Wat het grote nadeel is van Indische bescheidenheid
Indische bescheidenheid is een mooie eigenschap, die evenwel een groot nadeel heeft. Want wie terughoudend is met het benoemen van eigen talenten of verdiensten, is afhankelijk van anderen. Die anderen moeten het willen zeggen. Benoemen. Hardop. Of opschrijven.
Anders vervaagt het, verdwijnt het. Dan is er niks meer.
Landmeter

Landmeten, circa 1910 (Shelfmark: KITLV 86361)
Als het aan J.H. de Windt (1861-1942) had gelegen, was het interview voor het Weekblad voor Indië aan hem voorbij gegaan en die foto helemaal. Hij is afwerend. Bescheiden. Alleen dankzij het aandringen van zijn vrouw kwam het er toch van. Daardoor weten wij iets meer van wie hij was. Met een beetje onderzoek kwam ik meer te weten over zijn leven. En ik voelde een toenemend ontzag voor hem, want ik begreep wat een harde werker hij geweest moet zijn, en dat met een moeilijk begin van zijn leven.
Ik volg het interview en vul het tussendoor aan. Het is hier en daar wat stroef Nederlands, dat heb ik overgenomen.
- Dezer dagen heeft de heer J.H. de Wind zijn veertig jarig jubileum gevierd als landmeter. Daar zo’n feit zich niet alle dagen in Indië voordoet, besloten wij hem eens een bezoek te gaan brengen en te trachten zijn portret te krijgen. Wij vreesden al onverrichterzake te moeten terugkeren daar wij wisten dat de jubilaris zeer bescheiden, overbescheiden was.
- – Een portret van mij geen sprake van, mijnheer. Wie zal er nu in mij belang stellen?
- En uw gouden medaille dan? En de Oranje-Nassau, Die zal u toch helemaal niet voor niets gekregen hebben?
- – Nee, de Oranje-Nassau, dat was voor Korentjie. Daar heb ik achttien dagen in de wildernis alleen gedekt door twee gewapende lui, opnamen gedaan. Iedere dag kwamen wij tijgers tegen en vermoeiend, geen voorbeeld van, maar als het werk goed gaat, dan kan men tevreden zijn.
Landmeter dus, in dienst van het KNIL. Het betekende landkaarten maken. Daarvoor moet je opmeten: hoe lang dit, hoe hoog dat. Landschappen met wat er in dat landschap staat. Hij vertelt over werkzaamheden te Korentjie (Sumatra), dat kennelijk behoorlijk gevaarlijk was. Vandaar die koninklijke onderscheiding, in goud nog wel, de hoogste van het brons-zilver-goud rijtje. Dat krijgt niet iedereen. Vermoedelijk heeft zijn vrouw er bij hem op aangedrongen de onderscheiding op de foto te dragen.
Erkenning
- Trouwens, ik heb over het gouvernement absoluut niet te klagen. In de Lampongs heb ik bij een rijtuigongeluk mijn been zo ernstig gekneusd, dat ik dertien maanden nagenoeg geen dienst heb kunnen doen en toch mijn volle traktement plus mijn emolumenten genoten.
- Dat was prachtig, nietwaar?
- Toen dan ook de leus weerklonk ‘Mannen voor de Indische Partij treedt voor’ toen paste ik. Ik zou een schurk geweest zijn als ik mij zoo ondankbaar had betoond.
Met de Lampongs bedoelt hij de Lampongse districten, gelegen op Zuid-Sumatra. Daar, op Sumatra, werd hij geboren in de afdeling Benkoelen.
De Windt is een loyaal man, trouw aan het gouvernement, zo blijkt. Want de Indische Partij streefde naar een Indië los van Nederland. Misschien is dankbaar een beter woord dan loyaal. Erkentelijk blijven is belangrijk. Hij is immers nog in dienst van datzelfde gouvernement als het artikel zal verschijnen.
Indo
Verder met het interview.
- Soms had ik wel eens een onaangename chef.
- Zo was er eens één in het begin van mijn diensttijd, die de opmerking maakte: ‘Zoo ben jij een Indo. Daar werk ik niet graag mee, want dat zijn allemaal dieven en leugenaars.’
- Mijnheer, het bloed vloog mij naar het hoofd en was ik niet getrouwd geweest, dan had ik hem misschien… Maar ik beheerschte mij en dacht Kerel, ik zal tonen dat je liegt daar heb ik mij aan gehouden dáár ben ik trots op.

