Schrijftip: Gebruikt u uitroeptekens? (video)
Uitroeptekens, dat schrijft lekker. Kracht bijzetten. Nog eentje erbij? Toe maar. Dat maakt alles duidelijk. Emotioneel ook. Heerlijk, zoiets.
Alleen: het is voor u fijn schrijven.
Het oog van de lezer wil minder uitroeptekens.
Elk uitroepteken maakt een woord of een zin harder van klank en kleur. Het is net of u staat te schreeuwen. Welke lezer wil dat nou?
Precies.
Ervaring
Op de planken in mijn werkkamer staan en liggen ikweetniethoeveel boeken. Ook frommel ik boeken tussen de andere boeken. En dan heb ik nog stapeltjes liggen. Maar van al die boeken weet ik precies: in dit en dat boek staan veel uitroeptekens.
Is het een voor mij waardevol boek, dan lees ik dat met een potlood in de hand. Daarmee zet ik een streepje door elk uitroepteken. Dan zie ik het niet, dan is het rustiger doorlezen.
Ik kan er gewoon niet tegen, dat schreeuwige, dat hijgerige van kijk-eens, kijk-eens. Als het echt zo belangrijk is, dan wil ik dat uitgelegd krijgen.
Voor mezelf hanteer ik de regel: maximaal 1 uitroepteken per boek. En liever nul.
Video
In deze video:
- waarom u beter geen uitroeptekens gebruikt
- het voorbeeld van buitenkampers
- wat uw verhaal meteen beter gaat maken
Heeft u een vraag, stuur me dan een berichtje via de contactpagina – klik hier. (opent in een nieuw venster)
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

Je hebt dus: de zusters Ursulinen, vrouwen die generaties meisjes hebben opgevoed naar westers model. Ik hoor van die meisjes en hun nazaten verschillende verhalen, positief en beladen met wrok, tot in de kleindochters en achterkleindochters toe.
Nog een puntje dus, naast humor: de overtuiging dat ook deze culturen tot de schepping behoorden. Maar ja, het onderwijs van de Ursulinen was wel helemaal westers.
Lodewijk Molier: “Kleinkind van de Oost”, stond er bij het verhaal dat in mijn mailbus kwam. Ik lezen en toen weer. Want alles stond er goed in en toch moest ik er flink van nadenken. Een Indische stem die niet altijd Indisch wilde zijn en dan zegt, dit verhaal in Buitenzorg te schrijven. Echt gebeurd, en voor velen herkenbaar vermoed ik.
Een bijna dood ervaring, is dat griezelig? Franceska van Heije-Neys stuurde me haar ervaring. Echt gebeurd, schrijft ze erbij. Ik moest het een paar keer lezen en nog begrijp ik het niet helemaal. Maar griezelig is het niet, dankzij haar overgrootmoeder Saila, wier foto ik mocht plaatsen.
Winnen is fijn. Henkie KNIL, zo noemde oud KNIL-man Nuse zich, rammelde op een oude typemachine zijn herinneringen op papier. Dat was in Nederland. Na Indië.
Neem nu Neem nu een man als Tinus Dezentjé (1797-1839). Een legende, bij leven al. En dan ook nog relatief jong doodgaan, ietwat ouder dan James Dean. Veertigplusser. Maar wel 27 kinderen verwekt. Als iedereen geteld is, tenminste.
Er zijn Indische families, van naam en faam, groot en vertakt in ik weet niet hoeveel hoofdtakken en zijtakken en bescheiden kleine takjes die het leven ook waard zijn, en toch denk ik: waar zijn ze? Waar zijn die geweldige grote Indische families?
Een orchidee in een potje in een vensterbank. Tyisch Hollands. Het stemt me atijd wat droevig want deze aristocratische bloem verdient meer. Allure. Ruimte om te zijn wat een orchidee is en dat is schoonheid.