Eline Vis is 72 jaar en zij schrijft haar familiegeschiedenis op. Dat is een onderneming met aangename verrassingen. Maar ze heeft nog drie vragen waarop ze geen antwoord kan vinden. Wie wel?

Het begin van de geschiedenis ligt in 1884. Eline: “Mijn overgrootouders Cornelis Vis en Cornelia Maria Hoogenbosch-Vis vertrokken uit Amsterdam naar Indië. Ik vermoed dat het in oktober was, want in die maand zijn ze uitgeschreven uit het Amsterdamse archief. Er staat bij: ambtshalve. Dus vanwege zijn werk, hij was machinist.” In november van dat jaar bevalt mijn grootmoeder van haar derde kind. Ze was dus hoogzwanger aan boord, en ze wist alleen van Indië wat haar man had verteld.”

Hier is de eerste vraag:

Hoe heette het schip van de Stoomvaartmaatschappij Nederland waarop Cornelis Vis en Cornelia Maria Hoogenbosch-Vis eind 1884 vertrokken?

In het Nationaal Archief liggen de passagierslijsten maar 1884 ontbreekt nou net. Zal je altijd zien. In Delpher met de oude Indische kranten is evenmin iets gevonden.  Misschien ging Cornelis wel eerder of later vanwege zijn werk. Kan. Maar ja: waarom. En je laat je hoogzwangere vrouw toch niet alleen gaan. Of reisde er iemand mee.
Eline heeft een bijzonder weetje over Cornelis de machinist: “Hij voer in 1881 op de Koning der Nederlanden toen het schip verging.” Opa overleefde.

Hoe het gaat, gaat het, maar Cornelis en Cornelia komen aan. Ze vestigen zich in Kediri, waar dus kind #3 geboren is. Eline, hoorbaar tevreden: “Kortgeleden heb ik het geboortebewijs gevonden.” Ja, dat krijg je met familiegeschiedenissen. Je vindt van alles en op de een of andere manier gaat het veel meer leven. “Ik ben van alle familieleden gaan houden, omdat ik ze beter begrijp. In het begin wilde ik niet over bepaalde dingen schrijven omdat ik me erover schaamde, maar ik heb het toch opgenomen. Je kunt het ook op een andere manier weergeven.”

Stap vooruit in de tijd. Eline: “Mijn overgrootvader woonde achter het station van Malang, in een huis nummer 4. Ze hadden een fabriek, een stoomwerkplaats Semeroe. Met het vertrek van de Japanners is een deel van de fabriek en het woonhuis afgebrand, ergens tussen augustus 1945 en januari 1946. Maar door wie? In een boek las ik iets over Indonesiërs die de ‘Roden’ genoemd werden, omdat ze een rode lap om hun hoofd hadden gebonden. Verder kom ik niet.”

Komt vraag twee:

Wie hebben waarschijnlijk de fabriek Semeroe en de huizen in 45/46 in brand gestoken? Waar is meer informatie hierover? De  fabriek was  achter het station van Malang.

Zo gaat het, een mens wil van alles weten. Eline heeft structuur: elke dag schrijft ze een uur en ze leest een uur. “Ik lees oude Moessons en ik herken veel in de verhalen. Er komen flarden herinnering terug.” En ze is cursist van de Indische Schrijfschool, dat helpt ook.

Er is nog een derde vraag, eentje waarvan je denkt: inderdaad, hoe zat dat. “Een van de zonen van mijn overgrootvader is meer dood dan levend van de Birma Spoorweg terug naar Java gegaan. Ik kan nergens iets vinden hoe dat ging. Zijn ze netjes vervoerd? Heeft Nederland dat gedaan? Moest het op eigen gelegenheid?

Vraag drie is dus:

Hoe kwamen de ex-gevangenen van de Birma Spoorweg naar Java?

Als u iets weet, elk snippertje informatie is van harte welkom! U kunt het hieronder neertikken, bij de reacties.

Fabriek Semeroe

Drie vragen over het oude Indië: denkt u mee?

3 gedachten over “Drie vragen over het oude Indië: denkt u mee?

  • 13 april 2018 om 12:17
    Permalink

    Mijn tantes hebben mij altijd verteld dat de overlevenden van de Birma Spoorlijn door het Rode Kruis naar Java zijn gebracht. Ik ben heel benieuwd of dat waar is.

    Beantwoorden
  • 15 april 2018 om 19:48
    Permalink

    In gemeentearchief Amsterdam liggen ook nog scheepsjournalen …https://archief.amsterdam/inventarissen/overzicht/872.nl.html
    “Van 1872 tot 1971 voeren drie achtereenvolgende generaties van de familie Mörzer Bruijns als stuurman en gezagvoerder bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam, A.G. Mörzer Bruijns (1838-1900), M.F. Mörzer Bruijns (1884-1962) en W.F.J. Mörzer Bruijns (1913-1996). Toen de Maatschappij Nederland in 1971 opging in de Koninklijke Nedlloyd in Rotterdam, schonk de directie aan W.F.J. Mörzer Bruijns een aantal journalen van schepen waarop hij, zijn vader en grootvader hadden gevaren. De journalen, ook scheepsdagboeken genoemd, bevatten gegevens over de bestemming, het traject, de koers, snelheid, weersgesteldheid, brandstofverbruik, technische gesteldheid van het schip en voorvallen aan boord.”

    Beantwoorden
  • 15 april 2018 om 22:43
    Permalink

    In het KTOMm ”Bronbeek” is nog 1(één) Birma ex-krijgsgevangene en
    gewoon aanspreekbaar aldaar gehuisvest.
    Nette brief aan Commandant Bronbeek en verzoek deze Heer
    te kunnen spreken en redenen.
    Succes
    Bo

    Beantwoorden

Geef een reactie