In 1878 eist Arnold Snackey recht voor de sinjo
In 1878 is er heldenmoed voor nodig in te doen wat de Indo-Europese journalist Arnold Snackey deed en dat was eisen stellen. Hij eiste een gelijkwaardige behandeling voor zowel de Indische als de Hollandse Europeaan in ’s lands dienst. Die was er niet, vond hij. Daarom heette zijn artikel ‘Meten met twee maten’.
Het is een geweldig stuk. Want:
- hij klaagt aan, hij bedreigt, hij leest het koloniale gezag de les en scherp ook
- dat was tamelijk ongepast anno 1878, maar Arnold Snackey heeft geen zin in nederigheid of aanpassen
- hij gebruikt de term sinjo als geuzennaam. Sinjo, als sinjeur, als seigneur, heer
Die term is tot op de dag van vandaag beladen.
Maar niet bij deze man.
Indo-Europese pers
Ik kwam zijn naam tegen in het prachtige boek van Gerard Termorshuizen Journalisten en heethoofden, over de Indisch-Nederlandse dagbladpers 1744-1905. Wat er bekend was over deze Arnoldus Franciscus Snackey (circa 1850-1896), staat daar ook in:
- Indisch
- beheerst het Maleis even goed als het Nederlands (armere Indo-Europeanen lezen dan gemakkelijker Maleis dan Nederlands)
- werkt voor kranten, heeft onder andere een rubriek bij de Sumatra-Courant
Arnold Snackey maakt deel uit van het driemanschap dat aan het begin staat van de Indo-Europese pers, als zij in 1877 het Padangsch Handelsblad overnemen. De andere twee zijn H. Verleye en F.K. Voorneman. Deze drie beginnen de beweging ‘Jong Indië’, die aandacht en rechten vraagt voor de arme Indo-Europeanen, die beperkt toegang hebben tot onderwijs en in hun werk nogal eens verdrongen worden door pas aangekomen Hollandse ‘presentkaasjes’.
Een jaar na deze overname verschijnt dat artikel ‘Meten met twee maten’ dus in de krant. Er ontstaat een rel met alle consequenties van dien. Daar zeg ik verderop iets over. Want eerst: wat stond er dan in?
Meten met twee maten
Het artikel verscheen als ‘Ingezonden stuk’, op 12 december 1878 in De Locomotief. De ondertekening was: X. Anoniem dus. Dat zou snel veranderen.
Het begint kalm: ‘Het is sinds jaren opgemerkt, dat de hoogste posten van den Indischen dienst zich in handen bevinden van in Nederland geborenen.’
Na die constatering gaat het hard door: sinjo’s worden klein gehouden, in de lagere rangen, mogen geen goed onderwijs krijgen.
En wat gebeurde er daardoor:
- Maar de Sinjo is voor een hoogere beschaving geschapen; door zijn ijzeren wilskracht en zelfhulp, geprikkeld door den tegenstand, wist hij zich zelf zóó te ontwikkelen, alsof hij betere scholen dan de Indische had bezocht.
En:
- ’t Behoort toch helaas nog niet tot het verledene, dat de Sinjo zijn rasgenooten onder een of ander voorwendsel uit ’s lands dienst kon zien wegjagen, zoodra zij maar kans hadden om hoofdofficier of hoofdambtenaar te worden.
- Alleen in tijd van nood maakt men een uitzondering op dien fatalen regel, ook om den Sinjo zoet te houden door hem er op te wijzen, dat hij bij „geschiktheid” in ’s lands dienst vooruit zal komen.
Er is sprake van een ‘stelselmatige achteruitzetting’, van onrecht dat bleef ‘voortwoekeren’. Dus, beweert het artikel kennelijk, liegt het gouvernement liegt en is het ook onrechtvaardig.
Dat gaat het artikel kort in op de geschiedenis, met bewijzen dat het wantrouwen onverdiend is. En daarna gaat de inhoud over de schreef. De journalist gaat dreigen met opstand en verzet. De ontevredenheid onder de sinjo’s is immers toegenomen, zegt hij. En dus:
- …is ’t niet raadzaam, vragen wij, den Sinjo aan dat Nederland te verbinden door de hechte banden van liefde en dankbaarheid, door waardeering? In stede van hem tot het uiterste te drijven door miskenning?
- Die vraag doen wij niet alleen in het belang van den Sinjo, maar ook in dat van het Hollandsch gezag, want wij zien voor dat gezag hier donkere dagen aanbreken en wij zien de staatslieden en andere wijze mannen nog altijd leunen op hun onwaakzaam zelfvertrouwen.
- Men schatte de onderaardsche gevaren niet te licht; en vooral van die, welke ontstaan kunnen uit de ontevredenheid van den Sinjo.
Als het artikel dan ook nog de overheid aanmaant ‘maatregelen’ te nemen, omdat er iets aan gaat komen, is de ondertekenaar ‘X’ veel te ver gegaan.
De Indische pers was immers gebonden aan een drukpersreglement. De orde in de kolonie mocht niet worden verstoord door toon of inhoud. Wie te ver ging, beging een drukpersdelict en kon verbanning of gevangenisstraf tegemoet zien.

