Indische schrijfschool

Wat het grote nadeel is van Indische bescheidenheid

Indische bescheidenheid is een mooie eigenschap, die evenwel een groot nadeel heeft. Want wie terughoudend is met het benoemen van eigen talenten of verdiensten, is afhankelijk van anderen. Die anderen moeten het willen zeggen. Benoemen. Hardop. Of opschrijven.
Anders vervaagt het, verdwijnt het. Dan is er niks meer.

Landmeter

Landmeten, circa 1910 (Shelfmark: KITLV 86361)

Als het aan J.H. de Windt (1861-1942) had gelegen, was het interview voor het Weekblad voor Indië aan hem voorbij gegaan en die foto helemaal. Hij is afwerend. Bescheiden. Alleen dankzij het aandringen van zijn vrouw kwam het er toch van. Daardoor weten wij iets meer van wie hij was. Met een beetje onderzoek kwam ik meer te weten over zijn leven. En ik voelde een toenemend ontzag voor hem, want ik begreep wat een harde werker hij geweest moet zijn, en dat met een moeilijk begin van zijn leven.
Ik volg het interview en vul het tussendoor aan. Het is hier en daar wat stroef Nederlands, dat heb ik overgenomen.

  • Dezer dagen heeft de heer J.H. de Wind zijn veertig jarig jubileum gevierd als landmeter. Daar zo’n feit zich niet alle dagen in Indië voordoet, besloten wij hem eens een bezoek te gaan brengen en te trachten zijn portret te krijgen. Wij vreesden al onverrichterzake te moeten terugkeren daar wij wisten dat de jubilaris zeer bescheiden, overbescheiden was.
  • – Een portret van mij geen sprake van, mijnheer. Wie zal er nu in mij belang stellen?
  • En uw gouden medaille dan? En de Oranje-Nassau, Die zal u toch helemaal niet voor niets gekregen hebben?
  • – Nee, de Oranje-Nassau, dat was voor Korentjie. Daar heb ik achttien dagen in de wildernis alleen gedekt door twee gewapende lui, opnamen gedaan. Iedere dag kwamen wij tijgers tegen en vermoeiend, geen voorbeeld van, maar als het werk goed gaat, dan kan men tevreden zijn.

Landmeter dus, in dienst van het KNIL. Het betekende landkaarten maken. Daarvoor moet je opmeten: hoe lang dit, hoe hoog dat. Landschappen met wat er in dat landschap staat. Hij vertelt over werkzaamheden te Korentjie (Sumatra), dat kennelijk behoorlijk gevaarlijk was. Vandaar die koninklijke onderscheiding, in goud nog wel, de hoogste van het brons-zilver-goud rijtje. Dat krijgt niet iedereen. Vermoedelijk heeft zijn vrouw er bij hem op aangedrongen de onderscheiding op de foto te dragen.

Erkenning

  • Trouwens, ik heb over het gouvernement absoluut niet te klagen. In de Lampongs heb ik bij een rijtuigongeluk mijn been zo ernstig gekneusd, dat ik dertien maanden nagenoeg geen dienst heb kunnen doen en toch mijn volle traktement plus mijn emolumenten genoten.
  • Dat was prachtig, nietwaar?
  • Toen dan ook de leus weerklonk ‘Mannen voor de Indische Partij treedt voor’ toen paste ik. Ik zou een schurk geweest zijn als ik mij zoo ondankbaar had betoond.

Met de Lampongs bedoelt hij de Lampongse districten, gelegen op Zuid-Sumatra. Daar, op Sumatra, werd hij geboren in de afdeling Benkoelen.
De Windt is een loyaal man, trouw aan het gouvernement, zo blijkt. Want de Indische Partij streefde naar een Indië los van Nederland. Misschien is dankbaar een beter woord dan loyaal. Erkentelijk blijven is belangrijk. Hij is immers nog in dienst van datzelfde gouvernement als het artikel zal verschijnen.

Indo

Verder met het interview.

  • Soms had ik wel eens een onaangename chef.
  • Zo was er eens één in het begin van mijn diensttijd, die de opmerking maakte: ‘Zoo ben jij een Indo. Daar werk ik niet graag mee, want dat zijn allemaal dieven en leugenaars.’
  • Mijnheer, het bloed vloog mij naar het hoofd en was ik niet getrouwd geweest, dan had ik hem misschien… Maar ik beheerschte mij en dacht Kerel, ik zal tonen dat je liegt daar heb ik mij aan gehouden dáár ben ik trots op.

De namen van zijn ouders, uitsnede van het stamboek.

Dat is de scherpste opmerking die De Windt maakt, een teken dat hij gevoelig is voor dit soort racistische opmerkingen. En terecht. Hij komt op voor zijn afkomst en daarmee voor die van alle Indische werknemers.
Wat hij niet zegt, is wat ik las op zijn stamboek:
vader: James Willem Frederik
moeder: Noeraima (Inl. vrouw)
Daar las ik ook jaar en plaats van zijn geboorte: Benkoelen 3 januari 1861
En zijn volledige naam: Johannes Hermanus de Windt
Dus ten tijde van het interview is hij 57 jaar.

Topographische Dienst

  • – Zoo, en je hebt je jubileum feestelijk gevierd.
  • Mijnheer, toen ik in het kantoor kwam, was de achterwand getooid met een mooie ketting die door mijn kinderen met groen en bloemen om het portret van Hare Majesteit de Koningin was gehangen met het bijschrift:
  • veertig jaar achter den meetketting
    36 jaar actief bij den Topographische Dienst
    29 jaar militair, zonder één minuut arrest.
    En dat is zwaar, ook als je geen militair bent van aanleg.
    25 jaar onderofficier.
    25 jaar echtgenoot.

Daar zegt hij heel wat. Geen militair van aanleg en toch al die lange jaren bij het KNIL. Zou hij in het militaire pupilleninternaat Gombong zijn geweest?
Ja. De stamkaart daarvan zegt: 28 maart 1870 opgenomen. Hij is negen jaar oud. Het is twee dagen na het overlijden van zijn vader. Dan blijkt dat hij een jaar oudere halfbroer heeft: Dirk Christianus de Windt, zoon van een andere moeder, zij heette Sie Mida. Ook Dirk gaat op dezelfde dag naar Gombong.
Over de moeders kon ik niets verder vinden.
Wel over het zusje dat er ook was: Catharina Elisabeth de Windt, geboren in 1859, de eerste dus van het gezin. Zij trouwt in Semarang met de controleur eerste klasse John Francis Loudon. Inderdaad, de Shell-familie. Het stond op de familiewebsite.

Militaire pupillen

Het pupilleninternaat fascineert me steeds meer. Ik wist dat het een gedegen opleiding was, en dat heel wat jongens na het internaat de dan groeiende topografische dienst in stroomden; er was immers de verplichting om na de internaatjaren tien jaar te dienen.
De Windt heeft bijgetekend, want 29 jaar is een behoorlijke tijd. Na vier jaar werd hij dus onderofficier, toen zal hij rond de 20 jaar zijn geweest. Daarna gaat hij uit het leger, en vervult hij een civiele functie bij de topografische dienst. Misschien werd hij te oud bevonden voor veldwerk met tijgers.

  • Al pratende kwamen wij nog eens op het portret terug, maar wij kregen De Windt niet voor de lens dan nadat zijn vrouw ons haar krachtigen steun had verleend.
  • Moge hem nog vele jaren beschoren zijn; zulke vaderlanders zijn zeldzame exemplaren. Men vertelt van hem.

De naam van de echtgenote is Josephine van Ginkel.

  • Nooit komt de heer De Windt in de soos.
  • Maar als de koningin jarig is, dan gaat hij bescheiden in een hoekje zitten en drinkt op de gezondheid van Hare Majesteit een glas champagne.

Kijk, dat koningsgezinde sierde de mens toen. En weer: bescheiden.

We hebben hier dus:

  •  J.H. de Windt (1861-1942)
  •  verloor vroeg zijn vader
  •  ging met zijn broer Dirk naar het militaire pupilleninternaat Gombong
  •  verwant aan de Loudons
  •  tientallen jaren een harde werker
  • bezit een koninklijke onderscheiding
  • familieman

Maar hij praat er liever niet over. Ik vraag excuus, mijnheer De Windt, dat ik uw verhaal toch wil bewaren. Anders is het net, of u er nooit geweest bent.
En dat is wel degelijk zo.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Hoe de Bersiap families verscheurde

Bandoeng, 1947. Achter staat Piet Scholte, links voor hem Djemini.

