik ook een plaats heb in het grote geheel. Ik moet schrijven en andere mensen helpen te schrijven. Dat is wat ik te doen heb in mijn leven.

Vrouwenogen

Reggie Baay kreeg het eerste exemplaar.

Ik ben nu halverwege de roman van Dido en ik zit nu middenin het kratonleven. Het oude Indië is heel anders hoor, als je door vrouwenogen kijkt. Als u ook een voormoeder heeft van wie u haast niks weet, is dit een inspirerend boek voor u. Misschien weet u toch iets. Dat schrijft u vandaag toch nog wel op?

Tot slot. Ik vroeg aan Dido Michielsen welke zeven vragen ze graag aan haar voormoeder had willen stellen. Hier komen ze:

  1. Was je nou wel of niet een prinses die geschaakt werd door een Hollandse patriciër? De geruchten gaan…
  2. Welke talen sprak je? Javaans, Maleis? Kon je met de vader van je kinderen communiceren?
  3.  Had je zelf enige inbreng in deze partnerkeuze?
  4. Dit is misschien wat impertinent, maar je twee dochters lijken helemaal niet op elkaar. Eentje is jouw evenbeeld, de ander niet. Zijn ze van dezelfde vader?
  5. Hoe zag het gezin eruit waarin je werd geboren? Je ouders, had je broers en/of zussen?
  6. Wat waren je geboorte- en sterfdata?
  7. Heb je mijn opa, jouw kleinzoon, ook gekend?

Ziet u wat belangrijk is? Menselijke relaties. Wie is wie. Wanneer gebeurde wat. Weten waar je vandaan komt.

Schrijftip

Begin vandaag met feiten te noteren op een A4-tje. Namen en jaartallen. Schrijf een half uurtje – kijk op de klok – en denk: mijn verre nazaten hoeven dit in ieder geval niet meer op te zoeken.

Hoe schrijft u over dat ene moeilijke in uw leven? (filmpje)

levensverhaal

Tropenmuseum/Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen (Wikimea Commons)

Soms is er iets moeilijks in uw leven en u weet: juist dáár wil ik over schrijven. Want daar gaat het om, dat moeten de volgende generaties weten.

Alleen: het is moeilijk. Voor u. Herinneringen kunnen pijn doen. Pijn is er in verschillende soorten, voor nu zijn de belangrijkste:

  •  pijn die beter verborgen kan blijven. Niet elke doos van het verleden hoeft geopend te worden. Soms zit er te veel pijn in die doos. U kunt ervoor kiezen die dicht te laten of dat samen met een therapeut te doen. Ik hoor goede ervaringen met de Stichting Centrum ’45.
  • er is pijn die langzaam-langzaam genezen kan worden. Daar gaat het hier om. U wilt over vroeger schrijven, maar hoe doet u dat als het pijn doet?

(lees verder onder het filmpje)


In het filmpje ziet u me twee manieren uitleggen. De eerste manier is de methode ui. Zoals een ui ringen heeft, zo heeft een moeilijke herinnering dat ook.

Van buiten naar binnen

Dus u begint met de buitenste ring. Het minst beladen stukje van de herinnering. Misschien schrijft u een naam op. Of een datum. Meer niet. Het kan zijn dat er een golf van emotie komt. Golven gehoorzamen aan eb en vloed. Ik heb zelf met veel moeite geleerd dat ik alleen mijn gevoelens hoef te voelen, zodat ze minder worden. Dan zit ik hier aan mijn werktafel, sluit mijn ogen en vraag vriendelijk aan mezelf: “wat is er?” (Dus niet roepen: wat is er nu weer?)

Wanneer u voelt dat u verder kunt, schrijft u iets meer op. Dan gaat u dus in de ui een ring dieper. Misschien een kleine herinnering. Daarna weer pauze. Voelen wat er te voelen is.

Dus u neemt de tijd voor uzelf. Langzaam aan is ook goed. Zo komt u verder. En dan, op een dag, staat dat ene moeilijke toch op papier.

