vilan@

Over Vilan van de Loo

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Vilan van de Loo has created 442 blog entries.

Ter ere van het prinsesje: de Juliana-boom in Semarang (1909)

‘Hulde aan het koningskind’, ergens in Indië, 1909. Kan dit Semarang zijn? Met een wel heel jonge waringin op de voorgrond. (uitsnede KITLV 27454)

Het prinsesje dat op 30 april 1909 ter wereld kwam heette Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina. Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië publiceerde een eerste impressie: ‘Hoogwaardigheids-bekleeders, die van de inschrijving in de registers getuigen waren, beschrijven de jonge Prinses als een er gezond uitziend mooi kind, met frissche roode wangetjes.’

Feest!

Krokodillenstad

Soerabaia was evenwel in de war, berichtte dezelfde krant:

  • In no time was de Krokodillenstad in feestgewaad; van alle gebouwen, behalve die van het. Gouvernement, en van de meeste woningen in de Europeesche, Chineesche en Arabische wijken werden Neerland’s driekleur en de Oranjewimpel uitgestoken.
  • Ook de kampongs vlagden en in allerijl werden hier en daar allerlei versieringen van groen, bloemen, enz. aangebracht.
  • Er ontstond een fameuse drukte op straat, want vele kantoren en fabrieken liepen uit, men dacht niet meer aan werken.
  • Een ieder tooide zich met driekleurige strikjes of Oranje cocardes; auto’s, wagens en dos a dos voerden ook vlaggen en wimpels; auto’s, met trompetters er in die al door toeterden, doorkruisten de straat, gaande een paar den kant van Grissee, Lammongan en Sedajoe en een paar dien van Sidhoardjo, Modjokertoh, Djombang uit om der bevolking dier streken kond te doen van de heugelijke gebeurtenis.
  • Alle scholen liepen ook uit, de kinderen juichten en jubelden met de ouden van da§en en zongen nationale liederen, dames en heeren in verschillende costumes en met vlaggen en bouquetten in de hand vlogen in auto’s door de boven- en benedenstad, een groote rood, wit en blauw geschilderde en vlaggen en groen versierde verhuiswagen voorde een 70tal pretmakende jongens en meisjes rond; kortom ’t was op straat, vooral in de buurt van Pasir Besar een en al leven e.n drukte en met groote moeite kon men zich door het gedrang van die duizenden menschen heen werken.
  • In de Concordia, de Simpangsche Club en de andere sociëteiten liep het vol evenals in het taartjespaleis van Grimm. In de restauratie van Hellendoorn en in de Eerste Indische Bierhal en menig glas werd daar geledigd op de gezondheid van de Koningin, de Koningin-moeder, Prins Hendrik en van het Prinsesje.
  • Het Oranje-huis was nu immers weer een telg rijk, die eenmaal regeeren zou over Nederland én zijn schoone koloniën.

Hoezo dan toch verwarring? Want: ‘de Gouvernements kantoren, fabrieken, enz. staken maar geen vlaggen uit, ook de kanonschoten bleven uit, ambtenaren en ofbeieren mengden zich niet in de feestvreugde, wat zou er wel gaande zijn?’
Ja, dat kwam door de bureaucratie. Er was nog geen hele serieuze melding in de vorm van een regeringstelegram binnengekomen. Dus dan is er officieel niets aan de hand. En toch werden de dag eerna hier en daar banken en kantoren gesloten. Een waagstuk.

Wilhelmina met haar dochter Juliana, Het leven, 1909.

Familienamen

De vreugde moet overstelpend groot zijn geweest, als we de krant mogen geloven. Mensen die weer durfden te geloven in het voortbestaan van het geliefde vorstenhuis. Het ging door. En Nederland bleef daardoor Nederland en Indië bleef daardoor Indië.
De namen van het prinsesje kon anno 1909 iedereen thuisbrengen.

  • Juliana, vernoemd naar Juliana van Stolberg, de moeder van Willem van Oranje
  • Louise, naar Louise de Coligny, de echtgenote van Willem van Oranje
  • Emma, haar grootmoeder van moederskant
  • Marie, haar grootmoeder van vaderskant Marie van Schwarzburg-Rudolstadt
  • Wilhelmina, naar haar eigen moeder

Die mooie vernoemingen, de verbinding met de voorgaande generaties, dat is thuis zijn in de familie. Met de vernoemingen kwamen de verhalen los over de vernoemden.
Een familie is meer dan een stamboom.
Namen en verhalen, een familie waarin het jonge prinsesje een eigen plaats had.
Met die verhalen was de Europese samenleving verknoopt; dat lieten de Oranje-feesten ter ere van Juliana goed zien. De Locomotief berichtte er zo uitvoerig over, dat ik alleen korte stukjes overneem voor het beeld.

Magelang

  • De eerste der drie feestdagen werd hedenmorgen geopend met het houden van eene groote parade welke door veel belangstellenden werd bijgewoond.
  • Alle burgerautoriteiten waren aanwezig, alsmede de Chineesche officieren en de regent met groot gevolg van Inlandsche hoofden. De parade werd gecommandeerd door overste Doorman en geïnspecteerd door kolonel Van Diermen.
  • Na afloop van het paradeeren liet de kolonel zijne bijzondere tevredenheid betuigen over de houding der troepen. Aan alle gestrafte militairen werd kwijtschelding der straffen verleend.

Batavia

  • Maar de groote attractie van Zaterdagavond was toch de algemeene verlichting.
  • En die was in de buurten dan, waar zich ons straatleven concentreert, werkelijk algemeen.
  • Op Noord- en Rijswijk had men er zeer veel werk van gemaakt; ook de toegangen tot de gouvernements gebouwen waren goed verlicht, voor het departement van Justitie was zelfs in artistieke licht-krullen aan de feestvreugde uiting gegeven.

Tjilatjap

  • In een oogwenk was alles algemeen bekend, het werd levendig op de straten, bevolking en militairen alles dooreen, gingen in optocht al joelende en vreugdekreten uitende langs de verschillende wijken, terwijl intusschen van de woningen de driekleur werd uitgestoken en men aanstalten maakte lampions en vetpotjes voor de illuminatie in gereedheid te brengen.

Semarang

In den loop van den ochtend vond in den Stadstuin eene eigenaardige plechtigheid plaats. Gelijk wij reeds mededeelden heeft de patih van Semarang, Raden Merto Admodjo, een herinneringsboom in den tuin doen plaatsen, een jonge waringin.
Deze „Juliana-boom” nu, op den dag der geboorte van prinses Juliana geplant, werd hedenochtend door den regent van Semarang, R. M. A. Poerbo Adiningrat, opgedragen aan het bestuur van den Stadstuin en de ingezetenen van Semarang. Alle Inlandsche ambtenaren en beambten woonden de plechtigheid bij. De regent, den heer Priester toesprekende, zeide:
Mijnheer de voorzitter van den Semarangscben Stadstuin!

(tekst gaat natuurlijk verder onder de foto)
De hele foto. Wat een bijeenkomst. ‘Als vertegenwoordiger der Inlandsche maatschappij heb ik de eer bij gelegenheid van de heugelijke gebeurtenis der geboorte van Prinses Juliana, welke de Inlandsche ingezetenen op ’t zeerst heeft verblijd u, als voorzitter van den Semarangschen Stadstuin, dezen waringin aan te bieden als blijvend aandenken aan het feit dat het voortbestaan van het Oranje-huis is gewaarborgd.
De groote deelneming der Javanen zal u ervan hebben overtuigd dat de voorspoedige bevalling van H. M. onze geëerbiedigde Koningin ons allen met blijdschap heeft vervuld. Er is geen kampong waar geen vreugde heerscht. Overal zien we eerebogen opgericht, overal wappert de Hollandsche driekleur, overal zijn de huizen desavonds eenvoudig maar feestelijk geïllumineerd en op vele plaatsen weerklinken de tonen der gamelan.
Zooals u weet is ’t een oud gebruik bij de Inlanders om bij zeer belangrijke gebeurtenissen een waringin te planten. Ook bij deze gebeurtenis willen ze uitdrukking geven aan den wensch, dat het der koninklijke familie in alle opzichten naar wensch ga, dat vooral de pasgeborene prinses in voorspoed moge opgroeien.
Mijnheer de voorzitter, op verzoek van de bevolking draag ik u dezen jongen waringin op en spreek de hoop uit dat deze boom een voortdurend teeken blijve van onze gehechtheid aan het Huis van Oranje-Nassau.
“Leve de Koningin! Leve de Prins! Leve de Prinses!” Na deze opdracht sprak de hoofd-penghoeloe een gebed uit, waarop de heer Priester den boom met een enkel woord aanvaardde.
Na elk dezer toespraken klonk het Wilhelmus.

