Indische schrijfschool

In 1878 eist Arnold Snackey recht voor de sinjo

In 1878 is er heldenmoed voor nodig in te doen wat de Indo-Europese journalist Arnold Snackey deed en dat was eisen stellen. Hij eiste een gelijkwaardige behandeling voor zowel de Indische als de Hollandse Europeaan in ’s lands dienst. Die was er niet, vond hij. Daarom heette zijn artikel ‘Meten met twee maten’.

Het is een geweldig stuk. Want:

  •  hij klaagt aan, hij bedreigt, hij leest het koloniale gezag de les en scherp ook
  •  dat was tamelijk ongepast anno 1878, maar Arnold Snackey heeft geen zin in nederigheid of aanpassen
  •  hij gebruikt de term sinjo als geuzennaam. Sinjo, als sinjeur, als seigneur, heer

Die term is tot op de dag van vandaag beladen.
Maar niet bij deze man.

Indo-Europese pers

Ik kwam zijn naam tegen in het prachtige boek van Gerard Termorshuizen Journalisten en heethoofden, over de Indisch-Nederlandse dagbladpers 1744-1905. Wat er bekend was over deze Arnoldus Franciscus Snackey (circa 1850-1896), staat daar ook in:

  •  Indisch
  •  beheerst het Maleis even goed als het Nederlands (armere Indo-Europeanen lezen dan gemakkelijker Maleis dan Nederlands)
  •  werkt voor kranten, heeft onder andere een rubriek bij de Sumatra-Courant

Arnold Snackey maakt deel uit van het driemanschap dat aan het begin staat van de Indo-Europese pers, als zij in 1877 het Padangsch Handelsblad overnemen. De andere twee zijn H. Verleye en F.K. Voorneman. Deze drie beginnen de beweging ‘Jong Indië’, die aandacht en rechten vraagt voor de arme Indo-Europeanen, die beperkt toegang hebben tot onderwijs en in hun werk nogal eens verdrongen worden door pas aangekomen Hollandse ‘presentkaasjes’.
Een jaar na deze overname verschijnt dat artikel ‘Meten met twee maten’ dus in de krant. Er ontstaat een rel met alle consequenties van dien. Daar zeg ik verderop iets over. Want eerst: wat stond er dan in?

Meten met twee maten

Het artikel verscheen als ‘Ingezonden stuk’, op 12 december 1878 in De Locomotief. De ondertekening was: X. Anoniem dus. Dat zou snel veranderen.

Het begint kalm: ‘Het is sinds jaren opgemerkt, dat de hoogste posten van den Indischen dienst zich in handen bevinden van in Nederland geborenen.’
Na die constatering gaat het hard door: sinjo’s worden klein gehouden, in de lagere rangen, mogen geen goed onderwijs krijgen.
En wat gebeurde er daardoor:

  • Maar de Sinjo is voor een hoogere beschaving geschapen; door zijn ijzeren wilskracht en zelfhulp, geprikkeld door den tegenstand, wist hij zich zelf zóó te ontwikkelen, alsof hij betere scholen dan de Indische had bezocht.

En:

  • ’t Behoort toch helaas nog niet tot het verledene, dat de Sinjo zijn rasgenooten onder een of ander voorwendsel uit ’s lands dienst kon zien wegjagen, zoodra zij maar kans hadden om hoofdofficier of hoofdambtenaar te worden.
  • Alleen in tijd van nood maakt men een uitzondering op dien fatalen regel, ook om den Sinjo zoet te houden door hem er op te wijzen, dat hij bij „geschiktheid” in ’s lands dienst vooruit zal komen.

Er is sprake van een ‘stelselmatige achteruitzetting’, van onrecht dat bleef ‘voortwoekeren’. Dus, beweert het artikel kennelijk, liegt het gouvernement liegt en is het ook onrechtvaardig.
Dat gaat het artikel kort in op de geschiedenis, met bewijzen dat het wantrouwen onverdiend is. En daarna gaat de inhoud over de schreef. De journalist gaat dreigen met opstand en verzet. De ontevredenheid onder de sinjo’s is immers toegenomen, zegt hij. En dus:

  • …is ’t niet raadzaam, vragen wij, den Sinjo aan dat Nederland te verbinden door de hechte banden van liefde en dankbaarheid, door waardeering? In stede van hem tot het uiterste te drijven door miskenning?
  • Die vraag doen wij niet alleen in het belang van den Sinjo, maar ook in dat van het Hollandsch gezag, want wij zien voor dat gezag hier donkere dagen aanbreken en wij zien de staatslieden en andere wijze mannen nog altijd leunen op hun onwaakzaam zelfvertrouwen.
  • Men schatte de onderaardsche gevaren niet te licht; en vooral van die, welke ontstaan kunnen uit de ontevredenheid van den Sinjo.

Als het artikel dan ook nog de overheid aanmaant ‘maatregelen’ te nemen, omdat er iets aan gaat komen, is de ondertekenaar ‘X’ veel te ver gegaan.
De Indische pers was immers gebonden aan een drukpersreglement. De orde in de kolonie mocht niet worden verstoord door toon of inhoud. Wie te ver ging, beging een drukpersdelict en kon verbanning of gevangenisstraf tegemoet zien.

De Locomotief, augustus 1879.

Vervolging

Al snel werd duidelijk hoe de lepel in de rijst stak. De schrijver was Arnold Snackey, maar het was zijn mederedacteur van het Padangsch Handelsblad H. Verleye die het had ingezonden.
Er werd al snel een rechtsvervolging tegen Arnold ingesteld, want zoals de Officier van Justitie zei, het artikel had ‘de zeer duidelijke strekking’…

  • door deszelfs bewoordingen en geheelen samenhang, om de z g. Inl. kinderen (sinjos) opteruien tegen de Regeering en al wat Nederlandsch is; dat verder de inhoud blijkbaar geschreven is met het oogmerk om haat en minachting optewekken tegen de Regeering van het moederland en die van deszelfs koloniën.

In een onnavolgbare redenering kreeg niet Snackey maar de inzender van het artikel H. Verleye drie maanden gevangenisstraf. Het zou niet de laatste keer zijn. Ook Snackey belandde in de gevangenis, voor een ander delict. Zo waren deze mannen, bereid om voor hun recht van spreken, hun principes, de gevangenis in te gaan.

Maar de geest was uit de fles. De Indo-Europese pers groeide en ontwikkelde zich, Indische stemmen lieten van zich horen en nu. De sinjo zweeg niet meer. Hulde aan Arnold Snackey.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
    lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Generaal Eenoog: biografie Karel van der Heijden 1826-1900


Generaal Eenoog is de bijnaam van Karel van der Heijden, omdat zijn ene oog eruit werd geschoten in 1877, Atjeh.

Van die man schreef ik een biografie.
Komt u naar een boekpresentatie?

Er is een merkwaardig schilderij van dat uitschieten gemaakt, dat in Nederland een plaats kreeg op de wereldtentoonstelling in 1883, Amsterdam. Dan is Van der Heijden wat hij zijn hele verdere leven zal blijven: een volksheld. Waar hij kwam, juichten de mensen. Omdat hij de Atjeh-oorlog had gewonnen.
Zei iedereen. In de kranten stond het ook. Dus dan moest het wel waar zijn.
Ik ben het allemaal nagegaan toen ik de biografie schreef en ik dacht er het mijne van:

  • Nederland wilde wel heel graag Van der Heijden als held koesteren, waarom was dat toen eigenlijk zo belangrijk
  • Willem III leek openlijk partij te kiezen voor zijn generaal, hoe deed hij dat als koning zijnde
  • Het debat over Atjeh duurde en duurde, jaar in en jaar uit, en hoe was dat toen, de verhouding tussen Den Haag en Indië

Bioscoop

Het leven van Karel van der Heijden laat zich zo verfilmen voor de bioscoop. Hij tekent voor het Oost-Indische Leger en groeit uit van niks naar de top van luitenant-generaal. Dus hij is een self made man, in de praktijk leert hij het militaire vak. De gewelddadige expedities. Het strategische denken. Omgaan met superieuren als de gouverneur-generaal.

  • Hij trouwt twee keer
  • Vrijmetselaar
  • Vermoedelijk Indisch
  • Gouverneur van Atjeh
  • Commandant van Bronbeek
  • Favoriet van het koningshuis
  • Hij overleeft een zoon en moet diens postume onderscheiding in ontvangst nemen.

Hij begon met niets en eindigde met roem en aanzien, en het diepe verdriet om zijn zoon. Wat een dramatisch leven. En dat staat allemaal in de biografie die ik van hem schreef. Ook zijn vijanden laat ik aan het woord.

