hoe schrijf je een familieverhaal

Easy peasy. 5 stappen om uw familieverhaal (eindelijk) op papier te zetten

familieverhaal schrijvenEasy peasy. 5 stappen om uw familieverhaal (eindelijk) op papier te zetten. Zijn die er echt, die vijf stappen? Ja, tuurlijk. Wat die zijn, ga ik u uitleggen.

Uitleggen in een workshop, bedoel ik. Het gaat online, dus u hoeft nergens heen. Via een zogeheten webinar ga ik straks uitleggen hoe u een familieverhaal begint, wat voor structuur u kunt gebruiken, wat de valkuilen zijn en wat de vijf belangrijkste stappen zijn die u kunt zetten om van leuk-idee naar het-is-af te komen.

Zin in

Ik heb er nou al zin in.
Ook omdat het lange tijd geleden is dat ik een online workshop gaf. Ik zat tot over mijn oren in het werk aan mijn biografie van generaal Van Daalen, en ik maar doorploeteren, het manuscript moest ingeleverd worden, er kwam van alles bij, ik dacht ik red het niet. Maar toch. In april 2024 komt het boek uit.

Dus nu heb ik wat ruimte. En hup daar ga ik, u online ontmoeten en mijn kennis met u delen. Die kennis komt uit de praktijk.
Want ik schrijf dan wel steeds weer een biografie, dus een levensverhaal van 1 persoon, maar de familie komt er ook bij.
In het nieuwe boek schrijf ik over de vader en de oom van generaal Van Daalen, die een sterke invloed op hem hadden. Ook noem ik even een grootvader, die ook een eigen invloed had. En dan zijn moeder. Dus ja, ook weer familie.
Niemand is een eiland. We zijn allemaal deel van een generatie, en we hebben generaties voor ons en soms ook na ons.
Dan heb je al gauw een familieverhaal.

Aan de reacties die ik in de loop der jaren heb gekregen merk ik dat het steeds belangrijker wordt voor mensen om het familieverhaal op papier te kunnen zetten. Drie, vier generaties met naam en toenaam, met grappige of droevige weetjes erbij.
Ik hoor dan hoe belangrijk het is. Dat snap ik.
Herinneringen en familieverhalen gaan over wie we zijn, en waarom we zo zijn. Het zijn feiten, maar vooral gevoelens van herkenning, van een band: weten waar je vandaan komt, begrijpen op wie je lijkt, je thuis voelen in de familie, dat heeft iedereen nodig.
Misschien vooral als er oude pijn is. Die mag er ook zijn, wat mij betreft.

Schrijven is doen

Maar bent u er klaar voor? Dat is de vraag.
Hoe graag u ook wilt, toch komt er vaak weinig terecht van het opschrijven. Er zit dan vaak een gebrek aan kennis in de weg. Hoe je begint. Wat voor structuur je nodig hebt. Dus nou ja, hoe je het aanpakt.
Soms vindt iemand het idee ook leuk, en meer niet. Dan komt er steeds wat tussen, en dan gebeurt er uiteindelijk niets.

Schrijven is een kwestie van doen en dat geldt zeker voor een familieverhaal, of het nu om uw eigen leven gaat of om dat van uw ouders en grootouders of de hele familie van zeven generaties terug met alle neven en nichten erbij. Het gaat om weten hoe je zoiets doet. En tijd ervoor hebben.
Inmiddels schreef ik meer dan dertig boeken (groot en klein), en bij elk ervan volgde ik een soort stappenplan. Eerst het ene. Dan het andere.
Met zo’n stappenplan is schrijven gemakkelijker en daardoor leuker.

Schrijven lijkt een beetje op rozenstroop maken. Ook dan moet u weten wat u doet. Er moet net genoeg water bij de stroop om het lekker te maken. Plonst u het glas vol water dan heeft u roze water dat nergens naar smaakt. Te weinig watererbij smaakt nergens naar. Wie rozenstroop kan maken, vindt het eenvoudig.
Easy peasy.
Net als met schrijven.

Is het iets voor u?

  •  u wilt weleens horen hoe ik dat nou aanpak een familieverhaal schrijven, u neemt graag een kijkje in de praktijk van een ervaren schrijfster, daar kunt u wat van leren
  • en het is ook voor u wanneer u al een paar keer bent begonnen en weer bent opgehouden omdat het gewoon niet ging dus u heeft nieuwe moed en inspiratie nodig

Voor wie is het niet?

  •  u denkt schrijven gaat vanzelf en ik begin morgen wel of overmorgen of volgend jaar
  •  u gaat eind deze maand op cruise en bent straks een half jaar het leven aan het vieren

Dus het is aan u om af te wegen of de workshop voor u belangrijk kan zijn. Ik ga in ieder geval mijn best doen en ik hoop dat u gemotiveerd bent om erbij te zijn.

Easy peasy

Wat: Easy peasy. 5 stappen om uw familieverhaal (eindelijk) op papier te zetten.
Wanneer: woensdag 27 december 2023
Hoe laat: 0900-0945 uur
Waar: online, na opgave komt de technische informatie zo snel mogelijk naar u toe
Kosten: gratis

Opgeven: via het onderstaande formulier voor nader contact. Ik mail u dan terug en dan weten u en ik het komt in orde.

Contact

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

 

Hier is een update

Nu is het zeker: er komt een avond-workshop bij. De ochtend is bijna vol. Dus wilt u alleen op de ochtend, wees er dan snel bij. De avond loopt ook al.
Het is dus:
woensdagochtend 27 december om 0900 uur
of
woensdagavond 27 december om 1930 uur
Bij opgave vermelden: ochtend of avond, dan ontvangt u de goede mail.

Attentie: de ochtend zit vol, wel is er nog ruimte  op de avond. Lukt dat niet? Mail me dan toch even, want bij voldoende aanmeldingen plan ik een andere ochtend in.

Veel Gestelde Vragen

1 Moet ik iets voorbereiden?
Nee, er is geen huiswerk vooraf. Het is wel handig als u pen en papier bij de hand heeft, ingeval u aantekeningen wilt maken. Want ik leid u door het plan van aanpak dat ik zelf altijd gebruik dus als u iets hoort dat voor u nuttig is: schrijf het op.