Dat was de methode ui, om iets moeilijks om te schrijven.
Nu komt een hele andere methode daarvoor: je erdoorheen beuken.

Ik stort me er gewoon in

Die is geschikt wanneer u denkt: ik stort me er gewoon in, dan ben ik erdoor. Dat heb ik zelf gedaan toen mijn kleine rode kater Tim plotseling overleed. Dat vertel ik ook op de film. Ik koos hiervoor omdat ik niet wist waar ik heen moest met mijn verdriet. Daarom besloot ik met hulp van zakdoeken al mijn herinneringen aan ons leven samen op te schrijven. Ik kon de gedachte niet verdragen dat ze zouden vervagen. Tim en ik waren zo gelukkig geweest.
Ik dus aan het schrijven, met alle emoties die kwamen aanstormen. Ik beukte me erdoor en schreef. En een tijd later verscheen mijn boek over rouwen en opnieuw leren liefhebben, want toen was de roodwitte kater Bert in mijn leven gekomen.
Dus deze methode is geschikt als u bereid bent veel te voelen en als u een uitlaadklep voor uw gevoelens heeft. U kunt gaan boksen. U kunt gaan schrijven. Of weer iets anders, wat geschikt voor u is.

Dus het hangt ervanaf, wat voor u de beste manier is om over iets moeilijks te schrijven. Het ene is niet beter dan het andere. Alkeen verschillend. Misschien kiest u voor de langzame aanpak van de methode ui? Of de snelle intensieve methode van het erdoorheen beuken?

[si-contact-form form=’5′]

Waarom een levensverhaal hoofdstukken nodig heeft

hoofdstukken

Wanneer u een levensverhaal schrijft, dan heeft u vanzelf te maken met structuur. Want hoe ordent u nu alles wat u weet en denkt? Dat is structuur: alles ordenen. De grote structuur is die van hoofdstukken. Het meest overzichtelijk is een chronologische ontwikkeling, dus eerst de ouders, dan de kindertijd, de periode van jong volwassen zijn en zo verder. Dat is niet saai. Dat is juist overzichtelijk.

Alles wat hier niet in past, kunt u opbergen in een bijlage of in lange eindnoten. Of in een tekst-kader tussendoor, maar wees daar zuinig mee. U wil uw lezers vasthouden en wanneer u ze veel terzijdes geeft, raken ze de draad van het verhaal kwijt.

Maak alsutublieft hoofdstukken. Anders heeft u heel veel tekst en misschien ook foto’s zonder indeling en dat schrikt af.

  • Een levensverhaal met hoofdstukken: overzichtelijk en daardoor aantrekkelijk om te lezen en te herlezen
  • Een levensverhaal zonder hoofdstukken: een enorme hoeveelheid woorden waarvan je denkt hoe kom ik erdoor

Maar hoe schrijf ik een hoofdstuk?

Dat ga ik nu uitleggen.  Wanneer u een hoofdstukindeling heeft gemaakt en u bent er tevreden over, dan komt de vraag: hoe schrijf  ik een hoofdstuk?

Een hoofdstuk zit in principe eenvoudig in elkaar. Een begin, een einde en dan gebeurtenissen tussen begin en einde. Aan het einde is er een andere situatie dan aan het begin. dat komt door de gebeurtenissen. Vaak zitten mensen lang over dat begin te tobben. Mijn advies: hou het simpel. Doe iets dat werkt en waarin u plezier in hebt omdat het u gemakkelijk afgaat. Dat is de techniek: van groot naar klein.

Gebruik de techniek van groot naar klein

Voorbeeld: een hoofdstuk over uw jeugdjaren in Batavia.

U beschrijft eerst iets groots:

“In de jaren 1930 woonden we in Batavia.”

