nederlands-Indie

Schrijftip: Hoe begin je? (video)

Een goed begin is het halve werk, dat weten u en ik. Alleen kan soms het begin zo lastig te vinden zijn, dat het moedeloos maakt. Zo leidt uitstel…
“Ik doe het morgen wel”
vaak tot afstel…
“Dat ga ik nog wel een keerje doen.”

Hoe het lukt

En dat zou jammer zijn. Want wanneer u voelt dat u een verhaal te vertellen heeft, dan is het vaak een kwestie van weten hoe u dat aanpakt. Zoiets is immers geen aangeboren kennis. Ik heb het ook geleerd, dankzij de hulp van anderen en door te beginnen met schrijven. Iets uitproberen, experimenteren, ervaren wat werkt en wat niet werkt. En dan al doende zien: het gaat lukken.
Dat wens ik u ook toe.

Video

In deze video:

  • een voorbeeldzin
  • waarom saai goed is
  • nadoen is gemakkelijk

Heeft u een vraag, wilt u overleggen, boek dan een gratis en vrijblijvend  telefonisch overleg-gesprek. Klik hier en kijk hoe dat gaat (opent in een nieuw venster)


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Hoe ik aan oud geld uit Indië kwam

oud geld uit Indie
Natúúrlijk wilde ik in Semarang winkelen. Ik had net het oude huis van mevrouw Kloppenburg gezien, Bodjongweg 80 destijds, en dat had wat met me gedaan.

Wat?
Emotie. De vreugde van het weten dat mevrouw Kloppenburg daar echt gewoond had, en hoe dichtbij ze voelde toen ik mijn hand op het huis legde. Daar had ze gewoond met man en kinderen, daar had ze mensen behandeld met haar kruidenkennis. Het was haar huis, en toch ook zag ik dat de tijden veranderd waren. Verleden en heden, aan de Bodjongweg in Semarang.

Tegelijkertijd was er ontroering in me. Ik voelde tranen komen. Ook verdriet. Want ik wist van haar latere jaren, de oorlog, de Japanners, de steun die ze van de bevolking kreeg, en dan haar hele erge ziek zijn, mager worden en dan de laatste dagen.
Maar ik was wel nabij mevrouw Kloppenburg. Ik wilde voor altijd hier blijven  en ook meteen weggaan. Maar ja, wat je ook doet, je neemt toch jezelf mee, al die gedachten en gevoelens.
“Misschien later,” zei ik tegen mezelf. Een veilige gedachte.

Bodjongweg

Aan de overkant van de Bodjongweg had ik een rommelwinkeltje gezien. Oud, stoffig, ietwat verwaarloosd van uiterlijk,  waardoor ik meteen wist daar moet ik heen.
Het rook er muf. Oude boeken ruiken ook zo. Lekker.
De man die de winkel beheerde was aan alles gewend geraakt, hij zat er te zitten en als er iemand binnenkwam, taxeerde hij even hoe kapitaalkrachtig de klant was. Dus daar kwam ik en wat zag hij? Niet veel, vrees ik.

Over de aanblik die ik bood heb ik weinig illusie. Ik moet er wat verwilderd hebben uitgezien, wegens het feit dat ik net had staan te huilen bij mevrouw Kloppenburg.
Ik zag verhit hebben geoogd, want nou ja het klimaat, ondanks de verstandige kleren van katoen die ik speciaal had gekocht.
Ook moeten mijn ogen een beetje te wijd open hebben gestaan wegens de belofte van een oude winkel, toch is dat het eerste teken van krankzinnigheid.

In de winkel keek ik eens hier en ik keek eens daar, en daar stond het opeens. Een houten, ja wat eigenlijk geweest? Mogelijk een wierookhouder.
Erin zat een stapeltje biljetten uit de oude tijden.
Geld en geen geld.
Een tastbaar verleden dat ik tegenwoordig alleen op websites te koop zie.

Wilhelmina

Natuurlijk kocht ik het oude geld. De prijs kan ik me niet meer herinneren. Wel dat het meereisde in mijn koffer en hier veilig aankwam. Sindsdien staat het op een boekenplank in mijn huiskamer.
Ik doe er niks mee.  Toch is het een dierbaar bezit.

Wilhelmina.
Die uitdrukking: ‘Nederlandsch-Indische gouvernementsch gulden’.
Dat het ooit een wettig betaalmiddel was.
De rupia, in 1950 het wettige betaalmiddel.
Tastbare geschiedenis. Al die veranderingen zitten in dat papier geborgen.

Schrijftips

Heeft u zoiets thuis ook?  Spullen van vroeger of herinneringen aan wat er geweest is. Daarmee kunt u aan de slag, als u wilt gaan schrijven:

1 Waar liggen de spullen van vroeger? En als alles weg is, wat zou u nog zo heel graag hebben behouden?
2 Wie heeft ze in handen gehad?
3 Wat was vroeger het gewone alledaagse waarvan u zegt dat zou ik graag weer eens hebben?
U ziet, gaan schrijven kan ook eenvoudig en gemakkelijk zijn. U neemt een voorwerp en noteert wat u ervan weet en wat u erbij voelt en denkt. Misschien kunt u een levensverhaal of een familieverhaal schrijven aan de hand van 12 voorwerpen. Ja, zo kan het ook. We kunnen eens vrijblijvend samen overleggen hoe het schrijven voor u er in de praktijk uit kan zien.  Maak dan een afspraak voor een telefoongesprek en stuur me een mailtje. Een telefoontje is altijd gezellig. Kijk eens naar mijn digitale agenda en klik hier.

Waarom een njai inheems kan zijn maar ook Japans (en Chinees)

Valt het u ook op? De laatste tijd is er meer aandacht voor de voormoeders in families. Voormoeders als in: de njai’s, de concubines van Europese mannen. De vrouwen waren vooral inheems maar ook Japans en Chinees.

In de tangsi

Er is nog altijd te weinig bekend over hun levens, al verschijnen er gelukkig geleidelijk meer boeken. De Indische schrijfster Lin Scholte schreef uitgebreid over het leven in de tangsi (kazerne, kampement) waar ook haar moeder Djemini aanvankelijk njai was.
In de tangsi woonden de lagere rangen militairen van het KNIL. Een njai (daar vaak muntji genoemd), was bijna altijd inheems.
De officieren deelden soms een woning; en naarmate het traktement hoger was, konden ze een woning voor zichzelf betalen. Daarin was ruimte voor een concubine.
Buiten het militaire leven waren er njai’s op ondernemingen en vroeger in de steden.

Over haar leven

Inheems waren de voormoeders niet altijd. Zij waren ook Chinees en ook Japans. Wanneer u een voormoeder in de familie heeft, is het lang niet gemakkelijk om iets meer over haar leven te weten te komen. Maar niet onmogelijk.
U kunt boeken opsporen over de tijd waarin zij leefde.
Ik noemde zonet Lin Scholte, zij beschrijft een lange periode van eind negentiende eeuw tot na de oorlog.
Michel Ketelaars noemt in zijn Compagniesdochters: vrouwen en de VOC de afkomst van Sarah Specx, dochter van Jacques Specx en een Japanse njai. Reggie Baay schreef: De njai. Er zijn meer boeken, niet alleen non-fictie maar ook fictie.

Een Japanse njai

Zo is er de merkwaardige en interessante roman uit 1904 van Louise B.B.: Janneke de Pionierster. In 1914 werd het boek herdrukt, dus na tien jaar was er nog steeds een belangstellend publiek te vinden.
Het is in dit boek, dat een Japanse njai verschijnt.
Alleen: het is een roman. Louise B.B. kende Indië, maar toch. Een roman is waar en niet waar tegelijkertijd.
Janneke de Pionierster is een feel good roman, optimistisch van toon, en toch of juist behandelt het zware onderwerpen. Het moet een soort voorlichting zijn geweest voor de Hollandse vroywen die naar de Oost trokken.
Janneke, de heldin van het boek, was dat ook.

Als getrouwde vrouw komt ze in het denkbeeldige Rameleh terecht. Een mannengemeenschap, lijkt het. Bij de chef van haar man blijkt een jonge Japanse vrouw te wonen. Eerst voelt Janneke afweer, wegens het onfatsoenlijke van de situatie. Maar het contact tussen beide vrouwen ontwikkelt zich.
Yum-Yum is de enige die Janneke bijstaat na een zware ziekte en een miskraan. Zij is eerlijk over wat er nog meer is gebeurd:

“Yum!”
Zij kwam ijlings naar mij toe, meenende mij te moeten helpen, maar ik greep haar snel bij beide polsen, trok haar over mij heen, half in bed, zoodat ik haar vlak in het gezicht kon zien.
“Ja, allah! mintah ampong!” schrikte zij, toen zij mijn schitterende oogen ontmoette.
“Yum. . . ., zeg mij. . ., is . . . het . . . dood, dood geboren?”
Yum met smartelijk vertrokken gezichtje antwoordde knikkend: “O ja, nonja, saja, nonja!”
“Vertel. . . hoe kwam het ?”
“Op een nacht. . . ., door de erge “sakit demum” van de nonja,” zeide toean dokter!”
[…]
“Neen, neen, niet roepen, niemand roepen. . . . Kijk, het is al over immers, ik zal niet meer huilen! ”
Ik had met stugge bevelende stem gesproken, een poos lag ik doodstil, mij trachtend te bedwingen, toen zeide ik op korten toon: “Ga nu maar naar je werk, ik heb je niet meer noodig hier!”

