De kapitein Van der Maaten in Atjeh, 1902

KNIL-officieren (van de Seulimeum-colonne) in de buurt van Seulimeum (KITLV 53439) Tweede van rechts Van der Maaten, naast hem Van Daalen.
Neem nu iemand als de kapitein Klaas van der Maaten (1861-1944). Hij is jaren in Atjeh, een officier die uiteindelijk generaal-majoor werd, ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en drager van de Militaire-Willemsorde derde klasse.
Een uiterst verdienstelijk koloniaal militair.
Altijd volle inzet. Altijd gericht op de actie, offensief. En ook driftig. Waar hij ook is, heeft hij voldoende pen en papier om zijn gedachten ferm aan de een of de ander te zenden.
Voorvader
Dat soort militaire verslagen geven ons inzicht wat er nu werkelijk gebeurde. Meer dan het Koloniaal verslag, wat heel goed is met cijfers en opsommingen. Maar wie wil weten, wat maakte mijn voorvader eigenlijk mee tijdens een expeditie, die moet op zoek naar brieven, nota’s, bezwaarschriften en dan bij voorkeur geschreven door zo’n driftkop.
Maar: een driftkop met zelfbeheersing.
Terug naar 1902, de toestand in Atjeh.
Oost-Indische Leger
De toestand is in een woord: beroerd. Anno 1902 is de Atjeh-oorlog nog altijd niet gewonnen. Dat heeft veel geld gekost en ook vele levens, aan beide kanten. Bij deze oorlog die in 1873 is begonnen, zijn nu ook jongere generaties Atjehers betrokken. En hoe gaat het met jongere generaties, die wrokken diep over het leed dat ouders en voorouders is aangedaan. Die vergeten niets. Die voelen dieper.
Met andere woorden, de tegenstand die het Oost-Indische Leger ondervindt, wordt eerder meer dan minder. Is dit te winnen?

