Online kennislezing maandag 5 oktober: “Verenigt u! Opkomst en bloei van het Indo-Europees verbond, 1919-1951”  klik hier voor opgeven

Schrijfworkshop in boekwinkel Moesson zondag 22 november: u gaat naar huis met een plan van aanpak klik hier en lees verder

Indische schrijfschool

Eet meer Koningin Wilhelmina Taart (recept download)

wilhelmina

De ouderen weten het: 31 augustus, dan gebeurde het. Nette kleren. De meisjes witte strikken in het haar. Iedereen vierde de verjaardag van koningin Wilhelmina.

Jubileum

Op dat ‘iedereen’ valt natuurlijk wel wat af te dingen. De nationalistische beweging voelde niet voor het vieren van dit soort dagen. Zo schreef Soewardi Soerjanigrat in Als ik eens Nederlander was… (1913) onder meer: ‘Neen, voorwaar, als ik Nederlander was, ik zou nimmer zulk jubileum willen vieren als hier in een doos ons overheerscht land.’ Daar was geen woord Frans bij.

Feest

Elders in de kolonie groeide het feest elk jaar: kermissen, paardenraces, kinderfeesten, het verzamelen van gelden om Wilhelmina een groot cadeau te kunnen geven, het was niet gauw gek genoeg. In het begin ging het om een jong prinsesje, daarna om een jeugdige vorstin. Wilhelmina was pas achttien jaar toen ze als koningin werd ingehuldigd. Leuk om te weten: generaal Karel van der Heijden (1826-1900) droeg toen het Rijkszwaard. Vermoedelijk had hij een Indische achtergrond.

Wat gebeurde er allemaal aan feestelijkheden ter ere van Wilhelmina? Dat staat in het boek van Gert Oostindie: De parels en de kroon.

  • Het was bijvoorbeeld:
  • volkspelen
  • concerten
  • vuurwerk
  • militaire taptoe
  • kinderfeest in de plantentuin
  • paardenraces
  • operavoorstellingen
  • parades en optochten
  • verlichtingen van grote gebouwen

In het boek gaat het niet over tom-poucen met oranje dakje. Wanneer die in de wereld zijn geholpen, zou ik best graag willen weten. Of nou ja, een beetje.

Recept cadeau

In 1902 kreeg de wereld een recept cadeau voor Koningin Wilhelmina Taart. De ontwerpster ervan van de beroemde mevrouw Catenius-van der Meijden. We kennen haar nóg. Wilhelmina was nog maar voor in de twintig, nog steeds heel jong.
Hoe de taart smaakt?
Dat wilde ik graag aan u vragen.
Het recept vindt u onder de video. : Wilhelminataart

(tekst loopt door onder de video)

Klik hier voor het recept: Wilhelminataart

Prinsessedag

De eerste echte koninginnedag werd gevierd op 31 augustus 1891, dat is volgend jaar dus 130 jaar geleden. Voor koninginnedag hadden we prinsessedag, dat begon met de vijfde verjaardag van Wilhelmina. Het idee kwam niet voort uit oranjeliefde, maar uit pragmatische politieke overwegingen. De nationale eenheid moest benadrukt worden. En hoe kan dat beter dan met een bindend symbool, met een vorstin?
Dus zo is het gekomen.

Nadat Wilhelmina afstand van de troon had gedaan (1948), verhuisde Koninginnedag naar 30 april, de verjaardag van Juliana. Beatrix liet dat zo, als eerbetoon aan haar moeder. En nu is het 27 april.

Maar eigenlijk denk ik: laten we het voor altijd houden op 31 augustus. Daar heb je toch een traditie voor: om die hetzelfde te houden. Er zijn nog mensen die het feest op die dag in Indië hebben meegemaakt. Wie kan daar iets over vertellen?
En o wie kan de Koningin Wilhelmina Taart maken?


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Over de Roemer Visscher Vereeniging in Indië

Afdeling Batavia in Des Indes, 1937

Afdeling Batavia in Des Indes, 1937

Hoe zat het eigenlijk met de vrouwenbeweging in Indië? Vrij goed. Na 1900 kwamen er steeds meer vrouwen die hun eigen geld verdienden. Een nieuwe, zelfstandige generatie, die steun kreeg.

Charlotte

Na 1900 komt de vrouwenbeweging in Nederland op. Die krijgt veel aandacht, terwijl er in Indië net zo goed veel gebeurde. Voorbeeld. We horen altijd over Aletta Jacobs als eerste vrouwelijke arts van Nederland. Maar waarom horen we minder over haar jongere zuster Charlotte Jacobs, de eerste apothecaresse van Indië?

Steun

In Indië bestond sinds 1905 de Roemer Visscher Vereeniging, opgericht in Soerabaja, met als doel het ondersteunen van vrouwen en meisjes die financieel zelfstandig wilden zijn. In de praktijk zou de Vereeniging veel Indische vrouwen ondersteunen.
Er was veel behoefte aan de steun die de Vereeniging bood, zoals:

  • praktische en financiële hulp bij het vinden van een opleiding of cursus
  • stimuleren van vakopleidingen voor vrouwen: vakvrouwen waren een nieuw verschijnsel
  • tehuizen waar alleenstaande vrouwen goedkoop konden wonen of logeren
  • verkoop van handenarbeid en handwerken, alleen door vrouwen gemaakt

Een dergelijke vereniging bestond niet: voor en door vrouwen. Gericht op de financiële zelfstandigheid van vrouwen. Ze hoefden dan niet meer te trouwen met een kostwinner, maar konden zelfstandig zijn en blijven. Dat was een revolutie. Want destijd werd huwelijk en moederschap gezien als de enige echt vrouwelijke bestemming. (Al kon je ook in het klooster gaan)

Uitbreiden

Binnen de korste keren moest de Vereeniging uitbreiden. Er kwamen afdelingen in Batavia, Bandoeng, Medan, Semarang, Palembang, Soerabaja, Madioen, Makassar, Malang, Solo en Buitenzorg. Wanneer er lokaal te weinig bestuursleden werden gevonden, dan kwam er een afdeling.

De afdeling Soerabaja begon een Voorlichting- en Bemiddeling Bureau, een soort arbeidsburo. Andere afdelingen zetten dit ook op. Soerabaja had ook tehuis Plampitan, voor schoolgaande en werkende meisjes en vrouwen.

Ouderwets

Je zou zeggen: dat is een revolutie. Die Roemer Visscher Vereeniging kreeg vast veel weerstand. Dat is het mooie. Juist niet. De bestuursters waren vooral afkomstig uit de zogeheten betere kringen. Beschaafde vrouwen, heette dat toen. En wat je zag in de publiciteit was handwerkverkoop en zorgzaamheid. Dus die beeldvorming was geruststellend ouderwets.