Dus: het grote is hier de stad Batavia. Hier beschrijft u hoe de stad was: druk of niet, armoede, hoe was het toen met toerisme,  had iedereen telefoon, wat voor winkels waren er toen.  Het doel is: iedereen moet de stad van toen kunnen begrijpen. Het kan geen kwaad, hier te vermelden dat er destijds geen internet was en dat iedereen nog postzegels in huis had.  Dat is het mooie van levenservaring, kunnen vertellen dat er vroeger andere vanzelfsprekendheden waren.

Daarna gaat u een stapje omlaag, bijvoorbeeld naar de straat waar u toen woonde:

“Ons gezin woonde bij het Koningsplein.”

Hier beschrijft u dat plein. Wat voor huizen stonden er, was het er veilig, werd er veel op straat gespeeld, hing er was buiten, welke geluiden waren er te horen en rook het er misschien speciaal? Denk ook aan de Willemskerk.

Nu weer een stapje omlaag en daar wordt het al klein:

“Wij woonde op nummer 12.”

Kijk, hier is uw ouderlijk huis op een mooie logische wijze in beeld gekomen. U beschrijft het huis zodat een lezer er als het ware in kan rondlopen. Het erf, de bomen.  Hoe waren de kamers ingericht? Vertel het alsof u iemand rond gaat leiden.

Nu kunt u de jeugdervaringen die in dit hoofdstuk horen, gaan noteren. U begint bij uw eerste herinnering:

“Ik herinner me mijn baboe.”

Al uw lezers denken: wie was dat? Dat moet u hebben, die nieuwsgierigheid naar uw verhaal.

Zo kunt u in chronologische volgorde het hoofdstuk opbouwen.  Voordelen:

  • U pakt op een mooie manier het tijdbeeld mee
  • U kunt later gemakkelijk nieuwe herinneringen invoegen
  • U heeft een structuur die voor iedereen te volgen is

Hou het simpel. Moeilijk maken kan altijd nog. 

Als u dit onder de knie heeft, kunt u het ook andersom proberen. Dus van klein naar groot. Dan begint u met de alleerste herinnering, of met uw ouders, en dan maakt u het beeld voor uw lezers steeds groter. Het is leuk om te experimenteren en te ervaren wat voor u het prettigste werkt en wat u het mooiste vindt. Dat hoeft niet met een heel hoofdstuk, hoor. Een eerste pagina is genoeg, dan ziet u het al. U heeft het verhaal, en nu komt het plezier van het goed opschrijven.

Gedachten bij 15 augustus

15 augustus

Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 – Indiëherdenking 15 augustus 2014, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=39695118

15 augustus

Dat is een traditie waar ik dankbaar voor ben, al zet het een klem om mijn hart. Op 15 augustus klinkt de klok bij het Indisch monument aan de Haagse Teldersweg. Japan capituleerde. De oorlog was voorbij, maar er kwam geen vrede.

Opheffing

Wanneer het eenmaal 15 augustus is geweest, denk ik vanzelf aan 17 augustus, toen de Republiek Indonesië werd uitgeroepen, dan de Bersiap, het leven in de kampen en erbuiten, de politionele acties. De opheffing van het KNIL in 1950. Het is een onverbiddelijke keten van herinneringen aan moeilijkheden die ik niet heb meegemaakt. Ik hoorde erover van andere mensen, ooggetuigen tegen wil en dank. Zo leerde ik over deze geschiedenis, want op mijn middelbare school was Indië een onderwerp van twee minuten.

Moeders

Een oudere vriendin zei me eens dat zij en haar moeder vroeger Buitenkampers waren geweest. Ik vroeg, hoe ze aan eten kwamen. Ja, handelen, hier en daar wat proberen, er was ook honger. Jaar in, jaar uit. Dat kon ik me niet voorstellen. Tot op de dag van vandaag – en juist in deze dagen – denk ik aan de moeders, die in tijden van oorlog voor hun kinderen vertrouwen en optimisme moesten uitstralen, want dat hadden de kinderen nodig. En dan na de oorlog soms het weerzien om te ervaren: nu zijn wij andere mensen.

