Indische schrijfschool

Schandaal uit Holland… Allerzielen (1907)

De Schouwburg te Batavia, circa 1900 ( KITLV 5258).

Een schandaal uit Holland was niet per definitie een schandaal in Indië. Hier had de Europese bevolking een eigen stelsel van normen en waarden, vooral wanneer het liefdesrelaties betrof.

  • Indië kende de concubine (Europees), de njai en de muntji (overwegend inheems); in het Hollandse waren er maîtresses, die per definitie geen deel konden uitmaken van de fatsoenlijke kringen.
  • Maar Indië had wel in de jaren 1930 de messcherpe romans van Jo Manders, waarin ze de lossere zedelijke moraal van Deli hekelt. Heerlijke boeken, die toen ook sleutelromans moeten zijn geweest. Deli was woedend.

Daar ben ik nog even niet. In de kranten stuitte ik op het grote schandaal rond het toneelstuk Allerzielen (1904) geschreven door Herman Heijermans. Hij was een bekende Nederlander, die de onkuisheid in zijn werk levendig kon beschrijven. In 1896 had hij dat uitstekend gedaan in Kamertjeszonde (1896), een roman vol overspel.
Allerzielen kon in het nette brave Nederland niet door de beugel. Er kwam verzet, aanklachten en hier en daar werd de opvoering verboden.
En zoals vaker, werd een toevlucht gezocht in Indië. In de jaren na de eeuwwisseling lijkt de ene na de andere artiest, het ene na het andere toneelgezelschap, overzee naar de tropen te gaan. Dat liep niet altijd goed af; eerder schreef ik over de oplaaiende woede over het stereotype beeld van Indische mensen in het toneelstuk Totok en Indo (1915).

‘geene hartstochten’

Indië zal met rustige belangstelling kennis hebben genomen van de aanstaande tournee van Louis Bouwmeester en zijn gezelschap die het toneelstuk in 1907 naar de oost brachten. De Locomotief maakte zich nergens druk over; een correspondent schreef:

  • Mij komt het voor dat „Allerzielen” hier geene hartstochten zal ontketenen: we zijn hier zoo hartstochtelijk niet, en ook de Katholieke geestelijkheid toont in Indië veel grooter gematigheid dan in Holland, waar de strijd der partijen en der meeningen feller is.

Daar zat wat in. Het gematigde, en dan de felheid in Holland. Die kwam ten dele door de opkomende katholieke emancipatie en misschien ook door de volksaard van gelijk willen hebben, krijgen of zich dat willen toe-eigenen. En daartoe leende het toneelstuk zich uitstekend.
Allerzielen was een katholieke gedenkdag, om aan de overledenen te denken. Heilige grond dus, waarop de schrijver Heijermans flink rondstampt.
Indië was wel nieuwsgierig.

 

Bataviaasch nieuwsblad, 13 juni 1907.

De eerste toneeluitvoering was in juni 1907, in Batavia. Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië publiceerde een uitvoerige recensie, waaruit bleek wat het schandaalverwekkende was: een pastoor neemt een kwetsbare jonge ongehuwde moeder in huis. In het dorp gaan de protestanten en de katholieken spotten en lasteren. Dan meer ellende. De kwestie was het verdenken van de pastoor van het vaderschap.
O, wat erg, wat schandelijk.
Voor Holland.
Indië nam het toneelstuk kalmpjes op. De zalen zaten vol, maar waarom?

Toneelcriticus Hans van de Wall (zijnde Victor Ido) schreef in het Bataviaasch nieuwsblad een scherpe antwoord:

  • Dat het stuk veel publiek trekt, bewijst niets voor zijn intrinsieke waarde.
  • De schrijver ervan heeft het geluk gehad — uit een commercieel oogpunt namelijk — dat zijn werk om bovengenoemde redenen op vele plaatsen in Nederland werd verboden.
  • Moge, als gevolg van die reclame, de kas er voordeel bij hebben, het nadeel kon niet uitblijven in den vorm van teleurgestelde verwachtingen bij het publiek.
  • De mudvolle zaal heeft de drie bedrijven met groote aandacht gevolgd, nochtans kon ik, te oordeelen naar zijn houding, slechts een succes de curiosité constateeren. Aan het eind van elke acte werd maar éénmaal „gehaald”.
  • Geestdrift was er niet.

Au. Maar het verkocht, en dat was voor een toneelgezelschap het belangrijkste. Toch zegt het iets over de verhouding tussen Indië en Holland in deze. Minder schandaalgevoelig. Wel nieuwsgierig. En vooral dat ene: alles dat uit Holland kwam, eerst zelf willen wegen op inhoud en waarde. En dat terwijl het Hollandse zichzelf de bron van beschaving achtte.

Praat met mij

Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u de juiste informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Zijn Indische romans eigenlijk wel betrouwbaar?

Melati van Java als jongw vrouw, het geweldige De Paupers en de kritische Bas Veth.

Indische romans, dat zijn romans uit of over Indië.

Er zijn twee soorten:

1 romans van na Indië

Die lees ik alleen als het autobiografisch is van een tachtigplusser en dan nog aarzel ik want: een roman is per definitie fictie, dus verzonnen. Ik heb liever goede informatie over Indië. Vooral de laatste jaren publiceren jonge vrouwen met al dan niet een Indische achtergrond een roman over Indië. Zoiets verkoopt goed. Het is mij een raadsel wat in zo’n roman waarheid en verzonnen is, wat wezenlijk over Indië gaat en wat niet. Zo’n roman is daarmee de schepping van een eigen soort Indië, een fantasie-Indië. Is zoiets betrouwbaar als historische bron? Nou, nee dus.

2 Romans tijdens Indië

Dat zijn andere boeken, maar het blijven romans, fictie. En toch zijn deze romans tot op zekere hoogte betrouwbaar.
Weeg dat voor uzelf af. Bedenk:

  •  voor welk publiek is deze roman geschreven? Want een boek moet verkocht worden, het publiek wil zich herkennen of boos maken of een andere emotie ervaren. Een oerconservatief publiek vindt roman X onwaarachtig terwijl een hypermodern publiek datzelfde boek weer de waarheid vindt bevatten.
    Kijk even in de oude Indische kranten naar ontvangst, naar recensies. Traceer waar het boek verscheen. Kijk wat er in de tijd van toen nog meer gebeurde. Een roman over Japanners uit 1900 is anders uit te leggen dan een roman over Japanners uit 1943.
    U begrijpt.
  •  denk na over de positie van de auteur: wie was hij of zij, wat wilde de auteur met deze roman? Ik lees Indische damesromans die opvallend veel schrijven over tegenvallende echtgenoten. Dat hield ook verband met de voor vrouwen slechte huwelijkswetten. Een vrouw had daar oog voor.
  • Gaat de roman wel over waar de roman over gaat?

Dat moet ik uitleggen met een voorbeeld. De Indische schrijfster Melati van Java publiceerde Fernand (1874), en die roman gaat helemaal niet over de titelheld. Dat is een slappe jongen, die niet op kan tegen ten eerste zijn Indische moeder, ten tweede zijn Indische geliefde en die daarna een huwelijk sluit met een semi-gezeglijk Indisch meisje van wie we de moeder goed leren kennen. Maar anno 1874 verkoopt een roman niet met een titel als ‘Vier Indische vrouwen en een watje.’
En precies daarover gaat de roman wel.

Indische romans

Nu de toepassing.
Ik neem een paar romans die me dierbaar zijn.

Victor Ido: de Paupers (1915, als feuilleton in 1910 verschenen)

Dit boek bevat zoveel kennis van de oude Indische wereld, dat als u het boek leest, dat u voelt: dit was ook Indië, maar u kunt er met uw gevoel niet meer helemaal bij – zo lang geleden ook.
Dat is het gevaar: het Indisch erfgoed kan verloren raken. Dit boek zou voorgelezen moeten worden door een oudere Indische man, die van zijn ouders over het oude Indië heeft gehoord.

