Rudy Hartung over Oma Clara uit Semarang

Semarang

Rudy Hartung stuurde me weer een prachtig verhaal over zijn familie. Heerlijk, zoveel te weten. Ik mocht het publiceren. Hier komt het.


Oma Clara is de moeder van pap. Oma Clara werd op 28 september 1883, in Semarang geboren. Zij overlijdt tijdens de Japanse bezetting op 7 mei 1945. Zij was toen nog geen 62 jaar. Haar vader, met de familienaam Urban, komt uit het voormalige Pruisen.
Hij is daar geboren. Hij was een Pruisische militair. Zo rond de beginperiode van 1800 is overgrootvader Urban
naar het voormalig Nederlands Indië vertrokken. Voor het Indische avontuur.
Bij tante Martha heb ik vaak in oude fotoalbums gebladerd. Met foto’s van zijn familie daar in Pruisen.
Zijn familie zou uit adelijke kringen komen. Over zijn voornamen van overgrootvader Urban is mij niets bekend.
Ik denk dat mijn beide tantes het zich niet meer konden herinneren.

Mammi en Pappi

Opa Urban ontmoet een lieve Javaanse vrouw uit Semarang. Het was voor hen beiden liefde op eerste gezicht. Opa Urban heeft haar ouders benaderd en toestemming gevraagd of hij met hun dochter mocht trouwen. En zoals het hier op Java gebruikelijk is, heeft hij toen een bruidsschat aan haar ouders gegeven.
En een gouden sieraad voor onze Javaanse overgrootmoeder. Haar meisjesnaam is onbekend.
Tante Martha en tante Troel konden het zich niet met zekerheid herinneren. Ik kom daar straks op terug.

Misschien heeft opa Urban haar altijd mammi genoemd. Of misschien “Mutti” ? Want hij was een Duitser. En zij zal hem pappi hebben genoemd. Dat was op z’n Indisch. Zo ging dat toen.
Oma Clara was hun enige dochter en enig kind.
De geboorte datum en overlijdensdatum van mijn overgrootouders, zijn niet bekend. Beide overgrootouders zijn in Semarang begraven, niet zo ver weg van de Boeloe straat. Het Kerkhof is nog altijd in gebruik. Het is de buurt van het vroegere CBZ* ziekenhuis
Nu heet het Rumah Sakit Kariadi. Mijn zusters Vonny, Edith en ik zijn in dat ziekenhuis geboren.

Semarang

1910. Pap op schoot van oma Urban. Tante Troel links en tante Martha midden, met hun pop op schoot.

*Centraal Burger Ziekenhuis

Familiefoto

Hier de familiefoto van oma Clara met haar ouders
Samen met haar ouders en haar drie kinderen, tante Troel, tante Martha en pap.
De familiefoto is in de tuin gemaakt van het huis van haar vader. Het was toen aan de Boeloe straat
in Semarang. Oma Clara staat naast haar vader.
Haar beide dochters, tante Martha en tante Troel zitten in het midden.
Allebei met hun pop op schoot. Pap (3-4) jaar zit op schoot van zijn Javaanse oma. En met een Javaanse
vrouwelijke bediende, achter tante Martha en tante Troel.

Arabische afkomst

Is onze overgrootmoeder van Javaans Arabische afkomst?
Tante Troel kon zich nog goed een paar broers van haar oma herinneren. Zij woonden ook in Semarang.
Vaak werd oom Bin Hassan genoemd. Tante Troel kon toen niet uitleggen wat Bin betekent. Bin is het Arabisch woord voor zoon. En voor een dochter wordt het Binti.
Dus de moeder van oma Clara, heette: Binti Hassan. En zij was een dochter van een zekere meneer Hassan. Hassan is een veel voorkomende Arabische familie naam. Vandaar dat de moeder van oma Clara, van gemengd Javaans- Arabische afkomst was. Wij van de Hartung’s hebben dan ook een klein beetje Arabisch bloed. Toen ik Par de familiefoto van oma Clara liet zien en hem vroeg of de moeder van oma Clara iets Arabisch had, zei Par meteen: “Ja dat klopt oom.”
Vond ik best knap van Par dat hij het kon zien van die foto.

Opa Hartung

Het huwelijk van oma Clara met opa Hartung. Begin 1900 trouwt oma Clara met opa Hartung. In Semarang.
Zijn volledige namen waren: George Rudolf Herman Hartung. Het is onbekend, waar opa Hartung was geboren,
wie zijn ouders waren, en of hij broers en zusters had. De achternaam Hartung duidt op een Duitse familienaam.
Het is een veel voorkomende familienaam in Duitsland. Na het huwelijk, verhuist oma Clara met opa Hartung
naar Bandung. Tante Martha (31-3-1903 ), en tante Troel (14-3-1904) zijn beiden in Bandung geboren.
Maar oma Clara heeft niet zo lang in Bandung gewoond. Zij komt in het jaar 1906 weer terug naar Semarang.
Met tante Martha en tante Troel, die nog 2 jonge meisjes waren van 2 en 3 jaar. Maar zonder opa Hartung.
En zij was in verwachting van pap. Pap werd op 23 november 1906 in Semarang geboren.

Opmerking
Over mijn familienaam Hartung. Het is heel waarschijnlijk dat opa Hartung Indisch was. En dat hij in Nederlands-Indië was geboren. En familie in Nederlands Indië had ? Of ook in Pruisen? In Nederland zijn er andere Indische families met deze familienaam Hartung. Maar die wij niet kennen.

Wat is er met opa Hartung gebeurd?
Ongetwijfeld zal oma Clara met haar ouders over opa Hartung hebben gesproken. Maar met haar kinderen heeft zij nooit erover gesproken. Ook niet toen zij al volwassen waren. Over wat er was gebeurd. Was opa Hartung overleden? Was hij verongelukt? Waren zij van elkaar gescheiden?
Was hij zomaar vertrokken?
Zowel tante Martha en tante Troel wisten het niet, wat er met opa Hartung was gebeurd. En pap heeft er nooit over gesproken.
Het antwoord op al deze vragen, heeft oma Clara als een geheim in haar graf meegenomen.
Het waren andere tijden, denk ik maar zo.

Voornamen

Maar de voornamen van opa Hartung zijn wel in onze familie opgenomen. Eerst bij pap, toen hij in 1906
in Semarang werd geboren. Hij werd Eduard George Hartung genoemd. En wat later bij mij, toen ik in 1940
werd geboren: Want ik kreeg zijn naam Rudolf mee. Mijn andere voornaam, Bertram komt van de vader
van mam’s kant. En óók zus Edith (1942) kreeg een voornaam mee van opa Hartung: Georgina.
Hoe het ook zij, er was respect voor onze opa Hartung. Zus Vonny kreeg voor die tijd, een heel moderne
meisjes naam Yvonne. En Von: “Jij hebt echt een hele mooie naam!!!”

Muzikaal

Tante Troel vertelt over oma Clara: “Onze moeder had een heel goede band met haar ouders. Ja vooral met haar vader.” Oma Clara , kreeg een goede opvoeding, heeft de MULO gedaan. Was actief op gebied van humanitaire bezigheden. Ook toen zij een gezin had, heeft zij zich altijd georiënteerd op allerlei culturele bezigheden. Zij was ook heel muzikaal. Zij hield van muziek. Vooral van klassiek.
Zij heeft pianoles gehad. En speelde klassiek op de piano.
“Zij kon zo lief spelen”, vertelde tante Troel over haar moeder. Ook Tante Troel speelde goed piano. Zij had pianoles gehad en speelde meestal klassiek. En altijd met bladmuziek. Laat ik pap niet vergeten.  Oók pap speelde goed piano. Meer van populaire genre. “Hij had geen geduld voor piano lessen. En kon geen noten lezen,” zei tante Troel. Pap speelde altijd uit zijn hoofd.
Edith die ook pianoles heeft gehad kon uitleggen dat Pap altijd in ‘Fis’ speelde.
Het blijkt hieruit dat pap toch wel enige pianolessen heeft gehad.

Boeloe Banjirkanaal

Zwemmen in het Boeloe banjirkanaal. Pap had zo zijn eigen jeugdherinneringen van de Boeloestraat.
Hij heeft vaak over het zwemmen verteld in het banjirkanaal. En over de waterglijbaan. Hun huis lag dicht
bij het banjirkanaal. Het banjirkanaal met die waterglijbaan werd dikwijls door pap en zijn vriendjes bezocht.
Vooral met de regentijd. En ‘s middags na school, ging hij vaak samen met een paar vriendjes in het kanaal
zwemmen. Vlak bij die stuwdam en glijbaan. Ook nu is het voor de jeugd een leuke speelplaats.
Om je door het stromend water op die glijbaan naar beneden te laten glijden.