Die ‘korten toon’ is ongepast na al het meeleven en zorg van Yum. Het laat daardoor iets zien van de koloniale verhoudingen van die tijd.
Tegelijkertijd biedt de schrijfster Louise B.B. ruimte voor een uitweg. Aan het einde van de roman is de verhouding tussen de twee vrouwen gelijkwaardiger. Yum-Yum gaat trouwen, wat voor haar bestaanszekerheid en status betekent.

Spiegels van de tijd

Dus u ziet, romans zijn spiegels van de tijd van toen. Indien u voormoeder heeft die u nergens in de archieven kunt vinden, zoek dan in oude romans verhalen en beschrijvingen. Het is fictie, iderdaad, maar wel ergens op gebaseerd.
Wanneer u over de familie schrijft, help ik u graag bij het zoeken naar de romans die raken aan uw familiegeschiedenis. Zo krijgt u toch mooi beeld van vroegere generaties. Zullen we daarover eens van gedachten wisselen? Voor het maken van een vrijblijvende afspraak, is een mailtje voldoende: maak dan een afspraak in de digitale agenda. Dan praten we vrijblijvend een half uurtje. Zin in? Klik hier (er opent dan een nieuwe pagina) dan hebben we zo een afspraakje, in het nette.

Denkt u nog aan de Pelita-schrijfwedstrijd? Met uitleg-video

Misschien heeft u het nu ook dat u ofwel naar de Tong Tong Fair gaat, ofwel denkt zal ik vandaag of zal ik morgen gaan. Het is een hele ervaring, dat na de lange coronapauze het Indische dorp er weer staat.

Intussen is het ook zo dat de deadline voor de Pelita schrijfwedstrijd nadert, die is op 15 september al.
Ja: al.
Maar meedoen is best mogelijk, ook al is het dichtbij. U hoeft geen boek te schrijven, anderhalf kantje tekst is ongeveer genoeg.

In de video geef ik zeven tips om het u gemakkelijker te maken om mee te doen. Daar schreef ik eerder al een artikel over, maar een video erbij is net weer even anders.

Nu denkt u vast: waarom wil zij zo graag dat ik meedoe?
Ja, waarom.
Dat zal ik uitleggen.

Ik kom vaak iemand tegen die van plan is te gaan schrijven, het eigen levensverhaal, dat van de ouders of de geschiedenis van de familie. We praten en ik hoor mooie verhalen, en soms dat er foto’s of brieven zijn, dus er borrelt in mij een vulkaan van enthousiasme op.
“Dat schrijft u toch wel op?” vraag ik hoopvol.
En dan komt het:

  • ja hoor
  • het komt nog wel
  • ik heb het druk het komt er niet van

Ik snap het.
Maar: als het altijd nog kan, en u heeft geen plan, dan komt het er niet van. Er zijn verhalen, die ongeschreven blijven.

Uw pen in beweging

Nu het mooie van een verhalenwedstrijd. Zo’n wedstrijd gaat niet alleen om wat er te winnen valt, maar vooral om de kans uw pen in beweging te zetten. Te oefenen. Want er zijn beperkingen aan de inzendingen opgelegd:
Het kan niet over alles en iedereen gaan, maar uw inzending moet een verband met Pelita hebben.
Het kan niet eindeloos lang zijn, uw inzending telt maximaal anderhalf kantje.

Inspiratie

Ik denk nu even terug aan 1965, toen de Indische kunstkring Tong Tong een verhalenwedstrijd organiseerde met als onderwerp ‘Indische jeugdherinneringen’. U weet misschien dat juist door dat onderwerp Lin Scholte besloot haar eigen herinneringen op papier te zetten en in te sturen.
Dus de beperking van het onderwerp, die inspireerde juist.
Anders was ze niet gaan schrijven, en dan hadden wij haar mooie boeken nooit gehad.
Misschien wilt u alleen voor uzelf schrijven, of voor de kinderen of kleinkinderen. Ook prima. Maar ja, linksom of rechtsom moet er dan wel wat op papier komen.
En dan is een schrijfwedstrijd een mooie kans.

Hieronder de video met de zeven tips en uitleg. En mijn aanbod staat: wanneer u wilt dat ik proeflees dan kunt u mij uw inzending mailen. Of u uiteindelijk meedoet met de wedstrijd, dat is aan u. Hoe dan ook is het een kans om uw pen in beweging te brengen.