Maar nu dat boek. Die titel: paupers heeft iets van een scheldwoord en dat was het. Het verwees ook naar zogeheten pauper-commissies die zich bekommerden om het zogeheten Indo-proletariaat. Dat was een typisch koloniale opvatting: het ging over de groep Indo-Europeanen die arm was, slecht opgeleid dus vaak slecht Nederlands sprekend en die dichter bij de kampong woonden dan bij een Europese villa. En dat voor mensen met de Nederlandse nationaliteit, het koloniaal bewind vond dat een schande voor het Europees prestige. En daarom waren de arme Indo-Europeanen een probleem, ze waren proletariaat, ze waren paupers.

Precies daarover schrijft Victor Ido: een meeslepend en geweldig boek, een aanklacht ook.
Ideaal is het op papier lezen maar hier staat het ook: klik en begin meteen te lezen.

Melati van Java: Hermelijn (eerste dr. 1885)

Mijn favoriete schrijfster. Deze roman gaat helemáál niet over Hermelijn, maar over de grote Indische familie De Meyran op Java. Lezers leerden de verschillende takken van de familie kennen: rijk en verarmd, goed opgeleid en net-niet in de kampong, met daarbij een fenomenale beschrijving van Indische meisjes en vrouwen. Dat had Melati in haar eigen leven ook. Van de weeromstuit idealiseert ze hier en daar maar toch is ze geloofwaardig. Als u graag oude foto’s ziet met die intelligente sterke Indische vrouwen, lees dan deze roman want dan begrijpt u waarom ze zo konden zijn. Ideaal om uit te citeren in een familiegeschiedenis.
Klik en lees: Hermelijn.

Bas Veth: Het leven in Nederlandsch-Indië (1900)

Zo begint het:

  • Nederlandsch-Indië is voor mij de incarnatie van de ellende. De twaalf jaren, die ik in die streken van ballingschap doorbracht, zijn me als twaalf verschrikkelijke droomen.
  • Ik heb er niets gevonden wat opheft; ik heb er alles gevonden wat neerdrukt.
  • Goede menschen werden er slecht; nooit slechte, goed.

Nou, dat is duidelijk. Een scheldboek is het, en mensen hebben zich er destijds enorm over opgewonden, ook in de oude Indische kranten. Als u dat naleest, weet u meteen wat er gevoelig lag in die tijd. Nuttig om te weten als u familie toen en daar had.

Mina Kruseman: Een huwelijk in Indië (1873)

Feministe, ruziemaakster, dochter van een officier: Mina paste niet in de Nederlandse en niet in de Indische maatschappij
In het zestiende hoofdstuk is er een verbazende confrontatie tussen de pas getrouwde Louise en de Inheemse njai wier plaats zij innam, zonder het te weten.
Dan leren we Mina kennen. Niks een visie op deze ex-njai als onzedelijk iemand, niks wegsturen of kinderen afpakken. Er gebeurt iets heel anders, klik en lees.
Een vrouwelijk perspectief, dat stemt tot nadenken.

Bataviaasch nieuwsblad, juni 1915

Jan Fabricius: Totok en Indo (1915)

Anno 1915 was de Indische cultuur ook een verdienmodel op de verkeerde manier. Fabricius hoorde de kassa rinkelen toen hij een schandaaltoneelstuk schreef. Indisch Indië verzette zich tegen de stereotiepe weergave van een Indisch personage. Eerder schreef ik daar ook over, klik en lees hier verder.

Puzzelen

Dus u ziet, die oude romans bieden ons veel meer, maar met een voorbehoud voor de positie van de auteur en het boek, en de ontvangst.
Het is nooit zo van: het staat gedrukt dus het zal wel zo zijn.
Altijd kijken naar het grotere geheel
Wegen en puzzelen, heerlijk, zo komt u dichter bij die oude Indische tijd.

Zoekt u iets specifieks? Mij mailen kan altijd.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u de goede informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Easy Peasy. Het solide Jaarplan waarmee uw familieverhaal Kerst 2026 op papier staat


Kerst 2026, hoezo, nu al?
De tijd gaat zo snel, vind ik. Dat maakt het belangrijk om de tijd die we hebben, goed te gebruiken. Daarmee bedoel ik: dat u nu eindelijk eens het familieverhaal op papier gaat zetten. Zeg straks in deze december tegen iedereen: ‘Volgend jaar heb ik het af, dan krijgen jullie het cadeau.’
Dan ziet u blije gezichten. Hopelijk is er ook iemand die waakzaam gaat kijken, die persoon denkt dan aan familiegeheimen. Daar zit informatie.

In een jaar, kan dat wel?
Yep.
Easy peasy.

Jaarplan + actie= resultaat

Ik heb een solide Jaarplan gemaakt waarmee dat gaat lukken, inclusief alles wat erbij komt kijken.
Met dat Jaarplan in werking krijgt u dit voor elkaar:

  •  uw familieverhaal past in 50 pagina’s (of meer)
  •  het heeft 10 foto’s
  • van een tekst maakt u een mooi echt boek
  •  de oplage is naar uw wens, dus 5 of 10 kan ook
  • het is af en uit Kerstmis 2026

Dat solide Jaarplan ga ik straks uitleggen een online workshop. Die heet Easy peasy, want als u weet hoe het moet, dan is het gemakkelijk om te doen. Net als fietsen.

Als u tijd van leven heeft, wordt het volgend jaar alweer Kerst. En dan?

“Ja maar hoe?”

In al die jaren dat ik nu mensen help hun verhaal op te schrijven, hoor ik veel twijfels en aarzelingen:

  • Ik weet eigenlijk zo weinig
  • Ik ben geen schrijver
  • Ik weet niet hoe je begint
  • Ik heb geen structuur
  • Ik heb veel te veel en het overzicht ontbreekt me
  • Ik weet juist niet hoe ik aan betrouwbare informatie kom
  • Ik…

Dat u een bezwaar voelt, snap ik. En ik neem het serieus. Want de twijfel van binnen is precies datgene wat u tegenhoudt om in actie te komen. En dan weet u wel hoe het verder gaat met het schrijven. Nul. Weer niks.

Dat is een van de redenen waarom ik deze gratis workshop geef: zo kunnen er meer verhalen uit en over het Indische komen. Die verhalen zijn er. Ze zitten in uw hoofd, ze hangen om u heen in wat de familie zegt en verzwijgt, ze wachten in archiefdozen en op websites tot u eindelijk in actie komt.

U zegt: “Ja maar hoe doe ik dat?”
Ik zeg: kom naar die workshop, dan weet u het.
Want ik leg dan het solide Jaarplan uit.
Daarmee lukt het.

Wij zijn deel van een generatie

Niemand is een eiland. We zijn allemaal deel van een generatie, en we hebben generaties voor ons en soms ook na ons. Dat kan een verantwoordelijkheid met zich meebrengen. Zorg voor de verhalen van degenen die u en mij voorgingen. Aandacht voor de jongere generaties, die nu of later vragen hebben.
Als u de verhalen niet doorgeeft, wie doet het dan wel? Wie kan het?

Weten waar je vandaan komt
Aan de reacties die ik in de loop der jaren heb gekregen merk ik dat het steeds belangrijker wordt voor mensen om het familieverhaal op papier te kunnen zetten. Drie, vier generaties met naam en toenaam, met grappige of droevige weetjes erbij.
Ik hoor dan hoe belangrijk het is. Dat snap ik.
Herinneringen en familieverhalen gaan over wie we zijn, en waarom we zo zijn. Het zijn feiten, maar vooral gevoelens van herkenning, van een band: weten waar je vandaan komt, begrijpen op wie je lijkt, je thuis voelen in de familie, dat heeft iedereen nodig.
Misschien vooral als er oude pijn is. Die mag er ook zijn, wat mij betreft.
Pijn vertelt ook een verhaal. Soms is dat het belangrijkste.

Een kwestie van doen

Schrijven is een kwestie van doen en dat geldt zeker voor een familieverhaal, of het nu om uw eigen leven gaat of om dat van uw ouders en grootouders of de hele familie van zeven generaties terug met alle neven en nichten erbij. Het gaat om weten hoe je zoiets doet. En tijd ervoor hebben.
Inmiddels schreef ik meer dan dertig boeken (groot en klein), en bij elk ervan volgde ik een plan.  Afgelopen september leverde ik mijn manuscript in van de generaal Van der Heijden. Wordt een dik boek. Hoe deed ik dat? Ik had een plan.
Met zo’n plan is schrijven gemakkelijker en daardoor leuker. Want ik weet wat mijn doel is en ook hoe ik er moet komen. Easy peasy.