Bersiap is, afhankelijk van waar u staat, een beladen woord of een woord waarover u in discussie wilt, en dat wil ik niet.
Een beladen woord.
Uit die tijd zijn foto’s die u en ik niet lang kunnen bekijken en toch zitten ze dan in onze innerlijke beeldbank. Er zijn verhalen over het geweld, de rechteloosheid, de angst.
De verhalen gaan ook de families die verscheurd raakten. Degene die daar even mooi als aangrijpend over schrijft, is de Indische schrijfster Lin Scholte.
Haar familie was Indisch, Hollands, Indonesisch. En dan al die onbegrijpelijke situaties naast en door elkaar: het gezagsvacuüm, de pemoeda’s, het Indonesische leger, de geallieerde troepen. Dan de loyaliteit van voor, tijdens en na de oorlog: op wie kon je nog vertrouwen?

Er is al veel geschreven,
veel doorgegeven.
Ook over de Bersiap

Vanwege deze week neem ik grote delen op van het verhaal ‘Donkere dagen’, uit de bundel Bibis Koetis voor altijd (1974). Deze bundel maakt deel uit van het verzameld werk van Lin Scholte dat ik indertijd samenstelde. Daarbij schreef ik een biografische inleiding.

Donkere dagen

We zijn in Soerabaja.
Wie is wie:
Piet Scholte, de Hollandse vader van Lin Scholte
Herman en Bernard, broes
Soe, zuster van Lins moeder Djemini
Koetis, ook een zuster van Djemini

  • Op een dag werden Piet, Herman en Bernard van huis gehaald door een groep TRI-soldaten. Alle mannelijke blanda’s vanaf vijftien jaar moesten naar de gevangenis aan de Werfstraat in de benedenstad. Jan, de zoon van Soe, viel er net buiten met zijn veertien jaar. De volgende morgen ging een troep gewapende pemuda’s door de kampung om alle blanda’s te sommeren zich gereed te maken voor vertrek naar het kamp. Zij kregen een uur de tijd om hun spullen bijeen te pakken, waarna zij zich dienden te verzamelen bij de brug.
  • Bij Mam thuis waren ze bezig te pakken. Corrie waarschuwde dat de andere families al werden opgehaald door de pemuda’s. Nerveus sloot Mam de kast af, daarna de huisdeur. Ze gaf de sleutel aan Jan, die ermee wegsnelde om hem aan Ning Kadji te geven, de eigenares van het huis die vlak achter hen woonde. Het zestal liep het erf af naar de straat om zich bij de stoet te voegen.
  • De pemuda’s lieten Soe’s kinderen zich bij de groep aansluiten. Mam, Soe en Koetis wilden volgen. ‘Wat moet dat?’ vroeg een pemuda, ze tegenhoudend. ‘Loh, we horen er ook bij,’ zei Mam. ‘Ik ben de moeder,’ verklaarde Soe er achteraan. ‘Zijn jullie blanda’s uh!’ snauwde de man. ‘Wij zijn getrouwd met blanda’s; onze kinderen zijn blanda’s…’ Als antwoord klonk het huiveringwekkende: ‘Sssia-ááp!!’ Het had de uitwerking van een elektrische schok. Onmiddellijk werden de drie vrouwen omringd door een haag van pemuda’s.
  • ‘Zeg het nóg eens, ben jij blánda!’ sneerde de aanvoerder. Zijn gezicht was vlak voor dat van Mam. Schor antwoordde zij: ‘Ik ben orang djawa (ik ben een Javaans mens) net als u, maar dat zijn onze kinderen; wij vragen u beleefd ons toe te staan mee te gaan.’
  • Het oponthoud irriteerde hem. Met een gebaar beval hij zijn mannen de vrouwen terug te drijven. ‘Ajó! Loop dóór!’ schreeuwde hij. Zijn mannen drongen de drie zusters weer het erf op. Ze deden het op niet zachtzinnige wijze.  Corrie had zich uit de groep losgemaakt en rende terug naar haar moeder. Deze zakte op haar hurken neer – haar knieën knikten zo – en omhelsde haar dochtertje. ‘Flink zijn ja Cor, niet huilen hoor je; blijf bij Jan en Tien, gehoorzaam je broer.’ Daarbij drukte ze Corrie de pan gare rijst in de handen en duwde haar terug in de richting van de stoet.
  • Mam gaf het niet op. Ze bleef de aanvoerder achtervolgen met haar smeekbeden. Een pemuda porde haar ruw opzij; ze struikelde, maar viel niet. Vooraan in de rij kreeg iemand een klap met de geweerkolf omdat zij omkeek. ‘Kijk vóór je! Allemaal dóórlopen! Schiet op!’ werd er gebruld. Geïrriteerd door Mams hardnekkig smeken, wendde de aanvoerder zich abrupt om. De punt van de bajonet op zijn geweer wees op Mams buik. ‘Als je mee wil moet je maar eens hier doorheen zien te komen. Méns, wil je dóód!’ brulde hij razend. De bajonetpunt prikte haar vel. Alsof ze niet gekieteld wilde worden schoof Mam het ding terzijde, zeggend: ‘Loh djangan, ini kan sakit’ (Héé niet doen, dit doet pijn). Het klonk allerdwaast.
  • Koetis had neiging hard te lachen, maar zij kende haar zuster. De man kon niet weten dat Mbaju buiten zinnen was en in staat tot dingen die alleen maar fataal konden eindigen. Daarom greep ze Mam stevig bij haar arm en drong haar zacht terug. Fluisterde dicht aan haar oor zich te beheersen; de zaak niet erger te maken dan zij was.

Djemini overleefde de confrontatie Zoveel anderen niet. Nu het verhaal dat Lin Scholte opschreef met als vertelster haar tante. De titel: ‘Koetis neemt het woord’.

Koetis neemt het woord

Uiterst rechts, Tante Koetis

We zijn nog steeds in de na-oorlogse tijd die ook vol oorlog was. Na een lange omweg komt Koetis aan in Lawang. Ze reist met haar zusters Djemini (=Mbaju) en Soe. Uiteindelijk komen ze aan in Lawang. Ook daar is gevaar, vertelt Koetis.