Bataviaasch Nieuwsblad, december 1912

Nieuwe beroepen

Dat vrouwen nieuwe of veelgevraagde beroepen leerden, stond wel in de notulen te lezen. Typelessen en steno bijvoorbeeld waren extreem nuttig gezien de opkomst van de grote kantoren in de steden. Handwerken werd op een hoog niveau gedaan, een mengvorm van ambacht en kunst. Dat handwerk werd goed verkocht, en daarvan hadden vrouwen ook inkomen. In Medan was er een vakschool waar vrouwen onder meer costuumnaaien leerden.

De oorlog maakte ook de werkzaamheden van de Vereeniging moeilijk. Maar niet altijd onmogelijk: de afdeling Batavia lukte het om de hele bezettingstijd door te werken en zo vrouwen blijvend te helpen, vooral met handwerkverkoop. Maar moeilijk was het wel.

Eind jaren 1950 werd besloten tot opheffing van de Roemer Visscher Vereeniging.

Groot netwerk

Het stemt toch tot nadenken. Zo’n vrouwenvereniging die in de loop van ongeveer een halve eeuw honderden, misschien wel duizenden vrouwen heeft geholpen met zelf geld verdienen. En hoe gaat het: als je zelf geholpen bent, ben je sneller geneigd om anderen ook te helpen, omdat je weet hoe welkom het is.

Dus al met al: wat een formidabel groot netwerk moet dat zijn geweest in Indië. Fascinerend, die vrouwenbeweging daar.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Hellendoorn, Homann en Zangrandi: hoe was het toen?

zangrandi

Vanmorgen zat ik er even doorheen. Even. Want toen wist ik een oplossing. Dat is niet de hele tijd het nieuws lezen en grafieken bekijken. Dat maakt me niet blijer. Wat wel? Een veilige wereld vinden in een plannetje om iets te gaan schrijven.

Als het leven vandaag een beetje tegenvalt, richt u dan op het heden of het verleden. Het is een geweldige afleiding en u gebruikt uw tijd van leven op een fijne manier. Want nu gaat u piekeren over iets dat in 1938 gebeurde en ja, hoe zag Soerabaja er toen uit, waar zou u daar iets over kunnen vinden?

Deze week las ik in een boek over de oorlog het woord Zangrandi. Meteen was ik in Soerabaja, waar destijds het lekkerste ijs ter wereld werd verkocht. En nu nog, geloof ik. Op Google zag ik maar liefst drie verkooppunten.

Verhalen van mensen

Ik herinnerde me opeens dat ik ooit iemand interviewde over de oorlog, en ze vertelde me daar gewerkt te hebben. Toen kreeg het meer betekenis voor me. Verhalen van mensen brengen iets tot leven:

  • dansen bij Homann in Bandoeng
  • ijs eten bij Zangrandi in Soerabaja
  • lekker naar zwembad Selecta in Malang
  • zien en gezien worden bij restaurant Hellendoorn in Soerabaja

Daar denk ik nu extra lang aan. Hoe zou dat geweest zijn, hoe veranderde dat allemaal in de loop der tijd, en hoe zou het verder zijn gegaan na de oorlog?

Waar ging u heen, toen in Indië?
Waar gingen uw ouders heen?
Naar welke muziek luisterde u graag, speelde u gitaar, zong u? Welke films draaiden er in de bioscopen?
Of bezocht u graag bokswedstrijden? (net als Lilian Ducelle en Tjali)

Uitgaansleven

Dit lusten we allemaal. Leve Zangrandi!

Het uitgaansleven in Indië moet fantastisch zijn geweest. Als ik foto’s ervan zie… goedgeklede mensen, elegantie en omgangsvormen. Maar… niet voor iedereen. Dat is ook zo. Evenzogoed is het heerlijk denken aan aan die drukke gezellige gelegenheden waar mensen toen samenkwamen.

Misschien heeft u daar nog herinneringen aan. Schrijft u die dan op? Waar u heen ging, wat u er meemaakte, hoe de regels waren (en of u zich daaraan hield) en wie er wel en niet mochten komen. Als u alleen de verhalen van uw ouders kent, zijn die ook van harte welkom. Het is nu de tijd om de goede herinneringen op te halen en daarin een beetje te schuilen.

Dus mijn vraag aan u is: wilt u uw herinneringen opschrijven, aan het uitgaansleven toen? Wanneer u erover gaat nadenken, bent u vanzelf even in een andere wereld.

 


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken.  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Troost-eten uit de tangsi. Twee recepten van Lin Scholte (download)

tangsi

Deze week stond ik bij de toko voor een dichte deur. Gesloten wegens omstandigheden. Ik gluurde door het raam en zag alles liggen: de noodles, de boemboes, de goela djawa, en van de weeromstuit kréég ik toch lekkere trek.

Koempoelans

Maar dicht is dicht, en alle koempoelans met Indische catering zijn ook al afgelast tot nader order. Daardoor verlangde ik meteen extra naar die gezelligheid. De bakjes op tafel. De bingo waar je zo je verstand moet bijhouden en dat wil je ook wegens de prijzen. De muziek en het dansen. Dat je denkt wat een knappe man en dan blijkt hij negentig jaar te zijn, en weliswaar vrijgezel maar niet op zoek, en zèlf koken kan hij als de beste.

Iets doen

We moeten op de een of andere manier door deze tijd zien te komen. Daarna kijken we allemaal op terug. En ik denk: stel dat het een jaar duurt eer het vaccin er is, hoe wil ik dan op dit jaar terugkijken? Toch niet dat ik de hele tijd op de bank lag af te wachten. Ik verlang ernaar iets zinvols te doen met dit jaar, en met elke dag. Dus daar zoek ik nu een weg in.

Vertel-kookboek

Na de gesloten deur van de toko dacht ik meteen aan het kookboek van Lin Scholte. Het heet Lekker Koken van Sabang tot Merauke. Oude en Nieuwe recepten uit de Wonderlijke Tropenkeuken. Het verscheen in 1972 en de tweede druk kwam in 1989. Het is eigenlijk meer dan een kookboek: Lin vertelt ook verhalen over de familie, en wie wat goed kon koken. Voor een groot deel zijn dit recepten uit de tangsi, de kazernes van het KNIL, waar Lin en haar moeder Djemini lange tijd in woonden. Daar stond de vrouwenloods, daar werd gekookt.
Een vertel-kookboek, dat zijn de mooiste kookboeken. Want een recept met een verhaal, dat voedt ook het hart.

Troost

In het kookboek vond ik twee veelbelovende recepten. Ik zocht naar iets eenvoudigs, wegens de gesloten toko. Maar ik beken  eerlijk en oprecht dat ik slecht kan koken, dus ik hoop dat u kunt zeggen: ja, dit is echt lekker. Dan is het immers troost-eten. Gewoon, omdat we allemaal best iets extra’s kunnen gebruiken.
Ik geef de recepten voor Serabi en Apem Madura hieronder en ook in de download: klik hier en download. Kan handig zijn. Nog even iets anders.