Boeiend

Voor mij is Van der Heijden boeiend omdat ik door hem de tijd van toen beter leerde kennen. Hij maakte deel uit van de grote Borneo-oorlogen, nog voor de Atjeh-oorlog. Ook daar was hij aanwezig. In Atjeh werd hij uiteindelijk gouverneur, en daar ontpopte hij zich als een fascinerende brievenschrijver. Ik vond drie dikke pakken terug in een archief. Heerlijk om uit te citeren.

Maar hoge bomen vangen veel wind.
Uiteindelijk kwam Van der Heijden met ontslag in Nederland.   En hier begon zowel de verering als een anti-Van der Heijden debat, dit op regeringsniveau.
Dus Van der Heijden weer in de pen.  Gevolg: een nationale rel. Verbijsterend zo hard en vals als er toen naar elkaar werd uitgehaald. En het volk bleef juichen: “Kareltje, Kareltje’ riepen de mensen.

(tekst gaat door onder video)

Een zijlijn in de biografie is de behandeling van dwangarbeiders te Atjeh, en wel door de kapitein Kauffmann. Ik heb zijn foto, een man die in zijn eigen integriteit gelooft. Ook hij publiceerde het een en ander toen hij zich aangevallen voelde. Daar geef ik natuurlijk aandacht aan.
Maar Karel van der Heijden staat centraal en de wereld om hem heen. Die wereld was Indië, Atjeh, en in Nederland Den Haag en daarna Bronbeek. Steeds vroeg ik me af: hoe was het daar toen? En nu kan ik dat aan u vertellen.

Kom ook naar de presentaties

Wanneer u benieuwd bent naar het leven van de generaal, wanneer u denkt hoe was het toen in Indië,  en hoe keek Nederland ernaar,
kom dan naar een van de boekpresentaties.

Deze maand ga ik een paar boekpresentaties geven en steeds geldt: vol is vol. Wilt u dan een gesigneerd boek kopen, dan krijgt u van mij een glanzende cadeaufoto van de generaal.
Van te voren even mailen en afstemmen.

Donderdag 22 januari 2026: Den Haag
17:30 tot 18:30 | Centrale Bibliotheek, Podium B (5de verdieping)
Kosten: gratis
Den Haag is de stad van generaals uit het oude Indië. Zij woonden hier, korte of langere tijd. Dat geldt ook voor generaal Van der Heijden. In 1881 arriveerde hij als controversiële officier uit de Oost. Kom naar de lezing van het Haags Gemeentearchief over het fascinerende levensverhaal van de tijdelijke Hagenaar generaal Karel van der Heijden (1826-1900).
Meer lezen en opgeven: klik hier en lees verder (u gaat dan naar de website van de bibliotheek Den Haag) Wilt u een gesigneerde biografie, laat het me dan tevoren weten.

Zaterdag 24 januari 2026: Arnhem/Bronbeek – opgeven tot en met donderdag 22 januari 2026
1400-1700 uur – Indische Zaal
Met speciale gast: Maarten Fornerod (IGV) over het zoeken en vinden van militaire voorouders. Daarna lezing over generaal Van der Heijden, de tweede commandant van Bronbeek. Bij zijn benoeming was hij een beroemd man in Nederland. Hoe trof hij Bronbeek aan en welke beslissingen nam hij? Hij bleef de krantenkolommen halen, maar niet altijd gunstig.

Generaal Eenoog. ISBN 9789464566055 – 288 pag. prijs 29,99

Zaterdag 31 januari 2026: Breda/ Stichting Arjati
1400-1600 uur
Indisch museum Selamanya di dalam hatiku
Joseph Poelaertstraat 1
4827 EL Breda

Een middag bij de Stichting Arjati, in de KNIL-stad van het Zuiden. Lezing over de merkwaardige levensloop van generaal, over het KNIL van zijn tijd en wat daarvoor belangrijke bronnen van informatie zijn. Opgeven is handig en verstandig, uw mail komt dan bij mij terecht.

Wilt u een gesigneerde biografie, laat het me dan tevoren weten.

Boekpresentatie

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

 

Terugblik op Indië 1925, nu 100 jaar geleden

Terugblikken vervelen me mateloos, want ik heb het afgelopen jaar zelf beleefd en u ook. Dus ik dacht, hoe was het 100 jaar geleden?
Zoefff daar zijn we, eind 1925, begin 1926.
En om het extra leuk te maken, kijkt u even in de familiestamboom om van een paar mensen te weten: o, die waren in 1925 zo en zo oud. Dan weet u wat ze meemaakten. En zoiets doet u de familie beter begrijpen. Er is altijd een zekere wisselwerking tussen de persoon en de tijd waarin hij of zij leeft.

Hoe Indië dan is

De Gouverneur-Generaal is Dirk Fock, tot in 1926. Hij krijgt advies van de Volksraad (per 1918) en de Raad van Indië, en hij heeft uiteraard vele ambtenaren verdeeld over departementen.
De GG valt onder het staatshoofd koningin Wilhelmina. Maar veelzeggend is de bijnaam van elke GG: ‘de onderkoning van Indië’.
De kolonie moderniseert. Steeds meer bevolkingsgroepen laten van zich horen: vrouwen kregen het kiesrecht, de eerste Indonesische eisen van autonomie zijn gehoord en ook de Chinezen profileren zich. Het Indo-Europees Verbond (IEV) groeide de afgelopen jaren als kool, een jonge vereniging is het, die pas in 1919 werd opgericht,
Maar er zijn problemen. Fock heeft altijd te weinig budget: te weinig voor het KNIL, voor alles wat er moet gebeuren.

Holland-Indië-vliegers te Semarang

Het jaar 1925 begint evenwel uitstekend, vooral voor Semarang. Daar vindt op 2 januari in de Stadstuin de huldiging plaats van de Holland-Indië-vliegers Van der Hoop, Van Weerden Poelman en Van den Broeke. Voor het eerst in de geschiedenis is het drie vliegeniers gelukt de afstand te overbruggen. De Locomotief schreef:

  • Zoo hebben wij de komst van het luchtvaartuig op den eersten dag van het nieuwe jaar gezien, en onze geest, na de overpeinzing van wat voorbij ging, heeft het omgetooverd tot de belichaming van een ongekend schoonen Nieuwjaarswensch met een schat van rijke beloften voor dit jaar en vele komende.

Huldiging van de bemanning in de zaal van de Planten- en Dierentuin in Batavia.

Heerlijk. Dat positieve. De vliegeniers hadden al meer huldigingen achter de rug, onder meer in Batavia. Leuk om te weten: het vliegtuig was de Fokker VII en u weet, Anthony Fokker had een Indische achtergrond. De resident sprak de mannen toe, daarna de burgemeester en daarna weer anderen, die zich ook wilden profileren. Dan een diner en een bal, Batavia had het eigenlijk in het restje van 1924 al groots voorgedaan. Daar zijn gelukkig nog foto’s van.

1925 ging verder

Maar ja, dat was begin januari. Er kwam niet meteen geregeld post- of personenvervoer door de lucht op gang, en dat was nu juist de belofte ervan geweest. Het zou geleidelijk gaan.
Begin 1926 publiceerde De Locomotief een terugblik op het jaar ervoor,
Pluspuntje: mr. dr. D. Talma, voorzitter van het Syndicaat van Suikerfabrikanten in Ned.-Indië, deelde ons het volgende mede: ‘ In het afgeloopen jaar was de suikeroogst bizonder groot.’ Meteen zette hij de domper op eventuele verwachtingen, want 1925 had een ‘felle droogte’ gekend, daar bij een’ zeer laat invallen van den Westmoesson’, dus veel viel er niet van de oogst te verwachten. Talma: ‘Dat zijn nu eenmaal dingen, die voor een groot deel buiten onze macht liggen.’

Wat meer in de macht lag, was het optreden tegen communistische acties die stakingen hadden gebracht: Ons standpunt is thans, dat op de bij onze organisatie aangesloten suikerondernemingen op staanden voet zal worden ontslagen iedere werknemer, die door woord, daad of geschrift op of buiten de onderneming propaganda maakt voor de communistische beginselen of voor het lidmaatschap eener communistische vereeniging, waarbij het standpunt wordt ingenomen, dat in ieder geval het bekleeden van een bestuursfunctie in een communistische vereeniging of een harer plaatselijke afdeelingen wordt beschouwd als het maken van propaganda.’
Stevige taal, die door veel lezers instemmend zal zijn gelezen. Het interneringskamp Boven-Digoel moet toen al achter de schermen zijn voorbereid, hier werden onder meer communisten in opgesloten.

