“De Jappen herken ik feilloos in het straatbeeld” interview
Een boek over je moeder schrijven, over haar kamptijd in Lampersari en over háár moeder, hoe valt dat in de familie? Carolijn Cockram kan het uit eigen ervaring vertellen. Ze schreef Kind van een kampkind. Familie-erfenissen uit Indië. Een publicatie in eigen beheer. Ik was er een tijdje bij als haar schrijfcoach.
Deze zomer presenteerde Carolijn haar boek, terwijl haar moeder, Marijke de Bouter (1937), erbij was, keek en luisterde. Hoe was dat?
Een interview.
De boekpresentatie verliep een beetje chaotisch, maar dat was eigenlijk juist leuk. Iedereen werd er vrolijk van. Mijn verhaal kwam gelukkig goed over. Ik heb vooral gesproken over de veerkracht en het optimisme van mijn moeder en van haar moeder in het kamp. En over de drang om te overleven. Mijn moeder was pas vijf jaar toen ze in Lampersari kwam en acht toen de bevrijding kwam, dus ze heeft drie jaar van haar leven in het kamp doorgebracht. Ze heeft er geen trauma aan overgehouden. Wel hoorden we thuis verhalen over de oorlog.
– Je moeder was ook bij de boekpresentatie. Hoe vond ze het?

Tijdens de boekpresentatie
Een fantastische dag. Ook omdat ze snel in gesprek raakte met een ander kampkind van over de negentig jaar. We kenden haar niet. Zij was afgekomen op het wat er in de plaatselijke krant had gestaan. Ze hebben eindeloos samen gepraat, zag ik vanuit mijn ooghoeken. Na de presentatie was er een borrel en ik zag hoe ze met allemaal mensen in gesprek raakte. Mijn ouders zijn eigenlijk heel trots, zowel op het verhaal en dat ik het heb vastgelegd. Ze hebben me van te voren geen beperkingen opgelegd, ik mocht alles opschrijven.
– Dan sta je wel voor een pittig iets. Je moeten inleven in je moeder toen ze kampkind was. Het lijkt me moeilijk.
Het is ook moeilijk. Als ik nu bij mijn moeder ben, zie ik haar vooral als dat kleine meisje in Lampersari. Dat komt ook doordat ik zo lang in dat verhaal heb gezeten.
Maar het is wel heel dichtbij gekomen, op een nieuwe manier. Ik kan er niet alles van onder woorden brengen, zoals waarom ik niet naar Japan wil en waarom ik niet afkom van het woord Jappen. Dat zit in me, door vroeger. En dat zijn emoties, dat weet ik wel. Veel woede en verdriet, die zijn een soort erfenis geweest.
– Heb je nu ook het gevoel dat je de familie beter kent en begrijpt?
Toen mijn oma nog leefde, had ik een goede band met haar. Maar door het schrijven van dit boek heb ik geleerd meer door te denken bij wat oma indertijd vertelde. Dus niet het alleen aan te nemen. Ik kan nu verder denken van: hoe was dit en dat voor haar, wat zou ze toen gevoeld hebben?
Mijn moeder vertelde ook verhalen, die heb ik lang alleen aangehoord. Maar nu ben ik er dieper over gaan nadenken, en daardoor begreep ik haar ook beter.
Uit: Kind van een Kampkind
In Lampersari, een angstig moment.
Mijn moeder rende als een speer naar oma toe. Met zijn tweetjes stonden ze binnen tegenover de twee Jappen, zonder te weten wat die kwamen doen. Een van die Jappen droeg een zwaard in een schede en met een plotseling gebaar trok hij dat zwaard en hield het dreigend boven de hoofden van oma en mijn moeder. Pure intimidatie was het, maar zo zag mijn moeder het niet, en met haar bijna 6 jaar raakte ze volledig over haar toeren.
De Jappen spraken oma toe in het Japans. Het was weer zo’n Japanse vertoning van onberekenbaarheid en onredelijkheid. Uiteraard begreep oma niet wat ze zeiden en de angst sloeg haar om het hart. Ze sloeg een arm om mijn moeder in de hoop dat die haar een beetje kon kalmeren.
– Wat voor reacties kwamen er buiten de familiekring?
De meest voorkomende opmerking is geweest dat mensen geen idee hadden wat daar zich heeft afgespeeld in Nederlands-Indië. Ik kreeg veel reacties en de hoofdtoon is: wij wisten dit allemaal niet. In die zin vind ik het bevredigend dat het boek er is. Dat ik ze dit heb kunnen bijbrengen, om het zo maar te zeggen. Deze geschiedenis.
– Maar we hebben een wereld vol internet en bibliotheken, bomvol boeken. Waarom wisten ze het niet?
Geen idee. Iedereen zei ook dat ze op de middelbare school hierover niets gehoord hadden. Ze lazen mijn boek omdat ik het persoonlijke verhaal combineerde met de geschiedenis. Dat vond men echt ongelooflijk om te lezen. Daardoor zag hoe dat mensen geen idee hebben van wat er in Indië is gebeurd.
Het gaat niet alleen over het kamp, ik beschrijf ook de tijd ervoor op Borneo en dat mijn grootouders begin 1950 pas definitief naar Nederland kwamen. In het laatste
hoofdstuk gaat het over de familie-erfenissen, hoe ik dat persoonlijk heb ervaren om kind van een kampkind te zijn, en kleinkind van een oma die ook in dat kamp zat.
Uit: Kind van een kampkind
Carolijn is het kind van het kampkind, en dat draagt ze met zich mee:
Ik weet niet beter, maar aan de reacties om me heen merk ik dat het niet normaal is om ‘Jap’ te zeggen. Sommige mensen zie ik schrikken, anderen moeten erom lachen. Ik denk dat ze het niet begrijpen. Het voelt voor mij niet goed om ‘Japanner’ te zeggen, het is alsof ik daarmee mijn familie verraad. De Jappen, ik weet ze feilloos te herkennen in het straatbeeld. Ik heb een soort ingebouwde radar die ze detecteert, zonder dat ik me daar op het moment zelf bewust van ben en zonder dat er, anders dan bij mijn oma of moeder, angstgevoelens of vluchtneigingen naar boven komen.
Boek bestellen? Dat kan via de website van Boekenbestellen.nl: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd
- maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