Tangsi

Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat Lin Scholte werd geboren, ze is van 1921. In dat jaar verschijnt ook het grote rapport over het Nederlandse militaire optreden in Indië. Ik hou mijn hart vast, ook voor de beeldvorming van alles en iedereen die militair in Indië was. Lin Scholte ging destijds schrijven omdat het beeld van haar ouders, levend in de tangsi, zo negatief was. Haar moeder was Javaans, haar vader Hollands, zij waren getrouwd. En volgend jaar zullen de verhalen van Lin over haar jeugd weer harder nodig zijn dan ooit. Want in de kazernes, in de tangsi’s, waren ook gelukkige relaties, er leefden gezinnen en ook families van Indisch, Indonesisch en Hollandse mensen in harmonie samen. Niet alles was slecht en verkeerd, heus niet.

Hier komen de twee recepten:
Lin Scholte: Lekker Koken van Sabang tot Merauke. Oude en Nieuwe recepten uit de Wonderlijke Tropenkeuken (1989)

SERABI
Benodigdheden:
3 glazen rijstmeel
6 glazen lauw water
1/2 pond kokos
1/2 glas kokos
1 theelepel zout
1 kemiri

Voor de saus:
1/2 pond kokos
l 1/2 ons gula djawa (mag letsmeer)
Bereiding:
Vermeng het meel met de kokos; maak de kemiri met het zout fijn. Doe wat water in het kemirimengsel en voeg dit bij ca. 6 glazen lauw water. Roer dit water bij het meelmengsel met een garde. Niet ineens, maar zorgvuldig glas voor glas. Anders zou het beslag misschien te slap kunnen worden. Het beslag moet de dikte hebben van gewoon pannekoekenbeslag; wel een ietwat korrelig beslag door de kokos en het rijstmeel dat todi grover van constructie is dan tarwebloem.
Laat het beslag een kwartier of zo rusten om het meel en de kokos gelegenheid te geven het vocht te absorberen.
In de tussentijd kan de saus worden bereid. Daartoe wordt uit de kokos ruim een liter santen ge-perst; breng dit aan de kook met een pandanblad dat in stukken werd gesneden. De gula djawa met wat water laten koken om te smelten, zeven en bij de santen voegen. Deze santen met gula djawa moet de zoetheid hebben van kollak. De serabi wordt stuk voor stuk gebakken en dat gaat als volgt: Neem het liefst een kleine ijzeren wadjan (een grote wadjan geeft grotere, platte serabi’s). Bindt een schoon lapje katoen tot een prop, iets groter dan een kemiri-noot. Doe een lepel olie op een schotel, en leg de sodet of sutil klaar.
Zet de wadjan op een middelmatige vlam en wrijf de wadjanbodem in met het propje katoen dat even een tipje olie kreeg uit de schotei. Niet insmeren met die olie, maar licht invetten tot de wadjanbodem glanst. Doe een emailleschep vol van het beslag in de wadjan, en laat de serabi dichtgedekt met een passend panne-deksel gaar-“liwet” gedurende exact drie minuten. Schuif de randen los met een sutil of sodet en licht de serabi uit de wadjan op een plat bofd of schaal die dadelijk afgedekt wordt met een groot deksel om de serabi’s warm te houden. Vet de wadjanbodem in voor de volgende serabi. Gare serabi is matwit van kleur aan de oppervlakte, terwijl de onderkant lichtelijk bruingebrand is. Deze Indonesische “pannekoek” wordt met een schep van de santensaus gegeten, waarvan de bereiding al is omschreven.

De serabi die mijn moeder en haar zusters plachten te maken verschilt een beetje van het voorgaande. Zij maakten ze als volgt:
Benodigdheden:
2 glazen rijstemeel
1 theelepel zout
1/2 glas kokos
2 glazen romige santen
Bereiding:
Vermeng het meel met de kokos en het zout. Roer de warme santen met een garde door het meel tot een klontervrij beslag is verkregen. Laat dit een kwartier rusten en bak hieruit daarna serabi’s zoals in het voorgaand recept werd aangegeven. Uit bd. opgegeven hoeveelheden ingredienten zijn ongeveer vljftien serabi’s te krijgen.

APEM MADURA
Benodigdheden:
1 pond rijstmeel
1 glas kokoswater of 1/1 glas tape ketan, dan wel een kwartbolletje ragi
1 ons bruine suiker (gula djawa) .
1/2 pond kokos
olie om in te vetten
Bereiding:
Dit beslag dient de avond tevoren te worden gemaakt, daar het rijsmiddel haar werk moet doen. Uit de kokos wordt voldoende santen geperst om met het meel een nogal dik beslag te vormen. (Iets dikker dan pannekoekenbeslag). Daartoe worden de opgegeven ingredienten met elkaar vermengd en een nacht met rust gelaten om het beslag een beetje te laten rijzen. In elk geval luchtiger te doen worden. Bak de apem op dezelfde wijze als serabi. Wordt evenwel zonder saus gegeten. Apem is iets gerezen en luchtiger dan serabi.

Heeft u dit gemaakt? Foto’s zijn van harte welkom!
www.indischeschrijfschool.nl


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Moed houden? Drie tips van Pa van der Steur

Pa van der Steur

Pa van der Steur had een tehuis bomvol kinderen die elke dag moesten eten. Veel donateurs zaten in Nederland. En toen, in 1914, brak de Eerste Wereldoorlog uit. Wég donateurs. Wat deed Pa?

Deze week dacht ik veel aan Pa van der Steur en hoe hij steeds weer het beste wist te maken van een moeilijke situatie. Het leidde me af van het nieuws en bovendien haalde het me uit mijn eigen gepieker. Hopelijk heeft u er ook iets aan. Dat u weet: anderen kwamen ook door een moeilijke tijd heen.

Steurtjes

Pa was Johannes van der Steur (1865-1945), een zendeling uit Haarlem. Hij vertrok naar Indië om daar geestelijke en praktische bijstand te verlenen aan militairen. Dat lukte, maar al snel kwam daar een taak bij: de zorg voor kinderen. Zij hadden een Europese vader, meestal militair, die niet meer voor zijn kind wilde of kon zorgen. Pa vond dat deze kinderen niet in de kampong mochten blijven (ook al hadden ze een liefdevolle moeder of familieleden) maar een Europese opvoeding moesten krijgen. Zijn tehuis groeide snel in omvang. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog had hij honderden zogeheten Steurtjes in huis.

Ja, en wat doe je dan als de donateurs weg vallen?
De inkomsten vielen grotendeels weg.
Hoe lang de oorlog zou duren, wist niemand.
Onzekerheid op alle vlakken.
Dat gevoel hebben velen van ons nu ook. Dat je denkt: hoe moet dit verder?
Dacht Pa ook. En hij was niet gek te krijgen, al stortte de wereld om hem heen in.