Chineesche zaken

De Locomotief interviewde de heer Mouw, adviseur voor ‘Chineesche zaken’. Hij was positief want: ‘Het inzicht, dat de belangen van de Chineezen hier te lande staan en vallen met die van Indië breekt meer en meer baan.’ Hij bedoelde: met het Europees-koloniale Indië, dat moest gesteund worden. Het gouvernement richtte meer Hollands-Chinese scholen op (Batavia, Semarang, Soerabaia) en hij zag dat de sympathie wederzijds was omdat ‘de Chineezen zijn begonnen met de oprichting van poliklinieken voor alle landaarden, ook een mooi teeken van interesse in de publieke zaak.’ Minpunt was ook hier het communisme: ‘De Inlandsche communisten konden geen vergadering houden, of de Chineesche waren er ook aanwezig. […] Communisme is eigenlijk niet het juiste woord. Het is de nationalistische beweging, waarvan de communisten zich meester willen maken.’
En ook de nationalisten zouden in Boven-Digoel worden geïnterneerd.

Mary Pickford

De krant stond bol van de zware politieke beschouwingen over China en Amerika. Mijn oog zag ook een ander bericht: de filmster Mary Pickford zou onttroond zijn. Hoezo, dacht ik.

    • De statistiek der recettes wees het onbetwistbaar uit; haar plaats werd ingenomen door nieuwe godinnen, door Pola Negri en vooral door Gloria Swanson.
    • En op zekeren dag moest Mary „head lines” in de veelgelezen maar wreede kranten van haar vaderland aantreffen : ‘Public turn their backs upon Mary Pickford to kowtow to Gloria Swanson!’

Dan gaat ze andere films maken, meer volwassen. Want 1926 moet haar jaar (weer) worden. Ook een wereldster had haar zorgen.

Het Algemeen handelsblad voor Nederlandsch-Indië nam naar eigen zeggen ‘De Wereld onder de Loupe.’ Weer veel politiek en langzaam wat voorzichtig-positief van toon.

Zo waren de kranten. Grote woorden en dan af en toe iets kleiners. Het geeft een beeld van benardheid, ondanks de vreugde om de geslaagde vliegtuigtocht. Er moest weer eens – of nog steeds- bezuinigd worden, er was steeds meer verzet tegen het koloniale bewind, modernere vrouwen waren mondiger en wilden meer werkgelegenheid, en de eerste tekenen van de crisis waren zichtbaar. Geen vrolijk jaar. Maar het nieuwe jaar was al onderweg, en wie weet wat het voor goeds zou brengen.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Hélène Weski (1914-2006): een Japanner in de tuin

Hélène Weski kwam uit Indië, zij schreef er indringende verhalen over die in boeken en tijdschriften verschenen. Deze week, te midden van de aanzwellende stroom Kerstkitsch, dacht ik terug aan de keer dat ik haar ontmoette, en waarom juist zij gerechtigd was moeilijke vragen te stellen over Japanners en de oorlog.

Bersiap

Ze was een intimiderende vrouw. Ik dronk de thee die ik zelf moest inschenken, wetende dat die te sterk was. Ook at ik de bonbons en de koekjes die ze me aanwees. Het was dus nog voor het moment dat ik besloot niet meer te eten om anderen tevreden te stemmen.
Hélène Weski vertelde me met een zorgvuldig articulerende dames-stem over de Bersiap. “De hel van Soerabaja”, zei ze en zweeg even, wachtend op vragen die ik niet durfde te stellen. Ze vertelde verder, ook over na de oorlog. En pas later, toen ik haar verhaal over de Japanner in de tuin herlas, begreep ik er iets meer van. Zo gaat dat met belangrijke verhalen. Je moet herlezen, dieper gaan begrijpen.

Suikeronderneming

Haar vader: Pools.
Haar moeder: Hollands.
En dan geboren worden in 1914, op een suikeronderneming nabij Djombang. Haar grootvader was de arts Crooy, waarover ze later het verhaal schreef met de titel ; ‘Wie had dr. Basset willen vermoorden?’
Thuis mocht ze geen petjoh spreken, wat ze wel deed: ‘dan kreeg ik een draai om mijn oren’. Uit alles wat ze vertelde, bleek hoe thuis ze zich voelde in Indië. De HBS-jaren in Malang, haar tijd als onderwijzeres, dan kort voor de oorlog trouwen met Leendert Kampert, ambtenaar bij de inlichtingendienst.
Hij kwam aan de Birma-Siam spoorweg, zij kwam in verschillende kampen. Dan de Bersiap.
En na de oorlog wordt het echtpaar in de diplomatieke dienst in Tokio geplaatst. Drie jaar lang. Hoe was dat? “Die Jappen interesseerden me niet.  Ze waren zo klein, die wisten niet wat ze allemaal doen moesten om ´t je naar de zin te maken. Ze hadden nog nooit een oorlog verloren en ze waren nergens meer. Dus dat was buigen en knipmessen.”
En ook: “Ik heb nooit een haat tegen de Japanners gehad.” Wel tegen de Indonesiërs, dacht ik toen. Want zoals ze vertelde…
Maar ook dat zeg je niet gemakkelijk tegen een dame uit Indië.
Hoe was het erna in Nederland? “Ik heb er nooit kunnen aarden.”

Japanner

Dit dus als een soort inleiding op het verhaal dat ze schreef: ‘Ontmoeting in een zen-tuin’, uit 1980. Het kwam in de verhalenbundel De mensen noemen het liefde (Moesson, 1982).
Die ontmoeting is in Japan, tussen een vrouw uit Indië die daar haar thuis verloor, en een Japanner die in de oorlog ook in Indië was. Tegen de adviezen in gaat ze toch naar de tuin.
De zen-tuin nodigt uit tot bezinning, al is dat heel moeilijk, juist vanwege die oorlog. De Japanner denkt hardop na over het verleden, zijn verleden. Zij is ontroerd en boos en verward, want:

  • moet dan in elke beoordeling van Japan, zijn cultuur, zijn volk, altijd verontwaardiging en haat doorklinken, omdat men anders verdacht zou kunnen worden van collaborateur of tenminste goedprater te zijn?
  • Is begrip voor gebeurtenissen in het verleden niet belangrijker dan ongenuanceerde veroordeling ervan?
  • Waren ze dan allen slecht, of waren er ook anderen?

Dan zegt ze:

  • ‘Er waren ook anderen,’ zegt ze, ‘ik heb er zo een meegemaakt, zo’n transportleider met een hart, zo’n uitzondering.
  • Uren hadden we stilgestaan op een zijspoor, toen kwam de nacht.
  • We waren óp en vroegen, smeekten hem of tenminste de wagondeur open mocht staan opdat we wat frisse lucht konden krijgen.’
  • ‘Dat was tegen de regels,’ zegt hij, ‘we hadden strenge orders.’

Eigenlijk is dat het keerpunt in dit verhaal. De levens blijken elkaar te hebben geraakt, en juist de zen-tuin liet dat zien. Daarna wordt het verhaal anders omdat Weski deze twee levens verder gaat verknopen. De oorlog werkt door, het ene leven bestaat naast het andere, en er lijkt geen schuld te zijn, wel verantwoordelijkheid. Ik vraag me nog steeds af of dat een weg naar verzoening is, al weet ik dat niet iedereen die weg kan of wil gaan.

De Japanner vraagt aan de vrouw uit Indië:

Ik ben een Japanner, opgevoed in de Japanse traditie, was die nooit iets waard? Jaren van meditatie, van harde training in een Zen-klooster hebben mij geen antwoord op die vraag gebracht. Hoe moet een mens handelen?’

Dat is haar kans om hem te veroordelen. Ze doet het niet. Ze vertelt hem een verhaal dat ze als meisje hoorde, over standvastigheid en een taak op aarde moeten vervullen.
Nog steeds weet ik niet wat Hélène Weski er precies mee bedoelde. Was het de taak van de Japanner om Japans te zijn of juist tegen zijn meerderen in te handelen? En die vrouw uit Indië, hoe moet zij handelen om het juiste te doen, en kan een mens dat altijd?

Nieuwe vragen

Wanneer u op websites als Boekwinkeltjes.nl een van de drie boeken ziet die Hélène Weski schreef, koop ze dan. Andere onderwerpen, andere vragen en ook: Indische kwesties met nieuwe vragen zoals deze, die juist zij, die 3.5 jaar in verschillende Jappenkampen zat, gerechtigd is te stellen.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Wat is het enige echte recept voor Zwartzuur?

