spookverhalen
Batavia (Wikimedea commons/Tropenmuseum)

Paul Baro schrijft zijn herinneringen op. Hij stuurde me ‘spookverhalen’. Als u ze leest, ligt u straks ook wakker, net als ik.  Ook in Nederland kan er dat vreemde gebeuren, net als in Indië. Van Paul (die de cursus Levensverhaal schrijven volgt) mocht ik drie spookverhalen publiceren. U bent een gewaarschuwd mens.

 

Oma Tien en de sirihpruim

Wie in Indië is grootgebracht heeft beslist ooit naar spookverhalen geluisterd. Spookverhalen kunnen streek gebonden zijn of hebben betrekking op een bepaalde straat of gebouw of plek. Ook zijn er de toevallige verhalen die verband houden met vreemde gebeurtenissen.
Het zal niemand verbazen dat deze gebeurtenissen in de meeste gevallen plegen plaats te vinden in de nachtelijke uren.

De verhalen werden gedeeld bij gezellige bijeenkomsten waar vrienden, ooms en tantes, al dan niet met kroost, bijeen waren.
Bij mijn opa Frits en oma Tien was het gebruikelijk dat op zaterdag na het avondeten buiten gezellig werd gekeuveld (ngobrol) onder een grote waruboom die in de tuin stond.
Wanneer de zon onderging haalde oma obat njamuk spiralen die aangestoken werden en vervolgens om de hals van een fles werden gehangen. Onder elk tafeltje werd dan zon’n fles met spiraal geplaatst. Het ging er altijd gezellig aan toe. Niet in het minst door de zekerheid dat op enig moment wel een wedang jahe venter of sate boer langs kwam. De wedang jahe, een pittige en gezoete gemberdrank, werd als opwarmer voor de frisse Yogyase avond gedronken.
Op een avond was alles opgesteld en ging het gesprek in het begin over familie zus of zo. Opa die van geroddel niets moest hebben kwam op het juiste moment met een sterk spookverhaal op de proppen. Iedereen luisterde aandachtig en de kleintjes waren intussen steeds dichter bij hun ouders gaan zitten omdat ze het eng vonden. Eigenlijk kan ik mij het verhaal van opa niet meer herinneren maar wel wat er na afloop van opa’s verhaal gebeurde.
Oma Tien keek opa enigszins tartend aan en zei dat ze hoe dan ook niet in spoken geloofde. Toeval of niet, maar net nadat oma haar mening gaf vloog er een sirihpruim door de lucht die vol op oma’s mond terecht kwam.
Nu is de sirihpruim niet bepaald fris en hygienisch te noemen, zeker wanneer er reeds op was gekauwd. De bewuste pruim was er een die goed was doorgekauwd en het rode sap (speeksel), dat zo kenmerkend is voor deze tabakspruim droop tergend langzaam van oma’s mond. Zij heeft na het gebeurde snel haar mond en hele gezicht gewassen en nooit meer haar ongeloof jegens spookverhalen geuit.

 