 

3 Niet klagen maar vragen: kijk naar de naasten

Met het uitbreken van de oorlog begreep Pa dat hij van Nederland weinig kon verwachten. Daar was de nood immers ook hoog. In vorige jaren had hij in kerken laten collecteren voor zijn werk. Dat viel weg, vertelde hij in zijn jaarverslag van 1914. Dat jaarverslag stond bomvol tragische gevallen van moeders en kinderen. Toen ik het las, wilde ik metéén geld geven. Aan het slot somde Pa op wat hij kreeg en nodig had:

Sommige leesgezelschappen zonden ons hunne uitgelezen tijdschriften, bladen, boeken, couranten enz. Dat alles is immer welkom, want buiten den arbeid onder onze kinderen hebben wij nog het militaire tehuis, het hospitaal, de gepensionneerden, enz. De voorraad van deze dingen is geheel op en wij hebben dus weer ruimte om te bergen.
Hebt hij nu, Lezer, lust om wat te zenden, dan vullen uwe wenschen en de mijne elkander aan vormen een schoon geheel. Daartoe wilt gij immers mede helpen, ook voor 1915?

Zo moet het, dacht ik. Vragen om wat je nodig hebt. Kijk naar degenen die je nabij zijn. Misschien dagelijks een telefoontje met bemoediging. De vraag is hier: wie kan u helpen om deze tijd goed door te komen?
En misschien kunt u een ander ook helpen.

2 Doe wat wèl kan

Pa had dus nauwelijks geld. Dus hij ging creatief denken en doen, ook met de hulp van de Indische pers die zijn tehuiswerk steunde. De kranten schreven positief over allerlei kleine en grote acties die geld opleverden.
Zo schreeef in 1916 het Bataviaasch Nieuwsblad over de padvinders en ‘meisjesgezellen’ van Bandoeng, die oranjeknoopjes hadden verkocht, en zo 440 gulden voor het tehuis hadden verdiend. Dezelfde maand ging de opbrengst van een lezing naar Van der Steur: weer 86 gulden erbij. Een collecte tijdens een voetbalwedstrijd in 1917 bracht 110 gulden op. In 1917 werd er te Magelang een comité opgericht dat zich tot doel stelde: ‘over geheel Indië gelden bijeen te brengen voor de vorming van een jubileumfonds Van der Steur en den bouw van een eigen gestichtskerkje, teneinde den heer Joh. van der Steur bij gelegenheid van zijn 25jarig jubileum op een hem waardige wijze voor zijn edel werk te huldigen.’

Zo ging Pa onvermoeibaar door met geld vragen en laten inzamelen. Elk dubbeltje telde. Er moest rijst op de borden in het tehuis.
Zitten klagen over hij wat niet meer kon, hielp daarbij niet. Dus hij deed wat wèl kon.
Hier is de vraag: wat kunt u in deze tijd wèl doen om u goed te voelen?

1 Vasthouden aan iets groters

Wat dit voor Pa was, weet u vast. Als overtuigd Christen geloofde hij in God en dus leefde hij naar: ‘Uw wil geschiedde’. Wanneer u het geloof niet heeft, zoek dan iets groters dan uzelf om steun bij te vinden:

– de natuur: raak de bast van een oude boom aan en bedenk wat deze boom allemaal heeft zien komen en voorbij zien gaan. Als er ooit een moment was om bomen te gaan omhelzen, is dat nu. In stromend water staren, is ook rustgevend.
– het universum: er zijn mensen die ervaren ‘dit moest zo zijn’. Die gedachte troost.
– anders (hier wist ik het even niet meer)

De oorlog kwam en de oorlog ging voorbij. Het tehuis bleef bestaan en het bestaat nòg. Dus van Pa kunnen we wel het een en ander leren.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken.   Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Pa van der Steur

Hoe blijf ik gezond? Tien tips van mevrouw Kloppenburg (download)

KloppenburgHoe is het om een kleinkind te zijn van een beroemde kruidengeneeskundige? Oom Fred, toen een royale 70plusser, wist het. “We leerden niet te kuchen als oma ons kon horen,” vertelde hij me. Hoorde oma hem toch, dan moest hij obat drinken. Nooit lekker.

Deze week verlangde ik naar hoop en optimisme. Dus dook ik in het werk van de Indische kruidengeneeskundige mevrouw Kloppenburg-Versteegh (1862-1948). Ze wist absoluut zeker hoe een mens gezond moest blijven. Ten eerste door een goede levenswijze en ten tweede indien nodig of wenselijk het gebruik van kruiden, planten, wortels enzovoort. Tegenwoordig heet dat fytotherapie.

Castorolie

Oom Fred herinnerde zich ook castorolie. Ik herinner me weer zijn gezicht toen hij erover vertelde. Later kocht ik een flesje castorolie, maar durven gebruiken heb ik het nooit.

Kruidenkennis

Hoe kwam mevrouw Kloppenburg aan haar kennis? Dat is een verhaal apart. Ze had als jong meisje wat onderricht gekregen van haar moeder, maar veel deed ze er niet mee. Ze trouwde, kreeg kinderen en toen ging er iets mis. Haar oudste dochter Tina stierf door een verkeerde diagnose en behandeling van een westerse arts. Mevrouw Kloppenburg was radeloos. Toen heeft haar moeder haar aangeraden om een studie te maken van de kruiden. Een soort arbeidstherapie. Daar is toen een kruidenreceptenboek uit voortgekomen, en een praktijk aan huis.
Mevrouw Kloppenburg bleef studeren op de kruidenkennis. Was er ziekte in een kampong, dan ging ze erheen om te vragen wat er gebruikt werd. Ook ondernam ze studiereizen door Indië.
Dat was nogal wat voor een vrouw, maar ze had een rechtvaardiging: God vroeg het aan haar. (En haar moeder) Dus haar echtgenoot liet haar gaan.

Werkt het?

Over het leven van mevrouw Kloppenburg heb ik een boek geschreven, deze biografie verscheen met het kruidenreceptenboek en de platenatlas met daarin afbeeldingen van de gebruikte planten. Een soort doe-het-zelf-boek dus.
Ik heb er een aantal adviezen uit gehaald en op een rijtje gezet. Hoe waardevol te zijn, hoor ik graag van u. Werkt dit echt? Kent u een variant op het recept? Was het typisch voor de tijd van toen of hebben wij er ook echt iets aan? De tips vindt u hieronder en ze staan ook hier als pdf: tientips

10 Herstellenden
Een goede drank voor herstellende zieken kan men zelf maken, door gedroogde vijgen gedurende veertien dagen in goede portwijn te laten trekken. Van dezen wijn kan men twee maal daags een portglas vol drinken.
Het is goed, herstellenden te laten baden in water, waarin legoendibladeren zijn getrokken.

9 Hoest
Tegen hoest is het slijmerige merg uit de lidah boewaja bladeren uitstekend. Voor het naar bed gaan en des morgens bij het opstaan neme men een dessertlepel hiervan, vermengd met stroop.
Voor kinderen is een theelepel voldoende.

8 Hoofdpijn
Hoofdpijn kan verschillende oorzaken hebben. In vele gevallen is het zwakte. De minste aanleiding, zooals een weinig tocht, veroorzaakt hoofdpijn. Ook gewoonlijk wanneer men zich wat drukker heeft gemaakt dan gewoonlijk. Er is dan geen beter middel, dan behoorlijk rust nemen en het lichaam goed voeden.

7 Hygiëne
Na den maaltijd ananassap drinken is uitstekend voor de spijsvertering.

Kloppenburg

Pegagan

6 Kalmeeermiddelen
Thee van pegagan is een uitstekend middel. Wanneer geen versch blad te bekomen is, kunnen ook gedroogde bladeren dienst doen.

5 Diarrhee of buikloop
De patiënt moet zich zeer rustig houden en zich voeden met zachte nasi tim, waarin een kippenkluifje zonder vleesch afgekookt is. Het voedsel moet vrijwel koud worden genuttigd.

4 Ontlasting
Om van een goede gezondheid te genieten, moet men zich aanwennen, geregeld elken dag af te gaan, zonder dat lavementen worden gegeven, of laxeermiddelen worden ingenomen. Het beste is het dieet zoo te regelen, dat geregelden stoelgang op de natuurlijke wijze verzekerd is.

3 Verkoudheid
Een goed middel is een dampbad van een afkooksel van geraniumbladeren.

2 Keelpijn
Is de keel pijnlijk door kouvatten of zijn de amandelen opgezet, dan helpt de volgende gorgeldrank: een kwart pond gedroogde mangistanschillem wordt op twee wijnflesschen water verkookt tot de helft, dan het kooksel gefiltreerd en met theelepel pepermuntolie goed geschud.
Eenmaal per uur gorgelen is voldoende. Is de keel zeer pijnlijk, dan elk half uur.

Kloppenburg

temoe lawak

1 Koorts
Voorkomen is beter dan genezen en door een gepaste levenswijze zal koorts veelal kunnen worden voorkomen.
Een eerste eisch is, te zorgen voor een geregelden stoelgang. Verder matigheid met spijs en drank. Zorg, dat de nieren voldoende werken en ga vooral niet te laat naar bed. Om tien uur naar bed en des morgens om zes uur opstaan, is het beste.
Geef u niet over aan uitspattingen en drink zoo min mogelijk alcoholhoudende dranken, dan is het lichaam beter bestand tegen verschillende ongemakken en wordt de warmte ook beter verdragen.
Bij dorst onder het werk drinke men in plaats van water liever thee van ongeschilde citroen zonder suiker.
Koorts kan men veelal voorkomen door het gebruik van een temoe lawak aftreksel, waarin daoen meniran gekookt is.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.levensverhaal

“Ik vind dat mijn ouders gezien mogen worden”

ouders

Foto van mijn ouders Intanija binti Tarsid & Leendert Thomas

Dit was een mail die ik twee, drie keer las. Het verhaal over een moeder, die in Nederland werd uitgescholden. Gerda Thomas schreef over het levensverhaal van haar vader en moeder. Vol oorlog, maar ook: vol veerkracht, zoals die generatie vaak was en is.  Ik mocht het verhaal publiceren, met de foto’s erbij.

 

Ik ben een persoon

Mijn moeder is een inlandse, zoals dat werd genoemd. Over zichzelf zei ze: “Saya orang dari Kalimantan Selatan”. Ze zei niet: “Ik ben Indonesisch” maar “Ik ben een persoon afkomstig van Zuid Kalimantan”. Mijn vader was in feite ook “een inlander”, zijn opa had het Nederlanderschap verworven en mogelijk zelfs behorend tot Belanda Hitam. Dit ben ik aan het uitzoeken.

Vanwege het ontbreken van Nederlands bloed moest mijn vader en zijn gezin na de demobilisatie van het KNIL achterblijven om Warga Negara te worden. Het was 1951.

Blanda kind

Een ingevoerde regeling vanuit de regering om de toestroom  naar Nederland vanuit, toen al Indonesië, te beperken. Dit zou een gewisse dood voor hen betekent hebben. Hun eerste kindje was leliewit met gitzwarte ogen en gitzwart haar. Dit zou uitgelegd worden als een ‘blanda kind’. In mijn moeders geslacht komt albino voor. Mijn vaders Molukse KNIL-maten hebben hem overgehaald zich in te schepen als Molukker op een Moluks troepenschip vanuit Surabaya naar Rotterdam.

In de inschepingspapieren was te lezen hoe dit is aangepakt. Met de New Autralia naar Nederland. Vanuit Rotterdam via Amersfoort in Kamp Westerbork/Kamp Schattenberg terecht gekomen. Mijn moeder vertelde dat ze door DMZ dienst maatschappelijke zorg zijn ‘ontdekt’ en naar een Indisch pension zijn overgebracht. Ze hebben geen fijne tijd gehad op het schip en in het kamp. Mijn vader
was een KNIL-er. Mijn moeder geen Molukse maar van Banjarmasin/ Zuid Kalimantan. Een vreemde eend. Ze sprak Bahasa Indonesia omdat haar eigen taal anders was en mijn ouders alleen in deze taal met elkaar konden communiceren.

Ploppor

Toen het gezin van mijn ouders vanaf 1951 eenmaal via vele omzwervingen van pension naar pension, na een verblijf in Nieuw Guinea 1955-1962, uiteindelijk een eigen woning kregen in het midden van het land viel ons buitensluiting en discriminatie ten deel onder de Indische gemeenschap. Het ging om de afkomst van mijn moeder.
Zij was in de ogen van sommige Indische mensen “een vuile Indonesische”. Voor het huis van mijn Indisch vriendje hoorde ik voor het eerst “ploppor”. Hij had me trots meegenomen naar huis als zijn Indisch vriendinnetje. Daar dacht zijn moeder anders over.
Zijn moeder had in een Jappenkamp gezeten met zijn oudste broer en zijn vader was aan de Birmaspoorlijn als krijgsgevangene te werk gesteld geweest. Zijn moeder was niet bepaald trots op het feit dat haar zoon met “de Indonesische” thuis kwam. Ik leerde van nog meer narigheid waar ik later als volwassen vrouw begreep waar wij voor uitgemaakt werden.

Mijn zoektocht naar waar ik nou bij hoorde vind hier zijn oorsprong.

“Wat ben ik papa?”  Als mens is het belangrijk om te weten waar je vandaan komt en waarom mijn vader mij geen antwoord gaf toen ik hem vroeg of we Indisch waren? Hij gaf me namelijk het antwoord waar hij was geboren in Soerabaja. Maar hij zei niet dat we Indisch waren.

