baboe

“Mijn moeder vertelde vroeger verhalen over haar baboe,” zegt Sandra Beerends. “Dan dacht ik: waarom had ik geen baboe? Het was een soort sprookje: een vrouw die jou bijna als een ‘prinsesje’ behandelt. Ik wist niet dat dat bestond, dat zou ik ook wel
willen.’

Zo begon haar fascinatie. En nu is er een documentaire die door heel Nederland gaat.

Naar Indonesië

baboeDe premiere was op het Internationale  documentaire festival Idfa. Nu zijn er vertoningen (zie lijst onderaan) De film gaat naar Indonesië. Daar is ook belangstelling.  Er komt een groot artikel in het Indonesische maandblad Tempo.
“Ik wil ook het Indonesische perspectief op onze geschiedenis laten zien,” zegt Sandra.

“Ze noemen me baboe” – dat is de titel. Veelzeggend en meteen duidelijk voor wie er gevoel voor heeft. Sandra: “Ik heb gekozen  voor het perspectief van een Indonesisch meisje dat als baboe gaat werken, in de periode 1939-1949. Ze leeft in die tijd, dus daar  is ze deel van, en ze kijkt er met eigen ogen naar. Alles gebeurde over haar hoofd, ze had niet de macht of de mogelijkheid er
zelf iets aan te doen.

Jaren heeft Sandra Beerends aan de documentaire gewerkt. Ze reisde door Indonesië en sprak met vrouwen die  als baboe hadden gewerkt, met hun kinderen,kleinkinderen en met Nederlandse kinderen, die ooit in hun jeugd in Indonesië zijn
groot gebracht door Baboes. Gaandeweg besloot ze een fictieve laag in de documentaire te leggen. Maar de basis is echt,  waargebeurd. Eerst nog even dat andere, het persoonlijke. Sandra vertelt.

Tante Trui

“Veel mensen vertelden me over hun baboe. Ze was bij iedereen belangrijk geweest, soms een tweede of eerste moeder. Mijn moeder (Semarang, 1939) vertelde me over haar jeugd en daar kwam de baboe in voor. Zij was degene die er van ‘s morgens
vroeg tot ‘s avonds laat zat, die je verzorgde, mandiede, poederde met bedak om te zorgen dat je niet ging smetten. Van anderen
hoorde ik dat ook.

Sandra Beerends
Sandra Beerends

Meestal werden ze baboe genoemd. Een woord dat de nazaten als scheldwoord ervaren. Of ze kregen een rare Nederlandse naam, zoals  baboe Marie.  Naast mijn moeder woonde Tante Trui, zij had tien kinderen en twee baboes. Zij zijn later meegegaan naar Scheveningen  waar ze in kleine huisjes woonden.

In eentje woonde de oudste baboe met een eigen dochter en de vijf oudste kinderen van Tante  Trui, en in het andere huisje de Tante Trui met Oom Jan, de andere baboe en de kinderen. Ik ben daar vaak geweest.”

Het zijn mooie verhalen die mensen vertellen, weet Sandra, maar het gekke is: ze houden opeens op. “Als ik vroeg, hoe is het met haar, de baboe, verder gegaan, dan wist haast niemand dat. Dus mijn nieuwsgierigheid daarna groeide. Ik weet dat er mensen naar  Indonesië terug gingen en hun baboe zochten, maar zonder naam begin je niet veel.”

Om de baboes terug te vinden, dook Sandra ook de  film-archieven in.

Familiefilms

In het Amsterdamse Eye liggen familiefilms uit Indië, gemaakt door degenen die aan Nederlandse familie wilden laten zien hoe ze
het hadden. Sandra heeft er honderden gezien want: ook baboes kwamen soms in beeld. Ze vertelt wat ze met al dat materiaal deed:
“Uit die verhalen heb ik één lijn gemaakt want ik wilde  één verhaal vertellen. Ik werk als dramaturg mee aan films en series en
voor mij is het emotionele verhaal belangrijk. De beelden waren zonder geluid. Ik heb er muziek voor laten componeren, een
sounddesign laten ontwerpen en er een voice over aan toegevoegd. Deze stem van de baboe is van de Indonesische actrice Denise
Aznam. De ondertiteling van het gesproken Maleis is in het Nederlands en Engels.”

