Indische schrijfschool

Hell yes! De 5 schrijftrucs die uw verhaal meteen beter maken (workshop)

Ja, dit is voor u

Weg met die opstellen
Weg met het saaie schrijven
en helemaal weg met die stem van binnen die zegt: “dit is niet goed genoeg”

Daar ga ik iets aan doen.
Beter nog, daar gaan u en ik iets aan doen.
Samen.
Yep.

Praktisch

Begin juli geef ik een praktische schrijfworkshop voor wie al aan het schrijven is, maar twijfelt of het wel goed genoeg is waardoor u denkt ik hou ermee op.
Dat hoor ik veel te vaak.
Veel te vaak, dat is serieus waar elke week tijdens mijn schrijfcoaching-sessies. Het gaat me aan het hart. Want ik spreek mensen met een geweldig verhaal die vast dreigen te lopen.
Dat is nergens voor nodig.

Dus toen dacht ik, daar kan ik voor iedereen die ik niet spreek wat aan doen. Simpele praktische trucs die ik zelf gebruik als ik een boek schrijf.
In de workshop doe ik het voor, daarna kunt u het thuis nadoen.
Als u weet hoe het werkt, dan zegt u: Hell yes, dat werkt.

Twijfel is belangrijk

Twijfel kan een mens ondermijnen. Dat gaat langzaam en zeker. Eerst lukt het nog om uzelf te sussen met ‘alle begin is moeilijk’ en ‘al doende leert men’, maar daarna werkt dat niet meer.
U ziet immers wat u schrijft.
Het stelt u teleur. Het lijkt wel een opstel van en-toen en-toen en-toen. Is dit het nou? Dat boeit straks niet echt. Daar zit niemand op te wachten.
Ik ken het gevoel.

Dit zijn twijfel-gedachten:

  • Is dit wel interessant?
  • Er zijn al zoveel boeken over
  • Volgens mij is het saai maar hoe moet het dan wel
  • Klopt dit eigenlijk wel, ik weet het niet zeker
  • Wie zit er nou op mijn verhaal te wachten?
  • Ik heb allemaal losse stukjes, maar geen geheel
  • Het wordt toch niets
  • Ik ben geen schrijver

Nu even doorlezen, dadelijk komt de feel good.

Allereerst wil ik zeggen: twijfel is gezond, want het houdt u scherp. Maar alleen tot op zekere hoogte. Daarna is het schadelijk.
Ten tweede: twijfel is geen signaal dat u het niet kunt. U voelt alleen, er is iets dat niets klopt. Dus neem die twijfel serieus.
Elke twijfel is een signaal van zelfinzicht.
Van aanvoelen: iets moet er toch anders.
Over het wat-dan en hoe-dan ga ik u in de workshop voorlichten. Ja, voorlichten in het nette, u begrijpt wel.

Bruidsjurken

Elke keer als ik in mijn schrijf-fase twijfel aan wat ik schrijf dan weet ik dat ik er meteen iets mee moet doen en wel zo snel mogelijk.
Twijfel negeren helpt niet. Dan gaat het knagen. Daarna raak ik ontmoedigd en ik denk van alles zoals misschien wil ik toch wel trouwen, hoe zou dat zijn. Vervolgens ga ik nadenken over bruidsjurken, waarom ze tegenwoordig zo bloot zijn en hoe was dat vroeger, daarna bekijk ik uren lang prachtige jurken uit de jaren 1950.
Voor mij is dat uitstelleritus.
Het gebeurt.

Uitstelleritus

Hoe doet u dat als u twijfelt?
Er zijn genoeg boeken en boekjes met schrijftips, er zijn volop dure cursussen, u kunt in Frankrijk op schrijfweekend en dan krijgt u er een wijnproeverij bij, dat is allemaal mogelijk.
Ik vind ook dat uitstelleritus, want daar is het reuzeleuk en gezellig en leerzaam en daarna zit u weer aan tafel en u denkt: ja… nu toepassen… eh…
En dan gaat u even boodschappen doen. Of naar buiten kijken.
Nou, dan weten u en ik het wel.
Van uitstel komt afstel.

Hell yes
dat zegt u als u weet
zo kan ik mijn tekst beter maken

In de workshop ga ik vijf trucs uitleggen.
De bedoeling is dat u uw tekst kort ervoor doorleest en meteen een streep zet bij stukken waar u over twijfelt. Is de twijfel een algemeen of onbestemd gevoel, allright. Daar kan ik ook wat mee.

Na de workshop zegt u: hell yes, zo kan ik mijn tekst beter maken.

Dit zijn de 5 trucs, ik noem ze gewoon alvast:

1 Gebruik de onderstroom: geef uw verhaal betekenis
Elk goed verhaal heeft een diepere betekenis. Dat tilt het uit boven een opstel. Want een opstel is alleen navertellen en de onderstroom brengt iets anders. Daar zitten de antwoorden op levensvragen, op waar het nu werkelijk om gaat. Het is een kracht, waardoor lezers blijven lezen.
Ik leg uit met voorbeelden van familieverhalen wat de onderstroom is. En ook hoe u binnen een half uur kunt beslissen wat de onderstroom in uw verhaal is en hoe u die erin kunt verwerken.

2 Maak de mix: evenwicht in het verhaal
Dit is vooral van belang voor elk verhaal dat een historische context heeft. Hoe vermengt u nou het persoonlijke familieverhaal met de grote geschiedenis? Dat het een het ander versterkt, ligt voor de hand. Alleen het opschrijven…
Daarvoor heb ik enkele praktische tips, toepasbaar op elk verhaal, van Sabang tot Merauke.

3 De Netflix-methode: hou het boeiend
Hoe kan het toch dat we naar een serie blijven kijken, en de ene na de andere aflevering ‘nog even’ willen zien? Daar zit een simpel trucje in, dat met structuur te maken heeft.
Ik weet het, u straks ook, en daarna leest uw verhaal als een Netflix-serie, het is moeilijk om weg te leggen.

4 Love your darlings: aandacht goed verdeeld
Ja, ik ben een positief vrouwtje. U weet, in een verhaal kan niet alles en iedereen, het is geen encyclopedie. Dus wat te doen met al die details, al die familieleden, al die anekdotes?
Anderen hebben het over kill your darlings, maar ik kies hier voor het halfvolle glas. Dit gaat over wat voor u het fijnste en mooiste is in uw verhaal en dat goed op papier te zetten. U leert kiezen voor wat het belangrijkste is en dat extra aandacht te geven in uw tekst. Zo komen de darlings het beste uit en hebben ze het meeste effect op uw lezers.

5 Claude kan het: hulp brengt gemak
Niets boeiender dan de menselijke stem die een verhaal vertelt, en daarmee bedoel ik uw stem. U kunt op een goede manier gebruik maken van Claude, de kunstmatige intelligentie, om uw werk beter te maken. Geen AI-S%XX$hit*, zeg ik, maar een praktisch trucje waarbij u Claude op een goede manier inzet. Ik doe het ook.

Is deze schrijfworkshop iets voor u?

Als u JA zegt op minimaal een van de volgende punten

  • u werkt aan een belangrijk verhaal, echt gebeurd, over uzelf of de familie
  • u bent geen schrijver en toch wilt u schrijven, dus hoe doet u dat
  • u schrijft en u bent het plezier kwijt dat u wel had toen u begon, en dat wilt u terug
  • u voelt het kan beter en u weet alleen niet hoe
  • u wilt trots zijn als andere mensen uw verhaal straks lezen

Eerlijk is eerlijk,
het is niks voor u ingeval:

  • uw boek is al naar de drukker
  • u bent helemaal niet bereid uw werk te verbeteren
  • u heeft eigenlijk behoefte aan een lange cursus met wat huiswerk en dan een certificaat

Praktisch
Goed om te weten: bij inschrijving krijgt u de opname van de workshop, als de techniek meewerkt.
Wanneer: maandag 6 juli 2026
Hoe laat: 0930 uur
Waar: online
Kosten: gratis

Bonus: bent u bij de workshop of heeft u de opname bekeken, dan krijgt u een voorstel om tekst met mij te bespreken. Dus ook de toepassing van de trucs. Ik geef u mijn eerlijke mening en het is aan u wat u ermee doet.

U bent van harte welkom.
Opgeven via onderstaand formulier:

Ja, ik doe graag mee met deze workshop

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Van Heutsz en zijn kistje voor de koningin

De pretendent-sultan van Atjeh, Mohamad Dawot (langste Atjeher), biedt met zijn zoon te Koetaradja zijn onderwerping aan het Nederlandse gouvernement aan, vertegenwoordigd door de gouverneur van Atjeh, luitenant-generaal J.B. van Heutsz (rechts van het portret van de koningin), vergezeld door onder meer zijn adjudant kapitein H. Colijn (pal voor het portret) en (bloothoofds op de rug gezien tegenover Colijn) majoor K. van der Maaten KITLV 82864

Het is 1904 en eindelijk, eindelijk nadert de dag waarop Van Heutsz in Nederland arriveert. Er zijn volop commissies en comités ontstaan die hem willen huldigen, het hof verwacht hem, er is van alles georganiseerd, volk en vorstin willen de man ontmoeten in wie ze de overwinnaar van Atjeh zien.
Hij is beroemd.

Manie

Van Heutsz is intelligent genoeg om te weten dat Atjeh niet overwonnen is. En hij is pragmatisch genoeg om te weten dat er geen uitleggen aan is. Evenmin kan hij de groeiende Heutszmanie temperen. Daarbij weet hij dat er onderhandeld gaat worden: wordt hij ja dan nee de volgende gouverneur-generaal van Indië en op welke voorwaarden?

De kist in kwestie (Koninklijke Verzamelingen, Den Haag)

De kranten weten hij voor de jonge koningin Wilhelmina een kostbaar geschenk meeneemt.
Daar werd ik aan herinnerd door het rapport Herkomst onderzoek koloniale objecten in de koninklijke verzamelingen dat deze week verscheen. Het is hier te downloaden.

