Schandaal uit Holland… Allerzielen (1907)

De Schouwburg te Batavia, circa 1900 ( KITLV 5258).
Een schandaal uit Holland was niet per definitie een schandaal in Indië. Hier had de Europese bevolking een eigen stelsel van normen en waarden, vooral wanneer het liefdesrelaties betrof.
- Indië kende de concubine (Europees), de njai en de muntji (overwegend inheems); in het Hollandse waren er maîtresses, die per definitie geen deel konden uitmaken van de fatsoenlijke kringen.
- Maar Indië had wel in de jaren 1930 de messcherpe romans van Jo Manders, waarin ze de lossere zedelijke moraal van Deli hekelt. Heerlijke boeken, die toen ook sleutelromans moeten zijn geweest. Deli was woedend.
Daar ben ik nog even niet. In de kranten stuitte ik op het grote schandaal rond het toneelstuk Allerzielen (1904) geschreven door Herman Heijermans. Hij was een bekende Nederlander, die de onkuisheid in zijn werk levendig kon beschrijven. In 1896 had hij dat uitstekend gedaan in Kamertjeszonde (1896), een roman vol overspel.
Allerzielen kon in het nette brave Nederland niet door de beugel. Er kwam verzet, aanklachten en hier en daar werd de opvoering verboden.
En zoals vaker, werd een toevlucht gezocht in Indië. In de jaren na de eeuwwisseling lijkt de ene na de andere artiest, het ene na het andere toneelgezelschap, overzee naar de tropen te gaan. Dat liep niet altijd goed af; eerder schreef ik over de oplaaiende woede over het stereotype beeld van Indische mensen in het toneelstuk Totok en Indo (1915).
‘geene hartstochten’
Indië zal met rustige belangstelling kennis hebben genomen van de aanstaande tournee van Louis Bouwmeester en zijn gezelschap die het toneelstuk in 1907 naar de oost brachten. De Locomotief maakte zich nergens druk over; een correspondent schreef:
- Mij komt het voor dat „Allerzielen” hier geene hartstochten zal ontketenen: we zijn hier zoo hartstochtelijk niet, en ook de Katholieke geestelijkheid toont in Indië veel grooter gematigheid dan in Holland, waar de strijd der partijen en der meeningen feller is.
Daar zat wat in. Het gematigde, en dan de felheid in Holland. Die kwam ten dele door de opkomende katholieke emancipatie en misschien ook door de volksaard van gelijk willen hebben, krijgen of zich dat willen toe-eigenen. En daartoe leende het toneelstuk zich uitstekend.
Allerzielen was een katholieke gedenkdag, om aan de overledenen te denken. Heilige grond dus, waarop de schrijver Heijermans flink rondstampt.
Indië was wel nieuwsgierig.

Bataviaasch nieuwsblad, 13 juni 1907.
De eerste toneeluitvoering was in juni 1907, in Batavia. Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië publiceerde een uitvoerige recensie, waaruit bleek wat het schandaalverwekkende was: een pastoor neemt een kwetsbare jonge ongehuwde moeder in huis. In het dorp gaan de protestanten en de katholieken spotten en lasteren. Dan meer ellende. De kwestie was het verdenken van de pastoor van het vaderschap.
O, wat erg, wat schandelijk.
Voor Holland.
Indië nam het toneelstuk kalmpjes op. De zalen zaten vol, maar waarom?
Toneelcriticus Hans van de Wall (zijnde Victor Ido) schreef in het Bataviaasch nieuwsblad een scherpe antwoord:
- Dat het stuk veel publiek trekt, bewijst niets voor zijn intrinsieke waarde.
- De schrijver ervan heeft het geluk gehad — uit een commercieel oogpunt namelijk — dat zijn werk om bovengenoemde redenen op vele plaatsen in Nederland werd verboden.
- Moge, als gevolg van die reclame, de kas er voordeel bij hebben, het nadeel kon niet uitblijven in den vorm van teleurgestelde verwachtingen bij het publiek.
- De mudvolle zaal heeft de drie bedrijven met groote aandacht gevolgd, nochtans kon ik, te oordeelen naar zijn houding, slechts een succes de curiosité constateeren. Aan het eind van elke acte werd maar éénmaal „gehaald”.
- Geestdrift was er niet.
Au. Maar het verkocht, en dat was voor een toneelgezelschap het belangrijkste. Toch zegt het iets over de verhouding tussen Indië en Holland in deze. Minder schandaalgevoelig. Wel nieuwsgierig. En vooral dat ene: alles dat uit Holland kwam, eerst zelf willen wegen op inhoud en waarde. En dat terwijl het Hollandse zichzelf de bron van beschaving achtte.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u de juiste informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
- lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt




Marijnus van der Plas, circa 55 jaar









Asimah was een meisje zoals veel andere meisjes, ze hield van buiten spelen, van haar mooie armbanden en ze vertrouwde op de buurvrouwen.
Een boek over je moeder schrijven, over haar kamptijd in Lampersari en over háár moeder, hoe valt dat in de familie? Carolijn Cockram kan het uit eigen ervaring vertellen. Ze schreef Kind van een kampkind. Familie-erfenissen uit Indië. Een publicatie in eigen beheer.
hoofdstuk gaat het over de familie-erfenissen, hoe ik dat persoonlijk heb ervaren om kind van een kampkind te zijn, en kleinkind van een oma die ook in dat kamp zat.