De namen van zijn ouders, uitsnede van het stamboek.
Dat is de scherpste opmerking die De Windt maakt, een teken dat hij gevoelig is voor dit soort racistische opmerkingen. En terecht. Hij komt op voor zijn afkomst en daarmee voor die van alle Indische werknemers.
Wat hij niet zegt, is wat ik las op zijn stamboek:
vader: James Willem Frederik
moeder: Noeraima (Inl. vrouw)
Daar las ik ook jaar en plaats van zijn geboorte: Benkoelen 3 januari 1861
En zijn volledige naam: Johannes Hermanus de Windt
Dus ten tijde van het interview is hij 57 jaar.
Topographische Dienst
- – Zoo, en je hebt je jubileum feestelijk gevierd.
- Mijnheer, toen ik in het kantoor kwam, was de achterwand getooid met een mooie ketting die door mijn kinderen met groen en bloemen om het portret van Hare Majesteit de Koningin was gehangen met het bijschrift:
- veertig jaar achter den meetketting
36 jaar actief bij den Topographische Dienst
29 jaar militair, zonder één minuut arrest.
En dat is zwaar, ook als je geen militair bent van aanleg.
25 jaar onderofficier.
25 jaar echtgenoot.
Daar zegt hij heel wat. Geen militair van aanleg en toch al die lange jaren bij het KNIL. Zou hij in het militaire pupilleninternaat Gombong zijn geweest?
Ja. De stamkaart daarvan zegt: 28 maart 1870 opgenomen. Hij is negen jaar oud. Het is twee dagen na het overlijden van zijn vader. Dan blijkt dat hij een jaar oudere halfbroer heeft: Dirk Christianus de Windt, zoon van een andere moeder, zij heette Sie Mida. Ook Dirk gaat op dezelfde dag naar Gombong.
Over de moeders kon ik niets verder vinden.
Wel over het zusje dat er ook was: Catharina Elisabeth de Windt, geboren in 1859, de eerste dus van het gezin. Zij trouwt in Semarang met de controleur eerste klasse John Francis Loudon. Inderdaad, de Shell-familie. Het stond op de familiewebsite.
Militaire pupillen
Het pupilleninternaat fascineert me steeds meer. Ik wist dat het een gedegen opleiding was, en dat heel wat jongens na het internaat de dan groeiende topografische dienst in stroomden; er was immers de verplichting om na de internaatjaren tien jaar te dienen.
De Windt heeft bijgetekend, want 29 jaar is een behoorlijke tijd. Na vier jaar werd hij dus onderofficier, toen zal hij rond de 20 jaar zijn geweest. Daarna gaat hij uit het leger, en vervult hij een civiele functie bij de topografische dienst. Misschien werd hij te oud bevonden voor veldwerk met tijgers.
- Al pratende kwamen wij nog eens op het portret terug, maar wij kregen De Windt niet voor de lens dan nadat zijn vrouw ons haar krachtigen steun had verleend.
- Moge hem nog vele jaren beschoren zijn; zulke vaderlanders zijn zeldzame exemplaren. Men vertelt van hem.
De naam van de echtgenote is Josephine van Ginkel.
- Nooit komt de heer De Windt in de soos.
- Maar als de koningin jarig is, dan gaat hij bescheiden in een hoekje zitten en drinkt op de gezondheid van Hare Majesteit een glas champagne.
Kijk, dat koningsgezinde sierde de mens toen. En weer: bescheiden.
We hebben hier dus:
- J.H. de Windt (1861-1942)
- verloor vroeg zijn vader
- ging met zijn broer Dirk naar het militaire pupilleninternaat Gombong
- verwant aan de Loudons
- tientallen jaren een harde werker
- bezit een koninklijke onderscheiding
- familieman
Maar hij praat er liever niet over. Ik vraag excuus, mijnheer De Windt, dat ik uw verhaal toch wil bewaren. Anders is het net, of u er nooit geweest bent.
En dat is wel degelijk zo.
Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:
- voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
- over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
- maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt



Just do it.


Hij is dan kapitein-adjudant, dus we zitten nog voor 1918. Hier leren we de man al een beetje kennen. Hij besteedt het uit, hij is niet zomaar iemand: kapitein-adjudant en met drie voorletters. En ook: vendutie op oudejaarsavond bij hem thuis. Het adres staat er: Naripan 24. Vermoedelijk zijn we nog in Bandoeng. Misschien was hij weemoedig gestemd over alles dat hij achterliet, of wist hij: lekker, morgen een nieuw jaar, hopelijk eindigt dan de oorlog. De Eerste Wereldoorlog stopte pas eind 1918, met grote verliezen.
“Eene coll. Planten.” Met deze opsomming begint de grote advertentie. Ik kreeg meteen zin in het schrijfbureau met draaistoel. Het Dames-bureau klinkt dan opeens zo klein. Daar zat Betsy natuurlijk aan. Dat voor-ameublement is geschikt voor diners met veel gasten.
Chineesche Broedertjes is vermoedelijk de naam voor een bepaald type koekjes. Er gaat veel suiker in en twee eieren, afkomstig van eenden. En ook nog twee eieren van kippen. Rond 1901 begreep iedereen waarom.
Een stoomcursus LIVE wat is dat nu weer?
De concubine, zo heette het toneelstuk dat een zekere ‘Totok’ had geschreven. Geen pseudoniem dat vertrouwen wekt, als het over zogeheten Indische toestanden handelt.



Rhemrev is de állerbeste Indische achternaam die er is. Want u hoort het en u weet: Indisch. En dan kijkt u wie is het. Daarna gaat het verder: u kende een Rhemrev, nog via de tante van een grootvader, of een oom, wie was het nou, in ieder geval, in Bandoeng woonden ze in dezelfde straat.