Daarin kwam ik de kist voor de koningin tegen, in woord en beeld, er staat over de ‘rijkversierde kist’ …

  • met daarin 104 foto’s die verschillende aspecten van Atjeh in beeld brengen, zoals vervoersmiddelen, gebouwen en portretten van ‘voorname’ Atjeeërs.
  • Interessant zijn met name de achttien foto’s met als onderwerp ‘de onderwerping van Atjeh’. Op de afbeeldingen, gemaakt door fotograaf C.B. Nieuwenhuis (1863-1922), zijn onder meer verschillende patrouilles te zien, de bestorming van Batoe Iliq (Samalanga) op 3 februari 1901 en de ceremonie waarbij de ‘pretendent sultan’, Toeankoe Mohammed Daoed, zich in januari 1903 overgaf aan het Nederlandse bestuur, met een levensgrote foto van Koningin Wilhelmina zichtbaar op de achtergrond.

Het ging snel. Ontvangen op 16 juli 1904, op 20 juli de benoeming tot GG, dan een diner aan het hof bij koningin-moeder Emma. Achter de schermen gebeurde nog meer. Dat staat in mijn biografie van de generaal.

Hoe zit het met die kist?

Duur of niet

Anno 1904 was het gevoel dat de kist een geweldig en groot cadeau was. Of dat klopt, staat te bezien. De euforie rond Van Heutsz was zo groot, als hij van Atjeh zeven rotan vingerhoedjes had meegenomen, was dat ook gezien als een groot geschenk.

Mogelijk waren er meer kisten. In 1905 bericht de Soerabajasche Courant dat het nog veel meer was:

  • Toen hij eenmaal het bewind over Atjeh voerde, heeft hij, met behulp van de Atjehsche hoofden, een mooie verzameling gouden sieraden en geweven goederen, sarongs met gouddraad en platina, bijeengebracht.
  • Al wat Atjeh voortbrengt, is daarin vertegenwoordigd.
  • In het begin van 1904 was de verzameling compleet. Toen hij dan in Mei daarop de uitnoodiging ontving om naar Holland te komen, omdat de Koningin hem persoonlijk haar dank wenschte te betuigen, voor zijn beleidvol optreden in Atjeh, heeft hij deze verzameling medegenomen.
  • Bij zijn vertrek van Atjeh, liet hij toe dat anderen voor zijn overige bagage zorgden; maar de kisten, waarin de verzameling van het geschenk voor de Koningin, mochten geen oogenblik uit zijn oogen gaan. Hij heeft gedurende de geheele reis van Atjeh steeds daarover gewaakt.
  • […] Aan intrinsieke (werkelijke) waarde moet het ongev. een kwart ton bedragen.

Meerdere kisten dus. En kostbaarheden, precies het soort waar nu herkomstvragen over ontstaan. Maar ook deze beschrijving kan voortkomen uit de toenmalige Van Heutsz-manie.
Want in Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië staat een smalend stukje dat een en ander in een ander licht zet:

  • Immers het cadeau „dat aan intrinsieke waarde zoo-wat een kwart ton bedraagt”…. is onder broeders, naar men ons van volkomen vertrouwbare zijde meedeelt, Fl. 280.— waard.
  • Het is een aardig bewerkt,, met snijwerk versierd houten kistje, met heel ordinaire ijzeren scharniertjes en een slootje, door een Chineeschen toekang aangebracht.
  • In dit kistje bevinden zich ettelijke fotografiën van Atjehsche menschen en dingen, genomen met de duidelijke intentie om de „Welvaart” van het gewest te doen uitkomen. Bentings, lijken, doode patrouilles, etc. etc. etc. staan er dus niet op, maar wèl een Spoorwegbrug, een Laadsteiger, een „Kijkje op een Toko”, in Kotta Radja, „een Rijke Atjeher”, „Gezicht op Sabang”, nog een „Gezicht op Sabang”, „Sabang bij Zons-ondergang”, „Sabang bij het aanbreken van den dag”, bij bewolkt weer, bij regen, bij mist, bij … enfin!
  • Op die fotos liggen een paar sarongs, een buikband van een of ander hoofd en nog wat snuisterijen. Het kistje is aan de hoeken met goud beslagen en is inderdaad een aardig souvenir.

Dat is even wat minder. Een aardig souvenir. En Van Heutsz had er bepaald niet zelf op hoeven te passen, dientengevolge.
Het maakte misschien niet uit. Toen. Want het cadeau was ten eerste afkomstig van Van Heutsz en ten tweede het symbool dat Atjeh overwonnen was. Zou zijn. Moest zijn, idealiter, na al die dure jaren van oorlog voeren.

Van twee kanten

Het onderzoeksrapport naar de koninklijke verzamelingen is heerlijke lectuur. Het roept weer nieuwe vragen op. Bijvoorbeeld: wat is herkomst eigenlijk? Hoe vrijwillig is vrijwillig in de koloniale machtsverhouding en kunnen we daar wel echt achter komen na al die tijd?

Dit rapport gaat over de verzameling van de Koninklijke Familie. En al die andere families, die ook spullen hebben uit Indië, moet dan ook allemaal terug en zo ja naar wie?
Vooral vraag ik me af, of er in Indonesië ook een onderzoekscommissie bestaat, die nadenkt over het decennia lang beroven van Europeanen, van de ketjoes (bendes) tot aan de pemoeda’s tijdens de Bersiap en erna, en de herkomst van de aldus verkregen eigendommen.

Want rechtvaardigheid moet van twee kanten komen.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.
https://www.indischeschrijfschool.nl/gratis-overleg-gesprek/


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Hoe de Militaire Willems-Orde eer en ellende bracht (kennislezing)

De eer van een Militaire Willems-Orde in het Oost-Indische Leger (KNIL) is bekend. De toekenning, de trots bij de drager, de vermeldingen bij de naam in elk krantenartikel. En ook, bij een geliefd officier, de vreugde in de gelederen van zijn manschappen. In de militaire letteren kom ik uitbarstingen van blijdschap tegen, spontane bijeenkomsten, serenades, mannen die met hart en ziel die eervolle onderscheiding ondersteunen.

Maar zo gaat het niet altijd.
Er zijn veel situaties waarin de Militaire Willems-Orde juist ellende bracht. Neem nu de kapitein Van Daalen (1836- 1889), vader van de latere Atjeh-generaal Frits van Daalen.

De kapitein

Dit gebeurde er. De kapitein wordt voorgedragen voor de Militaire Willems-Orde wegens moedig en verdienstelijk gedrag tijdens de tweede Atjeh-expeditie. Dat verraste op zich niemand, want de kapitein stond uitstekend bekend. In 1869 is hij al adjudant van de commandant van het Indische leger Kroesen en chef van de Eerste Afdeling van het Departement van Oorlog. Zijn meerderen schrijven uitstekende beoordelingen op de conduitestaat, dermate positief, dat het helemaal niet uitgesloten is dat de kapitein op een goede dag commandant van het KNIL zal zijn.

Na de expeditie komt dus de voordracht voor de Militaire Willems-Orde, door generaal Van Swieten, de officiële commandant van die expeditie.
Kan niet misgaan, eigenlijk.
Maar de koning had nog geen handtekening gezet. En zonder Koninklijk Besluit is er geen toekenning.

Batavia, locatie van het handweigeren (KITLV 1860)

Batavia, locatie van het handweigeren (KITLV 1860)

Mei, 1874. De kapitein Van Daalen staat met anderen in Batavia te wachten tot de laatste troepen terugkeren.
Gouverneur-generaal J. Loudon is er ook.
De kapitein had gehoord dat de GG kritiek op hem had geuit. De GG wetend dat de kapitein gezegd heeft een eventueel uitgestoken hand van die GG niet aan te nemen.
Dat gaat mis.
Hier, bij de ontvangst, vindt het incident plaats dat als ‘het handweigeren’ de geschiedenis in ging. Met als gevolg:

  • de kapitein werd voor de krijgsraad gesleept
  • daarna werd hij eervol ontslagen, met behoud van pensioen maar zonder inkomsten voor zijn gezin
  • het betekende een smet op de naam Van Daalen, en dat terwijl zijn oudste zoon aan de Koninklijke Militaire Academie (Breda) zat
  • de voordracht voor de Militaire Willems-Orde werd ingetrokken

Geen eer.
Wel ellende.
En daarbij kwam dat zowat heel Indië de zaak Van Daalen besprak, aan de tafels in de sociëteiten, in de kranten, er kwamen brochures en daardoor bleef er iets van controverse aan de naam Van Daalen kleven. Zelfs bij zijn overlijden aan een hartaanval (nou, u begrijpt) in 1889 schreef een krant over het ontslag:

  • In hoever dit, tegenover iemand van zijne groote verdiensten, rechtvaardig onbillijk was, laat ik daar.
  • Dat de pensioneering het gansche leger ontstemde, is zeker; men leidde er uit af, dat de regeering meer prijs stelde op plooibare karakters dan op helden!

Vreselijk voor de kapitein en voor zijn zoon, de ambitieuze aanstaande officier Frits van Daalen. Hij kwam juist door die zaak nooit los van de positie zoon-van. Toen hijzelf in 1890 de Militaire Willems-Orde (vierde klasse) kreeg, stond dat zo in de Java Bode: ‘de 1e luitenant van Daalen, een zoon van den bekenden stafofficier van generaal van Swieten.’

KNIL

Voor u en mij is zo’n roemruchte zaak een venster op het KNIL. Opeens zien we hoe er toen gedacht werd over militairen. Wat wel en niet van belang was. Hoe anders toen de normen en waarden waren, en ook: wat ze dan waren.
Onthullend.
Dit gebeurde in 1874 maar het bleef zeker de rest van die eeuw een zaak van belang. Hoe zat het werkelijk, werd gevraagd. Kan een officier zomaar ontslagen worden? Hoe kun je een voordracht intrekken, en waar blijft dan die erkenning van betoonde ‘moed, beleid en trouw’?
Zo komt er iets anders van het KNIL naar voren. Niet alleen de expedities. Maar het aanzien, de trots, het eergevoel. Ook wat Indië toen werkelijk vond van een aankomende topmilitair als de kapitein.
Dat hele menselijke van meningen en gevoelens komt in beeld.
Misschien is dit ook de tijd waarin een militaire voorvader van u leefde.