Backpay

Herdenken en terugblikken is de laatste jaren aan het veranderen. Steeds meer groepen mensen worden herdacht, het gaat vaker dan tevoren over verzoenen en aanvaarden. Op zich mooi. Maar ik voel daarbij ook, dat er een deken gelegd wordt over andere emoties, omdat die slecht uitkomen in de tijdgeest. Neem alleen al de Jappenhaat. Of de wrok en achterdocht ten opzichte van elke Hollandse autoriteit. Het niet kunnen of willen vergeven van anderen. De pijn die blijft over een verwoest leven; heus niet alles komt goed. En er is de kwestie van de Indische backpay nog, de plicht van Nederland om soldij en salarissen uit de bezettingstijd te voldoen. Oorlog duurt veel langer dan de jaartallen uit de geschiedenisboekjes.

Beetje pijn

Het is goed dat we hier 15 augustus hebben, met de stem van de klok. Gelukkig besteedt de televisie er ook aandacht aan, dat is een teken dat het serieuzer genomen wordt. Elk jaar weer wordt alles opnieuw uitgelegd, want iets over Indië vergeten ze hier snel. En dat doet bepaald een beetje pijn.

“We werden met open armen ontvangen” zei Ena Stok-van Es

Ena Stok-van Es   “We werden met open armen ontvangen”, zei Ena Stok-van Es. De volle zaal van het Bibit Theater joelde en lachte. Iedereen wist wat de schrijfster bedoelde: hoe koud Nederland had gereageerd op Indische Nederlanders die hier kwamen.

Ena Stok-van Es (1918-2008) is een van de leukste schrijfsters die ik ooit ontmoette. Vol herinneringen aan het Indische leven, spraakzaam, geestig en daarbij gebruikte ze heel vanzelfsprekend woorden als mieters.  Ze schreef verschillende boeken en ze werkte ook nog aan een boek dat Vriendelijk vaderland moest gaan heten – over die ontvangst dus. Dat boek is er niet meer gekomen. Jaren geleden interviewde ik haar voor de Tong Tong Fair.  Bij ons eerste gesprek had ze speciaal voor mij suikervrij hazelnootgebak gekocht. Het smaakte naar gesmolten plastic, maar voor Ena at ik het helemaal op en prees het uitvoerig, zodat ik een tweede stuk kreeg.

Oproep

Ik moest weer aan Ena denken toen ik deze oproep las van de Tong Tong Fair 2018:

Tijdens de 60e Tong Tong Fair plaatsen we de expositie ‘Naar Holland’, over de repatriëring van Indische Nederlanders. De tentoonstelling focust zich dit jaar op de periode 1952-1956, toen veelal Indo-Europese Nederlanders repatrieerden. Of was hun komst een vlucht? Ten behoeve van interviews zoeken wij Indische Nederlanders die in deze periode naar Nederland kwamen. Repatrieerde u in 1952-1956 en wilt u vertellen waarom u Indonesië verliet? Of bent u kind of kleinkind van een repatriant uit 1952-1956? Wat hoorde u thuis? Hoe heeft ú de ervaringen van uw ouders ervaren? Stuur een mail naar de samensteller van de tentoonstelling, dr. Margaret Leidelmeijer: margaret@leidelmeijeronderzoek.nl

Opname

Ena Stok-van EsWat had Ena hier geweldig over kunnen vertellen. Ze kon met humor (die een beetje pijn deed) herinneringen aan de kille ontvangst ophalen. Misschien was het juist die kilte, waardoor ze op latere leeftijd besloot naar haar geboorteland terug te gaan om daar onderzoek te doen voor de romans die ze wilde schrijven.

Had ze schrijfervaring? Ena bezat gezond verstand, optimisme en ze wist dat ze een belangrijk levensverhaal had. De kinderen waren benieuwd, al begrepen ze pas hoe een en ander zat bij het eerste boek.

Dat Ena de romanvorm koos, was goed gedaan. Zo was ze vrijer in het noteren van gevoelige passages, details die ze zich niet precies meer herinnerde kon ze in alle vrijheid aanvullen en het belangrijkste: ze had er veel meer plezier in.  Dat is te merken. De romans zijn meeslepend en spannend.

