“Waar blank en bruin tezamen vloeid”

  Wie kan een foto als deze weerstaan? “Senèn Daëng Mapata, onze vergeten oermoeder” lees ik. De foto zat bij een mooi gedicht dat Wieke van Dorsser me stuurde. Nadenken over moeders is belangrijker dan we vaak denken. Wie was de moeder van uw moeder, en hoe was haar moeder?  Denken in generaties is de familie begrijpen

Hier is het gedicht.


Waar blank en bruin tezamen vloeid’

Waar blank en bruin tezamen vloeid’
Ontstond een nieuwe plant
Die diepgeworteld groeid’en bloeid’
Veracht door tweeërlei kant.

Statig strekte zij haar rug,
Hief zij trots haar bloemen op
Niets kon haar deren, zij was de brug
Tussen ’t blank en bruin getob.

Maar éénmaal spleet de grond uiteen
En scheurde in één slag
De sterke plant zo middendoor
Dat was een zwarte dag

Het ene deel kwam West terecht
Het andere deel bleef Oost
Aan beide groeiden worteltjes
Dat was misschien een troost.

Nu wordt het westelijk deel weer wit
Het oostelijk deel weer bruin
Maar beide behouden ze hun rechte rug
En ook hun trotse kruin!

Wieke van Dorsser

 

Praktische schrijftip

Als u opziet tegen een heel levensverhaal schrijven, dan kunt u proberen of korte stukjes gemakkelijker gaan. Misschien ligt het u om gedichten te schrijven, dat weet u pas als u het uitprobeert. Rijm erin is niet verplicht.

Indisch gedicht: Bijna ondergronds

Indisch gedicht

(Tropenmuseum/wikimedia commons)

Soms krijg ik zoiets moois in mijn mailbus, dat ik vraag of ik het mag delen. Margie van de Pol stuurde me een gedicht. Ik zeg er verder niets over, dit voelt u of niet.


Bijna ondergronds
Ik herinner mij een park en in dat park liepen mensen.

Kon niet missen, mijn soort.
indo’s en indisch dus.
Alsof ze in de vertraging konden versnellen.
Hun blik gefocust maar toch overal elders.
Zenuwachtig en toch rustig.
Altijd op hun hoede en toch blijven vertrouwen.
Bah!
Ik verzin maar wat.
ik ben gila dat weet je toch?

Vanuit mijn verstopplek onder de grond hoorde ik de stoet aan komen dreunen.
Met mijn kop boven de aarde bekeek ik ze.
Witte zakdoeken wapperde in de wind.
Die mensen raakte elkaar aan.
Armen over schouders en vooral de vrouwen liepen gebukt.
Kasian toch…
Dat woord heb ik zo vaak gehoord.
Ze vonden mij zielig, kasian dat kind.
Kan niet bij haar ouders blijven.

De mensen in het park liepen achter een kist aan,
een dode.
Idioot zeg , om met een dode in een stadspark te gaan lopen.
Dat hoort niet zo.
Onvoorspelbaar, die indo’s!
Net zo gila als ik .

Diep onder de grond
Leef ik.
Ten dode opgeschreven?


 

Ga naar de bovenkant