Het is te leren. Kunt u een mail schrijven? Denk aan een familieverhaal als heel veel mails bij elkaar. Veel kleine stukjes die met elkaar te maken hebben. U hoeft heus geen lange lappen tekst te maken. Kort is ook goed. Als u weet wat u doet, tenminste.

Is de workshop iets voor u?

  • u bent een beginner en tot dusver zit er een kloof tussen wat u wilt en wat u doet met het verhaal, ik bedoel u twijfelt aan alles
  • u weet het is nu of nooit, want u kunt ook een keer omvallen
  • u neemt graag een kijkje in de praktijk van een ervaren schrijfster, daar kunt u wat van leren
  • en het is ook voor u wanneer u al een paar keer bent begonnen en weer bent opgehouden omdat het gewoon niet ging dus u heeft nieuwe moed en inspiratie nodig
  • u zit vol met de oorlog van uw ouders en u wilt uw eigen waarheid zorgvuldig op papier zetten

Voor wie is het niet?

  • u denkt schrijven gaat vanzelf en ik begin morgen wel of overmorgen of volgend jaar
  • u gaat eind deze maand op cruise en bent straks een half jaar het leven aan het vieren
  • u zit vol met de oorlog van uw ouders en wilt dit allemaal publiceren om uw ouders te straffen

Dus het is aan u om af te wegen of de workshop voor u belangrijk kan zijn. Ik ga in ieder geval mijn best doen en ik hoop dat u gemotiveerd bent om erbij te zijn. Er is een ochtendworkshop en bij voldoende belangstelling ook een avondeditie. Ze zijn hetzelfde. Kan zijn dat ik net even wat anders zeg, maar de basis is identiek.

Praktisch

Wat: Easy Peasy. Het solide Jaarplan waarmee uw familieverhaal Kerst 2026 op papier staat
Wanneer: maandag 24 november 2025
Hoe laat: 0930 uur
Waar: online, na opgave mail ik u terug dan weet u, het is in orde
Kosten: gratis
Opgeven: via het onderstaande formulier voor nader contact. De mail komt bij mij, ik mail u terug en ik maak het verder in orde.

Doe mee als u hier ‘Ja’ op zegt:

“Kerst 2026 heb ik mijn familieverhaal op papier staan in boekvorm, in 50 pagina’s en met 10 foto’s in een oplage naar wens.”

“*” geeft vereiste velden aan

Attentie: inschrijven is niet meer mogelijk. Heeft u een vraag? Mailen staat vrij.

Veel Gestelde Vragen

1 Moet ik iets voorbereiden?
Nee, er is geen huiswerk vooraf. Het is wel handig als u pen en papier bij de hand heeft, ingeval u aantekeningen wilt maken. Want ik leid u door het Plan dat ik zelf altijd gebruik dus als u iets hoort dat voor u nuttig is: schrijf het op.

2 Wat kan ik na de workshop?
Goede vraag. Als u bij de les blijft, kunt u erna beginnen ofwel verder gaan met het familieverhaal dat u schrijft.

3 Wat is het verschil tussen een familieverhaal en een levensverhaal?
Een familieverhaal is eigenlijk een combinatie van verschillende levensverhalen, elk weer van een ander familielid. In een levensverhaal staat een enkel leven centraal, met daarbij ook de invloeden van de andere familieleden. Het accent is dus anders.

4 Geeft u ook advies over het interviewen van familieleden?
Niet in de workshop, tenzij het ter plekke in me opborrelt of iemand een vraag stelt. Maar dan nog, er valt meer over te zeggen dan in een enkel moment mogelijk is. U kunt altijd een telefonisch overleg- gesprek boeken, klik hier en kijk hoe dat gaat.

5 Wilt u mijn manuscript lezen?
Helaas. Daarvoor ontbreekt me de tijd. Daarbij is het ook mijn vreugde om samen met iemand te werken en dan zo het verhaal te zien groeien.
Maar als u iets af heeft, en u twijfelt, mail me dan de reden en misschien kan ik even met u meedenken.

6 Komt er een opname?
Technisch is dat een moeilijke vraag.

7 Ik kan die dag helemaal niet, en eigenlijk heel november niet maar ik wil er wel bij zijn, hoe doe ik dat?
Als u niet kunt, dan kunt u niet. Zo eenvoudig is het. Maar ik denk, u heeft een reden om erbij te willen zijn, en die kunt u aan mij mailen. Of, u maakt een gratis overleg-afspraak met mij, dat is per telefoon. Klik hier en kijk hoe dat gaat.

8 Ik ben nog helemaal niet zover dat ik ga schrijven, zal ik meedoen?
Wat dit antwoord betreft, zeg ik alleen: regeren is vooruitzien.

9 Ik zit al op een cursus wat nu?
Maakt mij niet uit, u bent vrij om erbij te zijn of juist niet.

10 Ik heb een andere vraag namelijk…
Vragen staat vrij, hieronder het inzend-formulier, dat komt linea recta in mijn mailbus en dan mail ik terug.

Contact

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

‘Een kranig politieambtenaar’ in Semarang, 1905

Marijnus van der Plas, circa 55 jaar

Een politieambtenaar in Indië, dat is iets anders dan een politieman.
Strikt genomen.
Dat besefte ik tijdens het lezen over Marijnus van der Plas, de man die in juni 1905 in Semarang zijn zilveren jubileum als schout vierde.
Het doet wat middeleeuws aan, dat woord. Vermoedelijk is het ook een oude functie, en een verantwoordelijke functie. Dat Van der Plas in het Weekblad van Indië geprezen werd als een ‘kranig politieambtenaar’ viel me op. Want: het is 1905, dus nog maar acht jaar na de grote reorganisatie van de politie.
Dan heb je nodig mannen die als het ware reclame voor de zaak zijn. Zo werd de schout aan lezend Indië voorgesteld:

  • De heer M. Van der Plas werd den 27e november 1850 geboren en trad op 16jarige leeftijd op 20 januari 1866 in den militaire dienst als tamboer bij het derde regiment Infanterie te Breda. Hij besloot weldra naar Indië te gaan en kwam den 29e Mei 1869 hier te lande aan.
  • Den tiende Juni 1875 werd hij als sergeant gepasporteerd.
  • Na eenige jaren als tamboer majoor van Semarang zijn schutterij werkzaam te zijn geweest, werd hij op 24 december 1878 geplaatst bij den dienst tot tegengaan van den opium sluikhandel ter zee en den zeventiende April 1880 tot onder-schout bij de politie te Semarang vernoemd.
  • Van 1884 tot 1886 vertoefde hij wegens gezondheidsredenen in Nederland. Na zijn terugkeer werd hij als onderscheid te Soerabaja geplaatst, doch spoedig daarna, in 1887 zag men hem weder te Semarang werkzaam.

Een militaire man dus. Goed inzetbaar. Ook ambitieus. En vermoedelijk in het bezit van een netwerk van informanten te Semarang, daar was hij immers het beste op zijn plaats.
Die opsomming van verdiensten is bepaald geen bladvulling. Want anno 1905 is er behoefte aan rolmodellen van Europees gezag. Gouverneur-generaal Van Heutsz (aangetreden in 1904) wil ook de eilanden buiten Java onder Nederlands gezag brengen; er waait een offensieve wind. De ethische politiek is in werking met het zogeheten ‘opheffen’ van de inheemse bevolking, wat neerkwam op het opheffen op voorwaarden zodat het toch weer iets weghad van een nieuwe vorm van controle.
Wat krijg je dan. Meer verzet onder de bevolking.
Wat heb je dan nodig. Ofwel budget voor een militaire macht (Van Heutsz moest juist bezuinigen) ofwel moreel gezag. Ja, dan krijg je dit soort artikelen in de kranten en tijdschriften.

Politie in Indië

De Locomotief, april 1896. Het werk van de schout was veelzijdig.