Indische bescheidenheid is een mooie eigenschap, die evenwel een groot nadeel heeft. Want wie terughoudend is met het benoemen van eigen talenten of verdiensten, is afhankelijk van anderen. Die anderen moeten het willen zeggen. Benoemen. Hardop. Of opschrijven.



Just do it.


Hij is dan kapitein-adjudant, dus we zitten nog voor 1918. Hier leren we de man al een beetje kennen. Hij besteedt het uit, hij is niet zomaar iemand: kapitein-adjudant en met drie voorletters. En ook: vendutie op oudejaarsavond bij hem thuis. Het adres staat er: Naripan 24. Vermoedelijk zijn we nog in Bandoeng. Misschien was hij weemoedig gestemd over alles dat hij achterliet, of wist hij: lekker, morgen een nieuw jaar, hopelijk eindigt dan de oorlog. De Eerste Wereldoorlog stopte pas eind 1918, met grote verliezen.
“Eene coll. Planten.” Met deze opsomming begint de grote advertentie. Ik kreeg meteen zin in het schrijfbureau met draaistoel. Het Dames-bureau klinkt dan opeens zo klein. Daar zat Betsy natuurlijk aan. Dat voor-ameublement is geschikt voor diners met veel gasten.
Chineesche Broedertjes is vermoedelijk de naam voor een bepaald type koekjes. Er gaat veel suiker in en twee eieren, afkomstig van eenden. En ook nog twee eieren van kippen. Rond 1901 begreep iedereen waarom.
Een stoomcursus LIVE wat is dat nu weer?
De concubine, zo heette het toneelstuk dat een zekere ‘Totok’ had geschreven. Geen pseudoniem dat vertrouwen wekt, als het over zogeheten Indische toestanden handelt.