Speciaal voor Vaderdag geef ik op maandag 15 juni 2026 een kennislezing. Hierin ga ik nader in op de zaak van de terugtrekking van deze Militaire Willems-Orde. Wat gebeurde er voor de toekenning, waarom werd het zo’n grote zaak in legerkringen en hoe is het eigenlijk afgelopen met de kapitein?
Ik ga ook in op andere ellendige situaties, vooral die van het royeren. Wat is er voor nodig, wat moet je doen of nalaten om mee te maken dat de overheid je Militaire Willems-Orde ontneemt?

Wat ook inzicht geeft in de oude militaire tijd is de kwestie van de zogenoemde ‘inheemse Militaire Willems-Orde’, die alleen voor ‘moed en trouw’ werd toegekend. Waar kwam die bepaling vandaan, en hoe kan het dat anderen ook de gewone Militaire Willems-Orde kregen?
De zaak van de eerste luitenant J. Rakarias (1812-1867) en zijn Militaire Willems-Orde (1865) laat goed zien dat de lijnen niet altijd zo scherp werden getrokken. Ook deze zaak bracht militair Indië in rep en roer, om andere redenen. Rakarias bleek in staat een eerdere afwijzing van zijn persoonlijke aanvraag voor de MWO (au) te trotseren en jaren aaneen vast te houden. Waarom?

Voor wie is deze kennislezing:

  • u heeft belangstelling voor het KNIL en u durft de kennisdiepte in (ik hou uw hand vast)
  • u wilt beter begrijpen hoe de positie van officieren toen was, en wat hun normen waren
  • u heeft een militaire voorvader in die tijd, dus tweede helft negentiende eeuw
  • u bent benieuwd naar die procedures rond de Militaire-Willems-Orde (ik laat archiefstukken zien)

Praktisch
Hoe de Militaire Willems-Orde eer en ellende bracht (kennislezing) – Vaderdag

  • intrekking van de voordracht: de zaak kapitein van Daalen en het effect op zijn zoon
  •  alsnog de toekenning: de zaak luitenant Rakarias
  •  royeren: wie en waarom

Maandag 15 juni 2026
Aanvang: 0930 uur
Kosten: gratis
Locatie: online, wel opgeven

FORMULIER

Ik ben graag bij deze kennis-lezing

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Wel Indo, geen Indo: de broer van de generaal Van Daalen

Het is 1938 en Arthur van Daalen (1858-1939) krijgt een jubelstuk in de Deli-Courant. Het zal met genoegen gelezen zijn want de oud-politiecommissaris is een geliefd man, en daarbij, zowel tachtig jaar worden en veertig jaar in Deli wonen, dat wekt de sympathie.
Een man van aanzien.
Het leek of hij er altijd was geweest.
De Deli-courant schreef:

  • Veertig jaar in Deli maakt je Deliaan, zoo vervolgde de gastheer, en ik betreur maar één ding: dat ik niet in staat ben om met mijn vele oude vrienden die ik nog in handel en cultures tel het groote Deli-jubileum op 5 Mei te herdenken.
  • Dat had ik graag willen doen en de geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak.
  • Maar schrijf in de krant dat het mij spijt en dat ik in gedachten mee rijsttafel en mee ga pootje baden, dan weet men toch dat ik hier alles meeleef!

Die sfeer. Van sobats onder elkaar. Terzijde memoreerde krant dat de oud-politiecommissaris een ‘halfbroer’ was van de generaal Van Daalen.
Dat terzijde viel op, voor degenen die de familiegeschiedenis kenden. Halfbroer, inderdaad. Brother from a different mother.

Indo

Eerst Arthur van Daalen. Hij is de zoon van de kapitein G.C.E. van Daalen en de inlandse vrouw Sie Koeties, zoals ze op het stamboek van Arthur vermeld staat. De vader erkent zijn zoon en stuurt hem als peuter naar Nederland.
Voor zijn opvoeding.
Maar mijn indruk is ook om hem uit de weg te hebben. Arthur werd geboren in 1858, twee jaar later trouwt Van Daalen de (Indo-)Europese Minette Weijergang. Een goede partij, er gaan ook overtuigende verhalen over adel in de familie. In 1863 krijgen ze een zoon: Frits van Daalen, de latere Atjeh-generaal over wie ik een biografie schreef (klik en lees meer). Daarin staat meer over de familieverhoudingen en ook over die andere broer, Loeloe.
Stamboek Arthur van Daalen, uitsnede.Arthur telt als voorkind niet mee. Frits geldt als de oudste zoon. Dat vindt hijzelf ook. Wanneer hij later een familiegeschiedenis laat schrijven, krijgt Arthur een minieme voetnoot toebedeeld.

Zoon zijn van een inlandse moeder of een Indo-Europese moeder, mogelijk van adel, dat is nogal een verschil in status in de koloniale maatschappij.
Indo is niet alleen afkomst, etniciteit.
Het is ook klasse, milieu, status, zeker in deze oude tijd.
Arthur werd lid van het Indo-Europees Verbond (IEV), afdeling Deli, en profileerde zich daarmee als Indo. Iedereen wist het ook, een blik op zijn uiterlijk zei voldoende.
Arthur was ‘een echte Indo-Europeaan’, zoals Het Nieuws van den dag later schreef in alweer een positief portret:

  • Hoewel hij als een echt Indo-Europeaan, met vuur en hartstocht in een persoonlijk gesprek zijn standpunt wist te verdedigen en daarbij meer op een overkokenden ketel geleek dan op een rustigen politie-commissaris, kon hij, aan den anderen kant, in zijn werk, de kalmte in persoon zijn.

Het klassieke vooroordeel over het temperament. Maar ook: zelfbeheersing en iemand over wie met respect werd gesproken. Met recht en reden, want Arthur had een leven voor zichzelf weten op te bouwen.

En zijn halfbroer Frits van Daalen?
In al zijn brieven en toespraken, nooit een woord over zijn Indische achtergrond. Anderen hadden het er wel over.
Voorbeeld. Het is 1909 en Van Daalen woont in Den Haag een hofbal bij. Ter ere van zijn aanwezigheid heeft prins Hendrik, echtgenoot van de regerende vorstin Wilhelmina, zich in het uniform van het Oost-Indisch Leger gestoken. Eervol dus. En wat komt er vervolgens in de krant? Dit:

  • Onder de aanwezigen trok zeer de aandacht de oud-Gouverneur van Atjeh, generaal van Daalen, wiens typische kop, met het breede Indoprofiel, het kleine zwarte kneveltje en de donkere oogen, trouwens wel in staat is om de aandacht te trekken.

Dit soort publiciteit wilde de generaal Van Daalen niet. Het ging voor hem om zijn inzet. Niet om zijn etniciteit, het suggereren dat hij uit een lagere klasse van de maatschappij kwam. En toch kwamen er steeds die opmerkingen. Het moet hem gegriefd hebben.
Of hij met zijn halfbroer Arthur omging, betwijfel ik. Andere levens, andere werelden. En andere moeders, dat ook.

Delianen

Zoals gezegd had Arthur van Daalen een leven opgebouwd voor zichzelf. In Nederland zat hij in kostscholen, ging bij het Instructiebataljon in Kampen en keerde in 1877 als onderofficier terug naar Indië.
Daar werd hij in Atjeh geplaatst, onder de generaal Van der Heijden. Tegen de eeuwwisseling gaat hij over naar het civiel bestuur, met uiteindelijk tien jaren als hoofdcommissaris van de politie te Medan. Daarna gaat hij met pensioen en blijft er wonen. Getrouwd, geen kinderen.
Iedereen moet hem gekend hebben. Ik lees over zijn gemoedelijkheid, wat wijst op een sociale inslag. Over een vaste wil zijn doel te bereiken, het opkomen voor zijn mensen zelfs als daarvoor hij Delianen op hun fuif moest intomen:

  • „Jullie kunt toch wel fuiven zonder aan mijn oppassers te komen; houd je handen thuis; die menschen leggen jullie geen stroobreed in den weg; ze mogen het niét eens; het is mijn strikte order; ze mogen alleen mij of een opziener waarschuwen; en ze mogen me melden, wat ze van je gezien hebben, dat niet in den haak was; dat moeten ze zelfs; en ruk nu uit en kom hier niet meer; ik heb nog veel meer te doen vandaag.”

Arthur moet een sieraad van Deli zijn geweest.
En zijn broer?

Indische jongen

Frits van Daalen zat in een glazen huis. Zowat heel Indië keek met argusogen naar hem. Gezien zijn uitstekende militaire carrière leek het mogelijk dat hij gouverneur-generaal van Indië zou worden. Voor conservatief-koloniale kringen onwenselijk, dat deze Van Daalen met zijn specifieke achtergrond boven Hollanders zou komen te staan.
Pas na zijn dood in 1935 bleek dat Frits van Daalen wel degelijk oog had gehad voor het Indische. Het Vaderland:

  • Zelf Indische jongen, zorgde hij er voor, dat zijn Indische jongens in het leger niet te kort kwamen, mits zij flink waren en de handen uit de mouwen staken.
  • Hoe spanden zij zich in als zij onder Van Daalens commando stonden!
  • Onder zijn streng doch rechtvaardig régime zouden zij niet verguisd worden en loon naar werken ontvangen.
  • Menige Indo-borst, getooid met de Mil. Willems-Orde, heeft dit eereteeken te danken aan Van Daalen, wien niets ontging, plichtsbetrachting noch plichtsverzaking.