Veel over het moderne politiewezen las ik in het mooie boek van Marieke Bloembergen: Uit zorg en angst. De geschiedenis van de politie in Nederlands-Indië (2009).
Het boek beschrijft dus het moderne politiewezen, waar de ‘kranige politieambtenaar’ deel van ging uitmaken. De eerste reorganisatie was in 1897 en er kwamen er meer, met als resultaat een goed gestructureerde en hiërarchische organisatie, met eigen uniformen. De noodzaak aan een modern politie groeide met het koloniaal gezag, en ook met het gevoel van onveiligheid in de Europese gemeenschappen,
De politie was een macht naast het KNIL, gericht op het scheppen en bewaren van de binnenlandse veiligheid. Ook was er ook de dessa-politie, een aparte tak. Ook politieoppassers. formele en informele veiligheidsdiensten. Het boek noemt een veelheid aan functies, opleidingen en organisaties. Een nuttig boek is het, eerder een naslagwerk dan een meeslepend leesboek.

Het interessante van deze schout is dat hij kennelijk de overgang van het oude naar het nieuwe tijdperk heeft kunnen maken. Hij begon in wat Bloembergen typeert als het ‘schoutentijdperk’, waarin het politiegezag in de grote steden (Batavia, Semarang, Soerabaja) berust bij schouten en onderschouten. Deze hadden weer anderen onder zich, en wanneer ze oordeelden dat de inheemse politie tekort schoot, konden ze ook daar corrigerend optreden. De schout voltrok ook doodsvonnissen
In het algemeen was de schout eerder onder-officier bij het Oost-Indische Leger (KNIL). Zijn opleiding: al doende leert men. Dan komt het natuurlijk aan op mentaliteit en karakter.

Het ideaal

Een dankwoordje via een advertentie; de belangstelling was kennelijk te groot voor persoonlijke bedankbriefjes. De Locomotief, 1905

Toen ik naar de historische context keek, begreep ik wel beter waarom de jubilerende schout zo gevierd werd. Marijnus van der Plas was een ideaal, het gezicht van het werkelijk goed functionerend gezag.
Het Weekblad voor Indie schreef dat duidelijk op:

  • In Midden-Java als hoofdstad wordt de heer Van der Plas gewaardeerd als een actief en energiek politieman.
  • Men houdt van hem. Op de dag van zijn jubileum werd hij van verschillende zijde gehuldigd.
  • Zijn superieuren boden hem een gouden horloge aan.
  • Niet ten onrechte werd hij, toen hem dit geschenk werd overhandigd aan anderen, ten voorbeeld gesteld als een man die steeds zijn plicht vervulde en immer den rechten weg bewandelde.

Wat een man, plichtsgetrouw, algemeen bemind, je gunt hem zijn gouden horloge. Ja, als je Europees bent en je voelt dat het oude Indië langzaam plaats maakt voor iets anders. Denk aan de Russisch-Japanse oorlog, gewonnen door Japan in… 1905. Een Aziatische grootmacht. Zoiets was slecht nieuws voor het Europese gezag in Indië.  Dan komen voorbeeldmannen als de schout uitstekend van pas voor het moreel overwicht.

Dat is het mooie van zo’n enkel bericht in het grotere geheel van de historie zien. Je begrijpt het waarom van de toon en de inhoud. Dan geeft het opeens dubbel zoveel informatie, wanneer je de historische achtergronden erbij neemt tenminste.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gaat en maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

De militaire kinderen van Pa van der Steur

Johannes van der Steur, alias Pa van der Steur (1865-1945),met zijn pupillen te Magelang (KITLV 3749)

Militaire kinderen, wat zijn dat voor kinderen?

  1. kind van een militair
  2. militair opgevoed
  3. voorbestemd om militair te worden

In het tehuis ‘Oranje- Nassau’ (Magelang, Java) van Pa van der Steur zaten deze militaire kinderen. Jongetjes, voorbestemd om dienst te nemen bij het Oost-Indische Leger. Ze voldeden aan alle drie de punten tegelijkertijd.
Daar valt iets meer over te zeggen.

Bordelen

Pa, dat was de Haarlemse zendeling Johannes van der Steur (1865-1945). Hij trok in 1892 naar Indië om daar een Christelijk tehuis voor militairen te openen. Hij hoopte daarmee een alternatief te bieden voor wat hij beschouwde als het zondige concubinaat. Als christen voelde hij bezwaren tegen buitenhuwelijkse relaties.
Het tehuis opende onder grote belangstelling. Van der Steur ging evangeliseren waar hij de zonde kon vinden en aan zijn achterban in Nederland kon hij dan ook berichten:

  • De bordeelen hier zijn geheel anders dan in Holland. Ontzettend, afzichtelijk, vuil en vunzig. Ik vind dat ze veel gelijken op beestenstallen.

Ja, dan heb je als christen-prediker je werk gevonden.

In 1893 arriveerden de eerste kinderen in het militaire tehuis. Ze hadden een Europese vader, en vermoedelijk eeb Javaanse moeder. Daarna kwamen er meer en meer. De kinderen noemden Van der Steur: Pa.
Naarmate het kindertal groeide, werd het tehuis van Van der Steur omvangrijker. De cultuur veranderde van een min of meer gezellig gezin naar een bedrijfsmatiger aanpak. Uit Haarlem reisde zijn zuster Marie naar de Oost, waar ze Moe van der Steur werd.
Van der Steur betaalde de kosten van het tehuis zelf. Dat ging voor honderd procent via donateurs, tot hij van gouverneur-generaal Van Heutsz in 1905 een structurele subsidie kreeg.
Dan zijn we dus al honderden kinderen verder.
Jongens, meisjes. Een Europese vader die afwezig was. Een moeder die geen rechten kon laten gelden.
Het tehuis van Pa bestond tot in 1945. Toen ging het over in andere handen; het bestaat in zekere zin nog steeds.

Tjimahi

Donateurs in die tijd waren veeleisend. Van de weeromstuit wilde Van der Steur al binnen een paar jaar opnieuw beginnen. Hij dacht na over het opzetten van een school voor jongens, zodat hij ze kon klaarstomen voor het leger. Die school zou in Tjimahi moeten staan.
Begin december 1898 meldde het dagblad De Locomotief over de vorming van een ‘Christelijk Pupillencorps Oranje-Nassau’, een naam die meteen aan de Pupillenschool van Gombong deed denken. Een uniform had Van der Steur al bedacht:

  • … bestaande uit een blauw gestreepte kiel, dito lange broek, model schoenen en een modelpet, zijnde deze laatste een platte marinepet met geel galon en oranjecocarde.

De voortvarende Van der Steur bleek al in oktober 1898 zijn plannen hebben voorgelegd aan de gouverneur-generaal, evenals een aanvraag om subsidie. Met optimisme vroeg hij ook aan het publiek in Indië om geld. De Locomotief publiceerde een lange ingezonden brief van zijn hand, waarin hij onder andere schreef:

  • Hoofdzaak is nu dat ik geld voor het bouwen kan vinden.
  • Wij hebben daarvoor circa f 20.000 nodig en hebben ongeveer f 2.000.
  • Geldloterijen vragen wij niet aan, wij verwachten dat deze luttele som door offervaardigheid bij elkander zal komen.

Achttienduizend gulden, een kapitaal in die tijd. Helemaal geen ‘luttele som’. En dat moest zomaar gedoneerd worden aan een particuliere onderneming, een Hollandse zendeling die kwam vertellen hoe Indië moest leven?
Het geld kwam er niet.

Gombong

Dat de fundraising van Van der Steur mislukte, zal ook te maken hebben gehad met de militaire pupillenschool te Gombong, waar jongens veelal op kosten van de staat werden klaargestoomd voor het leger. Er waren voortdurend discussies over in de pers, maar Gombong functioneerde wel. Er werden jongens afgeleverd.
Ik lees er nu veel over in de oude Indische kranten. Inmiddels ken ik zeven, acht families met een voorzaat in Gombong.

Mijn biografie van deze fascinerende man.