Wat een dag, wat een golven van vreugde- en zou die waringin er nog staan? Msschien is de gehechtheid verminderd na alles wat er in de oorlog is gebeurd.
Maar dat was erna.
Anno 1909 golfde de vreugde, iedereen kende de moeder Wilhelmina, de vader Hendrik, de grootmoeder Emma, een familie waar je bij wilde horen, en dat kon, gemakkelijk, een oranje strik, een parade, een boom in de stadstuin, allemaal tekenen van verbinding, van samen zijn, van misschien ook wel deel uitmaken van de grotere familie. Zoiets gaat vanzelf als je de namen en de verhalen kent.

Praat met mij

Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

100 jaar geleden: medium mevrouw Akkeringa in Indië

Theosofische Loge te Bandoeng (KITLV 11853), circa 1920. In dit gebouw gaf mevrouw een lezing.

100 jaar geleden, in 1925, trok een siddering door Indië, want men wist, men hoorde, men las het in de kranten dat de bekende mevrouw E.A. Akkeringa-Kromme, psychometrisch medium, op tournee zou gaan. Zij wilde lezingen geven. Zij zou seances houden. Iedereen wilde erheen, natuurlijk, want haar naam was bekend van een eerdere tournee.
Al op 7 januari was bekend dat mevrouw Akkeringa in de Theosofische Loge te Bandoeng een lezing zou houden (toegankelijk voor leden en belangstellenden) en dat ze voornemens was Semarang en Deli te bezoeken.

De Locomotief dook er meteen in, wetend hiermee vele gretige lezers te trekken. In februari gaf mevrouw twee lezingen met seance. Aan degenen die het nog niet wisten, legde de krant uit wat dat nu was, een psychometrisch medium:

  • een helderziend medium, dat wanneer het in contact gebracht wordt met willekeurige voorwerpen, mededeelingen kan doen aangaande de menschen, die deze voorwerpen bezeten hebben.

Semarang

De krant bracht een bezoek aan mevrouw zelf, logerend in Hotel Tjandi. Daarvan kwam een reportage waarin zij – vermoedelijk op verzoek – niet rechtstreeks werd geciteerd. Bij alles wat ze deed en tot stand bracht, bleef mevrouw bescheiden op de achtergrond. Foto’s zijn dan ook niet of nauwelijks bekend. Dit vertelde de Locomotief na het gesprek:

  • Mevrouw Akkeringa wil ons geestelijke waarden brengen; zij wil zich vooral niet beschouwd zien als iemand die wonderen verrichten komt, doch zij wil de hoorders op de lezing, die zij zich voornam hier te geven, een blik geven in andere werelden dan die, waarin men allen leeft.
  • Wanneer zij met menschen in aanraking komt, geschiedt het bijna steeds dat zij naast dezen geesten waarneemt, geestverschijningen van afgestorvenen, zoo noemt zij ze. Deze geestverschijningen zijn het, waarop zij ons onder meer wil wijzen.
  • […] Deze geestverschijningen overigens zijn niet vaag en onbestemd, neen, zij merkt aan hen veel uiterljjke bizonderheden, die zij eveneens onder woorden brengt en de aanwezigen herkennen uit de beschrijving niet zelden gestorven verwanten.
  • In wezen beschouwt mevrouw Akkeringa haar mededeelingen aan de menschen van een religieuze strekking.
  • De seance, die zij aan een lezing verbindt, heeft slechts ten doel de hoorders te overtuigen van de waarheid harer woorden.

Algemeen handelsblad voor Nederlandsch-Indië, 2 februari 1925.

Verdere reclame was hierna uiteraard niet meer nodig. Iedereen had wel een voorwerp dat misschien iets kon onthullen, en menigeen verlangde naar contact met een dierbare, vragen te kunnen stellen wellicht, iets te horen hoe het nu was.
Loslaten is moeilijk.
Ik was zelf ook gegaan.

De seance

De Locomotief bleef mevrouw Akkeringa volgen. Daar hoorde ook een verslag van de avond bij. De krant had een reporter naar de avond gestuurd. Er was ‘buitengewoon groote belangstelling’ voor de lezing en de bijbehorende seance. Mevrouw nam in de zaal waar dat er ‘verschillende Intelligenties’ aanwezig waren, ‘de materialisaties van afgestorvenen’, legde de krant uit. Met als toelichting:

  • onder andere een oude dame, in het grijs gekleed die den indruk maakte alsof zij aan benauwdheden was heengegaan. Zij had een opgezet, eenigszlns bol gezicht, naar spreekster meedeelde, en duidelijk hoorde zij den naam Anna uitspreken. Den leeftijd kon zij bepalen op 62 of 63 jaar. Een dame in de zaal herkende in de beschrijving haar moeder.
  • Dan zag zij een jongen man, in militaire uniform, de pet stond wat scheef, hij maakte een onverschilligen indruk, het gezicht beschreef zij als langwerpig, het haar blond. Leeftijd 25 a 26 jaar. Zij hoorde den naam Wim zeggen. Een heer uit de aanwezigen stond op en zeide dat de beschrijving overeenkwam met een op dien leef tijd gestorven vriend van hem.
  • Nog beschreef mevrouw Akkeringa onder opgave van nauwkeurige gegevens vier andere intelligenties, die niet herkend werden.

De zaal moet ademloos geluisterd hebben. Zij zagen alleen elkaar, maar mevrouw daar, zij zag méér en wie? Dat moest je afwachten.
Was het dan toch zo, dat er een andere wereld was, dat iemand waar je van hield gewoon bij je kon blijven? Leverde mevrouw hier gewoon het bewijs?

Een hangertje aan een halsketting

De Locomotief, 5 februari 1925.

Toen kwamen de ‘psychometrische experimenten’. Mevrouw Akkeringa kreeg een voorwerp en vertelde wat in haar opwelde. De Locomotief: ‘Veel werd onmiddellijk door den bezitter als juist toegegeven, veel bleef onbekend.’ En soms, had de krant eraan toe kunnen voegen, was het ook onthullend en schokkend. Dat was zeker toen mevrouw een hangertje aan een halsketting in haar hand kreeg. De reporter van de Locomotief moet de vingers blauw hebben geschreven, gezien het uitgebreide en woordelijke verslag:

  • Die het draagt leeft nog?
  • Neen.
  • Maar dit moet door iemand gedragen zijn, die nog leeft. Hoeft uw vrouw het gedragen?
  • Ja.
  • Zij is ongeveer drie jaar dood.
  • Iets langer, merkt de bezitter op.
  • Goed, maar die het het laatst gedragen heeft leeft nog, dat weet ik heel zeker. Wie is er bij u in huis, die uw huishouden doet? Kan die het niet gedragen hebben?
  • (Dame naast bezitter knikt van ja).
  • Maar het moet ook nog door een derde gedragen zijn. Kent u een vrouw, ik zie haar, wier haar hoog is opgemaakt, zij heeft wat hoogroode wangen… Wie kan dat zijn?
  • Dat zou de pleegzuster kunnen zijn die mijn vrouw vepleegde, luidt het antwoord.
  • Uw vrouw had een buiklijden, is dat niet zoo?
  • Ja.
  • Zij heeft het lang voor u verborgen gehouden. Ik zie haar terwijl ge op kantoor waart moe en pijnlijk liggen en tegen dat ge terugkomt, opstaan en zich flink houden. Zij heeft een strenge opvoeding gehad niet in een gesticht, maar toch in een plaats, waar strenge orde heerschte. Daar leerde ze zich beheerschen tot zij niet meer kon en moest gaan liggen. Er kwam iemand bij u in huis, waarvan uw vrouw zeer geschrokken moet zijn. Ik zie zelfs afpersing, zij moet geld geven, doch geeft niet toe. Wie kan dat zijn?
  • (Dat weet ik niet)
  • Heeft de pleegzuster dit kettinkje aangehad? Is zij in uw huis geweest, nadat uw vrouw stierf?
  • Ja… wel eens.
  • Vraagt u maar na. Twee menschen moeten het gedragen. Ik zie meer, vertel dit hier liever niet. Komt u maar eens bij mij, als u meer weten wil…

Spiritistisch Onderzoek

Zo was mevrouw Akkeringa dus ook: wetend wanneer ze discreet moest zijn. Ze trad weliswaar in de openbaarheid, sprak over geesten, leek toegang te hebben tot een wereld die voor anderen onzichtbaar was en toch: ze liet zich niet op haar gave voorstaan. Ze trad niet in discussie met de onvermijdelijke vragenstellers of dit wel waar kon zijn. Ze bood haar kennis en inzichten aan, ter lering, aan het publiek en aan organisaties zoals de Bataviasche Spiritistische Vereeniging.
In juli van datzelfde 1925 was ze als erelid aanwezig op de vergadering van de Nederlandsch-Indische Vereeniging tot Voortzetting van het Spiritistisch Onderzoek, die toen zestig leden ontving. Een vereniging met ambitie, als zustervereniging verbonden met Harmonia (Den Haag) waar mevrouw Akkeringa lid van was.