En wie weet wat u daarna allemaal gaat schrijven.

(tekst gaat verder onder de video)

 

Voor wie liever leest:

de zeven tips

Tip 1: Schrijf eerst voor uzelf
Dat wil zeggen, u gaat schrijven alsof u het verhaal niet gaat insturen, alsof u de enige bent die het verhaal ooit zal gaan lezen. Pas als u het af heeft, neemt u een besluit.

Tip 2: Ga uit van uw persoonlijke gevoel
Zonder gevoel is elk verhaal dood. Gevoel hoort er nu eenmaal in, zo kunnen lezers meeleven met wat u vertelt.
Welk gevoel?
Dat waar het echt om gaat.

Tip 3: Vertel als een ik
U bent de gids die mij door het verhaal meeneemt en als het een persoonlijk verhaal is, ben ik graag bij u als persoon.

Tip 4: Let op de verandering
Wanneer u een ervaring beschrijft, is het goed op de verandering te letten.
Dan is dit een handige methode:
A = de uitgangssituatie.
B= de verandering.
C = het resultaat van de verandering.
De structuur is: A-B-C.

Tip 5: Varieer eens wat
Wanneer u het verhaal op papier heeft staan, en u heeft besloten het in te zenden, kijk er dan nog eens kritisch naar: is elke zin meer van hetzelfde? Breng dan variatie aan.

Tip 6: Lees het aan uzelf voor
Jawel, hardop. Dan hoort u meteen welke zinnen lopen en welke niet. U merkt waar een woord ontbreekt en waar iets bij kan of moet. U ontdekt ook of uw verhaal een logisch einde heeft of dat het te abrupt ophoudt.

Tip 7: Stop er een levensvraag in
Dit is eigenlijk een bonustip, want het is niet iets dat noodzakelijk is. Wel kan het uw verhaal een geweldige diepgang geven.
De tip is: stop er een levensvraag in. Dat kan met een, twee zinnen al.

 

En eh… mijn aanbod staat. Als u wilt dat ik proeflees, gewoon mij het verhaal mailen.

Iets over het korfballen in Indië

korfballen in IndiëLang heb ik gedacht dat tennis het populairste was in Indië. Ja, misschien eind negentiende eeuw. Er zijn talloze foto’s van dames en heren met een racket, zeer netjes gekleed. Dames in langere rokken, maar toch: met fietsen was tennis een van de weinige manieren waarop ze sportief konden zijn. Veel werd ongepast gevonden.

Daarna dacht ik: zou badminton het populairste zijn?
Hmmm. Misschien later wel.

Nu denk ik aan korfbal. Dat komt op in Indië begin twintigste eeuw. De Nederlandsch-Indische korfbal bond ontstaat. Steden als Batavia hebben een eigen korfbalbond. Er zijn kleine wedstrijden en grote competities, er zijn ook stedencompetities en in 1937 las ik iets over de Java-Competitie.

Wat een sport. Wat een populariteit. Er moeten albums vol zitten met leuke en mooie en spannende momenten.
Toch eens vragen als ik weer bij de Indische krofbalclub ben- dat is de ROKI, Reünisten Oud-Korfballers uit Indië, voortgekomen uit een korfbalclub uit Batavia.
Ze sjoelen, ze tennissen, ze bowlen, maar ze korfballen niet.
Ik evenmin, hoor.

Hieronder iets over de Java-competitie, ik las het met verbazing over de technische termen en uitdrukkingen. Toen begreep ik: in 1937, het jaar van het krantenartikel, begreep elke lezer/es wat-wat was. Zo algemeen was dus die kennis.
Daar circuleren vandaag de dag vast nog veel verhalen over. Wie er eerlijk speelde en wie niet. Wat er in de kleedkamer gezegd werd. Waarom Batavia in 1937 zo sterk was.
En ook hoe zo’n competitiedag verliep, van begin tot einde, dat is ook een manier om een mini-levensverhaal te schrijven. Zeker weten dat veel mensen dat willen lezen, ik in ieder geval wel.

Hieronder een groot deel van het sportverslag uit het Algemeen handelsblad voor Nederlandsch-Indië, misschien herkent u wel namen. U denkt vast net als ik: Was ik er maar bij geweest…

Soerabaja — Bandoeng: 2—0

Gaf Bandoeng tegen Malang goed spel te zien, in dezen wedstrijd liet men het er hopeloos bij liggen. Bandoeng maakte op ons den indruk van vermoeid te zijn. De regen scheen dezen wedstrijd in het water te doen vallen, doch er werd besloten den wedstrijd toch voortgang te doen vinden. Uit den aard der zaak was het veld drassig. De bal was nagenoeg niet te hanteeren.
Het werd een eentonige wedstrijd met Soerabaia steeds in de meerderheid. Eén uitslag van 4—0 zou ons inziens de verhouding der krachten beter hebben weergegeven. Beide doelpunten werden voor Soerabaja door Yan Bin gescoord. Scheidsrechter Dankmeijer leidde naar behooren.

