Hélène Weski kwam uit Indië, zij schreef er indringende verhalen over die in boeken en tijdschriften verschenen. Deze week, te midden van de aanzwellende stroom Kerstkitsch, dacht ik terug aan de keer dat ik haar ontmoette, en waarom juist zij gerechtigd was moeilijke vragen te stellen over Japanners en de oorlog.
Bersiap
Ze was een intimiderende vrouw. Ik dronk de thee die ik zelf moest inschenken, wetende dat die te sterk was. Ook at ik de bonbons en de koekjes die ze me aanwees. Het was dus nog voor het moment dat ik besloot niet meer te eten om anderen tevreden te stemmen.
Hélène Weski vertelde me met een zorgvuldig articulerende dames-stem over de Bersiap. “De hel van Soerabaja”, zei ze en zweeg even, wachtend op vragen die ik niet durfde te stellen. Ze vertelde verder, ook over na de oorlog. En pas later, toen ik haar verhaal over de Japanner in de tuin herlas, begreep ik er iets meer van. Zo gaat dat met belangrijke verhalen. Je moet herlezen, dieper gaan begrijpen.
Suikeronderneming
Haar vader: Pools.
Haar moeder: Hollands.
En dan geboren worden in 1914, op een suikeronderneming nabij Djombang. Haar grootvader was de arts Crooy, waarover ze later het verhaal schreef met de titel ; ‘Wie had dr. Basset willen vermoorden?’
Thuis mocht ze geen petjoh spreken, wat ze wel deed: ‘dan kreeg ik een draai om mijn oren’. Uit alles wat ze vertelde, bleek hoe thuis ze zich voelde in Indië. De HBS-jaren in Malang, haar tijd als onderwijzeres, dan kort voor de oorlog trouwen met Leendert Kampert, ambtenaar bij de inlichtingendienst.
Hij kwam aan de Birma-Siam spoorweg, zij kwam in verschillende kampen. Dan de Bersiap.
En na de oorlog wordt het echtpaar in de diplomatieke dienst in Tokio geplaatst. Drie jaar lang. Hoe was dat? “Die Jappen interesseerden me niet. Ze waren zo klein, die wisten niet wat ze allemaal doen moesten om ´t je naar de zin te maken. Ze hadden nog nooit een oorlog verloren en ze waren nergens meer. Dus dat was buigen en knipmessen.”
En ook: “Ik heb nooit een haat tegen de Japanners gehad.” Wel tegen de Indonesiërs, dacht ik toen. Want zoals ze vertelde…
Maar ook dat zeg je niet gemakkelijk tegen een dame uit Indië.
Hoe was het erna in Nederland? “Ik heb er nooit kunnen aarden.”
Japanner
Dit dus als een soort inleiding op het verhaal dat ze schreef: ‘Ontmoeting in een zen-tuin’, uit 1980. Het kwam in de verhalenbundel De mensen noemen het liefde (Moesson, 1982).
Die ontmoeting is in Japan, tussen een vrouw uit Indië die daar haar thuis verloor, en een Japanner die in de oorlog ook in Indië was. Tegen de adviezen in gaat ze toch naar de tuin.
De zen-tuin nodigt uit tot bezinning, al is dat heel moeilijk, juist vanwege die oorlog. De Japanner denkt hardop na over het verleden, zijn verleden. Zij is ontroerd en boos en verward, want:
- moet dan in elke beoordeling van Japan, zijn cultuur, zijn volk, altijd verontwaardiging en haat doorklinken, omdat men anders verdacht zou kunnen worden van collaborateur of tenminste goedprater te zijn?
- Is begrip voor gebeurtenissen in het verleden niet belangrijker dan ongenuanceerde veroordeling ervan?
- Waren ze dan allen slecht, of waren er ook anderen?
Dan zegt ze:
- ‘Er waren ook anderen,’ zegt ze, ‘ik heb er zo een meegemaakt, zo’n transportleider met een hart, zo’n uitzondering.
- Uren hadden we stilgestaan op een zijspoor, toen kwam de nacht.
- We waren óp en vroegen, smeekten hem of tenminste de wagondeur open mocht staan opdat we wat frisse lucht konden krijgen.’
- ‘Dat was tegen de regels,’ zegt hij, ‘we hadden strenge orders.’
Eigenlijk is dat het keerpunt in dit verhaal. De levens blijken elkaar te hebben geraakt, en juist de zen-tuin liet dat zien. Daarna wordt het verhaal anders omdat Weski deze twee levens verder gaat verknopen. De oorlog werkt door, het ene leven bestaat naast het andere, en er lijkt geen schuld te zijn, wel verantwoordelijkheid. Ik vraag me nog steeds af of dat een weg naar verzoening is, al weet ik dat niet iedereen die weg kan of wil gaan.
De Japanner vraagt aan de vrouw uit Indië:
Ik ben een Japanner, opgevoed in de Japanse traditie, was die nooit iets waard? Jaren van meditatie, van harde training in een Zen-klooster hebben mij geen antwoord op die vraag gebracht. Hoe moet een mens handelen?’
Dat is haar kans om hem te veroordelen. Ze doet het niet. Ze vertelt hem een verhaal dat ze als meisje hoorde, over standvastigheid en een taak op aarde moeten vervullen.
Nog steeds weet ik niet wat Hélène Weski er precies mee bedoelde. Was het de taak van de Japanner om Japans te zijn of juist tegen zijn meerderen in te handelen? En die vrouw uit Indië, hoe moet zij handelen om het juiste te doen, en kan een mens dat altijd?
Nieuwe vragen
Wanneer u op websites als Boekwinkeltjes.nl een van de drie boeken ziet die Hélène Weski schreef, koop ze dan. Andere onderwerpen, andere vragen en ook: Indische kwesties met nieuwe vragen zoals deze, die juist zij, die 3.5 jaar in verschillende Jappenkampen zat, gerechtigd is te stellen.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
- lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt


Geef een reactie