2 Wat kan ik na de workshop?
Goede vraag. Als u bij de les blijft, kunt u erna beginnen ofwel verder gaan met het familieverhaal dat u schrijft. Dat wil zeggen, als u een snelle beslisser bent. Want u krijgt van mij drie mogelijkheden om een familieverhaal op te zetten dus daar moet u wel een besluit over nemen. Maar ik bied u in de workshop ook iets anders. (Wat, dat zeg ik daar en dan pas)

3 Wat is het verschil tussen een familieverhaal en een levensverhaal?
Een familieverhaal is eigenlijk een combinatie van verschillende levensverhalen, elk weer van een ander familielid. In een levensverhaal staat een enkel leven centraal, met daarbij ook de invloeden van de andere familieleden. Het accent is dus anders.

4 Geeft u ook advies over het interviewen van familieleden?
Niet in de workshop, tenzij het ter plekke in me opborrelt of iemand een vraag stelt. Maar dan nog, er valt meer over te zeggen dan in een enkel moment mogelijk is. U kunt altijd een telefonisch overleg- gesprek boeken, klik hier en kijk hoe dat gaat,

5 Wilt u mijn manuscript lezen?
Helaas. Daarvoor ontbreekt me de tijd. Daarbij is het ook mijn vreugde om samen met iemand te werken en dan zo het verhaal te zien groeien.
Maar als u iets af heeft, en u twijfelt, mail me dan de reden en misschien kan ik even met u meedenken.

6 Ik kan alleen ’s avonds wat nu?
Dan heb ik goed nieuws. Ten eerste, u bent de enige niet. Ten tweede, daarom komt er nu ook ’s avonds een workshop, die is om 1930 uur op dezelfde dag,

7 Komt er een opname?
Neen.

8 Ik kan die dag helemaal niet, en eigenlijk heel december niet maar ik wil er wel bij zijn, hoe doe ik dat?
Als u niet kunt, dan kunt u niet. Zo eenvoudig is het. Maar ik denk, u heeft een reden om erbij te willen zijn, en die kunt u aan mij mailen. Of, u maakt een gratis overleg-afspraak met mij, dat is per telefoon. Klik hier en kijk hoe dat gaat.

9 Ik ben nog helemaal niet zover dat ik ga schrijven, zal ik meedoen?
Wat dit antwoord betreft, zeg ik alleen: regeren is vooruitzien.

10 Ik heb een andere vraag namelijk…
Vragen staat vrij, hieronder nogmaals het inzend-formulier, dat komt linea recta in mijn mailbus en dan mail ik terug.

Contact

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

Waarom u moet vragen waar de trouwjurk vandaan komt

Het is  oktober 1904, we zijn in Semarang en het is een feestelijke dag. Lien Kloppenburg trouwt met Norbert van Dijck. Haar drie zusjes zijn bruidsmeisje.

Links van het bruidspaar: Troel Kloppenburg.
Aan de rechterkant: Mien en Marie Kloppenburg.
Een serieuze foto is het, niks geen gelach en seksie-kijken wat je nu hebt. Het huwelijk is daarvoor te belangrijk anno 1904 en daarbij is een foto maken ook niet goedkoop.

Twee vragen

Toen ik de foto voor de eerste keer zag, kwamen er meteen twee vragen in me op:

  1. Hoe komen de meisjes Kloppenburg toch aan dat prachtige dikke haar?
  2. Waar kwam de trouwjurk van Lien vandaan?

Pudding

Het antwoord op de eerste vraag ontdekte ik snel. Dik haar krijg je door het gebruik van lidah boeaja, en dan op de klassieke manier toegepast. Dus zelf in de keuken een puddinggelei van de plant maken, die in het haar masseren en dan de pudding een hele middag laten intrekken, bij voorkeur elke week.
Dat heb ik nog nooit aangedurfd. Want ik heb Europees haar, en misschien valt het dan uit.
Bij twijfel niet oversteken.

Nu de tweede vraag. De trouwjurk van Lien. Ik zie hoe recht ze staat, hoe gestroomlijnd haar figuur is, hoe smal haar taille oogt.
Vermoedelijk draagt ze een corset. Vast speciaal voor of met deze jurk gekocht. Alleen: waar?

Nadenken over kleding is nadenken over het dagelijks leven en bijzondere dagen. Zo leer ik het Indische leven, de Indische cultuur, kennen.
Er zijn volop geschiedenisboeken met jaartallen en feiten. Mooi, hoor. Maar dragen die bij aan ons gevoelsbegrip van hoe mensen leefden, generaties geleden?
Voor mij minder.

Bruidsjurk

In het algemeen waren er drie opties voor een meisje Kloppenburg om aan een jurk te komen:

  1. de djaït
  2. de modiste
  3. Parijs (Bandoeng ook)

De djaït is de huisnaaister. Een meestal inheemse vrouw die ofwel met de naald wat kon of ook met de naaimachine. De ene djaït was de andere niet. Een vakvrouw kon je een afbeelding uit een Europees damesblad laten zien en dan maakte ze het zo na.
En dan paste alles ook.
Maar niet elke bruid wilde een jurk van de djaït. Dat had in de koloniale maatschappij toch wat minder status dan de modiste.

Een modiste was duurder dan een huisnaaister. Daardoor, en haar veelal Europese afkomst, had ze weer meer status. Vaak had ze eigen stoffen en patronen, ze kon exclusieve modellen leveren. Dat is belangrijk gevoelsmatig.
Wat status betreft, moest de modiste in eigen stad het afleggen tegen de modiste in de grote stad.

Het allerduurste was couture uit Parijs. Ook uit Bandoeng, de stad die het Parijs van Java werd genoemd. In de Preanger-bode staat veel interessante advertenties. Ach, kon ik maar even op bezoek, wat zou ik dan veel meer begrijpen.
Maar Europa, dat was toch belangrijker voor wie status en Europees aanzien wilde.