  • Laat in de middag bereikten we Lawang. Om onverklaarbare redenen moesten alle passagiers uitstappen. Gewapende TRI-militairen en ook pelopors liepen tussen de vluchtelingen door. Alle bagage werd aan een visitatie onderworpen. Het stel pelopors dat onze barang onderzocht zag er onguur uit. In normale tijden zou ik ze voor rampokkers (gewapende rovers) versleten hebben. Hun gretige klauwen haalden alles overhoop.
  • Met de barang van Mbaju en mij waren ze klaar. Met die van Soe waren ze nog bezig. Daar zat er één met zijn vingers in de zak met beras. Het gezicht van Soe werd vaalbleek. Waarom? Het werd me al gauw duidelijk toen de man een pakketje papieren uit de beras tevoorschijn haalde. Hij vouwde de paperassen open en las ze. Ik zie het nog voor me: hoe hij zijn mond wijd opende en die schreeuw uitstootte: ‘Ssiááaap!’
  • Ik verbaasde me erover dat zijn stembanden niet scheurden. Zoals mieren rond een druppel stroop liepen de pelopors om ons te hoop. Wij stonden in een ononderbroken kring punten: van bambu runtjing, bajonet, tot klèwang en degen toe. De ‘eerlijke vinder’ zwaaide triomfantelijk met de papieren en verklaarde luidkeels dat deze het bewijs waren van onze ‘opdracht’ om te spioneren, dat wij spionnen van de blanda’s waren. De groep kwam in beweging. Wij werden vastgegrepen. Elk van ons werd van achteren aan de armen in een knellende greep gehouden door een pelopor. Het dreigende geschreeuw was oorverdovend. Uit het koor van verschillende stemmen verstond ik enkele kreten: ‘Dood aan de blanda-spionnen! Rijt ze open, smijt ze in de kali!’ Onweerstaanbaar drong de stank van uitwerpselen me in de neus. ‘Alle drie afvoeren!’ schreeuwde de aanvoerder.
  • Wij zetten ons in beweging, hoewel ik het gevoel had dat mijn knieën van rubber waren. De grond golfde onder mijn voeten; ik leek niet vooruit te komen. Het zweet stroomde langs m’n ruggegraat. Mijn denken stokte, ik wilde en kon aan niets denken, aan niemand. Des te makkelijker leek het me straks dit leven te verlaten. Hoe ver we liepen wist ik niet, hoe lang, evenmin. Ik wist wel dat we opeens stilstonden. We stonden nog steeds op dat perron, maar meer verwijderd van de andere vluchtelingen. Er kwam een generaal met een adjudant naast zich, op ons toelopen. Ik zag dat hij nu de documenten had; hij stond er nog in te lezen toen hij voor ons stilhield. De generaal nam ons onderzoekend op. Hij zag er wel nors, maar niet onsympathiek uit. De papieren omhooghoudend, verklaarde hij, terwijl hij om zich heen keek: ‘Mannen, broeders. Deze papieren bevatten geen opdracht voor spionage. Het zijn geboorteakten van hun kinderen. Als jullie vrouw een kind heeft gebaard, meld je dat immers ook bij de lurah (dorpshoofd)? Welnu, dit is zo’n bewijs van zo’n geboorteaangifte.’ Hij wapperde met een papier in de lucht. ‘Laat ze gaan; het zijn onschuldigen.’ De pelopors lieten onze armen los, waarna ze zich mompelend terugtrokken en hun speurtocht onder de vluchtelingen hervatten.
    De generaal wendde zich tot Mbaju en vroeg haar of hij de trouw- en geboorteakten mocht houden. Hij liet zijn stem dalen zodat alleen wij hem konden verstaan en legde uit dat het verstandiger was déze papieren niet met ons mee te nemen. ‘Ik zou niet graag zien dat een anak kolong gewelddadig aan z’n eind kwam,’ besloot hij met een vage glimlach. Riep ‘merdèka’ met geheven vuist en been, op de weg. We stonden daar ‘op de plaats rust’, sprakeloos die eerste minuten. Hij had ‘aku’ gezegd in plaats van ‘saya’ (ik). De generaal sprak de laatste zinnen uit in dat aparte taaltje van mensen uit de tangsi!
    Het was een vreemde gewaarwording op die plek eensklaps alleen met ons drieën te zijn. Als bij afspraak gingen we op onze hurken zitten, te slap om te blijven staan, of was het de drang ons zo klein mogelijk te maken? Ik weet het niet, misschien beide, maar het was wel zeker dat we even tijd nodig hadden om de werkelijkheid tot ons te laten dóórdringen. Maar dan stonden we op en liepen onzeker terug naar de plaats waar onze barang werd bewaakt door een gewapende soldaat. Met een schichtige blik naar de man brachten we orde in de chaos, zodat de koffers goed gesloten konden worden. De soldaat bleef in onze buurt heen en weer lopen. Het zat ons helemaal niet lekker. Er kon nog van alles gebeuren; de op wraak beluste horde van daarstraks kon zich alsnog bedenken, alle goede generaals ten spijt. De eerste vluchtelingen waren al in de trein.
    ‘Wat doen we nou?’ vroeg Mbaju besluiteloos. ‘Wacht,’ zei Soe en stond resoluut op. Ze liep naar de postende soldaat toe en vroeg hem wat wij verder nog moesten doen. Wat had Pak Jendral dan gezegd? vroeg hij. ‘Dat we mochten gaan,’ zei Soe. ‘Waar wacht u nog op? Gá dan!’ klonk zijn advies.
    Alsof duizend duivels ons op de hielen zaten, renden we naar de trein. Eerst toen die Lich in beweging zette, viel de spanning van ons af. Om beurten moesten Soe en ik naar het toilet om ons te verschonen.

Zo was het toen, het is de eigen ervaring die het invoelbaar maakt. Geen moreel oordeel, geen goed of fout besluit, alleen de menselijke ervaring.
Daar gaat het om, dat brengt ons de mogelijkheid te begrijpen, voor zover mogelijk.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Just do It: van uitstellen naar aanpakken (schrijfworkshop)

Just do it.
Kunt u zich dit voorstellen:

U schrijft met gemak en met plezier het verhaal op dat in uw hoofd zit
U weet wat u doet, want u heeft structuur
U doet het gewoon

Sluit uw ogen en kijk naar uzelf. Schrijvend. Rustig.
Dat is ook voor u haalbaar.

Wat voor verhaal zit er in uw hoofd?

Ja, ik ga weer een online workshop geven waarin ik uitleg hoe u het verhaal in uw hoofd gemakkelijk en goed op papier krijgt.
Welk verhaal? Bijvoorbeeld:

het verhaal over uw familie
het verhaal waarin u eindelijk vertelt wat uw waarheid is over het leven met ouders die de oorlog in zich hadden
het verhaal van een vader, een grootmoeder,
of weer iets of iemand anders

En u komt er maar niet toe. De klok tikt, dat voelt u ook. Tiktak, weer een dag voorbij.

U voelt van binnen dat er nou eindelijk eens iets op papier moet komen.
Daar kan ik u bij helpen.

Wat gebeurt er in de workshop

De workshop heb ik Just Do It genoemd. Omdat schrijven gemakkelijker kan gaan dan u denkt. Het is een kwestie van een goede voorbereiding, daarna is het schrijven zelf een soort invuloefening.
Zo doe ik het ook, boek na boek na boek.
Met een voorbereiding, die uit een plan van aanpak bestaat.
Dat plan van aanpak ga ik in de workshop met u delen:

  • wat uitstellen eigenlijk betekent en hoe u er gemakkelijk af komt
  • wat een aantrekkelijker alternatief is voor blijven lezen en leren
  • u ontdekt hoe u een praktische structuur maakt
  • hoe het schrijven veel fijner voor u kan zijn

Plan van Aanpak

Met andere woorden,  u krijgt een plan van aanpak, en dat plan kunt u volgen.
Het plan laat u zien dat uw verhaal af kan zijn op:
Moederdag 2026= zondag 10 mei
of op
Vaderdag 2026= zondag 21 juni
hoe is dat voor u,
hoe is dat voor de familie?

Als u weet hoe het moet,
kunt u het doen.
U heeft alleen dat Plan van Aanpak nodig.

Verweven met het Indische

Weet u, elke week lees ik wel een mail van iemand die denkt het niet te kunnen, dat opschrijven. En dan is het een mail met gewone Nederlandse zinnen, die een kop en een staart hebben. Nou ja, u weet. De mail gaat ergens over. Ik begrijp het meteen. En ik voel er wat bij. Vooral als er familie uit het Indische leven in voorkomt.
Uw mail x 720= het verhaal op papier.
Tenzij u beslist de Nobelprijs voor literatuur wilt winnen.
Maar dan moet u niet bij mij zijn.
Wel als u een persoonlijk verhaal heeft dat met Indië verweven is. Want ik zit bomvol kennis van het Indische, dat ziet u aan mijn boeken.
En u moet ook bij mij zijn, als u wilt weten met welk plan van aanpak ik die boeken schrijf, zodat u het ook kunt.
Goed voorbeeld = goed volgen.

Er zijn heel veel schrijfcursussen tegenwoordig, dure van uitgeverijen en goedkope in een buurthuis, en er zijn ook heel veel boeken die u uitleggen hoe het moet. Heel fijn. Maar dan nog staat uw verhaal niet op papier.
Dan is er kennelijk iets anders nodig,
Of iemand anders,
Misschien is dat ondergetekende.
Want via mijn workshops en 1:1 schrijfcoaching komen mensen wèl tot schrijven. Klik hier en lees wat ervaringen, dan heeft u een idee.

Is het wat voor mij?

Goede vraag.
Het is zeker weten voor u als u:

  •  het verlangen heeft om uw verhaal op te schrijven
  •  als u blijft denken hoe begin ik nou
  • als u voelt straks is de zomer voorbij en dan wil ik beginnen
  • liever nog 20 jaar blijft uitstellen maar ja
  • als u van binnen weet: als ik omval, dan is het verhaal weg en dat mag niet
  • het maakt niet uit:
    of u al twaalf keer bent vastgelopen.
    of u de hele tijd maar blijft lezen en lezen.
    of u denkt dit is veel te moeilijk.
    of u weet het gewoon niet.
    Daarom steek ik mijn helpende hand naar u uit.

Voor wie is het niet:

  •  u wilt een roman schrijven
  • u bent druk met het uitpluizen van de hele VOC-tijd omdat er 1 verre voorvader toen leefde, en 20 jaar onderzoek doen maakt u niks uit
  •  u weet van binnen toch al dat u er geen zin in heeft

Praktisch
Workshop Just Do It: van uitstellen naar aanpakken
Wanneer: dinsdag 9 september 2025, om 0930 uur
Waar: online
Kosten: nul, het is gratis
Er is beperkt plaats, vol is dus vol.

Opgeven kan niet meer. Wilt u overleggen? Mail me, en ik mail terug.

 

Veel Gestelde Vragen

Kom ik dan ook in beeld op de webcamera?
Nee, u kunt gewoon in de pyjama blijven. Ik zit voor de webcamera en deel mijn kennis, ook met een presentatie, en u blijft buiten beeld. Wel kunt u vragen stellen via een chat-venster. Of vooraf. Achteraf kan ook.

Ik kan ’s morgens niet. Komt er ook een avond-editie?
Alleen als er belangstelling is, dus mail me vooral.