Pap vertelt
Over de strenge baboe van vriendje Miel. Op een middag ging pap met vrienden zwemmen, glijden en duiken
daar bij de stuwdam van het banjirkanaal. En niemand had zin om naar huis te gaan.
Maar toen zagen zij de baboe van vriendje Miel aankomen.

Van Miel was bekend dat hij een heel strenge moeder had.
“Al van uit de verte zagen wij haar komen aanlopen,” vertelde pap.
En wij tegen Miel: “Miel jij gaat maar even onder water ja, en jij blijft daar even onder ja!
En wij zeggen wel tegen jouw baboe dat jij niet bij ons bent!” Dus Miel hapte nog flink wat extra lucht naar binnen
en dook toen onder. In het diepere water bij de sluis van het banjirkanaal.
De baboe komt aanstappen. Zij blijft daar staan, vlák bij de sluis van het kanaal. Vlák bij het diepere water,
waar Miel onder water zat. En zij roept heel streng naar ons: “Wáár is sinyo Miel !!”
Wij allemaal in koor: “Sinyo Miel ‘ister’ niet mbah!!” De baboe vertrouwt het niet helemaal.
Zij blijft maar wat rondhangen. Bij de sluis van het banjirkanaal. De baboe wou maar niet weg!

Stuwdam

Stuwdam Boeloe banjirkanaal met glijbaan (foto 2019)

Stuwdam Boeloe banjirkanaal met glijbaan (foto 2019)

Wij allemaal een beetje zenuwachtig. Het moet niet langer duren.
Het had misschien al zo’n minuut geduurd of zo. Maar de baboe wóu maar niet weg !
Alsof de baboe wist dat zij werd bedonderd. En ja hoor, even later komt het hoofd van Miel proestend boven water.
Miel kan het niet langer uithouden! En zijn baboe roept meteen: “Adoeh … jij Miel. Dáár ben jij ja !
Adoeh jij nakal ja, Ayo… eruit, ayo tjepet !!” Miel klimt uit het kanaal. Hij durft niets te zeggen.
De baboe gaf Miel nog een flink standje. En toen ging Miel, aan de hand van zijn strenge baboe naar huis.
Die Miel toch … Pap kon altijd heel smakelijk lachen, als hij dit verhaal aan ons vertelde, over het zwemmen
in het Banjirkanaal.

Op Java wordt veel gevliegerd. Met gewone vliegers. In allerlei vormen, vaak met staarten.
Maar ook kent men hier het vliegervechten. Het is een luchtgevecht tussen 2 vechtvliegers.
De vechtvlieger heeft geen staart. En je hebt speciaal vecht-vliegerstouw nodig.

Wat is vecht-vliegerstouw? Het is touw waarop een heel dun laagje glaspoeder is aangebracht. Dus behoorlijk scherp aan je handen. Vecht-vliegerstouw wordt altijd zelf gemaakt.
Hier het recept : Fijn gestampt glas vermengen met vloeibaar hars. En dat alles op je vliegertouw insmeren.
Dan alles goed drogen. Zo krijg je glasdraad of glastouw. Waarmee je het draad van een andere vlieger
kan doorsnijden. Succes !

Pap vertelt een verhaal over een vlieger gevecht.
Op een dag roept Johan naar ons: “Hè, Ed en Miel, jullie even luisteren ja. Morgenmiddag, jullie móéten mij helpen ja! Ik heb een Javaan uitgedaagd!”
“Oh ja? Ga je vechten?”, vroegen wij. “Nee, niet echt vechten natuurlijk! Maar ik ga vechten tegen zijn vlieger!
Van die Javaan.”

Johan legt uit.
“Jullie zijn mijn helpers ja! En jullie helpen mij ja! met het touw, okay ja ! Als ik ‘vier’ roep dan moeten jullie
gauw het touw losrollen van het blik. Want mijn vlieger moet een beetje verder omhoog. En als ik ‘rol’ roep,
dan moet jullie het touw gauw om het blik rollen. Want ik trek mijn vlieger weer naar beneden. Okay ja!”

gevechtsvlieger

Wij vonden Johan, die wat ouder was, best aardig. Af en toe was hij wel een beetje stoer en bazig naar ons.
En wij beloofden hem te zullen helpen. Met dat gevecht tegen die Javaan.
Maar wij zouden Johan deze keer een beetje pesten.

De volgende dag begon het vechten. Johan en de Javaanse jongen lieten hun vliegers op.
De wind stond heel gunstig. Al gauw schommelden hun vliegers hoog in de lucht.

Druk met vieren en rollen.
Johan gaat meteen in de aanval. Laat zijn vlieger naar beneden duiken. Op het touw van de Javaan.
Hij wil de Javaan snel verslaan. “Vier!” roept hij. Wij rollen het touw van het blik los.
Johan roept weer “Rol”, en hij trekt zijn vlieger naar beneden. Wij rollen het touw weer om het blik.
En dat spelletje van ‘vier en rol’ ging nog even door. Maar nog steeds geen goed resultaat voor Johan.

De Javaanse vlieger hing nog steeds strak in de lucht. De Javaan lacht een beetje naar ons…
Wij lachen terug natuurlijk… En Johan: “Wat staan jullie toch te lachen! Opletten ja!”

Wij kijken elkaar aan: “Ayo, zo meteen Ja?” Miel haalt een pakje te voorschijn. Er zit iets in verpakt.
En Johan roept weer: “Jullie nu goed opletten ja. Zo meteen ik pak hem! Goed vieren ja!”
En hij begint te schreeuwen : “Ayo vier! Ayo vier! Ayo vier, vier…vier….snel vieren, nog meer, nog meer,
ayo vlugger!!…. Niet zo langzaam toch!!”

Het pakje van Miel. Wij druk met vieren. En toen Miel maakt het pakje open.
Hij houdt dat spul ervan in het glastouw. En het gaat zo door naar de handen van Johan.
Die blijft maar roepen: “Ayo ayo dóórgaan dóórgaan….vier…snel…..snel. Vieren!!
Ayo vier snel, vlugger jullie … Ayoooo! Niet zo sloom jullie twee !!”

Wij ook dóórgaan met het glastouw in dat spul te houden. Johan blijft maar roepen: “Ayooo ayooo….
dóórgaan, dóórgaan vier… snel snel! Vieren…ayooo! Vier… vlug. Niet zo lángzaam toch!”

En toen plotseling schreeuwt Johan : “Adoeh, adoeh!, Wat is dat!” En Johan laat dan plotseling zijn handen
los van het touw. Met een vies gezicht schudt hij zijn handen. Hij schreeuwt “Verdraaid het stinkt!. Adoeh, bau !
Het ruikt naar poep!!” En hij ruikt weer aan zijn handen: “Adoeh hondenpoep!!”

Johan kijkt naar ons. Wij lachen ons rot. Toen Johan daar steeds maar aan zijn handen ruikt…hahahahaha.
Ook de Javaan had de grootste lol en lacht zich rot. De vlieger van Johan is al gevallen. Het gevecht wordt gestaakt.

Ja en toen moesten wij natuurlijk bekennen dat wij een hondendrol in het papier hadden verpakt.
En dat met het vieren, het glastouw door die hondendrol ging. Johan, zijn gezicht wordt eerst rood,
ook een beetje boos, maar moest toen ook met ons meelachen! Johan roept: “Ayo…zwemmen!”
En Johan rent naar het banjirkanaal. Hij houdt zijn handen voor hem uit. Wij hollen achter hem aan.
En de Javaan ook. Even later zwommen wij, samen met de Javaan, lekker in het Banjirkanaal.
Wij hebben nog vaak Johan gepest.

Voetbal

Broer Peter vertelt over pap en Go Ahead. Pap is in hart en nieren, altijd een sportman geweest.
In zijn jonge jaren was hij vreselijk goed met voetballen. In Semarang heeft hij altijd voor GO AHEAD gespeeld.
Voor vele jaren in het eerste elftal. Mam heeft vaak op de tribune gezeten. En riep altijd fanatiek naar pap:
“Ayo Ed snel snel!!” Pap werd altijd opgesteld in het Bondselftal van Semarang.
“Ik passeer ze allemaal”, hoor ik pap nog vertellen. Zie het krantenbericht en foto op de volgende bladzijde,
over pap opgesteld in het eerste elftal.

voetbal

Het Bondselftal dat tegen Bep Bakhuis speelde. Op de foto staat pap 2e van links.
En Koos Michels 4e van links
Natuurlijk was pap heel trots toen hij in het Nederlands Indisch Elftal werd opgesteld
en tegen de legendarische Bep Bakhuis heeft moeten spelen. Volgens mij hebben ze wel verloren.
Maar goed, je kunt niet altijd winnen.