Deze advertentie van 3 maart 1904 trof me: een getrouwde vrouw (“mevrouw”) met een goed lopende eigen bedrijf. Mevrouw Sandt van Rooijen had ook vast atelierdames in dienst. Ik dacht meteen: zou haar archief bewaard zijn gebleven? Zo gaat het met nadenken over het verleden, je komt van het een in het ander terecht. Nu wil ik opeens heel graag een boek lezen over bruidswinkels in Indië.

 

 

Uit Parijs

Ik vermoed dat Lien in Parijs haar japon heeft besteld en wel hierom:

  • haar ouders, vooral haar moeder, waren gevoelig voor status. Dat had te maken met een Indische achtergrond in een op Holland gerichte koloniale maatschappij. Mevrouw Kloppenburg richtte zich op het Hollandse, het Europese, in de opvoeding. Zo konden haar meisjes in het leven vooruit komen.
  • het oogt enorm deftig en duur, en de kleding van de bruidsmeisjes past er zo goed bij
  •  dit is een foto met status, kijk eens naar die bloemen (duur), de waaiers die de bruidsmeisjes vast houden (kostbaar), daar past het Europese Parijs goed bij
  • haar zusje Marie kreeg later een bruidsjurk uit Parijs
    Dat was een tragische geschiedenis. Even tussendoor, hoor.

De bruidsjapon van Marie

Uit het verre Parijs werd een bruidsjapon besteld voor Marie Kloppenburg. Haar Emile stond op Franse couture en Marie, een beeldschoon Indisch meisje zou er een witte wolken tule er ongetwijfeld verrukkelijk uitzien, de zusjes als bruidsmeisjes, de moeder-
Maar vlak voor de trouwdag stierf Emile. Het kwam onverwacht. Niemand wist zelfs waaraan hij overleden was. Later ging in de familie het verhaal dat op het kerkhof een Indonesische vrouw van Emils graf was weggelopen toen zij Marie had zien naderen. Jaloezie, vergiftiging, hoe het zij, Marie was radeloos van verdriet.
De bruidsjapon heeft ze nooit gedragen.
Erg, hè?

Bron

Dit dus over de bruidsjurk in 1904.
Het zegt iets over normen en waarden, over wat toen belangrijk was en mogelijk was.
Dat geldt ook voor latere perioden.
Wat een bruid draagt, vertelt ons iets belangrijks over haar leven. Het is een belangrijke bron van informatie.

Schrijftips
“Mijn moeder trouwde in de oorlog”- dat kan. Hoe kwam ze aan haar jurk?
Kijk eens naar de vrouwen in opeenvolgende generaties in uw familie. Wat droegen zij op hun huwelijksdag, waarom en hoe kwamen ze aan die jurk? Zo kunt u meer te weten komen over uw familiegeschiedenis.
Ik hou me aanbevolen voor foto’s van trouwjurken. Zo romantisch. Wanneer u met mij telefonisch wilt overleggen over het schrijven van een familieverhaal, bent u welkom. Het is vrijblijvend voor u en mij. Klik hier voor het inplannen van een afspraak. (er opent dan een nieuwe pagina)

Het roemruchte proces over de vergiftiging van K. Grutterink

vergiftiging Het leek een eenvoudige strafzaak: ex-njai vergiftigt Europeaan. Maar anno 1923 waren de koloniale tijden niet meer wat ze geweest waren. Het Europees prestige was kwetsbaar en moest rekening houden met de publieke opinie, ook en misschien vooral van Inheemse zijde.

Deze strafzaak groeide uit tot een van de beroemdste processen in decennia. Had de Soendanese Anna werkelijk arsenicum gebruikt of niet?

De eerste berichten in de Preanger-bode over de Bandoengse zaak waren weinig opvallend. Alweer een wrokkige vrouw, en zo harteloos ook.

  • 23 februari 1922: We vernemen dat de heer Grutterink, employé der onderneming Tjikembang, is overleden als gevolg van vergiftiging. Hiervan wordt de familie zijner ontslagen bediende verdacht. De justitie stelt een nauwkeurig onderzoek in.
  • 1 april 1922: De gewezen huishoudster van den overledene, een Soendaneesche vrouw, Anna geheeten, heeft bekend, dat ze door een helpster van een der bedienden „iets” door de melk van den overledene heeft laten mengen, maar zij ontkent dat het arsenicum en beweert dat het nagel-schrapsel geweest is.
  • 5 april 1922: Op last der justitie werd het lijk van den op 21 Maart begraven emploijé Grutterink der onderneming Tjikembang, die, naar aangenomen wordt, door vergiftiging den dood vond, gisterochtend weer boven de aarde gebracht. Het lugubere werk geschiedde door het personeel van het kerkhof alhier onder leiding van den opzichter der begraafplaats, den heer Nienkemper. Verder waren tegenwoordig commissaris Heijnen en de Inlandsche vrouw, gewezen huishoudster van den doode, van wie vermoed wordt, dat zij den heer G. deed vergiftigen. Het is een kleine, jonge vrouw van 17 á 18 jaar. […] De hernieuwde sectie was noodig, daar de vorige geen voldoende aanwijzingen had opgeleverd voor de doodsoorzaak.

Huishoudster

Uit de aanhoudende stroom krantenberichten kwam meer informatie naar voren. Anna bleek Nji Anah te heten. De erkenning van haar eigen naam, dus niet een gegeven Europese, toonde al dat ze buiten het koloniale oog om, een eigen identiteit bezat.
In december 1922 vernam het nieuwsgierige lezerspubliek enkele details over het samenleven van Grutterink en Nji Anah: “Zij was gedurende elf maanden huishoudster geweest van den heer G. Van dezen kreeg zij veel mooie kleeren, een salaris van f 25 ’s maands en bovendien alles vrij.”
Een later krantenbericht sprak over cadeautjes.
Via de omrekenpagina van het IISG leerde ik: 25 gulden toen, is nu een kleine 200 euro. Geen groots inkomen, maar wel vast en met extra’s. Anderzijds: je was wel ook ’s nachts huishoudster, dus dan is het schamel betaald.
In september 1923 zal ze een hoger bedrag noemen: ‘elke maand ongeveer 55 gulden te hebben ontvangen; zij voerde de geheele huishouding waartoe de 30 gulden werden bestemd. Voor deze dertig gulden werden alleen de bij-spijzen e. d. gekocht. Bovendien kreeg bekl. sarongs, broches en ringen cadeau van den heer G. Zij was zeer tevreden met haar betrekking als huishoudster en zij hield wel eenig geld van het tractement over.’