Lezing in Den Haag

Het borrelt in mijn hoofd over die kinderen, vooral die militaire jongens. En vooral die Indische militaire jongens, die ook op Gombong zaten.
Daar ga ik dus een lezing over houden. Vooral over Pa van der Steur, wie hij was en de gang van zaken in zijn tehuis. En over de relatie met Gombong.
Ik ben uitgenodigd bij de Vriendenvrijdag van de Indische Genealogische Vereniging (IGV) en het Centrum voor Familiegeschiedenis (CBG). Dat is op 17 oktober 2015, in Den Haag. Aanvang 1400 uur. De dag begint al om tien uur ’s morgens
Het is eigenlijk alleen voor vaste vrienden, maar aanmelden mag en kan als u er dan bij vermeldt dat u via de Indische Schrijfschool komt. Mail dan naar: vriendenvrijdag@igv.nl/ (kopie-plak het mailadres)
De zaal is klein en vol is vol.

Lezing online

Lukt aanmelden voor Den Haag niet (meer)?
Plan B is dezes. Zaterdag 1 november 2025 om 09.30 uur geef ik de lezing online. Met het formulier hieronder kunt u zich bij mij aanmelden.

Attentie: opgeven voor de lezing is gesloten. Wilt u op de hoogte blijven van de kennis-lezingen,  geef u dan hier op.

De militaire kinderen van Pa van der Steur (1865-1945)

  • Het hoe en waarom van Pa van der Steur: wie hij was en wie hij werd
  • Hoe de jongens in het tehuis kwamen
  • Afkomst en familie (wie waren ze?)
  • Concurrentie Van der Steur- Militaire Pupillenschool Gombong
  • Van Heutsz als suikeroom
  • Maatschappelijke visie op Indische jongens
  • Enkele jongens nader voorgesteld
  • Waar de meisjes bleven
  • En ook: wat zit er in het Pupillenarchief van Pa van der Steur?

 

Wanneer was de eerste Dierendag in Indië?

Baby op een paard op een erf in Nederlands-Indië (KITLV 183474)

Dierendag is iets moois. U en ik denken na over het leven van dieren, en hopen dat aangenamer te kunnen maken. Ik ga een cadeau maken voor Ollie, de zwart-witte kater die mijn leven deelt, en tijdens het knutselen dacht ik opeens: ‘Maar wanneer was de eerste Dierendag in Indië?’
Dat zijn van die vragen, ze laten me niet los eer ik het antwoord heb en denk met mij mee, want er is een probleem.

Eerst het officiële verhaal. In 1929 werd besloten stil te staan bij het dierenwelzijn, en de speciale dag ervoor werd de sterfdag van Franciscus van Assisi, dus 4 oktober. In 1930 was de eerste dierendag in Nederland, zegt de website van de Dierenbescherming.

Bandoeng

In het Bataviaasch nieuwsblad van 23 april 1927 (dus drie jaar eerder) lees ik dat de Dr. E.F.E. Douwes Dekker op zijn eigen school, zijnde het Ksatrian Instituut te Bandoeng, een Dierendag organiseerde. Dit gebeurde er:

  • Met de sterke projectielantaarn van de school werd een gansche Shepherd Blinx and Bunda-serie, de avonturen van een aap en een kat in de Londensche Zoo, op het zilveren doek gebracht.
  • Deze avonturen-film van Shepherd’s beroemde Blinx and Bunda is een tot een geheel samengevoegd uittreksel uit de serie, welke in de London News destijds zoo’n opgang maakte.
  • Dat de jeugd er haar hart aan ophaalde, behoeft niet te worden betoogd. Voorts werd er in de lagere klassen verteld over dieren en in de hoogere voorgelezen.

De dag erna liepen de kinderen mee in een optocht, terwijl ze grote dierenposters droegen, die op school ware gemaakt.
Altijd interessant, deze man. Iemand met visie, op educatie, op de toekomst van de Indië (onafhankelijkheid) en kennelijk ook met hart voor dieren. Hoe hij ertoe kwam, staat er helaas niet bij. Dat moet ik opzoeken in de biografie die Frans Glissenaar van hem schreef: DD. Het leven van E.F.E. Douwes Dekker (1879-1950).
Onthoudt u deze dag even? Verderop ga ik een vraag stellen.

Vereeniging voor Dierenbescherming

Indië moest wennen aan het fenomeen Dierendag, is mijn indruk. Het leefde vooral bij afdelingen van de Nederlandsch-Indische Vereeniging voor Dierenbescherming. Die waren in 1929 en 1930 bepaald niet in elke grote stad aanwezig. In Batavia wel, daar werd in maart 1929 vergaderd onder leiding van de ‘gepensionneerd Overste Nole’, een hoge KNIL-officier dus, over het dierenasiel dat er moest komen. Dat diende eveneens om leden te werven, want de afdeling Batavia had er slechts 500. En dat voor die grote stad.

In augustus 1931 berichtte De Locomotief over de afdeeling Jogja van de Dierenbescherming, er was vergaderd in de vrijmetselaarsloge Mataram:

  • Het bestuur, dat door vertrek van leden aangevuld moest worden, werd als volgt samengesteld: voorzitter de heer C. A. de Visser, gouvts. veearts, secretaresse-penningmeesteresse mevrouw Rissik, leden de heeren Halkema en Stein.
  • Eere-voorzitter der afdeeling is de resident van Jogjakarta, de heer P. Westra.

Notabelen dus, mensen met connecties en invloed. Dat was hard nodig. Het voorstel van het hoofdbestuur om een Dierendag te organiseren, werd door de afdelingen aangegrepen om propaganda te maken. Meer leden, meer geld, meer goeds te doen. De afdeeling Jogja wilde door de hele stad punten met drinkwaterbakken voor trekdieren, dat kon dan mooi op 4 oktober, als de fondsen ervoor tenminste bijeen gebracht waren.
De afdeeling Soerabaja zette in op het bouwen van een dierenhospitaal met een kliniek, terwijl ook de kwestie van de ‘onbeheerde honden’ (zwerfhonden) de leden aan het hard ging. De afdeeling Bandoeng zag het doel van Dierendag wat groter: het moest gaan over de hulp aan alle medeschepselen. En de afdeling Medan stuurde een persbericht naar de kranten waarin onder meer stond: ‘Wij menschen hebben een groote schuld aan de dierenwereld goed te maken, — moge daarom een ieder het zijne bijdragen, om het lot en het leven der dieren zooveel mogelijk te verzachten en dragelijk te maken.’

Officieel

In 1931 was de eerste officiële Dierendag van Indië. Het Soerabaijasch handelsblad berichtte er tevreden over:

  • Het leek wel of het dagelijksche leven zelf wou meewerken om het geheel te helpen slagen, want… er reden Zaterdag opvallend veel dogcarren zonder paard en het publiek zit erin, alsof het nooit andere dan deze vehikels gebruikt heeft.
  • Vochtige en slechte stallen doen deze motoren niet zooveel kwaad als de paardjes, die na dagen in de gloeiende hitte ’s nachts in zoo’n groot hok worden ondergebracht.

De padvinderij had gecollecteerd, een thé dansant had zo’n honderd gulden opgehaald, en het aantal leden was toegenomen.

Mevrouw A.C. de Jonge, geboren barones van Wassenaer van Catwijck, vermoedelijk op Java (KITLV 78992).

Mevrouw de GG

Toch bleef het werk van de Nederlandsch-Indische Vereeniging voor Dierenbescherming iets moeizaams houden. Dat is vaak zo met particulier initiatief. Je moet er tijd voor hebben, en zeker wanneer je een mentaliteit wil veranderen.
Ik heb de indruk dat de Vereeniging pas werkelijk kracht en macht kreeg enkele jaren later. Met de komst van gouverneur-generaal De Jonge, was ook zijn echtgenote naar de Oost gekomen: Anna Cornelia barones van Wassenaer (1883-1959), een vrouw met een groot sociaal hart, dat ook stevig voor dieren klopte, vooral voor paarden. In 1936 nam ze afscheid als erelid. Ze heeft een zekere invloed gehad. Connecties genoeg, ook via haar echtgenoot. Het hoe en wat van haar werk is weer een ander artikel, maar ik voelde meteen sympathie voor haar, dat ze voor dit emotionele moeilijke werk koos. Er zit een boek in het leven en de inzet van al die GG-echtgenotes, dat is zeker.

Maar nu de vraag:

  •  Eerste Dierendag officieel vastgesteld in 1930
  •  Eerste officiële Dierendag in Indië in 1931
  •  Douwes Dekker organiseert een Dierendag in 1927

Wanneer is dan de eerste Dierendag in Indië?