Europese keuken in Indië, 1900-1949 Collectie Wereldmuseum (v/h Tropenmuseum), part of the National Museum of World Cultures, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=8611617

Zwartzuur is een klassieker in de Indische keuken, en met die vaststelling begint een culinair vraagstuk. U weet, dan kunnen de gemoederen hoog oplopen.

Eens was ik op de Tong Tong Fair getuige van een gesprek tussen twee oudere dames over de juiste ingrediënten van een lemper en ook wat er beslist niet in mocht. Ik schuifelde weg, vanwege die oplopende emoties, uit angst dat ze mij zouden ontdekken, aankijken en om mijn oordeel vragen.
Dat had ik niet.
Ik ben geen keukenprinses.
Het liefste eet ik appels.
Of sla.
U weet.

En toch fascineert Zwartzuur me. Dat komt door de tegenstelling tussen enerzijds het is een klassieker en anderzijds kom ik variaties op het recept tegen. Misschien is er ook een plantaardige variant, dan kan ik dat misschien eten.

Zwartzuur in 1903

mevrouw J.M.J. Catenius-van der Meijden: Groot Nieuw Volledig Oost-Indisch Kookboek. 1381 recepten.
N.V. boekhandel en drukkerij v/h G.C.T. van Dorp & Co, Semarang Soerabaia Bandoeng ‘s- Gravenhage, 1942, vierde druk (eerste druk circa 1903)
Twee recepten, kan met kip, kan met eend. (kan niet met tempé?)

302 Zwartzuur van eend
Bestanddeelen als bij Zwartzuur van kip (recept No. 279); men neemt dan een eend inplaats van twee kippetjes. Bereiding is gelijk aan recept No. 279.

279 Zwartzuur van kip
1 of 2 jonge kippen. Een bordje vol fijngesneden uien, pijpkaneel, 1 theelepel peper, 10 kruidnagels, 1 a 2 lepels suiker (of meer, naar smaak), 4 lepels sterke azijn, 1 bierglas roode wijn (of bessensap), 2 lepels beschuitkruim of meel, zout, bouillon of water, boter.

De kip wordt in stukken gesneden en met peper en zout ingewreven, daarna in boter bruin gebraden. De uien fruit men nu in boter bruin, doet er de suiker en de specerijen bij, daarna den azijn en den wijn en, ten laatste, de stukken gebraden kip.
Stoof dit samen gaar, voeg er, naar verkiezing, nog wat bouillon of water bij en bind dit met beschuitkruim of meel.
N. B. Als men, in plaats van wijn, bessensap gebruikt, vermindert men de hoeveelheid azijn, voegt er ½ kopje ketjap bij en suiker naar smaak.

Zwartzuur in 1907

Een namaak hazepeper, met zonder haas.  Patti geeft een recept en daarna blijkt: dit was een Hollandse variant. Dus twee versies.
Recept uit Patti. De Indische tafel : een nieuw Indisch kookboek. Van der Beek’s Boekhandel,1907.

36. Zwartzuur van kip of eend
(namaak hazepeper).
Twee jonge kippen of een eend, 3 groote uien fijngesneden, een theelepel kruidnagelgruis, een theelepel peper, vier theelepels suiker, een stuk kaneel, een bierglas roode of witte wijn, een half bierglas azijn, twee lepels beschuitkruim of maïzena, zout naar smaak; bouillon of water, boter.
Men snijdt de kip of eend aan stukken en deze worden met peper en zout ingewreven en in boter bruingebraden. De uien worden apart gefruit in boter; daarna voegt men hierbij de azijn, de wijn, de suiker en de specerijen.
In deze saus doet men de stukken kip of eend en laat ze zacht stoven, terwijl men er wat bouillon of water bijvoegt. Om de saus te binden, doet men er kruim of maïzena bij.
(Maakt men in Indië zwartzuur, dan neemt men in plaats van wijn bessensap, doet er minder azijn bij, doch voegt er een half kopje soja aan toe).

Kijk, weer wat nieuws: gans. Advertentie uit Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 18-09-1931.

Zwartzuur in 1926

Nu een recept uit een Indische krant. In oktober 1926 publiceert De Locomotief een recept voor ‘Zwartzuur van eend, kip, of duiven.’
Weer een variatie erbij.

Zwartzuur van eend, kip, of duiven
Braad het gevogelte mooi bruin en laat het verder gaar smoren. Neem het dan uit de jus, snijd het in stukken, of wat lekkerder is, haal het vleesch in zoo groot mogelijke stukken van de botten af. Kook de jus dan zoover in tot de boter weer begint te braden, en fruit daarin 1/2 kattie fijngesneden uitjes, voeg de stukken vleesch toe, 2 lepels goede azijn, 1/2 theelepel fijne kruidnagelen, 1/2 theelepel geraspte nootmuskaat 1/4 theelepel fijne witte peper, 1 theelepel fijne kaneel, 2 theelepels suiker, 1 lepel Japansche soja en zout naar smaak, voeg zooveel water bij, dat het vleesch net onder staat. Laat het geheel pl.m. een half uur goed doorkoken, voeg vlak voor het opdoen 1/2 limonadeglas roode wijn toe en bindt de hoeveelheid met beschuitkruim.

Zwartzuur in 1930

Dit recept vond ik in Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, juli 1930. Weer de bekende ingredienten en het lijkt toch wat anders te zijn. Wel komt de eend het vaakst voor in de recepten.

Zwartzuur van een Eend
Maak een eend goed schoon, snijdt haar in deelen, laat deze met water opkoken, giet de verkregen bouillon in een kom en braadt de deelen eend met wat boter bruin.
Gebraden zijnde, neemt men ze uit de pan en doet daarin 6 lepels fijngesneden uien en braad deze met de overgebleven boter bruin.
Nu neemt men de bouillon, giet daarin 1 1/2 splitglas roode wijn, 1/2 splitglas aangemaakte azijn, een goede scheut soja (ketjap), eenige kruidnagels, wat peper en zout en I/2 eetlepel suiker.
Dit giet men hij de uien in de pan met 1 eetlepel beschuit of meel en 1 lepel boter, doet er de gebraden eend bij en laat dit gezamenlijk toegedekt koken met zoo nu en dan omroeren, tot de saus gebonden is.
Dien er appelmoes en heele gebakken aardappelen bij.

Hoe toch?

Ik dacht dus, dat een klassieker een vast recept was, maar misschien geeft iedereen er een eigen invulling aan. Of dat mag, met het oog op de traditie, weet ik niet zeker. Ik zou het wel fijn vinden als er een onaantastbare oer-versie was. En dan is de rest persoonlijk en bestemd voor de talloze kookschriften die in families circuleren.
Dus dat is de vraag: is er een oerversie van Zwartzuur?

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Hoe maak ik er een boek van? (gratis online workshop)

Hoe maak ik er een boek van? (gratis online workshop)
van Word-document naar het boek in uw handen

Een boek, iets om in handen te hebben, met uw verhaal er helemaal in, foto’s erbij, prachtig om te zien. Dat kan. Zoals: oplage 5 stuks voor de familie. Of oplage wereldwijd via een uitgever. Als alles kan, waar begin je dan?

Mijn antwoord is: bij het verlangen. Wat u wilt met het verhaal, met uw verhaal. Verlangen komt als een dagdroom, als een steek van jaloezie die zegt ‘dat wil ik ook’. Of als een praktische overweging, van de familiegeschiedenis is alleen bedoeld voor de familie en verder niemand.

Boek maken

Wat uw verlangen ook is, er zit een onbekend gebied tussen het verhaal in uw computer (of in een schrift) en uw verhaal in boekvorm.
De wereld van de boekmakerij is groot en onoverzichtelijk. Waar begin je en wat kost het allemaal? Ja, dat zijn meteen twee grote vragen. Daarom is het persoonlijke verlangen zo belangrijk. Dat geeft houvast.

Op maandagochtend 5 januari 2026 geef ik een gratis online workshop over de mogelijkheden om van uw verhaal een fysiek boek te maken. U krijgt heldere informatie zodat u een goed besluit kunt nemen.