De kranten doken op het motief, dat Nji Anah wel of niet had aangezet tot moord.
Grutterink was op dienstreis geweest.
Bij een onverwachte thuiskomst trof hij een voor hem onwenselijke sitruatie aan: in zijn eigen huis werd gedobbeld (had hij verboden) en Nji Anah leek een relatie te hebben aangeknoopt met Dana, ze werd met hem in de slaapkamer aangetroffen.
Grutterink ontsloeg haar.
Weg inkomsten.

Maar Nji Anah had connecties.
Connecties in de kampong, connecties met een doekoen, en connecties met de andere bedienden. Tijdens het proces werden ze voor zover mogelijk allemaal gehoord.
Moeilijke vragen klonken:

  • had Nji Anah nu wel of geen warangan (ruwe arsenicum) gekocht, of laten kopen in de warong?
  • kon de toediening van nagelgruis kwaad?
  • wat was nu de werkelijke invloed van iemand bewerken en hoe moest de rechtbank dat wegen?

Iemand bewerken

Ja, dat bewerken. Nji Anah wilde terug bij Grutterink, waarom kwam helaas niet aan de orde. Dat de man haar had ontslagen, deed vermoeden dat hij er niet zo snel op terug zou komen. Er waren dus andere middelen nodig om hem van mening te doen veranderen.
Ik kan die gerust uit de kranten citeren, want u doet het toch niet na (toch?) en bovendien, er komt meer bij kijken dan alleen de handeling, dat weten u en ik.
Dit was het bewerken dat bij Grutterink nieuwe liefde moest doen ontstaan, de doekoen adviseerde het:

  • Om dit nog beter te doen gelukken, had zij aan Nji Antimah ook een fleschje met odeur ter hand gesteld en daarmede de sprei, der luierstoel en het tafellaken van haar mijnheer doen besprenkelen, verder moest een zwarte kip geslacht worden en de kop en pooten van dit dier onder de huisdeur begraven worden — Wij gaan verder — 7 uur ’s morgens dronk de heer G. het glas melk met de daarin gemengde warangan.

Wat voor odeur (geur), denk je dan. Maar daar zwijgt de Preanger-bode helaas over. Later meldt de krant nog dat het ‘beprevelde odeur’ betrof, dus dan doet de geur er minder toe, maar wat je prevelt des te meer. Logisch.
Later schrijft de krant: ‘Als derde middel om de liefde op te wekken werd aangeraden een op bepaalde wijze bereid sirihblad, lepiet genaamd, uit te kauwen en het sap daarvan op het erf van mijnheer uit te spuwen. ‘ Weer van die halve informatie: hoe toch, die ‘bepaalde wijze’?
Grutterink bleef bij zijn opinie en betaalde daarvoor de prijs.
Nji Anah ook, leek het. De rechtbank gaf haar de doodstraf. Dan zijn we in januari 1923. Er was evenwel een nieuw probleem ontstaan.
De beklaagde Nji Anah was inmiddels zwanger.
Van Dana.
Met wie ze ook trouwde.

Sarekat Islam

Kun je een jonge vrouw, aanstaande moeder, tot de dood veroordelen?
Wat ik zei, de koloniale tijden waren veranderd.
In 1923 zijn er grote en invloedrijke verenigingen als Sarekat Islam. De wens is: meer zeggenschap, meer macht, zelfstandigheid. Het nationalisme groeit, en enkele jaren later zal de Nederlandse regering het interneringskamp Boven-Digoel inrichten.
Dus dat er steeds meer aandacht kwam van inheemse zijde voor dit proces, maakte het beladen. Het koloniale gezag wist: een opstand heb je zo. En wat dan?

Wegens vormfouten moest het proces overnieuw. Alles van de eerste procesgang telde niet meer.
Kan gebeuren. Maar het viel op. De getuigen konden nu een nieuwe getuigenis afleggen, met de vraag of ze werkelijk wilden meehelpen Nji Anah ter dood te veroordelen. De pers achtte het risico van ‘draaien’ aanwezig.

Ik zet een stap vooruit in de tijd, naar juli 1927. Weer komen er zittingsdagen, zo schrijft de Preanger-bode:

  • 11 juli 1923 Er was een enorme belangstelling, zoowel van Europeesche als van Inlandsche zijde. De zaal van den landraad was overvuld met Inlandsch publiek en ook buiten zagen wij honderden toeschouwers.
  • 12 juli 1923 Er was hedenmorgen een zoodanige belangstelling, dat de Landraadweg af en toe werd versperd door drommen Inlanders, die tezamen groepten. De politie had echter zulke extra-maatregelen genomen, dat geen hinder voor het verkeer werd ondervonden.
    Reeds des morgens echter moest met eenigen drang het aantal kijkers worden teruggehouden van het bestormen van de landraadzaal, waar men een plaats wilde veroveren. In de zaal was geen stoel onbezet. Wederom gaven eenige Europeanen in persoon blijk van de geweldige belangstelling, die er voor dit strafgeding bestaat.
    Nji Anah zat er voor den rechter goed gekleed en uiterlijk zeer rustig. Reeds op den eersten dag van de zitting werden door een Inlandsch fotograaf opnamen gemaakt. Ook de Inlandsche pers was vertegenwoordigd.
  • 13 juli 1923 Onder nog grootere belangstelling van de zijde van het publiek dan op den eersten dag werd Donderdag 12 dezer voortgegaan met de herbehandeling van deze geruchtmakende moordzaak.
  • 17 september 1923 De zaal van den landraad is geheel gevuld met Inlandsch publiek.