 

Wilt u de film zien?
Vanaf 28 november:

LantarenVenster Rotterdam
Chassé Cinema Breda
Filmtheater Gigant Apeldoorn
Natlab Eindhoven
Louis Hartlooper Complex Utrecht
Filmhuis Den Haag
Filmhuis Dakota Den Haag
Verkadefabriek Den Bosch
Filmtheater De Keizer Deventer
CineBergen Bergen N-H
Slieker Film Leeuwarden
Focus Filmtheater Arnhem
Filmtheater Hilversum
Filmtheater Het Fraterhuis Zwolle
The Movies Dordrecht
Filmhuis Alkmaar
Groninger Forum (vanaf 30-11)
EYE Amsterdam (vanaf 1-12)
Het Ketelhuis Amsterdam (vanaf 1-12)
Rialto Amsterdam (vanaf 1-12)
De Balie Amsterdam (vanaf 2-12)
Filmschuur Haarlem (vanaf 1-12)
LUX Nijmegen (vanaf 1-12)
Filmtheater Lumière Maastricht (vanaf 1-12)
Cinema Gouda (vanaf 1-12)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven? klik hier en lees.  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven

Ze noemen me baboe

2 gedachten over “Ze noemen me baboe

  • 29 juni 2020 om 18:23
    Permalink

    Geloof het of niet. Dat is vaak iets wat voor een verteller een vraag is en voor de toehoorder(s) een weet. Maar goed het gaat over baboes. Daar valt heel wat over te vertellen. De gegoede burgers in het voormalig Nederlands Indie en daarna zij die voortleefden in de huidige eenheidsrepubliek Indonesie hadden verschillende personeels-leden van beiderlei kunne, aan huis. Zo was er de kebon of kebun. Bijna altijd een inlandse man. Dan had je de baboe of meerdere zelfs, die de typische taken van de ‘lome’, toen Europese, huisvrouw uitvoer(d)en en dan had je de ‘djongos’, de Indische versie van het ‘manusje van alles’ in het huiselijke drukte.
    Wij verhuisden van de Mentengbuurt (in Batavia) naar de Tjikinibuurt, waar ons gezinnetje neerstreek in die woelige dagen na de politionele acties en de souvereiniteitsoverdracht. Maar daar gaat dit verhaaltje niet over. Slechts om aan te geven dat we in ons paviljoen pas gingen beschikken over een drietal dames van Javaanse en Soendanese afkomst, die, zoals dat tegenwoordig heet, emplooi kregen als huishoudelijke assistenten. (volgens het Grote Bahasa Indonesia Woordenboek (vergelijkbaar met de dikke Van Dale) “asisten rumah tangga”. Dat is een hele mond vol. Dus dat wordt, zoals gebruikelijk, afgekort tot “ART” of in de volksmond “pembantu” (hulp). Overigens is de uitleg van het woord ‘baboe’ in de documentaire twijfelachtig. Want baboe wordt uitgelegd als een acroniem voor ‘ba'(juffrouw)?? Volgens het woordenboek dan Prof. A Teeuw heeft het INdonesische woord ‘ba’ o.a. de betekenis van ‘overstroming’ of ‘eb’. Wel bestaat er enkele Javaanse woorden zoals “mbah”(bet. aanspreektitel voor een opa of oma, Dan is er het eveneens Javaanse woord “mbak”, hetgeen de aanspraaktitel is voor ‘zus’ (en soms ‘juffrouw’). Ten overvloede is er ook het Javaanse woord ‘mbok'(aanspreektitel voor een mevrouw of oudere dame). Vanwege de dialectische afwijkingen kan het zijn dat de medeklinker ‘m’ weggelaten wordt bij deze drie zelfstandige naamwoorden. In ieder geval hadden mijn ouders van elke categorie er een van in dienst.De mbak bij ons was een Soendanese, de andere twee Javaanse mboks. Terugkomend op de uitleg van het woord baboe, in de documentaire. Het tweede deel van het acroniem, ‘boe'(bu)(= moeder of oudere dame in het Bahasa Indonesia) is aannemelijk in de betekenis van ‘ibu'[ieboe]. Het acroniem ‘baboe’ is echter onlogisch. Want wat is het nu? Een jongere of een oudere vrouw? Over de relaties tussen het huishoudelijk personeel en hun ‘majikans'(werkgevers) moet heel genuanceerd over geoordeeld worden. Soms zijn ze heel speciaal zoals de relatie tussen Alima en het jongste familielid Jantje, waarbij affectie onontkoombaar was. Ik wil alleen nog maar kwijt dat Javaans personeel doorgaans als vrij betrouwbaar, met een hoog commitment is. Getuige de migratie van uitsluitend Javanen naar andere koloniale gebieden, zoals bijvoorbeeld Suriname. Maar uit eigen ervaring sinds mijn langdurig verblijf in Indonesia, kan ik dat ook onderstrepen. En of er in de veertiger jaren als arbeidbemiddelingsbureau’s(o.a. voor ‘man/womanpower) in Nederlands Indie waren, moet ik het antwoord schuldig blijven.

    Beantwoorden
    • 29 juni 2020 om 18:34
      Permalink

      Hartelijk dank voor uw reactie!

      Beantwoorden

Geef een reactie