Maar waar was Paatje Phefferkorn? (filmpje)

Op de afgelopen Tong Tong Fair misten veel mensen Paatje Phefferkorn. Ik ook. Elke keer ging ik even bij de Rotonde kijken, want waar mensen dansen, daar is Paatje te vinden. Maar dit jaar niet. Bij de infobalie hoorde ik dat Paatje in Patria zit, een van de woonzorghuizen van Nusantara. Dus ik naar Patria.
Indruk
Meteen toen ik binnenkwam, voelde ik me senang. De sfeer was goed, warm en gezellig. Klein minpuntje: de toko was dicht en ik winkel zo graag. Maar ik kwam voor Paatje. Hij woont op de negende etage, vast met uitstekend uitzicht.
Ik wist niet goed wat ik moest verwachten. Paatje is 96 jaar. Hij ziet nogal slecht, hij is tamelijk doof en hij zit nu in een rolstoel. En in een woonzorgcentrum kom je niet zomaar.
Druk
In een vertrek even verderop van zijn kamer zat Paatje achter een tafel. Ik vroeg hem waarom hij niet op de Tong Tong Fair was geweest. Dat kwam door lichamelijke mankementen: “Ik zat met mijn ogen, weet je.” En ook door drukte: “Beneden was ook een passar. Het was druk hier, gezellig druk.” Misschien had het ook iets te maken met de tijd die achter hem ligt. Thuis wonen ging niet meer, dus moest hij weg uit zijn woning in Zeist, waar ik hem een paar keer eerder had bezocht. Paatje: “Ik ben hier terecht gekomen, hoe weet ik zelf ook niet helemaal. Maar ik had een ongeluk gehad.” Er waren voortekens: “Dus dat was al een soort waarschuwing.” En dan vertelt hij dat de moeilijke ervaringen uit de oorlogtijd sterker terug zijn gekomen: “Ik heb er nu nog de naweeën van.”
Mentaal sterk
De lichamelijke mankementen waren dan wat toegenomen, maar hij was nog altijd de man die hij was. Mentaal sterk. Hij traint “zowat elke dag”, vertelde hij. Ja, ondanks die rolstoel. Dat tekent hem als sportman: doen wat je wèl kunt, het gaat niet alleen om de bewegingen van het lichaam. “Innerlijke kracht,” legt hij uit.
Zoals altijd zit Paatje vol verhalen over Indië. Hij is bezield van een plichtsgevoel die door te geven, te vertellen aan de jongeren die hem komen bezoeken. Wanneer je 96 jaar bent, zijn bijna alle anderen die jongeren. “Ik krijg veel bezoek van mensen die meer willen weten.”
Fijnste moment: aan het einde van het filmpje zegt Paatje toe dat hij volgend jaar naar de Tong Tong Fair komt. Hoera!

Eline Vis is 72 jaar en zij schrijft haar familiegeschiedenis op. Dat is een onderneming met aangename verrassingen. Maar ze heeft nog drie vragen waarop ze geen antwoord kan vinden. Wie wel?


Mijn enige zorg was de Sateh kambing. Volgens Oma Miet en volgens iedere Indische tante die ik heb mag dat niet gemarineerd worden. En ik voelde dat ze bij 24Kitchen toch een marinade zouden verwachten. Maar dat deed ik niet. Ik kook authentiek Indisch. Dus dan marinieer ik geen sateh kambing.

Missen is moeilijk, zeker als het december is. Ik loop door de stad en zie gelukkige mensen. En ik denk aan degenen die er niet meer zijn. Daarna vrees ik het nieuwe jaar, want ook dan, nou ja. December is voor mij geen gemakkelijke maand. Ben ik de enige?
Zonet las ik een inspirerend en verbazend verhaal. Het staat online, in The Guardian.
Kijk, het tijdschrift Wapenbroeders. Ik bezit enkele edities uit de late jaren ’40. Het is propaganda, en toch is het leerzaam. Indertijd kocht ik de bladen omdat Lilian Ducelle erin schreef – ja, Tjalie ook.
Deze revue was volgens het artikel er slechts eentje uit meerdere. Jammer dat de zaal niet genoemd werd, want waar zou dat zijn opgevoerd? Andere titels van een marinerevue met sicces zijn: En nu de Marine en het in Batavia opgevoerde Wat nu weer, Opa? Daar speelden wel vrouwen in mee. Uit die laatste revue is deze foto, erbij staat: “Hawaiian scene”.
Dit waren de spelers, maar er staan helaas geen namen bij. Ze konden wel wat, blijkt: