op zoek naar de onbekende grootmoeder

Dit is de enige foto die ik ken van Philoteja Sajia. Zij was de grootmoeder van Marie Sloot, die lang beroemd zou zijn als de schrijfster Melati van Java (1853-1927). Tussen Marie en haar grootmoeder moet een hechte band hebben bestaan. Een grootmoeder die niet vergeten mocht worden.
Deze foto heeft Sajia vermoedelijk laten maken rond 1872, toen ze naar Nederland vertrok. De afdrukken waren bestemd voor de kinderen die ze achterliet in Indië. Ze had besloten mee te gaan met haar dochter Wiesje en haar man, en de drie kleinkinderen: Chrisje, Nico en Marie. Al op de boot werd ze ziek. In Den Haag stierf ze, nog voor al haar bagage er was. Het moet vooral voor Marietje een schok zijn geweest. Zij had een band met oma. Hoe weet ik dat?
Brieven
Er zijn brieven, gewisseld tussen Marietje Sloot en haar grootvader. U ziet het jonge Indische meisje hier. Ze draagt een Europees jurkje. Past het wel? Het lijkt me zo groot. Kijk eens hoe die armpjes steken uit die brede mouwen.
En kijk ook eens hoe strak die vlechtjes zijn. Om hoofdpijn van te krijgen. Je moest ook stilstaan. Dan die strakke scheiding en het vlechten.
U ziet ook haar mond. Een streep van “dit wil ik niet”. Ze duwt haar bovenlip over haar tanden heen, die staken ietwat vooruit.
Marietje krijgt vooral huisonderwijs van haar moeder. De methode Clerx is er dan nog niet. Ook gaat ze enige tijd naar de Zusters Ursulinen.
We zien een meisje met een mening. Ze is vermoedelijk wat we nu hoogbegaafd noemen. Al op jonge leeftijd kan ze lezen en schrijven, en ze pent verhalen en brieven aan haar grootouders. Hij schrijft terug, ook in naam van oma. Haar grootmoeder zelf schrijft nooit. Het is de vraag of Philoteja Sajia wel kan schrijven. Een zeldzame keer heb ik onder een brief haar naam gevonden, in bibberig handschrift, net of iemand haar hand vasthield:

Romans
In Nederland gaat Marietje Sloot romans schrijven. Ze groeit uit tot Melati van Java, de eerste Indische romancière van Nederland. Een aantal van haar romans zijn tien, twintig jaar of langer in omloop. Bestsellers, zonder meer. En daarin verwerkte Melati herinneringen aan haar grootmoeder. In verschillende boeken kom ik een grootmoeder-figuur tegen met wie een jong meisje een diepe band heeft. Melati vermomde deze grootmoeder vaak als baboe. Dat moest haast wel. Het Nederlandse publiek had weinig begrip van Indië en een baboe, dat snapte haar lezers net.
In de roman Fernand (1874) verschijnt de Indische Theodora van Vaerne, een zelfstandige jonge vrouw, zoals Marie moet zijn geweest. Deze Theo, zoals ze wordt genoemd, houdt zeer van haar baboe.
“Gewoonlijk knielde baboe voor het ledikant en waaide nonna in slaap, soms dongings vertellende, legenden, sagen, die zij uit hare jeugd nog kende of histories die zij in de bijgebouwen had opgevangen. Théo volgde ze nooit, maar het was haar een gevoel of alles zich in orde bevond, wanneer zij de eentonige stem hoorde, die hoe langer hoe zachter klonk, tot zij eindelijk in slaap was gevallen.
En ’s middags als grootmoeder sliep, hoe gaarne ging Théo dan niet bij baboe op de baleh-baleh zitten en zij, de trotsche reine du bal, die alles rondom zich met een uitdrukking van geblaseerdheid aanzag, zij kon zich amuseeren met daar uit een pisangblad allerlei snoeperijen te eten, door baboe bereid, waarvan mevrouw Van Vaerne gruwde: roedja, tapeh, kelepon of wel de uit het hoofdgebouw om zijn onaangenamen reuk verbannen doerian. Grootma werd altijd geweldig boos als zij vernam wat voor inlandsche manieren haar kleindochter had, doch zelden kwam zij er achter, dank de zorg van baboe.”
Zo zijn er meer fragmenten en meer romans. Ik moest ze bij elkaar puzzelen, en ik begreep het geleidelijk. Zo gaat dat met familieleden in het verre verleden. Zoeken, zoeken, denken en blijven zoeken. Dan daagt het, uiteindelijk.
Waar zijn de overovergrootmoeders?
Hoe verder we terug gaan in de Indische geschiedenis, hoe meer voorouders we vinden. Namen en verhalen, die bewaard moeten blijven. Wij zijn de generatie die dat kan doen. Met het internet, inderdaad. Ook omdat er meer archieven behulpzamer worden. En vooral omdat we steeds dieper voelen: nu moet het, en als ik het niet doe, wie doet het dan wel?
Voor degenen die meer willen weten: in mijn biografie van Melati van Java komt het hele verhaal, dat wil zeggen voorzover ik het kon achterhalen.
Dit is Melati als jonge vrouw van achttien jaar. Ze lijkt op haar grootmoeder.
Meer lezen over het boek bij Bol.com: klik en kijk

Opa Loppé had in de eerste paar jaren na aankomst in Nederland van moltondekens altijd zijn eigen kleding gemaakt om te dienen als buitenjas. Hij had het altijd koud en wilde vooral warm gekleed gaan. Oma daarentegen was een modebewuste vrouw en zeer sociaal ingesteld. Ze maakte links en rechts praatjes. Als zij gekookt of gebakken had dan deelde zij daarvan regelmatig iets uit aan de diverse Hollandse buren. Ook ging zij – tot op hoge leeftijd – altijd zelfstandig haar boodschappen doen of ging “bussen”. Dat vond ze altijd prachtig.







Telkens weer als ik in een toko of op de Pasar Malam tussen de Javaanse koekjes ook wadjik zie liggen denk ik even terug aan mijn Javaanse oma Raden Adjeng Momoh.
Het debat tusschen beklaagde en getuige B. was niet onvermakelijk, zij het ook minder hartelijk van toon en wezen. Zoo voegde beklaagde den getuige op een gegeven moment allervinnigst toe: „Ik heb dat beest nooit vast gehad, B., dat lieg je”. Waarop B., kalm en lachend: „Ach jij, je bent de man die achter de schermen wilt blijven, maar nu lukt dat niet meer.” En toen bekl. weer, blazend van nijd: „Heelemaal niet. Dat is alles gelogen. Als ik het ook maar vermoed had, dat de eend van diefstal afkomstig was, had ik het zelf aan de politie doorgegeven.” En vervolgens de getuige, op zijn beurt dupliceerend: „Ja hè, jij bent de flinke kerel. Maar je moet den Landrechter ook vertellen, dat je mij opium wou laten smokkelen en dat ik daarop niet wou ingaan.” Beklaagde persisteerde standvastig, ook toen Br. hem eveneens bezwaarde, door o.m. te verklaren dat bekl. had gezegd: ik zal de veeren wel door mijn vrouw laten wegmoffelen. Als de politie dan een inval doet, vindt ze toch niets meer. Maar beklaagde hield vol: hij had de eend niet aangeraakt, had niet in de verste verte vermoed dat het beest niet van B.’s tante cadeau was gekregen enz. enz.