Het interview en de gesprekken die er waren,  heb ik niet gefilmd. Daar heb ik nu spijt van. Echt, dat gevoel alsof er iets in je hart wordt omgedraaid. Ik dacht er toen niet aan.  Ik durfde ook niet goed. Misschien nam ik aan, dat er altijd een ‘volgende keer’ zou komen. Dat er nog tijd genoeg zou zijn om dit en dat nog te vragen. Zo heb ik over meer mensen spijt. Die levensverhalen komen niet meer terug.

Ena Stok-van Es heeft gelukkig haar boeken achtergelaten met heel wat autobiografische elementen erin. U kent Het geurend goud van Banda toch wel?

 

Praktische schrijftip

Noteer voor uzelf de belangrijkste vragen die u heeft over de familie of uw leven. Maar een top tien, de belangrijkste vraag staat bovenaan. Wie zouden daar het antwoord op kunnen geven? Werk van de eerste vraag af naar beneden, zo weet u het belangrijkste het snelste.

Kent u misschien een knakenkind?

knakenkind

Foto H. Salzwedel, Soerabaja circa 1890 (KITLV media)

Of ik meer wist over knakenkinderen, mailde iemand mij. Nee, dacht ik verbaasd, wat zijn dat dan? Soms hoor je iets dat een begin van een groter verhaal is, en dat is zo met deze knakenkinderen.

Knaakkind

Dit was de vraag in de mail:

“Een vriend van mijn broer met Indonesisch uiterlijk vertelde plots dat zijn vader een knaakkind was. Een leuk woord. Daar moet meer achterzitten, dacht ik. Ik ben op zoek gegaan en daardoor meer geïnteresseerd in ons koloniale verleden. Ik vond wel wat over knaakkind, maar er zijn meer versies… wat weet u van een knaakkind?”

De vraag werd via Kester Freriks ook voorgelegd aan bezoekers die zijn lezing op Bronbeek bijwoonden.  Daardoor weten we al iets meer:

“Knaakkinderen zijn buitenechtelijke of voorechtelijke kinderen die van de vader een muntstuk (een knaak) kregen dat aan de moeder of grootmoeder werd gegeven die het kind verzorgde; het is niet per se gebonden aan de reis want veel van die kinderen werden niet erkend dus de reis naar Nederland was niet nodig; je zou kunnen zeggen dat met dit muntstuk de verzorging van het kind werd afgekocht.”

Rijksdaalder

Het moet een symbolische afkoop zijn want zeg nou zelf: een rijksdaalder is niks als je een kind ervan moet opvoeden. Het is wel schrijnend dat een vader zijn kind voor twee gulden vijftig wegdeed, en ook al waren de tijden toen anders, ook in die periode waren er mannen die hun vaderschap serieus namen, ongeacht of het kind buiten of binnen het huwelijk was geboren. En er waren ook echtgenotes die de voorkinderen van hun man met liefde opnamen. Niet iedereen, niet altijd, maar ze waren er wel.

Verhaal

Hoe dan ook,  het verhaal van de knakenkinderen is nog niet verteld. Zijn er kinderen of kleinkinderen van voormalige knakenkinderen, die iets meer weten?

 

Praktische schrijftip

Kent u woorden en uitdrukkingen uit Indië die met kinderen te maken hebben? Denk ook aan anak mas. Voor u misschien een vertrouwde uitdrukking maar latere generaties moeten het ook begrijpen. Schrijf ze op in een genummerd lijstje. Daarbij hoort: van wie hoorde u die uitdrukking, wat betekende het, welk gevoel had u erbij?

open brief van een KNIL-dochter: Aan Zijne Majesteit Koning Willem Alexander

KNIL

Wilhelmina in gesprek met oud-militairen van het KNIL, te Bronbeek. (Wikimedia commons/ Tropenmuseum

Wie bereid is voor de Nederlandse vlag te sneuvelen, mag daar iets voor terug verwachten. Erkenning. Respect. Aandacht. Dat geldt ook voor het KNIL.  In een Facebookgroep vond ik een open brief van Toby de Brouwer. Ze gaf me toestemming die hier te plaatsen.