Eigen verhaal

Het is allemaal goed gekomen. Stamboomonderzoek is mooi in dit proces. De oorlog in voormalig Nederlands-Indië kent vele facetten.
Een ieder heeft zijn eigen verhaal.

Gezien mogen worden

Ik vind dat mijn ouders geschiedenis genoemd mag worden. En dat zij gezien mogen worden. Zeker omdat hun ervaringen ons leven als hun kinderen heeft beïnvloed. Mijn vader had bij leven dit jaar 106 jaar zijn geworden. Onze moeder zal bij leven en welzijn 94 jaar worden dit jaar.
Ik heb in 2015 in Bronbeek een voordracht over mijn vader gegeven. Een postuum eerbewijs. “Ik zoek mijn halfzus en vind mijn vader”. Ik had informatie gevonden over de man, de jonge man toen, de man die wij kinderen nooit hebben gekend. Bronbeek gaf het publiek: ‘Het podium is voor u’. Ik was 57 jaar.
Mijn vader stierf toen hij 57 jaar was geworden; 2015 was ook een bijzonder herdenkingsjaar door 70 jaar geleden einde oorlog in Nederlands-Indië. Allemaal belangrijke getallen.

Timor

Mijn vader vocht op Timor samen met de Australische guerrillastrijders. Hij was opgeroepen voor zijn nummer en zat bij de genie die zwaar onder vuur lag. De geallieerde troepen moesten het Portugese deel in handen krijgen. Dit is gebeurd. Toen kwamen de Japanse troepen met o.a. parachutisten. Een grote overmacht. Timor was een onherbergzaam oord. Ze zijn de pan ingehakt. Een handje vol mannen, KNIL-ers en enkele Australiërs, hebben het overleefd. Waaronder gelukkig ook mijn vader. Bij de derde poging met het schip de Tjeerd Hiddes, de twee eerdere schepen zijn tot zinken gebracht, zijn de overgebleven mannen gered en naar Australië gebracht.

Pas op Borneo is het begin van ons leven begonnen. De start van het gezin wat wij nu zijn.

 


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan dor op het pnderstaande plaatje te klikken.  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven

Drie redenen om over uw moeder te schrijven

moeder

Mevrouw Rijckmans was 103 jaar toen ik haar ontmoette. Ze was in het bezit van foto’s uit Indië en een haperend geheugen. Maar haar pleegzoon John, tachtigplus, geboren in Buitenzorg, wist alles nog. Mevrouw had hem alles verteld.

Zo kan het ook, verhalen bewaren. Vertellen aan de volgende generatie, zodat die ze kan vastleggen. John was een man die schilderde, maar schrijven deed hij niet. Nu zijn ze er alletwee niet meer, en waar zou dat mooie oude fotoalbum zijn gebleven…

1 Nu kan het nog

De eerste reden om over uw moeder te schrijven is: nu kan het nog. Leg haar verhaal vast voor uzelf en de volgende generaties. Dan weten de kinderen ook dat ‘al die oude spullen’ belangrijk zijn, de foto’s en brieven en misschien een djatti-beeldje of dat kettinkje van Djocjazilver dat een verhaal met zich meedraagt. Genoeg kinderen die een huis opruimen door alles weg te gooien, daar word ik altijd verdrietig van.
Daarom zeg ik: nu kan het nog. Uw herinneringen, haar herinneringen, wat u van anderen hoort, het is belangrijk genoeg om op papier te zetten.

2 Vrouwen tellen ook mee

We hebben heel veel verhalen over het leven in Indië van mannen, en dat juich ik toe. Maar eerlijk is eerlijk, het aantal verhalen van vrouwen blijft toch een beetje achter. Dat is ook iets van bescheidenheid in de oudste generatie. Dat betekent, dat de jongere generatie moet zeggen: “Uw verhaal telt ook mee.”
De Indische schrijfster Lin Scholte schreef over het leven van haar moeder en grootmoeder in de tangsi. Dankzij Lin weten we dat een njai ook zelfstandig beslissingen kon nemen. Lin voelde zich onzeker over haar Nederlands, maar ze wilde zo graag de vooroordelen over het tangsileven bestrijden, dat ze tóch de pen pakte. Het resultaat was Anak kompenie (1965).
Zo ziet u, dat een vrouwenverhaal heel belangrijk kan zijn.

3 U bent uw moeder

Vroeger wist ik zeker dat ik een uniek sneeuwvlokje was. Nu weet ik beter. Ik lijk op mijn moeder. Haar ongeduld, haar levenslust van duizend dingen in een dag proppen, haar vermogen op zich helemaal op iets te storten: ik ben ook zo. Maar mijn leven ziet er anders uit. Dat geldt ook voor u.
Als kind van uw moeder krijgt u eigenschappen van haar mee. Het is aan u, wat u ermee doet. Wanneer u volwassen bent, vindt u een eigen weg in het leven. Dat kan gemakkelijk zijn maar ook moeilijk wanneer u loyaal wilt zijn aan uw moeder maar ook uw eigen beslissingen wilt nemen.
Waarom was/is uw moeder zo? Wat heeft zij meegemaakt? Wat heeft ze bewust of onbewust aan u doorgegeven? Kunt u haar leren begrijpen?
Over uw moeder schrijven betekent ook nadenken over uzelf, over uw kindertijd, over de fijne en moeilijke situaties die er waren, en wie u daardoor nu bent geworden.

Wanneer u nu voelt: daar zit wat in, dan heb ik goed nieuws. Zondagavond en maandagochtend geef ik een gratis workshop “Schrijven over mijn moeder. Haar levensverhaal op papier in vijf stappen.”  Klik hier voor lezen en opgeven.

Na de workshop kunt u aan de slag. Als u ook maar even denkt: Mijn moeder was/is eigenlijk een bijzondere vrouw, doet u dan mee?

Wanneer de wandeling door Semarang heel kort duurt (video)

Semarang

Smabers in Semarang (foto Hein Buitenweg)

Over Semarang valt veel te schrijven, boeken vol, zeker weten. Maar Hein Buitenweg schreef een klein boek, met foto’s. Waarom zo klein?

Persoonlijk

Ik vermoed vanwege het persoonlijke karakter ervan. Hij gaat terug naar zijn jeugdjaren in de stad en schrijft zo, aan de hand van foto’s, op wat hij zich herinnert. Nog veel. Ik ben in 2008 in Semarang geweest en herinner me vooral dat ik het oude huis van mevrouw Kloppenburg bezocht, en dat er aan de overkant (Bodjongweg 80) een rommelwinkel zat waar ik wat oud Indisch geld kocht. Dus daar kan ik verder weinig over schrijven. Behalve misschien, dat ik iets geks voelde. Diep-diep in mij wist ik opeens: ‘Hier hoor ik thuis’. Raar, hè?