Met heel veel dank aan Eric Michels, ook een Semaranger van mijn generatie, die mij de foto van
het Bondselftal toestuurde. Zijn vader Koos Michels, staat 4e van links, ook een ‘Semaranger’,
was keeper bij MOT, de andere voetbalclub uit Semarang. Zijn vader was een geweldige keeper!
En een echte sportman. Zo vertelt Eric Michels over zijn vader.

Pap werd de pingelaar genoemd. De techniek waarmee je de bal, met schijnbewegingen, langs
je tegenstander probeert te tikken. De bal liet hij niet los. Hij was verliefd op de bal!
Zo zou je het kunnen het omschijven. En hij passeerde veel tegenstanders.
En mam fanatiek naar pap: “ Ayooo… ayooo Ed… ayooo Ed… ayooo Ed…ayooo!”
Zo vertelt broer Peter.

Pap was ook goed met tennissen. Met het verstrijken van zijn actieve voetbaljaren is pap met tennissen doorgegaan.
Ook met tennissen had hij succes. Hij had tennis les gehad van een Indonesische collega, die heel goed speelde.
Hij speelde met een Dunlop, zo’n oud model uit de jaren 1950. Helemaal van hout.
Na kantoortijd speelde hij op de club van de BPM. Zij hadden daar baanverlichting. Dat moet wel want
na zes uur ‘avonds is het hier al donker. Hij deed vaak mee met tennistournooien in Semarang.
Met nicht Ilse de Rooy heeft hij een mixed dubbel gespeeld in Bandungan. Als ik mij goed herinner,
hadden zij de 1e of 2e prijs gewonnen. Pap had een mooie en heel sierlijke slag bij tennissen.

Een beetje als van Federer. Alsof hij een ballet-danser was op de tennisbaan.
En ook op de tennisbaan was pap heel snel. Hij kon daarom veel dropshots halen.
Toen hij pas in Nederland was, heeft hij wel eens samen met neef Kees Gereke gespeeld,
die toen ook goed tenniste.

Pa en Ma

Pa en ma Heijting dansen op Petrus Boemel.
Petrus Boemel is een wals melodie, die pap vaak speelde toen mam en pap nog aan de Chopinlaan woonden. De ouders van Atty waren op bezoek bij mam en pap. Het was erg gezellig. Mam had natuurlijk heerlijk Indisch gekookt. Wij hebben gesmuld.
Even later werd het nog gezelliger toen pap achter zijn hammondorgel ging zitten.
En ja natuurlijk. Al snel kwam pap met ‘zijn Petrus Boemel’ aanzetten.
Ma en pa Heijting, beiden verwoede dansers, konden niet stil blijven zitten.
“Kom op Greet!” riep pa Heijting.
En even later maakten zij een zwierige wals door de kamer.
Op Petrus Boemel! Een onvergetelijke leuke herinnering!

Verlovingsfoto mam en pap (1936)

 

Ik sluit mijn verhaal af met beelden van andere heel sportieve Hartung’s: het zijn broer Peter en zus Carla. Beiden staan in Apeldoorn bekend over hun sportiviteit en over hun tennisprestaties.
Peter, die vroeger op hoog niveau tennis heeft gespeeld, werd vroeger door pap gecoached.

Peter en Carla zijn beiden nu senioren en spelen competitie in Apeldoorn.
Carla zowat elk jaar kampioen met haar team!! Nu pas weer met mei 2019.
En haar team staat zelfs op een iets hoger nivo dan het team van Peter!!
En tegen Peter!! Jouw team zal toch wel wat meer aan jullie conditie moeten doen!! Van harte gefeliciteerd Carla!
En jullie alle twee, nog vele sportieve tennis jaren toegewenst!

 

 

 

 

 


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Rudy Hartung: Onze laatste jaren in Semarang, 1951-1955

Semarang

Heuvelschool 1951-1952, 5e en 3e klas. Ik zit op de voorste rij 7e van links. Onze onderwijzeres heette mevrouw Schallies.

Rudy Hartung schrijft over zijn jeugd en hij weet nog veel van toen. Gelukkig had hij ook foto’s. Voor de familie heeft hij er een boek van gemaakt. Ik mocht het vijfde hoofdstuk publiceren. Terima Kasih, Rudy!  Het is een heerlijk en een lang hoofdstuk.

 


 

Wat vooraf ging

Terug gekomen in Semarang, moesten mam en pap het belangrijkste besluit voor hun toekomst nemen. In Indonesië blijven en met het gezin de Indonesische nationaliteit aannemen. Of te kiezen om naar Nederland te vertrekken.
Pap heeft niet lang daarover hoeven na te denken. Wij gaan naar Nederland. Het hoefde niet meteen, want hij kon nog een paar jaar bij de BPM blijven om zijn pensioen nog wat verder te kunnen opbouwen. Later in Nederland zou het zijn SHELL pensioen worden. Peter, Carla en John waren nog heel jong. Zij zullen, denk ik, zich heel weinig kunnen herinneren over onze laatste jaren daar in Semarang.

Op de scholen werd het onderwijs in de Nederlandse taal niet meer toegestaan. Er was een overbruggingsperiode ingevoerd. In Semarang konden wij tot ons vertrek (1955) speciale Nederlandse scholen bezoeken. Ook werd de Indonesische taal als les ingevoerd.

Hereniging met de familie van mam

Semarang, 1952

Gedurende die laatste jaren in Semarang, heb ik voor het eerst met de Kribben’s familie uit Surabaya kennis gemaakt. Zij kwamen naar Semarang. Het was een soort van reünie van de Kribbens. Het waren oom Sjuul Kribben met tante Noy en dochter Liek. En tante Zus Kribben met oom Ros.
Alleen oom Ed Kribben en tante Eef, die ook in Surabaya woonden, kwamen toen niet naar Semarang Pas veel later hoorde ik over de breuk die tussen tante Eef en tante Ton was ontstaan, gedurende de jaren van de Japanse bezetting.
Oom Sjuul had toen al besloten om met zijn gezin voorgoed in Indonesië te blijven. Hij had een goede baan bij de ANIEM. En na zijn pensioen zou hij naar een koele bergstreek vlak bij Malang verhuizen. Het was tegelijk ons afscheid van oom Sjuul, tante Noy en Liek. Al mijn andere tantes Kribbens, zoals tante Dé, tante Troel en ook tante Bet met oma Kribben, waren intussen al naar Nederland vertrokken. Ik kende tante Dé en tante Troel nog niet.

“Ik heb daar niets te zoeken in het koude kikkerland van Nederland” vertelde oom Sjuul mij, toen ik met hem, veel later, kennismaakte in Nonggojajar.

Hereniging met de familie van pap

Tante Martha en haar beide kinderen Kees en Wanda waren intussen, zo eind 1945 begin 1946, naar Nederland vertrokken. Alleen Tante Troel zat nog in Semarang. Ik heb met tante Troel in Semarang voor het eerst kennis gemaakt. Toen wij van Padang terugkwamen. Zij woonde aan de Andongweg. Zij was directie- secretaresse op het kantoor Prauwenveer in Semarang. Ook zij had besloten om naar Nederland te vertrekken. Een paar jaar voor ons, vertrok tante Troel naar Nederland. In 1955, toen wij in Nederland kwamen, heb ik voor het eerst met tante Martha, Wanda en Kees kennis gemaakt.

Terug in Semarang

Gedurende deze laatste jaren in Semarang, zullen mam en pap zich ongetwijfeld vaak hebben afgevraagd, hoe het daar zou zijn in Nederland. En hoe hun verder leven daar zou verlopen, verweg van hun geboorteland. Zij waren stellig ervan overtuigd dat zij met ons, in Nederland een betere toekomst zouden hebben. Er moet een keuze worden gemaakt. Zoals alle Indische Nederlanders, heeft pap, zowel op sociaal en politiek gebied, zich altijd voor 100% op Nederland afgestemd. Op een samenleving gebaseerd op ‘westerse normen en waarden.’ Hij heeft zich goed gerealiseerd, dat het Nederlands Indië niet meer bestond. Zijn Indië was Indonesië geworden. Het was daarom, zowel voor pap als mam, vanzelfsprekend, om naar Nederland te verhuizen. Pap kon op een heel fijne werkperiode terugblikken bij de BPM. En op de gelukkige jaren samen met mam. En beiden konden op hun jeugdjaren terugblikkken, van het Nederlands-Indië van ver vóór de oorlog.
Maar ongetwijfeld zullen mam en pap, diep in hun hart, de pijn hebben gevoeld. Over het vooruitzicht dat zij weldra hun geboorteland voorgoed moesten achterlaten. Hun Java waar zij hun jeugd hebben doorgebracht. Maar zij hebben voor Nederland gekozen. Hun verdere toekomst lag daar in Nederland. Een Nederland dat zij alleen kenden, van wat zij op school erover hadden geleerd. Over de Nederlandse Vaderlandse Geschiedenis of de Aardrijkskunde van Nederland met haar 11 provincies. Maar over de geschiedenis of cultuur van Indonesië, daar werd op de Nederlandse scholen in voormalig Nederlands Indië niets over geleerd. Zo was het toen in die tijd.