Aan zijne Majesteit Koning Willem Alexander

Den Haag, 22 mei 2019

Beste Majesteit,

Tot mijn grote ontsteltenis, ongeloof en veel verdriet, zag ik dat U op 27 juni a.s. het Nationaal Museum aan de Sophialaan in de Haag gaat openen. Dit kan toch niet waar zijn?

De Indische gemeenschap wacht nu al meer dan 74 jaar op erkenning, excuses en backpay-salarissen voor onze voorouders er ouders.

Onze vaders en opa’s hebben in het KNIL gevochten voor Nederland en uw overgrootmoeder koningin Wilhelmina.
Onze vaders en opa’s hebben in Jappenkampen gezeten, velen hebben het niet overleefd,
Anderen hadden het geluk te overleven, maar ze zijn gemarteld, kregen niet te eten en hadden verschrikkelijke ziektes.

Onderluitenants KNIL L. J. Kievit. K. A. Gootjes. H. J. Pattinama, W. Dieleman en C. W. Broekhuizen. (Wikimedia Commons, Nationaal Archief)

 

De 2e generatie van deze ouderen hebben er heel veel ellende van ondervonden.
U heeft vast niet veel tijd om te lezen, maar lees eens de tolk van Java van Alfred Birney en denk daarbij dat dat maar 1 geval was, zo zijn er duizenden.
Deze duizenden wachten nog altijd op de uitbetaling van de salarissen voor de tijden dat hun vaders en opa’s gevangen hebben gezeten.

Al de opeenvolgende regeringen hebben de Indische Kwestie nooit totaal willen oplossen en dit is een smet, ook op naam van uw overgrootmoeder koningin Wilhelmina.
Zij heeft zoveel beloofd en de beloften zijn nooit nagekomen.

U bent zelf geen veteraan, maar ik hoop dat u wel het gevoel voor hen kan opbrengen wat dit met hun heeft gedaan en nog doet.
Mijn vader is verbitterd gestorven door dit onrecht, ik heb hem beloofd voor hem te blijven vechten.
Nu ben ik zelf al 71 jaar en die belofte drukt zwaar op mij, want zo als het het nu uitziet zal ik even verbitterd als hij gaan sterven.

U heeft een leuk gezin en een leuke familie, kunt u zich voorstellen hoe het zou zij als hen dit overkwam/overkomt?

Ik las laatst dat u in een achterstand wijk spontaan op bezoek bent geweest, ik kreeg er een warm gevoel door en dacht: hee, een echte koning voor de mensen.

U heeft op uw school waarschijnlijk ook niet de gehele kwestie van Nederlands Indië geleerd, want daarover werd gezwegen en wij worden niet gehoord.

KNIL betekent KONINKLIJK NEDERLANDS INDISCH LEGER, onze vaders en voorvaders waren en zijn echte Nederlanders, hebben gevochten voor een land wat de meesten niet kenden en voor uw overgrootmoeder. En wij worden gewoonweg genegeerd, weet u wat dit met ons doet?

Geef ons net als die nieuwe Nederlanders in de achterstand wijk van Den Haag ook de mogelijkheid met u te praten.
U kunt bij mij thuis komen of er kan een andere afspraak gemaakt worden zodat u met
meerdere slachtoffers kunt praten.

Geef ons die kans voor u het museum gaat openen, anders is die opening voor duizenden
Indische Nederlanders een diepe belediging.
Open uw hart en praat alstublieft een keertje met ons en luister eens naar onze ECHTE
verhalen, want in de loop van de jaren zijn al die regeringen niet juist ingelicht door betreffende ambtenaren.

Met diep respect als u dit voor ons doet en met grote teleurstelling als u ons weer niet wilt horen.