 

Indië keek mee

De publieke belangstelling zette druk. Indië keek mee. Vooral de inheemse bevolking en die was niet alleen numeriek groter dan het Europese gedeelte, maar was ook groeiend in invloedsfeer. Een eigen pers, dat was een enorm belangrijk instrument.
Tot teleurstelling van het publiek moest het proces onderbroken worden. Nji Anah kreeg tijd om rustig te bevallen.
Daarna maakte ze een rentree in de rechtszaal, met het kind op de arm. We zijn in maart 1924. De Indische courant schrijft over de ontknoping:

  • Er was goede belangstelling, ook van vrouwelijke zijde. Een drietal voormannen der Bandoengsche communistische en Sarekat Islam-vereeniging werd onder de bezoekers opgemerkt.
  • Beklaagde volhardde in de ontkenning van het haar ten laste gelegde.
  • De landraad acht niet bewezen […] .
  • Derhalve wordt Nji Anah vrijgesproken van het haar ten laste gelegde, (applaus weerklinkt). De landraadszaal wordt daarop ontruimd. De beklaagde wordt in vrijheid gesteld. Zij wordt buiten opgewacht door talrijke nieuwsgierigen, gelukwenschen worden uitgesproken; sommigen lachen het kind toe, dat Nji Anah op den arm draagt.

Wat een afloop, gezien het begin. Alles was gered: het prestige van de Europese rechtspraak, de rust in de kolonie, het leven van moeder en kind.
Ja, het bleef kassian voor Grutterink.
Dat wel.

Schrijftips
Had u Europese familie in Indië? Verdiep u in de tijd waarin zij leefden. Waar hadden zij contact met de Inheemse bevolkingsgroep, en dan bedoel ik buiten de bedienden om. Wat merkten ze van organisaties als de Sarekat Islam?
Ik hoop dat u hiermee als het ware ‘van buiten af’ naar toen vroeger kijkt. Als u denkt, daar wil ik eens over praten, dan bent u van harte welkom voor een vrijblijvend telefoongesprek. Klik hier om te kijken hoe u in mijn online kalender een afspraak maakt.

Waarom Batavia eind 1942 problemen had met wisselgeld

Batavia

Toko Kopa te Manado, 1930

Aan het begin van januari 1942 waarschuwde het Bataviaasch Nieuwsblad tegen hamsteren. Het heette destijds: hamstering. Wat was de situatie?

Overal oorlogsdreiging, maar daar ging het vooral tussen de regels over. Ik las in het artikel vooral een zoektocht naar houvast, wanneer de wereld om je heen moeilijk is.
Dat houvast bleek te zijn: gewoon doen.
Aandacht schenken aan het volhouden van het dagelijks leven.

De toko

Begin januari 1942 moest toegegeven worden dat het haperde in het dagelijks leven van de toko. Er waren verschillende schuldige partijen. De krant begon met:

  • Hedenochtend was een aantal toko-houders opgeroepen tot het houden van een bespreking ten Departement van Economische Zaken, waar de heer G. E. Kokxhoorn de heeren ontving met een minder prettige mededeeling:
  • Bij het nagaan van de bonnen in verband met de controle op hamstering waren nogal wat prijsopdrijvingen geconstateerd!
  • De heer Kokxhoorn wenschte dan ook een laatste waarschuwing te geven, en hij deelde mede, dat in de toekomst zeer streng zou worden opgetreden, zoo streng zelfs, dat bij de eerstvolgende constateering eenvoudig alle in de toko aanwezige goederen in beslag genomen worden, terwijl bovendien de tokohouder door de gerechtelijke instanties behoorlijk gestraft wordt.

Woeha. Tokohouders hadden dus extra willen verdienen. Batavia wilde hamsteren. Zo ontstond de dynamiek die me deed denken aan het prijsplafond van de energieleveranciers. Boven het plafond zijn de prijzen opeens gestegen.
Geld verdienen.
Winsten.
Er was evenwel nog een ander probleem. Zilvergeld dat als wisselgeld functioneerde. Dat werd bij het winkelen achtergehouden.
Dat had ik in die situatie misschien ook wel gedaan. Want stel, er komt oorlog, dan heb je wat aan zilver en goud. Maar als er meer mensen zo denken, loopt de boel vast. Dat dreigde nu te gebeuren, schreef de krant:

  • Naar echter de aanwezige tokohouders mededeelden, is de toestand thans zoodanig, dat een toko, die normaal fl. 500,— tot ? 1.000,— aan wisselgeld per maand noodig heeft het thans moet doen met fl. 30, of / 50,— hetgeen uiteraard tot zeer groote moeilijkheden aanleiding geeft!
  • De schuld ligt dan ook, naar het oordeel van politie en van het Departement, aan het publiek zelf. Het zijn de huisvrouwen, die hamsteren, de goeden niet te na gesproken.
  • Men constateert „een tekort” aan wisselgeld, en poogt als afweer hiertegen zooveel mogelijk zilvergeld in handen te krijgen, „om gedekt te zijn”.
  • Het voorbeeld van de dame, die in een der toko’s na een inkoop van enkele dubbeltjes, met een biljet van een gulden betaalde, terwijl de kassier kon zien, dat haar geheele tasch vol klein geld spreekt boekdeelen! Het zijn vooral deze lieden, die het geheele geldverkeer ontwrichten en de dubbeltjes en kwartjes aan de circulatie onttrekken.

Kiezen

Ja, met zulke ‘lieden’ zit je als stad snel in de penarie. De huisvrouwen werden als schuldigen aangewezen. Met de kennis van nu begrijp je het. Maar als ik me verplaats in de kennis van toen en ik verbeeld me dat ik thuis man en kinderen heb die op me vertrouwen, nou… wat denkt u?
Het is de eeuwige spanning tussen het belang van het individu en het collectief. Tussen de korte termijn en de lange termijn. Zie maar eens te kiezen.
En het is ook de vraag naar emoties. Hoe het voelt, in een wereld vol oorlog en weten dat die eerder vroeger of later naar Indië komt, en hoe moet je dan vluchten, als dat al kan.