Harmonia bestaat overigens nog steeds, gevestigd in Den Haag. Ze houden bijeenkomsten en seances. 
Misschien ga ik er een keer heen. Als ik durf.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Het schandaal van ‘Totok en Indo’ (1915)

Het ijdschrift Eigen Haard publiceerde deze foto met het merkwaardige bijschrift: “Van links naar rechts: Herman Indo (N.N.) en Cornelis Indo (Kloppers)”.

Het toneelstuk Totok en Indo, een Indische idylle begon zo goed. Een beroemde regisseur (Eduard Verkade), een ster in een van de hoofdrollen (Annie van Ees) en dan nog eens in mei 1915 de première in den Haag, waar het Indische leefde. Het Bataviaasch nieuwsblad schreef over een ‘stampvolle zaal’, bloemen, en hoe het publiek riep om de auteur, Jan Fabricius, die op het toneel verscheen en zich ook al liet huldigen.

Die avond begon het schandaal nog net niet.

Kampong

Wel begon er iets te broeden dankzij de Sumatra-post, als altijd messcherp. In de rubriek Haagsche Brieven ging alles over de hekel: de schrijver, zijn toneelstuk en ook het Haagse publiek:

  • Oud en jong Indië is er de kampong voor uitgeloopen.
  • Gepensionneerde generaals hebben hun knevel den martialen streek gegeven, oud-residenten hebben afspraakjes gemaakt op de club, B. B.- en andere Oost-Indische-ambtenaren-met verlof zijn er als de kippen bij geweest, en al de Toeties en Nons en Francines hebben ’t aan ma gevraagd of ze mochten.
  • Zoo leuk, ja?

Indo

Het toneelstuk was licht en komisch bedoeld, zijnde ‘een koloniaal stuk-met-een-strekking’, gesitueerd op een koffie-onderneming te Java. Liefde, onderlinge haat en nijd, carrières, op zich een interessante mix. Waar het pleizier van de een en de pijn van de ander in zat, dat was in te tekening van Herman, de Indo uit de titel. De Sumatra-post:

  • We krijgen proeven van klassieken lndo-Nederlandschen briefstijl, bloemrijke verhalen van branden en jachten met al de potsierlijke wendingen, komische klanknabootsingen, hevige geste, levendige mimiek.
  • En die is vaak onweerstaanbaar grappig…
  • En toch zou het niet sympathiek zijn, een kriebelig gevoel van onvoldaanheid en… (ik weet er geen ander woord voor) kwajongens-achtigheid bij ons achterlaten, wanneer we niet anders hadden gekregen dan dit.
  • ’t Is zoo goedkoop, niet waar, te lachen om wie buiten eigen schuld zich lachwekkend gedraagt.

In dat woord ‘lachwekkende’ zat een staartje koloniaal venijn. Hoezo was het grappig, als iemand de Nederlandse taal niet volmaakt beheerste?
Dat Jan Fabricius dezelfde Herman tekende als artistiek begaafd, deed daar eigenlijk niets aan af, vanwege zijn woordkeus: ‘Een warm oostersch gemoed zingt zich uit en ontroert ons. Dit zijn de liederen, bedwelmend als de geur van de bloeiende koffie en verlangend als vogelgeroep in het oerbosch… ‘
De krant meldde ook dat er plannen waren het stuk in Indië op te voeren, als het gezien de ontwikkeling van de oorlog – het was wel 1915 – mogelijk was.

Rancune

Nieuwe editie Sumatra post, nieuwe inzichten. Op 3 juni schrijft de krant dat het toneelstuk bij de Indische gemeenschap in Nederland ‘groote ontstemming’ heeft gewekt. Er zijn dan al wat stukken in de pers verschenen die zich verzetten tegen een toneelpersonage als de Indo Herman.
Men voelt zich gekwetst.
Gegriefd.
Het is eenzijdig, overdrijving, generalisering, ‘een klap is het aangezicht van de talrijke Indo’s, die in ontwikkeling niet onderdoen voor vele Hollanders, al is hun gelaatskleur donker en al behoudt hun uitspraak van het Hollandsch vaak—lang niet altijd—nog het vreemde accent.’
En zoiets versterkte ‘de toch al aanwezige rancune tegen den Totok.’
En wat de Indo in Indië betrof, citeerde de Sumatra post, Mr. C. Th. van Deventer uit de belangrijke Haagse krant Het Vaderland:

  • Er is op Java geen gouvernements- of particulier kantoor, geen onderneming en geen fabriek zonder Indo’s onder het personeel en ik durf zeggen, dat de overgroote meerderheid hunner aan de hun gestelde eischen voldoet, ja, dat er haast geen kantoor in Indië te vinden is, of het telt onder zijn personeel een of meer Indo’s, die voor den goeden gang van zaken onmisbaar zijn.
  • Dat zij niet allen onberispelijk Nederlandsch spreken moge waar zijn, maar er staat tegenover dat zij in het spreken van inlandsche talen de totoks verre de baas zijn.

Soerabaja

Het toneelstuk was in boekvorm te koop. Bataviaasch nieuwsblad, juni 1915

Iedereen vond er wat van en zoals dat gaat met een schandaal, wilde iedereen er meer van weten. De zalen zaten vol bij elke opvoering. Mevrouw Van der Steen rook geld en ze kocht de rechten aan, om het in Soerabaja op te laten voeren. Wel onder een nieuwe titel:  Een planters-idylle. Zinloos, iedereen wist de eigenlijke titel.
En, zo schreef de Sumatra post, ‘ Vele kwetsende passages waren geschrapt’.
Maar ook hier zat de zaal vol. Ook vanwege de sensatie natuurlijk, de acteur die Herman speelde had dreigbrieven ontvangen. Er was ook sprake geweest van demonstraties. Acteurs hadden na afloop politie-begeleiding nodig; er dreigden opstootjes.
Misschien lag het extra gevoelig dat hier wel Indische acteurs de Indo-personages speelden. In Nederland was dat, getuige het donker geschminkte gezocht op de foto hierboven, voor Herman een Hollander geweest, en daarbij nog eentje die anoniem wilde blijven. N.N. wie was dat?

Kassa

Een succes-auteur als Jan Fabricius was weinig ontvankelijk voor dit soort maatschappelijke commotie. Het jaar erna publiceerde hij het toneelstuk Dolle Hans, met in de hoofdrol een driftige (‘dol’) Indische militair. Zijn kassa moest rinkelen, evenals die van schouwburgen en ook dit toneelstuk bracht weer het een en ander teweeg.

Emancipatie

Maar het was wel gebleken dat Indië zich niet alles meer liet zeggen. Want dat toneelstuk moest aangepast worden, om erger schandaal te voorkomen. En toch deed het pijn. Of juist. Een teken aan de wand.
De Indo-emancipatie was aan het toenemen, ook al liet de oprichting het grote Indo-Europese Verbond (IEV) nog vier jaar op zich wachten. Het gevoel was er al wel: wij hoeven ons niet meer alles te laten zeggen.
En zo was het ook.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Workshop damesromans: liefde en wraak

Waren vrouwen werkelijk altijd het slachtoffer in het oude Indië als het aankwam op liefde en huwelijk? Dat staat te bezien. Uit Indische damesromans valt veel te leren over wat vrouwen er zelf van vonden.

Met oud bedoel ik: van voor de Eerste Wereldoorlog. En na de opening van het Suezkanaal – dan gaan veel Hollandse vrouwen naar de Oost, met in hun koffers over-fatsoenlijke normen en waarden en over het algemeen met weinig idee van wat ze te wachten staat.