De heldhaftige jaga’s

Het moet omstreeks 1946 zijn dat mijn vader twee jaga’s (bewakers) had ingehuurd om het huis te bewaken. Deze bewakers werden voor de nacht ingehuurd en hoefden feitelijk alleen rondjes te lopen en alarm slaan bij onraad.
Ons huis was vrijstaand en werd aan een zijde verlicht door een straatlantaarn. Dat zou derhalve de minst interessante zijde voor eventuele onverlaten moeten zijn.
De mannen werden op maandag voor het eerst ingezet. Tegen een uur of tien kwamen ze opdagen en kregen een korte uitleg van wat er van hen werd verwacht. Nou meneer, dat is geen probleem. Maakt u zich vooral niet ongerust, wij zullen goed opletten zeiden ze heldhaftig. Na deze geruststellende woorden ging een ieder onder zeil en werd het rustig in huis. Iets na middernacht werd er opgewonden op de voordeur geklopt. Mijn pa deed, nadat hij gezien had dat beide bewakers voor de deur stonden, open. “Ada apa mas?”vroeg mijn vader. Hij had de vraag ternauwernood gesteld of beide mannen vertelden opgewonden dat ze aan de zijkant van het huis werden verrast door een boze geest. “Hoe weet je dat het een geest is” vroeg pa. “Nou meneer, we liepen aan de verlichte zijde van het huis naast elkaar toen wij ineens een groot spook dat uit het huis kwam zagen. Wij waren er zo door verrast dat we ons voorzichtig verwijderden van het spook. Maar toen we dat deden werd het groter, en hoe harder we wegliepen hoe groter het alsmaar werd”, vertelde de heldhaftigste van de twee.
Pa met de twee “helden”naar buiten om naar de plek des onheils te kijken.
Intussen was het hele gezin wakker van het tumult en waren nieuwsgierig wat mijn vader zou ontdekken. Niet veel later kwam mijn vader breed grijnzend en hoofdschuddend terug in de woonkamer en vertelde wat er naar alle waarschijnlijkheid was gebeurd.
Bij het passeren van de straatlantaan keek een van de jaga’s terloops naar de muur en waar hij een schim zag. De schim was de schaduw van hem en zijn makker. Geschrokken van de reactie van de eerste bewaker raakte de tweede bewaker in de stres en namen ze wat meer afstand van het “spook”. Doordat de mannen zich dichter naar het licht van de lantaarn bewogen werd de schaduw groter. En toen men het op een lopen zette richting lantaarn, groeide de schaduw uit tot enorme afmetingen! Zo werd een bijzonder spannend spookverhaal met simplele natuurkunde naar het land der fabelen verwezen.
De bewakers heeft pa ondanks het gebeurde, uit piëteit toch maar even aangehouden.

De geheimzinnige haji

In 1947 heeft ons gezin, in afwachting van vrijkomende woningruimte, een paar maanden bij oom Johan in Surabaya ingewoond. Oom Johan had een groot gezin, maar er kon nog een achterkamer worden vrijgemaakt voor ons.
Het voordeel van de achterkamer was dat de toiletten, de was- en doucheruimte maar ook de waterput direct onder bereik waren.
Omdat het in de ochtend altijd een drukte van jewelste was bij de douche- en mandikamer gingen mijn vader en ik ons meestal behelpen bij de waterput.
Wanneer je bij de waterput stond dan keek je aan een kant uit op de achterzijde van het huis en aan de andere kant op de achter galerij.
Op een ochtend stonden pa en ik bij de waterput onze tanden te poetsen toen mijn vader mij ineens aanstootte met de vraag of ik die haji bij de gudang (schuur) ook zag staan. Ik bevestigde dat en stelde tevens de vraag hoe die man daar ineens kwam. Pa liep naar de plek waar de haji stond om te ontdekken dat de man plotseling in het niets was verdwenen.
Bij het ontbijt werd ter verificatie aan oom Johan gevraagd of hij een haji had toegelaten tot de achter galerij. Oom Johan kon de vraag niet geheel plaatsen, dus werd hem verslag gedaan van het gebeurde. Zowel oom Johan als de overige gezinsleden stonden wat verbaasd en ongelovig te luisteren naar ons relaas, maar niemand had een haji toegang verleend tot het huis.
De hele week gebeurde er niets maar vrijdag ochtend na het gebeurde stonden pa en ik weer bij de waterput en verdraaid, ineens stond die geheimzinnige haji weer op de zelfde plaats voor de gudang. Wij zagen hem bijna gelijktijdig en pa maande mij om even stil te zijn teneinde de man goed in zich te kunnen opnemen. Nadat hij de man voldoende had bekeken stapte hij opnieuw naar de man toe. En opnieuw verdween de man in het niets.
“Dat was een geest” zei pa met grote stelligheid. De verschijning heeft zich nog drie maal gemanifesteerd en is daarna nooit meer teruggekomen.
De achtergrond van het verschijnsel hebben we niet kunnen achterhalen, maar voor mij was het wel een bijzondere ervaring. Ik was toen zes jaar.


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan hier: klik en kijk  Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

Kunnen spookverhalen waar gebeurd zijn?

2 gedachten over “Kunnen spookverhalen waar gebeurd zijn?

  • 28 september 2019 om 12:33
    Permalink

    Spookverhalen waar of niet waar gebeurd? Ik denk de meeste verhalen over spoken, geesten, verschijningen e.d. wel waar gebeurd kunnen zijn geweest.