Is het alleen voor beginners? Ik ben al begonnen.
Dan bent u ook van harte welkom. Alleen als uw verhaal bij de drukker ligt, dan zeg ik: misschien is het zonde van uw tijd.

Kan ik van te voren wat insturen? 
Ik lees dolgraag wat u schrijft, maar alleen als we gaan samenwerken via schrijfcoaching. Dan heeft uw werk mijn volle aandacht.

Komt er een opname?
Als de techniek meewerkt, jazeker. Om die te kunnen bekijken, moet u zich wel opgeven.
Maar als u wilde meedoen en het lukt niet, mail me dan even. Dan vinden we wel een oplossing.

Ik ben niet Indisch. Kan ik dan toch meedoen?
Maar natuurlijk. En ik ben evenmin Indisch, daar ben ik eerlijk over.

Ik heb een hele andere vraag.
Dat kan, mail me die vooral, ook via dat formulier hierboven.

Arme krankzinnige militairen in Atjeh, 1892

Officieren en onderofficieren tijdens de 2e Atjeh expeditie, 1874 ( KITLV 87028). Wie van hen bleef geestelijk gezond?

Krankzinnig is een breed begrip, en een mens is niet altijd ja dan nee krankzinnig, het kan in golven komen, het kan in gradaties verschijnen en soms is het te genezen.
Maar hoe dan ook is het ellendig, en het ellendigste was de situatie te Atjeh, eind negentiende eeuw.

In militaire brieven kom ik termen tegen als:

  • zenuwen
  • zielsziekte
  • nerveus

Wat gebeurt er in zo’n geval? De man gaat naar het hospitaal of moet met verlof, in de hoop op herstel. Begrippen die we nu kennen als posttraumatische-stressstoornis (PTSS) en moral injury bestaan dan nog niet.

Zelfmoord

Dat er in Atjeh veel problemen zijn met de geestelijke gezondheid van Europese officieren, is vroeg duidelijk. Alleen al de cijfers van zelfmoord wezen daar bepaald op.
Dr. jr. K. Jacobs, Officier van Gezondheid 1e Klasse, publiceerde in het Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indië (1893) een artikel met onthutsende cijfers. Hij schrijft:

  • Het grootst aantal zelfmoorden hadden in Groot-Atjeh plaats in de jaren 1890 en 1891 met een cijfer van resp. 11 en 15, of 250 en 272 op de 100.000 man.
  • Gemiddeld komen hier dus viermaal zooveel zelfmoorden voor als bij het Engelsche koloniale leger.

Dit zijn dus alleen de Europese officieren, dus niet de onderofficieren en soldaten, niet de vrouwen en niet de dwangarbeiders.
En ook niet de mislukte pogingen tot zelfmoord.

De Atjeher komt

Officieren zijn leiding gevende militairen, vaak het goede voorbeeld gevend, in ieder geval zichtbaar voor de manschappen. Dat zet druk. Vooral zijn het de omstandigheden te Atjeh: de angst voor een sterke en vaak onzichtbare tegenstander.
Atjehers kenden het terrein het beste, hun guerilla-techniek was uitstekend. Daar kwam bij dat mannen vaak te lang in Atjeh moesten blijven, zonder aflossing. Er is dan de zogeheten Geconcentreerde Linie; een rij militaire posten die een gebied moeten afschermen en controleren. Maar ja: dan is een post wel heel zichtbaar voor de tegenstander.
Officieren wisten: de Atjeher komt. Maar niet wanneer en hoe. Ze waren beter met de klewang. Ze deden aan ’thuisbrengen’ van een patrouille, dus die pas bij de terugkeer aanvallen.
En dan het klimaat, de ziekten, Atjeh was alleen geschikt voor de oersterken.
Vandaar die krankzinnigheid.
En de zelfmoorden.

‘een onbestemden drang’

Het interessante is, dat de schrijvende dokter een aantal praktijkvoorbeelden geeft, waardoor de situatie wat zichtbaarder wordt. Zo schrijft hij over een mislukte poging:

  • Een der ongelukkigen, die ten einde zelfmoord te plegen, zich het halve gezicht had weggeschoten, doch er het leven afbracht, antwoordde mij op mijn vraag, wat hem aanleiding had gegeven tot de daad, dat hij thans zelf geen enkele reden zou kunnen bijbrengen, die die daad wettigde.
  • Hij had een onbestemden drang gevoeld om een einde aan zijn leven te maken, zonder meer.
  • De man had een goed strafregister, deed goed zijn dienst, dronk niet buitenmatig, leed niet aan nostalgie, en toonde even voor het plegen van de daad hoegenaamd niets opvallends in zijn doen of laten.

Dat er praktijkvoorbeelden zijn, is bijzonder, weet de dokter, want de schaamte is groot. Maar er is een geval dat hij uitvoerig beschrijft. De Europese Patiënt X. Hij is 42 jaar en nu voor de tweede keer in Atjeh. Hij is opgenomen in het hospitaal, onder behandeling van de garnizoensgeneesheer. Er is een risico op zelfmoord.
De familiegeschiedenis wordt genoteerd. De ouders waren labiele mensen ,een tante aan moederskant krankzinnig. Een oudste broer moest met ontslag uit de militaire dienst wegens ‘overspanning van het zenuwgestel’. Geen stabiele familie. Patiënt X gaat naar Indië:

  • In 1872 kwam hij in lndië, kreeg in 1873 knokkelkoorts, doch was overigens lichamelijk gezond.
  • In 1878 en 1879 was hij op Atjeh, alwaar hij veel aan koortsen en in den laatsten lijd vooral erg aan slapeloosheid leed.

Dit zijn de jaren waarin Karel van der Heijden grote en gewelddadige expedities door Atjeh leidt. Ik lees in de literatuur meldingen van hoge dodencijfers, beschrijvingen van kampongs en gronden in brand steken, en de afgedwongen overgave van degenen die nog leefden.
Je zult het maar meegemaakt hebben. Zoals Patiënt X.
Hij krijgt wanen, visioenen, waarin heel vaak vuur voorkomt.
De oplossing is: naar Nederland met verlof. Daar zwijgt hij over het verleden, uit schaamte.

Ingang van het Militair Hospitaal te Atjeh, na 1905 (KITLV 1400094) Uitsnede. Let op het stevige hekwerk.

In 1882 keert hij naar Indië terug, en ondanks optredende stemmingen, blijft hij een inzetbaar militair. Inmiddels is hij getrouwd en vader van drie kinderen. En hij wil naar Atjeh waar hij in mei 1891 aankomt. Al snel gaat het daar mis: koortsen en angsten bevangen hem met alle gevolgen van dien:

  • De angst dat hij zijn vroegere hersenkramp, zooals hij het noemt, zou terug krijgen, bracht hem tot vertwijfeling, daar hij vast besloten had, om zoodra bij dit bespeurde, zich op welke wijze dan ook van het leven te berooven. […]
  • Den volgenden morgen vertelde hij alles aan den hem behandelenden geneesheer, die het voorzichtiger vond hem naar het hospitaal te zenden, waar hij onder mijne behandeling kwam.
  • [..] Bij de geringste koortsaanvallen treedt pyrophobie zeer sterk op den voorgrond; alle kunstlicht moet dan uit zijne omgeving worden weggenomen; zelfs een rood schijnsel (ondergaan der zon, maneschijn, rood licht, ja zelfs een roode kleur) is hem dan hinderlijk en roept hem onmiddellijk zijn vroegeren ongelukkigen toestand voor den geest.
  • Hij werd met eene uitvoerige ziekte-geschiedenis naar Padang geëvacueerd, vanwaar hij naar de koele hooglanden werd gezonden, tot verder herstel.

Expeditie

Het is tragisch en fascinerend. Wat in het relaas van de arts ontbreekt, is een direct verband met de doorstane militaire ervaring. De zogenoemde ‘pyrophobie’, de angst voor vuur, moet opgedaan zijn bij de expedities die plaatsvonden voor de invoering van de Geconcentreerde Linie. Het tijdperk Van der Heijden. Kampongs neerbranden is ellendig werk. Deel van een ellendige oorlog.

Die expedities zijn voorbij als de Officier van Gezondheid zijn artikel schrijft, maar het heeft vermoedelijk wel sporen nagelaten, bij Patiënt X en anderen. En hoe moest die man verder die in Atjeh zijn halve gezcht had weggeschoten? De plastische chirurgie komt pas op tijdens en na de Eerste Wereldoorlog.

Hoge cijfers van zelfmoord en krankzinnigen te Atjeh, komt dat nog ooit goed? Jawel, weet de arts, zodra ‘wij’ hier ‘onze macht zullen hebben uitgebreid’.