Tempo Doeloe

Wandelen door Semarang is een heel persoonlijk boek. We lopen met mee met Hein Buitenweg, langs de oude winkels en societeiten. Het is ver voor de oorlog. De straten ogen ruimtelijk, de huizen zijn groot, de Europeanen voelen zich veilig. Tempo doeloe is deze tijd, en die uitdrukking lijkt tegenwoordig taboe te zijn. Maar van Hein en van mij mag het. Ik vind dat hele koloniale stelsel slecht en tegelijkertijd ervaar ik een diep verlangen om te weten hoe het was, toen en daar, ook ver voor de oorlog. Indië was meer dan oorlog. Voor die tijd begint is er een andere, vol cultuur en mensen. Dat moeten we onthouden.

Over tempo doeloe zeg ik ook iets in de video:

(tekst loopt door onder de video)

Wanneer u het ook wilt lezen: vaak koop ik iets bij www.boekwinkeltjes.nl

Bemoedigen

Ik hoop u met dit stukje te bemoedigen bij het schrijven van uw herinneringen, juist als u het gevoel heeft dat u misschien niet zo veel meer weet.

Zo’n dun boekje als Wandelen door Semarang helpt ons bij het onthouden van het verleden. Heel goed zelfs. Dus ik bedoel te zeggen, dat de waarde van een boek, van een levensverhaal niet afhangt van de dikte. Wanneer u denkt, ik wil wel wat schrijven maar ik weet nog zo weinig, dan is weinig misschien genoeg. En al veel. Misschien heeft u ook wat foto’s, of krantenknipsels, of een fotoboek dat u helpt bij het herinneren. Dat kan best. Het gaat er om wat u wèl weet, daar zitten andere mensen op te wachten, in deze en volgende generaties.
(En ik wil het ook dolgraag lezen.)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan hier door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

De 10 belangrijkste moeders in de Indische letteren (download)

tien moeders

Er zijn heel veel tantes in de Indische letteren, maar hoe zit het met de moeders? Ik dook in mijn boekenkast en maakte een lijst. Moeilijk, hoor. Wanneer u een aanvulling heeft, hoor ik het graag. En eh… doet u mee met de gratis workshop waarin u leert over uw eigen moeder te schrijven?
Klik en lees hier (u gaat dan naar een nieuwe pagina van deze site)

10 Dé-lilah over de moeder van Hugo Alvina: Mook Isa

Dé-lilah publiceerde haar meeste werk voor 1900. Ze voert ons het oude Indië in, vooral de wereld van de armere mensen. Mook Isa is Javaanse en heeft een Indische zoon, Hugo Alvina. Zijn baas is verliefd op de verloofde van Hugo. Daardoor ontstaan grote moeilijkheden, maar zijn moeder weet raad en hoe. Hier zijn moeder en zoon in overleg en dat gaat gevolg hebben:
“Mah heeft toch niet voor niets zoo veel jaren “djamoe djamoe” gemaakt, en je weet toch wel Hugo, dat iedereen vindt dat ik erg pienter daarin ben. Maar ik kan nog meer dan “djamoe djamoe” maken, ik weet ook obat, die iemand kan laten sterven.”
“En merkt men dat dan nooit? Komt het niet uit?”
Online lezen http://www.leestrommel.nl/dozijntje/pagina7a.html
Een verhaal over het recht in eigen hand nemen, wat eerst heel bevredigend is maar toch beroerd kan aflopen. Inspirerend. Waarschuwend.

9 Marie Sloot en haar moeder Louise van Haastert

Marie Sloot (1853-1927) was de eerste grote Indische romanschrijfster van Nederland, en nu is ze vrijwel vergeten. Ze schreef geweldige romans over Indië die hier en daar verkrijgbaar zijn. Wat in de romans opvalt is dat de gelukkigste relaties op de moeder-dochter relatie lijken. Dat is iets uit het leven van Marie Sloot zelf. Tegen haar zin in, moest als als jonge achttienjarige vrouw naar Nederland – haar vader repatrieerde met het gezin. Binnen twee jaar verloor ze haar moeder. Toen werd alles anders voor Marie Sloot. Het verlangen naar haar moeder zette ze keer op keer op papier in haar meeslepende Indische romans.
Zoeken en kopen: http://www.boekwinkeltjes.nl
Online lezen: http://www.leestrommel.nl/colibri/index.(1901)html
Lees online Colibri (1901) over het begaafde meisje Vera. Ook een tip: Melati’s eigen website: klik hier http://www.melativanjava.nl/ met daarop informatie over het levensverhaal dat ik van haar schreef. Vooral geschikt voor degenen met belangstelling voor Indische cultuur en die denken: waren er dan vroeger geen Indische schrijfsters? Nou, ik dacht het wel.

8 Mevrouw J. Kloppenburg-Versteegh en haar moeder Albertina van Spreeuwenburg

Na de dood van haar oudste dochter had mevrouw Kloppenburg geen zin meer in het leven. Ze kon nauwelijks aandacht opbrengen voor haar man en kinderen. Toen is haar moeder Albertina bij haar gekomen om het een en ander te zeggen. Dat ze dit leed moest gebruiken om voor anderen iets te betekenen. Dat God het zo wilde. De weg die gewezen werd, was duidelijk. Aangezien de dochter van mevrouw Kloppenburg gestorven was door een verkeerde diagnose van een westerse arts, moest mevrouw Kloppenburg zich wijden aan de studie van geneeskrachtige planten en kruiden. Dat deed ze. Het resultaat was een doe-het-zelf geneesboek dat door tallozen in Indië gebruikt is om ziekten te genezen of voorkomen. “Kijk in Kloppenburg,” werd een gevleugeld gezegde. Zo kwam er dankzij Albertina van Spreeuwenburg uit een groot verdriet toch of juist heel veel goeds voort.
Online lezen: http://www.damescompartiment.nl/kloppenburg/leven.html

7 Ems van Soest over haar moeder Emma van Angelbeek

Ems kon niet tegen haar moeder op. Emma van Angelbeek was de sierlijke, slanke en gevierde vrouw, terwijl haar dochter groot van postuur was en zich vaak lelijk voelde. In haar leven werd ze vooral verliefd op onbereikbare mannen, net of ze vond dat ze toch geen liefde verdiende. Dat kan ook het effect zijn van een mooie moeder. Er kwam nog iets anders bij. Voordat Ems geboren werd, was er een ander dochtertje geweest. Zij stierf. Daar schreef Ems over in haar artikelen voor Moesson, waarin ze terugblikte op een Indische jeugd:
“Moe en afgemat, acht maanden zwanger, snakte ze [Emma, de moeder van Ems] naar een bad en vroeg de jonge baboe, die na Carsina’s vertrek voor het kind zorgde, om op Nonnie te passen. Margootje had de pop, die ze met haar verjaardag gekregen had, in een slendang gedaan en wiegde die onder het zingen van “nina, nina bobo”. Ze liet de pop ruiken aan de bloembakken toen Emma in de badkamer verdween. Heerlijk, dat water waarmee ze zich siramde…..
Online lezen: http://www.damescompartiment.nl/ems/zusje.html

6 Maria Dermoût over mevrouw van Kleyntjes

In De tienduizend dingen (1955) staan verschillende verhalen, die elkaar raken. Mevrouw van Kleyntjes verschijnt in ‘De tuin Kleyntjes’. Ze woont op een eiland in de Molukken, waar ze ieder jaar op de sterfdag van haar zoon hem herdenkt. Himpies is gesneuveld bij een militaire expeditie.
Het verhaal gaat over het leven van deze mevrouw, en over verlies en verlangen, en over de nabijheid van de degenen die gestorven zijn. Er is mystiek. Menselijke emoties. Een dieper inzicht in de samenhang van tienduizend dingen.
Kopen: https://www.bol.com/nl/f/de-tienduizend-dingen/9200000040899979/
Geschikt voor iedereen die troost zoekt bij verlies en woede. Wordt sterker bij herlezing.