Maar ja: dan is het al 1935. De tijden zijn veranderd. En bovendien was de generaal dood, dat schrijft gemakkelijker.

Wat is wat

Deze twee mannen met dezelfde vader hebben zulke verschillende levens geleid, ze leken haast in niets op elkaar. Halfbroers zonder nabijheid.
Wat is dan Indo, wat is Indo-Europeaan, wat en wie is een Indische jongen? Op die vragen is geen eenduidig antwoord mogelijk. Het is etniciteit, klasse, status, het is historische context, het is afwegen wie zegt het over wie en wanneer wordt het juist niet gezegd, en wat betekent dat dan weer. Al die elementen tegen elkaar afwegen is de tijd van toen duiden en beter begrijpen.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

1940: miljoenen van Indië voor het Spitfirefonds

De bij Castle Bromwich Aircraft Factory in aanbouw zijnde Spitfire P8329 'Sumbawa'. Het toestel werd met de Britse registratie RF-P ingedeeld bij 303 Polish Squadron Royal Air Force. (beeldbank defensie)

De bij Castle Bromwich Aircraft Factory in aanbouw zijnde Spitfire P8329 ‘Sumbawa’. Het toestel werd met de Britse registratie RF-P ingedeeld bij 303 Polish Squadron Royal Air Force. (beeldbank defensie)

Het is mei 1940, Nederland is bezet. Indië niet. De schok van de bezetting werd in Indië diep gevoeld. Gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer hield voor de NIROM een toespraak. Daarin wees hij ook op de consequenties:

  • Als deel van het Koninkrijk is ook Nederlandsch-lndië betrokken in den oorlog met het Duitsche rijk.
  • Overigens blijft de internationale politieke status van dit gebied dezelfde als voorheen. Het hier gevestigd gezag is besloten en in staat op den bestaanden voet het bewind te blijven voeren en te blijven waken over het rechtsgebied, zoo te land als ter zee. […]
  • De staat van beleg is met ingang van dit oogenblik afgekondigd voor den geheelen archipel.

De staat van beleg. Dat gaf meer mogelijkheden tot onwelkome of verdachte bijeenkomsten te verbieden. De landvoogd riep ook iedereen – ‘Nederlanders en Nederlandsche onderdanen’- om gehoorzaamheid te tonen aan het gezag.
Greep houden.
Voorkomen dat hier in Indië de onderdanen (zijnde Indonesiërs) kansen zien om zelf gezag uit te gaan oefenen.

Zelfbewustzijn

In het vrije Indië ontstond snel een nieuw zelfbewustzijn. ‘Wij’ zijn nu Nederland en wij gingen het moederland helpen. Op 20 mei meldt het Bataviaasch nieuwsblad dat het ‘Algemeen Nederlandsch Steuncomité’ f 111.782,06 bijeen had gebracht. De landvoogd schonk 5.000, de leerlingen der ‘Holl.Chin. Broederschool’ in Batavia doneerden tien gulden. De bedragen staan erbij.
Ook mevrouw Tjarda van Starkenborgh liet zich horen. Via de NIROM riep ze vrouwen op om deel te nemen aan de ‘vrouwenarbeid in mobilisatietijd’. Ze zei onder meer:

  • Het warme hart van Indië heeft zich geuit in treffende offervaardigheid voor het zwaar getroffen moederland. Groote sommen zijn bijeen gebracht waarvan de besteding nader door de Koningin zou worden bepaald.
De bij Castle Bromwich Aircraft Factory in aanbouw zijnde Spitfire P8330 'Batavia'. Het toestel werd met de Britse registratie RF-D ingedeeld bij 303 Polish Squadron Royal Air Force (Beeldbank Defensie)

De bij Castle Bromwich Aircraft Factory in aanbouw zijnde Spitfire P8330 ‘Batavia’. Het toestel werd met de Britse registratie RF-D ingedeeld bij 303 Polish Squadron Royal Air Force (Beeldbank Defensie)

Spitfire

In deze sfeer ontstond het Spitfire fonds.
Op 10 september 1940 schrijft het Bataviaasch nieuwsblad:

  • Aneta verneemt uit gezaghebbende bron, dat een plaatselijk „Netherlands Indies Spitfire-Fund” kortelings door de Britsche gemeenschappen te Batavia, Soerabaia en andere belangrijke steden is gesticht.
  • Het doel van dit fonds is beperkt tot het verzamelen van gelden voor den aankoop van een of meer Supermarine-„Spitfire”-gevechtsvliegtuigen onder de leden van de Britsche gemeenschappen, van wie velen tot dusverre voor hetzelfde doel geld zonden naar Singapore.

Dat sprak aan: Indië zou geld inzamelen, dat naar Engeland sturen en daar konden Spitfire – vuurspuwer – vliegtuigen mee gefinancierd worden. Dat hielp Nederland.
Wat een Spitfire was, wist iedereen. De ‘venijnigste jager ooit gebouwd’ had de Deli Courant eerder gekopt bij een uitvoerig artikel over het vliegtuig. Het was snel in de lucht, gevaarlijk met ‘acht mitrailleurs, die ieder een regen van twaalfhonderd kogels per minuut spuwen’ en ‘goed bestuurbaar, ook bij lage snelheden.’ Bovendien: ‘De constructie is geheel berekend op herstellingen aan het front, waar men niet beschikt over compleet uitgeruste werkplaatsen.’

Indië begon geld in te zamelen, en hoe. Geld inzamelen op verenigingen en sociëteiten, geld verdienen met activiteiten en acties, en de kranten juichten. In september 1940 heette het al: ‘De giften stroomen binnen!’ Wederom het Bataviaasch nieuwsblad:

  • Het Nederlandsch-Indisch Spitfíre-fund heeft 10.000 pond sterling overgemaakt naar Engeland voor den aankoop van Spitfires.
  • Hiervoor kunnen nog twee van dergelijke vliegtuigen worden aangeschaft.

Miljoenen

In diezelfde september 1940: ‘Het Nederlandsch-Indische Spitfirefund maakte heden voor de derde maal £ 5.000 over voor den aankoop van de derde Spitfire, welke dc naam „Celebes” zal dragen. De „Java” en „Sumatra” werden reeds aangekocht.’

In december 1940: Het N. I. Spitfire-Fund bood Churchill gisteren den tienden „Verjaardag”- Spitfire aan, waardoor in minder dan 3 maanden 2 escadrilles (24 Spitfires)] door het Fonds zijn aangeboden.’
Ook in 1941 stroomden de gelden binnen, gestimuleerd door de kranten die zoveel mogelijk mensen en organisaties met naam en toenaam noemden. Duizenden en duizenden guldens. Dr L. de Jong meldt een bedrag van zeker 5 miljoen voor 1940, over 1941 ontbreken de cijfers. Miljoenen. In die tijd. Een fortuin keer tien.

De bij Castle Bromwich Aircraft Factory in aanbouw zijnde Spitfire P8338 'Bandoeng'. (Beeldbank Defensie)

De bij Castle Bromwich Aircraft Factory in aanbouw zijnde Spitfire P8338 ‘Bandoeng’. (Beeldbank Defensie)

Achter de schermen van de openbaarheid gebeurde meer dan geld inzamelen. Bij De Jong vond ik een uitvoerige beschrijving van de politieke onderhandelingen, de vorming van nieuwe internationale commandostructuren, de verhoging van weerbaarheid van Indië, de pogingen om Japan te doorgronden. Beklemmend. Evenzeer dat een kleine groep topofficieren wist hoe slecht de defensie van Indië er voor stond. Als Japan aanviel, zou het een kwestie van tijd zijn tot de capitulatie.
Geen nieuws dat je naar buiten wilt brengen.

Indië bleef inzamelen. De Koninklijke Militaire Academie werd in Bandoeng geopend, met toespraken waarin het moreel ook al hoog werd gehouden.
Er werden nieuwe fondsen en andere commissies opgezet, een en ander fuseerde, splitste zich af, hoe gaan die dingen. Het geld voor de Spitfires bleef stromen.
Begin 1941 kwam bericht van het Celebes Comité der Krachtig Indië Actie: ‘Het totaal bijeengebrachte voor de Spitfire „Makassar” bedraagt f 20.482,80.’ Suikerfabrieken uit Djombang: f 15771.87. In Atjeh werden duizenden guldens per maand verzameld, ook had het Atjeh Spitfire Fonds besloten geld bijeen te brengen voor een Atjeh-tank.

Wat een contrasten.
Nederland bezet, Indië vrij.
Euforisch miljoenen inzamelen.
Indië weerloos.

En toen viel Japan aan.

 

Praat met mij

Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Maar hoe begin ik? En wat dan? (gratis online workshop)

Gratis online workshop voor beginners en gevorderden die graag hun familieverhaal op papier willen zetten,
om zelf blij van te worden en
om de familie het mooiste cadeau ooit te geven.

Eigenlijk is daarmee alles gezegd.
Maar nog niet genoeg.

Ik weet dat er veel familieverhalen nog niet op papier staan. Hoe kan dat, terwijl u en ik in alles voelen hoe belangrijk dat is? Nou, u denkt er vaak aan, dat wel. Misschien al tien jaar. Kan nog best tien jaar bij, of de rest van uw leven.

Hoe begin ik?

Die vraag hoor ik vaak en dat snap ik. Want ik hoor ook dat iemand wel verhalen heeft maar ja daar zitten gaten in en hoe moet dat dan. En in de familie is spanning, de een wil er niks van weten en de ander wil zich ermee bemoeien en dan zijn er ook familieleden die meer weten maar niets willen vertellen omdat ze het vergeten zijn maar u voelt aan alles ze weten iets.

Halve verhalen.
Moeilijke herinneringen.
Gaten.

Met een boekje uit de winkel van het type ‘Vertel eens’ red u het niet, want er zijn immers ook Indische aspecten. Staat in zo’n boekje de gevoelsbetekenis van ‘anak mas’? Neen.

Door dat soort moeilijkheden is beginnen gewoon lastig. Maar niet onmogelijk.

