Roki: Reünisten Oud-Korfballers uit Indië (filmpje)
Kent u dat? Al jaren ben je ergens lid van, maar je gaat nooit. Dat had ik met de ROKi. Reünisten Oud-Korfballers uit Indië. En toen opeens ging ik toch.
Nu wil ik voortaan elke keer, dus straks ga ik de soosmiddagen in de agenda zetten. Ingeval u niet weet wat de Roki is: een Indische vereniging in het Haagse met heel veel activiteiten. Meer nog dan ik in het filmpje verderop zeg. Tennis. Jaarfeest. Kijkt u maar op de website van Roki.
Voordat de soos begon werd er een leuk programma besproken voor twee, drie nieuwe middagen, er kwam een plan voor een dagtocht voorbij en ze denken ook al na over de decemberdagen.
De soos was in een zaaltje van Ockenburg. Tafeltjes. Stoeltjes. Verlichting die zacht is en toch duidelijk. Gezelligheid kan zo eenvoudig zijn.
Mijn plan is om met zoveel mogelijk Indische verenigingen te praten over levensverhalen opschrijven. En dan luisteren wat de mensen zeggen. De een wil graag een levensverhaal opschrijven: voor de kleinkinderen en om van zich af te schrijven. De ander is al bezig. En een derde wil wel maar durft niet goed. Dat is vanwege moeilijke herinneringen die dan dichtbij komen.
De voorzitter Ben Lokollo vroeg wat we dachten over “5 december”. Ik wilde opstaan en iets zeggen over Zwarte Sinterklaas, Soekarno, vertrekkers en blijvers, en hoe moeilijk (ik kon dan vast ook Nieuw-Guinea meenemen) maar neen, ’t ging over de pepernoten-situatie. Gelukkig was ik blijven zitten.
Die middag was er:
- muziek, van het zachtmoedige gezellige soort, met zang
- dansen
- snacks en koekjes
- bingo
- de soos besluit met een gezamenlijke maaltijd
- sfeer, ik voelde me meteen ontspannen
Ik ben aan het leren om bingo te spelen. Het betekent ontzettend opletten want je kunt niet even een leeg moment hebben omdat dan misschien net
jouw winnende cijfer wordt voorgelezen. Nu wil het geval dat bingomaster Donald de cijfers duidelijk en melodieus voorlas. De man heeft een fijne stem. Als vanzelf werd ik er een beetje dromerig van. Dan zei mijn buurvrouw: “Je hebt zes!” Ik weer wakker.
Het gaat zo: je koopt een bingokaart. De bingomaster kondigt aan hoe de bingo gaat: “We spelen nu voor de volle kaart.” Hij heeft een systeem waaruit elke keer een getal komt. Dat streep je af op je kaart. Wie de kaart het eerste vol heeft, roept “Bingo!”
Ik hoefde alleen nog maar 21.
Bingo is voor mij nog een mysterie. Hoe het kan. Dat het werkt. Wat het systeem ervan is. En ook wat het betekent om te verliezen, en of je zoiets wel kunt zeggen van bingo. Op 1 cijfer na had ik een volle kaart, en dat was nodig om te winnen. Ben ik nu ergens tweedes in geworden?

Indo is voor veel mensen een gewoon woord. Voor anderen heeft het een scherpe betekenis: In Nederland Door Omstandigheden. Wie is de oudste van Nederland?
Afgelopen zaterdag interviewde ik Ronald Nijboer bij boekhandel Paagman in Den Haag. Zijn boek heet: Tabé Java, tabé Indiē. Die woorden schreef zijn grootvader bij het verlaten van de kolonie. Hij was er zo’n drie jaar lang. Thuis zweeg hij vooral. Na zijn dood ging Ronald op zoek.
“Meis, ik kan je veel vertellen. Daarom noemen ze mij de levende geschiedenis en wonder. En ik mag voor mijzelve blij zijn, dat ik dit nog mag doen. Dat ik over de geschiedenis kan praten.”
“Noem mij toch Verdi,” zei Paatje Phefferkorn (95) tegen me. “En geen u.” Ik zei meteen helemaal niks meer. Paatje, ik bedoel Verdi, keek me aan. Ik keek rond. En toen zag ik dat portretje van een jongeman, voor in de twintig, schatte ik.
Maar door die foto begreep ik:
Een teen? Eéntje? Ja. Is genoeg. We zijn niet allemaal zo van plons-erin. Soms is even kijken, voelen, wachten ook een goede aanloop. Kan.