Het Indo-Europees Verbond was precies dat: een verbond van Indo-Europeanen, opgericht op 13 juli 1919. Dat verbond beloofde samen sterker te staan, specifiek als Indo. Dat was nodig zo kort na de Eerste Wereldoorlog, gezien de situatie:

  1. Na en door de Ethische politiek was de inlandse bevolking zich aan het ontwikkelen. Hieruit kwam concurrentie voort op de arbeidsmarkt. Een Indo-Europeaan – Europees, immers – had een hoger salaris dan een inlander. Daarin zat dus een bedreiging.
  2. Binnen Indo-Europese kringen was geleidelijk het besef gegroeid een eigen cultuur te hebben, een eigenheid, iets van waarde dat steun en bescherming nodig had om te kunnen groeien en bloeien.
  3. Daarbij was het inmiddels duidelijk dat van de koloniale overheid weinig tot geen respect te verwachten viel voor het specifiek Indische; een ambtenaar vers uit Holland kon zomaar een betere positie krijgen dan een zoon of dochter van Indië.

Duizenden Indische Nederlanders sloten zich aan bij de Bond. Dat was bemoedigend. Want alleen samen kon er iets gedaan worden aan hetgeen bitterhard nodig was: meer en betere onderwijsmogelijkheden, in Indië wel te verstaan. Daar zou ook de armere Indo-Europeaan iets aan hebben.
Goed, degelijk en Nederlandstalig onderwijs, om hogerop te kunnen komen.

Onze stem

In 1920 verscheen Onze Stem, het officiële blad van de Bond, in een oplage van maar liefst vierduizend exemplaren. Het hoofdbestuur stond met naam vermeld:

mr A.H. van Ophuysen, voorzitter
mr A.A. Galestin, vice-voorzitter
Ch. A.E. Granpré Molière, secretaris, waarnemend penningmeester
Leden:
F.H.J Vetter
Mr K.L.J. Enthoven
H. Veen
F.H. Zeydek
F.H. Zeydek
H.F.A. van Lingen
E.F. Jansen van Raay
J.A. Monod de Froideville

Inderdaad: alleen mannen. Anders had er juffrouw of mevrouw voor de naam gestaan; zo deed men dat destijds.

Grote idealen

De vroege nummers van Onze Stem vond ik in de Universiteitsbibliotheek Leiden, de latere zitten op een spoel die in een langzaam microfilm-apparaat gaat. In de artikelen die ik las, komen steeds drie belangrijke vragen terug:

  1. Identiteit
    Wat betekent het om Indo te zijn? Hebben wij een eigen karakter, zijn er typerende eigenschappen, hoe staan wij tegenover de Hollander en hoe staan wij tegenover de Inlander? En welke woorden gebruiken we voor onszelf? Wat betekent stam-verwantschap?
  2. Opleiding en onderwijs.
    Hoe komen wij Indo’s aan een betere opleiding, wat voor scholen zijn dat, kunnen we ze zelf oprichten, wie zal dat betalen en zullen wij dan werkelijk vooruitkomen in de op Holland gerichte maatschappij?
  3. Onderlinge steun
    Belangenbehartiging, een studiefonds, armenzorg: Indo’s zorgen voor elkaar, het voelde als een morele plicht.

Het waren grote idealen, die in de kranten fraai verwoord werden, uiteraard ook door mede-oprichter Karel Zaalberg, tevens hoofdredacteur van het Bataviaasch Nieuwsblad. Daarmee zat hij in een netwerk van journalisten. Gunstig.
Maar ook waren hij en de anderen zich bewust van de Indo-Europese verenigingen die eerder ter ziele waren gegaan, of een andere weg hadden gekozen. Het Indo-Europees Verbond moest sterk zien te staan. Geen ruzies. Geen gedoe.

Successen

Tien jaar na de oprichting keek het IEV tevreden terug op de tot dan behaalde resultaten. Tijdens het congres te Batavia hield het man van het eerste uur en erelid mr A.H. van Ophuijsen een daverende toespraak waarin hij de successen opsomde.
Allereerst was er een nieuw saamhorigheidsgevoel ontstaan, juist vanwege het onder-elkaar zijn:

  • Hiermede is geen tegenstelling van rassen geschapen, want wel is voor den totok en den Inlander de toegang tot ons Verbond niet zoo gemakkelijk gemaakt als voor den Indo-Europeaan, maar de reden daarvan is niet een rassentegenstelling, maar wel dat de totok en de Inlander, als niet behoorende tot onzen kring, aan het saamhoorigheidsgevoel en de innerlijke ontwikkeling niet hetzelfde deel kunnen hebben als wij.
Zaalberg