U en ik weten dat het nooit is gebeurd. En u en ik bedenken nu ook: wie waren al die families die het bericht kregen van krankzinnigheid of zelfmoord, zijn er verhalen in de families van nu over de officieren van toen die in de knel raakten?

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Kapitein-adjudant M.L.F. Bajetto houdt vendutie

Vendutie, langgeleden. De Preanger Bode adverteerde openhartig over de inboedel en mijn aandacht was meteen getrokken. Die heerlijke fascinerende opsommingen van wat mensen allemaal in hun huis hadden – wij hebben Funda, maar de oude kranten  hadden de venduties. Ik lees dolgraag dergelijke advertenties. Vooral wanneer iemand regelmatig verhuist, dan kan ik de ontwikkeling in levensstijl zien.  Kan goed gaan. Kan achteruit gaan. Met een beetje geluk staat er een adres bij.

Kapitein Bajetto verkoopt dus zijn inboedel. De advertentie waarin alles staat opgesomd, is nogal lang. Ik zal het in stukjes knippen. Dan kunnen we samen fantaseren wat we zouden kopen. Bovenstaand  Max Bajetto (1881-1956), de foto komt van Parlement.com

Dat soort foto’s zegt ook al veel. Geposeerd. “Zo wil ik zijn, zo wil ik gezien worden door de wereld,”  dat is de boodschap van de afzender. Maar misschien zijn er ook gezellige familiekiekjes waarin Max Bajetto in pyjama de krant leest. Misschien.

Mijnmeren over foto’s is heerlijk. En nuttig. Staren naar de foto en denken:

  • waarom zo en niet anders
  • wie heeft de foto gemaakt
  • wie staat er niet op
  • wie betaalde voor de foto

Militair

Max Bajetto was een van de hoogst opgeleide officieren van zijn generatie. Wie als militair de Koninklijke Militaire Academie (Breda) en de Hogere Krijgsschool (Den Haag) volgde, had goede papieren om door te stijgen naar de hogere regionen, indien het eigen gedrag en optreden daar reden genoeg toe gaven. Bij Bajetto was dat zo. Uiteindelijk bereikte hij de rang van luitenant-generaal (titulair).
Als militair werd hij geplaatst in Bandoeng, Magelang, Palembang, Meester-Cornelis, Ambon, Batavia en Semarang. Dat geeft te denken over het grote aantal onder hem dienende ‘mindere militairen’, zoals de lagere rangen werden aangeduid. Wie zou er iets over Bajetto hebben geschreven, hebben doorgegeven? Zijn vrouw Betsy de Lange en kinderen reisden vermoedelijk mee.
Militair of niet, Bajetto bemoeide zich met politiek. Hij toonde zich voorstander van het ‘Rijksverband’, en dus van de koloniale status van Indië. Indertijd klonken ook andere stemmen: Indië onafhankelijk, Indië als Indonesië – wat twee verschillende zaken zijn. Eenmaal Nederland werd Bajetto gekozen in de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Meedoen met het bestuur. Als lid van de Katholiek Nationale Partij werd hij zelfs drie jaar voorzitter en bekleedde hij andere invloedrijke posities.
Dat stemt tot nadenken over Indische Nederlanders in de politiek. Wie waren het, wat waren hun standpunten?

Maar nu de vendutie.

 

Generaal-majoor

vendutie Hij is dan kapitein-adjudant, dus we zitten nog voor 1918.  Hier leren we de man al een beetje kennen. Hij besteedt het uit, hij is niet zomaar iemand: kapitein-adjudant en met drie voorletters. En ook: vendutie op oudejaarsavond bij hem thuis. Het adres staat er: Naripan 24. Vermoedelijk zijn we nog in Bandoeng. Misschien was hij weemoedig gestemd over alles dat hij achterliet, of wist hij: lekker, morgen een nieuw jaar, hopelijk eindigt dan de oorlog. De Eerste Wereldoorlog stopte pas eind 1918, met grote verliezen.

Bajetto zou een mooie carrière maken.  De Indische Courant schrijft op 28 augustus 1934:

  • Naar het Nieuws meldt, zal de commandant van de eerste divisie generaal-majoor M.L.F Bajetto den dienst medio Mei 1935 met pensioen verlaten, en spoedig daarna per m.s. ‘Baloeran’ repatrieeren.

Hij was in 1908 getrouwd met Betsy de Lange. In 1915 plaatsten ze een zeer droevig familiebericht in de krant: “Gisteren overleed onze jongste lieveling Pauline Reina.”

 

Dames-bureau

“Eene coll. Planten.” Met deze opsomming begint de grote advertentie. Ik kreeg meteen zin in het schrijfbureau met draaistoel.  Het Dames-bureau klinkt dan opeens zo klein. Daar zat Betsy natuurlijk aan. Dat voor-ameublement is geschikt voor diners met veel gasten.

Interessant dat ze een boekenkast hebben. Wat zouden ze lezen? Dat staat er dan weer niet bij.

 

 

 

 

 

Kinderkastje

Het onderste stuk van de vendutie advertentie. Zou het kinderkastje nog van Pauline Reina zijn geweest? Dat vraag je je dan toch af.

Ik las een familiebericht van twee jaar later, een aankondiging op 5 mei 1919 van hun dochter Elisabeth Louise. Dan zit het gezin in Magelang. Daar zat Pa van der Steur ook met zijn tehuis.

Lijntjes trekken is leuk. Zou de kapitein Pa gekend hebben? Grote kans van wel. Pa kon extreem goed netwerken en juist in deze tijd kreeg hij steeds meer monden te voeden. Plus, hij had zijn christelijk militair tehuis voor mannen die behoefte hadden aan huiselijke gezelligheid.

 

 

 

Tweede Kamer

Zoef ik snel door naar Nederland. In 1937 wordt Max Bajetto dus lid van de Tweede Kamer. Hij woont in Den Haag, Stadhoudersplein 17 en later Breitnerlaan 31. Op de website van Parlement.com lees ik nog veel meer over hem. Ooit was hij dus een bekende Indische Nederlander.  Ik lees ook, dat hij twee zoons en vier dochters kreeg, en dat er één jong gestorven meisje was. Haar naam staat er niet bij, maar u en ik kennen die nu. Zij hoorde er ook bij.

Ik blijf kijken naar de vendutie-advertentie, middenin in de oorlog, en ik voel me verbaasd dat er alleen wat speurwerk nodig is om middenin een levensverhaal te belanden. Leve de oude Indische kranten, met wat geduld en tijd om te mijmeren, gaat de vervlogen Indische tijd weer voor ons leven.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Het verlangen naar Chineesche broedertjes

Chineesche Broedertjes is vermoedelijk de naam voor een bepaald type koekjes. Er gaat veel suiker in en twee eieren, afkomstig van eenden. En ook nog twee eieren van kippen. Rond 1901 begreep iedereen waarom.

En nu niet meer, vermoed ik.

Kent u dat verlangen, van o kon ik dit of dat nog eens eten? Ik voel dat als ik oude kookboeken doorblader. Hoe ouder, hoe beter. Dan zie je recepten waarvan je denkt: wat.is.dat.
Dat heb ik dus met Chineesche Broedertjes.

Kookboek

In dat klassieke kookboek vond ik het recept. De titel is: Groot nieuw volledig Indisch kookboek Van Goor Zonen: Den Haag/Brussel, [zonder jr, eerste dr. 1902] De schrijfster is nog steeds een bekende naam: mevrouw J.M.C. Catenius-van der Meijden. Intimi mochten Koba zeggen.

Recept
Hier is het recept voor Chineesche Broedertjes:
Twee eendeneieren, 2 eetlepels legèn, 2 pond meel, 2 kippeneieren, een paar lepels boter, 4 lepels witte suiker, 1 kopje legèn, was.

  • De eendeneieren worden met de twee lepels legèn tot wit schuim geklopt; daarna worden de kippeneieren goed geklopt en het meel en de boter er door geroerd, daarna ook de suiker en het kopje legèn.
  • Wanneer met dit beslag goed heeft gemengd, laat men het, liefst in de zon, een paar uur rijzen.
  • Vervolgens neemt men eenige Chineesche theekopjes, die men met gesmolten was en boter bestrijkt en met dit beslag voor ¾ vult, waarna men het nog een uur in de kopjes laat rijzen. Men bakt ze in een over (of penggorèngan) met éérst van onderen, daarna van boven vuur.

Van koken heb ik weinig verstand, dus ik kan niet bedenken of dit een moeilijk recept is. Het is kort, dus dan moet de kok misschien ervaren zijn. Wat legèn is, weet ik niet en zelfs Google laat me hier in de steek. Zijn eendeneieren overal te koop?  En dan is er nog de vraag, waarom dit nu juist heet zoals het heet. Chineesche Broedertjes. Mevrouw Catenius is helaas niet meer, ze stierf in 1926. Nog geen honderd jaar geleden, pas een paar generaties terug.