U kunt het ook

Als u al een poos met uw verhaal rondloopt, is uitstellen op zich verstandig. Ik hoor weleens verhalen van mensen die op inspiratie rekenen, maar ja, dat is geen stabiele factor. Dus dan schrijven ze een paar uur, daarna wordt het ‘volgende week, hoor’, de vakantie komt er opeens aan en u voelt het al, inderdaad, van uitstel komt afstel.

En daarna arriveert spijt. Dat is een ellendig gevoel. Hadikmaar. Zalikdantoch. Lukttochniet.

Het is wel zo: een goed begin is het halve werk.

Wanneer u een goed familieverhaal wilt schrijven, dan moet dat verhaal aan drie voorwaarden voldoen:

  1. er zit structuur in
  2. er zit historische kennis van Indië in
  3. er zit een menselijk verhaal in

Voldoet uw verhaal niet aan de voorwaarden, dan heeft u een en-toen en-toen en-toen opstel. Dat is saai. En zonde van uw verhaal. En ook niet lief ten opzichte van de generaties die u voor zijn gegaan.
Dus dat moet anders.
En dat kan ook.
Met mijn hulp.

Het is te leren

Een familieverhaal schrijven valt te leren. Wanneer u weet hoe u het moet aanpakken, dan heeft u de kennis ervoor in huis. Daarna is het een kwestie van gaan zitten aan tafel. Van tijd vrijmaken om te schrijven, wat aanvullend onderzoek te doen, uit het raam te kijken en dan verder te schrijven, of te schaven aan hetgeen u geschreven heeft.
Zo doe ik het. En die aanpak heeft geleid tot inmiddels meer dan 30 boeken. Dus dan mag ik zeggen: die aanpak werkt.

En precies die aanpak ga ik in de online workshop met u delen.

Zo gaat dat

Iedereen die een verhaal wil opschrijven, kijkt vroeger of later naar buiten en denkt: “Ja maar, hoe…” En die zin krijgt op verschillende manieren een vervolg. Hoe-vragen zijn goede vragen, ze hebben iets optimistisch. Hoe… nou zo.
In de workshop ga ik antwoorden geven op de vijf hoe-vragen die ik het vaakste hoor en die, eerlijk is eerlijk, ook belangrijk zijn. Met die antwoorden en de praktische tips die u krijgt, kunt u aan de slag.
Kom naar de workshop als u wilt leren wat het antwoord is op deze hoe-vragen:

  1. Hoe begin ik?
  2. Hoe kom ik aan structuur?
  3. Hoeveel tijd kost het schrijven?
  4. Hoe vind ik betrouwbare historische informatie?
  5. Hoe maak ik er een boek van?

Als bonus-vraag neem ik mee: Hoe ga ik om met de familie? Dus hoe te interviewen en hoe om te gaan met weerstand en moeilijke reacties.
Erna weet u dus hoe u begint, wat structuur is, u kunt een inschatting maken over de tijd die u eraan kunt of wilt besteden, u heeft iets geleerd over vindplaatsen en hoe u van een document in de computer tot een boek komt. Dus al met al een handleiding hoe van A naar B en dan naar Z te komen.
U krijgt praktische tips, want ik ben een praktisch mens.
U hoort me niet over het dragen van speciale schrijfsokken.
U gaat erna aan de slag.
Want actie leidt tot resultaat.

U begint dan met het doel voor ogen en dat is:
straks staat mijn familiegeschiedenis op papier,
voor mezelf,
voor de familie,
voor de jongere guppies die van niks weten.

Stelt u zich de boekpresentatie voor: die gezichten.
En hoe dat voelt.

Streep in uw agenda aan: maandag 25 mei 2026 om 0930 uur. Dan begint de workshop.

Ik weet genoeg, ik doe mee

Naam(Vereist)
E-mailadres(Vereist)

Doet u mee?

De meeste mensen weten niet van zichzelf dat ze het best kunnen: een verhaal op papier zetten. Maar ze kunnen wel een email sturen. Ze schrijven mails met fatsoenlijke zinnen en die mails gaan ergens over. Een familieverhaal is een mail x 100 of meer of minder. Dus aan het kunnen-schrijven ligt het niet.
Het is een kwestie van weten hoe het moet, en dan van even ademhalen en innerlijk moed vatten en dan is het een kwestie van doen. Vooral mensen met een Indische achtergrond hebben het vertellers-DNA in zich, en dat hoeft alleen maar de ruimte te krijgen.
Verhalen opschrijven is belangrijk. Wie schrijft, die blijft.

Voor wie is zeker weten deze workshop

Hierboven zei ik dat het voor beginners en gevorderden is.  Daarmee bedoel ik: u wilt een verhaal van uzelf of van de familie op papier zetten, maar u bent nog niet echt begonnen. Of wel en u voelt, het moet anders maar ja hoe. (Weer een goede Hoe-vraag). Of u bent halverwege en u voelt aarzeling en twijfel.
Als uw verhaal al bij de drukker ligt, dan heeft u niks aan de workshop. Daar ben ik eerlijk over.

Wat is een familieverhaal?

  • Een verhaal van uzelf, omdat uw leven bewaard mag worden. Daar komt vanzelf wat familie in.
  • Of van generaties uit de familie, zodat de kinderen weten waar ze vandaan komen en op wie ze lijken.
  • Of van uw vader of moeder of overgrootmoeder of van al uw broers of van iemand die u altijd al bewonderde en dacht daar moet een boek over komen.
  • Dus een verhaal waarvan u denkt: hoe pak ik het aan? Hoe begin ik? Heeft u die kennis, dan was u immers gisteren al begonnen.

Schrijven en vertellen

Wat ik steeds meer merk, is dat veel mensen het verhaal goed in hun hoofd hebben en het heerlijk kunnen vertellen. Geweldige anekdotes, moeilijke ervaringen, noem maar noem maar, dat ik denk hoe-kan-het (Ja, alweer een Hoe-vraag). Maar dan komt het schrijven.
De ene doet het met wat sturing van mij.
De ander gaat een beetje op slot. Dan komt er een soort opstel. Waar is dat geweldige verhaal nou gebleven? Als u beter kunt vertellen dan schrijven, heb ik ook een paar tips. Dus wanhoop niet. We vullen elkaar immers aan: u heeft het verhaal, en ik heb de kennis m zoiets op papier te krijgen, en die heeft u straks ook.
Degenen die al een tijdje de Indische Schrijfschool volgen, weten: deze workshop was er eerder ook. Klopt. En dit is de editie 2026, dus nuttig voor degenen die er toen al bij waren en een kans voor degenen die toen drukdrukdruk waren. En het kan ook een eerste kennismaking zijn met een workshop online. De schrijfschool bloeit, zeg ik met vreugde. Volgend jaar alweer het tweede lustrum. Wat gaat de tijd toch snel.

Wanneer wel meedoen:

  • U heeft een verhaal in uw hoofd maar niet op papier en u denkt maar HOE moet dat toch?
  • U bent zelfstandig ingesteld dus als u weet hoe het moet, nou dan kunt u ook vaart gaan maken
  • U voelt van binnen dat u een soort stok achter de deur nodig hebt, iets meer dan inspiratie

Wanneer niet meedoen:

  • U denkt iemand anders in de familie kan het ook opschrijven, u ziet nog wel
  • U vindt dat u moet schrijven maar eigenlijk heeft u er geen zin in
  • U heeft kroepoek over en u vindt het leuk om naar mij te kijken en kroepoek te eten

Dus het is aan u om af te wegen of de workshop voor u belangrijk kan zijn. Ik ga in ieder geval mijn best doen en ik hoop dat u gemotiveerd bent om erbij te zijn.

Reserveer uw plaats

Maar hoe begin ik? En wat dan? Gratis online workshop voor beginners en gevorderden die graag hun familieverhaal op papier willen zetten,
om zichzelf en de familie blij te maken

Wanneer: maandag 25 mei 2026 om 0930 uur
Waar: online, na opgave komt de technische informatie zo snel mogelijk naar u toe
Kosten: gratis
Opgeven: via het onderstaande formulier.  Daarna komt er een bedankt-webpagina, dan is de mail bij mij gekomen. Ik mail u dan terug en dan weten u en ik: het komt in orde.
Er is beperkt plaats, vol is dus vol.

Bonus: na het bijwonen van de workshop krijgt u een Plan Van Aanpak voor uw familieverhaal cadeau. In de workshop leg ik uit hoe dat de basis is voor het opzetten en afmaken van uw verhaal. Zo gaat het lukken.

 

Ja, ik doe graag mee met deze workshop

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Waarom de beste Koningstaart uit Indië komt (3 recepten)

Diner in Nederlands-Indië, vermoedelijk in een sociëteit, circa 1920 (KITLV 183778)

Koningstaart, wat is nou koningstaart? Mevrouw J.M.J. Catenius-van der Meijden is de enige expert die op deze vraag een antwoord kan geven en wel hierom:

  •  Haar kookboeken verschenen in Indië, en iedereen weet, daar woonden de meest kritische eters, en ook degenen die kijk hadden op recepten (vraag maar aan Marc Tierolf en zijn Oma Miet)
  • Nog eens Indië: daar bezat het koningshuis een grote trouwe aanhang; Europees Indië vierde elk feest mee, in steden, in kazernes, in sociëteiten: het koningshuis was dierbaar, en wat dierbaar is, daar ben je zuinig op.

Dat laatste zeg ik indachtig al die oranje kleurstoffen die overal overheen en doorheen gehaspeld worden. Als het oranje is, dan kan het verkocht worden als oranjegebak, als koningstaart.
Maar zo liggen de kaarten niet.

Terug naar de expert. Mevrouw J.M.J. Catenius Van der Meijden publiceerde het Groot Nieuw Volledig Indisch kookboek. 1381 recepten voor de volledig Indische rijsttafel met een belangrijk aanhangsel voor de bereiding dier tafel in Holland, derde druk 1903, herdrukt in 1925.
In dat boek staan drie bijzondere recepten.
Ik neem ze over met enige toelichting.

