Christine Butteling en ik raakten een tijdje terug voor de tweede keer in gesprek. De eerste keer was jaren geleden, toen ik ergens een lezing gaf over Beata van Helsdingen-Schoevers, dochter van een meisje Walter. Misschien familie, hoopte Christine. Ook nu spraken we over familie, en dan vooral over Eveline Walter, haar moeder.

Foto

De foto van Eveline Walter zie ik op de aanvraag voor een paspoort. Een jonge vrouw, dan ongeveer dertig jaar, geboren op 24 juli 1920 in Tanggung, dochter van Charles Otto Walter en Soemainah. In 1938 trouwde ze in Malang met François Albertus Butteling; in 1938 werd Yvonne Butteling geboren, het jaar erna André Charles Hendrikus. Later kwam Christine. Na de oorlog de scheiding, 1947, Sidoardjo.
Dat zijn feiten waarvan Christine er zo graag meer van zou bezitten. Want het leven van haar moeder is, wat haar laatste jaren betreft, een raadsel.
“Ik kan haar niet loslaten,” zegt Christine. “Ook al niet omdat ik weet dat ik zo op mammie lijk. Wat is er toch met haar gebeurd?”
Misschien dat iemand dit leest en wat meer weet. Een digitaal vlaggetje is dit artikel, wegens je kunt nooit weten.

Zoektocht

Thuis heeft Christine een map met documenten en foto’s. Die heeft ze gebruikt om haar verhaal voor de kinderen op papier te zetten. Ze koos voor de dagboekvorm, dat lag haar goed. Gelukkig waren de kinderen er blij mee. Een hele generatie jonger, opgegroeid na de oorlog, dan zie je de dingen anders dan wanneer je juist die oorlog nog in je hebt.
De kinderen willen graag dat hun moeder de zoektocht opgeeft en tevreden is met wat ze weet, en dat snap ik. Want het verdriet zit hoog, helemaal als Christine gaat vertellen.

Jappenkamp

“We zaten drie jaar in een Jappenkamp, mijn zusje en ik waren bij mijn moeder. In welk kamp, weet ik niet. Toen kwam de bevrijding. In die tijd moesten wij naar onze vader. Weg van onze moeder. Ze heeft altijd gezegd: “Je moet tien dagen tellen, dan kom ik. Nou, ik heb honderden keren tien dagen geteld. En ze kwam nooit. Nu weet ik pas dat ze het wel heeft geprobeerd. Met haar zus Nelly heeft ze een aanvraag voor een paspoort ingediend, maar het is ze nooit gelukt om naar Nederland te komen; ze moesten in Indonesië blijven, in Soerabaja.
Mijn vader is teruggekomen van de Birma/Siam Spoorweg. Daar heeft hij natuurlijk ook een tik van gehad. Dat hebben wij kinderen ondervonden.
Hij kon wel een goede vader zijn maar hij had natuurlijk een tik van de oorlog gekregen. Het was bij ons thuis net als in dat boek van Alfred Birney, hij schreef op wat hij heeft ondervonden van zijn vader.
Mijn vader was ook zo. Hij kon opeens heel driftig worden. Ik kan me nog herinneren dat hij één keer zo boos op me was, dat hij me zo’n schop gaf, dat ik een week lang niet kon lopen en fietsen.”

Brieven

Foto eigendom van Christine Butteling

“Ik was dus zes jaar toen ik naar mijn vader moest. Hij kon niet in Nederland aarden en wilde weg. Zo kwamen we terecht in Suriname. Daar heb ik met mijn moeder een correspondentie gehad en dat is doorgegaan tot 1955.
Toen stopte het. Abrupt.
Dat was nadat ik voor het eerst eerlijk had geschreven hoe het thuis toeging. Want dat wilde ik nooit, omdat zij het heel moeilijk had. En ik wilde het haar niet moeilijker maken. Maar juist die brief is terecht gekomen bij iemand en die heeft het opengemaakt en daarna doorgestuurd naar een meneer Iskandar. Dat is een naam vergelijkbaar met Jansen in Nederland. Hij schreef me terug dat hij het erg voor me vond en dat ik vragen mocht stellen als ik meer wilde weten. Dat heb ik natuurlijk onmiddellijk gedaan, maar daar heeft hij nooit meer op geantwoord.
Toen wist ik niet meer wat ik moest doen.”

Indonesische kranten

Jaren later kwam er iets van een antwoord, uit een andere richting. Een van Christiens kinderen keek op Myheritage en vond nieuwe informatie met foto. Mailverkeer volgde, maar verder kwam het niet. Alleen bleek dat niet alleen Christiens moeder verdwenen was, maar ook haar zusje Nelly.
Een ander antwoord kwam in IJmuiden: “Mijn tante stapte in de bus en toen kwam een vrouw op haar af met de opmerking: U bent toch familie van Eveline Walter? Zij (de vrouw uit de bus) was een buurvrouw van mijn moeder in Indonesië. En toen kwam het verhaal dat mijn moeder zou zijn vermoord door haar tweede man. Dat is een hele klap voor mij geweest.”
“Alle weggetjes hebben nergens toe geleid. Onderzoek naar meneer Iskander niet, een brief naar het Rode Kruis niet. Ik wist dat mijn moeder in haar tweede huwelijk een dochter had gekregen en naar haar heb ik dus gezocht. Daarvoor heb ik advertenties geplaatst in Indonesische kranten, via kennissen die naar Indonesië gingen. Dit was de oproep: ‘Bent u geboren op 4 mei 1953 in Jakarta en bent u de dochter van mevrouw Eveline Iskandar-Walter en heeft u een broer die Jeffrey heet, dan verzoek ik u dringend contact met mij op te nemen.’ Het heeft helemaal niets uitgehaald. Het heeft alleen maar geld gekost.”

Vragen

Christine was een meisje van 15 toen haar moeder opeens in het niets leek op te lossen. Zoiets is niet te verdragen, dat weten veel anderen uit Indië ook. De vragen blijven je bezig houden en daarom staan ze hier, in de hoop dat iemand een snippertje informatie heeft:

  • Wie weet er iets meer over Eveline Walter of over haar zusje Nelly?
  •  Wat kan er in 1955 gebeurd zijn?
  • Wie kent de dochter tweede huwelijk, geboren op 4 mei 1953? Een naam is helaas niet bekend.

Weet u iets, hoe vaag of klein ook? Stuur het dan in via onderstaand formulier. Het komt bij mij in de mailbus en ik stuur het door aan Christine. Een veiliger manier.

Hier mailen

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*