Taart

Ook vond ik recepten voor Chineesche pasteitjes. Eerder, in een KNIL-kookboek stonden de Javaansche poffertjes. Gerechten met een zweem van etniciteit.
Wij hebben in Nederland alleen iets als Arnhemse Meisjes, maar dat heeft weer weinig met etniciteit te maken.
Mevrouw Catenius geeft ook een algemene ‘Koningstaart’, voor de eerste drie vorsten en (nu kijk ik in de kookboek-editie van 1942) twee geweldige vorstinnen-taarten:

1174 Koningin Wilhelmina-taart
Een half pond witte en 1/2 ons bruin geroosterde amandelen, 6 eiwitten, 1/2 pond witte suiker (voor de witte amandelen) en 1/2 ons witte suiker (voor de bruine amandelen), 9 eierdooiers, waarvan 6 voor de witte en 3 voor de bruine amandelen, 4 lepels aardappelmeel, 6 eiwitten, 1/2 ons gestampt geroosterd brood, een groot glas wijn, boter, oranje, rood en wit suikerglazuur.

  • De witte amandelen worden met de witte suiker fijngestampt en met drie eiwitten fijngewreven; de bruine amandelen worden eveneens met de suiker en drie eiwitten op dezelfde manier bewerkt.
  • Door de witte massa roert men zes, door de bruine drie eierdooiers, goed schuimend. Nu roert men in de witte massa het aardappelmeel en het geklopte wit van de zes eieren.
  • Dit beslag wordt vervolgens in twee helften verdeeld, waarvan de eene wit blijft en de andere helft oranje wordt gekleurd. (Zie goede kleuren recept No. 1007).
  • Door de bruine massa roert men drie tot sneeuw geklopte eiwitten, in oranjebloesemwater gedrenkt broodkruim en rood karmijnkleursel.
  • Men bakt nu deze massa in een hoogen taartenvorm (springvorm) inde volgende lagen: de onderste rood, de midden laag wit, de bovenste laag oranje. De vorm wordt in een matig verwarmden oven geplaatst.
  • Als de taart goed gaar is, dan laat men haar bekoelen en glaceert ze, bovenop, met oranjeglazuur, waarop men, als dit droog is, met wit spuitglazuur de letter W met een kroon daarboven, stelt.

Koningin Emma, 1866 (Rijksmuseum)

1175 Koningin Emma-taart
Een taartkorst met opstaanden rand. (Zie No. 1151 en 1152), in marasquino gedrenkte biscuits, frambozen- of marasquino bavaroise (No. 1262) of vanille-vla, geslagen room, suikerglazuur.

  • De taartkorst wordt eerst doorbakken; hierin doet men een laag room- of vanille-vla, daarop den marasquino gedrenkte biscuits; dan bakt men de taart ongeveer ¼ uur in den licht verwarmden oven, maar zorgt daarbij dat de biscuits niet bruin zijn gebakken.
  • Vervolgens doet men op de biscuit een laag bavaroise en een laag geslagen room en versiert de taart, hier en daar, met figuren van suikerglazuur.
  • De taart mag dan niet meer in den oven.

Vragen om over te mijmeren:

  • Het is een puzzel wat voor oven hier nodig is om hetzelfde effect te krijgen. Gas, toen al? Of houtskool?
  • Anno 1942 was koning-moeder Emma nog steeds een naam van betekenis en dat terwijl ze in 1934 bevorderd werd tot heerlijkheid. In het tv-loze tijdperk kwam zulk nieuws volop in de kranten en tijdschriften, en velen waren geraakt. Emma was zeer geliefd in Indië; ook vanwege haar werk voor de tuberculosebestrijding, deze taart werd vast op haar verjaardag op 2 augustus gemaakt. Wilhelmina was jarig op 31 augustus, van oudsher de koninginnedag.
  • Wilhelmina is anno 1942 al heel lang koningin der Nederlanden, ze werd in 1898 ingehuldigd.
  • Deze vierde druk verscheen in 1942, wat een jaar, in het sombere licht van de oorlog, hoe zou dat toen geweest zijn

Misschien reken ik mezelf rijk met de herinneringen, maar weet er nog iemand iets over deze recepten?

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Stoomcursus LIVE in Den Haag: schrijf het op

Een stoomcursus LIVE wat is dat nu weer?
Eigenlijk een tweedelige online workshop, maar nu ga ik in de zaal staan van het Indisch Herinneringscentrum, om u te helpen.

Hoe bent u voor de stoomcursus LIVE:
“Eh…”
Want u wilt schrijven, over de familie, over uzelf, over twee generaties, over uw vader of moeder maar het lukt niet, u heeft geen structuur, u heeft geen begin, het zit allemaal in uw hoofd maar het staat niet op papier.
U weet niet hoe.

Hoe bent u na de stoomcursus:
“Wacht even, ik ben aan het schrijven”

“Nu weet ik hoe ik moet beginnen”

En dat komt door wat u die middag heeft ontdekt:

  •  voor de pauze maak ik met u een plan voor uw schrijfproject
  •  na de pauze bespreek ik met u de uitvoering ervan.

De stoomcursus leert u wat u moet doen om uw verhaal op papier te zetten, met gemak en plezier.
Wilt u dat?

Die middag krijgt u praktische aanwijzingen om mee aan de slag te gaan. Als u oplet en meedoet, tenminste.
Want bij aanvang leg ik voor iedereen papier en potlood op tafel, en als u niets opschrijft dan zie ik dat.

[maxbutton id=”1″]
 

Het Indische verhaal

U merkt, ik ben streng. Dat is uit liefde, omdat ik graag wil dat er meer verhalen uit en over het Indische komen. Mensen-verhalen, bij voorkeur. Zoveel mogelijk over het dagelijks leven. Hoe ze woonden, met wie ze omgingen, wat ze in de krant lazen.
Dat soort verhalen zijn er zo weinig.

Daarom ben ik indertijd begonnen met de Indische Schrijfschool. Ja, en ook omdat ik terugdacht aan mijn Oma, met wie ik destijds correspondeerde. Nu pas weet ik wat ik haar wil vragen, maar ze is er niet meer. Ze had vast antwoord gegeven, maar uit zichzelf vertellen, nee.
En zoals mijn grootmoeder zijn er meer. Degenen die wachten op vragen en niet zelf vertellen. Jongere generaties weten niet eens wat ze zouden kunnen vragen.

Binnen de Indische gemeenschap draagt nu de Tweede Generatie de verantwoordelijkheid voor het doorgeven. Zij zijn opgegroeid bij ouders die in Indië zijn geboren. Vaak reisde de oorlog met deze ouders mee, met alle gevolgen van dien.
Omgaan met emoties. Omgaan met loyaliteit. Een eigen stem vinden, om de eigen waarheid te vertellen.
Daar heb ik het ook over straks, op een rustige en veilige manier. Ik stel geen moeilijke vragen daarover.

De cursus is voor 60plus, dat helpt bij het gevoel onder elkaar te zijn. Bent u 80 of 90 jaar: nog beter. Bent u 18 jaar dan zeg ik, niet doen. Elke generatie heeft een eigen manier om naar het verleden te kijken, en aan de randen overlapt het, dat is waar.
Onder ons is een fijn gevoel. Daarom is er die grens.

Hoe weet ik dit allemaal?

Uit mijn praktijk. Ik ben gepromoveerd onderzoekster en schrijfster van meer dan 30 boeken, de meeste over Indië. Dus wat ik weet, geef ik die middag aan u door.
Ik werk nu aan de biografie van Karel van der Heijden (1826-1900, een razend interessante man. Ook met dit boek volg ik het stappenplan waar ik straks over vertel.

[maxbutton id=”1″]
 

Voor wie is het

  • u denkt al tijden ik wil mijn verhaal op papier zetten
  • u ziet door de bomen het bos niet meer
  • u heeft informatie maar geen structuur
  • u heeft behoefte aan een duwtje in de rug en dan kunt u verder met uw schrijfproject
  • u heeft zin in een gezellige middag in de zomer, waar u wat aan heeft, anders gaat u wel naar de Bijenkorf

Voor wie is het niet

  •  uw verhaal is al zo goed als af en u wilt dat ik het in de pauze lees (dat gaat niet lukken)
  •  u denkt, geinig, ik ga eens kijken hoe ze het doet maar u heeft geen serieus plan
  •  u brengt alle kleinkinderen mee wegens het is uw oppasdag, en kinderen krijsen nu eenmaal en rennen doen ze ook, dat vindt u leuk. (Ze kunnen in het café, bedenk ik nu)

Vragen die aan de orde komen zijn:

  • hoe moet u beginnen
  • wat is structuur en hoe kom ik eraan
  • hoe maak ik van mijn verhaal een boek (is niet verplicht)
  •  hoe hou ik het boeiend zodat het geen opstel is
  •  waar vind ik informatie
  •  hoe combineer ik historische informatie met het verhaal
  •  wat als u via uw ouders de oorlog meekreeg en u wilt geen slecht woord over ze schrijven, maar ja u heeft er wel schade door opgelopen
  • hoe komt u aan een uitgever

Heeft u een andere vraag, wilt u dat ik twee-drie pagina’s lees, laat het me weten via het onderstaande formuliertje. Met uw mailadres erbij kan ik u terugmailen.