1173 Koningstaart

  • Vijftien eierdooiers, 1 pond boter, ½ pond bloem, 1 pond droge witte suiker, 2 lepels fijne kaneel, 12 tot sneeuw geklopte eiwitten, frambozengelei, rood en wit waterglazuur, 1 lepel fijne notemuskaat.
  • Men maakt een deeg van de geklopte eierdooiers, boter, bloem, suiker, kaneel en notemuskaat.
  • Hierna roert men er het geslagen eiwit door en mengt dit alles goed dooreen. Deze taart wordt, in eenige vormen, aan lagen gebakken; de vormen zijn te voren met boter besmeerd; de lagen worden lichtbruin gebakken.
  • Elke laag besmeert men met gelei; de bovenste laag glaceert men met een rand wit en, in ’t midden, rood waterglazuur, evenzoo den buitenrand.
  • N. B. Op de bovenste laag mag geen gelei gestreken zijn.

Vermoedelijk is dit recept ter ere van Willem III (1817-1890), de vorst met wie de generatie van mevrouw Catenius en haar ouders opgroeide. Een dominante man, in vele opzichten, en iemand met sympathie voor het Oost-Indische Leger (KNIL). Hij onderhield een zekere band met generaal Van der Heijden (inderdaad, Generaal Eenoog) en hij sprak zich herhaaldelijk positief uit over het leger overzee. Pluspunten voor de vorst, afzender Indië.

1174 Koningin Wilhelmina-taart

Een half pond witte en 1½ ons bruin geroosterde amandelen, 6 eiwitten, ½ pond witte suiker (voor de witte amandelen) en 1½ ons witte suiker (voor de bruine amandelen), 9 eierdooiers, waarvan 6 voor de witte en 3 voor de bruine amandelen, 4 lepels aardappelmeel, 6 eiwitten, ½ ons gestampt geroosterd brood, een groot glas wijn, boter, oranje, rood en wit suikerglazuur.

  • De witte amandelen worden met de witte suiker fijngestampt en met drie eiwitten fijngewreven; de bruine amandelen worden eveneens met de suiker en drie eiwitten op dezelfde manier bewerkt.
  • Door de witte massa roert men zes, door de bruine drie eierdooiers, goed schuimend.
  • Nu roert men in de witte massa het aardappelmeel en het geklopte wit van de zes eieren.
  • Dit beslag wordt vervolgens in twee helften verdeeld, waarvan de eene wit blijft en de andere helft oranje wordt gekleurd. (Zie goede kleuren recept No. 1007).
  • Door de bruine massa roert men drie tot sneeuw geklopte eiwitten, in oranjebloesemwater gedrenkt broodkruim en rood karmijnkleursel.
  • Men bakt nu deze massa in een hoogen taartenvorm (springvorm) in de volgende lagen: de onderste rood, de midden laag wit, de bovenste laag oranje.
  • De vorm wordt in een matig verwarmden oven geplaatst. Als de taart goed gaar is, dan laat men haar bekoelen en glaceert ze, bovenop, met oranjeglazuur, waarop men, als dit droog is, met wit spuitglazuur de letter W met een kroon daarboven, stelt.

Koningin Wilhelmina was zij sinds de inhuldiging in 1898, toen ze een jonge vrouw van achttien jaar was. Sinds menselijke heugenis was de vorstelijke W die van Wilhelmina. Indië leefde mee met de jonge vorstin, toen ze haar prins vond, de miskramen en de geboorte van Juliana in 1909. De Wilhelmina-taart is rijker aan ingrediënten dan de Koningstaart, zwaarder ook en ik vermoed heerlijk.

Ook haar moeder is anno 1925 geliefd. Indië hield zeer van de koningin-moeder Emma. Niet alleen omdat ze doneerde aan goede doelen in Indië (zoals tuberculose), maar ook vermoed ik omdat zij jaren de koningin-regentes was, na het overlijden van Willem III tot de dag dat haar dochter de kroon voortaan droeg. Acht jaar was Emma het gezicht van het vorstenhuis. Maar koningin zonder meer is ze nooit geweest, wel koningin- regentes, waarnemend voor haar echtgenoot, en als koningin-moeder voor haar dochter. Toch heet het recept zo, ik vermoed als eerbetoon.
In 1925, wanneer de herdruk van het kookboek verschijnt, oogt de koningin-moeder als de liefste dame van Europa. Vergeten is de strijd die ze tegen ministers moest voeren, de moeite die ze in haar huwelijk had, hoe ze een groot en sterk koninkrijk voor Wilhelmina wilde construeren.
Dit is het recept voor de koningin Emma taart:

1175 Koningin Emma-taart

Een taartkorst met opstaanden rand. (Zie No. 1151 en 1152), in marasquino gedrenkte biscuits, frambozen- of marasquino bavaroise (No. 1262) of vanille-vla, geslagen room, suikerglazuur.

  • De taartkorst wordt eerst doorbakken; hierin doet men een laag room- of vanille-vla, daarop de in marasquino gedrenkte biscuits; dan bakt men de taart ongeveer ¼ uur in den licht verwarmden oven, maar zorgt daarbij dat de biscuits niet bruin zijn gebakken.
  • Vervolgens doet men op de biscuit een laag bavaroise en een laag geslagen room en versiert de taart, hier en daar, met figuren van suikerglazuur.
  • De taart mag dan niet meer in den oven.

Weer relatief eenvoudig, vergeleken met de Wilhelmina-taart. Het mooiste moet zijn geweest de drie taarten op een tafel, om elke taart een roodwitblauw lint en dan heerlijk, heerlijk, er is koningstaart voor iedereen. Met dank aan mevrouw J.M.J. Catenius-van der Meijden.

Praat met mij
Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

“Indo, weg van Java voor het te laat is!” Nieuw-Guinea, 1930

Woonhuis van een kolonist te Nieuw-Guinea, 1933-1936 (KITLV 377637)

Nieuw-Guinea moest het antwoord zijn op de problemen. Anno 1930 zijn die er immers volop in de economische crisis. Betrekkingen zijn moeilijker te vinden, salarissen worden zomaar gekort, waar niets tegen te doen valt want voor jou tien anderen, dus wat moet je, helemaal als die tien anderen Indonesisch zijn en dus minder salaris krijgen.

Maar wat te doen, waarheen en wat dan?

Al in 1926 ziet de ‘Vereeniging Emigratie Nieuw-Guinea’ (V.E.N.G.) het licht, opgericht in Malang, met als voorzitter A.R. Landman. Het jaar erna kwam de nieuwe naam: ‘Vereeniging kolonisatie Nieuw-Guinea’, die de plannen meteen duidelijk maakte. Het woord kolonisatie had een opwindende klank, het ging om pionieren, in onbekende gronden een bestaan vanuit nul opbouwen, om voortrekkers, mensen die iets aandurfden. Dat er in Nieuw-Guinea Papua’s woonden, deed er nauwelijks toe.
In 1929 gaf voorzitter Landman een uitgebreide beschouwing over wat hij eerder met eigen ogen had gezien. Samengevat: Nieuw-Guinea bood kansen. Landbouwgronden konden bewerkt worden. Het was hard werken, maar het kon.
Al het jaar erna vertrokken de eerste kolonisten, leden van de vereniging die weer een andere naam had: ‘Stichting Kolonisatie Nieuw-Guinea’. (S.K.N.G.) Gezinnen, losse mannen, een enkele vader en zoon, zij stapten op de boot van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, en reisden zo naar een beter leven. Aan boord waren ook 17 Steurtjes, jongens uit het tehuis van Pa van der Steur.

Nieuwe club

Een kolonistennederzetting bij Manokwari. (Bron: Natuur en Mensch. Nieuw Guinea-nummer, augustus 1933)

Het initiatief moet hebben aangesproken. Een jaar erna, op 14 april 1931,, vond de oprichtingsvergadering plaats van het Verbond Indo-Kolonisatie in Nieuw-Guinea.’ De naam was duidelijk over de doelgroep: Indo-Europeanen. Het Verbond was een afsplitsing van de andere vereniging; kranten suggereerden een ruzie.
Nu was er dus Stichting Immigratie Kolonisatie Nieuw-Guinea, met een eigen blad zijnde De Nieuw Guineaër. En er was de Vereniging tot Kolonisatie van Nieuw-Guinea (VKNG). In kranten lees ik ook over een V.I.K.I.N.G., mogelijk een afsplitsing.
De clubs wilden hetzelfde. Een kans voor de Indo-Europeanen, een uitweg, een nieuw en goed leven. Emigratie, kolonisatie.

Het was een kwetsbaar initiatief, zo bleek al snel.

Aanvankelijk leek er weinig aan de hand. In Batavia klonken moedige woorden op de jaarvergadering van de S. I. K. N. G. Het Bataviaasch nieuwsblad berichtte er uitvoerig over en citeerde voorzitter Landman:

  • De Indo zal als werknemer den concurrentiestrijd tegen den Chinees en den Inlander absoluut moeten verliezen, omdat hij niet op hetzelfde levensniveau staat.
    Op Java, Sumatra, enz. kan hij geen gronden krijgen, alleen Nieuw-Guinea blijft hem over.
  • Een eigen bevolking namelijk is er niet op dat eiland; de Papoea’s zijn nomadenstammen.
  • Daarom kan de grond van Nieuw-Guinea ook aan den Indo uitgegeven worden.
  • Spr. eindigde met het uitspreken van den wensch, dat de kolonisatie-gedachte onder de Indo’s in heel Indië verbreid zal worden: „Indo, weg van Java voor het te laat is!”