Eerst schets ik een overzicht van de mogelijkheden:

  • Hoe werkt een traditionele uitgever
  • Wat is een internet-uitgever, voordelen en nadelen
  • Wat is het verschil tussen een drukker en een uitgever

Na het overzicht ga ik in op zelf publiceren. Het zogeheten self publishing. Daar heb ik in de afgelopen maanden een positieve leer-ervaring mee gehad en die deel ik graag met u.
Nu heb ik zelf een boekenachtergrond, dus ik heb wel een voorsprong in dat proces, eerlijk is eerlijk. Evenzogoed moest ik nu zelf alles bedenken en doen, want ik was mijn eigen uitgever dus ik stond er in mijn uppie voor.
Dat hoeft u niet te overkomen.
Vandaar die workshop.

Zelf doen

Ik vertel over het stappenplan dat ik ontwikkelde om via Pumbo het boek te publiceren over het leven met mijn huiskater Bert. Eind vorig jaar vertrok hij naar de hemel en ik was zo verdrietig, dat ik besloot ons leven samen te bewaren. In een boek. Want: schrijven is blijven.
Alleen is mijn situatie zo, dat ik verbonden ben aan een uitgever, waar mijn boeken over Indië verschijnen. Daar kon geen katerboek bij, dat snapte ik wel.
Dus deed ik het zelf.
En dat lukte, want het boek is er en naar tevredenheid ook nog. Het ruikt zelfs goed.

Wilt u er meer over lezen, klik en kijk hier. Dan heeft u meteen een indruk van hoe ziet een bestelpagina er eigenlijk uit, en hoe werkt dat bestellen.  En misschien wilt u wel een mooi boek kopen over liefde.

Wat komt er aan de orde in de workshop over zelf publiceren:

  • Zelf publiceren: kosten en opbrengsten
  • Aanpak en tijdpad: wanneer het boek er moet zijn
  • Hoe u beslist welk formaat uw boek moet hebben en wat dat voor gevolgen heeft
  • Hoe komt u aan een omslag
  • Hoe krijgt u er foto’s in
  • Wat voor lettergrootte heeft u nodig
  • En nog veel meer

De kosten van het een en ander ga ik ook bespreken aan de hand van een rekenvoorbeeld. De cijfers kunt u gemakkelijk zelf aanpassen. Stel, ik reken de kosten uit van een boek dat 100 pagina’s telt en u weet ik heb het dubbele. (Ja, ik leg ook uit hoe u weet hoeveel pagina’s uw boek gaat hebben).

Na de workshop heeft u praktische informatie zodat u het juiste besluit kunt nemen over hoe u een boek maakt. U weet dan of u zin heeft in zelf publiceren of hiervoor wat hulp inroepen, of dat u een andere weg kiest, een kopietje met een nietje kan ook, helemaal uitbesteden is prima. Net wat u ligt en wat u het beste vindt.
Maar dankzij de workshop heeft u tenminste een basiskennis op grond waarvan u een besluit kunt nemen, dat is belangrijk voor de gemoedsrust.

Is het iets voor u?

  • u denkt ik heb wat geschreven maar ja wat nu
  • u wilt weten wat zijn de mogelijkheden om een boek in de wereld te helpen
  • u wilt alleen een boek voor de familiekring
  • u denkt regeren is vooruit zien, dit wil ik alvast weten
  • u bent bezorgd over geldkwesties van uitgeven

Praktisch
Maandag: 5 januari 2026 om 0930 uur
Kosten: nul
Tijdsduur: uurtje

Opgeven via formulier

Ja, ik doe graag mee met deze workshop

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Het menselijke verhaal van de spijtoptanten (kennislezing)

Joost Evers / Anefo – http://proxy.handle.net/10648/aad19b58-d0b4-102d-bcf8-003048976d84, CC0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=66077983

De ene dag bestond Indië nog, de andere dag was het Indonesië. Zo was het misschien met de officiële soevereiniteitsoverdracht door Nederland op 27 december 1949.
Maar de werkelijkheid van een grote groep Indische Nederlanders liet iets anders zien. Een moeizaam proces van veranderen, van wel of niet mee willen in die veranderingen. Of kunnen. Of mogen.

Iets van dit menselijke verhaal hoorde ik toen ik met voormalige Landgenoten sprak. In Indonesië. De Stichting HALIN had me destijds uitgezonden om daar interviews te doen, zodat ik portretten had voor in een boek. HALIN is nu: Hulp aan landgenoten in Indonesië.
Het boek kwam er.

Kiezen

Wanneer de eerste werkzame dag van HALIN was, is moeilijk te traceren. De stichting is opgericht in 1955. In die moeilijke jaren voor Indische Nederlanders waren er meer die steun verleenden.
Vrijwel altijd particuliere hulpverlening, los van de Nederlandse en de Indonesische overheid. Wat er was, was weinig: niet veel organisaties en particulieren bekommerden zich om deze bevolkingsgroep.
In Nederland werd aanvankelijk nogal eens gemakkelijk gedacht, dat iedereen toch zelfstandig kon kiezen tussen blijven of vertrekken. Toen was er nog weinig bekend over de consequenties van de keuze en evenmin over de omstandigheden waarin die keuze tot stand was gekomen.

Daar ga ik een kennislezing over geven. Op zaterdag 27 december, omdat op die datum voor veel Indische Nederlanders het vanzelfsprekende wegviel van opgroeien en kunnen sterven in je geboorteland, dat Indië heette.
Hier botst de politieke ontwikkeling op het verhaal van mensen, van gezinnen. Er moest gekozen worden: word ik Indonesiër, ga ik naar Nederland en dan wat? Wie minderjarig was, mocht niet kiezen, dan kozen je ouders.
De keuze was in de praktijk niet altijd zo vrij. Stel, je bent de oudste zoon en je moeder heeft gezegd: ‘Ik blijf hier’, dan blijf je ook. In Indonesië sprak ik met een grootmoeder die voor de kleinkinderen bleef. Ook interviewde ik een echtpaar dat nog altijd van plan was om ‘later’ naar Nederland te gaan, wanneer dat zou zijn en hoe, durfde ik niet te vragen.

Spijtoptanten

Nederland bood verschillende regelingen aan voor degenen die bij nader inzien weg wilden: de spijtoptanten. Dat heeft jaren geduurd. De regelingen waren bureaucratisch. Niet ruimhartig. Je kon herhaaldelijk worden afgewezen en dan wist iedereen: zij of hij wil geen echte Indonesiër zijn. Het pesten nam toe, de onveiligheid ook. Vooral voor meisjes.
In Nederland kwam de Indische gemeenschap geleidelijk tot het inzicht te moeten helpen. Overal ontstonden kleine en grote acties, de druk op ‘Den Haag’ werd zwaarder. Want: de spijtoptanten-regelingen moesten verruimd worden. Elke dag arriveerden er brieven van familie uit Indonesië, vol ellende, vol met die ene vraag: help ons, help ons.
Ik heb er enkele gelezen, hartverscheurend.

Er zijn omvangrijke politieke boeken geschreven over de dekolonisatie, maar daar ga ik het niet over hebben in mijn kennislezing. Want ik kijk liever naar het menselijke verhaal.

  • Ik vertel u het verhaal van HALIN, en de particuliere hulpverlening na de oorlog, in die overgangstijd van Indie naar Indonesië
  • U hoort over de spijtoptantenregelingen: wat, wanneer, voor wie
  • De actie N.A.S.S.I. komt aan de orde: een geweldig initiatief uit de Indische gemeenschap
  • En ik stel enkele warga negara’s aan u voor, die ik in Indonesië heb ontmoet
  • Ook zet ik kort uiteen wat de Stichting HALIN nu doet.
  • Het tijdbeeld hoort er natuurlijk bij: de pensioenen, de anti-Nederlandse week, Zwarte Sinterklaas, de nationalisatie van bedrijven; het ontslag van Indische Nederlanders opdat Indonesiërs hun plaats konden innemen
  • En de feiten noem ik ook: in 1957 wachtten 10.800 ingediende verzoeken op antwoord van Nederland. Nood in Indonesië leidde niet tot spoed in Nederland, terwijl de mensen in nood steeds minder wisten hoe te leven, hoe te overleven.

Het is goed om de geschiedenis te kennen, ook deze geschiedenis. Juist op die dag van de soevereiniteitsoverdracht. Het is helemaal niet zo lang geleden. Een, twee generaties terug is het pas, zo kort geleden nog, dichtbij genoeg om pijn over te dragen en door te geven. Juist die belangrijke verhalen over en uit de overgangstijd van Indië naar Indonesië zijn nog te weinig bekend.

Praktisch
Zaterdag 27 december 2025
Aanvang: 0930 uur
Online en gratis

Attentie: de aanmeldingen zijn gesloten. Wilt u op de hoogte blijven van de komende kennislezingen, klik hier en geef u op.