Gedurende onze laatste paar jaren in Semarang hebben wij op Tjandi Baru gewoond. Wij hebben daar altijd in huurwoningen gewoond. Eerst voor een korte tijd aan de Merapiweg no 13. Waar oma Frank woonde. En ook juffrouw Lien. Het huis is verbouwd en het is een prachtige woning. Carla wordt in 1951 geboren wat later in 1953 is John geboren. Beiden in het St.Elizabeth Ziekenhuis.
Dit ziekenhuis wordt als het beste ziekenhuis van Semarang beschouwd.

Oma Frank had haar hond Molly, die graag glijbaantje speelde op een grashelling in de voortuin. Zij ging op haar buik liggen en gleed zo met haar voorpoten vooruitgestrekt, de heuvel af. Zo’n leuke hond was Molly. Zij leek op Mitsy. Maar Molly had een wat rossige vacht en zij was veel dikker.

Een buurman had een grote kooi met enkele pythons. Mam vond het maar eng. Er was natuurlijk best wat risico dat een python zou ontsnappen. Python is overigens geen giftige slang. Het is wurgsang!!! Dus toch wel uitkijken als je er eentje tegenkomt.

Semarang

Merapiweg 13

Merapiweg 13, Semarang (2019)

Daar aan de Merapiweg ook geleerd om nóóit meer op vogels te jagen. Ik had een katapult en ik schoot toen een mus naar beneden. En ik had toen meteen zoveel spijt erover. “Nooit meer zoiets doen Rudy”, zei mijn geweten. Dus die katapult heb ik nooit meer voor vogels gebruikt. Alleen om op een fles te mikken. Of om een mangga uit de boom te schieten.

Een wijze les van pap. Op een middag kwam ik thuis met een grote tros pisang’s. In de sawah’s achter het huis gevonden. En dacht “Hééé lekkere pisangs” De tros toen naar huis gesleept. Maar zo tegen eind van de middag, kwam een Javaanse boer naar ons huis. En wou pap spreken. Hij vroeg of er misschien iemand bij ons een tros pisangs van de sawah naar huis had meegenomen. Hij had het spoor gevolgd van de pisangtros, die ik naar huis had gesleept. Het was pap meteen duidelijk wat er aan de hand was. Eerst zijn excuses aangeboden over het gedrag van zoon Rudy. En toen gevraagd wat de kosten waren van de pisang’s.
Pap zal de Javaan een ruime vergoeding hebben gegeven voor de bananen. Zodat de man geen financiële schade had. En zij hebben daarna elkaar de hand geschud. En het probleem was daarmee opgelost. Pap heeft het volkomen correct afgehandeld. Op een goede manier heeft hij het met de Javaanse boer in orde had gemaakt.

Pap heeft mij even apart gesproken en uitgelegd dat het een goede les voor mij moest zijn. Om nooit iets ongevraagd, zoals pisang of cassava of wat maar ook, uit de sawah’s te halen. Of het moet je worden gegeven. Zoniet dan moet je ervoor betalen. Want je benadeelt iemand. Er is niets gratis in de wereld.

Sinds ik op Java woon, besef ik dat pap goed op de hoogte was, hoe je met de Javaanse bevolking moest omgaan.Het wederzijdse respect dat je voor elkaar moet hebben. En vooral je verontschuldigen als je iets verkeerds heb gedaan.

 

Sunarioweg 11, Semarang

SemarangNa een half jaar of zo zijn wij naar de Sunario weg 11 verhuisd. Het is dezelfde buurt van de Merapiweg. Wij konden van de familie Strausz het huis overnemen, die naar Nederland zou vertrekken. Wij namen ook hun 2 honden Flip en Flap over. Zo was het toen, het was vanzelfsprekend. Het huis waar wij gewoond hebben, staat er nog steeds in oorspronkelijke vorm zoals toen! Het huis staat te koop. Het zal zeker verbouwd worden. Het huis van onze buren de familie Young staat er niet meer. Er komt een nieuw huis te staan.

Aan de Sunario weg hadden we familie Young als buren. Wij hadden leuke contacten met de familie Young en de kinderen Tjali, Mary, Jany en hun jongste broer Freddy. Zij zaten ook op de Heuvelschool. Maar Freddy was natuurlijk nog erg klein. En onze “buren” aan de andere kant waren de geesten van een Moslim begraafplaats. Aan de overkant woonde de familie Sneeuwjacht. Met hun 2 zoons, die de leeftijd van Peter hadden. En weer wat verder, naast de familie Young, woonde het gezin Ossenbrugge. Alle buren waren Indische Nederlanders. Allemaal ook met het plan om Indonesië te verlaten. De familie Sneeuwjacht zou naar Australie emigreren.

Achter het huis, is een diep dal gelegen. En waar beneden een kali stroomt. Aan de overkant van die kali gaat het weer omhoog, naar een kleine desa. De desa waar onze bediendes woonden. De hellingen in dat dal waren vol begroeid met pisang, ketela, singkong, papaya en katjang. En van achter het huis, kijk je uit op de berg Ungaran.

De familie Young

Mevrouw Young was een Javaanse vrouw. Zij was een prinses van één van kraton’s op Midden Java. Zij kwam uit een goed Javaans milieu. Er stond ook een piano bij hun in huis. En mevrouw Young speelde piano, klassiek muziek! . In Semarang had de familie Young een busbedrijf. Tjali en Jany heb ik later ontmoet tijdens een Heuvelschool reünie. Oudste dochter Mary is naar Amerika geëmigreerd. Zowel Tjali als Mary zijn beiden overleden.

In die tijd had ik veel last van puistjes op mijn gezicht. “Oh Ruud dat is akné,” zegt buurvrouw Young. Dus jeugdpuistjes. “Kom maar langs, dan behandel ik jou wel met Oevéé”, zegt zij. En gratis hoor! “Wat is dat mevrouw Young, Oevéé?” vraag ik. Oh even kijken Ruud. Mevrouw Young studeerde toen voor schoonheidsspecialiste. En buurvrouw Young bladert in de gebruiksaanwijzingen van de Oevéé. “Oh Ruud, hier staat het. Ultraviolet stralen!” Dus ik was haar proefkonijn voor Oevéé bestraling. En toen heeft zij mij regelmatig met Oevéé bestraling behandeld. Totdat ik van al mijn puistjes was verlost. Zo’n leuke herinnering aan buurvrouw Young, een prinses van een Kraton. Later heb ik mevrouw Young nog eens bezocht, toen zij in Amersfoort woonde.

Teruggekeerd naar Indonesië, heb ik met Tjali (Charles) Young heel goede contacten gehad. Tjali was onderwijzer in Amsterdam. Maar hij besloot dat beroep op te geven. Hij had genoeg van de brutale jeugd. En hij opende in Noordholland een groot tuincentrum. Toen hij besloot om met bamboe produkten uit te breiden, heeft hij met mij contact gezocht. Jarenlang heb ik voor Tjalie de inkopen gedaan, voor bamboe-stammen en bamboe- tuinhuisjes.

Heuvelschool

Semarang

Derde klas Heuvelschool, Semarang 1951-1952

Met een reünie Heuvelschool bij neef Paul de Rooy, heb ik Tjali en Jany en Edmé, Nel, Paulien en nog andere oud Semarangers ontmoet. Zoals Hans van der Linden. Die geweldig goed kon tennissen. Wij verloren allemaal van hem! Vroeger in Semarang

Gedurende de lange schoolvakanties gingen Paul en ik vaak met oom Hein mee. Voor een dagtocht. Naar plaatsen zoals Tegal, Pekalongan, Kudus, of Rembang. Allemaal plaatsen aan de Noordkust van Midden Java. Oom Hein werkte voor de Internatio Semarang. Hij was hoofd van de inkoop afdeling. En moest voor zijn werk regelmatig zijn Chinese contactpersonen bezoeken, bij wie hij de inkopen deed voor allerlei Indonesische kruiden. Het was altijd erg gezellig. Een heel mooie herinnering aan oom Hein is dat hij tijdens het rijden graag zong. Paul en ik probeerden mee te zingen. Of wij neurieden zo’n beetje mee. Maar het was natuurlijk ook bedoeld om oom Hein wakker te houden.

Semarang

5e en 3e klas. Ik zit op de voorste rij 7e van links. Onze onderwijzeres heette mevrouw Schallies. Tjali helemaal rechts achterste rij. Mary precies in het midden achterste rij.

Met Ilse, Joyce en Paul heb ik altijd ontzettend gezellige jaren beleefd. Gedurende die jaren daar in Semarang , trok ik veel met hen op. En heb daar ontzettend veel fijne herinneringen aan overgehouden.