Batavia — Malang: 9—1

Als scheidsrechter F. Coldenhoff voor beginnen blaast, blijkt het dat er groote lelangstelling bestaat voor dezen wedstrijd.
Ook van Inlandsche zijde is de belangstelling goed te noemen. Malang wint den toss en valt in C. aan. Het spel gaat gelijk op. Dan zien we een mooie serie aanballen van Batavia-zijde. Van Minos en Lijbers combineeren goed samen. Een pxachtschot van Lijbers en het is 1 — 0 voor Batavia.
Even later weet mej. D. v. Renesse v. Duivenbode uit een strafworp het tweede doelpunt te scoren.
De vakwisseling brengt B. Jansen c. s. in den aanval. Deze snelle speler weet spoedig den stand op 3—0 te brengen. Dan een Malang-periode van overwich. Men speelt echter te kort om succes te kunnen boeken. Steeds weer weet de Batavia-verdediging te onderscheppen. Het spel begint van Malang-zijde zichtbaar te verruwen. B. Jansen breekt weer goed door en het is 4—0 voor Batavia. Steeds is Batavia in aanvalspositie. V. d. Bijl weet spoedig 5—0 te maken.
Malang begint steeds onsportiever te spelen, waartegen de scheidsrechter lang niet streng genoeg optreedt. Dan een goed schot van mej. Jansz en het half dozijn is vol.
Even later weet v. d. Marck de score te vergrooten. 9—1. Malang doet alle moeite om meer tegenpunten te maken. In de Batavia-verdediging weet mej. Duivenbode door tactische opstelling echter steeds te onderscheppen. Het einde van dezen zoo spannenden strijd breekt spoedig aan en als de scheidsrechter voor inrukken blaast heeft Batavia haar derden wedstrijd met klinkende cijfers gewonnen.
Scheidsrechter Coldenhoff leidde voor halftime goed. Na de rust zag hij vele overtredingen niet en trad niet streng genoeg op tegen ruw spel.

Bandoeng — Jogja: 4—2

In het begin een nagenoeg gelijk opgaande strijd. Jogja is echter iets in de meerderheid. Tallooze schoten worden op den Band. korf gelost, voorloopig echter zonder resultaat. Eindelijk gelukt het de kratonmenschen de leiding te nemen (1—0 voor Jogja). Bandoeng schijnt door dit doelpunt wakker geworden te zijn, tenminste men
komt geweldig opzetten. Alles zet men op om den gelijkmaker te scoren.
Een goede aanval van Mual en de stand is gelijk. 1—1. Bandoeng is na de vakwisseling in de meerderheid. Jammer dat Jogja in deze periode verslapt. Had men enthousiast doorgespeeld dan zou Jogja zeker weer de leiding genomen hebben. Bandoeng maakt van de Jogja-inzinking een dankbaar gebruik en Wattimena maakt 2—1 voor Bandoeng. Even na het vallen van dit doelpunt wordt voor rust gefloten.
Na de rust hetzelfde spel. Bandoeng blijft domineeren. Wattimena weet uit een strafworp de score te vergrooten. 3—1. Jogja schijnt het thans welletjes te vinden. Er komt meer leven in het spel. We zien eenige mooie Jogja-aanvallen. Er wordt echter te nonchalant geschoten om succes te kunnen boeken.
Aan de Bandoeng zijde doet Hetharia het beter. Met een welgericht schot deponeert bij den bal in de mand. 4—1. Onmiddellijk na den uitworp maakt Jogja het tweede tegenpunt. 4—2. De tijd verstrijkt meer en meer en als de scheidsrechter voor inrukken blaast heeft Bandoeng verdiend gewonnen.

Malang — Jogja: 4 — 0

De eerste tien minuten gaat het spel snel over en weer. Beide aanvallen geven eenige goede serie-aanvallen. Geleidelijk aan werkt Malang zich los en heeft Jogja niet veel meer in te brengen. Vooral het Malang-middenvak speelt stukken beter dan dat van Jogja. De druk op de Jogja-yerdediging wordt te zwaar. Een doelpunt kan ieder oogenblik verwacht worden. In den Malang-aanval is mej. De Ruiter de Wildt zeer op dreef. Herhaaldelijk bekogelt ze den Jogja-korf. Het schot is echter te onzuiver. Dan komt Jogja opzetten. De aanval .speelt echter te doorzichtig om succes te kunnen hebben. Men speelt te kort, zoodat Malang steeds weer onderscheppen kan.
Aan de Malang-zijde breekt De la Rambelje goed door; een schot en het is 1—o voor Malang. Jogja doet alle moeite om gelijk te maken, echter zonder resultaat. Plotseling zien we mej. De Ruiter-de Wildt goed doorbreken en met een welgericht schot brengt ze den stand op 2—0 voor Malang. De vakwisseling brengt Kiem Lioe c.s. voor Malang in den aanval. Deze speler weet spoedig met twee goede schoten den stand op te voeren tot 4—0. Gedurende den verderen strijd blijft Malang steeds domineeren. Sporadisch komt de bal in den Jogja-aanval. Men weet echter geen doelpunten meer te maken.
Het is de spelers (sters) aan te zien dat ze vermoeid zijn. Beide partijen spelen ook hun vierden wedstrijd.

Batavia — Solerabaia: 4—2

Als scheidsrechter Willemse voor beginnen blaast, zien we dat beide ploegen op zijn sterkst zijn. De publieke belangstelling is overweldigend. Onmiddellijk na den uitworp ontwikkelt zich een snel en enthousiast spel. Beide ploegen zetten er alles op om het Java-kampioenschap te veroveren. Van een zeker overwicht bij een van de partijen kan niet gesproken worden. In den Batavia-aanval is Lijbers de gevaarlijke man. Deze speler weet herhaaldelijk den Soerabaja-korf in groot gevaar te brengen. Dank zij uitstekend middenvakspel van Soerabaia is ook de Batavia-korf niet van gevaar ontbloot. Lijbers weet echter met een ver schot het eerste succes voor Batavia te boeken. 1—0. Het gejuich van de Batavia-supporters is niet van de lucht. Zelfs wordt door enkele enthousiastelingen vuurwerk afgestoken.
De vreugde is echter van korten duur, want even na den uitworp zien we mej. Z. Davies goed doorbreken, een schot, en het is 1—1. Na de vakwisseling komt een periode van Soerabaja-overwicht. Batavia is zichtbaar ontmoedigd door het tegenpunt. B. Jansen weet echter met een prachtig ver schot aan Batavia opnieuw de leiding te bezorgen. 2—1. Met dezen stond breekt ook de rust aan. Na de rust hetzelfde enthousiaste spel. Een prachtige doorbraak van B. Jansen en het is 3—1 voor Batavia. Nog is Batavia niet in veilige haven. Soerabaia heeft bepaald pech, als een mooi Schot van Coldenhoff uit de mand wipt. Zelfs mist deze speler op 3 meter afstand van den korf staande een pracht van een kans. Mej. E. Jansz in den Batavia-aanval doet het beter. Listig passeert ze haar tegenstandsters en met een welgericht schot maakt ze 4—1 voor Batavia. Nog laat Soerabaia zich niet onbetuigd. Hard wordt er gewerkt voor het tweede tegenpunt hetgeen aan mej. Wijnschenk gelukt. 4—2. De wedstrijd verstrijkt meer en meer en als scheidsrechter Willemse eindigen blaast, heeft Batavia, hoewel eenigszins geflatteerd, haar vierden wedstrijd gewonnen, waarmede zij tevens voor de zooveelste maal het Javakampioenschap in de wacht gesleept heeft.
[…]

Prijzen

Op den feestavond in de bovenzaal van „Versteeg” reikte de heer Rieber, voorzitter van den N.I.K.B., met een toepasselijk woord de prijzen uit. Batavia had een beker en een verguld zilveren médaille in intvangst te nemen. Jogja kreeg de door de firma Van Arcken uitgeloofde plaquette. Deze moest gewonnen worden door dat twaalftal, hetwelk tegen Batavia de meeste goals produceerde.

Mata glap: is het een verzachtende omstandigheid?

mata glap Het was zomaar een klein berichtje in het Soerabaijasch handelsblad van mei 1938. Pa Kaslan, die jaren lang een braaf en oppassend leven had geleid, stond terecht wegens moord op zijn schoonmoeder. Hij ontkende.

Leest u mee? Dit is uit de krant:

Wat de krant schreef:

Zijn lastige schoonmoeder gedood. Ex-loerah voor den Landraad.
Voor den Landraad stond terecht Pa Kaslan, ex-loerah van de desa Kedoeroes, Djaba kotta, Soerabaia, die zijn lastige schoonmoeder om zeep heeft gebracht.
Bekl. ontkende moord met voorbedachten rade, hetwelk hem primair ten laste was gelegd. Hij had zijn schoonmoeder eens grondig de les willen lezen, omdat zij hem bijna elken dag uitmaakte voor een luiaard, die van zijn vrouw leefde en zijn plicht als vader niet kende.
Hij kon haar scheldpartijen op het laatst niet meer verdragen en met de bedoeling haar wat in te toomen, gaf hij haar op zekeren dag een houw met zijn arit. Daar hij mata glap geworden was kwam deze houw zoo hard aan, dat zijn schoonmoeder eenige minuten later overleed.
Beklaagde die na 18 jaren dienst als loerah eervol is ontslagen, had berouw van zijn daad. Nadat ook de vrouw en de zoon van beklaagde als getuige waren gehoord, veroordeelde de Landraad hem tot 2 jaren gevangenisstraf wegens zware mishandeling den dood ten gevolge hebbende.

Drie punten

Wat ik uit het bericht begrijp, is:
1 Pa Kaslan had een arit vast toen hij mata glap werd
2 Hij werd al veel te lang getreiterd door schoonmoeder
3 Mata glap – wat doe je ertegen? Niets.

Dus dat is de fatale combinatie geweest.
Ik zocht afbeeldingen van een arit op: vlijmscherpe messen om het gras mee te snijden. Ja, als je dat net in handen hebt..

Geen moord

Het interessante is, dat Pa Kaslan in Nederland direct wegens moord zou zijn veroordeeld. Want hier bestond wel krankzinnigheid, maar dat is iets anders dan mata glap.
Dat komt en gaat.
Onweer en mist tegelijk in je hersens.
Je doet iets.
Daarna kijk je: was ik dat?
In Indië hoefde niet uitgelegd te worden wat mata glap was, de krant deelt het gewoon mee. Het gold als een verzachtende omstandigheid, begrijp ik. Pa Kaslan werd dan ook niet schuldig bevonden aan moord. Wel zware mishandeling- twee jaar gevangenisstraf.
Ja, en dan? Wat doet hij na twee jaar? Komt hij thuis, en wat zegt zjn vrouw dan? Ik durf er niet goed aan te denken, omdat ik heb gezien hoe scherp zo’n arit is. Zwoesh!! Daar lig je.

Verhalen over mata glap zijn fascinerend. Een beetje griezelig, een beetje spannend, en vaak ook een beetje begrijpelijk. Jarenlang treiteren, kassian.
Misschien kent u ook een dergelijk verhaal, of misschien kent u het gevoel. Dan schrijft u dat toch wel op?  Kwam het ook in andere bevolkingsgroepen voor?  Zelf was ik al kleutertje nogal driftig, dan werd het rood voor mijn ogen en dan sloeg ik erop los. Nu niet meer, hoor. Maar toen, nou. Maar ’t is toch anders dan mata glap, vermoed ik.

Hoe vaderdag ook in Indië kwam

vaderdagHet zijn van die dagen die er altijd lijken te zijn geweest en toch is dat niet zo. De wereld draaide vrolijk door zonder Moederdag en Vaderdag. Pas in 1937 vierde Indië voor het eerst Vaderdag. Met gemengde gevoelens, dat wel.

Het idee ervoor kwam uit Amerika, where else, zegt u meteen. In 1910 werd daar de eerste Vaderdag gevierd, in 1924 sprak de Amerikaanse president zijn steun uit en toen kwamen de discussies. Want moest dat nou? Indië dacht mee.

Eerst een mopje

In 1925 publiceerde het Bataviaasch nieuwsblad een mopje over ja dan nee Vaderdag:

In Weenen kent men al lang den Moederdag; op den tweeden Zondag in de maand Mei; alle moeders krijgen dan bloemen van haar kinderen.
“Altijd dat voortrekken van de vrouwen,” bromde Karelsen, “aan ons mannen denkt niemand. Waarom voeren ze ook niet een Vaderdag in?”
“Omdat, merkte zijn vrouw bits op, “” vaderschap niet altijd zeker is!”