Ja, ik heb een vraag voor de workshop

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Opgeven voor de workshop gaat zo:
Wanneer: vrijdag 25 juli 2025
Hoe laat: 1400-1600 uur
Waar: Indisch Herinneringscentrum, Sophiahof Den Haag
Meer lezen over opgeven en ticket: klik hier en kijk

Maar waar bleef de concubine?

De concubine, zo heette het toneelstuk dat een zekere ‘Totok’ had geschreven. Geen pseudoniem dat vertrouwen wekt, als het over zogeheten Indische toestanden handelt.
En dat ging het, het was ‘Een Indisch drama’, opgevoerd in 1918 en 1919 in Nederland.
Een drama was het zeker.

Huishoudster

De kranten en tijdschriften sprongen er meteen vol kritiek op, en dat had niets met het concubinaat van doen. Eerst het toneelstuk zelf.
In De Haagsche vrouwenkroniek las ik een recensie van Jacqueline Reyneke van Stuwe. Ze vermoedde wie de vrouw achter het pseudoniem was: mevrouw Elisabeth Overduyn-Heiligers, de schrijfster van vele Indische romans. Over de concubine schreef ze:

  • de Chineesche huishoudster van den controleur Haersma, vrij passief; zij laat met zich doen, en treedt zelf weinig handelend op, maar er is zooveel weemoed aan dit arme slachtoffer van Europeeschen willekeur, haar doodsangst, haar verdriet en wanhoop zijn zoo goed weergegeven, dat men, deze aanschouwend, meermalen een brok voelt opkomen in de keel.

Advertentie in Koloniaal Weekblad, november 1918

Dit is Inah. Haar naam lees ik weer in Het Leven, een tijdschrift dat ook foto’s plaatste. De dan beroemde actrice Annie van Ees speelt Inah. De bijschriften van die foto’s vertellen haar verhaal:

  •  locatie: een militaire buitenpost aan de oostkust van Sumatra, dus we zijn in KNIL-kringen
  •  voor de zogeheten pacificatie van Atjeh (dat is een raadsel, maar ik gok rond 1900)
  •  Inah is de dochter van een Chinese man en een inheemse vrouw
  •  de vader heeft Inah verkocht aan Frans van Haersma
  •  Inah en Frans hebben een dochter, Nettie

Het tijdschrift meldt er ter geruststelling bij dat vrouwen als Inah gewoon konden weggaan. Waarheen, is me onduidelijk. Zeker naar huis, om nog een keer verkocht te worden. Ja, het is wel 1918, maar informele vrouwenhandel bestaat nog steeds.
Misschien wilde de Indische mevrouw Overduyn dat even fijntjes onder de aandacht brengen, juist omdat nu Nederlandse vrouwen stemrecht kregen. Pro memorie: 1917 passief kiesrecht (gekozen worden) en in 1919 actief kiesrecht (zelf stemmen).

De kapitein de Roeve

Nu het KNIL-effect. Dat is er natuurlijk al in de locatie van de buitenpost. Daar is de kapitein de Roeve gestationeerd met zijn vrouw. Een ongelukkig huwelijk is het.
De controleur Van Haersma blijkt verliefd op mevrouw De Roeve en hij vraagt haar om te scheiden en met hem te trouwen. Hij belooft haar om Inah weg te sturen (wel de moeder van zijn dochter).
Mevrouw de Roeve wenst niet te scheiden, ook vanwege de twee kinderen die ze heeft.
Van Haersma aanvaardt dat.
Hij stuurt Inah weg.
Juist de aanvaarding maakt de kapitein de Roeve woedend. (wat op zich lief is, omdat hij zijn vrouw dus niet zomaar iemand vindt)
Vervolgens eist de kapitein genoegdoening voor de belediging van het zomaar-aanvaarden: hij en de controleur gaan dobbelen, wie verliest, moet zich doodschieten.
Dat is de controleur Van Haersma.
En dan blijkt Inah terug te zijn, gezien de mislukte huwelijksplannen was er weer ruimte. Ze vraagt of ze voor altijd bij hem mag blijven.
Van Haersma zegt ja, wetend hoe kort het zal zijn, want: verplichting zichzelf dood te schieten.

Het is bepaald een toneelstuk dat ik graag had gezien. De kapitein is wat overgevoelig waar het zijn eer als echtgenoot betreft, maar anderzijds verstandig. In legerkringen is voor officieren het duel verboden, dus zo vermijdt hij schade aan zijn carrière.
Van Haersma is ofwel dom ofwel een schoft, wat eigenlijk best samen gaat. Dat dobbelen en doodschieten is tot daaraan toe, maar had dan om de moeder van je dochter gedacht en haar getrouwd. Met een weduwepensioen staat ze wat sterker in het leven.
Frappant is dat juist in deze tijd het kazerneconcubinaat in fasen wordt afgeschaft. Het was niet meer te combineren met het zelfbeeld van Nederland als christelijke natie. Dus dat was er ook, op de achtergrond.

Annie van Ees als Inah en C. van Kerckhoven als Van Haersma (Weekblad voor Indië, 27 april 1919)

Geliefde actrice

Het publiek had kennis van de kwesties vrouwenkiesrecht en kazerneconcubinaat. De kranten publiceerden er voldoende over. Zo was dus die tijd, waarin ‘de concubine’, Inah dus, tot het publiek moest spreken. Annie van Ees was in Nederland wereldberoemd; voor haar kwamen ook veel mensen. En als je dan een geliefde actrice zo ziet lijden…
Hier ging het mevrouw Overduyn vermoedelijk om. Dat meeleven opwekken. Besef doen ontwaken hoe machteloos sommige vrouwen overzee waren.
Jaqueline Reyneke van Stuwe had het gevoeld.

Daar hadden de veelal heren van de pers geen boodschap aan. Neergesabeld werd het stuk. Niet Indisch, want zulke dingen gebeuren overal. Ongeloofwaardig (weer een andere krant). Immoreel (de katholieken). Nee, er was niets aan of in het het toneelstuk dat deugde, helemaal niet.

Waar Inah bleef, stond nergens te lezen.
Dat moesten ze maar raden.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

“Dit was nu het leven van een frontsoldaat. Krankzinnig!”

Bo Keller

Bo Keller in de KNIL-tijd/ Nederlandse Krijgsmacht.nl

Bo Keller (1928-2020) heb ik een paar keer mogen ontmoeten. Ter ere van Veteranendag denk ik extra aan hem. Bo (George Wilhelm) was een man met een verhaal. Hij zat bij het KNIL en ging daarna naar de Korea-oorlog. Hij mailde me destijds: “Ik weet niet of dit verhaal goed overkomt, maar zo’n bijzondere oorlogsfrontherinnering uit het verre Korea mag niet verloren gaan.”

Dat vond ik ook. Daarom was en ben ik blij dat ik zijn verhaal mocht publiceren. Dit is geen groot biografisch stuk, die zijn elders te vinden, wel een dag om opnieuw een ervaring te lezen die immers juist vandaag, juist nu, gehoord mag worden.


Op Facebook lees ik veel oude herinneringen en zo viel bij me verschillende herinneringsklepjes open op mijn oude dag. Er waren in deze afschuwelijke oorlog ook wel vele leuke momenten geweest aan het front dan alleen akelige gebeurtenissen.

Onze maat Swaab

Ons peloton had in de vooravond een gedeelte van de veroverde Chinese loopgraven toegewezen gekregen. In mijn groep zaten enkele Indische jongens uit Nederlands Nieuw Guinea waaronder ik.
We waren moe. De wachten werden ingedeeld. Een ieder begaf zich in het duister, dat af en toe verlicht werd door  wat verlichtingsgranaten die een tijdje in de lucht bleven hangen.
De nacht verliep vrij rustig.
Wij Indische jongens staan nogal vroeg op om aan de koffie en tevens op temperatuur te komen. We zaten daar zo gezellig mogelijk te donggengen (slappe praat) toen opeens onze maat Swaab haastig uit zijn wachtgedeelte kwam, naar ons rende en ons toeriep: ‘een dooie Chinees, een dooie Chinees.’ Onze korporaal Micka hield hem staande en bracht hem tot rust.