Ballenjongens

Op de tennisbaan naast het huis aan Tjandi Baru, waar oom Hein en tante Ton woonden, hebben wij met Ilse, Joyce en Paul, héél veel uren op de tennisbaan doorgebracht! Wat waren wij fanatiek. Wij speelden meestal zo vroeg als mogelijk in de middag. Zolang tante Ton, oom Hein en hun buren het echtpaar de Jong, nog hun middagrust hielden, konden wij lekker spelen. Maar wat later, na hun middagrust kwamen de ‘oudjes’ naar buiten. En jawel. Met hun tennisracket in de hand. En met ‘weg zwaaiende’ gebaren, werd het ons duidelijk gemaakt, dat wij van de baan af moesten

Semarang
Paul en ik waren meestal de ballenjongens. Het was best vermoeiend, om al die misgeslagen ballen van de ‘oudjes’ op te halen. Maar nog erger was het, als er een bal over het hek van de tennisbaan was geslagen. En dát gebeurde regelmatig. De bal die ergens in de voortuin moest liggen moest natuurlijk steeds worden opgehaald. Maar nóg vervelender was het, als de ‘oudjes’ de bal in de tuin mikten, van de buren. In de tuin van de Chinese familie Khoe. Want dan moest er écht naar de bal worden gezocht. Tussen al die bomen en struiken, in de tuin van de familie Khoe.
Best vermoeiend was dat voor Paul en mij. Dus wij af en toe, even uitrusten onder een boom. Of soms soeten, wie die bal uit de tuin van de familie Khoe moest zoeken. Maar vaak gingen wij samen zoeken.

Wij zijn voor een weekend bij de familie Wennekes in Salatiga geweest. Van Salatiga is het niet zover naar het bergplaatsje Kopeng. Het is een kleine desa gelegen op de berghellingen van de Merbabu. En waar je kunt zwemmen of wandelen. Wij zwommen in het ijskoude water van het zwembad.

Ik kom regelmatig in Salatiga. Het is voor een bezoek aan mijn tandarts mw.Wiwik. Ontzettend aardig mens. Ben al meer dan 20 jaar haar patient. Ik logeer dan voor een paar dagen in Salatiga. In het busje tussen Magelang en Salatiga is het altijd erg gezellig druk. Altijd vol met vriendelijke en heel nieuwsgierige vrouwen. Met hun manden vol met groenten voor de pasar. Sommigen komen met lege manden. Zij gaan weer naar huis. Ook een enkele keer met een heel vriendelijke djamu verkoopster, die mij altijd een glas koenjit drank (curcuma) aanbeveelt. En met zo’n tocht, op de berghelling van de Merbabu, tussen Magelang en Salatiga kom je langs Kopeng en langs nog veel andere desa’s.

Toko Oen

Semarang

Toko Oen

Vanuit Solo, in de richting bergen, gaat er een weg naar het bekende bergplaatsje Tawangmangu. Wij hebben daar eens een vakantie gehouden. Om van de koele lucht te genieten. Paul is met ons meegeweest. Je kunt er paardrijden, zwemmen of wandelen. Het is nog altijd een bekende vakantie plaats. Als je van Tawangmangu doorrijdt en van de andere kant van de berg naar beneden rijdt, dan kom je bij het bergplaatsje Sarangan. Oók een heel bekende vakantieplaats. Vooral bekend door het meer en de waterval. Vroeger had het de naam ‘Klein Zwitserland’

Toko Oen van Semarang. Aan de Bodjongweg. Waar je heerlijke ijs kunt eten. Met zo’n 30 soorten ijs. Aardbeien ijs, chocolade ijs of mocca ijs en nog veel andere soorten Italiaans ijs. Toko Oen is nog altijd het bekende en druk bezochte restaurant in Semarang voor Europese gerechten. Zoals wienerschnitzel, biefstuk, spaghetti en zelfs bitterballen. En van die heerlijke cocoskoeken en schuimpjes in kleuren. Wel erg zoet!

Voorbereidingen vertrek Nederland

Pap is gedurende de laatste jaren in Semarang behoorlijk druk geweest. Met allerlei voorbereidingen voor het vertrek naar Nederland. Er moest een vendutie worden gehouden voor de verkoop van onze meubels. Ook moest een grote jati houten kist worden besteld. Voor al onze spulletjes. Natuurlijk moesten ook de oelekan en de wadjans van mam mee! En pap druk met allerlei reisdocumenten. Zoals paspoorten. Want mam en pap hadden immers nog geen paspoorten? Wij waren nog niet eerder in het buitenland geweest. In die tijd ging je niet even met vakantie naar Nederland of naar het buitenland! Maar er was een Nederlandse Consul in Semarang. En pap hoefde niet helemaal naar de Ambassade in Jakarta toe.

Een poosje voor ons vertrek, is de kist vol met onze spulletjes,
per boot naar Nederland gestuurd. Naar het adres van oom Sjaak Zijlstra. Wij zouden de kist wat later volgen.
Het was al bekend dat Apeldoorn onze woonplaats zou worden. Omdat oma Anna Kribben en tante Bet daar woonden. Bij tante Troel Zijlstra en oom Sjaak.(Aan de Strauszlaan)

Bijzondere kist van Jatihout

Pap heeft die kist, aan meneer Punt gegeven. De aannemer die ons huis aan Chopinlaan had gebouwd. Vele jaren later sprak pap met meneer Punt. Meneer Punt vertelt dat hij heel verbaasd was over de houdbaarheid van dat hout. Hij had de planken van de kist als vloer in zijn tuin gelegd. Tot zijn verbazing was het hout na al die jaren, nog steeds niet vermolmd of door houtworm aangetast! Pap heeft meneer Punt uitgelegd dat jati hout één van de hardste houtsoorten is. Het wordt ook ijzerhout genoemd. Het is te hard om door houtworm te worden op gegeten.
Ik had gemengde gevoelens. Ik vond het aan de ene kant heel spannend om naar Nederland te gaan. Maar vond het ook niet leuk om alles achter te laten. Ik had geen flauw idee wat voor een stad “Aapeldoorn” was. Ik dacht in mijn onnozelheid dat er apen in de bossen van “Aapeldoorn” zaten. En gek toen veel later bleek, dat het toch wel iets klopte. Met de Apenheuvel van Berg en Bos.

Onze laatste schooljaren

Terug van Padang werd ik in de 5e klas geplaatst. Met een flinke achterstand, opgelopen in Padang. En ik bleef prompt zitten. Dus een jaar overdoen. In de zesde klas ging het beter. Bij meneer Sluiters. Toen naar de MULO. Ook Vonny heeft na de zesde klas op die MULO gezeten. !e en 2e klas. Het was er best gezellig. Veel lol gehad met onze klasgenoten. Ik denk aan Annelies Loemij, Guus van Huut, de twee broers Arthur en Edward Houwert en Jan Krancher. Van Jan Krancher weet ik dat hij naar California is geëmigreerd. Er zijn veel Indische families naar California vertrokken, omdat zij Nederland toch te koud vonden.
Afscheid van Semarang. Mam en pap zullen vast en zeker verdrietig zijn geweest over het komende afscheid van Semarang
en van Java. Maar ongetwijfeld waren hun gedachten ook al bij Nederland Waar zij nog nooit eerder waren geweest. Hun vertrek uit Indonesië is voor hen beiden een voorgoed afscheid van hun geboorteland geworden. Mam en pap zijn nooit meer naar hun geboorteland teruggekeerd. Ik heb mam en pap, in de jaren 70, wel eens gevraagd, om eens een keer met ons mee te gaan, naar Java.
Maar zij zagen het niet zitten. Blijkbaar hadden zij er geen behoefte meer aan. Het was een afgesloten deel van hun leven. Maar zij vonden het altijd leuk als zij de dia’s of foto’s van de Indonesië -vakantie zagen.

Afscheid van de Sunarioweg

Het moment brak aan dat wij afscheid van al onze buren moesten nemen, de familie Young, de familie Sneeuwjacht van de overkant, En afscheid van onze bediendes. Elk afscheid doet pijn. Wij, Vonny, Edith en ik waren nog te jong om ons goed voor te stellen wat het zou betekenen, om Indonesië achter te laten. Alweer moesten wij onze honden achterlaten, Flip en Flap. Zij zouden door de familie Young worden verzorgd. Allemaal waren wij verdrietig. Wij hebben ons goed gehouden. En zo ging het toen, het was vanzelfsprekend.

Semarang

Hoe oud waren wij toen? Pap was bijna 50 jaar en mam 39 jaar; Vonny moest 18 jaar worden; Edith moest 13 jaar worden; Peter was 7 jaar; Carla moest 4 jaar worden: John was 2 jaar; En ik was 15 jaar.

Medio Augustus 1955 zijn wij met de KLM naar Nederland vertrokken. En op 15 augustus 1955, zijn wij op Schiphol aangekomen.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikke. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

levensverhaal

Oma Clara en de oude Boeloe-gevangenis

Boeloe-gevangenis

Rudy Hartung stuurde me een mooie herinnering aan het oude Indië. Zijn tante had hem verteld over zijn oma Clara, en zo kan het, dat Rudy nog weet wat er een paar generaties geleden in Semarang gebeurde. Hieronder zijn verhaal.


Aan de Boeloestraat ligt de Boeloe vrouwengevangenis.  Tante Troel heeft vaak hierover verteld.  Over mijn oma Clara die deze vrouwengevangenis regelmatig heeft bezocht. Het was voor de Japanse bezettingsjaren.

Je kunt je afvragen, waarom deed oma Clara dat? Gewoon, het waren bezoeken van liefdadigheid. Om samen met de vrouwelijke gedetineerden culturele en sociale activiteiten te doen. Zoals het samen zingen en wat te babbelen. Ook leerde zij de vrouwen het batikken en gingen zij samen gezellig batikken.

Een Javaanse vrouw vermoordt haar man
Van Tante Troel heb ik vaak het verhaal gehoord over een moordenares uit de Boeloe vrouwengevangenis. Een Javaanse vrouw die haar man had vermoord en het lijk voor enige tijd in een ton had bewaard. Maar de Javaanse vrouw wordt opgepakt. En de Javaanse vrouw wordt veroordeeld en in de Boeloe vrouwengevangenis opgesloten.
BoeloeEn dan maakt oma Clara kennis met deze Javaanse moordenares. En zij gaat samen met haar gezellig batikken. Samen zingen, samen babbelen of zo.
Op een dag vertelt die Javaanse vrouw aan oma Clara: zij heeft een probleem. Zij isbang om weer naar haar geboortedessa terug te keren na haar vrijlating. Was het uit verlegenheid? Of uit schaamte? Of uit angst?
Maar zij weet niet wat zij moet doen en waar zij naar toe moet als zij straks vrijkomt. Ik weet niet of de Javaanse vrouw kinderen had. Ik heb dat niet gehoord uit het verhaal van tante Troel.

Toen heeft oma Clara de Javaanse vrouw gevraagd of zij na vrijlating bij haar in huis wou werken. En dat is toen gebeurd. Na haar vrijlating wordt de Javaanse vrouw de kokkie bij oma Clara in huis aan de Boeloestraat. Zo ging het daar, het was vanzelfsprekend.

Kokkie hoort bij de familie

BoeloeOma Clara verhuist later naar haar ander huis, een huis in de buurt van de Gayamweg, en haar kokkie gaat ook mee. Zo ging het daar, het was vanzelfsprekend.

Mijn oma Clara overlijdt op 7 mei 1945. Het was zo tegen het eind van de Japanse bezettingsjaren. Maar kokkie bleef in het huis van oma Clara om voor tante Martha, tante Troel, Kees en Wanda te zorgen. Zij was een deel van de familie geworden. Zo ging het daar, het was vanzelfsprekend

Weer wat later, vlak na de oorlog zijn Tante Martha, Wanda en Kees voorgoed naar Nederland vertrokken en moesten voorgoed afscheid nemen van hun Javaanse kokkie.

Maar tante Troel moet nog in Semarang blijven en komt kokkie bij tante Troel in het huis aan de Andongweg op Tjandi Baru in Semarang. Zo ging het daar, het was vanzelfsprekend.

Zij zijn allemaal heengegaan

Mijn oma Clara
En haar lieve Javaanse kokkie
En mijn tante Martha en tante Troel
En mijn neef Kees en nicht Wanda
Daar ginds boven
Achter de hemel blauwe lucht
Hebben zij elkaar weer gevonden

Praktische schrijftip

Verhalen over de oorlogstijd kunnen vaak moeilijk zijn. Misschien kunt u er een weg in vinden door kleine herinneringen op te schrijven. Over het contact tussen mensen, en waar u houvast en hoop vond. Dat telt ook mee.

Een gebeurtenis op Java over mystieke sterke krachten

 mystieke sterke krachten

Mas Par werkt al zo’n 25 jaar bij mij in de huishouding. Hij is met mbah Warni getrouwd. En zij hebben 1 zoon Hanif van 13 jaar. Voor een periode van meer dan 12 jaar hebben wij in het bergplaatsje Bandungan gewoond. Een klein bergdorp iets ten zuiden van de grote plaats Semarang.
Maar wij wonen nu in Purworejo. Dat is dicht bij hun geboortedesa Brenggong. Daar in Bandungan heb ik een ervaring met de mystiek van sterke krachten meegemaakt. En ik werd er bij betrokken. Maar ik wou eerst mas Par daarover laten vertellen.

Mas Par vertelt

Deze gebeurtenis over ‘sterke krachten’ speelde zich af in het bergdorp Bandungan, waar oom Rudy heeft gewoond. Eerst iets vooraf. Ik werkte toen in de huishouding samen met kokki mbah Umi. Wat later werd mas Yanto als tuinman aangenomen. Kokki Umi is na een paar jaar weer naar haar geboortedorp, teruggekeerd omdat zij trouwplannen had. En toen waren alleen mas Yanto en ikzelf bij oom Rudy. Ik werkte het langst voor oom Rudy. Vanaf toen oom Rudy voor een korte tijd in Jogja heeft gewoond. Maar nu sinds 2008 wonen wij, samen met oom Rudy, in Purworejo. Intussen ben ik met Warni getrouwd. Wij hebben een zoon Hanif die dit jaar met de ‘grote school’ is begonnen.

Par vertelt over de diefstal in 1e huis in Bandungen

Op een dag vertelt oom Rudy ons dat er veel geld uit zijn kast was gestolen. Het ging om een groot bedrag aan Singapore dollars. Het is vermoedelijk gebeurd toen oom Rudy voor een paar dagen weg was. Maar toen oom Rudy terug kwam, had hij het niet meteen ontdekt dat er geld uit zijn kast was gestolen. Pas enkele dagen later ontdekte hij het. De diefstal vond plaats in het eerste woonhuis in Bandungan. Maar wij stonden op het punt om naar een 2e huis in Bandungan te verhuizen. Mas Yanto, verdacht onze buurvrouw bu Sum, van de overkant, dat zij het geld uit de kast had gestolen. Maar ik geloofde het niet. Daarvoor kende ik buurvrouw bu Sum al te lang. Zij was altijd heel aardig en behulpzaam voor oom Rudy. Waarom zou zij het gedaan hebben? Zij zou het nooit gedurfd hebben om in de privekamer van oom Rudy binnen te komen. En ikzelf had een sterk gevoel dat mas Yanto de dief was geweest. Maar ik had het niet openlijk gezegd. Want ik kon het niet bewijzen.
Oom Rudy vond dat het geen zin had om aangifte bij de politie te doen. Het was geen normale inbraak. Want anders zou er veel meer zijn gestolen. Blijkbaar ging alleen om geld. De politie zou gezegd hebben dat zoiets een interne kwestie was geweest. Daarom kon oom Rudy niets anders doen dan zich erbij neer te leggen. Een paar dagen later verhuisden wij naar het andere huis in Bandungan: het 2e huis in Bandungan.

Par voelt zich ongelukkig

Over wat er was gebeurd heb ik mij heel erg ongelukkig gevoeld. Ook voelde ik aan dat oom Rudy het ook heel erg vond. Natuurlijk over zijn gevoel dat óf ik óf mas Yanto het geld zou hebben gestolen. Immers wie anders kon dat gedaan hebben? Maar oom Rudy sprak er niet meer over.
En ik was ervan overtuigd dat mas Yanto de dief was. Hij was sinds kort als tuinman aangenomen. Ik bleef hem verdenken. Dit alles speelde door mijn hoofd. Maar ik wou het niet met oom Rudy bespreken. Toen besloot ik om hulp te vragen bij een dukun of een “orang kuat.” In mijn geboortedorp Brenggong wist ik over deze dukun. Mijn geboortedorp Brenggong ligt aan de zuidkust van Midden Java, bij de stad Purworejo. Mas Yanto hield zich steeds opmerkelijk stil rustig. En gedroeg zich of er niets was gebeurd. Wel was hij wat drukker, omdat er rond het 2e huis een veel grotere tuin was. Ik heb toen oom Rudy om toestemming gevraagd of ik voor een paar dagen vrij kon hebben om naar mijn geboortedorp terug te gaan. Maar had hem niets gezegd over mijn plan. En natuurlijk vond oom Rudy dat goed.

Par bezoekt een dukun

Dus ben ik naar Brenggong gegaan, mijn geboortedorp. En daar vlakbij, in de desa Kali Geseng, heb ik de dukun ontmoet. Het was een wat oudere man. Ik legde hem uit waarvoor ik was gekomen. De dukun wou helpen. Hij ging naar achteren. Even later kwam hij weer terug. Met een stok in zijn hand. Hij ging zitten en hield de stok rechtop voor zich. Met beide handen hield hij de stok vast. Hij begon te bidden. Ik heb niet alles kunnen verstaan.
Daarna vroeg hij of ik het hele verhaal over de diefstal opnieuw en volledig wou vertellen. En of ik daarbij al de namen wou noemen van hen, die mogelijk de diefstal hadden gepleegd. Ook moest ik bij het verhaal de naam van oom Rudy noemen. Hij legt uit dat in dit geval het belangrijk was dat de naam van oom Rudy moest worden genoemd. Het ging om de zuiverheid. Want het verhaal over het gestolen geld hoefde niet te kloppen. Oom Rudy kon misschien een leugen hebben verteld.
En dat er misschien helemaal geen geld was gestolen. Ik heb toen het hele verhaal verteld. Over wat er was gebeurd. Dat oom Rudy weg was voor een paar dagen. En wie er toen in het huis waren. Ook noemde ik de naam van bu Sum de overbuurvrouw. En dat oom Rudy na terugkomst ondekte dat er veel geld uit zijn kast was gestolen. Na het verhaal gehoord te hebben, vroeg de dukun of ik geen andere personen in mijn gedachten had, die misschien het geld uit de kast hadden gehaald. Maar ik vertelde dat ik geen andere personen verdacht en bleef bij de genoemde namen.

De dukun begon toen met een meditatie. Hij hield de stok met beide handen vast. De meditatie duurde ongeveer 15 minuten. Hij legt uit dat in de komende periode iets heel ergs zou gebeuren, met één van de genoemde mensen uit het verhaal. Of ook met oom Rudy, als zou blijken dat hij gelogen had. En dat die persoon, dus de dader, heel erg ziek zou worden, en door vreselijke lichamelijke pijnen en andere kwellingen zou worden getroffen. En dat die kwellingen pas zouden ophouden, als de dader schuld zou bekennen. En dat ook de dader aan oom Rudy om vergeving moest vragen. Zolang dat alles niet is gebeurd, zou hij ziek blijven met al de lichaamlijke kwellingen en uiteindelijk dood gaan.

Ik moest meteen thuis komen

Mas Par was weer terug van Brenggong. En ik ging ik op een middag naar Salatiga. Om te internetten. Rond eind van de middag kreeg ik een telefoontje van mas Par: “Oom Rudy kunt u direct thuiskomen? Mas Yanto is plotseling heel erg ziek geworden. Ik heb hem samen met de buurman naar het ziekenhuis in Ambarawa moeten brengen .” Ik ben direct terug naar huis gegaan. Toen ik thuis kwam vertelde Par mij wat er was gebeurd.

Mas Yanto is bewerkt

Par vertelde over Mas Yanto. Dat hij plotseling heel onrustig begon te doen. Toen hij in de tuin bezig was. En heen en weer liep. Even op de stoep ging zitten. En dat hij toen snel naar binnen rende. En dat hij heel hard begon te schreeuwen om hulp. “Tolong tolong, help, help.”
Par vertelde verder hoe hij mas Yanto aantrof. Dat hij op de vloer lag. Hij rolde zich om en om, en spartelde met zijn benen en armen. En hij huilde en hij schreeuwde. En dat hij plotseling alles moest uitbraken. En tegelijk zag Par dat ook zijn ontlasting eruit kwam. En hij begon te plassen. En hij bleef maar roepen en kermen over vreselijke pijnen in zijn buik.

Par brengt mas Yanto naar het ziekenhuis

Par heeft toen direct om hulp geroepen bij onze achterburen. Een Javaans echtpaar, de oppassers van het huis van hun baas in Semarang. Zij schrokken ook toen zij dat zagen. Hun eerste reactie was dat mas Yanto misschien vergiftigd was. En vroegen zich af of het misschien iets met oom Rudy te maken kon hebben? Daarom hun voorstel om meer mensen waarschuwen. Om mij (oom Rudy) te ondervragen !!
Maar toen heeft mas Par uitgelegd dat er iets heel anders aan de hand was. En dat er kort geleden iets gebeurd, in het vorig huis. En dat mas Yanto veel geld van oom Rudy had gestolen. En dat hij (Par) een paar dagen geleden naar een dukun in zijn geboortedorp was geweest en om hulp heeft gevraagd. En toen was het voor de buren direct helemaal duidelijk wat er met mas Yanto aan de hand was. Het was de straf voor hem. En daarom was hij nu bezeten. Par heeft toen samen met de buurman hem naar het ziekenhuis in Ambarawa gebracht.

Ik hoor over het bezoek aan de dukun

En toen hoorde ik ook pas van Par, over zijn “consultatiebezoek” bij een dukun. En dat het te maken had met de diefstal van mijn geld. En dat nu het bewijs was geleverd dat mas Yanto mijn geld had gestolen. Ik was er heel stil van. En heb ook maar niets verder gevraagd. Want ook Par was enigzins behoudend over het gebeuren. Wat kon ik anders doen dan alleen te constateren dat zulke mystieke sterke krachten een realiteit kunnen betekenen.
Wat ik mij ook herinner, dat ik op zelfde moment helemaal geen enkele behoefte om naar het ziekenhuis te gaan. Ik dacht: “ Laat hem dat maar even goed voelen, hij verdient dat. En hij geneest wel vanzelf.” Dus ik zei tegen Par dat ik niet naar het ziekenhuis wou gaan. Althans niet meteen.
Maar het was Par die erop aandrong om mas Yanto wel meteen te ontmoeten. Want er moest gelegenheid worden gegeven om te bekennen en om vergiffenis te vragen. Want als dat niet zou gebeuren dan was er kans dat hij dood zou gaan. Ik heb altijd Par zeer gewaardeerd over dat hij mij daarop heeft gewezen. En toen ben ik naar het ziekenhuis gegaan.

Confrontatie met mas Yanto in het ziekenhuis

Ik zag in de open ziekenhuiszaal dat er een enorme drukte was rond één bed. Van bezoekers maar ook van lopende patienten. Iedereen was nieuwsgierig. Dat moest mas Yanto zijn. Maar ik wou niet meteen naar zijn bed lopen. Ik ging eerst naar het receptie loket, waar enkele verpleegsters zaten. En mij had voorgesteld en dat voor mas Yanto kwam. Tegelijk vroeg ik of ik dienstdoende arts kon spreken. Zij zouden mij waarschuwen wanneer de arts bereikbaar was.
Ik ben toen naar het bed gelopen van mas Yanto. Ik voelde dat de mensen direct aanvoelden wat er aan de hand was. En over de reden van mijn bezoek. Zij gingen voor mij opzij. Maar bleven op een gepaste afstand toekijken en meeluisteren.
Mas Yanto herkende mij meteen. En begon te roepen: “Ampun ampun oom. Ampun ampun oom.”
Hij bleef roepen om vergiffenis. En bleef kermen en huilen. Hij smeekte steeds tot God om vergiffenis: “ Ya Gusti, ampun Gusti.”
Ik vroeg of hij mijn geld had gestolen. En huilend antwoordt hij: “Ja oom. ik heb het gestolen, ik heb het gestolen, ampun Gusti, ampun Gusti ”. En ik weer: “ Je moet het geld teruggeven.” En toen, steeds huilend en kermend: “ Vergeef mij. Vergeef mij alstublieft Oom Rudy, maar al dat geld is door iemand gestolen, ik heb het niet meer.” Ik daarop niet meer gereageerd. Had toch geen zin.
En zo bleef hij doorkermen en huilen. Ik had geen zin om nog langer te blijven. Want ik vond dat het belangrijkste was gebeurd. Ik wist dat iedereen in de zaal dit alles had gevolgd en getuigen waren van de bekentenis van mas Yanto.
“Psychologische oorzaken”
Ik heb toen met een arts en een paar verpleegsters een gesproken. Ik vroeg aan de arts of er een diagnose over zijn ziekteverschijnselen was gemaakt. De dokter vertelde dat zij geen medische oorzaak hebben gevonden over de verschijnselen. Maar aarzelend begon hij over “psychologische oorzaken” te praten. Ik begreep dat de arts zich enigzins neutraal en voorzichtig wou uitdrukken.
Maar het was duidelijk dat hij daarmee de mystieke krachten bedoelde. Allom bekend in Indonesië.
Ik heb toen gevraagd dat, indien het nodig was, om de patient wat medicijnen te geven. En dat ik over 3 dagen zou terugkomen. En dat de ziekenhuis onkosten door mij zouden worden betaald.

Drie dagen later

Drie dagen later ben ik weer naar het ziekenhuis gegaan. Mas Yanto lag niet meer in bed. Hij liep wat rond. Ik had geen behoefte om hem te spreken. Ik vond het niet nodig. Alleen gezegd dat hij niet meer bij mij hoefde terug te komen. En ik ben terug naar huis gegaan.