Majoor K.van der Maaten te paard te Sigli (KITLV 53438)
Klewang
Van der Maaten zit in Sigli en werkt conform zijn instructies op twee manieren aan de onderwerping van Atjeh in zijn gebied.
Ten eerste, vertrouwen zien te wekken van de bevolking.
Ten tweede, waar noodzakelijk militair optreden.
Zijn probleem is vooral het gebrek aan interne tucht en discipline.
Een commandant kan niet overal tegelijkertijd zijn, dus hij moet kunnen vertrouwen op de mannen die hij als patrouillecommandant aanstelt. Een van die mannen is de sergeant Emondt. Een ‘sujet’ volgens de kapitein.
In november 1902 schrijft Van der Maaten dat hij de sergeant naar Kota Radja zal sturen, ‘daar ik die man niet kan en wil gebruiken.’ De reden is een rapport dat bij nader onderzoek niet bleek te deugen: er waren meer gewonden dan opgegeven. Een daarvan was een ‘klein knaapje’ met een klewanghouw over het hoofd. Van der Maaten verdenkt de sergeant:
- Van hem ging toen het verhaal dat hij iedere Atjeher, als hij het enigszins kon leveren, neerlegde en dan altijd met het rapport kwam dat de man een rentjong bij zich had en die had willen trekken en hijzelf, Emondt, daartoe een rentjong als overtuigingstuk bij zich droeg, zoals later door ons vernomen werd.
Bewijzen kan Van der Maaten dit niet, en daardoor kan hij geen beroep doen op de krijgsraad. Geweld moet er zijn, maar op de juiste manier, vindt Van der Maaten:
- Al moge een streng en krachtig optreden hier in de Onderhoorigheden nog altijd en ook in de eerste jaren nog een noodzakelijkheid zijn, zoo kan een dergelijke wijze van doen niet anders dan schadelijk werken.
Kota Radja houdt zich aan de reglementen. Geen bewijzen, geen overplaatsing. De sergeant moet terug naar Van der Maaten. Deze had het druk met lange nota’s schrijven, alweer over het gebrek aan interne tucht. Op 2 december 1902 noteert hij zijn ergernissen over de patrouillecommandanten, die te snel zijn met neerschieten van Atjehers. Huizen verbranden doen ze ook, en dat is streng verboden. Van der Maaten heeft er genoeg van, wat hij keer op keer benadrukt:
- In de Commandements Order de datum 15 mei jongstleden nummer 69 is bepaald dat lieden die wegloopen, in weerwil van den herhaalde aanroep ook kunnen worden neergeschoten.
- Ook deze bepaling moet gehandhaafd worden doch het is mijn verlangen dat de patrouille-commandanten of commandanten van uitrukkende troepen oordeelkundig zijn in deze optreden en daarmee niet te vlug zijn.
- Wat toch is het geval? Schandelijk genoeg zijn er commandanten van patrouilles of uitrukkende afdelingen geweest, die in stede van behoorlijk aan te roepen en dien aanroep eenige malen te herhalen, onmiddellijk klaar waren met neerschieten; ja, er zijn mij van vroeger zelfs voorbeelden bekend dat men pro forma aanriep en tegelijkertijd schoot. Evenzoo is het gebeurd dat zonder enig motief Atjehers werden neergelegd.
- Het is toch natuurlijk waar zulke sujetten onder de patrouille-commandanten voorkomen, ook menschen die niets op hun geweten hebben, bij het zien eener patrouille op de vlucht gaan en niet blijven staan wanneer zij worden aangeroepen. In hun vrees worden zij dan versterkt wanneer hun weldra eenige kogels om de oren vliegen.
- Het is daarom een dringende noodzakelijkheid dat het vertrouwen in de Kompeuni bij de goedgezinde bevolking terugkeert en in verband daarmee de is het mijn verlangen, dat er bepaling omtrent het neerschieten van vluchtende ongewapende Atjehers met oordeel en bezadigdheid wordt toegepast opdat het neerschieten van onschuldige Atjehers in den vervolgen een einde neemt.
- Men zette daarom vluchtende ongewapende Atjehers in den snelste gang na en trachte hen levend te pakken. Zulks is blijkend mijn ervaring zeer goed mogelijk, want het is een feit dat de Atjehers het loopen minder goed volhouden dan de soldaten.
- Onder het loopen wordt zo’n vluchteling voortdurend aangeroepen te blijven staan en eerst wanneer blijkt dat hij niet te achterhalen is en ontwijfelbaar zal ontkomen dan eerst maar ook niet eerder mag op hem geschoten worden.
Een lang stuk, dat zijn manier van denken goed weergeeft. Het fenomeen van de ‘goedgezinde’ bevolking intrigeert. Misschien bestond dat, in de hoop dat er een zekere rust in het gebied zou komen. Niet steeds die oorlogstoestanden.
Persoonlijk
Van der Maaten lezen is persoonlijk van de man informatie krijgen over de situatie in Atjeh. Ik las alles toen ik aan mijn biografie van de Atjeh-generaal Frits van Daalen werkte. Wat een man, wat een toestanden: je kunt commandant zijn tot en met, maar wanneer je manschappen niet luisteren, bereik je weinig. Nog enkele opmerkingen van Van der Maaten uit een nota geschreven in 1905, hij is dan luitenant-kolonel. We zijn nog steeds in Atjeh:
- Er zijn patrouillecommandanten die in de meening verkeeren dat ik verlang, dat zij steeds groote afstanden afleggen en leiden zulks af uit het feit, dat de patrouilles welke tegen het middag uur terugkeeren, door mij ‘rijsttafelpatrouilles’ genoemd worden.
- Over patrouilles: ‘De kans dat zij bij de vervolging iets in handen zullen krijgen, is niet groot, doch wanneer men heelemaal niet uitrukt, heeft men daartoe heelemaal geen kans.’
- Ik krijg nog veel te veel rapporten, dat een of andere bende zich in alle richtingen verspreidde en in het bosch of – erg mooi uitgedrukt – in het woud of oerwoud verdween. […] Een bende kan niet verdwijnen; zij blijft ergens, want zij bestaat niet uit geesten.
Van der Maaten schreef goed en veel. Aan het handschrift is het even wennen, maar hij gebruikt gelukkig vaak een typemachine. Lees wat hij schrijft en ervaar dat die oude wereld zich opent. Zijn brieven en nota’s liggen in het Nationaal Archief, ze zijn niet gedigitaliseerd. Later publiceerde hij brochures.
Maar juist bronnen als zijn nota’s zijn van belang: de manier van denken, van uitdrukken, de moraal over het wel of niet neerschieten van Atjehers, zo was het toen. Wanneer we het verleden willen begrijpen, hebben we de stemmen van dat verleden nodig. Goed lezen en luisteren. Eerst begrijpen. Daarna pas een eigen mening vormen.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
- lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt






Marijnus van der Plas, circa 55 jaar









Asimah was een meisje zoals veel andere meisjes, ze hield van buiten spelen, van haar mooie armbanden en ze vertrouwde op de buurvrouwen.