Vrouw-zijn

Een vrouw trouwt met de handschoen en vertrekt.
Ze gaat als gouvernante.
Of ze is vrouw-van, moet zijn waar haar heer-gemaal is (o, de huwelijkswetten van weleer) en begrijpt in de regel veel meer van de zogeheten ‘Indische toestanden’ dan meneer thuis zich kon voorstellen. Zij zag, begreep en wist. Omdat hij dacht, daar is mijn vrouw te fatsoenlijk voor, en omdat zij dacht het is toch een man.
En dan begrijp je als vrouw-zijnde het een en ander van wat een njai is, waarom zij tot vergiftigen kan komen (en waarmee), en ook voel je dieper wat het voor een jongen kan betekenen als zijn vader, een indrukwekkend militair, hem niet erkent als zijn zoon.
Allemaal pijnlijke toestanden.
Heerlijk om over te lezen.
Zo informatief ook.
Daardoor kan ik inmiddels veel leed aanrichten met bamboevezeltjes, gesteld dat ik een man elke avond moest voorzien van eten.
Just sayin’.

Ladylike

Ik ben al jaren en jaren in de ban van deze romans. Voor mij zijn ze een spiegel van huwelijk en liefde, wat nooit hetzelfde is. En ik ontdekte daarin hoe vrouwen weliswaar door de wet een minder soort persoon zijn, maar ze altijd sluipweggetjes weten te vinden om hun eigen wens en wil te laten gelden.
Hoe dan.
Staat in die romans.

Ze hebben hun naam niet mee: damesromans heten saai te zijn, niet echt mee te tellen, melodramatisch en ongeloofwaardig te zijn.
Mwah.
Ligt eraan hoe je leest. Waar je aandacht naar uitgaat. Wat je weet van de auteur, de historische context.
Europese vrouwen werden destijds zelden veroordeeld voor moord. Wel werden er opvallend veel vrouwen krankzinnig verklaard. Ik zeg: 1+1=2. Want destijds was het niet ladylike om met stemverheffing te spreken, laat staan te schreeuwen, laat staan om de echtgenoot naar de hemel te helpen.
Want wat moest een familie als er een vrouw was overgegaan tot… doodslag, moord wellicht?
Opties:

  • naar de familie in Nederland sturen
  • naar een sanatorium sturen: liever gek dan crimineel
  • bij lieve mensen laten ‘verplegen’, nou dan weten we het wel

Hopelijk denkt u nu: daar zou ik wel meer van willen weten. En dat kan. Want aanstaande woensdag, dus 18 december 2024, geef ik ’s middags in het Haagse Klokhuis een workshopmiddag. Eerst geef ik een inleiding op de damesromans met inspirerende ik bedoel boeiende case story’s over liefde en wraak en vergiftigen. Ik lees ook enkele fragmenten voor uit die romans.

We volgen een Indische lijn. De situatie is dan als volgt: een Europese man heeft een njai. (en zij heeft hem) Er komt een kind. En aan de horizon dreigt een Europese echtgenote te arriveren. Wat nu, wat zijn de gevoelens en de overwegingen? We duiken in de emoties van weleer.

Dus het gaat over:

  •  voorkinderen, wel of niet erkennen, hoe is dat
  •  de Europese vrouw en de njai
  • vergiftigen ja of nee en hoe dan (met voorbeelden)

Na de inleiding pauze.
En dan komt het deel van dieper begrijpen want ik ga u leren een mini-verhaal te schrijven in de stijl van de damesromans. Gaat stap voor stap, we doen het samen, en het is leuk en leerzaam ook nog eens.
Bent u een hele middag onder de pannen. Het is nog gratis ook.
Voor de duidelijkheid, dit is niet online. We zitten straks in een soortement huiskamer, ook goed voor de sfeer, er zijn schemerlampjes. Puntje is wel dat het snel vol zit en het is al aanstaande woensdag. Er zijn maximaal 12 stoelen en ik wil ook zitten.

Extra fijn:  u kunt gewoon komen. Geen huiswerk, geen voorbereiding, u hoeft geen voorkennis te hebben, het gaat gemakkelijk en vanzelf die middag.

Voor wie is het?

  • voor iedereen met belangstelling voor oude Indische romans, voor de letteren van toen
  • u heeft een voormoeder in de generaties
  • eigenlijk weet u weinig van de oude damesronans, behalve dat er grote kans is dat ze in uw familie toen heel vroeger werden gelezen
  • u heeft zin in een gezellige middag die ergens over gaat
  • of.. u heeft altijd al belangstelling gehad voor liefde en lust en alles wat erbij komt kijken

Een gezellige en informatie middag

De workshop is verplaatst naar februari 2025, wilt u een vrijblijvend berichtje?

Voor de pauze: inleiding op deze damesromans. Na de pauze help ik u stap voor stap een mini-liefdesverhaal te schrijven, over liefde, lust en… wraak.  Allemaal verzonnen, en u neemt iets leuks en moois mee naar huis.

Hou me (vrijblijvend) op de hoogte

Naam(Vereist)
E-mailadres(Vereist)
Heeft u nog vragen of opmerkingen?

toegang: Gratis
Aanvang: 1400 uur, tot circa 1630 uur
Locatie Het Klokhuis is gevestigd op de Celebesstraat 4, 2585 TJ in Den Haag
Attentie: er is beperkt plaats, vol = vol.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

“Toen voelde ik de familieverbondenheid” (interview)

Rita de Jong Andela schreef het verhaal van haar familie op. Het boek verscheen op de dag van haar 70ste verjaardag, tijdens een feestelijke middag. In Lijsterbeslaan 149. De reis van Willem Oepke Andela, een gleibakker uit Bolsward en zijn Indische nazaten beschrijft ze niet alleen de verschillende generaties, maar het doorwerken ervan. Een interview. En met een beetje trots, want ik heb geholpen met persoonlijke schrijfcoaching.

  • Je eigen boek de wereld insturen, dat is nogal wat. Hoe heb je dat aangepakt?

Op mijn verjaardag, alleen met intimi. Ik was niet zenuwachtig, daar was ik blij om. Heel wat mensen wisten nog niet dat ik öok op die middag mijn boek ging presenteren. Geleidelijk werd dat duidelijk, want op het scherm vertoonde ik foto’s van de boeken. Op een gegeven moment hoorde ik: ‘Oh, is het klaar?” Dat verrassingselement was heel leuk.
Het was ook vertrouwd, met vrienden en familie. Voor de presentatie had ik drie passages uit het boek gekozen, die belangrijk waren in mijn leven en waar ik iets meer over wilde zeggen.
De tweede passage ging over mijn ouders. Mijn vader wilde destijds niet naar Holland en mijn moeder wilde beslist wel. Ik schrijf over haar pogingen om hem elke dag de formulieren te laten tekenen, om hem toch zover te krijgen. En over hoe belangrijk die beslissing is geweest voor ons leven.
Zoals wij daar bij elkaar waren, hadden we voornamelijk Indische ouders die die repatriëring hebben meegemaakt. Dat is bepalend is geweest voor ons.

  •  Hoe voelde het, om dat met een aandachtig publiek te delen?

Rita de Jong Andela, een Indisch meisje van 70 presenteert haar familiegeschiedenis.

Ik werd er blij van. Trots.
Dat ik kon laten zien dat het familieverhaal af was. Ik had het me voorgenomen, ik heb het gedaan, ik heb het afgemaakt. Het boek lag er. Waar ik ook blij van werd is dat iedereen blij was voor mij. Ik kreeg veel lieve reacties en ik voelde daarin de familieverbondenheid.
De moeder van een nichtje kon er niet bij zijn, en het nichtje wist zeker dat haar moeder het graag wilde lezen. Een aangetrouwde oom zei: ‘Dit neemt mij helemaal mee terug naar hoe het vroeger was.’ Hij bedoelde het samenzijn, het volle huis, de kinderen met het bord op schoot etend, zittend op de trap naar de eerste etage. De gezelligheid, want dat was er ook.

Voor de jongere generaties

  •  Dat is goed gelukt dus: herinneringen bewaren. Maar willen de jongere generaties uit de familie dit ook lezen?

Dat weet ik nog niet. Een zwager zei stellig: ‘Er komt een moment dat ze nieuwsgierig worden en dan zien ze jouw boek op de plank staan. Misschien lezen ze niet elke pagina intensief, misschien alleen waar ze zien: dit gaat over mijn moeder, over opa en oma.’ Dat hoop ik. Op dit moment is de jonge generatie druk is met haar eigen leven: werk, opgroeiende kindertjes, hobby’s, sport, activiteiten. Het familieverleden neemt nog geen plek in hun dagelijkse gedachtegoed. Maar straks vermoedelijk wel.

  • Je hebt ook over moeilijke stukken geschreven, zoals hoe je vader was, als vader in het gezin. Kunnen die jongere generaties dat gaan begrijpen?