Karel Zaalberg, 1923

Daarin werd met zoveel woorden gezegd: ze begrijpen ons toch niet. En dat kwam ook door het ontstaan van een ‘gevoel van gepaste eigenwaarde.’ Leden van het IEV hadden door de vele onderlinge contacten en het bondsblad beseft dat ze onmisbaar waren voor Europees Indië. Daarvoor was wel onderwijs nodig. Het IEV had de aanzet gegeven tot:

  • een Kweekschool met daaraan verbonden Lagere school te Bandoeng
  • een Muloschool
  • een Vakschool voor Meisjes, met daaraan verbonden internaat, eveneens te Bandoeng
  • een Handelsschool te Soerabaja (de Zaalbergschool)
  • het studiefonds dat gezien de grote omvang ‘een fonds van sociale beteekenis is geworden in Indië.’

Moeizamer was om enthousiasme op te wekken bij de achterban voor landbouw (weinigen wilden boer worden) en voor het sparen. Daarbij toonden particuliere bedrijven en ondernemers nog steeds een zekere terughoudendheid ten opzichte van de Indo-Europaan, maar: ‘Toch dringt langzamerhand het besef door, dat de Indo zeer goed te gebruiken is en in sommige opzichten zelfs beter dan anderen.’

Dergelijke zinnen laten goed zien waar de IEV-ers tegenover stonden: de discriminatie, het racisme ook. En daar bleef het niet bij.
Met de economische crisis in Indië raakte juist de Indische bevolkingsgroep in de knel. Het beroep dat op het IEV werd gedaan was te groot. Fondsen raakten uitgeput, bestuursleden werden overvraagd en in Onze Stem werd pragmatisch denken en doen belangrijker dan het verworven gevoel van eigenwaarde. Aangeraden werd om indien aanwezig banen van Inheemse mannen en vrouwen te vervullen. Dan kwam er in ieder geval geld binnen.

Warga Negara

Het IEV moest wel politiek actief worden; alleen zo konden veranderingen tot stand komen. Bestuursleden kwamen in plaatselijke politieke organen en namen ook deel aan de Volksraad.

Na de crisis, na de oorlog adviseerde het IEV de overgebleven leden om de Indonesische nationaliteit aan te nemen. Hoofdbestuursleden deden het ook; al kwamen enkelen daarvan terug. Het IEV veranderde weer, de naam werd Gabungan Indo Anak Kesatuan Indonesia, de blik was niet meer gericht op het Indische.

Maar wat bleef is dit:

  • het IEV was de grootste emancipatiebeweging van Indische Nederlanders
  • de Bond heeft Indië veranderd, ten gunste van de Indo
  • duizenden Indo’s hebben hun leven kunnen verbeteren dankzij het IEV

Het is daarom zo jammer, dat het grote IEV-archief zoek is. Misschien komt het nog eens van een zolder af. Tot dan hebben we vooral hier en daar wat jaargangen van Onze Stem, een mooie biografie van Zaalberg en enkele andere boeken die iets onthullen van deze indrukwekkende Indische vereniging.

Kennislezing Indo-Europees Verbond

Daar geef ik begin oktober een kennislezing over, voor iedereen die via de familie verbonden is met Indië en met degenen die er belangstelling voor hebben.
De kennislezing gaat onder meer over:

  • de grote Indische idealen anno 1919, gedurende de crisistijd en na de oorlog
  • in grote lijnen de ontwikkeling van het IEV 1919-1951
  • wat betekende het voor het IEV om Indo te zijn (en waarom die term ‘Indo’)
  • mochten er ook niet-Indo’s lid worden
  • de vergeten Indische verenigingen, voorgangers van het IEV, met hun doel voor Indo’s
  • de destijds beroemde Indo’s van het IEV: wie waren ze, wat zeiden ze
  • de IEV-vrouwenorganisatie (net als je denkt het is voor iedereen, ontdek je o, er was een aparte vrouwenclub)

Portret van Dick de Hoog (vooraan, tweede van rechts), met onderwijzers van de IEV-scholen (Collectie Tropenmuseum)

Praktisch
Verenigt u! Opkomst en bloei van het Indo-Europees Verbond, 1919-1951 (Kennislezing)
Wanneer: maandag 5 oktober 2026 om 0930 uur
Waar: online
Kosten: gratis
Tijdsduur: een uur
Er komt geen opname, het is alleen live.
Opgeven via formulier:
(dat komt bij mij in de mailbus en dan mail ik terug]

Ik ben graag bij deze kennis-lezing

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*