Even serieus

Ja, au. Stapje vooruit in de tijd, naar 1929. Dan publiceert het Soerabaijasch handelsblad een serieus stukje over „Vader’s dag”. Hier komt het:

Op den derden Zondag in Juni, dit jaar op 16 Juni j.1., heeft men in Amerika in vele kringen den „Vader-dag” gevierd. Hij is ontstaan naar analogie van den „Moederdag”, welke zich daar reeds geheel ingeburgerd heeft.
Bij de meeste kerkdiensten staat op dien dag de dankbaarheid aan „vader”‘, hetzij deze tot de dooden of tot de levenden hoort, in het middelpunt der aandacht en de roos is het symbool van piëteit en liefde, dat men neerlegt op het graf van den doode of toezendt aan den levende, wien men op dezen dag hulde wil brengen.
De viering van dezen „vaderdag” (tot welks populariseering telegraaf-maatschappijen, bloemenhandelaren, enz. krachtdadig medewerken) vindt haar oorsprong in de vader-herdenkingsbijeenkomst, waartoe mrs. Ellison, in het kerkje der Universalisten te Winthrop (N. Y.) op den 3en Zondag van juni 1912, het initiatief nam.

Daar komt de kritiek al: want de middenstand gaat van de uitvinding mogelijk meer genieten dan de vaders zelf. Het idee van vaderdag lokte ook spot uit, want nou ja, waar was dan de grens? Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië schreef in ‘Brieven uit Amerika’ al iets daarover. Dan zitten we in 1931:

Den vorigen Zondag was het „Father’s Day”, ook wel genaamd de Dassen- en Sigaren-Dag, aangezien de op 21 Juni gefêteerde gezinshoofden voornamelijk met die twee soorten cadeaux bedacht worden. Elk jaar opnieuw verwacht ik nog eens een Tante of een Oom-Dag te zien geproclameerd, maar tot nog toe heeft die op zich laten wachten.

Kritiek en spot

Een jaartje later is de kritiek en de spot gegroeid. Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië:

De Chocolade-industrie, de „banketbakkerijen en de bloemisten hebben na een langdurige propaganda eindelijk den moederdag weten in te voeren, die thans ook in Nederland ieder jaar meer belangstelling en populariteit weet te verwerven.
In enkele landen hebben de dassen- en overhemden-industrieën een vaderdag weten te proclameeren en hebben daartoe den Hemelvaartsdag bestemd.
En nu zijn ook de speelgoederen-fabrikanten met een Kinderdag gekomen. Zij hebben besloten propaganda te maken, om elk jaar op 24 Juni een Kinderdag te houden.
[…] Als het zoo doorgaat, krijgen wij een Groot-moederdag georganiseerd door de koffie branderijen, een Grootvaderdag op touw gezet door de pijpen-fabrikanten, een Tantedag in het leven geroepen door de theeplantages en een Oompjesdag op initiatief der suikerfabrieken.

De Sumatra Post heeft het in 1934 ook over ‘Schoonmoederdag’, maar spot of kritiek, het helpt niets en in 1937 is Vaderdag erdoor. Het is weer de Sumatra Post die erover bericht:

Voor het eerst van dit jaar beleven we ook een Vaderdag! De 2de October is ervoor aangewezen. Sigarenwinkeliers zullen gnuiven, misschien ook de boekhandelaar en de man, die heerenmode-artikelen verkoopt! Want dat zijn toch de menschen waarheen de gemiddelde vrouw zich begeeft als ze „iets” voor een man wil koopen, waarmee ze hem meent genoegen te doen!
Zal vader den Vaderdag waardeeren? Het is een bedenkelijke vraag! Als vader tot de mannensoort behoort, die zich gaarne laat verwennen en zich ook een beetje gauw op de teentjes getrapt voelt, dan waarschijnlijk wél. [..] Maar als vader behoort tot die groote categorie van mannen, die omtrent hun eigenlijk wenschen nooit iets laten verluiden en die het afgrijselijk vinden om in het zonnetje gezet te worden… dan vreeze we er wel een beetje voor!
Intusschen kan Vaderdag aardig worden gevierd als er niet bepaald een eet- en geschenkendag van wordt gemaakt, maar een eerlijke poging om de vaders dezer wereld te laten voelen, dat de menschheid in het algemeen, en hun gezin in het bijzonder, hen toch werkelijk wel heel erg waardeert en daaraan ook nu wel eens uiting wil geven! We komen er in het dagelijksche leven niet zoo gemakkelijk toe om woorden van waardeering te zeggen of van die welgemeende waardeering te doen blijken! Vaderdag komt aan dien schroom tegemoet.

Waardering

Dus zo kwam het in Indië en de woorden uit 1937 gelden nog steeds: een kans om waardering te uiten. En dat kan ook zonder geschenken.
Als u indertijd vaderdag in Indië heeft gevierd, dan deed u mee met iets nieuws, iets waarvan niemand zeker wist hoe het moest en of het wel zou blijven. Dat schrijft u toch wel op? Als u niet weet hoe, laten we dan gratis en vrijblijvend eens overleggen. Grote kans dat ik tips heb.  En u weet, ik geef ook persoonlijke schrijfcoaching.

Ga naar de bovenkant