Sumatra Post, 4 januari 1929

Kent u dat verlangen, van o kon ik dit of dat nog eens eten? Ik voel dat als ik oude kookboeken doorblader. Hoe ouder, hoe beter. Dan zie je recepten waarvan je denkt: wat.is.dat.

Dat heb ik dus met Chineesche Broedertjes.

 

 

Kookboek

In dat klassieke kookboek vond ik het recept. De titel is: Groot nieuw volledig Indisch kookboek Van Goor Zonen: Den Haag/Brussel, [zonder jr, eerste dr. 1902] De schrijfster is nog steeds een bekende naam: mevrouw J.M.C. Catenius-van der Meijden. Intimi mochten Koba zeggen.

Recept

Hier is het recept voor Chineesche Broedertjes:

Twee eendeneieren, 2 eetlepels legèn, 2 pond meel, 2 kippeneieren, een paar lepels boter, 4 lepels witte suiker, 1 kopje legèn, was.

De eeneneieren worden met de twee lepels legèn tot wit schuim geklopt; daarna worden de kippeneieren goed geklopt en het meel en de boter er door geroerd, daarna ook de suiker en het kopje legèn. Wanneer met dit beslag goed heeft gemengd, laat men het, liefst in de zon, een paar uur rijzen.
Vervolgens neemt men eenige Chineesche theekopjes, die men met gesmolten was en boter bestrijkt en met dit beslag voor ¾ vult, waarna men het nog een uur in de kopjes laat rijzen. Men bakt ze in een over (of penggorèngan) met éérst van onderen, daarna van boven vuur.

Oordeel

Van koken heb ik weinig verstand, dus ik kan niet bedenken of dit een moeilijk recept is. Het is kort, dus dan moet de kok misschien ervaren zijn. Wat legèn is, weet ik niet en zelfs Google laat me hier in de steek. Zijn eendeneieren overal te koop?  En dan is er nog de vraag, waarom dit nu juist heet zoals het heet. Chineesche Broedertjes. Mevrouw Catenenius is er helaas niet meer, ze stierf in 1926. Nog geen honderd jaar geleden, pas een paar generaties terug.

Misschien reken ik mezelf rijk met de herinneringen, maar weet er nog iemand iets over dit recept?

 

Het verlangen naar Chineesche broedertjes

7 gedachten over “Het verlangen naar Chineesche broedertjes

  • 21 maart 2018 om 13:32
    Permalink

    Legèn is het zoete vocht van de arenpalm dat je verkrijgt door insnijdingen te maken in de bloemkolven van de arenpalm. Het wordt gebruikt als zoetstof.

    Beantwoorden
    • 21 maart 2018 om 13:33
      Permalink

      Aha, een kenner! Dat geeft al wat meer kijk op de kwestie.

      Beantwoorden
      • 21 maart 2018 om 13:40
        Permalink

        Gula Jawa oplossen in wat water kan ook gebruikt worden. In een goede Toko kun je meestal palmstroop krijgen.

        Beantwoorden
  • 31 maart 2018 om 17:16
    Permalink

    Op internet vond ik ook het volgende:
    De gist heet in Indië legèn (de g uitgesproken als de Duitsche) en komt voort uit het gegiste sap van den aren-palm.

    Beantwoorden
    • 31 maart 2018 om 18:59
      Permalink

      Hartelijk dank, ik ben weer wat verder!

      Beantwoorden

Geef een reactie