De Locomotief, augustus 1879.
Vervolging
Al snel werd duidelijk hoe de lepel in de rijst stak. De schrijver was Arnold Snackey, maar het was zijn mederedacteur van het Padangsch Handelsblad H. Verleye die het had ingezonden.
Er werd al snel een rechtsvervolging tegen Arnold ingesteld, want zoals de Officier van Justitie zei, het artikel had ‘de zeer duidelijke strekking’…
- door deszelfs bewoordingen en geheelen samenhang, om de z g. Inl. kinderen (sinjos) opteruien tegen de Regeering en al wat Nederlandsch is; dat verder de inhoud blijkbaar geschreven is met het oogmerk om haat en minachting optewekken tegen de Regeering van het moederland en die van deszelfs koloniën.
In een onnavolgbare redenering kreeg niet Snackey maar de inzender van het artikel H. Verleye drie maanden gevangenisstraf. Het zou niet de laatste keer zijn. Ook Snackey belandde in de gevangenis, voor een ander delict. Zo waren deze mannen, bereid om voor hun recht van spreken, hun principes, de gevangenis in te gaan.
Maar de geest was uit de fles. De Indo-Europese pers groeide en ontwikkelde zich, Indische stemmen lieten van zich horen en nu. De sinjo zweeg niet meer. Hulde aan Arnold Snackey.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt





Mary Pickford
Hélène Weski kwam uit Indië, zij schreef er indringende verhalen over die in boeken en tijdschriften verschenen. Deze week, te midden van de aanzwellende stroom Kerstkitsch, dacht ik terug aan de keer dat ik haar ontmoette, en waarom juist zij gerechtigd was moeilijke vragen te stellen over Japanners en de oorlog.
Thuis mocht ze geen petjoh spreken, wat ze wel deed: ‘dan kreeg ik een draai om mijn oren’. Uit alles wat ze vertelde, bleek hoe thuis ze zich voelde in Indië. De HBS-jaren in Malang, haar tijd als onderwijzeres, dan kort voor de oorlog trouwen met Leendert Kampert, ambtenaar bij de inlichtingendienst.

Hoe maak ik er een boek van? (gratis online workshop)
Ik vertel over het stappenplan dat ik ontwikkelde om via Pumbo het boek te publiceren over het leven met mijn huiskater Bert. Eind vorig jaar vertrok hij naar de hemel en ik was zo verdrietig, dat ik besloot ons leven samen te bewaren. In een boek. Want: schrijven is blijven.
Daar ga ik een kennislezing over geven. Op zaterdag 27 december, omdat op die datum voor veel Indische Nederlanders het vanzelfsprekende wegviel van opgroeien en kunnen sterven in je geboorteland, dat Indië heette.
Indisch
Boksen in Indië, dat stond boven het artikel geschreven door L.D. Wie? L.D. is Lilian Ducelle (1919-2013). En zij had er kijk op.


Van der Maaten lezen is persoonlijk van de man informatie krijgen over de situatie in Atjeh. Ik las alles toen ik aan mijn biografie van de Atjeh-generaal Frits van Daalen werkte. Wat een man, wat een toestanden: je kunt commandant zijn tot en met, maar wanneer je manschappen niet luisteren, bereik je weinig. Nog enkele opmerkingen van Van der Maaten uit een nota geschreven in 1905, hij is dan luitenant-kolonel. We zijn nog steeds in Atjeh: