Atjeh

Hoe kon een Indische jongen zo ver komen?

Hoe kon een Indische jongen zo ver komen? Dat was de vraag die in de lezing centraal stond. Ik sprak over het leven van de Atjeh-generaal Frits van Daalen. De mens, de militair en de tijd waarin hij leefde.

Gisteren in Museum Sophiahof vertelde ik welke antwoorden ik vond. Het zijn drie deelantwoorden. Op de video (staat onderaan) leg ik het uit met beelden. Voor wie liever leest, hier enkele fragmenten.

Begin

Voor mij is de koloniale geschiedenis een fascinerend en complex geheel, meer dan alleen een verhaal over daders en slachtoffers. Dat blijkt uit de levensgeschiedenis van luitenant generaal Frits van Daalen, van wie ik deze biografie schreef.
Het boek biedt een venster op zijn tijd en ook raadsels.
U ziet het: Van Daalen heeft een Indische achtergrond. En toch wist hij in de roomblanke toplaag van het koloniaal bestuur hoge posities te bekleden hij ws gouveneur van Atjeh en commandant van het Oost-Indische leger, van het KNIL.
Zoals een oude tante uit Indië van mij dan zou zeggen: en dat voor een Indische jongen.
Inderdaad. Het was ongewoon. Uitzonderlijk. Het is deel van mijn fascinatie voor deze man, en bij het onderzoek voor het boek was het een van de vragen: hoe kan het, dat Van Daalen zulke hoge en belangrijke posten bekleedde en dat in die koloniale tijd vol discrominatie en racisme.
Hoe kan dat?

Hoe kon het?

1 De offensieve tijdgeest
Hierin paste zijn familie, vooral zijn vader, de indertijd bekende kapitein Van Daalen en zijn oom, de kolonel Van Daalen en dan was er die andere oom nog, hoofdredacteur van de Java-Bode H.B. van Daalen. Zij leefden de jonge Frits voor wat het betekende man te zijn: eergevoel, loyaliteit, en zwijgen als je je niet hoeft te verdedigen. In de lezing ga ik wat dieper in op wat er gebeurde met zijn vader en de twee ooms.

2 De machtige vriend
Dat was Van Heutsz. De twee mannen hadden een klik, in het persoonlijke en in het militaire. Beiden waren offensief ingesteld. Ze vulden elkaar aan, wat vooral bleek nadat Van Heutsz benoemd was tot gouverneur van Atjeh. Hij gaf Van Daalen veel kansen om zich te bewijzen, en Van Daalen, vervuld van ambitie, bewees zich keer op keer. In de lezing geef ik daarvan drie voorbeelden. Er kwam kritiek op zijn harde methodes, wat Van Heutsz had voorzien.
Om deze tijd te begrijpen, moeten we ons eigen morele oordeel opschorten. Begrijpen gaat alleen door het morele kader van die tijd te kennen. Het betekent dat het nu zo vaak gebruikte frame van dader-slachtoffer te smal is, dan zien we te weinig van het verleden. Hoe was het toen, waarom was het toen zo?

3 Zijn karakter: standvastigheid
Na het grote conflict met Van Heutsz bood Van Daalen zijn ontslag aan als gouverneur van Atjeh. Hij bleef evenwel militair, ook nadat hij gepasseerd was voor de benoeming tot legercommandant. Hij houdt stand, blijft zijn taken vervullen en dan… wordt hij toch commandant in 1910.

Indo of Indisch

Dat Van Daalen Indisch was, leek er niet toe te doen, zolang hij goed presteerde en niet helemaal de top had bereikt. Een dergelijke afkomst was wel degelijk een factor in militaire ogen, zoals in 1901 bleek. In mei van dat jaar ontving ene sergeant Beer een Militaire Willemsorde. Die was verdiend met een ‘heldendaad’, schreef de Locomotief: en de sergenant Beer was door verschillende officieren vootgedragen want, zo schreef de krant, Beer was ‘een zeer bescheiden Indo’.
Ik vond dat een interesssante kwalificatie, juist in combinatie met de lagere rang. Majoor Van Daalen heette nergens een ‘zeer dappere Indo’ te zijn; daarvoor was hij te hoog gestegen in rang, te goed oplgeleid en te vanzelfsprekend aanwezig in Europese kringen. In de video leg ik iets uit over het Indo-proletariaat.

Tekst gaat verder onder de video

Ook in de video:

  •  de benoeming van Van Daalen tot gouverneur van Atjeh
  •  de invloed van het vorstenhuis
  •  hoe Van Daalen in 1927 werd gecanceld

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

De boekpresentatie van de Atjeh-generaal (video)

Atjeh-generaalDe boekpresentatie van de Atjeh-generaal was meer dan ik had durven hopen. Alleen aardige mensen, mannen van het Xe Bataljon KNIL, een cadeau van de commandant Bronbeek en toen ik thuis kwam, bleek de filmopname ook nog eens gelukt te zijn.
Dus die kan ik met u delen.

De opname

Op de filmopname staat wat ik zei bij de lancering van de biografie en ook de reactie van de officiële Eerste Lezer van het Eerste Exemplaar, dat is de commandant van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek kolonel Van Kuyck. Een man die geen microfoon nodig heeft om een volle winkel toe te spreken. Hij gaf me een cadeau: de Bronbeek-penning voor dit en de vorige boeken over het koloniaal militair verleden.

Speech

Zelf een speech geven op de presentatie van je eigen boek is best een ding. Want wat te zeggen? De inhoud navertellen is saai. Iedereen bedanken die in de afgelopen periode een bemoedigend woordje sprak gaat evenmin. Ik besloot dus iets te zeggen over Van Daalen zelf, en ook over de tijd waarin wij nu leven, vergeleken met de zijne. Het staat op de film, maar als u liever leest, dan komen hier enkele stukjes eruit, een beetje ingekort en bewerkt.

Beroemdste Indo

Dit is het verbijsterende verhaal van een man die een Indische achtergrond had en die toch in de koloniale tijd top-posities wist te bereiken:

  •  hij was de eerste Indische militair en civiele gouverneur van Atjeh en de eerste Indische commandant van het KNIL
  • hij behaalde de hoogste militaire rang, die was alleen weggelegd voor een kleine elitegroep
  • daarbij was hij de grote favoriet van Koningin Wilhelmina
    Al met al: hij was de beroemdste Indo van zijn generatie, de kranten schreven veel en vaak over hem.

Ik zou zeggen: een boek met een nieuw verhaal als dit, dat moet welkom zijn. Maar ik hoorde bezwaren.

Hoe kan dat? Waar komen die vandaan?
Nog voordat het boek in de winkels lag kreeg ik mails en reacties op de inhoud van dit boek. Dat gebeurt wel vaker. Maar deze keer was het anders. De mails waren anders,
de opmerkingen op social media waren anders, er klonken bezwaren en zijn die terecht?
Het eerste bezwaar dat ik hoorde is:
“Je mag geen Indië zeggen dat is koloniaal, je moet zeggen vroeg-Indonesië dat is beter.”
Ik dacht het niet.
Want: wanneer we het verleden willen begrijpen, moeten we de woorden uit dat verleden begrijpen.
Dus: dan moeten we terug gaan naar de tijd van toen, met de woorden die toen gebruikt werden.
Ik schrijf daarom Indie: want zo heette Indie toen.
En daarbij komt iets anders: wie vroeg-Indonesië zegt, gumt daarmee ook een beetje het bestaan van Indie uit en daarmee de Indische cultuur. Is dat de bedoeling? Ik hoop het niet.

Populair en belangrijk

Dan een ander bezwaar wat ik hoorde tegen een boek als dit: wat mag en wat niet mag als het over het koloniale verleden van Nederland gaat.
U heeft het waarschijnlijk ook gezien: als het over Indië gaat, dan is de top drie van populaire onderwerpen:

  1. Militair geweld tijdens de dekolonisatie
  2. De njai dan wel de voormoeder
  3. en de doorwerking van het koloniaal verleden op de generaties van nu.

Populaire en belangrijke onderwerpen. En dan kom ik aanzetten met een biografie van een gewelddadige militair uit de vooroorlogse oude tijd. Kan dat nog wel?
Mijn mening is deze: we moeten eerst de koloniale tijd begrijpen en dan pas kunnen we begrijpen wat de erfenis ervan is.
Begrijpen van de top 3 kan ook met deze biografie:

  1. Militair geweld? Check, geen dekolonisatue maar kolonisatie.
  2. Njai? Check. De vader van Van Daalen had een njai, zij heete Sie Koetis. Uit hun verhouding werd Van Daalens halfbroer Arhur van Daalen geboren, de latere veelgeprezen politie-commissararis van Medan.
  3. en doorwerking in verschillende generaties? Check. Dat is een dynamiek die in de oude tijd begon: van Daalen werd geboren als telg in een belangrijke militaire familie, zijn grootvader gaf al les aan de Koninklijke Militaire Academie, al in de beginjaren. Zoiets moeten we weten: wat betekende de koloniale tijd in de generaties van een familie, welk erfgoed ontstond er toen? Daar geeft dit boek een antwoord op.

Nu per vandaag (zei ik gisteren) is het boek officieel uit mijn handen en reist naar u: de lezers. En hoe u hem beoordeelt, en met welke normen en waarden, dat laat ik over aan u.

Ja en toen had de commandant van Bronbeek nog het een en ander te zeggen. Mooie en pragmatische woorden. Even doorzappen naar het slotstuk en dan hoort u hem.

Video

Het boek: De Atjeh-generaal. Het militaire leven van Frits van Daalen, 1863-1930. Aanwezig of te bestellen in de plaatselijke boekwinkel.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Frits van Daalen: de biografie is er

van DaalenFrits van Daalen (1863-1930) had geen biografie. Nu wel. Het boek ligt sinds een paar dagen in de winkel, ik liep er zelfs langs toen ik een ander boek kocht, maar het is er pas officieel met een boekpresentatie.

Dat is een beetje gek, vind ik ook. En toch heeft dat iets leuks. Ik zit in een soort niemandsland: het boek is er niet en het boek is er wel.
Zo is de hele week, tot de dag van de presentatie aanbreekt.

Op die presentatie gaat iemand mij de moeilijkste vraag stellen die er dan bestaat en de vraag is: “Ben je er tevreden over?”
Dat weet ik niet. Nooit. Vraag het over een jaar nog eens, dan kan ik misschien een antwoord geven. Nu staat het te dicht bij me. En ik weet ook: geen enkel boek is volmaakt, het kan altijd beter.
Maar op enig moment moet er een streep onder, anders wordt het een levenswerk van twintig jaar onderzoek en dertig jaar herschrijven. Ik ben happy met de Engelse traditie: voortbouwen op elkaars werk, elke biografie geeft een eigen visie, een eigen beeld, en alleen door te blijven lezen kan een mens zich een mening vormen.

Van Daalen

Aan dit boek heb ik met een toenemende verbijstering gewerkt, want in het leven van Frits van Daalen was er nogal wat waarvan ik dacht: hoe kan het? Voorbeelden:

  • Hij groeide op in een destijds belangrijke militaire familie in Indië. Vader, ooms, mannen met aanzien. Dan vallen die mannen van het voetstuk. Glorie en verguizing, nog voordat hij 15 jaar was, hoe kan het?
    Daar zit al genoeg drama voor een boek, maar het is allemaal hoofdstuk 1.
    (En dan was er nog een broer die niet wilde deugen)
  • Van Daalen leerde van zijn vader dat ongeacht wat er gebeurt, je persoonlijke eer intact moet blijven. Daarom ging hij in 1908 naar Nederland, om daar de Minister van Koloniën te spreken. Er was een dermate groot conflict gaande, dat de regering dreigde te vallen.
    Ik bedoel, kunt u zo ruziemaken? Hij wel.
  • Door ingrijpen van het lot werd Van Daalen in 1910 alsnog commandant van het Oost-Indische Leger. Eerst was hij hiervoor gepasseerd. Je denkt: kan niet. Maar kan. Ik vond stukken terug van geheime vergaderingen. Daar heb ik heerlijk uit kunnen citeren.

En dan vooral:

  • Van Daalen was een Indische jongen en daar zijn regelmatig opmerkingen over gemaakt. Nooit door hemzelf. Hij was gesloten – maar zeer gevoelig.
    In de roomblanke koloniale tijd werd hij militair en civiel gouverneur van Atjeh en ook nog eens commandant van het leger. Een grote uitzondering, en de redenen ervoor geef ik in de biografie. Daarin staat ook, wat destijds als een karakterfout werd gezien: hij hielp andere Indische jongens op weg.

Dus u voelt al een beetje wat voor soort biografie het is: persoonlijk maar ook eentje die de tijd van toen tekent. Dat was mijn verlangen: om hem te leren kennen en ook te leren begrijpen. Als mens.

Hoe gaat het

Ik kreeg in de mail hoe zoiets nou gaat, een boekpresentatie. Het is elke keer anders, maar dit is het plan nu. Allereerst: het is in boekwinkel De Vries en Van Stockum, in de Passage in Den Haag. De deur gaat dan dicht wegens het is na sluitingstijd.
Dan begint de inloop: gewoon gemakkelijk binnenwandelen.
Vermoedelijk zijn de leden van het Xe Bataljon KNIL er al, in uniform uit de jaren 1930. De klewangs moeten we er zelf bijdenken, want wapens mogen niet in een winkel.
Om 1830uur begint het wegens dan hou ik een speech, een soort lezing waarin ik het een en ander zeg.
Ik ga het Eerste Exemplaar uitreiken aan iemand. Wie, dat is nog geheim.

Daarna is het informele deel, met hapjes en wat te drinken. U kunt een boek laten signeren (of niet). U kunt wat over uw familie aan mij vertellen (heel graag). U kunt ook helemaal niks zeggen als u verlegen bent.

Er zijn inmiddels heel wat aanmeldingen, maar ik zeg: er is plaats zolang er plaats is. Wilt u erbij zijn, laat het even weten via dit formulier, dan zet ik u op de lijst.
U bent van harte welkom.

Waar: De Vries Van Stockum, Den Haag, Passage 11
Wanneer: Vrijdag 12 april 2024 | Start 18:30 uur, inloop vanaf 18:00 uur (dan ben ik er natuurlijk al)

Er is plaats zolang er plaats is:

Leuk, ik kom graag

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Het raadsel van de Atjeh-generaal Van Daalen

van DaalenWat is het raadsel van de Atjeh-generaal Van Daalen? Eigenlijk zijn het er meer en ik ben ze nu stuk voor stuk aan het ontwarren, dit voor in zijn biografie. Dit zijn de belangrijkste raadsels waar ik voor sta:

1 Hoe kán het dat Van Daalen bij leven al die onderscheidingen kreeg (tot en met de hoogste graad Militaire-Willemsorde) en zo geliefd was bij koningin Wilhelmina en koningin-moeder Emma, terwijl hij tegenwoordig zo verguisd is?

2 Hoe kán het dat hij als Indische jongen zo hoog kwam in de roomblanke rijen van het Leger en het koloniale bestuur? Ik bedoel: gouverneur van Atjeh, dat is een belangrijke positie. Commandant het het KNIL is ook heel wat.

3 Van Daalen had een knallende ruzie met Van Heutsz, dat werd in Nederland zowat een nationale bestuurscrisis. En Van Daalen was hier met verlof. Hoe werd hij behandeld?

4 Wáárom heeft hij na zijn pensioen als commandant zich nauwelijks laten zien in Nederland? Dat is raarrrrr. Hij was een vitale vijftiger, die gaat niet achter de geraniums zitten. Wat was er aan de hand?

Lezing Tong Tong Fair

Zulke raadsels dus. Van Daalen is een uitzonderlijke man met een uitzonderlijk leven, zoiets kun je niet verzinnen. Toch was het de werkelijkheid, destijds.
Ik werk aan zijn biografie, die verschijnt begin volgend jaar. Aanstaande zaterdag (9 september 1845 uur) licht ik een tipje van de sluier op tijdens mijn lezing op de Tong Tong Fair. Dan vertel ik ook iets over het KNIL, dat door hem ingrijpend werd gemoderniseerd.
In mijn lezing vertel ik over het leven van Van Daalen en ook over zijn sterke invloed op het KNIL. In zijn commandantsjaren hervormde hij het leger in de Oost.
Ik ga zeker weten iets zeggen over zijn Indische achtergrond. Want het was uitzonderlijk dat een Indische jongen ten eerste gouverneur van Atjeh werd en ten tweede commandant van het KNIL. Daar klonken destijds nogal eens opmerkingen over.

Oost-Indische Leger

Toen hij in 1914 met pensioen ging, was hij pas 51 jaar. Kerngezond. Hij gaf een knallende afscheids-speech waarin hij nog een keer zijn visie op het leger gaf en wat er nog diende te gebeuren, om een eventuele buitenlandse agressor af te slaan. U raadt het al, hiij wilde meer geld voor het leger:

  •  mensen fatsoenlijk betalen, zodat ze militair bleven en geen burgerbetrekking namen
  •  geld voor wapens en munitie
  •  geld voor materieel; de militaire luchtvaart was in opkomst

En u weet hoe de regering in Den Haag is, als het aankomt op geld voor militaire doeleinden…

Militair geweld

Van Daalen is controversieel, tegenwoordig. Dat komt door de focus die er is op het militair geweld. En daar was Van Daalen sterk in. Zijn roemruchte expeditie van 1904 is daar het voorbeeld van. Daar ga ik ook iets over zeggen. Dus ook over dat moreel kompas dat in de loop een andere richting in kan wijzen.
Na die expeditie werd Van Daalen evenals andere militairen goed gedecoreerd. Atjeh haalde de mannen juichend in. In Nederland evenwel begon een hele andere discusie, en die werd in de loop der jaren een aantal keren opnieuw gevoerd. Daar ga ik ook op in.

Vroeger

Als u net als ik over toen-froeher schrijft, komen we dezelfde vraag tegen:
Hoe schrijf je over een tijd die ver voorbij is,
over mensen die je nooit gekend hebt?
Een andere wereld: Indië, militair.
En daarbij: ik ben Hollands, Van Daalen Indisch.
Ook: man/vrouw verschil.
Mag en kan dat dan wel? Anders geformuleerd: mag je alleen over kippen schrijven als je zelf een kip bent?
U begrijpt mijn standpunt.

Het gaat om:

  •  uw eigen nieuwsgierigheid en verbazing, neem die serieus, want zo blijft u bezig en grote kans dat andere mensen hetzelfde willen weten als u
  •  verricht zo goed mogelijk onderzoek, de archieven liggen vol met informatie, er is altijd meer (maar op tijd stoppen is ook van belang)
  •  weeg de bronnen tegen elkaar af: waarheid is niet altijd wat gedrukt is
  • blijf kritisch op oude bronnen: wie heeft er belang bij om dit zo te vertellen, wat staat er niet in
  • vraag hulp in de vorm van meelezers en gesprekken
  • blijf lezen, gericht en ook om het onderwerp heen, zijpaden kunnen opeens hoofdwegen worden
  • onthou: een moreel kompas kan veranderen

Daar ga ik het ook over hebben, dat morele kompas. Ik ben nu in hoofdstuk 7 van de biografie, dus het is werk in voortgang.De titel is er al: De Atjeh-generaal, het militaire leven van Frits van Daalen (1863-1930). Straks in mijn lezing licht ik alvast een tipje van de sluier op. Met beeld. Het wordt spannend. Ik hoop dat u erbij wilt zijn.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan hoort daar ook kennis van de historie bij. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan een levensverhaal? Praat met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u meer informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u het meteen goed aanpakt, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • maak een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Waarom er vroeger al Indië-veteranen waren

Indië-veteranen waren er al voordat het woord bestond. Het is tegenwoordig net, of er pas Indië-veteranen met de dekolonisatie kwamen.
Nee hoor.

De term was nog niet gemunt, maar ze waren er al. De VOC had eigen legers in de Oost. En dan (even een grote stap vooruit) was er natuurlijk Atjeh. Lombok. Al die keren dat er suppletie-troepen uit Nederland naar Indië vertrokken. Van de website Defensie.nl neem ik over:

  • Veteranen zijn alle (oud-)militairen met de Nederlandse nationaliteit die het Koninkrijk dienden in oorlogsomstandigheden.
  • Of tijdens vergelijkbare situaties zoals vredesmissies in internationaal verband.

Veteranenzorg

Dus: tijdens vergelijkbare situaties. Daar valt de zogeheten pacificatie van Indië ook onder. In mijn boek over het KNIL, Een eervol bestaan, staat het en en ander over het gebrek aan veteranenzorg. Dat is het gebrek aan erkenning van deze veteranen, zij die eens ingezet werden in opdracht van de Nederlandse staat.

Destijds in Indië bestonden militaire tehuizen, maar ja, daar mocht veel niet, dus niet iedereen had er zin in.
Er waren heel wat veteranen die armoe leden en die afhankelijk waren van liefdadigheid.
In het Koloniaal Weekblad van het begin vorige eeuw las ik een oproep tot kassian en zorg:

  • En thans na dertig jaren, nu Lombok van een lastpost een land is geworden, dat meer opbrengt dan het kost en de gelederen van hen, die gerechtigd zijn tot het dragen van het Lombok-kruis, aanmerkelijk zijn gedund, is de tijd gekomen om Indië en Nederland wakker te schudden.
  • Onder de overgeblevenen uit den Lombok-tijd zijn menschen, die met geknakte gezondheid en ongeschikt voor verderen arbeid het Leger of de Vloot hebben moeten verlaten. Zij hebben een schamel pensioentje gekregen en lijden thans gebrek.
  • Het Land heeft met hen afgedaan, het zijn als het ware de uitgeknepen citroenen, die, tot niets meer nut, zijn weggeworpen.
  • Die oud-gedienden hebben misschien genoeg om niet van honger te sterven, doch zeker te weinig om menschwaardig te kunnen leven.

Ook schreef het Koloniaal Weekblad nog dat het ‘onwaardig’ was, zo met deze oudgedienden om te gaan. Uitgeknepen citroenen. Een pijnlijke uitdrukking.
Het zet je aan het denken.

Tehuis Bronbeek

Wie in Nederland wist terug te keren, had kans opgenomen te worden in het  Koloniaal Militair Invalidenhuis Bronbeek. Daar had je onderdak. Je ontmoette er oude kameraden.
Maar leuk was het niet echt, vanwege de reglementen, slaapzalen, eetzalen, de plicht tot corvee. De foto boven toont de eetzaal uit 1912.
Wanneer er een andere commandant kwam, moest je maar afwachten hoe zijn beleid uitpakte. Zo was het bepaald minder aangenaam onder de leiding van commandant jonkheer luitenant-kolonel Nicolaas Cornelis van Heurn (1853-1918), aangetreden per 1900, na de dood van commandant Karel van der Heijden.
Begin januari schreef het Vaderland dat een onderzoekscommissie het hospitaal te Bronbeek ‘bedroevend slecht’ vond. Enkele dagen later publiceerde het Dagblad van Zuid-Holland en ‘s-Gravenhage een schokkend artikel met de kop ‘Groote schoonmaak’. De misstanden knalde de krant uit. Enkele citaten:

  • Op staanden voet werden nu ontslagen de vier hier tot dusver dienstdoende ziekenoppassers.
  • Deze lieden hadden nooit de geringste opleiding voor hun zeer verantwoordelijke taak gehad, tenzij- deze instructie, telkens herhaald wanneer over hen geklaagd werd: ‘Jelui zijn baas op de zalen, zieken hebben daar niets in te brengen.’
  • Met het gevolg, dat zij zich zoo wat niets van de 20 á 30 meest hulpelooze menschen aantrokken; bijv. niet eens den dokter riepen als er een stervend was, ja, dan zelfs geen voet verzeilen om hulp te bieden.
  • Niet lang geleden viel zoo’n zieke dood naast zijn bed bij een laatste poging om zichzelf te helpen.
  • Nauwelijks was deze bende uit de infirmerie verdwenen of het dieet werd anders.
  • Toen bijv. een zuster, een oudje een portie biefstuk bracht, merkte deze op, dat er een vergissing moest zijn: hij had toch dubbel zooveel vleesch dan tot dusver.
  • Neen, – zei zuster – het was géén vergissing.

De krant schreef over een ‘onmenschelijk-strenge politierégime’, over toezicht bestaande uit ‘fel-gehate oud-stokkenknechts’.
Nee, dan was het onder Van der Heijden beter geweest. Ook Indië-veteraan.

Eigen koeien

C.K. Elout interviewde de generaal in 1896 voor Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift. Ook het dagelijks leven op Bronbeek kwam aan bod:

‘Hoeveel invaliden hebt u hier nu wel?’
‘Honderd zeventig zoowat.’
‘En hebt u nooit last met sommigen.’
‘Nooit. Vroeger wel. In ’t begin. Maar dat is langzamerhand beter geworden. Vroeger gebeurde het wel eens dat er een dronken was en dan werd hij onherroepelijk weggestuurd. Dat wisten ze ook wel. Maar tegenwoordig is er bijna geen straf meer noodig.’
‘Hoeveel kost de inrichting per jaar?’
‘Ja… de kosten zijn zeventigduizend gulden, maar daarvan moet vijfentwintigduizend op de pensioenen afgehouden worden. Nou is dat wel eens wat minder, drie-entwintig- of twee-entwintigduizend of zoo. En ze hebben ’t er goed voor, hoor, best. Vroeger klaagden ze wel eens over kou en daarom zal er nu een proef worden genomen met groote vulkachels, zooals deze hier. En ze krijgen uitstekend voedsel; ‘k weet niet hoeveel andijvie en boontjes ik nou al ingemaakt heb. Zuurkool nog niet, want de kool was niet best van ’t jaar.’
‘Is dat alles hier van ’t erf?’
‘Alles van ’t erf. Ja we hebben ook onze eigen koeien…’
‘Ja die heb ik gezien, daar links bij het hek niet waar?’
‘Ja juist. Hebt u die grijze gezien die daar bij is? Die is van mij; dat is mijn particulier eigendom. O, we houden ook varkens: ‘k heb een heele varkensstal. – Ja wilt u wel gelooven dat ik toch een tachtig hammen in de rook heb?’

Daar staat veel in: zelfvoorzienend zijn, de mannen moesten werken indien hun gezondheid het toeliet, van de pensioenen werd veel ingehouden.
Er was dus straf.
Tot aan wegsturen toe.
Toch ook weer niet dat je zegt: respect voor deze volwassen mannen met oorlogservaring.

Dan hebben we nu tenminste Veteranendag. Ik zou zeggen, dat juist nu de Indie-veteranen die er nog zijn en die de kracht en de moed hebben mee te lopen in het defilé, van ons het respect verdienen dat ze zo vaak in het verleden niet hebben gekregen.
En nóg niet altijd.

Schrijftips
Heeft u een militair in familie? Grote kans dat zijn stamboek in het Nationaal Archief aanwezig is. Daarin vindt u verblijfplaatsen, onderscheidingen en soms ook persoonlijke informatie. Met die feiten gaat u naar de context zoeken, bijvoorbeeld in Delpher.nl/ Onderzoek doen is heerlijk en opwindend, er komen altijd verrassingen. Wilt u eens van gedachten wisselen? Maak dan een afspraak voor een gratis overleg-gesprek in mijn digitale kalender. Klik hier en kijk hoe dat gaat.

 


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Wat het vorstenhuis deed voor generaal Eénoog

vorstenhuisEn wie staat er centraal op dit schilderij? Generaal Eénoog. Karel van der Heijden (1826-1900). Links staan koningin-regentes Emma en de jonge Wilhelmina. Het is 1895. Den Haag, waar op het Malieveld de uitreiking is van de Lombokkruizen.

Goed naar oude schilderijen kijken roept vragen op. Want het is vreemd dat juist Van der Heijden centraal staat. De commandant van de Lombok-expeditie – generaal Vetter – zette een stap naar links, om de ruimte te geven aan Van der Heijden. Hij nam een onderscheiding in ontvangst voor een te Lombok gesneuvelde zoon.
Of dat echt gebeurd is, betwijfel ik. Vetter hield van eerbetoon aan zijn persoon. Dus ik vermoed dat hij bij het zien van het schilderij van Mari ten Kate onaangenaam verrast is geweest.
Maar wat doe je eraan?
Het vorstenhuis hield van generaal Eénoog.
Een liefde die uit daden sprak.

Was hij Indisch

In oude kranten lees ik soms dat Van der Heijden een Indische achtergrond had. Zijn vader was een De Stuers die hem verwekte bij een inheemse vrouw en hem vervolgens door liet adopteren door een Hollands echtpaar. Ook de militaire auteur Kielstra noemt dit. Maar bewijzen ervoor heb ik niet. Het is horen-zeggen en dat is weinig overtuigend. Daarbij komt, op een foto kun je niet alles zien.
Het oog verloor hij bij een gewapend conflict, en ook daarover gaan verschillende verhalen. Wel dankte hij daaraan zijn bijnaam. Op deze foto is hij nog kapitein en in het bezit van beide ogen.

Het conflict

Zowat elke koloniale bestuurder van Atjeh kreeg eerder vroeger dan later problemen. Zo ook Van der Heijden. Hij bracht met inzet van militair geweld een groot deel van Atjeh onder controle en meldde dat aanhoudend en rusteloos patrouilleren geboden was. In zijn eigen woorden:
“Maar nog geruimen tijd wordt de krachtige steun der troepenmacht vereischt om een goed bestuur in te voeren en een geregelde orde van zaken te scheppen.”

Ja, dat kostte geld.

De redering vanuit Den Haag en van gouverneur-generaal Van Lansberge werd als volgt:

  1. Er heerst nu vrede in Atjeh
  2. Dure militaire inzet is dus overbodig
  3. We hebben een nieuw soort bestuur nodig, defensief is het beste, en nog goedkoper ook

Naar Nederland

Lang verhaal kort, Van der Heijden bleef bij zijn standpunt en kon met ontslag naar Nederland. Hij arriveerde in Nederland als een controversieel man. We zijn in 1882. Er circuleerden geruchten over wreedheden begaan te Atjeh, mogelijk door hem, in ieder geval onder zijn verantwoordelijkheid. Waar of niet waar, de generaal vond het laster.
Laster is een geniepig ding.
Het beschadigt reputaties. Dan kun je niks en nergens meer terecht.
Van der Heijden was woest. Terecht.
Hier komt de vorstelijke gunst.

Willem III

Met de nieuwe grondwet van 1848 bezat de koning minder macht, maar zijn invloed was nog altijd groot. Dat bleek nu. Al april 1881 besloot Willem III om Van der Heijden te benoemen tot Ridder der Eerste Klasse van den Gouden Leeuw van het Huis van Nassau. Een hoge onderscheiding.
Ook ontving hij hem als eregast op een banket op Paleis het Loo. De toespraak die de koning tijdens het ter ere van de generaal aangerichte diner uitsprak, kwam in de belangrijkste kranten terecht. De koning verwees naar zijn eigen ‘soldatenhart’ en kwam woorden van lof te kort:

“Wij allen begroeten in uw persoon den dapperen, onverschrokken en heldhaftigen veldheer, die de Nederlandse driekleur en de Nederlandse vaandels roemrijk heeft doen wapperen in de gewesten op Sumatra’s Noordkust, aan uw zoo wijze als trouwe zorgen toevertrouwd. […]
Ieder rechtgeaard Nederlander moet fier zijn in Uwe Excellentie een onzer edelste zonen te mogen erkennen en begroeten. Tenslotte zij het mij vergund te drinken op de gezondheid van alle hoofdofficieren, officieren, onderofficieren en manschappen der troepen, welke de eer en het groote voorrecht hebben gehad onder Uwe Excellentie’s bevelen te staan.
Ik drink insgelijks op de nagedachtenis van alle braven, die daar hun leven hebben gelaten voor Koning en Vaderland!

Den generaal Van der Heijden!
Het Nederlands-Indische leger!
Het Nederlandse leger!

Van der Heijden hief ook het glas en hield een tegen-toespraak vol bescheidenheid en verzekeringen van moed, beleid en trouw aan het koningshuis. Die waren zeker op hun plaats, want met de onderscheiding en de openlijke lof, glansde de reputatie van der Heijden weer. Alleen nog niet in de Tweede Kamer.

In de Tweede Kamer

De circulerende geruchten over wreedheden begaan te Atjeh hadden de Tweede Kamer bereikt. Wie van de Kamerleden, veilig in de ambtelijke stad, kon ze op waarheid beoordelen? Elke oorlog is lelijk, en koloniale oorlogen eveneens, degene die zich het meest aan de regels houdt, verliest het snelste. Waren er wreedheden begaan? Ongetwijfeld. Waren ze te bewijzen? Nee.
Van der Heijden was furieus over de onduidelijke beschuldigingen. Hij nam zijn nieuwe wapen op – de pen – en schreef een vlammend weerwoord waarbij hij ook inging op zijn ‘verwijdering’ uit het leger. Over de beschuldiging schreef hij onder meer:

Onmenschelijke wreedheid is het Atjehsche legerbestuur ten laste gelegd, en op mij is de smet geworpen, dat ik aan zulke wreedheid door medeweten, oogluikend toelaten, of nalatig niet tegengaan, medeplichtig ben.
Maar men heeft het recht zijn loop niet gelaten. Aan den beschuldigde is het openbaar gerechtelijk onderzoek onthouden. Men roofde mij mijn goeden naam, maar men sloot de kampplaats af, waar ik mijn naam voor den onpartijdigen rechter kon heroveren. En men zette de kroon op het werk door hem, voor wien men de bank der beschuldigden angstvallig sloot, roekeloos te plaatsen op de bank der verdachten.
[…] Bij monde van den Minister van Koloniën, door voorlezing van het rapport van den Procureur-Generaal in Nederlandsch-Indië, heeft de Regeering niet geschroomd, mij te stellen onder verdenking van daden, die mij in de achting van elken weldenkenden burger diep moeten doen dalen. En ik ben gedoemd, om onder de verdenking te blijven, want men sluit mij het gerechtshof.

De verdenking werd opgeheven, maar niet door de regering. Het was weer koning Willem III die ingreep om zijn dierbare generaal een respectabele positie te geven. In 1887 werd van der Heijden benoemd tot commandant van het toenmalige Koninklijk Koloniaal Militair Invalidenhuis te Bronbeek, eerder door Willem III zelf ingesteld. Hier, in deze miniwereld met Indië-veteranen, heerste Van der Heijden als commandant. Hij moderniseerde het tehuis, bouwde het museum uit, wist de titel ‘koninklijk Bronbeek’ te ontvangen (ook al zo’n gunstbewijs) en ontpopte zich voor militairen uit de Oost als het orakel van Arnhem.

Vorstinnen

Na het overlijden van Willem III werd zijn echtgenote Emma regentes, tot Wilhelmina in 1898 ingehuldigd kon worden als koningin. Ook de beide vorstinnen hielden veel van hun generaal Eénoog:

  •  bij de inhuldiging van Wilhelmina in 1898 mocht Van der Heijden het Rijkszwaard dragen, en kwam alweer als VIP op foto’s en schilderijen terecht
  • te Bronbeek plantte hij met Koninklijke toestemming de Wilhelmina-linde, die tot op de dag van vandaag herinnert aan de inhuldiging van Wilhelmina in 1898
  • bij zijn dood in 1900 zonden de vorstinnen kransen en een afvaardiging, om een laatste eervolle groet te brengen

Wat een verschil:

  • teruggekeerd als controversieel militair
  • begraven als gerespecteerd militair

Met dank aan het vorstenhuis.

Schrijftips
Kijken naar de familie van vroeger is ook kijken naar de historische context. Wat we nu vinden, vonden vorige generaties niet. Wanneer u moreel neutraal naar het verleden kijkt, ziet u meer en begrijpt u ook meer van de familie. Een beetje historische kennis is dus belangrijk. Daar kan ik u ook bij helpen. Wilt u eens vrijblijvend overleggen wat voor uw verhaal belangrijk is? Stuur me een mail voor een telefoon-afspraak: dat is informatief en gezellig. Klik hier voor de webpagina contact (er opent een nieuwe pagina).

(Deels gebaseerd op mijn artikel in Historiek: Generaal Eénoog en de gunst van de koning)

Update

Sympathieke mail van Bronbeek. Dat de man op het schilderij, staande bij Wilhelmina, waarschijnlijk generaal Helden is. Interessant. En ook: publiceren en reageren is een mooie dialoog, zo komt men verder.

Blijft de opmerkelijke gunst van het vorstenhuis staan.

Ja, raadsels en vragen volop. Dat is het heerlijke van historisch onderzoek.

Het hospitaalschandaal in Indië in 1900

Hospitaal te Atjeh/ Collectie Tropenmuseum Wikipedia Commons

Terwijl de Atjehoorlog voortwoedde en Nederland, alle verwachtingen ten spijt, nog altijd niet gewonnen had, kwam er in 1900 een nieuw probleem bij. Dat meldde de arts L.J. Eilerts de Haan, werkzaam in het ziekenhuis aldaar. In verschillende artikelen beschreef hij dat er uit ziekenhuizen voeding werd gestolen. De daders schold hij uit voor ‘hospitaalhyena’s’. Met goede bedoelingen, zoals een klokkenluider die meestal heeft.

Officier van gezondheid

Het Indische dagblad De Locomotief trok zich de zaak van het hospitaalschandaal aan. Op 10 maart 1900 publiceerde de krant een fors artikel over de zaak waarbij ook alweer een nieuw probleem was gekomen, te weten de positie van de arts zelf. Dokter L.J. Eilerts de Haan, officier van gezondheid eerste klas, had inmiddels Indië verlaten. Of dit geheel vrijwillig was, stond te bezien. De dokter zelf was inmiddels een verdacht persoon geworden of gemaakt, en ook dat typeerde zijn positie als klokkenluider. Er was namelijk een onderzoek naar de dokter ingesteld:

“Dit geeft te denken. Er ligt zoo iets in van: tóch zullen wij dan lastigen kerel wel krijgen! […] Natuurlijk heeft Dr. Eilerts de Haan wel eerst bij zijn chefs geklaagd, maar het is de vraag hoever en hoelang het legerbestuur zulke pogingen wil zien uitstrekken.

Indien Dr. Eilerts de Haan wellicht – ik weet er niets van, onderstel slechts – wat spoediger dan een ander tureluursch is geworden over de eeuwige officieele uitvluchten waar het geldt breken met de sleur, en maar altijd zijne zieken laaghartig zag bestelen, zal hem dit dan te kwade warden aangerekend? Zal op de vingers worden nageteld: hij had dit nog kunnen doen, en dat nog kunnen vragen, en op dit of dat nog kunnen wachten? Moet liever ook de legercommandant niet op prijs stellen, dat de knoeierij nu eens duidelijk aan het licht is gebracht en den man hoogachten, die dit heeft durven doen?”

Dat waren scherpe zinnen die duidelijk maakten wat nu het ergste werd gevonden. Niet zozeer de diefstal of de verminderde hoeveelheid gezonde voeding voor de militairen, maar het gezichtsverlies van de superieuren. Menigeen begreep, hoe verstandig de dokter was geweest door de uitslag van een dergelijk onderzoek naar hem niet af te wachten.

Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 12 februari 1906: de dokter houdt spreekuur in het militair hospitaal.

Eieren

De kranten bleven publiceren over het hospitaalschandaal. Het betrof hier vooral militaire ziekenhuizen, waar de lagere rangen in opgenomen werden. De indruk bestond dat zij geen klachten durfden in te dienen als er iets ontbrak. Dat iets kon zijn: voeding, versterkende drank of zelfs medicijnen. Schreef een arts vier eieren voor, dan kreeg de patiënt er twee. Melk werd verdund. De lijst van diefstallen leek eindeloos.

Gaandeweg 1901 bleek dat er al járen gestolen werd uit de hospitalen, maar er iets aan doen… dat leek vrijwel onmogelijk. De artikelen die dokter Eilerts de Haan erover had geschreven om de misstanden aan de kaak te stellen, waren zelfs geweigerd door het Indisch Militair Tijdschrift, schreef Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, begin 1901, ook al had hij de morele steun van Van Heutsz, de gouverneur van Atjeh.

Doofpot

Wie baat bij deze diefstallen had, bleef speculeren. Mogelijk floreerde hier een crimineel stelsel van verkoop en winst met afdrachten aan deze en gene, en daarbij konden – gezien de doofpot reactie – best hooggeplaatste militairen betrokken zijn.

Klokkenluider

In Nederland haalde de zaak van het hospitaalschandaal de kringen van ministers. Merkwaardig genoeg wilden ook zij het karakter van de klokkenluider bespreken. Het heette twijfelachtig te zijn dat een militaire arts met voorbijgaan van zijn meerderen de steun van publieke opinie had gezocht voor zijn zaak. Maar had hij een alternatief gehad? Kennelijk: neen. Het Kamerlid Van Kol nam het voor hem op:

Ook insubordinatie heeft hier niet plaats gehad, want ware dat het geval, dan zou generaal van Heutsz aan die artikelen zeker zijn goedkeuring niet hebben gehecht en daardoor als zijn meening hebben doen kennen, dat alleen door het opwekken der publieke opinie tegen die misstanden, daarin verbetering kon worden verwacht.

Het hielp niet. De zaak werd van kwaad tot erger. Niet meer het hospitaalschandaal stond centraal, maar de persoon van de dokter. In februari 1901 schreef het Soerabaijasch handelsblad een harde beoordeling van deze gang van zaken:

“Wel kan men den man, die dit durft ondernemen, niet wettelijk straffen, maar men maakt hem af op geniepige wijze in den conduite-staat. Zoo is het dr. Eilerts de Haan gegaan, zoo zal het ieder officier en ambtenaar gaan die in Indië misstanden aan het licht durft te brengen en den moed heeft dit openlijk, zonder masker voor, te doen. Totdat eindelijk iedereen zwijgt. Dan is het ideaal van het koloniaal gouvernement bereikt.”

En de dokter? Hij besloot zijn tijd als militair arts uit te zitten, met het oog op zijn pensioen. Erna publiceerde hij zijn autobiografie: Zonderlingschap. Het laatste woord was voor hem.

Blijf op de hoogte

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.


levensverhaal

De voorvaders in Atjeh en Frits van Daalen

voorvaders

Er bestaat van Frits van Daalen (1863-1930) één foto waarop hij lacht. Eén! Dat is gek. In zijn tijd (het oude Atjeh) werd al volop gefotografeerd. Van Daalen was een hoge officier van het Oost-Indische leger, later commandant, ook gouverneur van Atjeh, en in het bezit van belangrijke Willems-Ordes.

En hij was Indisch, in zijn tijd zo ongeveer de Indische man die het állerverst kwam.
Dat je denkt: die moest de fotografen van zich afslaan.

Nee hoor.

Ik heb een kleine collectie bij elkaar. Altijd en eeuwig is Van Daalen beheerst, bij het harde af. Op die ene lachfoto is hij in Atjeh, hij bungelt in een hangmat. Op expeditie. Ontspannen. Een gezellige man.

Militair

Dan zie je opeens: zo was hij ook.
En u weet het misschien: Van Daalen is in de Atjeh-oorlog van veel ellendigs beschuldigd, en dan gaat het vooral over de militaire expeditie die hij in 1904 leidden. Het woord massamoord valt dan geregeld. Dus daardoor is iedereen meteen klaar met hem. Maar ik niet.

Indisch

Toen ik mijn biografie van Van Heutsz schreef, dacht ik: er is zo weinig over Van Daalen zelf bekend. Hoe was het voor hem om toen Indisch te zijn, zo zichtbaar aan de top? En wat gebeurde er nu werkelijk op zijn expedities en waarom? Hoe zag hij dat zelf? En hoe ging hij om met de lof en kritiek die hij als militair kreeg?
Zo begon ik dus met het puzzelen op het levensverhaal van Van Daalen. Er is een website: www.inatjehgevochten.nl

Voorvaders

De website gaat over Van Daalen en ook over voorvaders in het Oost-Indische leger, zoals het KNIL toen heten. Die horen toch ook bij onze geschiedenis? Ik dacht het wel.
Maar dat is tegenwoordig een moeilijk verhaal. Het is tegenwoordig lastig om hardop trots te zijn op een voorvader die in Atjeh heeft gevochten, want voor je het weet, begint iemand te schelden met “koloniaal”. Dat heb ik zelf ook meegemaakt. Het verbaasde me. En ik dacht: het gaat hier wèl om mannen die bereid waren te sterven voor de Nederlandse vlag. We kunnen van alles vinden van die oorlog en van de koloniale tijd, maar toen en daar bestond die bereidheid.

Namen

Achter de rug van Van Daalen staan al die voorvaders die ook een naam en een plaats in onze geschiedenis verdienen. Misschien is uw voorvader daar ook bij. Wilt u mij dat laten weten? Wanneer we hun namen kunnen noemen, krijgen ze een plaats in de geschiedenis, en zo horen ze er ook bij. En dat is wel zo eerlijk.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

levensverhaal

Wies van Groningen over haar moeder Clara Hukom (video)

HukomClara Hukom leerde ik kennen door haar dochter Wies. Zij schreef over haar moeder. Mooie verhalen en boeken zijn het, waardoor ik langzaam vertrouwd werd met haar familie. Wies heb ik een paar keer ontmoet.

“Ik ben geboren in Blangkedjerèn, op Sumatra. Mijn Molukse moeder en mijn vader, een totok, hebben daar vijf jaren gewoond met hun kinderen. We hebben overal gewoond, in Batavia, Tjimahi, later ook in Bandoeng. Tussendoor gingen we naar Holland met een half jaar verlof. Zo ook in 1939, althans dat was de bedoeling. Maar in verband met de oorlogsdreiging besloot mijn moeder dat zij met haar kinderen in Holland zou blijven.”

Daar en hier

In 1929 werd Wies geboren als Louise Metaal, een meisje in een KNIL-kampement in het binnenland van Atjeh. Tien jaar was ze, toen zij in Delft moest gaan wonen. Dat beviel niet zo, vertelt ze: “Ik was op m’n hoede. Ik dacht dat de mensen boos op me waren, ze keken altijd zo streng. Het was natuurlijk ook oorlog. Mijn gevoel voor de schoonheid van Delft, haar grachten…. dat heeft me in Nederland gered van verdriet, van eenzaamheid.”
Het “daar en hier” waren twee gescheiden werelden. In Nederland leefde het gezin geïsoleerd: “Ik wist helemaal niet dat we Indisch waren. Daar werd bij ons niet over gepraat. Ik was zeventien toen ik mijn moeder voor het eerst Maleis hoorde spreken. Er kwamen twee Malino-studenten [plaats waar de conferentie voorafgaand aan de onafhankelijkheid van Indonesië werd gehouden; Molukse studenten in Nederland] op bezoek en als geschenk hadden ze een trommeltje tjengkeh, kruidnagel, meegenomen. Wat een schok, ik kon mijn eigen moeder niet verstaan.”
Later, veel later, ging Wies op zoek naar wat Indisch zijn betekende. Ze las Maria Dermoût, ontdekte dat haar grootmoeder Louisa de naaister was van het gezin Dermoût, ging Indonesisch leren en verzamelde alles wat zij kon over Indie en dat koloniale verleden. “Als je aan mij vraagt, ben je Indisch, dan zeg ik: ja, ik heb een Hollandse vader en een Molukse moeder. Maar ik ben niet in een Indische gemeenschap opgegroeid, ik ben niet in een Molukse traditie opgevoed. In je belangrijkste jaren, van je 10e tot je 17e, leefde ik vrij geïsoleerd in Nederland, in een westerse wereld.”

Over haar moeder

Wies van Groningen-Metaal volgde op latere leeftijd in Nederland een opleiding Beeldende Vorming, was werkzaam in de Utrechtse Vrouwenbibliotheek en -documentatiecentrum, en volgde een schrijfcursus bij Astrid Roemer. In 1973 reisde ze met haar moeder door Indonesië en dacht: “dit ken ik, ik ben thuis”. Daarna werkte ze in de bibliotheek van het Moluks Historisch Museum. Sinds haar 60ste jaar schrijft ze, vooral over haar moeder Clara Hukom en daardoor indirect over de dochter van Clara die zij zelf is:

“Over het KNIL is genoeg geschreven, maar weinig over al die vrouwen met hun kinderen. Ze waren afhankelijk van het dienstbevel van hun man. Ook zij moesten de dagmarsen van Kotadjané naar Blangkedjerèn maken. Wat heeft dat voor mijn moeder betekend dat ze daar terechtkwam, in zo’n kleine militaire gemeenschap?”
“De titel van mijn laatste boek is: Is militair. Is militair. De invloed van mannen, mensen die macht naar zich toetrekken. Wat voor effect heeft een koloniaal systeem wel niet op een samenleving? De geschiedenis van Nederlands-Indië is er een van geweld. Ga maar na: Banda-kruidnagelmonopolie, Atjeh, Tweede Wereldoorlog, bersiap, KNIL, het geweld van Molukkers hier in de jaren zeventig. Op somige vragen die ik stelde, antwoorde mijn moeder met een zucht: ‘Is militair kind. Is militair.'”

Mijn voormoeders van de Molukken is het laatste boek van Wies van Groningen. Ze is 80plus en het lijkt of ze steeds dieper bij de essentie komt, naarmate ze ouder wordt. Daaruit kwam dit boek voort. En ze heeft een plan, dat even groots als kwetsbaar is. “Er zal wel veel kritiek komen,” vermoedt ze. Die zou weleens mee kunnen vallen. Eerst is er dit nieuwe boek.

“Nieuw,” aarzelt de schrijfster. “Nieuw is misschien een groot woord. Want er staan stukken in die de mensen al kennen uit mijn vorige boeken. Maar niet alles verscheen eerder en de lijn die ik erin heb aangebracht is zeker nieuw. De magische lijn van mijn voormoeders wilde ik zichtbaar maken, en ik wilde laten zien wat die lijn betekent, met een link naar adat.”

(tekst gaat verder onder de video)

Voormoeders

Wies trouwde met een Indische man en kreeg kinderen. Het leven was vol en druk, en dat had zo kunnen blijven als ze niet tot drie keer toe wakker was geschud.
De eerste keer: ze hoorde haar moeder Maleis spreken met Malino-studenten. “Die taal verstond ik niet. En hoe ze lachte, dat ze zo kon klinken, was ik vergeten.”
De tweede keer: op haar bruiloftfeest kreeg ze een grote taart van tante An Nikyuluw, die zei dat ik haar pela was. “Ik wist niet wat dat was, pela. Maar ik begreep dat het met bescherming te maken had.”
De derde keer was het haar voormoder Johanna zelf, die plaatsnam op een trapje in Wies’ tuin. “Door te verschijnen liet ze zien, dat voor haar de banden niet waren doorgesneden, dat ze me zou beschermen.” De lijn met voormoeders was getrokken en Wies had er een plaats in gekregen.

Familiegeschiedenis

Het klinkt zo mooi: een plaats innemen in je eigen familiegeschiedenis, verhalen verzamelen en vragen stellen. De werkelijkheid is weerbarstig. Niet iedereen van de ouderen vertelt even gemakkelijk over wat in het verleden ligt. Feiten als namen en jaartallen kunnen onvindbaar zijn.
Dat ondervond Wies, toen ze in 1992 naar het familiehuis in Oma reisde. “De familie heeft me vlak voordat ik wegging in het oude huis van de Hukoms gebracht. Er werd gebeden en ik kreeg de stamboom te zien, een grote rol papier waar wel namen maar weinig jaartallen op stonden. Omdat ik de taal niet sprak, is mij veel ontgaan. Het is toch iets traumatisch geweest, dat ik als kind mijn moeder hoorde praten zonder haar te verstaan. Of er een andere wereld zichtbaar werd, waarin ik misschien geen plaats zou hebben.”

KNIL-vrouwen

Dan is er nog dat ene grote plan: “In een flits dacht ik: er moet een monument komen voor de vergeten KNIL-vrouwen, dat kan haast niet anders. Honderden jaren lang zijn er vrouwen met hun man meegegaan, en waar zijn ze begraven? Niet alleen in de koloniale periode, maar ook tijdens de Bersiap zijn er veel vrouwen die geen graf hebben. Waar moet je dan een bloem leggen, als je niet weet waar je voormoeder is begraven? Dat monument moet voor de onbekende KNIL-vrouw zijn. Een plaats, om haar te kunnen ontmoeten en te eren.” Ze kijkt naar de kleine prauw in haar vensterbank en zegt zachtjes: “Er zijn zo veel voormoeders geweest die ergens, geen mens weet waar, begraven liggen.”

(Delen van dit artikel verschenen eerder in Marinjo en op de website Damescompartiment.nl. Foto en filmopname door Vilan van de Loo)


Wilt u ook over uw moeder schrijven? Dat kan. Op 2 oktober begint de korte cursus Schrijf het levensverhaal van uw moeder. U kunt meedoen als u al tien keer bent begonnen of als u  nog nul schrijfervaring heeft. Er is een aparte pagina over de cursus, ook met ervaringen van andere cursisten. Klik en lees hier  meer.  U kunt het ook, en ik help u graag.

Het levensverhaal van Frits van Daalen

Frits van Daalen“Ten slotte nog dit: Van Daalen was een ‘Indische jongen’ en gaarne wezen wij steeds op hem wanneer de Indo-Europeanen weer eens klaagden, dat ‘den Indo werd belet om iets te bereiken’ .”

Dit komt uit Het Vaderland, februari 1930, bij het overlijden van Frits van Daalen (1863-1930). Hij was commandant van het Nederlands-Indische Leger (het latere KNIL) geweest en hij had bij leven verschillende hoge onderscheidingen ontvangen:

  • Militaire Willems-Orde vierde, derde en tweede klasse
  • Commandeur in de Militaire Willems-Orde
  •  Kroonorde, versierd met de eresabel
  • Ridderkruis 1e klasse van de Orde van de Kroon van Pruisen
  • Ridder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw

Zijn hoge rang van luitenant-generaal had hij vermoedelijk vooral aan koningin Wilhelmina en minister Idenburg te danken. De bevordering kwam erdoor om hem voor de krijgsmacht te behouden; en dat lukte. Van Daalen had het onderspit gedolven tijdens het roemruchte conflict met gouverneur-generaal Van Heutsz. Die periode moet de moeilijkste tijd in zijn leven zijn geweest. De kameraadschap tussen deze twee mannen werd verbroken.

Sinjo

Terug naar wat Het Vaderland schreef: ‘een lichtend voorbeeld’. De krant bedoelt: hij was een uitzondering. Rond 1900 kende het leger in Indië vrij weinig hoge Indische officieren. Hoe hoger, hoe minder. Frits van Daalen was dus zichtbaar, hij viel op. Ik heb brieven van officieren gelezen, waarin hij als ‘sinjo’ werd aangeduid, een akelig scheldwoord als het op die manier gebruikt wordt: een Hollandse man die een Indische man een figuurlijke schop wil geven. Op zijn beurt had Van Daalen een scherp woord over voor totoks die de inheemse bevolking niet konden begrijpen – hij wel.

Hoe was hij? Als koloniaal militair hard en daarmee succesvol, maar ook omstreden vanwege die hardheid. De kritiek kwam, maar de gebieden die Van Daalen veroverde, bleven in koloniaal bezit. Dat is het typische gedrag van de regering in Den Haag. Wel het resultaat nemen, en de man die dat resultaat heeft bereikt, bekritiseren.
Als koloniaal bestuurder kreeg hij de meeste kritiek. Weer vanwege hard optreden, wat ook tot uiting kwam in zijn rechtspraak.
Als mens: loyaal, gevoelig, een temperament dat kon oplaaien, trots. Intelligent met een taalknobbel, gevoel voor kunst. Echtgenoot, vader, grootvader.

In 1914 sloot hij zijn carrière in Indië af. Hij ging met pensioen en besloot in Den Haag te gaan wonen. Over het grote confict met Van Heutsz heeft hij altijd gezwegen, uit liefde voor Atjeh, het leger en het vaderland, en ook omdat hij recht verwachtte.
Dat kwam niet. Dus zo ging Van Daalen de geschiedenis in: negatief. De nazaten van Van Daalen lijken min of meer ondergedoken te zijn. Daar kan ik me iets bij voorstellen.

En nu? Dat staat te bezien.

Indisch in het leger

Vorige maand verscheen mijn biografie van Van Heutsz. Af is af, maar Van Daalen blijft in mijn hoofd zitten. Wat heeft hij nu werkelijk gedaan voor goeds en voor slechts, en wat waren roddels? Hoe zag hij het zelf? Hoe was het om door iedereen gezien te worden als die ene Indische officier?

U voelt het al aankomen. En ja, ik ga dus op zoek naar het levensverhaal van Frits van Daalen. Daarbij zoek ik ook naar het verhaal over een militair met een Indische achtergrond, en hoe dat in de periode ban voor de Tweede Wereldoorlog was. In december komt er een speciale middag over Indische voorvaders in het leger. Over wie ze waren en hoe dat voor nazaten is. Daarbij bent u van harte welkom en ik stuur te zijner  tijd nog meer informatie.

Mijn vraag:
Heeft u een Indische voorvader die toen in het leger zat? En weet u daar nog iets van?

 


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.
indische schrijfschool

Ga naar de bovenkant