De toko’s werden onder toezicht gesteld. De huisvrouwen hadden per krant hun waarschuwing moeten incasseren. Bleef over het punt van de vervoersproblemen, schreef de krant. Die waren als volgt en ze hingen samen met de verkoop van suiker:

  • Was in den aanvang van de mobilisatie, toen alle vervoer voor militaire doeleinden noodig was, een oogenblik een tekort aan suiker aanwezig, doordat men dit niet snel genoeg uit de suikerlanden hierheen kon vervoeren, dit tekort werd snel opgeheven, zoodat thans overal weer volop suiker aanwezig is.
  • Maar veel hiervan ligt in de benedenstad of aan de stations, en door de requireering van automobielen voor het leger zit men met een tekort aan vervoersgelegenheid binnen de stad.
  • In dit opzicht is samenwerking geboden. De heer Kokxhoorn verwachtte, dat als men gezamenlijk een transportonderneming als b.v. het prauwenveer inschakelde, en er toe kwam, dat één groote truck alle toko’s langs reed, men spoedig genoeg uit de moeilijkheden zou zijn!

Praktisch

Zo werd er gedacht begin januari 1942. Praktisch. Greep houdend op het gewone leven is vaak het beste middel tegen paniek of angst. Boodschappen doen in de vertrouwde toko.
Maar tussen de kieren van het dagelijks leven was de oorlog zichtbaar, voelbaar aanwezig.
Voor de generaties die dat niet hebben meegemaakt een onvoorstelbare situatie.

Schrijftips
Wanneer u zich de eerste maanden van 1942 kunt herinneren, is dat waardevol om op te schrijven en te bewaren. Ook fragmenten van herinneringen. U weet meer dan de generaties die na u komen. Misschien heeft u hierover van uw ouders iets gehoord, schrijf dat dan ook op. En wanneer u nog iets weet van toko’s in Batavia, dan is dat ook al belangrijk om op te schrijven. Wat voor u vanzelfsprekend is, dat is voor een ander weer nieuw en bijzonder. Onderschat nooit wat u weet.
Denkt u nu: ik weet wel het een en ander, maar hoe schrijf ik dat op? In dat geval denk ik graag met u mee. Klik hier en kijk hoe u een gratis overleg-gesprek met mij kunt boeken. Dat is vrijblijvend en gezellig.

Dit is de gemakkelijkste manier om uw familiegeschiedenis te schrijven

Inmiddels hebben we zowat allemaal plannen voor de Kerstdagen. Het zijn dagen met een zekere gevoeligheid. We denken aan familieleden die er de vorige keer nog waren, en nu niet meer. En aan de verhalen die met ze verdwenen zijn.

Waar blijven de verhalen, wanneer niemand ze opschrijft?
Dat is duidelijk: dan verdwijnen ze.
Schrijven is blijven.
Opschrijven ook en dat liever gisteren dan vandaag want:

  •  steeds meer ouderen vertrekken naar hemel, bevorderd tot heerlijkheid zoals het Leger des Heils dat noemt
  •  u kunt zo iemand opnoemen van wie u denkt had ik maar vragen gesteld en nu kan het niet meer
  •  de jongere generaties stellen vragen en daardoor merkt u hoe weinig ze eigenlijk weten

Dat plotselinge

Zelf ben ik het afgelopen jaar een paar keer flink geschrokken als ik iets hoorde over een kort ziekbed met een definitieve afloop. Hoe kan het toch, dat plotselinge? Ook bij mensen van wie ik het niet verwachtte. Er zit geen logica in, en dat beklemt me. Wat ik dan doe, is proberen extra te leven. Mezelf meer toe te staan van wat ik eigenlijk echt wil en verlang. Dat zit ook in het kleine. U wilt niet weten hoeveel flessen douchegel ik heb.

Maar het gemakkelijk

Ik kom nogal eens tegen dat iemand het voornemen heeft de familiegeschiedenis op te schrijven, en als ik adem haal om hoera te roepen, hoor ik meer.
Dan roep ik even niet.
Want ik hoor een verhaal over een grote ambitie, want er zit een dik boek in, dat moet stampvol verhalen, interviews met de familieleden, heel veel foto’s, natuurlijk ook de historische achtergrond, er komen bijlagen en wat al niet.
Enerzijds: ambitie is prachtig. Ik hou van mensen die wat durven.
Anderzijds: hoe groter de ambitie, hoe belangrijker het plan van aanpak. Dat plan moet meer zijn dan “ik heb er zin in.”
Daar moet een structuur in zitten. En een tijdpad.
In de regel geldt: hoe gemakkelijker het plan, hoe groter de kans dat het slaagt. Vermijd problemen. Hou het gemakkelijk. Schrijf met plezier.
Hoe? Daarvoor heb ik een voorbeeld-plan gemaakt en dat is de gemakkelijkse manier om uw familiegeschiedenis te schrijven.

1 Begin met het resultaat
Bepaal wanneer uw familiegeschiedenis af moet zijn. Dus u prikt een datum. Ongeveer een jaar is mooi. Korter is haastwerk (tenzij u al veel heeft), langer is risico lopen op uitstelleritis.

2 Maak een zinvol werkplan
Op basis van de datum maakt u een werkplan: wanneer gaat u wat doen?
Dat werkplan bevat dus wanneer u wat gaat doen. En dat ‘wat’, dat is het schrijven voorbereiden en het schrijven en herschrijven.