Lieflijk toegedekt

Wat vertelde Swaab? Hij liep die avond naar zijn toegewezen plekje in de loopgraaf en struikelde over een persoon die op de grond lag en volgens zijn verhaal, bromde deze man toen hij tegen hem aan liep. In zijn wachtuur zag hij dat deze persoon krom lag. Hij dekte hem toe met een deken en ging naderhand tegen hem aan liggen slapen.
In de ochtend hoorde hij ons kwebbelen en stootte hij de persoon die naast hem lag aan. Nu pas zag dat het ’n Chinees was en nog dood ook, die hij als zijn kameraad lieflijk toegedekt had. De hevige schrik zat er bij hem goed in.
Vanaf die tijd noemden we Swaab: ‘dooie Chinees.’

Regiment van Heutsz

Wij waren bij het Nederlands Detachement Verenigde Naties (N.D.V.N.), Regiment van Heutsz. B. compagnie. De eerste aanvulling vanuit Nederlands- Nieuw Guinea 1951. Via Biak-Guam-Manilla-Japan waren we in Korea aangekomen waar we werden gelegerd op de oevers van de rivier de Han. We werden vrij direct naar het front gezonden.
Daar hebben we verschillende gevechtsacties mee gemaakt en in de wintermaand 1951 speelt dat verhaal af tijdens de gevechten genoemd de ‘IJzeren driehoek’ in Noord Korea. Tijdens de Korea Oorlog vochten we tegen de Noord-Koreanen en tegen de Chinese troepen, die de Noord-Koreanen te hulp schoten.

Heuvels

De gevechten voor ons Nederlanders vonden voornamelijk plaats in de Koreaanse heuvels, waar beide partijen zich duchtig te weer stelden en langs hun lange front smalle diepe diepe sleuven groeven (loopgraven). Er waren ook bunkers met alles daarop en daaraan, te weten mitrailleurs, en observatie-opstellingen – zowel open als afgedekt – boobytraps en nog meer akelige voorwerpen.

Frontlijn

Bo Keller in Korea (Nederlandsekrijgsmacht.nl)

Wij ‘vrijwilligers’ worden zo dicht mogelijk voor hun frontlijn gebracht, meestal op zo’n halve kilometer afstand. We stappen uit de voertuigen en staan al direct bloot aan de Chinese/Noord-Koreaanse kanon en mortiervuur, dat heel akelig is. De grond rondom leek soms op kokend water.

Ons klein makend en vaak biddend maken we gebruik (hebben ’t geleerd) van terreinplooien. Liggend, kruipend en hardlopend gaan we zo goed mogelijk voorwaarts. Dan pakweg de laatste 50 meter, stoppen we.

Even halen we diep adem (krankzinnig), zetten de bajonet op het wapen en gaan uit al onze wapens vurend, gillend etcetera (zelfs eens de strijdkreet ‘Van Heutsz- van Heutsz’ gehoord om ons wat extra moed te geven) voorwaarts. Meestal omhoog de bult (Tjot) op.

Loopgraven

De vijand had al van te voren een ware HEL over zich heen gekregen (vliegtuigen -tanks-kanonsvuur en veel rook). De overlevende vijandelijk verdedigers zitten dan vol verwachting in deze ‘loopgraven;’ ons op te wachten met onder andere een ware regen van handgranaten ons toegooiend.
Dan na heel veel onvriendelijkheden over en weer nemen wij hun plaatsen in. Daarna maken we gebruik van hun loopgraven of kuilen om hun tegenaanval af te wachten en onze eigen verliezen op te nemen.

Dat voorval van de ‘dooie Chinees’ was na deze laatste controle, toen wij de nacht ingingen en tijdens de volgende ochtend.

Dit was nu het leven van een frontsoldaat. Krankzinnig!


Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Bent u of kent u een Rhemrev?

Rhemrev is de állerbeste Indische achternaam die er is. Want u hoort het en u weet: Indisch. En dan kijkt u wie is het. Daarna gaat het verder: u kende een Rhemrev, nog via de tante van een grootvader, of een oom, wie was het nou, in ieder geval, in Bandoeng woonden ze in dezelfde straat.

Zulke gesprekken zijn heerlijk. Er borrelen meer namen op van vroeger. Meer verhalen. En hoe verschillend die verhalen ook zijn, de conclusie is steeds hetzelfde: Indische families zijn een wereld om in te wonen.

Omdat ze allemaal van elkaar familie zijn.
Of elkaar kennen. Wat misschien een gradatie van familie is.

Rhemrev

Dus toen ik luitenant-kolonel b.d. Richard Rhemrev ontmoette, dacht ik meteen: Rhemrev! Indisch! Ik kende zijn grootvader, de majoor Rhemrev, uit de vooroorlogse Indische pers.
Richard vertelde dat hij de vierde generatie militair in zijn familie is. Ook de vierde generatie goed gedecoreerde militair. Er zijn foto’s. Ook van zijn reis naar Atjeh, waar hij als voorzitter van de Stichting Peutjoet was. u weet, dat is het grote kerkhof dat in de Atjeh-tijd is aangelegd.
Ik dacht, dan zal hij wel lekker ontvangen zijn, als kleinzoon van de voormalige vijand. Maar dat was een ander verhaal dan ik dacht.

Dit is eigenlijk een aanloop tot wat ik u met blijdschap wil laten weten: volgende week vrijdag mag ik een heerlijke middag in de Haagse Sophiahof presenteren over en met de Indische familie Rhemrev, dat wil zeggen, ik interview dan Richard Rhemrev. Hij heeft me zijn halve album met familiefoto’s gestuurd, dus die zet ik in de powerpoint voor ons allemaal straks, en dan kunnen we hem alles vragen.
Ook komt hij in uniform.

Waar gaat het over:

  • Hoe is het om een Rhemrev te zijn
  • Wat is dat voor familie
  • Bestaat er iets als Indisch militair DNA
  • Hoort dat alleen bij het KNIL
  • Wie waren de vorige Rhemrevs
  • Wat betekende Indisch zijn voor een Rhemrev
  • Hoezo dan die naam
  • Wat gebeurde er in Atjeh

Dat zijn vragen waar andere vragen onder liggen, meer over deel uitmaken van een familie:

  • wat neem je aan van de generaties voor je
  • wat neem je over en wat niet
  • wat doe je ermee als je een andere visie, een ander perspectief hebt op de tijd van toen
  • wat geef je door aan de toekomst

Maar wacht, er is meer.
Ik vertel het nou van achter naar voren.

Maarten Fornerod

De stamboomdetective

De middag begint met een meeslepend optreden van de stamboomdetective Maarten Fornerod (Indische Genealogische Vereniging, IGV) Hij demonstreert via een live internetverbinding een zoektocht in de bronnen. Hoe vind je een Rhemrev? Wat doe je met al die zijtakken? Zijn die er dan wel en waar? Vragen uit het publiek zijn welkom.

Prikbord

Dan is er pauze. Voor even wat eten, drinken en vragen stellen. En om het Prikbord te bekijken. Wilt u iets weten, bent u op zoek naar een familielid of iemand met een specifieke naam, of iets dat met Rhemrev te maken heeft, mail het de Sophiahof dan komt het in print op een plakbord. En wie weet. We denken dan allemaal mee.

Voor iedereen

Het is voor iedereen, dus maakt niet uit of u Indisch bent of niet, of een Rhemrev bent of niet, als u voelt: dit is wat voor mij, ik heb zin in gezelligheid, dan bent u van harte welkom.

Overzicht
Nu even voor het overzicht.
wanneer: Vrijdagmiddag 27 juni 2025
waar: Sophiahof- Den Haag

Indische families: Richard Rhemrev
heden verleden toekomst
praten – lachen – ontmoeten
de grote familieburenvriendenkennissenikwilerookbijkoempoelan
dus voor iedereen die naar Indische gezelligheid verlangt
en wil dat het ook ergens over gaat

gastvrouwe: Vilan van de Loo

13:30 uur – Inloop
14:00 uur – Start programma Indische Families

  •  Stamboomdetective Maarten Fornerod
  •  Prikbord in de pauze
  •  Interview Richard Rhemrev

16:00 uur – Borrel
17:00 uur – Museum sluit

Opgeven en tickets: klik hier en lees verder
(of kopie en plak de link: https://www.museumsophiahof.nl/agenda/indische-families-een-wereld-om-te-wonen )

PS Ik heb er nou al zin in, komt u ook?

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Ga naar de bovenkant