Ze kennen dat soort situaties helemaal niet, een vader die zo uit de oorlog in Indië kwam. Maar ze kunnen het wel meevoelen, denk ik. Ze zien ook zoveel oorlogsverhalen op de televisie, met alle beelden die erbij horen. Maar misschien doe ik ze te kort. Er is ook een groot deel van de derde en vierde generatie die actief op zoek is naar het verleden.
Mijn generatie begrijpt het meer. Een vriendin van mij vertelde dat ze bij bepaalde passages over mijn vader moest huilen, omdat ze het herkende van haar eigen vader.

  • Ben je al met al tevreden?

Tevreden is een groot woord. Wat het me vooral heeft opgeleverd, is dat ik mijn vader een stem en gezicht heb gegeven. Dat was niet de vooropgezette bedoeling. Na de scheiding van mijn ouders is mijn vader voor 90 procent uit beeld verdwenen, zowel in de familie, als in het leven van zijn kinderen. Met je verstand weet je dat iemand die de oorlog heeft meegemaakt er beschadigd uit komt en daarom tot een zeker handelen komt. Dat weet je dus met je verstand, maar…
Voor dit boek kon ik hem zijn verhaal zèlf laten vertellen, omdat ik het psychiatrisch rapport van professor Bastiaans had. Het was zijn stem, die in dat rapport was vastgelegd. Zijn visie. Dat heb ik opgenomen, omdat ik voelde dat hij er recht op had, ongeacht wat er in het gezin is gebeurd.

“De vader blijft een manco vertonen”

  •  Toch is het vooral jouw verhaal geworden. Dat was de opzet.

Klopt. Alleen had ik niet verwacht dat hij er zo’n prominente plek in zou krijgen en wat voor effect het op mij zou hebben. Ik heb meer vrede gekregen met de man die hij was. Ik zeg niet: met de vader. Wel: met de man. De vader blijft een manco vertonen.
Lang geleden heb ik daar al een streep onder kunnen zetten. Wrok had ik niet mee. Maar iets bleef toch schrijnen. Dat is het kind in me. Nu kan ik ook mededogen voelen met hem. Hij had ouders die niet naar hem omkeken, rolde als jongvolwassene de oorlog in, verloor zijn vrouw en zijn kinderen. Hoeveel kan een mens hebben?
Als ik het dramatisch mag zeggen, als je doodgaat zonder ooit mededogen te hebben gevoeld met een ander, en in dit geval zelfs met mijn eigen vader, dan ga je arm dood.

  • Hoe ga je nu verder? Komt er een nieuw boek aan? Misschien over je vader, de biografie?

Misschien. Maar ik moet eerst meer onderzoeken. Maar uitgeschreven ben ik niet, dat weet ik zeker.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Wat kunt u wèl doen in december? (tip)

december

December komt elk jaar sneller, lijkt het. Wat, alweer pepernoten? Ja, en een dag later denken we aan de Kerst, alweer een jaar voorbij en terugkijken en vooruitkijken, en het is net of er heel december geen dag meer is om zelf rustig adem te halen.

Niet gaan somberen, hoor. Kijk naar wat er wèl kan. Dat probeer ik ook te doen. Ik heb een voorstel.

Hoe vind u die foto bovenaan? Die kwam ik tegen in een oude Indische krant. Kindertjes die wat inspreken voor hun vader die, naar alle waarschijnlijkheid, in de Politionele Acties zat. De krant is van 6 december 1947. Tegen Kerstmis dat jaar zal de opname van hun stemmetjes worden uitgezonden via Radio Batavia.
Samen rond de boom lukte niet.
Maar dit lukte wèl.
Voorbeelden uit het verleden die een beetje pijn doen, om alles, daar leren we het meeste van.
Ik wel.

Aandacht

Juist in deze tijd zijn we wat emotioneler, ik in elk geval wel. Ik hoef maar één foto van iemand in een bed op de intensive care te zien, en ik ben al bang voor mezelf en mijn dierbaren. Die muziek in de supermarkt maakt me zenuwachtig.
Het betekent dat ik mijn aandacht naar iets anders moet brengen. Want wat ik aandacht geef, dat groeit.
Dus: iets doen, actie, zelf de baas zijn over de dag.

Nu komt mijn voorstel.

Herinneringen

Wanneer u ooit gedacht heeft aan het opschrijven van uw familiegeschiedenis, dan is juist december ideaal om aan anderen informatie te vragen. Door de emotie komen nogal eens wat herinneringen boven borrelen. We kijken allemaal terug en zijn blij als we dat kunnen delen. Dit is ideaal als u een beetje opziet tegen de drukte van bijeenkomsten, ook al zijn ze nog zo gezellig.
Mijn voorstel is: u maakt voor elke bijeenkomst een plannetje. Als volgt.

Kies een oude foto uit waar u vragen over heeft of over zou kunnw stellen als begin van een gesprek. Een oude foto. Daarvan maakt u een kopie, flink groot en u schrijft op een vel papier vragen. Nummer ze. Eerst de gemakkelijke. Daarna de moeilijke.
Nu zijn er twee opties.

    1. Ofwel de vragenlijst neemt u mee als spiekbriefje naar het diner, de avond of de dag van de bijeenkomst.
    2. Ofwel u stopt de lijst in een envelop en stuurt deze met een print van de foto aan een of meer
      familieleden die u straks zult zien. “Als er een momentje voor is.”

Nou, met uw lijst spannende vragen komt dat momentje er zeker weten. Dat wordt wat.

Wat voor vragen?

Vragen kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • wie maakte de foto
  • wie staan er wel op
  • wie niet en hoe kan dat
  • welk jaar is dit
  • wat gebeurde er toen nog meer
  • over wie waren er toen zorgen in de familie
  • wat was het fijnste uit die tijd
  • aan wie stuurden de personen op de foto brieven (en waar zijn die brieven nu)

Onderaan de vragenlijst zet u als uitleg dat u het verhaal van de familie voor uzelf op een rijtje aan het zetten bent. Dat is nodig, want veel mensen worden zenuwachtig van vragen. Dan denken ze hun antwoorden morgen op het internet te lezen. Wees dus voorzichtig met elkaar.

December is de ideale maand om juist herinneringen op te halen en te verzamelen. Doe het dan ook. Deel wat herinneringen, vraag wat herinneringen. Wie weet wat voor moois er uit kan voortkomen, juist nu.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Als de kinderen niets vragen en niets willen weten

“Het interesséért de kinderen gewoon niet,” zei de Zeer Oude Mevrouw tegenover me. Ik vroeg hoopvol hoe oud ze waren. “Nog geen vijftig,” zei ze.
En ik: “Dan kan het best later komen, hoor.” We keken elkaar even aan en wisten wat de ander dacht: of zij er dan nog zou zijn om hun vragen te beantwoorden.
Maar zoiets zeg je niet hardop.
De Zeer Oude Mevrouw behoorde tot de Eerste Generatie.
Haar kinderen waren toen drukdrukdruk: met de kinderen, met werk, met zichzelf, met alles.
Dat snapte de mevrouw en ik ook.

Stapje vooruit in de tijd naar nu-vandaag.
De Tweede Generatie is in een rustiger fase gekomen.
Kinderen de deur uit. Tijd voor nadenken. Dan: alwéér een rouwkaart met een uitnodiging voor een uitvaart.
Dan voelt een mens: straks ben ik aan de beurt, en wie ben ik eigenlijk? Waarom heb ik met een half oor naar al die familieverhalen geluisterd zonder wat op te schrijven? Aan wie kan ik nog wat vragen?
Zelfverwijt. Schuldgevoel. Maar ook: verlangen naar wel-weten. Dat is een gevoel waar liefde in zit: liefde voor de vorige generaties, liefde voor de familie, liefde voor het Indische.

Aanpassen

Misschien is het niks-opschrijven van eerder wel een compliment voor de opvoeding. Destijds was de Tweede Generatie jong en wat was toen het motto?
“We zijn nu hier, in Nederland.”
Het aanpassen en meedoen lukte vaak goed. Plus dan het vaak drukke leven met werk en gezin.
En nou ja, dat drukdrukdruk.
Pas wanneer het leven verandert, geleidelijk of met een klap, komen de vragen.
Waar moet je beginnen als volwassene, met weinig kennis en er is niemand meer van de oudste generatie?
En dan is er de derde generatie, en de vierde, druk met theaters en podcasten en wat al niet, maar wat weten zij eigenlijk van hun eigen familie?

Tweede Generatie

Ik ben wat peinzend, dat merkt u wel. Een beetje melancholiek. Het einde van het jaar nadert, dan heb ik dat nogal. En het komt ook door wat ik in mijn leven heb en dat zijn gesprekken met de Tweede Generatie.
Die kinderen van weleer.
Ook de derde en vierde generatie meldt zich nu bij me aan.
Hoe verder weg van Indië, hoe groter de belangstelling en hoe minder vermogen tot duiding.