Hoogachtend,
Toby de Brouwer
Dochter van een KNIL soldaat

In Soerabaja (Wikimedia Commons/Tropenmuseum)

 

Praktische schrijftip

Een manier om over vroeger te schrijven, is in briefvorm. Schrijf een brief aan uw vader of moeder over uw kindertijd. Wat was er fijn, wat vond u moeilijk, wat herinnert u zich nog van het samenzijn? Die brief schrijft u eerst voor uzelf, om te bewaren. U hoeft die aan niemand te laten lezen, als u niet wilt.

Wat betekent het om Indisch te zijn in Nederland?

Met Marc Tierolf en op het tafeltje de ketjap van Oma Miet

Dit is de vraag die ik stelde tijdens mijn interviews op de Tong Tong Fair: wat betekent het om Indisch te zijn in Nederland? De antwoorden waren verschillend. Marc Tierolf blijft uitleggen wat Indisch is, en andere gasten zeiden dat ze eerst het IQ van de gesprekspartner inschatten om pas dan te beslissen of ze gaan uitleggen.

Jongere generaties

Want ja, Indisch zijn is nog altijd iets dat uitgelegd moet worden. Kennelijk. Wat treurig, eigenlijk. Er is ook vrolijker nieuws: de jongere generaties zijn actief op zoek naar verhalen, herinneringen, brieven en anecdotes en daarvoor hebben ze de oudere generaties nodig. Dus als u ooit denkt: ‘Waarom zou ik mijn herinneringen opschrijven?’ Dan is dit het antwoord: de jongere generaties zitten er wel degelijk op te wachten. Ze weten weinig.

Voorbeeld. Op de Tong Tong Fair interviewde ik de schrijfster Merel Hubatka over haar roman Norman. Die gaat eigenlijk over haar vader, een man die bestuursambtenaar was op Nieuw-Guinea. Na het gesprek stond een oudere heer op die zich meldde als kennis van haar vader. Dat was voor Merel bijzonder: om haar vader op een nieuwe manier te leren kennen. Door het bestuursleven van haar vader, zet Merel zich nu in voor zelfstandigheid van de Papua’s. Dat had haar vader nooit kunnen denken toen hij als jonge jongen brieven schreef naar de familie in Nederland.

Dus u ziet: elke generatie heeft een eigen verantwoordelijkheid. De ene generatie voor het bewaren en doorgeven. De andere generatie voor het ontvangen en verwerken. We hoeven alleen onze eigen verantwoordelijkheid te dragen.

De kinderen

In mijn talkshow De Eerste Generatie Show interviewde ik Frank Boon (83). Hij had zijn levensverhaal opgeschreven, dat uitgeprint bij de kopieerwinkel om de hoek laten inbinden. Simpel, goedkoop en praktisch. Daaruit las hij een passage over de Bersiap voor, een ellendig fragment. Dus ik vroeg: “Waarom heeft u dit opgeschreven? Er zijn genoeg mensen die de kinderen hier niet mee willen belasten.” En hij zei: “De kinderen hebben er recht op om alles te weten, ook de moeilijke dingen. Alleen dan kunnen we van de geschiedenis leren.”  Goed punt.

Spreekuur

En dan hield ik ook nog elke dag spreekuur voor de Indische Schrijfschool. Ik zat aan een tafeltje en wachtte op wie er wilde komen praten. Dat ging goed. Ik ontmoette cursisten (leuk!), luisterde naar levensverhalen (ontroerend) en kon voor een aantal bezoekers praktische schrijfproblemen oplossen (super). Volgend jaar hoop ik weer spreekuur te kunnen houden. En als u denkt: ga daar-of-daar ook eens heen, dan hoor ik het graag.

Praktische schrijftip

Herinneringen opschrijven hoeft geen groot project te zijn. U kunt beginnen met een rijtje jaartallen die belangrijk waren, namen van familieleden, plaatsen waar u heeft gewoond. Dat is voor latere generaties al een enorm houvast.

Ga naar de bovenkant