    Het was 2007 en mijn dochter en ik waren net op de dag geland aldaar in dat verre tropenland om een paar weken op ons verblijf daar door te brengen; ’s avonds na het eten zaten we in de tuin. Het was windstil en vrij zwoel en ik had een tafeltje in de hoek van de tuin gedrapeerd met pasarbloemen en zei tegen mijn dochter, dat ze haar voorouders moest groeten door middel van een gebed bij het tafeltje met bloemen en om hun zegen moest vragen… ze deed wat ik haar vroeg, knielde neer bij het tafeltje en deed haar gebeden…Ik zelf zat op een stoel circa 10 meter van haar vandaan naar haar te kijken….Toen ze klaar was, schrok zij zich een hoedje, want de struiken waar het tafeltje met bloemen stond, ritselden heftig alsof een onzichtbare hand de takken uitschudde, keek meteen achterom omdat ze dacht dat ik het was en zag wat bleekjes van schrik…”Het is goed, het zijn je voorouders die je welkom heten. Bedank ze maar voor hun bezoek en antwoord.” Hetgeen ze ook deed…. We gingen naar bed en stonden de volgende morgen op….nog steeds bladstil en het tafeltje stond er ook nog alsof er niets was gebeurd, maar de bloemen… waren en bleven spoorloos…..Dochterlief keek naar me met ogen vol verbazing en ik glimlachte en zei: Goeiemorgen papa en mama en jullie allemaal…(Al mijn directe familieleden liggen daar begraven.). En dochter en ik vervolgden ons dag menu….

    Het was ergens in de jaren eind negentig vorige eeuw. Had een buurman die me op een dag een groot schilderij gaf, voorstellende een sawah tafereel en het schilderij was circa 2 bij 1 meter groot. Ik kreeg het van buurman omdat ie ging verhuizen en hij geen plaats meer had om dat ding op te hangen in zijn nieuwe maar kleinere woonkamer. Ik hing dat ding boven de TV op; buurman was verhuisd en het leven ging door. Hoorde zeker een jaar niets meer van en over buurman. Ik ging op een dag mijn boodschappen doen, kwam thuis en kreeg de schrik van mijn leven, toen ik de woonkamer betrad. Schilderij lag zeker een meter van de muur verwijderd, voor de TV op de grond, leunend tegen de TV kast. Alsof iemand dat ding van de muur had gehaald en voor de TV op de grond had gelegd. Grapje van een vriend, dacht ik nog, maar deuren had ik op slot gedaan, dus dat kon niet.
    Enfin, ik hing het schilderij weer gewoon aan de haken op en ’s middags was ik in de tuin bezig mijn planten verzorgen, toen de overbuurvrouw op me afstapte…: Hé Hans, heb je het gehoord? Je oude buurman is vorige week overleden en begraven. Zijn zoon heeft me net gebeld.” … OK, mijn oude buurman had me dus op zijn manier gegroet op weg uit dit aardse leven. Probeerde buurman op zijn manier het goed te maken door op zijn manier een groet te brengen?? Want een rouwkaart had ik niet gekregen en kon niet op zijn begrafenis aanwezig zijn… Een week later kreeg ik bezoek van zijn zoon om me over de details van zijn vader verscheiden te vertellen en ik heb hem het schilderij meegegeven als aandenken aan zijn vader….en hem gezegd, dat het niet netjes geweest was….Hij verontschuldigde zich en zei dat hij daarom persoonlijk langs kwam….

    En zo heb ik nog tientallen verhalen over dat onbekende gebeuren in dat andere leven, dat we niet kennen. Mijn pleegpa had me – toen ik klein was – ingewijd in deze wereld, want hij was “met de helm geboren” en veel later pas wist ik dat ik idem dito met de “helm geboren was.” Hij had me willen behoeden voor het onbekende, want het schijnt dat men er “iets” van kan overhouden, als men het niet “aan kan.”

    Beantwoorden
    • 28 september 2019 om 12:47
      Permalink

      Het lijkt me een verrijking maar ook een zware verantwoordelijkheid om met de helm geboren te zijn. Het ‘aankunnen’ duurt een leven lang, vermoed ik. Dat er ‘meer’ is, weet ik, alleen is het moeilijk te duiden. Daarom aanvaard ik het.

      Beantwoorden

Geef een reactie