Manokwari

Weg van Java, dat klonk goed. Maar van de kolonisten waren er ook mensen terug gekeerd naar Java met verhalen die aanzienlijk minder goed klonken.
Bij Manokwari was het mis gegaan. In een nederzetting van beperkte omvang moest allereerst dusdanig hard gewerkt worden, dat zelfs de Steurtjes het te bar vonden. En ten tweede was de onderlinge samenwerking ver te zoeken geweest. Alom klaagden de teruggekeerde kolonisten over
L. F. R. Denninger, een van de eerste kolonisten bij Manokwari.
Het Soerabaijasch handelsblad dook in de zaak van de ‘Gedesillusioneerde kolonisten’ en schreef onder meer over deze groep:

  • Hun was dan voorgespiegeld, dat ze in de nabijheid van Manokwari, waar het kolonisatieterrein van deze vereeniging ligt, een stukje grond zouden kunnen uitzoeken ter ontginning.
  • Dat ontginnen zelf zou niet veel moeite opleveren, daar de grond zich er zeer bijzonder voor leende, terwijl het terrein niet al te zwaar begroeid zou zijn.
  • Maar daar er de eerste zes maanden niet op het afwerpen van vruchten kon worden gerekend, zou men deze maanden steun in een dagelijksch rantsoen rijst en in geld, zoo ongeveer ten bedrage van tien gulden per maand ontvangen.
  • Vleesch zou er voldoende in voorraad zijn, aangezien men maar een schot behoefde te lossen om een varken te hebben. Men verzekerde ons, dat van al deze beloften weinig of niets is terecht gekomen.
  • Niet alleen kreeg men zoo goed als geen geldelijken steun, maar ook heeft men niet voldoende voedselsteun gehad, terwijl het vooruitzicht van een vruchtbaar stuk grond aldus werd gerealiseerd, dat men als een koelie moest werken op het terreintje van den heer Denninger ten zuiden van Manokwari.

Dat was het. Werken als een koelie, als je Indo-Europeaan bent, dat kon niet, en helemaal niet koelie van een andere Indo-Europeaan.
De krant schreef kritisch:

  • Het wil ons voorkomen, dat velen erheen gingen in de vaste overtuiging het daar binnen niet al te langen tijd goed te zullen krijgen en een fortuintje te verwerven. In de omgeving van Manokwari bevindt zich thans een vijftigtal kolonisten van de Stichting.

De problemen verdwenen niet, ook al bloeide het terrein van Denninger en ook al keerden er kolonisten terug naar Java terwijl anderen weer vertrokken naar Nieuw-Guinea. De conflicten namen toe. In de late jaren 1930 probeerde de regering greep te krijgen op de verenigingen, de regelingen en de kolonisten, tevergeefs natuurlijk. Weinig voorbereiding, te hard werken, de Papua’s, er waren meer problemen dan oplossingen. En toen kwam de oorlog, waarna alles ook hier anders werd.

Maar deze beginjaren hadden wel duidelijk laten zien, hoezeer de Indo-Europese bevolkingsgroep in de knel zat.

Praat met mij

Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Hoe en waarom Bronbeek koninklijk werd

Het bezoek van koningin-moeder Emma en koningin Wilhelmina op Bronbeek, juli 1899. Van der Heijden buigt. (Gelders archief)

Bronbeek houdt van het vorstenhuis, jaarlijks is er de verjaardag van Willem III met bloemen en toespraken en als de huidige vorst in april verjaart, is er ook een feestelijke bijeenkomst. Ik ontving een uitnodiging maar ben verhinderd.

Iedereen zegt nu Bronbeek, als samenvattend woord voor het museum en het tehuis, het is al heel lang het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek.’ Dat koninklijke is er niet altijd geweest vanaf dag 1 in 1863.
De toekenning kwam pas in 1888.
Daar zit een verhaal achter.

Commandant

In 1887 is generaal Eenoog -Karel van der Heijden de tweede commandant van Bronbeek; hij is aangesteld op verzoek van koning Willem III. De vorst en de generaal kennen elkaar, ook op een informele manier. In de oude kranten staan vermeldingen over advies, overleg; en daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Er was onderlinge sympathie, mogelijk ook doordat beiden zich tegengewerkt voelden door de almachtige ministers.
Het Bataviaasch nieuwsblad schrijft:

  • De generaal Van der Heijden is Commandant van het Invalidenhuis op Bronbeek geworden op speciaal verzoek van Z. M. den Koning en met terzijde legging van de verzoeken van Genl. Meijer en den kolonel Raedt van Oldenbarteveldt, die eveneens lust in dat baantje hadden.

Moderniseren

Als de eerste commandant Smits sterft, treedt Van der Heijden aan. Hij is dan een jonge zestiger en hij weet dat dit zijn laatste grote functie is. Op 5 november 1887 is zijn eerste dag en hij gaat er wat van maken. Ja, ambitie, steun van de vorst, dan kun je wat. Plus, hij voelde als de hoogste officier (buiten dienst) de verantwoordelijkheid voor de veteranen in het tehuis.
Van der Heijden gaat renoveren en moderniseren, met hoge rekeningen. Al in zijn eerste kwartaalverslag is er sprake van duizenden guldens aan uitgaven en dat blijft zo: voor de bewoners komen nieuwe wc’s, andere ramen, een waterleiding-aansluiting en dan is er ook de noodzaak van het opknappen van de commandantswoning. Het ‘Invalidentehuis’ gaat weer glanzen. Dat is ook mooi met het oog op de werving voor het KNIL: het tehuis laat zien hoe goed er voor ‘onze mannen’ werd gezorgd. Maar niet iedereen in de Oost kon of wilde zich voegen naar de regels van dit huis in Holland.

Eerste kwartaalverslag met ‘Koninklijk’ in het briefhoofd, april 1888.

Verjaardag

Natuurlijk is er elk jaar als gewoonlijk de viering van de verjaardag van Willem III. Bronbeek bestaat in 1888 maar liefst 25 jaar. Van der Heijden laat een Open Dag organiseren waar iedereen welkom is en bovendien gratis het landgoed mag bezoeken.
Dan is al bekend dat een Koninklijk Besluit is uitgevaardigd waarmee het ‘Koloniaal Militair Invalidenhuis’ voortaan ‘Koninklijk’ zal zijn. Die eervolle toevoeging heeft te maken met het zilveren jubileum maar zeker ook met de vernieuwende aanpak van Van der Heijden.
Op de open dag is hij het stralend middelpunt van het universum Bronbeek.
Het Vaderland schrijft:

  • Al vroeg in den ochtend werd door de invaliden hooggeëerde commandant, luit.-generaal K. Van der Heijden, eene aubade gebracht, waarna het ontbijt, voor ditmaal bestaande uit fijn brood, kaas en koffie met suiker, met veel opgewektheid genuttigd werd.
  • Tot hun leedwezen konden de oudjes hun Koning, wegens het slechte weder, niet de verlangde eer bewijzen op de parade, doch zij stelden zich daarvoor als het ware schadeloos, door aan tafel, op den dronk aan Z. M. gewijd door Z. Exc. den luit.-generaal K. Vander Heijden met een driewerf donderend «Leve de Koning” te antwoorden.
  • Ook het middagmaal was met het oog op den feestdag extra gekozen, en iedere verpleegde kreeg [een] ½ flesch wyn.
  • Ondanks het minder gunstige weder, werd van het kosteloos ter bezichtiging stellen van het huis, door den generaal-commandant, door velen, ook uit Arnhem, gebruik gemaakt, terwijl de muziek zich van 2—3 uur in het huis liet hooren.
  • Des avonds werd voor ieder verpleegde extra bier en 10 sigaren te goed gedaan, en daarmee de 71ste verjaardag van den Koninklijken Stichter en Beschermheer van Bronbeek door de invaliden van het Indisch leger besloten.
  • Tot slot van het zilveren feest werd een tombola zonder nieten gehouden.

Nieuwe tucht

Arnhemsche courant, 5 oktober 1888

Wat een dag, en volgens de krant vol wederzijdse hartelijkheid. Dat was evenwel niet bij elke Bronbeker het geval. Vooral na het ‘Koninklijke’ gaat Van der Heijden vaart maken met de modernisering.
Hij voert een nieuw regime van tucht in; er komen ook kledingvoorschriften. De Locomotief schrijft: “Z.E. heeft ook bepaald, dat het te Bronbeek werkzaam gestelde gepensionneerde officierspersoneel bij de uitoefening zijner diensten steeds in uniform moet gekleed zijn; een voorschrift, dat onder generaal Smits met bestond en den daar bezigen ouden heeren dan ook niet aangenaam is.’
Hij stelt een eigen staf samen uit mannen die hij kent en vertrouwt, dan moeten anderen het veld ruimen, zo gaat dat met veranderingen.
Hij maakt nieuwe vijanden: vermoedelijk vooral onder de leveranciers van voedingsmiddelen. Die worden gekeurd en soms afgekeurd als ze te slecht van kwaliteit blijken te zijn. Weer het Bataviaasch nieuwsblad:

  • … last not least, de leverantiën der levensbehoeften voor het huis, vroeger gegund aan den eersten den besten, zijn thans vervangen door aanbestedingen, waarbij veel goedkooper prijzen voor vleesch enz. verkregen werden.
  • Wars van alle nevenbedoelingen toont ook hier generaal van der Heijden, dat ’s lands belang vóórgaat. […]
  • Er schijnt dus geheel nieuw bloed en leven op het landgoed Bronbeek gebracht te worden.

Actie, actie, actie, met bijbehorende rekeningen voor het Ministerie van Koloniën. De roem van Van der Heijden en de status van Bronbeek versterkten elkaar, met het huis van Oranje als blijvende bevestiging van sympathie. Dat bewees al het bezoek in 1890 van koningin-regentes Emma met prinses Juliana; de kranten schreven uitvoerig over de lof die Van der Heijden ontving. De Arnhemse Courant:

  • Bij het bezoek aan het Kon. Kol. Mil. Invalidenhuis »Bronbeek” betuigde Hars Majesteit Hare ingenomenheid met de verbeteringen en verfraaiingen, onder het bestuur van luit.generaal van der Heijden tot stand gebracht.