Dat is dus het mooie van historisch onderzoek doen. Een eenvoudige vraag kan een ingewikkeld beeld oproepen. Het is de enige manier om Indië beter te leren begrijpen.

Praat met mij

Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Waarom mevrouw Gottschalk anno 1905 een rolmodel was

  • ’t Is, meenen wij, een eenige gebeurtenis, dat mevrouw A. D. Gottschalk, wier portret wij hierbij aanbieden, eenige dagen geleden tusschen haar leerlingen en oud-leerlingen den dag mocht herdenken, waarop zij vijfentwintig jaar geleden onderwijzers werd van de Semarangsche Fröbelschool.

Aldus het Weekblad voor Indië. We zijn in 1905, dus mevrouw Gottschalk trad aan in 1880. Als een vrouw met een betaalde betrekking dus. Uitzonderlijk voor Europese vrouwen uit deze tijd. Er waren weinig vacatures en wat er was, werd matig betaald. Een vrouw werd geacht tot haar huwelijk onderhouden te worden door de familie, daarna door haar echtgenoot en bij tegenslag uiteindelijk door de kinderen. Een afhankelijke positie.
Wanneer ze economisch zelfstandig wilde zijn, dan kon dat alleen in beroepen die vrouwelijk geacht werden te zijn, dus in het verlengde van het willen-zorgen-voor-anderen, of wat ook zo vrouwelijk heet te zijn, gevoel voor kunst en schoonheid.

Bijvoorbeeld:

  • gouvernante
  • verpleegster, vroedvrouw
  • hoofd huishouden in een zeer respectabel gezin
  • gezelschapsdame (alleen bij andere dames)
  • journaliste (wel columns en een vrouwenrubriek, geen oorlogsreportages)
  • schrijfster (Melati van Java debuteert in 1874)
  • bloemiste (vooral indien getrouwd of weduwe)
  • pensionhoudster (getrouwd, idealiter weduwe)
  • zangeres, actrice, declamatrice (uitzonderlijk)

Getrouwd zijn was belangrijk, dat gaf een zeker fatsoen. Een ongehuwd meisje kon natuurlijk geen pension houden en heren ontvangen. Het mooie van de oude tijd is dat bij vrouwen altijd staat juffrouw (single) of mevrouw (getrouwd of weduwe).
Dat is dus ook het geval met mevrouw Gottschalk.

Juwelen

Over mevrouw vermeldt het Weekblad interessante feiten:

  • Nimmer nam mevrouw Gottschalk in dien tijd verlof, waarop zij het volste recht had kunnen doen gelden, en vol opgewektheid en liefde voor het onderwijs, vervult ze nog heden haar taak. Ze heeft er slag van, met de kinderen om te gaan, zich bemind te maken; getuige wel de vele geschenken, haar op dien gedenkwaardigen dag aangeboden.
  • Door ’t damespersoneel werd haar eene keurige, in nieuwen stijl vervaardigde schrijftafel aangeboden, en waar juweeltje van een bureau, en de leerlingen zorgden, dat alles wat meubel hoort, er op was. Niets was vergeten. Op de tafel stond bovendien een met twee prachtige bloemvazen, welke door de Loge ‘La constante et fidèle’ waren aangeboden. Bloemstukken en bouquetten waren in weelderigen voorraad aanwezig.
  • De kleintjes gaven twee schilderijen, terwijl de oud-leerlingen mevrouw Gottschalk verrasten met een briljanten ring, en haar door de directie der Fröbelschool een briljanten broche als duurzaam souvenir werd aangeboden.

Hier staat heel wat:

  •  mevrouw kreeg twee briljanten sieraden, dat is kostbaar. Ik dacht, dat is een soort pensioenvoorziening
  • ze krijgt een volledig ingerichte schrijftafel, wat een erkenning is van haar kwaliteit als werkende vrouw
  • ze heeft collega’s, want er is ‘damespersoneel’
  •  er is waardering voor haar van de Semarangse vrijmetselarij; deze loge had de school opgericht

Verderop vermeldt het Weekblad nog dat mevrouw zestien jaar werd toen ze onderwijzeres werd, wat doet nadenken over het wel of niet kunnen volgen van een opleiding. Misschien begon ze al lerend. Dat is dan heel goed gegaan, want bij het jubileum in 1905 is ze evenals mej. J. van den Bos hoofdonderwijzeres met 175 leerlingen en vermoedelijk met damespersoneel onder zich.

Rolmodel

De Locomotief, februari 1918.

Ik kon haar verder nauwelijks terugvinden in de oude kranten. Kamerverhuur, in 1918. Haar familienaam Lincklaen Arriëns in het overlijdensbericht in 1926. Al met al geeft het de indruk van een bescheiden bestaan, ware het niet dat ze vermoedelijk vele generaties kinderen heeft onderwezen en voor vrouwen en meisjes een rolmodel was. O, had ze toch maar haar herinneringen opgeschreven.

Mevrouw Gottschalk had haar tijd mee als werkende vrouw. In Nederland legt Aletta Jacobs in 1878 haar laatste artsexamen af, waarmee ze de eerste vrouwelijke arts van Nederland is. In Den Haag is in 1898 de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, waar de nadruk ligt op betaalde arbeid door vrouwen. En in 1890 werd Charlotte Jacobs (inderdaad, de zuster-van) de eerste apothecares van Indië.
Maar niet elke vrouw kon zomaar alles doen anno 1905:

  • getrouwd of ongetrouwd was van belang
  • etniciteit: een Europese vrouw kon bijvoorbeeld wel hoedenmaakster worden, ook modiste, maar naaister (djait) dat was meer een beroep voor de inheemse vrouw
  • klasse: een vrouw uit de hogere klasse werkte niet voor geld, zij kon wel een eigen carrière maken in de wereld van de filantropie of andere idealistische verenigingen
  • leeftijd: als later de grote kantoren komen, bieden die vooral werkgelegenheid aan jonge meisjes. Daar heeft Ems van Soest heel goed over geschreven in haar autobiografische roman De Pauw (1930).

Waar ik over twijfel is het beroep van tokojuffrouw. In de roman Toko Vermaas (1908) van Thérèse Hoven lees ik over de gelijknamige toko in Soerabaja. Een boekwinkel. Daar werkt de Indische Flip Soeters en hoe gaan die dingen, hij trouwt met Poppie Vermaas, zodat hij vastigheid in de toko bezit. De roman moet de lezers van toen herkenning hebben geboden. Lezers van nu struikelen over de clichés, maar… we krijgen wel een indruk van die toko. (Klik hier voor de roman ) Het lijkt me afhankelijk van het soort toko, het assortiment (boeken zijn misschien deftiger dan koekjes), de locatie en ja, als dat in orde is, dan is het misschien een beroep voor Europese vrouwen en meisjes.

Tot slot nog een vraag. Wat denkt u, is mevrouw Gottschalk Indisch?

Praat met mij

Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u de juiste informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Over de KMA in Bandoeng (gratis kennislezing)

KMA Bandoeng (Beeld defensie)

De Koninklijke Militaire Academie te Bandoeng opende in 1940. Het was de geliefde KNIL-commandant G.J. Berenschot die toen en daar een dramatische toespraak hield en onder meer zei:

  • Nederland in Oost en West staat nog ongerept overeind! Ook hier is het onze taak, den strijd in Europa te steunen met alle middelen, welke daartoe kunnen strekken. Voorwaarde daarvoor is, alles te doen wat in ons vermogen ligt om Nederlandsch-Indië ongerept te houden.
  • Daartoe behoort het gestadig uitbouwen van de weermacht, van het leger. Tot dien uitbouw behoort de zorg van de aanvulling en de uitbreiding van het corps beroepsofficieren.
  • De Koninklijke Militaire Academie moet daarom in werking blijven; zoolang dit niet in Nederland mogelijk is, brengen wij haar naar dit deel van het Rijk over.

Zo was het. Nederland overzee bezet. Het was belangrijker dan ooit om naar de toekomst te kijken en loyale en goed opgeleide officieren te hebben. Praktisch gezien. Moreel gezien.
Moedeloosheid moest vermeden worden.