Het komt dus nu vooral aan op de Tweede Generatie.
Bewaren, doorgeven, bewaren, doorgeven.
Alléén voor wie het Indische verhaal belangrijk vindt, inclusief oorlog en wat dat teweeg kan brengen tussen ouders en kinderen.

In mijn coachingsessies hoor ik daarover veel. Wat me steeds verrast is hoe ver herinneringen kunnen teruggaan: als u iets over uw vader weet, dan weet u ook vast iets over zijn vader en hopelijk ook over diens vader. Zo ook via uw moeder.
Dat zijn al drie generaties.
Is dat belangrijk genoeg om op te schrijven?
Dat dacht ik wel.
U bent de expert, want u weet het uit de eerste hand. Die familieverhalen kunnen zomaar uit uw geheugen komen; in een half oor past veel informatie.
En de ene herinnering haalt de andere op.

Antwoorden

Dus ga graven, bedoel ik te zeggen, in uw geheugen, schrijf op wat u wèl weet. Kijk in de toekomst en weet: op enig moment wil de jongste generatie weten waar ze thuis horen in de familie, op wie ze lijken. Dan zijn uw verhalen van belang. Daar zitten de antwoorden in.
Beter een half oor dan geen oor.

Doe mee:
Easy peasy. 5 stappen om uw familieverhaal (eindelijk) op papier te zetten
Het webinar is maandag 9 december 2024, ochtend (10.00 uur) en avond (19.30 uur).

Meer lezen:  via de link, klik hier en lees.

Meteen aanmelden kan ook:

Ja, ik ga mijn familieverhaal eindelijk opschrijven, ik ben er bij

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Uw aanmelding komt bij mij en dan mail ik u terug.

Iets over een kamerscherm en gouden kebaja-speldjes

“O, dat is al zo oud,” zei Tante Anneke, ietwat beverig wuivend naar het kamerscherm. “Mijn moeder heeft dat een keer laten maken bij een Chinees.”
“Het is prachtig,” zei ik vol bewondering.
Tante Anneke: “Jaja.” Zelf keek ze er al decennia naar. Dan is het nieuwe er wel af.

Ik was destijds bij Tante Anneke om te praten over het leven van haar moeder, de kruidengeneeskundige mevrouw Kloppenburg. Af en toe reisde ik naar de flat bij Arnhem, waar ik in het schemerlicht luisterde naar verhalen over Indië. Soms zag ik in dat halfduister iets opflonkeren, iets uit de oude tijd.

Kebaja-speldjes

Een ver achternichtje van mevrouw Kloppenburg liet me kebaja-speldjes zien, ook van vroeger. Ze opende haar hand en ik zag ze glanzen, de gouden sieraden, betoverend door de kostbaarheid van herinneringen, aanwezig in die kleine speldjes. Ik wist wie de kebaja had gedragen, dat was Lucy, het lievelingszusje van mevrouw Kloppenburg. Dat is het ontroerende van familiestukken: er zitten familieverhalen in.

Ik mocht de speldjes even in mijn hand nemen, ze lagen er als kleine stille getuigen van een vervlogen tijd.

Dat Tante Aneke nu in de hemel is, weet ik zeker. Maar waar het kamerscherm is, dat weet ik niet. De gouden speldjes zijn vast bij een ander achternichtje. Er is nog zo heel veel dat van de ene generatie op de andere wordt doorgegeven, vaak met hele of halve verhalen erbij, die elkaar ook nog eens kunnen tegenspreken. Wat moeten we daarmee, met zulke verhalen?

Geheugen

Die familieverhalen hoorde ik van Tante Anneke. Ze was de jongste dochter uit een groot gezin, en in haar leven had ze geluisterd naar verhalen van haar grootmoeder, moeder en oudere zusters. Ze wist nog veel. Anekdotes. Details. Wat het ene familielid van het andere familielid vond. Wat ze als jong meisje wel en niet had gemogen, omdat ze een meisje was. Hoe streng haar moeder altijd was: “We mochten geen staltaal spreken.” Waarmee ze bedoelde, altijd Algemeen BeschaafdNederlands (ABN), ver weg staand van het Nederlands dat bedienden spraken.

Haar geheugen leek uitstekend en toch had ik er in mezelf vragen over:

  • is een familieverhaal na drie generaties doorgeven nog betrouwbaar?
  • kun je ook een herinnering van een ander als het ware erven, zodat het net is of je het zelf hebt meegemaakt?
  • wat  betekent het als het geheugen de ene keer dit geeft als waarheid en de andere keer dat als waarheid?

Daar ben ik nog niet uit, maar misschien kan de techniek me helpen.

Casettebandjes

De gesprekken heb ik indertijd opgenomen, ze staan op casettebandjes. Nu zijn dat ouderwetse dingen. Ik bezocht een technische winkel waar ik als oude mevrouw advies vroeg. Nu heb ik een apparaat waarmee ik die bandjes kan digitaliseren. “Het wijst zich vanzelf,” zei de jonge verkoper monter.

Daar hoop ik op. Want dan kan ik de verhalen opnieuw horen, woord voor woord, en dan weet ik weer wat de jongste dochter van mevrouw Kloppenburg vertelde.

 

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Maar hoe maak je nasi tim?

nassi tim

Zeg tegen een ziek iemand: “Jij hebt nasi tim nodig,” en de ander is al half beter. Als je tenminste het goede maakt.

Nasi Tim is een gerecht waar een lintje om mag, zo belangrijk is het. Goede voeding en troost op hetzelfde bord. En ook is het recept mysterieus, tenminste voor iemand als ik zonder Indische achtergrond.
Het is soep en toch ook niet.
Rijst en meer dan dat.
Het is eenvoudig maar toch luistert het weer nauw.

Eten is emotie, is ervaring, is herinnering. Kent u dat, iets van vroeger eten en dat u dan meteen weer weet: ja, dat was daar, en toen, en wie erbij waren? Dan weet u alles weer. Dat schrijft u toch wel op? Zo kunt u ook familiegeschiedenis schrijven.

Ik raadpleegde mevrouw J.M.J. Catenius-van der Meijden in haar Groot nieuw volledig Indisch kookboek, 1381 recepten Den Haag/Brussel: Van Goor zonen (negende druk; eerste druk vermoedelijk 1925). Dit schrijft ze:

17 Nasi tim

Voor zieken: bijv: voor een of twee personen. Een kopje rijst, 2 kopjes water, 3/4 theelepel zout, 1 ons gehakt van kip of van kalfsvleesch, of een kipekluif, danwel een stukje malsch rauw vleesch.

  • Het gehakt maakt men aan met een ei, een sneedje geweekt brood en zout.
  • Nu neemt men een zogenaamden timpot, (een petiman), doet daarin de rijst met het water en stoomt den pot, die goed wordt dichtgemaakt, in een groteren pot met water, gedurende een half uur. Ook de grootere pot moet dichtgedekt zijn.
  • Is de rijst in den timpot bijna gaar, dan neemt men er de helft uit en doet er den bal gehakt (de kippenkluif of het vleesch) in en bedekt dit weer met de uitgehaalde rijst. Als de rijst te droog is gestoomd, voegt men er een scheutje water bij, wanneer het gehakt er in wordt gedaan.
  • Men laat de rijst verder twee uren doorstoomen, terwijl men telkens in den grooteren pot warm water bijvoegt, als dit te veel verdampt is. Dit water moet beneden (onder) het deksel van den timpot blijven.

Ik weet het niet: een timpot is me onbekend. Maar ik vermoed dat er iets zachts en zaligs uit komt.
Heerlijk.
Mijn eerste eetherinnering is kippensoep van oma. Ze zette een groot wit bord met een gouden randje voor me neer, en ik kreeg een enorme lepel. Dat is best moeilijk als je zes jaar bent, zo oud was ik. De geur was zoutzoet en er kwam damp uit bord. Ik kreeg het nooit helemaal op maar dat gaf niet. Die borden met gouden randje maakten ook diepe indruk op me. Nu koop ik overal en nergens serviesbordjes… allemaal met een gouden randje.