3 Benoem de onderdelen van uw familiegeschiedenis

  • de inhoudsopgave
  • de inleiding
  • de hoofdstukken: familieleden per pagina in chronologische volgorde
  • de bijlagen

Meer over de inleiding

Wat moet er in de inleiding?
Daarin vertelt u wat de lezer van uw familiegeschiedenis kan verwachten:

  • welke generaties
  • welke tijd
  • waar begint u en waar houdt u op en waarom

Ook vertelt u wat typerend is voor de familie:

  • dat kan zijn een gemeenschappelijk gevoel van Indisch te zijn
  • een afspraak nooit over de oorlog te spreken
  • de gedeelde overtuiging dat familie hoe dan ook elkaar moet bijstaan

Het is mooi als u dat typerende kunt uitdrukken in een korte zin. In mijn familie is dat: ‘wees trouw aan jezelf.’ Dat zie ik al bij mijn overgrootmoeder, een vrouw die in zaken ging toen dat nog helemaal niet gewoon was voor een vrouw. Ik zie het ook bij mezelf, want met Kerst ben ik het liefste alleen en dat doe ik dus. Mijn moeder begrijpt dat en ze accepteert het want: ik ben trouw aan mezelf daarin. Dus u kijkt naar uw familie, naar de verschillende generaties en denkt: wat zie ik nou steeds terugkomen? Dat beschrijft u.

Meer over de hoofdstukken

Nu iets over de hoofdstukken, die bestaan uit: de familieleden in een chronologische volgorde.  Dat wil niet zeggen: iedereen van de familie. U maakt een keuze, een beetje overlap is helemaal niet erg, maar het feit blijft dat niet iedereen in uw familiegeschiedenis kan. Wilt u toch zeven oudooms noemen, doe dat dan in een bijlage of een voetnoot.
U schrijft over wie u iets weet of kunt vinden.
En dan per persoon 1-2 pagina’s, eventueel met foto.
In de bijlage doet u een stamboom. Het moet te doen zijn, en met deze aanpak is het te doen.

Nu even praktisch

Stel, uw familiegeschiedenis is volgend jaar met de Kerst af.
Neem 25 familieleden.
Schrijf elke twee weken een portret.
Dat is 50 weken.
Oei. U wilt ook herschrijven en u wilt er een fysiek boek van maken. Dus u heeft meer tijd nodig.
Neem een maand voor een fysiek boek laten maken. Dus de deadline is dan 25 november. Neem een maand om te herschrijven. Dan is de deadline 25 oktober.
Kijk in uw agenda: waar zit tijd genoeg dat u een week heeft waarin u een portret kunt schrijven?
Plan dat in.
Een ebook maken is gemakkelijk: bewaren als pdf is genoeg.

Maak het uzelf gemakkelijk met deze opzet. En doe uw best, dat is goed genoeg. Het hoeft niet volmaakt te zijn, het hoeft geen encyclopedie te wezen.
U schrijft voor de familie en voor de volgende generaties. Die kunnen het dan weer opppakken en uitbreiden, maar ze hebben daarvoor een basis nodig en dat is uw familiegeschiedenis.

Schrijftips
Begin in een schriftje aantekeningen te maken. Maak lijstjes van familieleden, noteer herinneringen, ook aan wie u wat vertelde. Ja, in een schriftje is het met de hand schrijven. Dat stimuleert de hersenen.
Wilt u eens van gedachten wisselen over uw familiegeschiedenis, dan denk ik graag telefonisch met u mee. Klik voor vrijblijvende overleg-afspraak, (er opent dan een nieuwe webpagina) want: u komt er verder mee en het is ook gezellig.

Over het bleken van sproeten en een lichtere huid

bleken
Vermoedelijk is het nog steeds zo in elke grote Indonesische supermarkt: schappen vol crème om de huid te bleken. Ik zag indertijd de stapels potjes met belofte in Jakarta en dacht: ten eerste dat is slecht spul en ten tweede dat huidbleken ken ik uit de koloniale tijd.

Bleken

Of het werkelijk kan, je huid bleken en er gezond bij blijven, dat is gemakkelijk te bedenken. In de regel komt er chemisch spul op de bovenste huidlaag die dan aangetast wordt voor het resultaar. Denk even aan het bleekmiddel dat in de wc gaat.
Dan weet u genoeg.
Ik ook.
Het stemde me wel treurig, die echo uit de koloniale tijd waarin blank het beste was.

Familiefoto’s

Ik herinner me nu de keer dat ik met een oudere Indische dame naar haar familiefoto’s keek. Ze wees met trots naar een foto waarop ze met haar zusjes stond.
“Kijk eens,” zei ze, “ik was het lichtste meisje.” Ze wees zichzelf aan. Ik keek en wist niet goed wat te zeggen.

Licht van huid

Ook dat is een echo uit de koloniale tijd. Het belang ervan nog steeds te voelen. In die tijd betekende licht van huid zijn voor een meisje betere kansen in de maatschappij, kansen op een betaalde betrekking (voor meisjes waren die schaarser dan voor jongens), op een goede partij om mee te trouwen, op alles eigenlijk. Voor een meisje was haar uiterlijk haar sociale kapitaal.
Dat besefte elk meisje. En als je donkerder was, dan wilde je nogal eens lichter worden. Hoe moest dat?

Italiaans

In damesromans kom ik soms de ontkenning tegen van een Indische teint. Daar heet het dan: een Italiaanse teint. Zo behoor je meteen tot de Europese afdeling. Maar in de koloniale samenleving bestond een scherp besef van wie wat was, en welke consequenties dat had voor maatschappelijke mogelijkheden. Dus het verhaal over een Italiaanse teint zal niet zo geloofwaardig zijn geweest.

Blijft over: lichter van huid worden.

Bedak

Bedak (rijstpoeder) gebruiken is een oplossing voor de korte termijn. En daarbij, het poeder is voor het gezicht. Je hals is dan donkerder. Je handen ook. Dus dan werkte niet echt. Beter lijkt dan een permanente oplossing.

Handboek

In het handboek van mevrouw Catenius-van der Meijden uit 1904 vond ik daarvoor een aanwijzing. Eigenlijk twee. Dat mevrouw zich profileerde als gezaghebbend, blijkt uit de titelpagina van het boek. Daar staat:

ONS HUIS IN INDIË
Bij de keuze, de inrichting, de bewoning en de verorging van het huis met bijgebouwen en erf, naar de eischen der hygiene, benevens raadgevingen en wenken op huishoudelijk gebied

Mevrouw J. M. J. CATENIUS-VAN DER MEIJDEN
Schrijfster van : „Naar Indië en Terug”,
„Nieuw volledig Oost-Indisch Kookboek”,
„Specerijen en Ingrediënten van de Rijsttafel”;
beide laatste werken bekroond met diploma
Gouden Medaille op de Haagsche Kooktentoonstelling in December 1904

Wie twijfelt er dan nog aan wat ze zegt?
Op pagina 319 geeft ze de tip:

Een witte huid krijgt men door veelvuldig gebruik van lemmetjes (djeroek-nipies) die men op den handrug inwrijft.