Hester Hobbelink: ‘een groot Indisch gevoel ontwikkeld’ (interview)


Hoe begin je aan een familieverhaal? Soms bij toeval. Hester Hobbelink kende alleen fragmenten van het verleden. En nu heeft ze een boek over de familie geschreven: De Indische tak. Een familiegeschiedenis in fotoverhalen. Er is meer belangstelling dan ze dacht, en met haarzelf is ook iets gebeurd. Ik was erbij als schrijfcoach. Mijn eerste vraag is altijd dezelfde: waarom? Een interview.

 

Een paar jaar geleden ontving ik van mijn nichtje een stamboom van de vrouwenlijn van de familie. Die had ze aan alle vrouwen in de familie gestuurd. Toen ik die stamboom bekeek, viel me meteen op dat er veel getrouwd en gescheiden is. Wat een onrust, dacht ik, en wat interessant. Toen ben ik verder gaan zoeken en graven.
Ik kende wel wat verhalen. Niet zoveel. Stukjes.

  • Dat lijkt me gevoelige verhalen om op zoek te gaan in de familie. Hoe vonden ze dat?

Over het algemeen wel goed. Het is de de familie van mijn moeder. Ze realiseerde zich steeds meer dat ze eigenlijk weinig wist over Indië en dat ze daar met haar eigen moeder nauwelijks over gesproken had. Mijn moeder was ook nieuwsgierig. En iedereen wel, want veel familieleden kenden alleen een stukje. Daardoor werd ik gestimuleerd om op onderzoek te gaan.

  • Heerlijk. Nu is het boek uit. Ben je tevreden over het resultaat?

Ja. Heel tevreden zelfs. Ook omdat het een hele klus was, vooral in de periode tegen publicatie aan. Toen was ik er druk mee: hoe het er uit moest zien, de woordkeuze, correcties.
Dat was een vermoeiend proces en ik werd er onzeker van. Niet eens over wat ik te vertellen had, maar meer over hoe ik dat had opgeschreven. En ik was bang voor kritiek. Maar toen het er eenmaal was, vond ik het er goed uitzien en in de basis is het oké. Verder heeft iedereen een eigen smaak. Daardoor viel er een last van me af. Nu vind ik het vooral leuk om erover te praten en om er dingen over te horen.

  •  Dat ga je ook doen in Winterswijk, zag ik. Volgende week donderdag al. Het is dichtbij huis, figuurlijk gesproken. (klik hier voor informatie)

Winterswijk is mijn geboortedorp. Daar is een leuke boekhandel die organiseert regelmatig  in het Doopsgezinde kerkje een lezing met een schrijver of door een schrijver. En toen vroeg ze mij, en er zijn al best wat kaarten verkocht. Straks komen er mensen van vroeger die benieuwd zijn. En vrienden van mijn ouders uit het dorp. Mijn moeder is dit jaar overleden. Ik vind het jammer dat ze het boek niet heeft kunnen lezen ,Mijn vader woont er nog en hij is er straks bij.

Indisch

  • Ben je dan niet wat je net zei, weer bang voor kritiek?

Ik vind het een beetje spannend, maar dan is het misschien meer van ja, als mensen bepaalde vragen gaan stellen waar ik anders in zit. Of misschien het antwoord niet op weet. Ik merk dat wanneer ik mijn verhaal vertel met enthousiasme, dat mensen het leuk vinden. Ik denk dat ze komen, omdat ze er oren naar hebben.

  • Waarom heet je boek de Indische tak?
    Ik praat altijd over deze familie in de vorm van ‘de Indische tak. Dat is één’. En twee is dat het voor mij dan duidelijk is dat ik ook  een andere tak heb, een Twentse, dus dat het een kant van mijn familie is, van mijn familie verleden.
  • En ben je zelf ook Indisch daardoor?

Uhm…  nou…  Ik zeg niet echt dat ik Indisch ben, maar ik ben wel van Indische komaf. Zo zie ik het meer. En ik heb een groot Indisch gevoel ontwikkeld.

  • Anders gevraagd. Als je in de stad loopt en je ontmoet iemand met een Indische achtergrond, herken je dat?

Ik herken het niet per se, maar ik voel het wel. Het valt me op als ik die mensen zie. Dus ik ben er gevoelig voor. Ik was pas in Den Haag en dan valt me op dat er veel Indische mensen wonen. Daar voel ik me prettig bij.

  •  Aha. Toch een verbinding?

Ja.

Overgrootvader

  • Zijn er in tijdens het werken aan dit boek verrassingen geweest, zoals het opduiken van nieuwe nazaten?

Henri Haighton, de overgrootvader

Er zijn een paar verrassingen. Bijvoorbeeld door meer te ontdekken over een familielid wat het verhaal anders maakt.
Ik heb bijvoorbeeld een overgrootvader en daar was weinig over bekend en dat wat er bekend over was, was niet zo positief. Hij was heel…  onrustig en hij hopte van de ene en de andere baan. En hij was heel erg met zijn status bezig. Daarbij nam hij de huwelijkstrouw niet zo nauw.
Ik ontdekte welke tegenslagen hij had meegemaakt, en hoe hard hij zijn best heeft moeten doen om zijn hoofd boven water te houden.
Hij is op enig moment gescheiden van mijn overgrootmoeder. Zij heeft de scheiding aangevraagd, omdat hij ‘vleeschelijkgemeenschap’ zou hebben gehad met een andere vrouw. Kort na de scheiding is hij met die vrouw getrouwd, ze kregen twee kinderen. Die vrouw overleed jong. Het verhaal dat ik kende is dat zijn ex-schoonouders de uitvaart van zijn nieuwe vrouw betaalden en dat legde ik uit als zijn financieel onvermogen. Dat hij zijn zaken niet voor elkaar had.
Maar toen vond ik een ansichtkaartwaaruit me duidelijk werd dat hij helemaal niet in Nederland was toen zij overleed. Hij kon er niet eens zijn want hij zat in Singapore. Dat werpt een heel ander licht op zijn afwezigheid, ook financiële afwezigheid.
En er zijn nog meer van dit soort voorbeelden rondom hem, dat als ik nu aan hem denk, denk ik niet meer van: wat een onbetrouwbare flapdrol. Nu denk ik veel meer aan zijn problemen en de druk die hij moet hebben gevoeld.
Wat echt een kers op de taart is voor mij, is dat ik dus nieuwe familie heb ontmoet.  Via Facebook heb ik een een oudtante ontdekt, een buitenechtelijk kind van een oud-oom en zijn Indo-Chinese huishoudster. We hadden meteen die eerste dag dat we elkaar zagen, een verbinding. Verhalen delen, foto’s delen, het zijn emotionele momenten. Namens die familie waren er dertien mensen op mijn boekpresentatie.

  • Het lijkt me vreemd.Je begint aan een boek op basis van een Van de stamboom en je eindigt met extra familie.

Het is mooi. Dat ik op zoek was naar het verleden en het familieverleden en dat het mij familie in het nu heeft gebracht.

Structuur

  • Waar ben je het meest tevreden over inhoudelijk?

Ten eerste ben ik heel erg tevreden met de structuur en dat komt onder andere door jou.  Ik had al wat stukjes geschreven en wist niet goed hoe ik de overgangen moest doen. Toen merkte ik hoe fijn ik het vond om naar een foto te kijken en  mezelf daar vragen over te stellen. Daarna zei jij: “Maak er een Indisch dozijn van. Twaalf foto’s uit het familiealbum en daar ga je verhalen over schrijven. En dan kun je later de verhalen aan elkaar koppelen.”
Dat heb ik gedaan en het leverde een manier van beeldend schrijven op en daar krijg ik positieve reacties op. Mensen vinden het toegankelijk. En het spreekt aan dat ik ook iets van mezelf onder woorden breng.
Een journalist heeft wel gevraagd of ik me op glad ijs begeef, omdat ik in de verhalen wat inkleur waar het aan de feiten en bronnen ontbrak. Maar dat is niet zo. Voor mij is het prima om zo een verhaal een richting te geven, in te vullen, ook omdat ik dat zorgvuldig heb gedaan. Voor mij was het de beste manier om de familiegeschiedenis van de ‘Indische Tak’ op te schrijven. Familieleden die het hebben gelezen waren ook verbaasd, want ze wisten zo weinig. Zelfs mijn vader zei na het gelezen te hebben, dat hij weinig van het Indische geweten had, en nu voor het eerst wel.

Bestel informatie: klik en lees bij Uitgeverij Elikser

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Boksen in Indië, Fighting Mieck 1938

Boksen in Indië, dat stond boven het artikel geschreven door L.D. Wie? L.D. is Lilian Ducelle (1919-2013). En zij had er kijk op.