De enige optie voor een nieuwe locatie van de KMA was Bandoeng. Achter de schermen was het razendsnel gegaan, de voorbereiding, de locatie, de cadetten, de opening.
En wat een gewicht had deze KMA. Voor Nederland, om een baken van vrijheid te zijn. Voor de cadetten, die beroepsofficier zouden worden. En ook voor Indië, want dat had Berenschot gezegd: “…om Nederlandsch-Indië ongerept te houden.”
Japan was een groeiende militaire dreiging.
Geen wonder dat die opening zeer druk bezocht werd. Militaire en civiele autoriteiten, Bandoengers, journalisten. Hier was trots en vrijheid aanwezig. Hier werd ook de schaduw gevoeld wat hetgeen kon komen en dichterbij kwam.

Bandoeng

Deze snelle gang van zaken, tussen de sluiting van KMA Breda en de opening van KMA Bandoeng, fascineert me. Opeens kon het wel, deze prestigieuze opleiding naar Indië. En het lukte, in een voorlopig eerste onderkomen.

  • Er waren voldoende cadetten
  • Er waren docenten
  • Er was een opvatting over de cultuur van de KMA Bandoeng

Toen ik de eerste keer over de KMA Bandoeng las, riep het alleen maar vragen bij me op. Vooral over de cadetten, want ik ontdekte enkele Indonesische namen.
Namen die na de oorlog in dat andere leger bekend raakten en hoge rangen bereikten. Uit mijn eerdere onderzoek naar Van Heutsz herinnerde ik me de discussies over het wel of niet toelaten van Indonesiërs tot de officiersrangen. Kennelijk was er iets veranderd, dat de KMA nu deze cadetten aannam. En dat in deze tijd. Het nationalisme groeide, de roep om onafhankelijkheid evenzeer.
Ik dacht: waar kwamen die cadetten eigenlijk vandaan?
Hoe kom je op zo’n korte termijn aan een lesprogramma en wat is werkelijk belangrijk als je Japan in je nek voelt hijgen?
En wat gebeurde er eigenlijk op die KMA Bandoeng?
Met de capitulatie van het KNIL in maart 1942 kwam er ook een einde aan de KMA Bandoeng. Al met al bestond de instelling dus nog geen twee jaar, maar wat een roerige tijd is het geweest, en wat een druk stond er juist toen op deze KMA.

Commandant G.J. Berenschot, 1939 (Nationaal Archief / Fotocollectie Anefo)

Kennis-lezing

Voor deze kennis-lezing ben ik de geschiedenis in gedoken en wat ik vond, ga ik straks met u delen in een gratis online kennislezing, met mooie historische beelden.
Ik blijf hopen op een film met daarin een sprekende generaal Berenschot, zijn toespraken waren zo vlammend en bemoedigend, wat hard nodig was gezien de oorlogsdreiging.
In de lezing over de KMA Bandoeng neem ik u mee terug naar vroeger, en ik ga dieper in op het ontstaan van de academie, op het lesprogramma en de ontwikkelingen.
Ook stel ik enkele Indonesische cadetten nader aan u voor. Daarbij zal ik vragen stellen over loyaliteit, ter overdenking. Want juist dit deel van de KMA-geschiedenis is daardoor ingewikkeld. Kennis is de eerste stap, leren begrijpen de tweede.

In deze lezing reconstrueer ik de bijna vergeten geschiedenis van de KMA Bandoeng en ik  haal enkele cadetten van toen voor het voetlicht.
Een lezing over gedeelde geschiedenis, aanwezig op een kruispunt van grote ontwikkelingen.

Praktisch
KMA Bandoeng
Wat: gratis online kennis-lezing
Wanneer: donderdag 2 oktober 2025

Attentie
Opgeven kan niet meer. Wilt u op de hoogte blijven van komende kennislezingen, geef u dan hier op: klik en kijk hier

Hoe Asimah (7) opeens verdween, Soerabaja 1919

Asimah was een meisje zoals veel andere meisjes, ze hield van buiten spelen, van haar mooie armbanden en ze vertrouwde op de buurvrouwen.
Op 6 december 1919 verdween ze. Moeilijk detail: ze droeg haar gouden armbanden ter waarde van 350 gulden. Dan hou je je hart al vast. En terecht.
Haar vader loofde een beloning uit van 500 gulden.
We zijn in Soerabaja.

Wat een schok moet dat zijn geweest. Ook al staan de kranten in die tijd vol met moord en doodslag. Ik bladerde door de maanden en dacht, er gaat geen week voorbij zonder moord, wat een tijd, wat een onrust.
En dat terwijl het jaar ervoor de Eerste Wereldoorlog eindigde. De Volksraad trad aan. Het ergste van de Spaanse Griep leek voorbij te zijn. Een tijd waarin menigeen liever naar de toekomst dan naar het verleden keek.
Misschien kwam roerige het door de overgangstijd; Indië veranderde, in de Volksraad zaten nu ook Indonesiërs, een teken aan de wand.
De geschiedenis bewoog naar de moderne tijd, maar wat bleef en altijd blijft, is het menselijk verhaal.

Juwelen

De zaak van Asimah viel op.
Zeven jaar.
En geadopteerd door ‘de ‘Bombayer Desay, Kampoeng Noorbeek’, een man uit India dus.
Overladen met dure juwelen, een prinsesje voor haar vader.
Wat gebeurt er, een van de juwelen duikt op in een pandjeshuis. De vrouw die de ketting aanbod, werd aangehouden. Ze zei dat deze ketting een geschenk van haar eigen vader was geweest. Bij deze man werd geleidelijk duidelijk wat zich had afgespeeld.

  • Van den halsketting wist hij niets af maar scherp verhoor vertelde hij dat zijn dochter op Maan- dag. 3 December jl. met een kinderlijkje, in een koffer geborgen, bij hem thuis was gekomen.

  • Aanvankelijk zeide hij haar daarmede niets te maken te willen hebben, doch gaf later toestemming om het lijkje in de privaat te werpen: er werd naar gezocht en het lijkje werd gevonden zonder hoofd.

  • De vrouw werd opnieuw aan een verhoor onderworpen en bekende thans het kind, tezamen met een huisgenoote te hebben vermoord en beroofd. Zij woonde vlak naast den pleegvader van het kind en zag het nagenoeg elken dag in de nabijheid spelen.

  • Veel van haar kleedingstukken en sieraden had zij verpand, waarom het plan in haar rijpte om het meisje af te maken en te bestelen: zij sprak daarover met haar huisgenoote, die onmiddellijk voor het plan te vinden was.

Asimah, uit het Weekblad voor Indië.

Zo gebeurde het. Asimah wandelde langs het huis van de buurvrouwen die het meisje wurgden. De juwelen werden beleend door de ‘hoofddaderes’, die tegenover de vriendin thuis loog dat ze onderweg een aantal juwelen was verloren.
De aanwezigheid van het lichaam vormde een probleem. Nu komen gruwelijke details:

  • Maandag 8 December jl., besloot zij het lijkje bij haar vader, die te Kalisossok woont, te verstoppen en wilde het voor het vervoer in een koffer doen, welke echter te klein bleek te zijn, waarom zij zij met den koffer, waarin zich thans het in stukken er het hoofd en de armen van afsneed.

  • Vervolgens stapte zij met den koffer, waarin zich thans het in stukken gesneden lijkje bevond, in een kossong en reed daarmede naar haar vader te Kalisossok, die weigerde het lijk bij zich in huis te nemen: op haar herhaald aandringen stond hij echter ten slotte toe, dat het lijkje in de privaat zou worden gegooid.

  • Het hoofd kon er niet meer in, waarom zij besloot dat in de privaat van één der afwezigen te werpen.

Vader

Het Weekblad voor Indië publiceerde foto’s van de vrouwen ‘voor wie de galg haast nog te goed is.’ Dat stond erbij. Ze hadden inmiddels bekend.
Op een dergelijke misdaad stond inderdaad de doodstraf.
Hiermee was het verhaal nog niet af. Het voorgaande is ontzettend, nu komt het hartverscheurende. Daarover schreef De Preanger-bode, begin 1920.
De vader is de ‘Britsch-Indischen-Hindoe N.R. Disay’, de buurvrouwen zijn de twee Javaanse vrouwen Watini en Arminah. De krant vertelt dat de vader in de dood van zijn dochtertje wil berusten – ‘als zijnde haar lotsbestemming’- maar er was te veel bijkomende pijn voor hem: dat in stukken snijden, dat hij haar zo had moeten begraven, en dat alles door gebrek aan inzet bij de kampongpolitie. Hij had daar mannen gewaarschuwd, een premie uitgeloofd, vragen gesteld – en op hem werd geen acht geslagen. Misschien zat er ook zelfverwijt bij, hoe onterecht ook.