Kookboek

Ik keek ook even in het andere kookboek van mevrouw Catenius: Makanlah nasi! (eet rijst!) De Indische rijsttafel (voor Holland) ‘s-Gravenhage: Ort & Van Straaten, 1922 (derde, vermeerderde druk van ‘Patti. De Indische rijsttafel’)
In het voorwoord ervan spreekt mevrouw haar voldoening uit over het de reacties over het laagdrempelige van de recepten. Het bleek inderdaad…

  • … zoodanig te zijn samengesteld, dat ook onervaren vrouwen en zelfs heeren — dit is mij persoonlijk bekend — het gaarne als leiddraad gebruiken bij de bereiding van een eenvoudige maar goede rijsttafel.

Hierdoor bemoedigd – want ik ben een onervaren vrouw – las ik aandachtig hoe ik rijst moest bereiden. Als volgt:

1. Gewone rijst.

  • Alle rijst, welke ook en van welken prijs, moet, alvorens gekookt te worden, worden gewasschen, opdat het stof, het meelige, met het waschwater wegvloeit. Zonder deze bewerking zou de gare rijst er als pap uitzien. De rijst moet tevens, door het wasschen, helder wit zijn.
  • Men neemt ongeveer twee à twee en een half pond rijst en wascht ze goed helder.
  • Daarna doet men de rijst in een geëmailleerden of ijzeren pot met deksel en voegt er zooveel water bij, dat dit ongeveer 2 à 3 c.M. boven de rijst uitkomt. Men voegt er 1 à 2 afgestreken lepels zout bij. Nu wordt den pot gesloten.
  • De rijst laat men niet te hard, boven een matig vuur, koken, tot ze bijna is droog gekookt en er zich gaatjes in het gekookte vertoonen. Daarna neemt men den pot van het vuur, roert de rijst goed door elkander en voegt er nog een klein kopje water door en laat dit, met het deksel er op, boven een zacht vuur koken, tot de rijst gaar is. Nu en dan moet men er nog in roeren.
  • Rijst kan, naar mate van het vuur, op deze wijze gekookt, in een à anderhalf uur gaar zijn.

 

2. Een andere manier.

  • Heeft men de gewenschte hoeveelheid rauwe rijst genomen en haar goed schoon gewasschen, dan neemt men op een kopje rijst twee kopjes water. Het water eerst laten koken met een weinig zout (op 2 kopjes water 1/2 à 1 theelepel zout).
  • Als ’t water goed kookt en borrelt doet men er de rijst in en roert men steeds, tot er geen water meer boven de rijst is (10 à 15 minuten). Dan dit boven een zacht vuurtje een à anderhalf uur laten stoomen. Den pot houdt men goed gesloten en mag dan niet tusschentijds worden geopend.
  • Na 1 1/2 uur de rijst met een houten lepel omwoelen; zoogenaamd – losmaken – en dan is de rijst gereed, om warm te worden opgediend. Wil men dus om half zes eten en warme rijst ter tafel brengen, dan moet ze om vier uur worden opgezet.

Ik begrijp de investering van tijd en liefde.
Maar ik deins ervoor terug.
Deze twee manieren vormen de basis voor Nasi Tim, zo blijkt:

11. Rijst voor zieken en zwakken.
(b. v. voor 1 of 2 personen)
Nasi-tim.

  • Men neemt 1 à 1 1/2 ons rijst en kookt deze als is aangegeven in no. 1 – verder: 3/4 theelepel zout, 1 ons kalfsgehakt of kalfsvleesch.
  • Wordt de rijst met gehakt gekookt, dan wordt dit eerst met zout, brood en een ei aangemaakt.
  • Men neemt vervolgens een klein pannetje met deksel en kookt de rijst op, als in no. 3 aangegeven. Daar de rijst zacht moet zijn, wordt er meer water bijgevoegd, tot ze, gaar zijnde, nog zacht is en het vleesch of gehakt gaar is.

Het blijft verlangen, ook naar een Nasi Tim versie die plantaardig zou kunnen zijn. Tot ik een simpel recept heb, is het voor mij zaak gezond te blijven, zodat ik geen Nasi Tim nodig heb. Nassi tim lijkt me heerlijk, zeker nu er de koude dagen weer aankomen. Maar klopt het recept van mevrouw Catenius voorlees? En kan het ook plantaardig? Wat vindt u? Reacties graag onder het artikel, dan hebben we er allemaal iets aan en dat is fijn.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Pa van der Steur jubileert (met audio: Pa spreekt tot zijn kinderen)

Pa in 1899, nog met donkere baard. Om hem heen militairen en kinderen uit zijn tehuis. Het is duidelijk een promotiefoto.

In 1938 was Pa van der Steur een beroemd man in Indië. Iedereen kende zijn tehuis, waar hij kinderen van militairen in opving. Hij had ook logerende kinderen. Het was dus een tehuis, geen weeshuis.  Al tientallen jaren leidde hij het tehuis, met medewerkers. Dat moet een hele zorg zijn geweest, om de boel draaiede te houden. Want iedereen keek naar hem, voor alles.

In het Soerabaiasch Handelsblad van dinsdag 26 april 1938 stond een interview met Pa. Wat hij zegt en hoe typeert hem: de nadruk op geld nodig, de groei van het tehuis en het blijvende groei van het aantal kinderen. Feitelijk is het crowdfunding via de krant. In mijn biografie van Pa ga ik ook in op zijn zorg voor militairen, want daarvoor ging hij eigenlijk naar Indië. Hier volgt het interview.


Een terugblik

De afgeloopen Zondag was een zeer bizondere dag: voor het Oranje Nassau Gesticht te Magelang; toen herdacht Pa van der Steur in allen eenvoud den dag dat hij voor veertig jaren als godsdienstleeraar in dienst trad van het Protestantsche Kerkbestuur te Batavia.

Des morgens werd hij bij het ontwaken door 188 jongens van 6 tot 12 jaren verwelkomd, die een lied zongen; de godsdienst-oefening in het kerkje van het gesticht droeg een zeer bizonder cachet, en in den namiddag kwam de kerkeraad van de Protestantsche Kerk te Magelang hem gelukwenschen. Ook was er in den loop van den dag een gelukwenschtelegram van het Kerkbestuur te Batavia gekomen.
Den 24sten April 1898 – bij besluit No. 8 – kwam Pa van der Steur in dienst van het van het Protestantsch Kerkbestuur in Indië.
Wij hebben een onderhoud gehad met den jubilaris, die niettegenstaande zijn hoogen ouderdom nog steeds de dagelijksche leiding heeft van het gesticht, dat thans niet minder dan circa duizend kinderen telt.

Den 10den September 1892 vertrok Pa van der Steur als geordend zendeling van de Baptistenkerk met de „Conrad” uit IJmuiden, om in de laatste dagen van de maand October van hetzelfde jaar in Indië te arriveeren.

Het eerste begin

Het beroemde portret vn Pa, dat bij menig volwassen Steurtje in de huiskamer hing.

Den 4den April 1893 begon Pa van der Steur met den arbeid ten behoeve van het misdeelde Indische kind waarmede hij zoo groote bekendheid en populariteit verwierf. Op dien dag nam hij een viertal weeskinderen ln zijn huis en snel groeide het aantal.
Het spreekt vanzelf dat zijn gesticht vrouwelijke hulp niet kon ontbeeren. Eerst vond Pa van der Steur een zijner zusters bereid bij zijn werk behulpzaam te zijn. Den 4den April 1907 trad hij in het huwelijk met Anna Maria Zwager, die spoedig als Moe van der Steur bekend was.
Van de vier kinderen, die het eerst door Pa van der Steur opgenomen werden, is er nog één in leven en van haar kreeg Pa van der Steur tot zijn groote blijdschap dezer dagen een brief, een taart en bloemen.
Het gesticht was eerst ondergebracht in een heel eenvoudig huisje in Wates (Magelang), dat thans nog bestaat en door een hoefsmid geoccupeerd wordt. Het bleek reeds spoedig noodig te zijn loodsen bij te bouwen en nevenstaande huizen te huren om het stijgende aantal kinderen te bergen.
Het waren toen jaren van harden strijd, en groote moeilijkheden, vooral van financieelen aard, moesten overwonnen worden. Het gebeurde dikwijls dat men des avonds het geld nog niet bijeen had voor de passar-inkoopen van den volgenden dag; maar dan kwamen de Jannen te hulp en met de woorden: „vooruit Jongens, voor de kinderen van onze kameraden!” (het waren hoofdzakelijk
soldatenklnderen, die Pa van der Steur ln zijn gesticht had) ging men met den helm rond en zoo kreeg Pa van der Steur dan het geld om den volgenden dag de hongerige magen van zijn pupillen te vullen.
„Maar”, zoo voegde Pa van der Steur er aan toe, “al die kinderen, die met mij den harden tijd hebben meegemaakt ln die eerste jaren en die dikwijls de honger rond ons huis zagen waren, zijn goed terecht gekomen.