Het artikel vond ik in een oude Moesson (‘onafhankelijk tijdschrift’) uit 1979. Dus oud, misschien niet. Ik heb een koffer vol jaargangen, heerlijk om door te bladeren. Vooral de persoonlijke verhalen zijn waardevol, want ze zitten bomvol verhalen uit de eerste hand, meegenomen uit Indië. Voor wie online gemakkelijk zoekt: jaargangen vol, doorzoekbaar op trefwoord: klik en kijk hier.

Grote namen

Maar ja, ik blader graag. Iets in handen houden vind ik fijn. Zo kwam ik dus bij het artikel terecht.
Bestond er maar een groot boek over boksen in het Indische, er valt genoeg over te vertellen: grote namen, indrukwekkende locaties, verschillende bonden en dan al die wedstrijden nog.
Lilian Ducelle schrijft:

  • Ik groeide op met namen als Jack Dempsey, Gene Tunney, Max Baer, Primo Carera en met het begrip dat ieder mens een ‘vechter’ moet zijn, eerlijk, vastberaden, niet lafhartig.
  • En hoe goed, goed boksen is.
  • Gelijke tegenstanders die getraind zijn op incasseren en aanvallen, dat er strenge regels waren die alleen fair play toelieten.

Eigenlijk gaat dit over L.D. zelf en zo heb ik haar ook ervaren, de keren dat ik haar ontmoette. Vastberaden. Fair. En ook wat intimiderend.
Ze noemt namen van boksers, helaas niet altijd met initialen of jaartallen, dat krijg je als iemand over het vanzelfsprekende schrijft:

  • Helsloot en Fighting Mieck
  • Wim Vol
  • Bostelaar (van de Marine)
  • uit Malang de gebroeders Marcks (of Marxks)
  • Oliveiro
  • Yong Firpo
  • Pierre Lazar (zijn broer was lichtgewicht)
  • Karel Tjio (uit Soerabaja, later kampioen bantamgewicht Oost-Java)
  • Arthur Brebde

Arthur Brebde lijkt me nu een man die een groot archief moet hebben gehad, vanwege zijn jaren als scheidsrechter. Er staan enkele foto’s bij van Brebde in actie, geweldig, maar klein en donker. Hij werd in 1935 secretaris-penningmeester van de Soerabajasche Boksbond, met als voorzitter Hartmann van het makelaarskantoor Dunlop en Kolff. Na de oorlog werd deze bond weer opgericht. L.D.: ‘Na de souvereiniteitsoverdracht vertrokken de Mariniers en de K.L.-ers en met hen dus vele boksers. Goede wedstrijden konden toen niet meer worden georganiseerd.’

Van een Indisch boksleven in Nederland weet ik niets. Dat was er misschien wel, de Indorock bloeide tenslotte ook.

Fighting Mieck

In meer grote en kleinere stukken kom ik de naam Fighting Mieck tegen. Boxrec vertelt iets meer over hem: debuteerde in 1929, geboren in Bandoeng, geboortenaam Friedrich Hugo Mieck von Gerrresheim und Wahlstätt. Een prachtige naam, die hem in de oorlog moeilijkheden opleverde. Maar daar ben ik nog niet.

Moesson (1985) noemt de wedstrijd Fighting Mieck-Han Helsloot een boksklassieker. Dus ik op zoek. In Boxrec.com zag ik zes wedstrijden genoemd:
https://boxrec.com/en/box-pro/580092

  • Februari 1947 in het Varia-Park Jakarta
  • Juli 1941, Tiong Hwa-terrein, Surabaya
  • Februari 1940 Bandung
  • Februari 1941 Prinsenpark, Jakarta
  • Mei 1938 Jaarmarktterrein, Surabaya
  • Oktober 1937 Jaarmarktterrein, Surabaya

Helsloot, foto uit de Indische Courant

Ja, wat is dan de klassieker? Ik las in De Indische Courant een wedstrijdverslag uit 1938. Helsloot versus Fighting Mieck. De hoofdpartij. Dit gebeurde er:

  • Beide boksers kregen bij hun entree in den ring een hartelijk applaus in ontvangst te nemen. De gewichten zijn respectievelijk 73 kg. en 72 kg. De partij werd aangekondigd voor 12 ronden van 2 minuten met 1 minuut rust.
  • Voor den strijd een aanvang nam, kondigde de heer Apon aan, dat voor den winnaar een beker beschikbaar zou zijn, welke door den burgemeester zou worden uitgereikt. Van de vruchtenhandel Hollywood werd tevens een vruchtenmand ontvangen, eveneens uit te reiken aan den winnaar.
  • In de eerste ronde was het uitsluitend een verkennen over en weer en werd er sporadisch een kopstootje geplaatst. Mieck was echter meer geraakt, zoodat deze ronde een klein voordeeltje opleverde voor Helsloot.
  • Ook de tweede ronde bracht Helsloot eenig voordeel, aangezien hij eenige slagen wist te plaatsen. Mieck durfde zich nog niet geheel geven en bleef voorloopig in het defensief, ofschoon hij op een goede gelegenheid wachte, dat Helsloot zich even zou bloot geven om dan een zijner gevreesde straights te plaatsen.
  • In de derde ronde sprong bij een stoot van Helsloot het duimgedeelte van zijn handschoen stuk en beide kregen nieuwe daarvoor in de plaats.
  • Dit waren bokshandschoenen van 8 ons terwijl de vorige van 6 ons waren. Volgens experts zou deze verwisseling van 6 in 8 ons handschoenen in het nadeel zijn geweest van Helsloot. Na de verwisseling werd verder gebokst en ook deze ronde was voor Helsloot. De vierde en vijfde ronde eindigden weer in het voordeel van Helsloot, waarin beide punten scoorden, doch Helsloot iets meer.
  • In de zesde ronde kwam Mieck los en Helsloot kreeg het zwaar te verantwoorden. Door in dekking te gaan voorkwam Helsloot erger; trouwens hij toonde zich niet aggressief genoeg, om van enkele momenten voordeel te trekken. Deze ronde was dan ook voor Mieck.
  • Ook de volgende ronde had Helsloot een kleine afstraffing in ontvangst te nemen, waardoor deze in het voordeel eindigde van Mieck. In de achtste ronde bleef Mieck midden in een gevecht stilstaan en een leelijk gezicht toonde, dat er iets niet in den haak was met hem. Dat Helsloot een te lage stoot had toegediend konden wij niet zien.
  • Er werd echter doorgebokst, waarbij beiden eenige harde stooten te incasseeren kregen. Deze ronde ging gelijk op. In de negende ronde kwam Helsloot weer opzetten en Mieck kreeg eenige opstoppers, welke hij echter goed doorstond. Om beurten vielen zij aan. Helsloot werd in de touwen gedrongen, maar Mieck kon zijn dekking niet uiteen slaan.
  • Deze tactiek werd door Helsloot gevolgd om op het juiste moment, indien Mieck maar eenigzins zijn dekking zou verwaarloosen, zijn slag te slaan. Mieck daarentegen wist wat hem te wachten ïtond. Indien dit onderdeel van zijn boksen niet in acht werd genomen. Helsloot, bemerkende, dat hij met kopstooten bij Mieck niet ver kwam, bewerkte nu zijn middenrif, maar ook hiermede had hij niet het minste succes. Deze ronde was voor Helsloot.
  • De tiende bracht geen der strijders voordeel.
  • De elfde ronde zette Mieck een moordend tempo in, maar het technisch betere werk van Helsloot voorkwam erger. Deze ronde bracht een puntenvoordeel voor Mieck.
  • De twaalfde ronde ging weer gelijk op. Na den strijd kwamen de touwrechters met een overwinning voor Helsloot. Van twee touwrechters was de beslissing 1 en 1½ punt voordeel voor Helsloot.
  • De heer Kerkhoven daarentegen kende Helsloot 6½ punt toe. Ons inziens had match nul de verhouding beter weergegeven. De heer Sydow leidde de beide laatste wedstrijden feilloos.

Boksen in Indie was groot.
Tennis is toch anders.
Ik vraag me af, wie er nog verhalen heeft gehoord over die wedstrijden. Duizenden mensen, wat een evenementen, daar moet over verteld zijn. Maar wat?

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

De kapitein Van der Maaten in Atjeh, 1902

KNIL-officieren (van de Seulimeum-colonne) in de buurt van Seulimeum (KITLV 53439) Tweede van rechts Van der Maaten, naast hem Van Daalen.