5 Yvonne Keuls in mevrouw mijn moeder (2006)

In deze roman die voor het grootste deel autobiografisch is, vertelt Yvonne over haar moeder, en daarmee over zichzelf. Wat betekent het, om hier in Nederland dochter te zijn van een Indische moeder? Dat is het onderliggende verhaal in dit boek. Een fragment:

Ze zeggen dat je leven als een film aan je voorbijgaat als je sterft. Ik weet nu dat dat ook gebeurt als iemand sterft met wie je verbonden bent. Toen mijn moeder stierf, trokken de duizend moeders die zij op duizend verschillende momenten was, aan mij voorbij. Ik nam niet alleen afscheid van haar oude lichaam, maar ook van mijn leven voor zover het aan het hare verbonden was, en vooral van het kind in mij, dat zij koesterde, zelfs toen dat kind in mijn volwassenheid verloren dreigde te gaan. Zij wist het feilloos op te sporen eneen naam te geven – ‘Nu ben je weer een mokkend kind…’– en soms wist ze het terug te vinden in mijn kinderen –‘Nooit ergens mee eens, altijd het laatste woord, net als je moeder vroeger.’
Kopen: https://www.bol.com/nl/f/mevrouw-mijn-moeder/30008530/
Of beter nog bij de plaatselijke boekwinkel.
Bij uitstek een boek voor dochters, die niet zeker weten hoe Hollands of hoe Indisch ze zijn, en wat dat dan precies is.

4 Mevrouw van Leeuwenburg en haar zoon Fernand

Fernand is een Indische jongen die zowat ten onder gaat aan de sterke Indische vrouwen in zijn leven. Tegen zijn moeder kan hij helemaal niet op, en dat ligt ook aan haar. Ze houdt zo veel van hem, dat ze hem niet wil loslaten en zeker niet voor een geliefde. Mevrouw heeft haar eigen tragische geschiedenis in Indië gehad, maar of dat alles rechtvaardigt?
Melati van Java schreef met Fernand (1874) een van de eerste Indische romans vol interessante Indische vrouwen, en met een veel te intensieve moeder-zoon verhouding. Hoezo loslaten? Mevrouw van Leeuwenburg houdt hem vast.
Online lezen: http://www.leestrommel.nl/fernand/index.html
Kopen: https://www.bol.com/nl/c/java-melati/3171093/?lastId=24410
Een roman voor iedereen met belangstelling voor zelfstandige Indische vrouwen, en ook geschikt voor schoondochters die soms met twijfel naar hun man kijken.

3 Wies van Groningen over haar moeder Clara Hukom

Wanneer Clara Hukom met een Hollandse militair wil trouwen, vraagt ze haar voorouders om toestemming. Er is immers veel gebeurd in Atjeh. Het mag. Wies beschrijft hoe gelukkig haar moeder was met Barend Metaal, maar ook dat Clara haar afkomst nooit vergat. Zij kwam op voor haar eigen mensen in Atjeh, dwars tegen het Hollandse gezag in. En zij won. Een indrukwekkend verhaal over een vrouw met een groot hart en een ijzeren ruggengraat.
Online lezen: De Afstraffing
http://www.leestrommel.nl/afstraffing/index.html

De stilte trof haar. Het kampement was nooit lawaaiig, maar er waren toch altijd de geluiden van mensen die er leefden en werkten.
Ze wist niet goed wat te doen, mijn moeder. Geneerde zich een beetje. Wat wilde ze nu eigenlijk? Liep dan naar het kantoor van mijn vader. Alleen de betaalmeester was er, zag ze. Een Ambonees.
‘Oom Riebock’ – want onder elkaar worden oudere Ambonezen met oom (of tante) aangesproken.
‘Ada apa? Wat is er aan de hand?’
‘Weet mevrouw dan niet?’
Ideaal voor degenen die wil weten hoe een vrouw destijds in militair Atjeh leefde, en wat zij wel en niet kon doen (en toch deed).

2 Lin Scholte over haar moeder Djemini

Lin Scholte had een Hollandse vader en een Javaanse moeder. Wat Lin over Djemini schreef, is nieuw en anders dan in de meeste boeken over het kazerneleven in Indie. Djemini was uit eigen verkiezing de njai (muntji) van Piet. Zou hij niet bevallen, dan ging ze weg. Een vrouw die zelfstandig was, zorgzaam en intelligent. Met andere woorden, niet elke njai was een slachtoffer. Djemini besliste over haar eigen leven. In Anak Kompenie (1965) tekende Lin Scholte een indrukwekkend portret van deze tangsi-vrouw, haar moeder, Djemini.
Kopen: biografie met verzamelde romans: https://www.bol.com/nl/p/verzamelde-romans-en-verhalen/1001004006481715/
Uitermate geschikt om te lezen wanneer u niet gelooft dat elke njai een slachtoffer was. (En dat was dus ook niet zo)

1 Het levensverhaal van uw eigen moeder

Ja, uw eigen moeder staat op nummer één. Of ze nu een engel van liefde was, of dat u in uw leven haar oorlogservaringen moest dragen met alle gevolgen van dien, uw moeder heeft een belangrijke invloed op uw leven. Weet u wie ze zelf was? Heeft u met haar over vroeger gepraat? Misschien heeft u nog meer herinneringen dan u denkt. Wanneer u kind bent van een bijzondere moeder, is het belangrijk om haar levensverhaal te bewaren. Voor uzelf en voor de volgende generaties. Dat is gemakkelijker dan u denkt. Begin maart geef ik online een workshop waarna u meteen aan de slag kunt. Hier kunt u meer lezen en zich opgeven:

https://www.indischeschrijfschool.nl/gratis-workshop-over-mijn-moeder-maart-2020/

En lukt opgeven niet? Mail me even, dan maak ik het in orde.

Klik hier en dowload het top tien lijstje: de 10 belangrijkste Indische moeders in de literatuur download

 


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan hier: klik op het plaatje voor de inschrijfpagina. Bij inschrijving krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Go to Top