Opmerking: Nu nog steeds moet ik af en toe aan dit voorval terugdenken. Zoals nu bij het schrijven over deze gebeurtenis. Par is geneigd om daar veel minder over te willen spreken. Gebeurd is gebeurd.

Rudy Hartung

 

 

 

Overpeinzingen in de Javaanse herfst van mijn leven (1-3)

Rudy Hartung

Rudy Hartung (Semarang, 1940) woont weer op Java, bij een gezin in Purworejo. Hij schrijft over zijn leven daar. Het zijn mooie mijmeringen, over toen en nu, en hoe dat samengaat.

 Hanif

Het is ‘s middags 3 uur

Kom Hanif ben je klaar?

‘Even opa… mam waar zijn mijn boeken?’

Hanif zit in 6e klas lagere school

En vertrouwt altijd op de hulp van Warni

Zijn lieve moeder.

Hanif aan het woord en vraagt zoveel…

We lopen door het bamboe-bos,  achter ons huis. Boven ons, bundelen donkere regenwolken zich samen.  Tijdens zo’n wandeling komt Hanif altijd met zijn verhalen en zijn vragen  aanzetten over wat hem interesseert: Hanif vertelt en Hanif vraagt. Hij heeft nu  behoorlijk veel belangstelling over de wereld geschiedenis. Zoals over de wereldoorlogen van vorige eeuw.  Dank zij smartphone en internet heeft hij YouTube en instagram ontdekt. En leest via deze media over de Nazi’s,  Hitler en  Stalin en over Amerikaanse en Duitse generaals. Of over U-duikboten van de Nazi’s.  Was verrast toen hij zulke kwesties aansnijdt.  ‘Opa wat zijn ‘concentration camps?’ vraagt hij. Dáár kan ik op antwoorden en iets uitleggen. Maar over tanks en  Amerikaanse vliegdekschepen, duikboten en gevechtsvliegtuigen, kan hij mij veel vertellen. Zoals over het snelle Duitse slagschip Bismarck dat door de Engelsen achtervolgd werd en dat het haar ondergang was geworden.  Ik wist het niet!

Hij komt met vragen zoals over D-Day, en hoe Duitsland uiteindelijk door Amerika werd verslagen. Ook  zulke vragen kan ik wel beantwoorden. En dat dankzij hulp van Engeland, Canada en Rusland het bezette Europa kon worden bevrijd.   Of over de aanval op Pearl Harbour door Japan. Daarover heeft Hanif heel veel op youtube gezien. Het  was de reden dat de oorlog tegen Japan uitbrak leg ik uit.  De pacific oorlog van Amerika tegen Japan.  En waarbij het voormalig Nederlands Indie erbij betrokken werd. En opa de atoombom van Amerika?  Ook daarover kan ik wat uitleggen. Dat had als doel om Japan tot overgave te dwingen. De eerste werd op Hiroshima geworpen. Maar toen Japan zich nog niet wou overgeven, had Amerika een paar dagen later de tweede atoombom op Nagasaki   geworpen. En dat toen pas Japan zich aan  Amerika overgaf.  Ik vertel ook aan Hanif  dat Japan en Amerika na de oorlog goede vrienden van elkaar zijn geworden. En dat Amerika Japan heeft geholpen met de wederopbouw van het land.

Tot mijn verrassing heeft Hanif mij een serie  liedjes en filmpjes laten  zien en horen op ‘marsdreun’ uit de Nazi-periode ook via youtube. Ikzelf  had die liedjes en filmpjes  nog nooit eerder gehoord en gezien. En tot mijn verrassing hoorde ik plotseling het bekende clublied  “Hand in hand kameraden” van Fijenoord. Maar dan in het Duits, want het was één van die Duitse propaganda Nazi marsliedjes. Hanif heeft in zijn jonge leven (nu 13 jaar), via  YouTube en internet al zoveel gezien. Het is vast veel meer dan ik in mijn hele leven Ik leer er ook van.  Zijn ouders Par en Warni, zijn twee  heel lieve mensen maar weten over dat soort van kwesties vrijwel niets.

Hanif heeft nog een heel leven voor zich. In een Indonesië, een land met nog zoveel aan cultuur en tradities, niet alleen van Java maar ook  van al dieandere eilanden die bij dit land horen.

 

De lagere school van Loano gebouwd door Nederland

We komen op het schoolpleintje aan. Dag opa, een handkus en Hanif loopt de klas in. Ik blijf buiten wachten en ga op de stoep zitten.  Aan de schoolmuur hangt een bordje. Met tekst: Deze school is op 24 november 1910 geopend. De tekst geschreven in het Indonesisch, maar tot kort geleden hing daar het bordje waarop de Nederlandse tekst.

Overpeinzingen in de Javaanse herfst van mijn leven (4-5)

rudy hartung

 

Nederland heeft veel goeds achtergelaten

Veel Indonesiërs heb ik horen zeggen, dat Nederland erg veel goeds in hun land heeft achtergelaten. Zoals alle dienstwoningen. Het zijn scholen, ziekenhuizen, kantoorgebouwen, postkantoren en stations of gevangenissen. Maar ja, niet alles kan worden onderhouden. Want er zijn prioriteiten en er is een budget over besteding van het geld. De Nederlandse spoorrails en veel sterke rivierbruggen verkeren nog in goede staat. Vaak hoor ik een Indonesiër zeggen, met verholen kritiek op hun eigen kwaliteit van bouwen, dat alles wat Nederland heeft gebouwd werkelijk geweldig is en veel beter. Hier in Purworejo hebben we de prachtige woning van de regent gebouwd in Javaanse stijl met een pendopo. Ook het museum van Purworejo is uit de Nederlands Indie periode. Ook het schoolgebouw van de SMA (HAVO) dat vroeger de kweekschool was van Purworejo. Dat ik nu als Indische Nederlander hier weer op Java kan wonen met zoveel vele sympathieke Javanen om mij heen beschouw ik als een mooi gebaar van Indonesië.

Ik wacht op Hanif

Een zware regenbui barst los. Ik blijf onder mijn paraplu zitten.
Het schoolplein voor mij zie ik in een grote waterplas veranderen. Het is een meer geworden.
Het water stroomt langs mijn voeten. Ik blijf het wegstromende water nog even volgen.

Wat als Indonesië geen kolonie van Nederland zou zijn geweest?

Hoe zou dit Indonesië er hebben uitgezien? Als het land nooit een Nederlandse kolonie zou zijn geweest? Mijn antwoord op zo’n vraag zal zijn, dat ik als Indische Nederlander nooit zou zijn geboren. Ik zou geen 2 Javaanse overgrootmoeders hebben gehad. Ik zou Hanif nooit hebben ontmoet. En ik zou nu ook niet op Hanif zitten te wachten. En hij zou nooit aan mij vragen kunnen stellen: Opa waarom dit ? En waarom dat? Naar alle waarschijnlijkheid, zou dit gezinnetje op een veel lagere levenspeil zitten dan nu. Ik word er verdrietig van. Die vraag gaat de prullenmand in. Dus terug naar de realiteit. Elk verleden of geschiedenis van elk land is een vaststaand feit. Het kan niet worden uitgepoetst.

Hoe denkt Indonesië nu over Nederland?

Voor de televisie juicht de Indonesiër mee, als Nederland een WK wint. En er zullen ook weer oranje voetbalshirts met een rood wit blauw vlaggetje, worden gekocht als Nederland, hopelijk weer zou meedoen aan de WK voetbal. Cruiijf, van Persie en nog veel andere bekende Nederlandse voetballers, zijn hier nog heel bekende helden. Dus kom op Nederland waar blijven jullie met het voetballen ? Indonesië wacht op het Oranje elftal !

Terug naar Midden Java (Eind 1992)
Ik ben van 31 juli 1940 en ben in Semarang geboren (Midden Java). Toen ik eenmaal het besluit nam naar mijn geboorteland terug te keren, was het vanzelfsprekend om mij ergens op Midden Java te vestigen. Gewoon door mijn gevoel. Of misschien? Te zijn beïnvloed door een stille kracht ?
Ik hoefde niet naar Bali waar de meeste Nederlanders zitten. Bali is een prachtig eiland, maar ik zou daar niet willen wonen. Ik wou gewoon terug naar mijn roots hier op Java. De Indonesiër en zeker de Javaan begrijpt dat heel goed. Hier ik voel mij thuis.

Maar ik blijf Nederland met haar bevolking en haar cultuur ook prachtig vinden. Par, die met mij al enkele keren naar Nederland is mee gegaan, zeurt vaak: Oom wanneer gaan wij weer naar Belanda? Dus ook voor Par scoort Nederland heel hoog!

Ga naar de bovenkant