Citroen kan vlekken verwijderen, vooral op marmer, maar of het ook op de huid kan, lijkt me twijfelachtig.
Eronder geeft mevrouw Catenius de tip om sproeten te bleken:

Sproeten. Dit zijn vaalbleek gele vlekjes op gezicht en handen, in ’t algemeen op die gedeelten van de huid, die aan het licht en ’t weêr zijn blootgesteld.
Om hiertegen te waken of om ze weg te krijgen, althans zooveel mogelijk te doen verbleeken vond ik het voorschrift, dat men zich gelaat en handen vóór ’t naar bed gaan met pekelwater moet
inwrijven. Dat water late men op de huid droog worden, waarna men zich verder met een drogen doek kan afvegen.
Ook wordt nog de raad gegeven, zomersproeten te verdrijven, door zich te wasschen met water, waarin men peterselie heeft laten aftrekken.

Werkt het?

Of het werkt, weet ik niet. Pekelwater is extreem zout water, peterselie bezit weliswaar wat geneeskrachtige eigenschappen, maar sproeten verwijderen valt daar niet onder. Zoiets is eigenlijk ook meer een cosmetische ingreep. Maar er staat er wel, en dat moet velen hoop hebben gegeven.
Het was ook zelf uitvinden. Hoeveel peterselie moest in dat water en hoe lang moest je de behandeling volhouden? Ik vraag me af hoeveel meisjes er elke ochtend hoopvol voor de spiegel hebben gestaan, zich knijpend in de wangen om te zien of er al kleurverschil op komst was.
En dan volhouden, want mevrouw Catenius had het immers gezegd.
Kassian, die meisjes.

Schrijftips
Enkele tips in de vorm van vragen, waarmee u gedachten en herinneringen kunt gaan opschrijven.
Hoe werd er bij u in de familie gesproken over wie donkerder en lichter was? Heeft u de ervaring om het enige Indische kind in de klas te zijn?
En als u aan uw oudste tantes denkt, wat vertelden ze over vroeger, welke plaats ze in het gezin hadden?
Een beginnetje is het halve werk. Wilt u eens met mij brainstormen over het opschrijven van uw verhaal, maak dan een vrijblijvende telefoonafspraak. Klik hier, dan gaat u naar mijn agenda. Ik ben benieuwd naar uw verhaal.

Zo gaat u om met kritiek van de familie

familie heeft kritiek

Veel mensen die een levensverhaal willen schrijven, aarzelen als ze aan de familie denken. Wat zullen ze straks zeggen? Hoe moet dat dan?
En dan komt de aarzeling.

Gevoelig

Ik snap die aarzeling. Want u en ik zijn gevoelig voor wat anderen zeggen. Ja, ik ook. Bij elk boek dat ik publiceer, lig ik een of meer nachten wakker in het donker, om de lelijkste recensies in mijn hoofd te schrijven. Dan voel ik me bang. Vervolgens overweeg ik emigratie naar Australië.
Maar dat gaat ook weer niet zo gemakkelijk.

Ervaring

Uit mijn eigen ervaring weet ik dus hoe kwetsbaar de verwachting van kritiek kan voelen. Zeker van degenen die u nabij staan. Daarbij heb ik ook levensverhalen gemaakt waarbij ik met een familie te maken had, zoals jaren geleden, toen ik de biografie van de kruidengeneeskundige mevrouw J. Kloppenburg-Versteegh schreef. Wat de ene tak van nazaten wel vond, dat vond de andere tak weer niet, en een derde tak nazaten had weer een andere mening.
Die situatie en andere ervaringen brachten me wat inzichten bij die ik graag met u deel. Dan kunt u leren omgaan met kritiek van de familie.

Gemoedsrust

Het belangrijkste is dat u beslist van wie u zich iets gaat aantrekken en van wie niet. Degenen wiens mening voor u echt belangrijk is, vraagt u om mee te lezen met het levensverhaal dat u aan het schrijven bent. Stuurt u tekst op, dan is uw vraag steeds hoe u deze tekst kunt verbeteren. Dat is een fijne positieve vraag, waar de meeste mensen graag antwoord op geven.
U heeft dus hiermee een meelees-groep gemaakt. Een klankbord-groep. Een meedenk-groep. En gaat u eenmaal uw levensverhaal naar buiten brengen, dan weet u: zij vinden het goed genoeg. Dat geeft gemoedsrust.

Hier komt nog iets anders bij. Wanneer u over de familie schrijft, is het raadzaam om iemand van de oudste generatie erbij te betrekken. Dan kan via meelezen of via bezoek of telefoongesprekken. Dat geeft uw levensverhaal wat meer autoriteit.
Niet teveel zeggenschap weggeven, hoor. Het is en blijft uw verhaal, want uw naam staat er straks onder.

Glimlach

Kritiek komt er altijd, dat weet ik ook uit ervaring. Als u geen levensverhaal schrijft, heeft iemand er in de familie er een mening over. Schrijft u het niet, dan komt er weer een andere mening (vooral van mensen die nooit eens wat op papier zetten).

En wat doet u als iemand straks beweert dat het allemaal “heel anders” was? Dan glimlacht u en u zegt: “Schrijf het vooral op, ik ben benieuwd naar jouw visie.”
Van binnen voelt u wat u voelt, en als het ongemakkelijk is, dan weet u gevoelens komen gevoelens gaan, maar uw levensverhaal dat blijft gewoon bestaan.

Doen

Dus u ziet, het kan: omgaan met kritiek van familie. Ik hoop dat u zich hiermee wat bemoedigd voelt als u erover denkt een levensverhaal op te schrijven. Gewoon doen, hoor. Echt.

Ga naar de bovenkant