Yvonne van Genugten: “Ons museum is nu gesloten”

Contractpension Geerestein in Woudenberg. Op de eerste foto een verkleedpartij: mijn moeder is tweede van links vooraan zitttend.

“We werken nu anders,” zegt Yvonne van Genugten, directeur Indisch Herinneringscentrum. “De deuren zijn nu gesloten. Voor andere musea is het een ramp, maar gelukkig niet voor ons.”

Poekoel teroes: in gesprek met Indische ondernemers

“We werken nu allemaal in de cloud. Dus als ik op de werkomgeving inlog, heb ik toegang tot alle bestanden, de mail en ook de kantoortelefoon. Zo blijven we met elkaar in verbinding, en we kunnen doorwerken aan wat wèl door kan gaan.”

Ik praat met Yvonne van Genugten, directeur van het Indisch Herinneringscentrum, dat gevestigd is in Museum Sophiahof in Den Haag. De deuren zijn nog helemaal niet zo lang geopend, en in deze corona-tijd gingen ze met een klap dicht. Tentoonstellingen, lezingen, discussiemiddagen, alles dat gaande en komende was: weg. Het publiek zit thuis.
Net als Yvonne en haar medewerkers. De stemming onderling is heel redelijk gezien alles, en dat komt ook door de financiële situatie.

Subsidie

“We hebben de luxepositie dat we een gesubsidieerde instelling zijn. Bij collega’s zie ik dat ze meteen werktijdverkorting moesten aanvragen. Dat hoeft bij ons niet. Die subsidie geeft een bepaalde basis waarop we nu terugvallen, we zijn niet afhankelijk van publieksactiviteiten. Dus we vallen niet meteen om.”

Evenzogoed horen die publieksactiviteiten er wel bij. “Daarvoor kijken we nu naar de tweede helft van het jaar,” zegt ze.

Maar ja, wat dóét iedereen dan thuis?
De administratie bijwerken duurt ook niet eeuwig.
En iedereen is thuis, want de vakanties gaan nou helemaal niet door: “Ik zou zelf op 30 maart naar Dubai gaan, gelukkig kreeg ik een mail dat het kosteloos geannuleerd kon worden. Wat ooit belangrijk was, is er ineens niet meer. Het is omschakelen.”

Wat iedereen doet, is praktisch.
Programma’s voor de tweede helft van dit jaar voorbereiden. Teamoverleg met videobellen. Zorgen dat alles klaar is voor wanneer het leven weer min of meer normaal is in Nederland,

“Er lopen grote projecten waarvoor we subsidie hebben gekregen, zoals Huizen van Aankomst. Dat is een echt publieksprogramma in augustus. De piek van de voorbereiding is nu. Ik ben blij met de techniek die we nu hebben, daardoor kunnen we doorwerken.
We zagen elkaar in het begin nog een enkele keer op kantoor, wel met gepaste afstand, om de lopende zaken door te spreken en af te stemmen waar we wel mee verder gaan en wat we nu laten rusten. Nu vergaderen we online. Zelf werk ik aan de jaarverslagen en aan projectverantwoordingen en -aanvragen. Er is veel minder telefoon, er zijn nergens meer presentaties, dus ik kan doorwerken. De strategiedag met het bestuur en de staf is geannuleerd, daar keek ik wel naar uit.”

Gewone leven

Thuiswerken of niet, dat virus kan zomaar overal zijn. “Ik blijf zoveel mogelijk thuis,” zegt ze. “Buiten ben ik voorzichtig en ik hou afstand. We worden allemaal op onszelf en onze naasten terug geworpen. Dus ik probeer het verder over me heen te laten komen, want ik weet niet hoe lang dit gaat duren, voordat het gewone leven terug komt.”
Het klinkt nuchter. Maar misschien moet ze dat ook wel zijn in haar positie. denk ik. Als de directeur in paniek raakt, raken de medewerkers en de vrijwilligers ook van het pad. Dat moet niet.

Stip op de horizon

“Ik denk altijd: ik laat me niet gek maken. Een stip op de horizon zetten helpt altijd. Dan kun je vooruit blijven kijken naar de dingen die echt weer gaan komen.

De familie maakt een uitstapje

Die houding zit in de familie. Mijn moeder is in 1943 als driejarige geinterneerd, mijn grootmoeder heeft met haar vijf kinderen in verschillende kampen gezeten en ze heeft de Bersiap overleefd. Over die tijd vertelt mijn moeder pas de laatste jaren iets, dat kan ook door mijn werk komen. Ik hoor verhalen die elkaar tegenspreken, maar met elkaar komt de familie tot een breder verhaal. Mijn moeder is pas tachtig geworden. Ze wilde haar verjaardag groots vieren maar dat is door de omstandigheden niet doorgegaan. Dus dat doen we later.” Alweer een stip op de horizon, ook voor de tachtigjarige.

We praten nog even door over dat gewone leven van de toekomst. Hoe dat zal zijn. “Hopelijk waarderen we het dan meer. Omdat we nu zien, dat het niet vanzelfsprekend is.”


Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje hieronder te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Drie tips om herinneringen door te geven.

open brief van een KNIL-dochter: Aan Zijne Majesteit Koning Willem Alexander

KNIL

Wilhelmina in gesprek met oud-militairen van het KNIL, te Bronbeek. (Wikimedia commons/ Tropenmuseum

Wie bereid is voor de Nederlandse vlag te sneuvelen, mag daar iets voor terug verwachten. Erkenning. Respect. Aandacht. Dat geldt ook voor het KNIL.  In een Facebookgroep vond ik een open brief van Toby de Brouwer. Ze gaf me toestemming die hier te plaatsen.


Aan zijne Majesteit Koning Willem Alexander

Den Haag, 22 mei 2019

Beste Majesteit,

Tot mijn grote ontsteltenis, ongeloof en veel verdriet, zag ik dat U op 27 juni a.s. het Nationaal Museum aan de Sophialaan in de Haag gaat openen. Dit kan toch niet waar zijn?

De Indische gemeenschap wacht nu al meer dan 74 jaar op erkenning, excuses en backpay-salarissen voor onze voorouders er ouders.

Onze vaders en opa’s hebben in het KNIL gevochten voor Nederland en uw overgrootmoeder koningin Wilhelmina.
Onze vaders en opa’s hebben in Jappenkampen gezeten, velen hebben het niet overleefd,
Anderen hadden het geluk te overleven, maar ze zijn gemarteld, kregen niet te eten en hadden verschrikkelijke ziektes.

Onderluitenants KNIL L. J. Kievit. K. A. Gootjes. H. J. Pattinama, W. Dieleman en C. W. Broekhuizen. (Wikimedia Commons, Nationaal Archief)

 

De 2e generatie van deze ouderen hebben er heel veel ellende van ondervonden.
U heeft vast niet veel tijd om te lezen, maar lees eens de tolk van Java van Alfred Birney en denk daarbij dat dat maar 1 geval was, zo zijn er duizenden.
Deze duizenden wachten nog altijd op de uitbetaling van de salarissen voor de tijden dat hun vaders en opa’s gevangen hebben gezeten.

Al de opeenvolgende regeringen hebben de Indische Kwestie nooit totaal willen oplossen en dit is een smet, ook op naam van uw overgrootmoeder koningin Wilhelmina.
Zij heeft zoveel beloofd en de beloften zijn nooit nagekomen.

U bent zelf geen veteraan, maar ik hoop dat u wel het gevoel voor hen kan opbrengen wat dit met hun heeft gedaan en nog doet.
Mijn vader is verbitterd gestorven door dit onrecht, ik heb hem beloofd voor hem te blijven vechten.
Nu ben ik zelf al 71 jaar en die belofte drukt zwaar op mij, want zo als het het nu uitziet zal ik even verbitterd als hij gaan sterven.

U heeft een leuk gezin en een leuke familie, kunt u zich voorstellen hoe het zou zij als hen dit overkwam/overkomt?

Ik las laatst dat u in een achterstand wijk spontaan op bezoek bent geweest, ik kreeg er een warm gevoel door en dacht: hee, een echte koning voor de mensen.

U heeft op uw school waarschijnlijk ook niet de gehele kwestie van Nederlands Indië geleerd, want daarover werd gezwegen en wij worden niet gehoord.

KNIL betekent KONINKLIJK NEDERLANDS INDISCH LEGER, onze vaders en voorvaders waren en zijn echte Nederlanders, hebben gevochten voor een land wat de meesten niet kenden en voor uw overgrootmoeder. En wij worden gewoonweg genegeerd, weet u wat dit met ons doet?

Geef ons net als die nieuwe Nederlanders in de achterstand wijk van Den Haag ook de mogelijkheid met u te praten.
U kunt bij mij thuis komen of er kan een andere afspraak gemaakt worden zodat u met
meerdere slachtoffers kunt praten.

Geef ons die kans voor u het museum gaat openen, anders is die opening voor duizenden
Indische Nederlanders een diepe belediging.
Open uw hart en praat alstublieft een keertje met ons en luister eens naar onze ECHTE
verhalen, want in de loop van de jaren zijn al die regeringen niet juist ingelicht door betreffende ambtenaren.

Met diep respect als u dit voor ons doet en met grote teleurstelling als u ons weer niet wilt horen.

Hoogachtend,
Toby de Brouwer
Dochter van een KNIL soldaat

In Soerabaja (Wikimedia Commons/Tropenmuseum)

 

Praktische schrijftip

Een manier om over vroeger te schrijven, is in briefvorm. Schrijf een brief aan uw vader of moeder over uw kindertijd. Wat was er fijn, wat vond u moeilijk, wat herinnert u zich nog van het samenzijn? Die brief schrijft u eerst voor uzelf, om te bewaren. U hoeft die aan niemand te laten lezen, als u niet wilt.

Ga naar de bovenkant