Neem nu iemand als de kapitein  Klaas van der Maaten (1861-1944).  Hij is jaren in Atjeh, een officier die uiteindelijk generaal-majoor werd, ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en drager van de Militaire-Willemsorde derde klasse.
Een uiterst verdienstelijk koloniaal militair.
Altijd volle inzet. Altijd gericht op de actie, offensief. En ook driftig. Waar hij ook is, heeft hij voldoende pen en papier om zijn gedachten ferm aan de een of de ander te zenden.

Voorvader

Dat soort militaire verslagen geven ons inzicht wat er nu werkelijk gebeurde. Meer dan het Koloniaal verslag, wat heel goed is met cijfers en opsommingen. Maar wie wil weten, wat maakte mijn voorvader eigenlijk mee tijdens een expeditie, die moet op zoek naar brieven, nota’s, bezwaarschriften en dan bij voorkeur geschreven door zo’n driftkop.
Maar: een driftkop met zelfbeheersing.
Terug naar 1902, de toestand in Atjeh.

Oost-Indische Leger

De toestand is in een woord: beroerd. Anno 1902 is de Atjeh-oorlog nog altijd niet gewonnen. Dat heeft veel geld gekost en ook vele levens, aan beide kanten. Bij deze oorlog die in 1873 is begonnen, zijn nu ook jongere generaties Atjehers betrokken. En hoe gaat het met jongere generaties, die wrokken diep over het leed dat ouders en voorouders is aangedaan. Die vergeten niets. Die voelen dieper.
Met andere woorden, de tegenstand die het Oost-Indische Leger ondervindt, wordt eerder meer dan minder. Is dit te winnen?

Majoor K.van der Maaten te paard te Sigli (KITLV 53438)

Klewang

Van der Maaten zit in Sigli en werkt conform zijn instructies op twee manieren aan de onderwerping van Atjeh in zijn gebied.
Ten eerste, vertrouwen zien te wekken van de bevolking.
Ten tweede, waar noodzakelijk militair optreden.
Zijn probleem is vooral het gebrek aan interne tucht en discipline.
Een commandant kan niet overal tegelijkertijd zijn, dus hij moet kunnen vertrouwen op de mannen die hij als patrouillecommandant aanstelt. Een van die mannen is de sergeant Emondt. Een ‘sujet’ volgens de kapitein.
In november 1902 schrijft Van der Maaten dat hij de sergeant naar Kota Radja zal sturen, ‘daar ik die man niet kan en wil gebruiken.’ De reden is een rapport dat bij nader onderzoek niet bleek te deugen: er waren meer gewonden dan opgegeven. Een daarvan was een ‘klein knaapje’ met een klewanghouw over het hoofd. Van der Maaten verdenkt de sergeant:

  • Van hem ging toen het verhaal dat hij iedere Atjeher, als hij het enigszins kon leveren, neerlegde en dan altijd met het rapport kwam dat de man een rentjong bij zich had en die had willen trekken en hijzelf, Emondt, daartoe een rentjong als overtuigingstuk bij zich droeg, zoals later door ons vernomen werd.

Bewijzen kan Van der Maaten dit niet, en daardoor kan hij geen beroep doen op de krijgsraad. Geweld moet er zijn, maar op de juiste manier, vindt Van der Maaten:

  • Al moge een streng en krachtig optreden hier in de Onderhoorigheden nog altijd en ook in de eerste jaren nog een noodzakelijkheid zijn, zoo kan een dergelijke wijze van doen niet anders dan schadelijk werken.

Kota Radja houdt zich aan de reglementen. Geen bewijzen, geen overplaatsing. De sergeant moet terug naar Van der Maaten. Deze had het druk met lange nota’s schrijven, alweer over het gebrek aan interne tucht. Op 2 december 1902 noteert hij zijn ergernissen over de patrouillecommandanten, die te snel zijn met neerschieten van Atjehers. Huizen verbranden doen ze ook, en dat is streng verboden. Van der Maaten heeft er genoeg van, wat hij keer op keer benadrukt:

  • In de Commandements Order de datum 15 mei jongstleden nummer 69 is bepaald dat lieden die wegloopen, in weerwil van den herhaalde aanroep ook kunnen worden neergeschoten.
  • Ook deze bepaling moet gehandhaafd worden doch het is mijn verlangen dat de patrouille-commandanten of commandanten van uitrukkende troepen oordeelkundig zijn in deze optreden en daarmee niet te vlug zijn.
  • Wat toch is het geval? Schandelijk genoeg zijn er commandanten van patrouilles of uitrukkende afdelingen geweest, die in stede van behoorlijk aan te roepen en dien aanroep eenige malen te herhalen, onmiddellijk klaar waren met neerschieten; ja, er zijn mij van vroeger zelfs voorbeelden bekend dat men pro forma aanriep en tegelijkertijd schoot. Evenzoo is het gebeurd dat zonder enig motief Atjehers werden neergelegd.
  • Het is toch natuurlijk waar zulke sujetten onder de patrouille-commandanten voorkomen, ook menschen die niets op hun geweten hebben, bij het zien eener patrouille op de vlucht gaan en niet blijven staan wanneer zij worden aangeroepen. In hun vrees worden zij dan versterkt wanneer hun weldra eenige kogels om de oren vliegen.
  • Het is daarom een dringende noodzakelijkheid dat het vertrouwen in de Kompeuni bij de goedgezinde bevolking terugkeert en in verband daarmee de is het mijn verlangen, dat er bepaling omtrent het neerschieten van vluchtende ongewapende Atjehers met oordeel en bezadigdheid wordt toegepast opdat het neerschieten van onschuldige Atjehers in den vervolgen een einde neemt.
  • Men zette daarom vluchtende ongewapende Atjehers in den snelste gang na en trachte hen levend te pakken. Zulks is blijkend mijn ervaring zeer goed mogelijk, want het is een feit dat de Atjehers het loopen minder goed volhouden dan de soldaten.
  • Onder het loopen wordt zo’n vluchteling voortdurend aangeroepen te blijven staan en eerst wanneer blijkt dat hij niet te achterhalen is en ontwijfelbaar zal ontkomen dan eerst maar ook niet eerder mag op hem geschoten worden.

Een lang stuk, dat zijn manier van denken goed weergeeft. Het fenomeen van de ‘goedgezinde’ bevolking intrigeert. Misschien bestond dat, in de hoop dat er een zekere rust in het gebied zou komen. Niet steeds die oorlogstoestanden.

Persoonlijk

Van der Maaten lezen is persoonlijk van de man informatie krijgen over de situatie in Atjeh. Ik las alles toen ik aan mijn biografie van de Atjeh-generaal Frits van Daalen werkte. Wat een man, wat een toestanden: je kunt commandant zijn tot en met, maar wanneer je manschappen niet luisteren, bereik je weinig. Nog enkele opmerkingen van Van der Maaten uit een nota geschreven in 1905, hij is dan luitenant-kolonel. We zijn nog steeds in Atjeh:

  •  Er zijn patrouillecommandanten die in de meening verkeeren dat ik verlang, dat zij steeds groote afstanden afleggen en leiden zulks af uit het feit, dat de patrouilles welke tegen het middag uur terugkeeren, door mij ‘rijsttafelpatrouilles’ genoemd worden.
  •  Over patrouilles: ‘De kans dat zij bij de vervolging iets in handen zullen krijgen, is niet groot, doch wanneer men heelemaal niet uitrukt, heeft men daartoe heelemaal geen kans.’
  •  Ik krijg nog veel te veel rapporten, dat een of andere bende zich in alle richtingen verspreidde en in het bosch of – erg mooi uitgedrukt – in het woud of oerwoud verdween. […] Een bende kan niet verdwijnen; zij blijft ergens, want zij bestaat niet uit geesten.

Van der Maaten schreef goed en veel. Aan het handschrift is het even wennen, maar hij gebruikt gelukkig vaak een typemachine. Lees wat hij schrijft en ervaar dat die oude wereld zich opent. Zijn brieven en nota’s liggen in het Nationaal Archief, ze zijn niet gedigitaliseerd. Later publiceerde hij brochures.
Maar juist bronnen als zijn nota’s zijn van belang: de manier van denken, van uitdrukken, de moraal over het wel of niet neerschieten van Atjehers, zo was het toen. Wanneer we het verleden willen begrijpen, hebben we de stemmen van dat verleden nodig. Goed lezen en luisteren. Eerst begrijpen. Daarna pas een eigen mening vormen.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Ga naar de bovenkant