De aanstelling tot predikant

U vraagt mij hoe ik tenslotte godsdienstlee raar geworden ben? Dat ging als volgt: Ik was – nu meer dan veertig jaren geleden – bij een onderwijzersfamilie hier ter stede te gast. Zij klaagden over het feit dat de Roomsche kinderen twee keeren in de week godsdienstonderricht kregen, terwijl de Protestantsche kinderen in Magelang een catechisatie hadden. Dat kwam omdat er in die jaren slechts één predikant was voor Djocja en Magelang en voor laatstgenoemde plaats bleef slechts heel weinig tijd over. Onmiddellijk kwam de gedachte in mij op dat ik in Magelang wel godsdienstonderwijs zou kunnen geven; ik stelde mij met den predikant in Djocja in verbinding en het was voor elkaar.
Het was in 1896 of ’97 dat resident P. M. L. de Bruin Prince in Magelang kwam. Hij stelde veel belang in mijn werk en bezocht met zijn echtgenoote het oude tehuis, waar hij onder andere het kerstfeest heeft bijgewoond.
Resident de Bruin Prince vroeg mij of ik voor ’t werk op de scholen, eigenlijk dus het werk van een predikant, een toelage kreeg.
Op mijn ontkennend antwoord bood hij mij aan een gratificatie van ƒ 1000 te zullen aanvragen. Natuurlijk heb ik het aangenomen, want het geld zou ik voor mijn gesticht best kunnen gebruiken.
Er is toen tusschen resident de Bruin Prince en het Protestantsch Kerkbestuur te Batavia gecorrespondeerd en het resultaat was dat ik officieel benoemd werd tot predikant met een maandelijksch salaris van ƒ 150. Eerst kwam ik in tijdelijken dienst, doch vrij spoedig volgde mijn vaste aanstelling.

Ik heb die benoeming echter op één voorwaarde aangenomen: dat men mij zou laten werken, zooals ik dat wensch en dat men mij in geen enkel opzicht aan banden zou leggen, want ik wil in mijn werk de inspraken van mijn hart volgen.
Met groote waardeerlng spreekt Pa van der Steur dan van het Protestantsch Kerkbestuur, dat nem gedurende veertig jaren steeds volkomen vrij heeft gelaten, zoodat hij inderdaad de inspraken van zijn hart en zijn geweten heeft kunnen volgen.
„Mijn salaris als predikant, zoo ging Pa van der Steur voort, “is mij steeds van zeer grooten steun geweest. Ik heb in de afgeloopen jaren aan het publiek heel veel keeren om geld gevraagd, maar dat ging altijd zooveel gemakkelijker, omdat ik zelfs het geringste deel daarvan niet voor mijzelf noodig had. Ik had immers mijn salaris, dat in den loop der jaren tot ƒ. 500 klom, tot dat het bezuinigingsspook eraan knabbelde en het tot plus minus 400 daalde.
Bovendien kon ik daarvan ruim ƒ. 4000 per jaar voor het gesticht oversparen.”

De eerste subsidie

Klik hier en luister naar de stem van Pa, opname uit de jaren 1930. Hard zetten!

In het jaar 1896 vroeg ik een audiëntie aan bij den Gouverneur-Generaal Van der Wijck. Ik had al mijn boeken bij me en ik liet den Landvoogd zien dat ik voor f. 1200 aan onbetaalde rekeningen had en riep zijn hulp in. Hij beloofde mij dat nog voor het einde van het jaar – het was in December dat ik den Landvoogd bezocht – al mijn onbetaalde rekeningen vereffend zouden zijn.
Ook deelde hij mij mede dat ik een request kon indienen om een maandelijksche subsidie van ƒ. 100. Dat waren dan de eerste subsidies van het Indische gouvernement en met den groei van mijn gesticht zijn zij ook grooter geworden.

Hoe het gesticht groeide

In 1900 ging mijn gesticht over naar de plaats, waar het thans nog staat. Maar het had toen op lange na niet den omvang, welke het thans heeft. Het bestond toen uit een oudo kazerne van de pradjoerits, welke ik tegen contante betaling van het gouvernement kocht. Het was toen een onooglijk gebouw; de dakbedekking bestond uit sirap, dat vol ongedierte zat. Er waren toen reeds 250 tot 300 kinderen. Voor de meisjes had ik in de oude kazerne geen plaats en daarom moest ik eerst enkele huizen huren.
In 1903 ging ik naar Holland, maar ik was na een afwezigheid van enkele maanden reeds terug omdat ik hoorde dat het in Indië niet naar wensch ging. Tijdens mijn verblijf In Nederland werd ik in audiëntie ontvangen door den toenmaligen minister van koloniën en ook door de Koningin-Moeder, met wie ik ruim twee uren heb zitten praten. Ik wist in Holland ook het geld bijeen te krijgen voor den bouw van een nieuwe zaal.

Het gesticht is steeds verder gegroeid. Ik kreeg eerst subsidie voor 350 kinderen, doch tijdens het bewind van Gouverneur-Generaal Van Heutsz werd het aantal tot 400 opgevoerd. Ik heb steeds alle mogelijke steun en medewerking van de Indische regeering gehad en ook van het groote publiek ondervond ik financieelen steun en waardeerlng voor mijn werk. Het eenige punt, waarover wel eens verschil van meening heeft bestaan tusschen mij en het gouvernement, was het aantal kinderen dat ik opnam. Maar ik heb geantwoord dat noch die arme kinderen noch lk er iets aan kunnen doen dat zij op de wereld zijn en dat zooveel mogelijk geholpen dient re worden, waar hulp noodig is.

Nadat mejuffrouw De Haan uit Haarlem ƒ 2500 had geschonken voor den aankoop van een stuk grond en een bouw, kocht hij zelf voor ƒ2500 van de Indische regeering een oude school op. „Ik heb naderhand nog eens een gebouw van het gouvernement gekocht, aldus Pa van der Steur, maar dat heb ik nooit betaald”.
Het terrein aan den voorkant, waarop nu ook het kerkje staat, was een geschenk van den oud-Deliaan Jansen. Het geld voor het kerkje kreeg Pa van der Steur ter gelegenheid van zijn 25-Jarlg Indisch Jubileum. De avondschool werd gebouwd met een bedrag van ƒ 5000 dat voor dat doel door den oud-minister Cremer geschonken was.
En weet U, zoo eindigde Pa van der Steur zijn relaas, indien ik eerder gedacht had aan den dag dat ik veertig jaren godsdienstleeraar ben. dan had ik de menschen in Indië om veertig centen voor het gesticht gevraagd, maar dat ben ik heelemaal vergeten.

Pa van der Steur

Pa en Moe van der Steur, circa 1938

Nu is het Oranje Nassau Gesticht een zeer uitgebreid complex, dat een duizendtal leerlingen telt. Vergelijken wij het tegenwoordige gesticht met het nederige huisje, waarin Pa van der Steur in 1893 begon, dan valt de groei des te meer op. Wij gelooven niet dat wij overdrijven. Indien wij zeggen dat de stad Magelang door het gesticht een zeer bizonderen klank heeft gekregen.
Zooals reeds gezegd ontving Pa van der Steur een telegram van het Protestantsch Kerkbestuur te Batavia een telegram, dat wij hieronder zullen laten volgen:

Bij gelegenheid van Uw veertigjarig jubileum in dienst onzer kerk gedenken wij met dankbaarheid Uw zegenrijken arbeid.
Moge God U nog vele jaren kracht schenken voor deze grootsche taak.

 


Hier eindigde het interview. Geen kwaad woord over de man en zijn werk, dat typeert deze tijd. In onze tijd zijn er nazaten van de opgenomen kinderen die er meer over willen weten. Ze mailen mij en dan zeg ik wat ik hier zeg: Pa van der Steur hield van zijn pupillen een  archief bij. Dat is bewaard gebleven en het ligt in de universiteitsbibliotheek Leiden. Het is alleen toegankelijk voor nazaten. Maar er zijn twee waarschuwingen die ik nu geef. Ten eerste, niet van elke pupil is het dossier  bewaard gebleven. Ten tweede, is er wel een dossier met documenten, dan vertellen die soms een ander verhaal dan in de familie is verteld. Dat kan moeilijk zijn. Maar ook helderheid brengen.

Klaar voor bezoek? Klik en kijk hier naar het Pupillenarchief: https://collectionguides.universiteitleiden.nl/resources/ubl562

(of kopie en plak de link: https://collectionguides.universiteitleiden.nl/resources/ubl562 )

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Ga naar de bovenkant