En zo was het: verbeteringen en verfraaiingen. Van der Heijden wilde dat ‘zijn’ Bronbeek het predikaat ‘Koninklijk waard was en waard bleef. Dat is gelukt. Tot op de dag van vandaag is Bronbeek koninklijk, en dit is vooral te danken aan ‘Generaal Eenoog’.

Praat met mij

Als u over familie in de oude Indische tijd schrijft, dan heeft u structuur nodig en kennis van de historie. Zo wordt uw verhaal beter en interessanter om te lezen. Werkt u aan zo’n verhaal? Praat dan met mij:

  • voor vrijblijvend advies over historische bronnen, zodat u betrouwbare informatie vindt
  • over de opzet van uw project, zodat u structuur heeft, dat scheelt enorm veel tijd en hoofdpijn
  • lees hoe het gratis overleg-gesprek gaat en maak eventueel een afspraak voor telefonisch overleg via mijn digitale kalender: klik hier en kijk hoe dat gaat.

Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt

gratis ebook

Van Heutsz over Kartini en de emancipatie van vrouwen

Tentoonstelling De Vrouw 1813-1913. En wie staat er op de voorgrond, alsof hij het allemaal bedacht heeft? Inderdaad.

Van Heutsz was een koloniale man. Tegelijkertijd was hij een moderne man, als het aankwam op de positie van vrouwen.
Complex. Dat boeit.
Toen ik aan zijn biografie werkte, heb ik me geen moment met hem verveeld, ook door die tegenstrijdigheden.

Straks in mei geef ik een online kennislezing over hem, maar daar kan ik niet alles in zeggen. Daarom hier iets over zijn steun aan de vrouwenemancipatie, in het licht van de komende Hari Kartini, op 21 april.

Kartinifonds

Terug naar 1913. Wat is de situatie: Van Heutsz heeft zijn loopbaan officieel afgesloten, nadat hij als gouverneur-generaal (1904-1909) zijn stempel op de kolonie heeft gedrukt.
Hij keert terug naar Nederland en gaat in Amsterdam wonen. Daar ontwikkelt hij tal van activiteiten, op de voet gevolgd door de pers. Alles wat Van Heutsz doet, is nieuws. En daar maakt hij goed gebruik van als het Kartinifonds geld nodig heeft.

Collectie Wereldmuseum (v/h Tropenmuseum), part of the National Museum of World Cultures, CC BY-SA 3.0 wikimedia -8615050

Het Kartinifonds was pas opgericht. Ze steunde met ingezamelde gelden de Kartini-scholen in Indië, die meisjesonderwijs gaven aan inheemse meisjes. Precies zoals Raden Adjeng Kartini (1897-1904) het zelf had gewild. Emancipatie, ontwikkeling en educatie. Gezien de grootte van de kolonie was er veel geld nodig. Inmiddels had de kas 40.000 gulden. Nog altijd te weinig.
Het bestuur kende Van Heutsz; de koloniale lijntjes waren kort.
Zo kwam het dat de voormalige GG met mevrouw H.G. de Booij-Boissevain ging optreden. Hij als autoriteit, zij als voormalige correspondentievriendin van Kartini en de dochter van journalist Charles Boissevain.
Ze trokken volle zalen.
Uiteraard kwam alles volop in de krant.

Begin 1914 trad het duo op in huize Couturier, vermoedelijk Amsterdam. Het Algemeen Handelsblad schreef dat Van Heutsz de avond begon met een fraaie voorstelling van het koloniale beleid, dat ook wat het onderwijs betreft ‘het heft in handen’ diende te houden. Het kwam aan op de regering, die aan de Kartinischolen subsidie verleende. Een goede zaak:

  • Door het Kartinifonds te steunen, werkt men dus mede aan de opvoeding van de Inlandsche bevolking op de wijze zooals deze door de regeering noodig wordt geacht.
  • Met de uitspraak van Raden Adjeng Kartini: „geef Java flinke, verstandige moeders, en de opheffing van de inlandsche bevolking is slechts een quaestie van tijd!” besloot de heer Van Heutsz zijn inleidend woord.

Ook het deftige American werd aangedaan, dat wil zeggen, een bovenzaal. Maar toch: op stand. Er kwamen dan ook ‘ons soort mensen’, die elkaar kenden en wat te besteden hadden. Koloniaal oud geld vooral. De Sumatra Post schreef er uitvoerig over, waaruit ik een lang citaat neem:

  • De generaal beklom den katheder en haalde een manuscript uit den zak. […]
  • De spreker schetste daarop de bedoeling van het Kartinifonds, dat in samenwerking met de Kartini-vereeniging te Semarang, de oprichting en instandhouding wil bevorderen van opleidingsscholen voor inlandsche meisjes.
  • De eerste dezer scholen, de „Kartini-school” te Semarang, —zoo herinnerde de Generaal, is op 15 September 11. geopend met 70 meisjes van 6 tot 10 jaar; thans bedraagt het aantal leerlingen reeds een honderdtal.
  • De generaal betuigde in warme bewoordingen volle instemming met dit streven en met de waarlijk edele bedoeling, welke bij het stichten van het Kartini-fonds had voorgezeten.[…]
  • Daarop uitte de generaal den wensch, dat het Kartini-fonds in Nederland grooten en veelzijdigen steun mocht vinden en in het bijzonder dat de dames die te Amsterdam daarvoor werkten, het meeste succes zouden vinden bij hare bemoeiingen.

Kon niet mooier. Wat een steun. En dat in alle kranten. Het moet de kas aanzienlijk aan inhoud hebben doen toenemen. Maar het was en bleef koloniaal; de meisjes moesten natuurlijk niet nationalistisch gaan denken.

De Vrouw 1813-1913

Dat Van Heutsz voor vrouwenemancipatie was, wist destijds iedereen. Op zijn manier, maar toch: modern was het. In 1913 had hij zich met zijn echtgenote Marie verbonden aan de Amsterdamse tentoonstelling ‘De Vrouw 1813-1913’. Zij zette zich met anderen in voor de totstandkoming van het zogeheten ‘Indisch huis’, hij liet zich fotograferen met bestuursleden. De foto staat hier bovenaan. De naam van Van Heutsz hielp het goede doel.
Deze tentoonstelling ‘De Vrouw 1813-1913’ sloot aan op de eerdere grote vrouwententoonstelling uit 1898, die betaalde vrouwenarbeid centraal had gesteld. Het comité voor de nieuwe tentoonstelling wilde ook daar aandacht aan geven en zo mogelijk aan alle aspecten van het moderne vrouwenleven in Nederland en in de koloniën. Er was ook aandacht voor Kartini.
Snel vormden zich commissies en subcommissies en werd er een erecomité in het leven geroepen, om de tentoonstelling aanzien te verlenen. Op een namenlijst van vele adellijke namen van dames die al dan niet aan het hof van Wilhelmina en Emma verbonden waren, staat de naam van mevrouw Van Heutsz: ‘Mevr. van Heutsz-van der Zwaan’. Zoals de toetreding tot het erecomité van de hofdames impliciet de steun van het hof inhield, zo betekende de naam van Marie dat de oud-GG Van Heutsz het initiatief steunde.
Marie’s betrokkenheid was ook van persoonlijke aard. Bij de subcommissie voor Koloniën hoorde ‘het comité voor het Indische huis’, die naast een driekoppig bestuur zes leden bezat, onder wie Marie als gewoon bestuurslid, dus zonder specifieke portefeuille.

Vrouwenkiesrecht

Gedenkboek. Nederlandsche bond voor vrouwenkiesrecht. 1907-1917

In Engeland waren er al geruime tijd vrouwen actief – suffragettes – die niet zozeer aandacht vroegen voor hun ontwikkeling als vrouw, maar die rechten opeisten, vooral het vrouwenkiesrecht. Hun eisen en methoden, zoals zich aan hekken vastketenen, riepen veel weerstand op. Men vond dat onvrouwelijk gedrag.
Nederland leek gematigder in dit opzicht, al konden vrouwen zoals Aletta Jacobs rekenen op kritische tegenstanders. Indertijd had Mina Kruseman die ook gehad met haar visie op emancipatie; en juist zij was degene die declamatieles had gegeven aan Marie van Heutsz. Het moet een blijvende invloed zijn geweest, die ook Van Heutsz kan hebben bereikt. Enkele jaren na de tentoonstelling, in 1917, sprak hij zich onomwonden uit voor het vrouwenkiesrecht.

En er was meer geweest. Zijn oudste dochter had hij naar Nederland laten gaan voor een opleiding boekhouden, iets waarmee ze eventueel economisch zelfstandig zou kunnen zijn. Trouwen om een kostwinner te vinden hoefde ze dus niet.
Het is goed mogelijk dat mevrouw Van Heutsz hier een sterke invloed had; zij las feministische romans. Het echtpaar zette zich incidenteel samen in voor de goede zaak. In februari 1914 waren ze bij een nationale bijeenkomst voor de invoering van het vrouwenkiesrecht: ‘Op het podium in het paleis van Volksvlijt zat ook het echtpaar Van Heutsz’ schreef het Bataviaasch nieuwsblad, zonder verder toe te lichten of het echtpaar iets zei of deed. De aanwezigheid van de twee volstond kennelijk. De vrouwenzaak was ermee gediend.

Het Kartinifonds heeft de invloed van de naam Van Heutsz ook ervaren. Iets dat niet gauw ter sprake komt als het ook in Nederland straks Hari Kartini is, haar geboortedag 21 april, staand in het teken van emancipatie en ontwikkeling, ter ere van deze bijzondere vrouw.

Praktisch

Van Heutsz, de man en de mythe
Gratis online kennislezing
Wanneer: maandag 11 mei om 0930 uur VOL
nieuw: avondlezing maandag 11 mei om 1930 uur
Kosten: nul, want gratis
Tijdsduur: uur
Hoe opgeven:

Via formulier:

Ik ben graag bij deze kennis-lezing

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Ga naar de bovenkant