  • Het was op Zaterdag, 6 December, zoo ging hij verder, dat hij ’s middags om één uur thuis kwam en zijn kind miste; den volgenden morgen zou hij met haar naar Madioen zijn gegaan, omdat het kind behoefte had aan andere lucht.

  • Asimah was gewoon bij de buren te spelen, Watini en Arminah, die haar steeds aanhaalden en haar op een dag, toen zij, in plaats van zware, gouden armbanden, lichtere droeg, vroegen, waarom zij toch niet die andere armbanden om haar polsen had; thuis gekomen, smeekte zij kaar vader de zware, gouden armbanden weder te mogen dragen.

  • De vader gaf toe.

  • Het was zijn eenig kind!

Ja, kassian ook die vader. Waarschijnlijk alleenstaand, van een moeder is geen sprake. Hij zoekt zijn recht via de krant en hoopt dat er een rechtszaak komt over de inzet van politie, hij wil getuigen – hij wil en wil. Maar hij is een man vol verdriet, wanhopig ook.
Het verhaal bleef bij me hangen, door die contrasten. Die liefdevolle vader. Die slechte buurvrouwen. Dat jonge meisje. Het deed me gewoon een beetje pijn. En ik dacht, hoe kwetsbaar zijn we toch in ons bestaan, hoe snel kan het menselijk verhaal verdwijnen in de grote geschiedenis.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

“De Jappen herken ik feilloos in het straatbeeld” interview

Een boek over je moeder schrijven, over haar kamptijd in Lampersari en over háár moeder, hoe  valt dat in de familie? Carolijn Cockram kan het uit eigen ervaring vertellen. Ze schreef Kind van een kampkind. Familie-erfenissen uit Indië. Een publicatie in eigen beheer. Ik was er een tijdje bij als haar schrijfcoach.
Deze zomer presenteerde Carolijn haar boek, terwijl haar moeder, Marijke de Bouter (1937), erbij was, keek en luisterde. Hoe was dat?
Een interview.

De boekpresentatie verliep een beetje chaotisch, maar dat was eigenlijk juist leuk. Iedereen werd er vrolijk van. Mijn verhaal kwam gelukkig goed over. Ik heb vooral gesproken over de veerkracht en het optimisme van mijn moeder en van haar moeder in het kamp. En over de drang om te overleven. Mijn moeder was pas vijf jaar toen ze in Lampersari kwam en acht toen de bevrijding kwam, dus ze heeft drie jaar van haar leven in het kamp doorgebracht. Ze heeft er geen trauma aan overgehouden. Wel hoorden we thuis verhalen over de oorlog.

– Je moeder was ook bij de boekpresentatie. Hoe vond ze het?

Tijdens de boekpresentatie

Een fantastische dag. Ook omdat ze snel in gesprek raakte met een ander kampkind van over de negentig jaar. We kenden haar niet. Zij was afgekomen op het wat er in de plaatselijke krant had gestaan. Ze hebben eindeloos samen gepraat, zag ik vanuit mijn ooghoeken. Na de presentatie was er een borrel en ik zag hoe ze met allemaal mensen in gesprek raakte. Mijn ouders zijn eigenlijk heel trots, zowel op het verhaal en dat ik het heb vastgelegd. Ze hebben me van te voren geen beperkingen opgelegd, ik mocht alles opschrijven.

– Dan sta je wel voor een pittig iets. Je moeten inleven in je moeder toen ze kampkind was. Het lijkt me moeilijk.

Het is ook moeilijk. Als ik nu bij mijn moeder ben, zie ik haar vooral als dat kleine meisje in Lampersari. Dat komt ook doordat ik zo lang in dat verhaal heb gezeten.
Maar het is wel heel dichtbij gekomen, op een nieuwe manier. Ik kan er niet alles van onder woorden brengen, zoals waarom ik niet naar Japan wil en waarom ik niet afkom van het woord Jappen. Dat zit in me, door vroeger. En dat zijn emoties, dat weet ik wel. Veel woede en verdriet, die zijn een soort erfenis geweest.

– Heb je nu ook het gevoel dat je de familie beter kent en begrijpt?

Toen mijn oma nog leefde, had ik een goede band met haar. Maar door het schrijven van dit boek heb ik geleerd meer door te denken bij wat oma indertijd vertelde. Dus niet het alleen aan te nemen. Ik kan nu verder denken van: hoe was dit en dat voor haar, wat zou ze toen gevoeld hebben?
Mijn moeder vertelde ook verhalen, die heb ik lang alleen aangehoord. Maar nu ben ik er dieper over gaan nadenken, en daardoor begreep ik haar ook beter.

Uit: Kind van een Kampkind

In Lampersari, een angstig moment.

Mijn moeder rende als een speer naar oma toe. Met zijn tweetjes stonden ze binnen tegenover de twee Jappen, zonder te weten wat die kwamen doen. Een van die Jappen droeg een zwaard in een schede en met een plotseling gebaar trok hij dat zwaard en hield het dreigend boven de hoofden van oma en mijn moeder. Pure intimidatie was het, maar zo zag mijn moeder het niet, en met haar bijna 6 jaar raakte ze volledig over haar toeren.
De Jappen spraken oma toe in het Japans. Het was weer zo’n Japanse vertoning van onberekenbaarheid en onredelijkheid. Uiteraard begreep oma niet wat ze zeiden en de angst sloeg haar om het hart. Ze sloeg een arm om mijn moeder in de hoop dat die haar een beetje kon kalmeren.

– Wat voor reacties kwamen er buiten de familiekring?

De meest voorkomende opmerking is geweest dat mensen geen idee hadden wat daar zich heeft afgespeeld in Nederlands-Indië. Ik kreeg  veel reacties en de  hoofdtoon is: wij wisten dit allemaal niet. In die zin vind ik het bevredigend dat het boek er is. Dat ik ze dit heb kunnen bijbrengen, om het zo maar te zeggen. Deze geschiedenis.

– Maar we hebben een wereld vol internet en bibliotheken, bomvol boeken. Waarom wisten ze het niet?

Geen idee.  Iedereen zei ook dat ze op de middelbare school hierover niets gehoord hadden. Ze lazen mijn boek omdat ik het persoonlijke verhaal combineerde met de geschiedenis. Dat vond men echt ongelooflijk om te lezen. Daardoor zag hoe dat mensen geen idee hebben van  wat er in Indië is gebeurd.
Het gaat niet alleen over het kamp, ik beschrijf ook de tijd ervoor op Borneo en dat mijn grootouders begin 1950 pas definitief naar Nederland kwamen. In het laatste hoofdstuk gaat het over de familie-erfenissen, hoe ik dat persoonlijk heb ervaren om kind van een kampkind te zijn, en kleinkind van een oma die ook in dat kamp zat.

Uit: Kind van een kampkind

Carolijn is het kind van het kampkind, en dat draagt ze met zich mee:

Ik weet niet beter, maar aan de reacties om me heen merk ik dat het niet normaal is om ‘Jap’ te zeggen. Sommige mensen zie ik schrikken, anderen moeten erom lachen. Ik denk dat ze het niet begrijpen. Het voelt voor mij niet goed om ‘Japanner’ te zeggen, het is alsof ik daarmee mijn familie verraad. De Jappen, ik weet ze feilloos te herkennen in het straatbeeld. Ik heb een soort ingebouwde radar die ze detecteert, zonder dat ik me daar op het moment zelf bewust van ben en zonder dat er, anders dan bij mijn oma of moeder, angstgevoelens of vluchtneigingen naar boven komen.

Boek bestellen? Dat kan via de website van Boekenbestellen.nl: klik hier en kijk hoe dat gaat. 

 

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Ga naar de bovenkant